Geamendeerde Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2023 BVR 13.12.2023
Tekst van het document
Geamendeerd Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 27 juni 2023
Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Gouda houdende regels omtrent maatschappelijke ondersteuning en
jeugdhulp (Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023) De Raad van de gemeente Gouda,
Overwegende dat de gemeente Gouda op grond van de Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de nota Sociaal Domein ledereen kan meedoen
… verantwoordelijk is voor kwalitatieve, doelmatige en rechtmatige ondersteuning aan inwoners voor wie dit voor kortere duur of langere tijd nodig is. … de inwoner centraal stelt en benadert op basis van gelijkwaardigheid. … Vragen stelt over alle leefdomeinen om een goed beeld te krijgen van de situatie van de inwoner. … breed kijkt naar de ondersteuningsvraag van inwoners en de ondersteuning integraal organiseert. … eigen regie hanteert als uitgangspunt bij de ondersteuning van inwoners. … naast de inwoner staat en samen zoekt naar een oplossing passend bij wat de inwoner nodig heeft. … rekening houdt met de eigen mogelijkheden van de inwoner. … oog heeft voor de vraag wat de inwoner met inzet van het eigen netwerk zelf kan. … de inwonerstimuleert om binnen de mogelijkheden actief deel te nemen aan de samenleving. … zo kort als kan, maar zo lang als nodig de ondersteuning inzet.
… bij een structurele ondersteuningsvraag de inwoner niet vraagt iedere keer het hele verhaal te doen. … contact onderhoudt met de inwoner om te volgen of de ondersteuning goed verloopt. gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders met voorstelnummer 7278 van 27 juni 2023; gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1, tweede en derde lid, van de Jeugdwet en de artikelen 2.1.3, 2.1.4, eerste,
tweede, derde en zevende lid, 2.1.5 eerste lid, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6, tweede en vierde lid en 2.6.6, eerste lid, van de Wet
maatschappelijke ondersteuning 2015 en de artikelen 3.8, tweede lid, en 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015; besluit:
De Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 vastte stellen. HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Begripsbepalingen
e
e
algemeen gebruikelijke voorziening: een dienst, hulpmiddel of zorg waarvan de kans groot is dat de inwoner
daarover zou (hebben kunnen) beschikken. Deze voorziening is voor iedereen beschikbaar, ook voor iemand zonder beperking;
algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat gericht is op maatschappelijke ondersteuning of
jeugdhulp. Deze algemene voorziening is beschikbaar zonder dat er vooraf onderzoek is gedaan naar de wensen, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers. Met ‘algemene voorziening’ wordt hetzelfde bedoeld als
e
een ‘overige voorziening’ zoals die in de Jeugdwet, artikel 2.9, sub a beschreven wordt; cliënt: persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een individuele voorziening/maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget is verstrekt of door of namens wie een melding is
e
eigen kracht: de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de inwoner om zelf zijn
gedaan;
zelfredzaamheid, participatie te verbeteren of problemen te verminderen. Hierbij kan ook het sociale netwerk van de inwoner helpen;
Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023
e
eigen regie: de inwonerkrijgt zoveel mogelijk de vrijheid om keuzes te maken passend bij wat de inwonerzelf denkt, voelt en wil. Zo kan de inwonerzijn leven zo veel mogelijk naar eigen wens organiseren; formele ondersteuning: ondersteuning die door een professionele zorgverlener wordt uitgevoerd. Deze zorgverlener werkt bij een zorginstelling of is ZZP'er;
e e
gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de
echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten; informele ondersteuning: ondersteuning door een persoon uit het sociaal netwerk of ondersteuning door een andere persoon die geen formele ondersteuning biedt en die voldoet aan de kwaliteitseisen voor informele
e
ondersteuning; inwoner: iemand die in Gouda woont;
e
e
voorziening: individuele voorziening op het gebied van jeugdhulp als bedoeld in de Jeugdwetof maatwerkvoorziening als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Artikel 2 Toegang algemene voorziening Een algemene voorziening is rechtstreeks toegankelijk voor inwoners zonder toegangsbeoordeling of op basis van een beperkte toegangsbeoordeling.
me me
sa-opoa00m
Artikel 3 Beschikbare algemene en individuele voorzieningen en maatwerkvoorzieningen 1. De volgende algemene voorzieningenzijn in ieder geval beschikbaar: Informatie en advies voor jeugdige en ouder;
Onafhankelijke cliëntondersteuning; Opvoedondersteuning;
Jeugdgezondheidszorg;
Veilig Thuis; Integrale crisisdienst;
Vertrouwenspersoon;
Kindertelefoon; Kortdurende ondersteuning; Participatie in de buurt;
za=pao
k. Collectief vervoer in de vorm van een regiotaxipas; en |. Vervoersvoorziening 2. De volgende individuele voorzieningen als bedoeld in de Jeugdwetzijn in ieder geval beschikbaar: a. hoogspecialistische / weinig voorkomendezorg; b. jeugdbescherming / jeugdreclassering;
i.
crisis;
wonen; dagbesteding/ logeren;
behandeling; begeleiding; ernstige dyslexiezorg; en vervoer naar jeugdhulplocatie.
PRT ATT STa*9A290T7M
3. De volgende maatwerkvoorzieningen als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn in ieder geval beschikbaar: Hulp bij het huishouden;
Begeleiding; Dagbesteding; Vervoer naar dagbesteding; Logeeropvang en verblijf;
Hulpmiddelen; Woonvoorzieningen; Rolstoelvoorzieningen; Vervoersvoorzieningen;
Financiéle maatwerkvoorzieningen;
Gewoon Thuis;
Beschut wonen; . Beschermd wonen;
Maatschappelijke opvang;
pagina 2
Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 0. Vrouwenopvang;
p. Jongeren onder Dak.
HOOFDSTUK 2 PROCEDUREREGELS OVER INDIVIDUELE VOORZIENINGEN EN MAATWERKVOORZIENINGEN Artikel 4 Zorgplicht college voor integrale toegang en intake Het college zorgt er in ieder geval voor dat inwoners die daarom vragen: a. kosteloos en op een laagdrempelige manier worden ondersteund bij het verhelderen van een mogelijke hulpvraag; b. kosteloos worden voorzien van nuttige informatie op een begrijpelijke manier over: 1°. het beleid van de gemeente en de manier waarop de gemeente uitvoering geeft aan de wettelijke taken in het sociaal domein, en
2° hoe de toegang tot de verschillende voorzieningen is georganiseerd; worden doorverwezen en -geleid naar de passende organisaties voor verdere ondersteuning, en bij het indienen van een melding of aanvraag worden gewezen op de mogelijkheid gebruik te maken van kosteloze cliëntondersteuning.
