CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Iedereen doet het toch - BervoetsBeke - Bestuurlijke samenvatting.pdf

Commissie Bestuur 12 mei 2021, gemeente GoudaBij agendapunt: VERTROUWELIJK Raadsmemo drugscriminaliteit + bijlages2.589 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

‘Iedereen doet het toch?’ Drugsgebruik onder schoolgaande jeugd in Gouda

Bestuurlijke samenvatting De gemeente Gouda heeft Bureau Bervoets en Bureau Beke verzocht om een onderzoek uit te voeren naar het drugsgebruik onder schoolgaande jongeren in Gouda. 1 Deze behoefte aan onderzoek komt voort uit de in 2019 vastgestelde Kadernota Integraal veiligheidsbeleid van de gemeente Gouda, waarin is toegezegd deze thematiek nader te onderzoeken. Beide bureaus leverden enkele jaren terug het onderzoek Van Alle Markten Thuis (2015) op. Dat betrof een systematische analyse van de aanbodzijde van de Goudse drugsmarkt. In dit onderzoek ligt de nadruk op de vraagkant van de drugsmarkt. In een separaat onderzoeksrapport wordt ingegaan op de aanbodzijde. In dit onderzoek wilden we een vergelijking mogelijk maken tussen diverse typen bronnen: interviews met jongeren en professionals, secundaire analyse van statistiek, open bronnen, vragenlijstonderzoek en literatuur. Wegens COVID-19 hebben we de uitvoering van het onderzoek op enkele punten moeten aanpassen. Met name daar waar het onderzoek aanvankelijk was gericht op face-to-face en observaties. Maar uiteindelijk hadden we alsnog een stevige basis om onze onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden. Hierna presenteren we de conclusies en een set aanbevelingen. 1. Wat zijn de omvang en aard van het drugsgebruik door schoolgaande jeugd in Gouda? a.

Wat is de (geschatte) omvang van het drugsgebruik onder schoolgaande jongeren? Welke ontwikkelingen zijn er? b. Wat is het profiel van de jonge drugsgebruikers en van het drugsgebruik? c. Welke aankoopstrategieën hanteren jongeren? De omvang: te hoog ingeschat In dit onderzoek analyseerden we zowel openbare bronnen (nieuwsberichten, websites, documentatie) als statistiek om een goede schatting te doen van de omvang van het lokale drugsgebruik door schoolgaande jongeren in Gouda. Ook de interviews en de vragenlijst boden aanknopingspunten. Daarbij valt direct een aantal zaken op.

1

Daarbij gaat het om schoolgaande jeugd op het middelbaar onderwijs (12 t/m 18) en middelbaar beroepsonderwijs (16 t/m20 jaar).

1

Allereerst is voor het beeld dat professionals hebben niet altijd bewijs op basis van onze onderzoeksbronnen. Zij hebben het idee dat de omvang van het drugsgebruik sterk is toegenomen en dat het gebruik ook steeds jonger begint. Zij spreken daarover hun zorg uit. Zowel hard- als softdrugs zouden vaker door de schoolgaande jeugd worden gebruikt. Dit algemene beeld over de toename en de omvang contrasteert met bevindingen over een (landelijke en lokale) daling van het drugsgebruik en een procentueel zeer beperkt deel van de schoolgaande jeugd dat (zowel landelijk als lokaal) drugs gebruikt. Ook hebben we geen bewijs voor de verjonging van het drugsgebruik. Het wordt althans niet gerapporteerd door jongeren zelf. Wel strookt het beeld van de professionals met de bevinding in het rapport dat de gebruikende jeugd (veel meer) softdrugs gebruikt dan harddrugs. Ook het beeld van jongeren dat drugsgebruik wijdverspreid is (dat aansluit bij het algemene beeld van de professionals) verhoudt zicht niet goed tot de lage zelfrapportage van drugsgebruik in de vragenlijst: 15 procent geeft aan dat zij soms drugs gebruiken en 7 procent (heel) vaak. En ook de percentages in het lokale, representatieve GGD-onderzoek laten niet de conclusie toe dat het drugsgebruik wijd verspreid is, in de zin van hoge percentages gebruikers.