Artikel 5 Aanvraag en gesprek Jeugdhulp 1. Een jeugdige of diens ouders kan een aanvraag voor een individuele voorziening schriftelijk indienen. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag binnen 5 werkdagen. 3. Bij de ontvangstbevestiging, als bedoeld in het tweede lid, wijst het college de jeugdige of diens ouders op de mogelijkheid om binnen 14 dagen na het indienen van een aanvraag een familiegroepsplan in te leveren bij het college. Het college voert een gesprek waarin de hulpvraag van de jeugdige of diens ouders wordt besproken en
onderzocht. Na het vaststellen van de hulpvraag wordt er onderzocht of er sprake is van de wens voor een pgb. De jeugdige of
diens ouders worden ingelicht over de gevolgen van de keuze voor pgb. Als tijdens het gesprek naar voren komt
dat de ouders of de jeugdige de voorkeur geeft aan een pgb in plaats van zorg in natura verstrekt het college het format voor het pgb-plan, bedoeld in artikel 18, derde lid. Het college betrekt het familiegroepsplan bij het onderzoek, als bedoeld in het vierde en vijfde lid, als het plan binnen 14 dagen is ingeleverd.
Uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag neemt het college een besluit over de verstrekking van
een voorziening.
In erisisgevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke voorziening of vraagt een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp aan, zoals bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet. Artikel 6 Melding en gesprek Wmo
1.
Een inwoner kan een hulpvraag via een melding voor een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college.
Hetcollege bevestigt de ontvangst van de melding en wijst de inwoner op de mogelijkheid van het inleveren van
ako
een persoonlijk plan binnen zeven dagen na melding. Daarin beschrijft de inwoner de ondersteuningsvraag. Het college voert een gesprek waarin de hulpvraag van de inwoner wordt besproken en onderzocht.
Hetcollege kan, in overleg met de inwoner, afzien van een gesprek.
Hetcollege betrekt het persoonlijk plan bij het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, als het plan binnen zeven
dagen na het doen van de meldingis ingeleverd. Als de melding tot een aanvraag leidt, wordt de aanvraag ingediend door het indienen van het verslag van het
gesprek, als bedoeld in artikel 7, dat door de inwoner is ondertekend. Uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst van
de melding neemt het college een besluit over de verstrekking van een voorziening. Als tijdens het gesprek naar voren komt dat inwoner de voorkeur geeft aan een pgb in plaats van zorg in natura, krijgt de inwoner hierover meer informatie en verstrekt het college de inwoner het format voor het pgb-plan Wmo. Artikel 7 Verslag 1. Hetcollege zorgt ervoor dat er een verslag gemaakt wordt van het gesprek metde inwoner, bedoeld in artikel 5 en 6. Het verslag moetvoorzien zijn van naam, adres, dagtekening en van een aanduiding of omschrijving waaruit blijkt welke beschikking wordt gevraagd. Binnen 15 werkdagen nahet gesprekstelt het college het verslag beschikbaar aan de inwoner. Opmerkingen of latere aanvullingen van de inwoner wordenaan hetverslag toegevoegd. Bij aanvraag van een individuele voorziening of maatwerkvoorziening moet de inwoner het verslag uiterlijk binnen ON
7.
5 werkdagen ondertekend terugsturen aan het college.
pagina 3
Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023
Artikel 8 Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts 1. Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een zorgaanbieder, waar mogelijk naar een gecontracteerde aanbieder en naar de diensten die vallen
2.
binnen de contract- of subsidierelatie. Wanneer een jeugdige of diens ouders zich bij een aanbieder meldt met een verwijzing als bedoeld in het eerste
3.
Het college legt de individuele voorziening die wordt verleend vast in een beschikking.
lid, dan meldt de aanbieder dit bij de gemeentelijke toegang, voordat hij de jeugdhulp start.
Artikel 9 Toegang jeugdhulp via Veilig Thuis, gecertificeerde instellingen, rechter, OM of justitiële jeugdinrichting (JJl) 1. Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door Veilig Thuis, de gecertificeerde instelling, rechter, OM ofjustitiële jeugdinrichting naar een zorgaanbieder volgens de wettelijke kaders in de Jeugdwet 2. Het college legt de individuele voorziening die wordt verleend vast in een beschikking. Artikel 10 Diagnostiek en behandeling van Ernstige Dyslexie (ED) 1.
2. 3.
De toeleiding naar diagnostiek en behandeling voor Ernstige Dyslexie vindt plaats via het onderwijs en de dyslexiebehandelaar.
Het college kent een individuele voorziening voor ernstige dyslexiezorg toe door middel van een besluit. Dit besluit
geeft toegang tot diagnostiek en behandeling.
De individuele voorziening kan worden toegekend aan jeugdigen tot 13 jaar.
Artikel 11 Toegang beschermd wonen en opvang 1. Op grond van artikel 2.3.5 van de Wmo kan een inwoner in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening voor opvang en beschermd wonen. 2. De toegang tot beschermd wonen, maatschappelijke opvang en Jongeren onder Dak vindt plaats via de gemeente Gouda. 3. De toegang tot vrouwenopvang vindt plaats via Veilig Thuis. 4. Buiten kantoortijden kan de inwonerzich direct melden bij de partij die de opvang in Gouda uitvoert. 5. Het college kan nadere regels vaststellen over toegang en schorsing uit beschermd wonen en opvang. HOOFDSTUK 3 CRITERIA EN WEIGERINGSGRONDEN Artikel 12 Criteria voor een individuele voorziening voor jeugdhulp 1. Een jeugdige of diens ouders komt in aanmerking voor een individuele voorziening als er sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen bij de jeugdige. De individuele voorziening stelt de
2.
„oa
a.
3. 4. 5. 6.
jeugdige in staat gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid of voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, rekening houdend metzijn leeftijd en ontwikkelingsniveau. Een individuele jeugdhulpvoorziening kan worden verstrekt voor zover de jeugdige en/of diens ouders deze beperkingen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen doordat: redelijkerwijs geen aanspraak kan worden gedaan op de ‘eigen kracht’ van de jeugdige en/of zijn ouder(s)/verzorger(s);
geen oplossing kan worden gevonden voor zijn hulpvraag met gebruikelijke hulp; geen oplossing kan worden gevonden voor zijn hulpvraag met mantelzorg; geen gebruik gemaakt kan worden van een algemeen gebruikelijke voorziening; geen gebruik gemaakt kan worden van een algemene voorziening; geen oplossing gevonden kan worden voorzijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van voorzieningen die beschikbaar zijn op grond van als de Wet langdurige zorg, Wet maatschappelijke ondersteuning, Zorgverzekeringswet en Wet Passend Onderwijs. Als de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige of diens ouder(s) voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken als het college de noodzaak en geschiktheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen. De voorziening als bedoeld in het derde lid kan slechts betrekking hebben op gemaakte kosten over een periode van maximaal 3 maanden vóór de aanvraag. Het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing als de ingezette voorziening tot stand is gekomen door een eerste verwijzing van de huisarts, medisch specialist en/of jeugdarts.
Rechtop een individuele voorziening bestaat alleen als deze als de goedkoopst en meest adequate voorziening
kan worden aangemerkt.
pagina 4
Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 7. Het college kan een specifiek deskundig oordeel en advies inwinnen, als het onderzoek of beoordeling van een
8.
aanvraag dit vereist. Het college kan nadere regels vaststellen over de voorwaarden voor een individuele voorziening.
Artikel 13 Criteria voor een voorziening voor maatschappelijke ondersteuning
1. Een inwoner komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de inwoner ondervindt, op voorwaarde dat de inwoner deze beperkingen naar het
o=oasoup
oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen: op eigen kracht; met gebruikelijke hulp;
met mantelzorg; met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; door gebruik te maken van een algemeen gebruikelijke voorziening; door gebruik te maken van een algemene voorziening; of door gebruik te maken van een andere voorziening dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 2. Recht op een maatwerkvoorziening bestaat alleen als deze voorziening als de goedkoopste en meeste adequate passende voorziening kan worden aangemerkt. 3. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is als vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze alleen opnieuw afgegeven als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, a. tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt b. c.
zijn toe te rekenen;
tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten, of; als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning.
4. De inwoner komt in aanmerking voor een financiële maatwerkvoorziening als hiermee naar het oordeel van het college een passende bijdrage aan de zelfredzaamheid of participatie van de inwoner wordt geleverd, waardoor de inwoner zo
lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. De financiële maatwerkvoorzieningen bestaan uit: a. een vergoeding voorverhuis- en herinrichtingskosten; b. de aanschaf en het onderhoud van een sportvoorziening; c.
een vervoersvoorziening voor het gebruik van een eigen auto of een bruikleenauto.
5. Het college kan een specifiek deskundig oordeel en advies inwinnen, als het onderzoek of beoordeling van een
aanvraag dit vereist.
6. Het college kan nadere regels vaststellen over de voorwaarden voor een maatwerkvoorziening. Artikel 14 Criteria voor beschermd wonen en opvang 1. Een inwoner komt in aanmerking voor beschermd wonen of opvang ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving als gevolg van psychische of psychosociale problemen en/of het verlaten van de
thuissituatie in verband metrisico's voor de eigen veiligheid als gevolg van huiselijk geweld. Voorwaarde hierbij is dat de inwoner deze problemen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen door gebruik te maken van dezelfde voorwaarden zoals die onderartikel 13, eerste lid, zijn genoemd. 2. De maatwerkvoorziening moet een passende bijdrage leveren aan het voorzien in de behoefte van de inwoner aan beschermd wonen of opvang en aan het zorgen voor een situatie waarin de inwonerin staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk (weer) op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 3. Een inwoner kan in aanmerking komen voor beschermd wonen als: a. de inwoner een psychiatrische aandoening of een verstandelijke beperking heeft, b. voor de inwoner sprake is van noodzaak tot bescherming van zichzelf of zijn omgeving, waarbij die noodzaak direct voortkomt uit de psychiatrische aandoening of de verstandelijke beperking, en c. de inwoner niet beschikt over alternatieven die de noodzaak voor beschermd wonen op kunnen heffen.
4. Een inwoner kan in aanmerking komen voor maatschappelijke opvang als: a. de inwoner dakloos is en tijdelijk onderdak nodig heeft;
b. de inwoner de hulpvraag redelijkerwijs niet had kunnen voorzien en voorkomen; c. de inwoner beperkt zelfredzaam is waardoor de inwoner niet op eigen kracht of met hulp van het eigen netwerk onderdak kan vinden en financieren; d. de inwoner niet beschikt of niet kan beschikken over alternatief onderdak, zoals onderdak in het eigen netwerk; en
pagina 5
Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023
e. de regio Midden-Holland de regio is waarbinnen de opvang en herstel van de inwoner het meest kansrijk is, in lijn met de geldende beleidsregels landelijke toegankelijkheid. 5. Een inwoner kan in aanmerking komen voor vrouwenopvang als: a. de inwoner 18 jaar of ouder is, met of zonder kinderen; b. er sprake is van huiselijk geweld, waarbij ambulante hulp onvoldoende veiligheid biedt; en
ao ONO
‚de inwoner met hulp voldoende zelfstandig kan wonen en deel kan nemen aan begeleiding. . Een inwoner kan in aanmerking komen voor Jongeren onder Dak als: . de inwoner in de leeftijdsgroep van 18 tot en met 23 jaar valt; . de inwonerdak- of thuisloosis;
. de inwoner beperkt zelfredzaam is en daardoor niet op eigen kracht of met hulp van het eigen netwerk kan herstellen;
. de regio Midden-Holland de regio is waarbinnen de opvang enherstel van de inwoner het meest kansrijk is, in lijn met de geldende beleidsregels landelijke toegankelijkheid; en e. de inwoner gemotiveerd is om te werken aan herstel. Artikel 15 Weigeringsgronden A: Er wordt geen voorziening verstrekt als: a. er recht op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; b. het om een voorziening gaat die de inwoner vóór datum van besluit heeft uitgevoerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of de acute noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld; de situatie van de inwoner niet (goed) kan worden beoordeeld omdat deze niet voldoet aan de
medewerkingsplicht. Het college verstrekt geen individuele voorziening als het hulpverleningstraject waarvoor de jeugdige en/of ouders de voorzieningen aanvragen op het moment van aanvraag is afgerond. Er wordt geen woonvoorziening verstrekt: a. als de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; b. voor hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; ce. ADL-clusterwoningen, met uitzondering van individuele woningaanpassingen voor de inrichting als standaardaanpassingen niet voldoen of ter vervanging van de individuele aanpassingen; d. als het gaat om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten, behalve automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de
e. f.
gemeenschappelijke ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij zelfredzaamheid en/of participatie;
als er geen medische noodzaak en/of er naar het oordeel van het college geen andere belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; g. als de inwonerniet is verhuisd naar de voorzijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college. Er wordt geen voorziening beschermd of beschut wonen verstrekt aan een cliënt die uitsluitend (feitelijk) dakloos is. Voor Jongeren onder Dak wordt geen voorziening verstrekt als: a) ereen vergelijkbaar traject aanwezig is; b)
er sprake is van zware verslaving en/of psychische problematiek en/of gedragsproblematiek die het slagen
van een Jongeren onder Dak traject belemmert.
HOOFDSTUK 4 KWALITEITSEISEN ZORG IN NATURA Artikel 16 Kwaliteitseisen voorzieningen 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, waaronder voldoende deskundigheid van a. b.
beroepskrachten, door de ondersteuning af te stemmenop: de persoonlijke situatie en de eigen mogelijkheden van de cliént; andere vormen van zorg, onderwijs, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen en specifiek op
de inzet van mantelzorg en het sociaal netwerk van decliént.