Verder is het beeld op basis van de interviews: gebruikende jongeren gebruiken veel meer softdrugs dan harddrugs; en jongeren drinken meer alcohol dan dat ze drugs gebruiken. Dit beeld wordt bevestigd door de bestudeerde statistiek en het vragenlijstonderzoek. We kunnen op basis van onze gegevens een voorzichtige schatting doen van het aantal drugs gebruikende scholieren in Gouda. Uit onze berekening zou blijken dat per oktober 2019 er 211 scholieren recent softdrugs hebben gebruikt en zouden er 18 harddrugsgebruikers zijn. Op eenzelfde manier kan ook het ooitgebruik worden geschat. Dat komt dan op 404 (4,4 procent) voor softdrugs en 55 (0,6 procent) voor harddrugs. Doen we dezelfde berekening voor lachgasgebruik, dan zouden er per oktober van dat jaar 358 scholieren zijn (3,9 procent) die ooit lachgas hebben gebruikt en 92 (1,0 procent) die recent nog lachgas hebben gebruikt. Professionals hebben over het geheel genomen niet het idee dat het jeugdig drugsgebruik in Gouda afwijkt van elders. Op basis van Van Alle Markten Thuis (2015) weten we wel dat er een levendige drugsmarkt is die zich echter vooral richt op bovenlokale handel. Professionals hebben ook dat beeld. Maar dat is onvoldoende reden om aan te nemen dat het gebruik in Gouda wezenlijk afwijkt van elders.

Sterker: uit de GGD-onderzoeken blijkt dat Gouda voor wat gebruikerspercentages betreft nauwelijks afwijkt van de regionale percentages. Het percentage softdrugsgebruikers is in 2019 zelfs lager dan regionaal. De daling van het drugsgebruik wordt landelijk wel in verband gebracht met de – eveneens – daling van jeugdcriminaliteit (Berghuis en De Waard, 2017). Beide dalingen zouden mede het resultaat zijn van een veranderde levensstijl bij jongeren, die meer online zouden zijn en zich minder uit in (vervelende) jeugdgroepen op straat. Bovendien wordt cannabisgebruik en harddrugsgebruik wel gezien als onderdeel van een algemeen deviante levensstijl. De kans dat een jeugdcrimineel (ook) drugs gebruikt en ander risicogedrag vertoont is groot. De aard: het profiel van de jonge drugsgebruikers en van het drugsgebruik Als er drugs wordt gebruikt door jongeren is dat vooral hasj of wiet. Ook wordt er lachgas gebruikt. Echter, het beeld dat door veel schoolgaande jongeren in Gouda softdrugs en lachgas wordt gebruikt moet worden genuanceerd. Wanneer we inzoomen op harddrugs dan lijken naast ecstasy vooral ketamine en cocaïne populair. De voornaamste redenen die jongeren in het vragenlijstonderzoek noemen voor drugsgebruik is dat het ontspant en dat ze graag de grenzen op zoeken (experimenteren). 2