Artikel 17 Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden
pagina 6
Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 1. Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp, uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen en
No
aoovp
jeugdreclassering, rekening met:
de aard en omvang van de te verrichten taken; de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie; een redelijke toeslag voor overheadkosten;
een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en
werkoverleg; kosten voor bijscholing van het personeel. Om een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel
2.6.4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 te verzekeren en de eisen die gesteld worden aan de a. b. 3.
a.
“92909 5
b.
kwaliteit van de dienst stelt het college vast:
een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan
overeenkomst met derde; of
een reële prijs die geldt als ondergrens voor: 1°. een inschrijving en het aangaan overeenkomst met de derde, en 2° de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast:
overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de
beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onder c, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, en rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: de kosten van de beroepskracht; redelijke overheadkosten; kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; reis en opleidingskosten;
indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; en overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen.
HOOFDSTUK 5 PERSOONSGEBONDEN BUDGET(PGB) Artikel 18 Aanvraag pgb en pgb-plan
1.
2. 3.
4.
Als een cliënt in aanmerking komt voor een voorziening en de ondersteuning of jeugdhulp zelf wil inkopen met een pgb moet de cliënt, naast de toetsing aan de wettelijke vereisten, ook een pgb-plan invullen gebaseerd op het
verslag bedoeld in artikel 7.
De verplichting om een pgb-plan in te vullen op grond van het eerste lid, geldt niet voor hulpmiddelen en
woningaanpassingen. Hiervoor wordt gewerkt met offertes en facturatie via de gemeente.
De budgethouder of de budgetbeheerder levert een pgb-plan aan in het door het college vastgestelde en
verstrekte format. Dit format wordt vastgesteld in samenspraak met de GASD en ervaringsdeskundigen, en na een jaar geëvalueerd met deze zelfde partijen. Als er sprake is van vertegenwoordiging van de cliënt voor het pgb wordt er in het pgb-plan, als bedoeld in het eerste lid, beschreven wie de cliënt heeft gemachtigd als vertegenwoordiger om zijn belangen als het gaat om het
pgb te behartigen. Artikel 19 Beoordeling pgb-aanvraag 1. Het college beoordeelt de aanvraag van een pgb aan de hand van het pgb-plan, bedoeld in artikel 18, eerste lid. 2. Een aanvraag voor een pgb kan worden geweigerd indien:
a.
de inwoner geen pgb-plan aanlevert;
c.
de inwoner of vertegenwoordiger niet beschikt over de kennis en vaardigheden die nodig zijn om een pgb
d.
er sprake is van, na hoor en wederhoor te hebben toegepast, aantoonbaar en intentioneel begane fraude door de inwoner of vertegenwoordiger in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag;
b.
de inwoner niet voldoet aan de gestelde voorwaarden in artikel 18, derde lid en artikel 2.3.6, tweede lid, van de Wmo 2015 en artikel 8.1.1, tweede lid, van de Jeugdwet;
goed te beheren;
pagina 7
Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023
e.
f. g. 3.
4.
5.
de vertegenwoordiger ook de uitvoerder van de ondersteuning is, of op een andere manier betrokken is bij de uitvoerende organisatie, bijvoorbeeld als directeur of bestuurder; er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, zoals bedoeld in artikel 2.3.3 van de Wmo 2015; de inwoner of diens vertegenwoordiger een bespreking van pgb-plan weigert of zonder geldige reden niet
verschijnt bij gesprek; h. de ondersteuning die de inwoner wil inkopen niet voldoet aan de bij het pgb-plan behorende kwaliteitseisen. Een pgb voor Jeugdhulp wordt verstrekt als wordt voldaan aan de eisen zoals opgenomen in artikel 8.1.1, tweede lid, van de Jeugdwet. Het gaat om de volgende eisen:
a.
jeugdige en diens ouders zijn naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn
b.
jeugdige en diens ouders zich gemotiveerd op het standpuntstellen dat die het gecontracteerde aanbod niet
c.
gewaarborgd is dat de jeugdhulp van goede kwaliteit is.
vertegenwoordiger, in staat de aan een pgb verbonden taken op een verantwoorde manier uit te voeren; passend acht; en
Een pgb voor maatschappelijke ondersteuning wordt verstrekt als wordt voldaan aan de eisen zoals opgenomen
in artikel 2.3.6, tweede lid, van de Wmo 2015. Het gaat om de volgende eisen: a. een inwoner is naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat de aan een pgb verbonden taken op een verantwoorde manier uit te voeren; b. een jeugdige zich gemotiveerd op het standpuntstelt dat hij de maatwerkvoorziening als pgb geleverd wenst c.
te krijgen; en naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht is.
Het college kan nadere regels stellen over de invulling van dit artikel.
Artikel 20 Voorwaarden inkopen ondersteuning uit sociaal netwerk 1.
=oasop
2.
Een pgb voor jeugdhulp of maatschappelijke ondersteuning kan alleen uitgevoerd worden door een persoon die
behoort tot het sociale netwerk (informele ondersteuning) als gemotiveerd kan worden dat de inzet van het sociale netwerk tot minimaal gelijkwaardig of aantoonbaarbetere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is. Op grond van voornoemd kader kan een pgb voor jeugdhulp worden verstrekt in de volgende situaties:
3.
de ondersteuning vooraf niet goed in te plannen is;
op ongebruikelijke momenten geboden dient te worden; op veel korte momenten per dag nodig is; op verschillende locaties geleverd dient te worden; of 24 uur per dag en op afroep beschikbaar moet zijn;
het leidt bij aangeboden jeugdhulp niet tot voor de jeugdige onveilige situaties; en g. de aangeboden jeugdhulp is geen GGZ-zorg, spoedeisende jeugdhulp of pleegzorg. Indien nodig kan door het college ter uitvoering van het eerste en tweede lid, advies gevraagd worden aan een
(externe) deskundige.
4. Het college kan nadere regels opstellen over de invulling van dit artikel. Artikel 21 Hoogte van een pgb 1.
De hoogte van een pgb: a. wordt bepaald aan de hand van het pgb-plan in combinatie met het persoonlijk gesprek met de cliënt; b. is gebaseerd op de frequentie, de kwaliteit en professionaliteit van de in te zetten vorm van ondersteuning. Er
c.
d. e. 2.
wordt rekening gehouden met een verschil tussen formele en informele ondersteuning;
is niet meer dan de kostprijs van de in de desbetreffende situatie goedkoopst en meest adequate en
passende voorziening in natura; is toereikend voor de inkoop of aanschaf van veilige, doeltreffende en kwalitatief goede voorzieningen en wordt als nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering; is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie en verzekeringen.
De hoogte van een pgb voor ondersteuning die geboden gaat worden door zorgorganisaties en ZZP-ers bedraagt
a. b.