Op basis van ons materiaal komen we tot een aantal categorieën gebruikers: een meerderheid van recreatieve gebruikers die met name in (vrienden)groepen gebruikt, met daarnaast de problematische gebruikers die veel en vaak gebruiken (vaak ook als zelfmedicatie wegens psychosociale problematiek) en de experimenteerders (jongeren die af en toe drugs uitproberen). Deze categorieën kunnen uiteraard overlappen. Er wordt veel drugs gebruikt door jongeren die het thuis niet gemakkelijk hebben of die moeite hebben met de hoge eisen die de samenleving aan hen stelt. In dat verband signaleren we dat ruim een op de vijf leerlingen in Gouda aangeeft te kampen met somberheid (depressieve klachten). Merkwaardig is overigens dat jongeren vooral denken aan de mannelijke sekse bij drugsgebruik. In de vragenlijst nemen we immers geen significante verschillen waar tussen jongens en meisjes. Uit de interviews met professionals en jongeren komt het seksverschil ook niet zozeer naar voren. Aankoopstrategieën: veel social media Professionals hebben terecht het beeld dat jongeren vandaag de dag heel erg gemakkelijk aan hun drugs kunnen komen. Dealercircuits zijn tegenwoordig met social media minder gesloten. Snapchataccounts worden gepromoot onder de jongeren zodat in drugs geïnteresseerden er vanzelf op terecht komen. Ook Instagram en Whatsapp worden vaak gebruikt om drugs aan de man te brengen.

De jongeren geven aan dat zij hun drugs vooral bemachtigen in uitgaansgelegenheden (althans de meerderjarigen) en via vrienden. De centrale boodschap van de geïnterviewde jeugd is: drugs is alom tegenwoordig en zonder veel moeite verkrijgbaar. Wat ook gebeurt is dat zij bezoekers van de coffeeshop vragen om voor hen ook drugs te kopen. Een enkeling zegt dat een coffeeshop niet vaak naar de leeftijd van de jongeren vraagt en daarom kunnen ze het daar ook veelal zelf kopen. Ook wordt er volgens jongeren veel gedeald rond het treinstation, de bibliotheek en in de buurt van shishalounges. En zijn er avondwinkels waar drugs wordt verkocht. Verder geven jongeren aan dat vaak in de nabijheid van school (niet op het schoolplein zelf) genoeg mogelijkheden zijn om via (straat)dealers aan drugs te komen. Extra: gevolgen van coronapandemie voor (jeugdig) drugsgebruik Gezien de actualiteit ontkomen we er niet aan om in de open bronnen ook te zoeken naar een verkennend antwoord op de vraag of de coronapandemie – een al dan niet tijdelijke - verandering heeft gebracht in het drugsgebruik bij scholieren. Hoewel dat thema geen onderdeel uitmaakte van de set onderzoeksvragen, hebben we een eerste aanzet gedaan om deze vraag, niet uitputtend, te beantwoorden in dit onderzoek. De hoofbevinding is dat we op grond van deze schaarse bronnen voorzichten dienen zijn met een al te snelle conclusie.

Over deze thematiek kan geen eensluidend antwoord worden geformuleerd op deze vraag en al helemaal niet rond de Goudse situatie. Daarbij speelde een rol dat deze bronnen niet altijd specifiek scholieren betroffen. Soms ging het om jongvolwassenen. De geraadpleegde landelijke bronnen wijzen vervolgens uit dat sommige jeugdigen en jongvolwassenen in Nederland meer en andere juist minder zijn gaan gebruiken als gevolg van de coronapandemie. Het meergebruik zou nagenoeg even groot zijn als het mindergebruik. 2. Wat zijn volgens professionals en jongeren zelf normen en waarden die de schoolgaande jeugdigen in Gouda hanteren tegenover drugsgebruik en: welke veranderingen hebben zich daarin sinds 2015 (oude onderzoek) voorgedaan?

3

Veranderde normen: nuchterheid en onverschilligheid domineren De houding van schoolgaande jeugd tegenover drugsgebruik is divers, maar nuchterheid voert de boventoon. Of beter: aan onverschilligheid grenzende tolerantie. De uitspraak dat ‘iedereen het zelf moet weten’ of er drugs wordt gebruikt, horen we bij bijna elke geïnterviewde jongere. Als de nietgebruiker er maar geen last van heeft. Hoofdlijn is ook dat als jongeren drugs gebruiken als ‘medicijn’ om rustig te worden of hun problemen te vergeten, zij er wel begrip voor lijken te hebben. Dit sluit goed aan bij een landelijk gesignaleerde mentaliteitsverandering. Er is een hoge tolerantie ten opzichte van drugs en drugsgebruik, en de gevaren voor de gezondheid en de maatschappij worden onderschat. Al met al lijkt drugsgebruik (ook voor niet-gebruikende jongeren) normaler te worden, terwijl het vroeger in de tienertijd van hun ouders volgens jongeren misschien wat uitzonderlijker was. De tolerantie houdt op als jongeren worden geconfronteerd met beelden en verhalen over ‘zombiedrugs’ zoals Flakka en Spice. Daarvoor zijn ze bang en die wijzen ze resoluut af. Tot slot is een enkeling fel anti-drugs. Die houding koppelen jongeren soms aan hun geloof (we spraken islamitische jongeren en ook een enkele gereformeerde jongere) of slechte ervaringen uit het verleden met dealende foute vriendjes of eigen drugsgebruik.

Ook de rol van ouders wordt genoemd in interviews. Die zijn soms fel tegen (soms vanwege het geloof) of ze zitten er wat ‘losser’ in. In een enkel geval wordt drugsgebruik door de ouders zelfs aangemoedigd. Maar dat zijn echt uitzonderingen op het algemene patroon. Kortom: conform landelijke trends, maar wel degelijk een probleem Op grond van de bevindingen en conclusies mag bepaald niet de indruk ontstaan dat het drugsgebruik in Gouda alleszins meevalt en er geen problemen zijn. Belangrijk is om - in reflectieve zin - op te merken dat ook wij als onderzoekers verbaasd waren over de uitkomsten. De overschatting van het drugsgebruik (ook door ons) heeft zeer waarschijnlijk te maken met het gegeven dat het drugsgebruik door jongeren op specifieke locaties (enkelen zijn genoemd in dit rapport) problematisch is en opvalt bij professionals en jongeren. En er af en toe ook incidenten zijn die maken dat drugsgebruik – terecht – de aandacht en zorg heeft van de professionals. Gouda volgt de landelijke trends, waardoor er geen reden is om aan te nemen dat er een opvallend (groot of toegenomen) drugsgebruik is in deze stad onder scholieren. Want op grond van landelijk cijfermateriaal mag er wel vanuit worden gegaan dat het probleem van frequent drugsgebruik ook in Gouda vooral speelt bij jongvolwassenen (met name twintigers) en een categorie oudere (veel)gebruikers.

Ook laten dalende en betrekkelijk lage gebruikerspercentages onverlet dat er af en toe ernstige drugsincidenten met jongeren zijn die bijvoorbeeld leiden tot een ziekenhuisopname (denk aan psychoses of overdosering). En zoals elders in Nederland is er in Gouda een zorgelijke trend waarneembaar van normalisatie van drugsgebruik onder de jeugd. Ook jongeren die zelf geen drugs gebruiken staan in principe niet of nauwelijks afwijzend tegenover drugsgebruik. Dat biedt kansen voor drugshandel en ondermijnende criminaliteit blijft ermee in stand. Nog los van de kwalijke effecten van drugsgebruik op de volksgezondheid. Verder speelt ook het probleem van de gemakkelijke toegang tot de drugsmark, bijvoorbeeld via sociale media. Het is met de opkomst van drugsaanbod op Instagram en Snapchat voor scholieren veel eenvoudiger geworden om aan drugs te komen dan enkele jaren terug. Aanbevelingen