100% van het laagst toepasselijke tarief dat voor een dergelijke dienst zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder als de dienst wordt uitgevoerd door een zorgorganisatie; 80% van het laagst toepasselijke tarief dat voor een dergelijke dienst wordt gehanteerd door een door de
gemeente gecontracteerde aanbieder als de dienst wordt uitgevoerd door een ZZP-er.
pagina 8
Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 3. De hoogte van een pgb voor ondersteuning die geboden gaat worden door een persoon die informele ondersteuning biedt, wordt vastgesteld op basis van de volgende uitgangspunten: a.
deze persoon hanteert een tarief dat:
1°. voor hulp bij het huishouden (maatschappelijke ondersteuning) gelijk is aan het uurloon van de hoogste
periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren;
b.
c. 4.
2°. voor begeleiding (maatschappelijke ondersteuning) gelijk is aan het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) van de voorde betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren; 3°. voor jeugdhulp maximaal 200% van het wettelijke minimumloon bedraagt;
tussenpersonen of belangenbehartigers worden niet uit het pgb betaald;
de zorg aan de belanghebbende mag niet tot overbelasting leiden van deze persoon die informele ondersteuning biedt de informele hulpverlener. Het pgb mag alleen worden gebruikt voor de kosten van het leveren van ondersteuning. Het pgb mag niet worden gebruikt voor het betalen van een vertegenwoordiger.
Artikel 22 Opschorting betaling uit het pgb 1. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste 13 weken als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 dan wel artikel 8.1.4, eerste lid, onder a, d of e‚ van de
2. 3. 4.
Jeugdwet. Hetcollege kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder f‚ van deze verordening. Het college stelt de persoon aan wie het pgb is verstrekt schriftelijk op de hoogte van een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid. Het college kan nadere regels stellen omtrent het opschorten van de betaling uit het persoonsgebonden budget.
HOOFDSTUK 6 BIJDRAGE IN DE KOSTEN VOOR MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING Artikel 23 Bijdrage in de kosten voor maatschappelijke ondersteuning 1.
a. b. c. 2.
Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang:
de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt, of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, of het koopbedrag van een middels een pgb verstrekte voorziening niet is voldaan. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor: a. een woonvoorziening voor een minderjarige cliënt;
een rolstoelvoorziening; een financiële maatwerkvoorziening als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder i, van deze verordening; en collectief vervoer in de vorm van een regiotaxipas als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder k, van deze verordening.
3.
De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura wordt bepaald:
as
b. c. d.
De kostprijs van pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.
6.
a. b. c.
door een aanbesteding, na een consultatie in de markt, of in overleg met de aanbieder.
De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, of het totaal aan bijdragen, is
gelijk aan de kostprijs tot aan ten hoogste de in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 genoemde bijdrage per maand voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere eigen bijdrage is verschuldigd. Mantelzorgers betalen voor de hulp bij het huishouden voor mantelzorgers een tarief met korting aan de aanbieder.
Artikel 24 Bijdrage in de kosten voor beschermd wonenen opvang 1. De hoogte van de bijdrage in de kosten voor beschermd wonen wordt vastgesteld op grond van paragraaf 3 van hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. pagina 9
Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 2.
3. 4. 5. 6.
De bijdrage in de kosten voor opvang wordt vastgesteld op grond van artikel 3.20, eerste lid, van het
Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. In afwijking van het tweedelid betalen cliënten in de eerste maand van de opvang geen bijdrage in de kosten, tenzij er sprake is van doorlopend inkomen. In afwijking van het tweede lid betalen cliënten geen bijdrage in de kosten voor opvang alszij doorlopende huurlasten hebben van een woning die zij hebben verlaten vanwege risico’s in verband met huiselijk geweld. De instellingen die een bijdrage in de kosten voor opvang innen zijn het Leger des Heils, Kwintes: Opvang en Begeleiding na Huiselijk Geweld Midden-Holland en De Reling. De in het vijfde lid genoemde instellingen bepalen per opvangvorm de hoogte van het te innen bedrag, rekening houdend met het tweede, derde en vierde lid.
HOOFDSTUK 7 WIJZIGINGEN Artikel 25 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering
1.
Zoals beschreven in artikel 2.3.8 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en in artikel 8.1.2 van de Jeugdwet doet een cliënt op verzoek of direct uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot
2.
heroverweging van een beslissing over het recht op een voorziening. Zoals beschreven in artikel 2.3.10 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en in artikel 8.1.4 van de Jeugdwet kan het college een besluit genomen op grond van deze verordening herzien of intrekken als het
college vaststelt dat: a. de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid; b. de cliënt niet langer op de voorziening of het pgb is aangewezen; c. de voorziening of het pgb-budget niet meer toereikend is te achten; d. de cliënt niet voldoet aan de voorwaarden van de voorziening of het pgb; e. de cliënt de voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor het is bestemd; of
f. de cliënt langer dan 6 weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet. 3. Als het college een besluit op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college de geldwaarde vorderen van de ten 4. 5.
onrechte genoten voorziening of het ten onrechte genoten pgb.
Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen 6 maanden na uitbetaling niet is gebruikt voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Het college kan nadere regels bepalen voor het herzien, intrekken of terugvorderen van voorzieningen.
HOOFDSTUK 8 TOEZICHT EN HANDHAVING Artikel 26 Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en pgb’s Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan. Artikel 27 Aanwijzen toezichthouder 1. Het college kan personen aanwijzen die belast zijn met het toezicht op de naleving van watin of volgens de Jeugdwet is bepaald. 2. Het college kan personen aanwijzen die belast zijn met het toezicht op de naleving van wat in of volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is bepaald.
HOOFDSTUK 9 WAARDERING MANTELZORGERS Artikel 28 Jaarlijkse waardering mantelzorgers
1. Geregistreerde mantelzorgers van cliënten in de gemeente komen ambtshalve door het college in aanmerking voor het ontvangen van een jaarlijkse blijk van waardering. 2. Het college erkent, waardeert en ondersteunt mantelzorger door middel van: a. het beschikbaar stellen van een jaarlijkse attentie;
b. het bekostigen van bijeenkomsten waarin mantelzorgers worden gewaardeerd en erkend; c. het bieden van praktische ondersteuning bestaande uit in ieder geval hulp bij het huishouden voor maximaal 78 uur per kalenderjaar.
pagina 10
Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023
HOOFDSTUK 10 KLACHTEN EN MEDEZEGGENSCHAP BIJ AANBIEDERS VAN MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING EN JEUGDHULP
Artikel 29 Klachtregeling bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp
1.
Aanbieders die maatschappelijke ondersteuning verlenen, beschikken over een regeling voor de afhandeling van
2.
Voor zorgaanbieders en gecertificeerde instellingen is het klachtrecht als bedoeld in 8 4.2.a. van de Jeugdwet van
3.
Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.
klachten van cliënten ten aanzien van maatwerkvoorzieningen.
toepassing.
Artikel 30 Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp
1.
2.
Aanbieders moeten beschikken over een regeling voor medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten die voor de gebruikers van belang zijn ten aanzien van maatwerkvoorzieningen. Voor zorgaanbieders en gecertificeerde instellingen zijn de regels voor medezeggenschap als bedoeld in 8 4.2.b. van de Jeugdwet van toepassing.