4

De aanbevelingen zijn samen een mix van handhaving, hulpverlening, denormalisatie, preventieve strategieën. Handhaving 1. We stellen voor dat gemeente, politie en scholen de handen ineen slaan om de pakkans te vergroten en de gelegenheid te verminderen van dealen rondom school. Bijvoorbeeld door (op bepaalde tijdstippen) afsluiten van parkeerplekken en op tijdstippen die ertoe doen toezicht te houden, te handhaven en het dealen onmogelijk te maken. 2. Deze publiek-private strategie ook elders toepassen, op locaties waar leerlingen veel zijn, zoals de Chocoladefabriek en de omgeving. Op dat soort locaties is het van belang om ook weer te kijken naar tijdstippen die ertoe doen om dan bijvoorbeeld met extra verlichting of camera’s dealers af te schrikken. 3. De politie zou met digitale surveillance het drugsdealen via social media kunnen aanpakken en tegengaan. 4. De gemeente laat coffeeshops op basis van hun vergunning checken of medewerkers zich bij de verkoop wel aan de leeftijdsgrens houden, bijvoorbeeld al met controle aan de deur. Dat kan met lokpubers zoals in de horeca met het schenken van alcohol aan minderjarigen. 5. Nader onderzoek door politie en gemeente naar het (kennelijk) verkopen van drugs door sommige avondwinkels. 6. Op dit moment is het erg ingewikkeld om een goed actueel overzicht te maken van drugsincidenten/drugsoverlast op basis van politieregistraties.

Waarbij die overlast en incidenten worden gezien als één van de indicatoren van drugsgebruik en drugshandel. Een hotspotkaartje en trendgegevens helpen gemeente en politie om heel gericht na te gaan waar en wanneer inzet nodig is. Concreet denken we aan een aparte Projectcode in politiesysteem BVH of gemeentelijke handhaving. Preventie, bewustwording en denormalisatie 7. Frontlijnwerkers zoals politie, jongerenwerk, jeugdbeschermers, sociale wijkteams en sportbuurtwerkers houden zicht op trends in drugsgebruik. Zo kan in een vroeg stadium bijvoorbeeld het gebruik van zeer gevaarlijke drugs als cristal meth of spice worden waargenomen. 8. We stellen stadsgesprekken voor met jongeren over drugsgebruik, naast een voor wat betreft vorm aangepaste voorlichting op scholen. In al deze gesprekken wordt nu echt het gesprek aangegaan, in plaats van al te normatief alleen voor te lichten (‘te zenden’). Probeer jongeren als politie, gemeente en zorg in beeld te houden via social media. Een deel van de stadsgesprekken kan daar op plaatsvinden. 9. Met onder andere de stadsgesprekken ook jongeren en hun ouders ervan bewust maken dat jongeren met hun drugsgebruik misdaad in stand houden. En voorlichting over de onderwereld achter drugsgebruik. De kans is klein dat jongeren door hebben dat er echt doden vallen ten gevolge van zowel drugsgebruik als drugshandel. 10.

Aandacht voor somberheid, depressie en de als erg hoog ervaren verwachtingen vanuit de samenleving jegens jongeren. Als onderdeel van de stadsgesprekken tevens aandacht voor het thema depressie en psychiatrische ziektebeelden. Hulpverleners, wijkagenten en jongerenwerkers zijn extra alert op signalen en verwijzen tijdig door naar de verslavingszorg. Daartoe training van professionals om signalen tijdig te herkennen. 5

11. In het verlengde daarvan drugsbezit niet slechts zien als strafbaar feit, maar ook als sociaal probleem. 12. Deze studie beperkte zich tot drugsgebruik. Echter is het goed te verdedigen om bij preventiebeleid het overmatige alcoholgebruik dat de GGD in Gouda signaleert niet los daarvan te zien. Ouders staan soms (erg) tolerant tegenover alcoholgebruik en de ervaring leert volgens de GGD dat problematisch alcoholgebruik ook geregeld een voorloper is op het gebruik van andere genotsmiddelen en/of drugs. Aan softdrugsgebruik gaat meestal roken vooraf en dat gaat bij sommige jongeren over in blowen. Jongeren die niet roken zullen minder snel gaan blowen.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=dd00a4cc-1936-4dda-8e1b-af883efa4661