HOOFDSTUK 11 SLOTBEPALINGEN Artikel 31 Intrekking De Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020 wordt ingetrokken. Artikel 32 Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden: 1.
Het college kan artikel 5 tot en met artikel 25 van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken
voor zover toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2.
In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.
Artikel 33 Overgangsrecht 1. Besluiten op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020 worden aangemerkt als besluiten op grond van deze verordening. 2. Aanvragen die zijn ingediend voor inwerkingtreding van deze verordening en waarop nog niet is beslist bij de inwerkingtreding van deze verordening, worden afgehandeld volgens deze verordening. 3. Op bezwaar- en beroepschriften gericht tegen een besluit genomen op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020, wordt beslist met inachtneming van deze verordening.
Artikel 34 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2024. Artikel 35 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023’.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 13 december 2023. De raad van de gemeente voornoemd,
D/
griffier
voorzitter
dd,
/
/ oa
7 F
va Saa
#
2 mr. rs. E.J. Karman-Moerman /
Sot drs. P. Verhoeve f pagina 11 i
Toelichting Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 ALGEMENE TOELICHTING De gemeente is wettelijk verplicht om inwoners onder bepaalde omstandigheden te ondersteunen bij hun
maatschappelijke zelfredzaamheid en/of participatie. Dit geldt voor jeugdigen en hun gezinnen, en voor volwassenen. Dit
is aan de orde als inwoners op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg, met hulp van het sociale netwerk of
door gebruik te maken van algemene voorzieningen onvoldoende zelfredzaam zijn, onvoldoende kunnen participeren of
als er sprake is van risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld.
In deze verordening staan regels voor de invulling van de ondersteuningsplicht. De regels zijn een lokale vertaling van het landelijke wettelijke kader en omschrijven de manier waarop de gemeente de verantwoordelijkheid voor de toeleiding naar en inzet van passende en kwalitatief goede ondersteuning vormgeeft. In de opbouw van de Verordening volgen we de route van de inwoner richting een voorziening: Toegang
e
Melding/gesprek/aanvraag Toets Toewijzingscriteria en wijzigingsgronden Betrekkingsvorm (ZIN of pgb) Kwaliteitscriteria Bijdrage in de kosten Wijzigingen Toezicht en handhaving Mantelzorgondersteuning Klachten
Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen Algemeen gebruikelijke voorziening
De gemeente hoeft geen voorzieningen te verstrekken waarover de cliënt ook kan beschikken als de cliënt geen
beperkingen heeft (zie o.a. CRvB 03-07-2001, nr. 00/764 WVG, CRvB 16-04-2008, nr. 06/4668 WVG, CRvB 14-07-
2010, nr. 09/562 WVG en Rechtbank Arnhem 16-08-2012, nr. AWB 11/5564).
Het college moet steeds onderzoeken of een voorziening ook algemeen gebruikelijk is voor de cliënt (zie CRvB 17-11-
2009, nr. 08/3352 Wmo). De beoordeling of er sprake is van een algemeen gebruikelijke voorziening beantwoordt de
vraag of de cliënt ook over de voorziening zou (hebben kunnen) beschikken als hij geen beperkingen had gehad. De volgende criteria kunnen een rol spelen bij die beoordeling: e Is de voorziening regulier te koop? e Is de prijs van de voorziening vergelijkbaar met soortgelijke producten die algemeen gebruikelijk worden geacht? e
e
Is de voorziening specifiek voor personen met een beperking ontworpen?
Kan de voorziening financieel worden gedragen met een inkomen op minimumniveau?
Algemene voorziening
De Jeugdwet spreekt in artikel 2.9, onderdeel a van ‘overige voorziening’. In de wettelijke teksten wordt net als in de praktijk ook over algemene of vrij toegankelijke voorzieningen gesproken. Omdat‘algemene voorziening’ de meest gangbare term is, is deze overgenomen in de verordening. Dit sluit ook aan bij de terminologie van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Kenmerkend voor een algemene voorziening is dat het gaat om een vrij toegankelijke voorziening. Dat wil zeggen: zonder dat eerst een diepgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers heeft plaatsgevonden. De diensten, activiteiten of zaken kunnen toegankelijk zijn voor specifieke groepen of soms ook
voor de gehele bevolking.
Eigen regie In de verordening komt het begrip eigen regie een aantal keer naar voren. De gemeente Gouda ondersteunt haar inwoners in het voeren van eigen regie. Hierdoor worden inwoners in staat gesteld hun talenten en netwerk in te zetten en vinden ze duurzame oplossingen die passen bij hun leefwereld:
pagina 12
e e e
De aard en omvang van de voorzieningen en de gekozen oplossingen worden zoveel mogelijk samen met de inwoner bepaald, op basis van individuele omstandigheden, voorkeuren en de mogelijkheden binnen de wettelijke kaders. De inwoner kan ook een familiegroepsplan (jeugdhulp) of persoonlijk plan (W/mo) indienen. Als wordt vastgesteld dat inwoners in aanmerking komen voor indicatie voor een individuele voorziening in het kader van Jeugdhulp of voor maatwerk in het kader van de Wmo, hebben zij de keuze uit een aanbod van zorg in natura waarin de gemeente via inkoop voorziet. Als dit aanbod niet aansluit bij hun ondersteuningsbehoefte,
kunnen inwoners ook kiezen voor een pgb. Met behulp daarvan kunnen zij hun eigen ondersteuningspalet
samenstellen en organiseren. Voorziening
Om het verschil duidelijk te maken tussen voorzieningen waarvoor de gemeente een beschikking afgeeft in het kader van de Jeugdwet of in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, wordt in deze verordening een voorziening in het kader van de Jeugdwet ‘individuele voorziening’ genoemd en voorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 ‘maatwerkvoorziening’. Artikel 2 Toegang algemene voorziening
Om van een algemene voorziening gebruik te kunnen maken, is geen uitgebreid onderzoek naar de persoonskenmerken
en behoeften van de aanvrager noodzakelijk. Een formele beslissing (beschikking) van de gemeente is niet nodig. De aanvrager die tot de doelgroep van de voorziening behoort, kan er meestal meteen gebruik van maken. De ‘beperkte toegangsbeoordeling’ waar het artikel over spreekt, zorgt ervoor dat bepaalde algemene voorzieningen
voor een bepaalde doelgroep beschikbaar zijn. Het betreft hier bijvoorbeeld schoolmaatschappelijk werk als vorm van kortdurende ondersteuning, dat toegankelijk is voor leerlingen die onderwijs volgen op een Goudse school. Sluit de algemene voorziening onvoldoende aan bij de hulpvraag- of niet voldoende ondersteuning met een algemene
voorziening, dan kan deze de hulpvraag melden en als dat gewenst is een voorziening aanvragen.
Artikel 3 Beschikbare algemene en individuele voorzieningen en maatwerkvoorzieningen De gemeente stelt regels aan de individuele-, maatwerk- en algemene jeugdhulpvoorzieningen die zij verleent (artikel 2.9, onderdeel a, van de Jeugdwet). De inwoner heeft recht op een duidelijk beeld van het aanbod van voorzieningen binnen de gemeente (Kamerstukken Il 2012/13, 33 684, nr. 3). Dit artikel toont de algemene-, maatwerk en individuele voorzieningen die in ieder geval beschikbaarzijn binnen de gemeente Gouda. Van de genoemde algemene voorzieningen hebben de voorzieningen van kortdurende ondersteuning, participatie in de
buurt en vervoersvoorzieningen betrekking op algemene voorzieningen voor maatschappelijke ondersteuning. Het jeugdvervoer vindt plaats op grond van artikel 2.3 van de Jeugdwet
Dit artikel toont de minimaal mogelijke vormen van individuele voorzieningen zoals bedoeld in de Jeugdwet binnen de gemeente Gouda: a) Hoogspecialistische jeugdhulp: Integrale en/of (zeer) intensieve ambulante jeugdhulp en verblijfsvoorzieningen met behandeling. De hulp is gericht op stabiliseren (geen crisis) en behandelen en wordt meestaltijdelijk ingezet, waarna afschaling naar andere zorgvormen (zoals behandeling specialistisch, begeleiding en/of wonen) b)
c)
d)
volgt. Jeugdbescherming/jeugdreclassering: Jeugdigen die via de Rechterlijke Macht (civielrechtelijk of strafrechtelijk)
een maatregel (Onder Toezicht Stelling, Voogdij of Jeugdreclassering) opgelegd hebben gekregen en daarbij worden begeleid door een Gecertificeerde Instelling. Crisis: Crisis betreft de ongeplande hulp aan alle jeugdigen en/of gezinnen, die te maken krijgen met een urgente situatie, die direct en 24/7 beschikbaar en bereikbaar is. De situatie is (levens)bedreigend en urgent. De crisishulp is kortdurend en kan bestaan uit intensieve begeleiding in de thuissituatie, tijdelijk verblijf in het eigen netwerk of pleeggezin (crisispleegzorg) of crisisopvang/opname in een instelling. JeugdzorgPlus: vorm van gesloten jeugdhulp, die wordt opgelegd door de kinderrechter. De zorg bestaat uit
verblijf en intensieve (groeps-) behandeling. Daarbij wordt ook onderwijs (extern) georganiseerd, passend bij het leerniveau. e) Behandeling: Er wordt ambulante en/of poliklinische hulp geboden, gericht op het verbeteren van, het ondersteunen bij en het leren omgaan metsituaties en/of specifiek gedrag, die de ontwikkeling en het opgroeien van jeugdigen bedreigen. De geboden ondersteuning varieert van lichte, enkelvoudige ondersteuning tot aan specialistische intensieve ondersteuning en combinaties hiervan. Ook meervoudig complexe situaties komen voor in dit segment.
pagina 13
f)
Begeleiding: Begeleiding wordt ingezet om onze inwoners (jeugdigen en volwassenen) te ondersteunen met het
vergroten zelfredzaamheid, groeien naar zelfstandigheid, leren omgaan met de situatie/problematiek, participatie
in de samenleving en stabiliseren van de situatie. De individuele doelen worden gemonitord en geëvalueerd.
Wonen: Alternatieve passende structurele woonvormen (gezinshuizen, pleegzorg etc.), die zo lang als nodig als thuis fungeren, worden ingezet voor jeugdigen, die geen veilige of passende thuissituatie kennen. Dagbesteding: Dagbesteding bestaat uit een groepsaanbod van activiteiten. Deze kunnen gericht zijn op het
ontlasten van de thuissituatie (respijtzorg), het bieden van een zinvolle invulling van de dag of op ontwikkeling en het bevorderen van deelname aan de maatschappij. Logeren: Logeren wordt gebruikt om het gezin, de mantelzorger/verzorger te ontlasten en is een vorm van respijtzorg. Ernstige dyslexiezorg; Bij dyslexiezorg gaat het om kinderen die ernstige problemen hebben met lezen en
spellen. Dit heet Ernstige Dyslexie (ED). De behandeling richt zich op het verminderen van die problemen.
Vervoer naar jeugdhulplocatie: Voorzieningen op het gebied van jeugdhulp omvatten, voor zover naar het
oordeel van het college noodzakelijk in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid, eveneens het vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden. De vorm waarin het vervoer naar de locatie bij jeugdhulp aangeboden wordt, is afhankelijk van de specifieke situatie van de cliënt.
Hetartikel toont ook de minimaal mogelijke vormen maatwerkvoorzieningen overeenkomstig de Wet maatschappelijke
ondersteuning 2015 binnen de gemeente Gouda: a.
b.
Hulp bij het huishouden: hulp waarbij (een deel van) de huishoudelijke taken worden overgenomen door een
professionele hulp.
Begeleiding: Begeleiding wordt ingezet om onze inwoners (jeugdigen en volwassenen) te ondersteunen met het
vergroten zelfredzaamheid, groeien naar zelfstandigheid, leren omgaan met de situatie/problematiek, participatie
in de samenleving en stabiliseren van de situatie. De individuele doelen worden gemonitord en geëvalueerd. Dagbesteding: Dagbesteding bestaat uit een groepsaanbod van activiteiten. Deze kunnen gericht zijn op het ontlasten van de thuissituatie (respijtzorg), het bieden van een zinvolle invulling van de dag of op ontwikkeling en het bevorderen van deelname aan de maatschappij.
Vervoer naar dagbesteding: Een indicatie dagbesteding omvat voor zover dat naar het oordeel van het college noodzakelijk is in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid, eveneens het vervoer van een cliënt van en naar de locatie waar de dagbesteding wordt geboden. De vorm waarin het vervoer naar de locatie bij dagbesteding aangeboden wordt, is afhankelijk van de specifieke situatie van de cliënt. Logeeropvang en verblijf: logeeropvang of kortdurend verblijf wordt ingezet al respijtzorg om de mantelzorgerte ontlasten. Hulpmiddelen zijn een verzameling van de volgende voorzieningen: vervoersvoorzieningen, rolstoelvoorzieningen en woonvoorzieningen. Vervoersvoorzieningen die onder de hulpmiddelen vallen zijn:
scootmobielen, aangepaste fietsen en aangepaste scooters. De verschillende rolstoelvoorzieningenzijn:
handbewogen rolstoelen, elektrische rolstoelen en aangepaste buggy's voor kinderen. De woonvoorzieningen
die onder hulpmiddelen vallen zijn middelen waarvoor geen woningaanpassing nodig is, dus onder andere: verrijdbare tilliften, douchestoelen en toiletstoelen. Woonvoorzieningen: vallen uiteen in bouwkundige woningaanpassingen (waarondertrapliften, niet reguliere wandbeugels, plafondtilliften, een aanbouw, het verwijderen van een bad en creëren van een inloopdouche, drempelhulpen) en niet bouwkundige woningaanpassingen (waaronderverrijdbare tilliften, douchestoelen en toiletstoelen).
Rolstoelvoorzieningen: handbewogen rolstoelen, elektrische rolstoelen en aangepaste buggy's voor kinderen.
Vervoersvoorzieningen: vallen uiteen in hulpmiddelen (scootmobielen, aangepaste fietsen en aangepaste
scooters) en het collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV). Financiële maatwerkvoorzieningen: voorzieningen die bijdragen aan de zelfredzaamheid en participatie van inwoners, maar waarbij de financiële tegemoetkoming niet noodzakelijk kostendekkend hoeft te zijn. Voor de volgende kosten is een financiële maatwerkvoorziening mogelijk: -_ Verhuis- en inrichtingskosten: Deze voorziening wordt verstrekt als cliënt medisch gezien in staat is te verhuizen en de kosten van de woningaanpassingen boven het maximaal te verstrekken verhuis- en
-
herinrichtingskostenbudget komen.
Aanschaf en onderhoud sportvoorziening: Inwoners die vanwege hun beperking belemmerd worden in
hun mogelijkheden om te sporten en daarom een voorziening nodig hebben, kunnen hiervoor een
financiële tegemoetkoming aanvragen bij de gemeente.
pagina 14
Vervoersvoorziening voor het gebruik van een eigen auto of een bruikleenauto: dit is een tegemoetkoming voor de kosten die gemaakt worden bij het aanpassen van de eigen auto of voor het
k. |
gebruik van een eigen auto of bruikleenauto als een inwoner daar gebruik van maakt in plaats van voorliggende voorzieningen. Gewoon Thuis: vorm van intensieve begeleiding die gelijkwaardig is aan een beschermende woonomgeving, maar dan thuis. Cliënten kunnen hierbij 24 uur per dag een beroep doen op begeleiding, maar wonen zelfstandig. __Beschut wonen: Een geclusterde woonvorm met een gemeenschappelijke ruimte, waar begeleiding door de
weeks op vaste momenten aanwezig is en daarbuiten 24-uurs bereikbaar en indien nodig op afroep langs komt. De doelgroep kan (nog) niet zelfstandig wonen, maar wel zelf aangeven wanneer hulp nodig is en deze
hulpvraag uitstellen. Beschut wonen is bedoeld voor bewoners die uitstromen uit beschermd wonen, maatschappelijke opvang en verblijfszorg jeugdzorg én om instroom te voorkomen. Bij beschut wonen is het uitgangspunt scheiden van wonen en zorg. Dit betekent dat de inwonerin principe zelf zijn huur betaalt en zelf
een huurcontract heeft met de verhuurder of de zorgorganisatie. m. Beschermd wonen: woonvorm waarbij de cliënt permanent toezicht nodig heeft. De doelgroep is kwetsbaar met risico op verwaarlozing en overlast en kan een gevaar vormen voor zichzelf en voor anderen. Doel van deze manier van wonen is de doorstroom naar (beschut) zelfstandig wonen. Alle kosten worden vergoed en via het n.
o. p.
CAK wordt een eigen bijdrage berekend.
Maatschappelijke opvang: onderdak en begeleiding voor mensen die dak- of thuisloos zijn en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Hieronder vallen crisisopvang (alleenstaande
volwassenen), herstart (alleenstaande volwassenen), herstart gezinnen, crisisopvang jongeren en reguliere opvang jongeren. Vrouwenopvang: 24-uurs opvang voor vrouwen met of zonder kinderen die te maken hebben met huiselijk geweld. Jongeren onder Dak: traject voor dak- en thuisloze jongeren (18 tot en met 23 jaar) in Midden-Holland. Door begeleiding en ondersteuning aan de jongeren wordt gestreefd naar vergroting van de persoonlijke mogelijkheden en groei naar zelfstandigheid.
HOOFDSTUK 2 PROCEDUREREGELS TEN BEHOEVE VAN INDIVIDUELE VOORZIENINGEN EN MAATWERKVOORZIENINGEN Artikel 4 Zorgplicht college voor integrale toegang en intake Lid 1 De verschillende wetten in het sociaal domein, voorzien niet in een wettelijke basis voor een gelijke, integrale en domein brede uitvoering en procedure. Om zoveel mogelijk integraal te werken, heeft het college de plicht te zorgen voor een
integrale toegang en intake.
Deintegrale intake moet onderscheiden worden van de gesprekken die gevoerd worden voor het onderzoek dat uitgevoerd wordt als er een ondersteuningsbehoefte blijkt te zijn en duidelijk is binnen welk domein in de eerste plaats
een oplossing gevonden kan worden.
Het college moet bepalen hoe het de zorgplicht invult. In ieder geval moet bereikt worden dat inwoners eenvoudig bij de gemeente aan kunnen kloppen voor informatie en hulp bij het verhelderen van hun mogelijke vraag. Als de vraag duidelijk is, worden inwoners doorgeleid naar de passende organisatie en de juiste wettelijke kaders voor de verdere ondersteuning.
Artikel 5 Aanvraag Jeugdhulp en gesprek
Toeleiding naarjeugdhulp
lemand toegang geven tot jeugdhulp kan op verschillende manieren, namelijk: e via de gemeente;
e e e
na verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts; via de gecertificeerde instellingen, rechter, OM of justitiële jeugdinrichting (JJI); via Veilig Thuis.
pagina 15
Toegang jeugdhulp via de gemeentelijke toegang
Een hulpvraag van een jeugdige of diens ouders kan binnenkomen bij de gemeente. De gemeente beslist welke zorg een jeugdige of diens ouders precies nodig hebben, in overleg met die jeugdige en diens ouders. In een gesprek tussen een deskundige van de gemeente en de jeugdige en diens ouders wordt gekeken wat de jeugdige en zijn ouders zelf of met behulp van hun netwerk kunnen doen aan het probleem. Als aanvullend daarop een jeugdhulpvoorziening nodig is,
kijkt de gemeente eerst of dit een algemene voorziening of een individuele voorziening is. Is het laatste geval geeft het
college een beschikking af en schakelt de noodzakelijke jeugdhulp in. Aanvraag en gesprek
Aanvraag Een jeugdige en diens ouders kunnen een hulpvraag schriftelijk indienen bij het college. Hiervoor wordt in ieder geval een door het college vastgesteld format beschikbaar gesteld op de website van de gemeente
Eigen regie Bij het doen van een melding en in het onderzoek daarna staat de eigen regie van de jongere en diens ouders centraal. Eigen regie is het vormgeven aan de autonomie van de jeugdige; deze mag keuzes maken op grond van wathij denkt, voelt en wil. De eigen regie wordt gestimuleerd door het college op de volgende manieren: 1.