Geamendeerd RB Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2023 BVR 13.12.2023
Tekst van het document
;
* Gemeente
* ; Gouda
Geamendeerd
besluit van de
gemeenteraad dossiernummer
7278
onderwerp
Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2023
De raad van de gemeente Gouda; gelezen het voorstel van 27 juni 2023,
besluit: 1.
De Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 vastte stellen.
2.
Besluit om de volgende wijzigingen te maken in Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023;
Wijzigt Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 pagina 8 Hoofdstuk 5 artikel 19 lid 2 onder d. “er sprake is van aantoonbaar begane fraude door de inwoner of vertegenwoordiger in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag;” als volgt:
“er sprake is van, na hoor en wederhoorte hebben toegepast, aantoonbaar en intentioneel begane fraude door de inwoner of vertegenwoordigerin de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag;”
Wijzigt de toelichting op pagina 25 van de Verordening maatschappelijke opvang Jeugdhulp
Hoofdstuk 5 artikel 19 lid 2 onderd. “als er sprake is van aantoonbare fraude in de afgelopen vierjaar voorafgaand aan de aanvraag, wordt er geen PGB verstrekt” als volgt:
“als er in de afgelopen vier jaar voorafgaand aan de aanvraag sprake is geweest van aantoonbare fraude waarbij het, na hoor en werderhoor te hebben toegepast, ook aantoonbaar de intentie was om te frauderen, wordt er geen PGB verstrekt;”
3.
Wijzigt Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 als volgt: Artikel 18, derde lid komtte luiden: “De budgethouder of de budgetbeheerderlevert een pgb-plan aan in het door het college vastgestelde en verstrekte format. Dit format wordt vastgesteld in samenspraak met de GASD en ervaringsdeskundigen, en na een jaar geëvalueerd met deze zelfde partijen.”
Wijzigt de toelichting op de verordening onder Hoofdstuk 5 artikel 18:”Als een cliënt in aanmerking wil komen voor een pgb, moet hij een pgb-plan opstellen. In lid 3 van deze bepaling is aangegeven welke onderdelen in ieder geval opgenomen moeten zijn in dat plan. Bijna alle onderdelen staan in
de wet. In de Jeugdwet noemtin artikel 8.1.1 en de Wmo 2015 artikel 2.3.6 staat namelijk een aantal criteria om in aanmerking te kunnen komen voor een pgb. Deze criteria komen terug in het pgb-plan en het college kan op deze manier toetsen of aan de wettelijke voorwaarden wordt voldaan. als volgt: “Als een cliënt in aanmerking wil komen voor een pgb, moetde cliënt een pgb-plan
opstellen. In lid 3 van deze bepaling staat aangegeven dat het format voor dit pgb-plan wordt vastgesteld door het college, na afstemming met de GASD en ervaringsdeskundigen. Het streven
Gouda.nl
van deze afstemming is om consensuste bereiken over de inhoud van het pgb-plan. De inhoud van dit format wordt na een jaar met dezelfde partijen geëvalueerd. Het pgb-plan heeft tot doel om te kunnen toetsen of er aan wettelijke voorwaarden wordt voldaan en is in praktische zin uitvoerbaar. Tevens wordt er recht gedaan aan de eigen regie van de aanvrager. 4.
Wijzigt artikel 21 lid 3 (Hoogte van een pgb) van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 overeenkomstig de uitspraken van de CRvB te wijzigen, waardoor artikel 21 komt te luiden:
Artikel 21 Hoogte van een pgb 1.
De hoogte van een pgb: a. wordt bepaald aan de hand van het pgb-plan in combinatie met het persoonlijk gesprek met
b. c. d.
2.
de cliënt; is gebaseerd op de frequentie, de kwaliteit en professionaliteit van de in te zetten vorm van
ondersteuning. Er wordt rekening gehouden met een verschil tussen formele en informele
ondersteuning; is niet meer dan de kostprijs van de in de desbetreffende situatie goedkoopst en meest
adequate en passende voorziening in natura; is toereikend voor de inkoop of aanschaf van veilige, doeltreffende en kwalitatief goede
voorzieningen en wordt als nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering; e. is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie en verzekeringen. De hoogte van een pgb voor ondersteuning die geboden gaat worden door zorgorganisaties en ZZP-ers bedraagt a. 100% van het laagst toepasselijke tarief dat voor een dergelijke dienst zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder als de dienst wordt
b. 3.
uitgevoerd door een zorgorganisatie; 80% van het laagst toepasselijke tarief dat voor een dergelijke dienst wordt gehanteerd door
een door de gemeente gecontracteerde aanbieder als de dienst wordt uitgevoerd door een
ZZP-er. De hoogte van een pgb voor ondersteuning die geboden gaat worden door een persoon die informele ondersteuning biedt, wordt vastgesteld op basis van de volgende uitgangspunten:
a.
deze persoon hanteert een tarief dat: 1°. voor hulp bij het huishouden (maatschappelijke ondersteuning) gelijk is aan het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende
periode geldende cao VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren; 2°. voor begeleiding (maatschappelijke ondersteuning) gelijk is aan het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren:; b.
c. 4.
3°. voor jeugdhulp maximaal 200% van het wettelijke minimumloon bedraagt;
tussenpersonen of belangenbehartigers worden niet uit het pgb betaald;
de zorg aan de belanghebbende mag niet tot overbelasting leiden van deze persoon die informele ondersteuning biedt de informele hulpverlener. Het pgb mag alleen worden gebruikt voor de kosten van het leveren van ondersteuning. Het pgb mag niet worden gebruikt voor het betalen van een vertegenwoordiger.
De artikelsgewijzetoelichting van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 van artikel 21 komt te luiden: Artikel 21 Hoogte van een pgb In de verordening moet in ieder geval worden bepaald hoe de hoogte van een pgb wordt vastgesteld
(artikel 2.9 onderdeel c van de Jeugdwet en artikel 2.1.3 van de wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015). Het bedrag moet hoog genoeg zijn om de benodigde hulp in te kunnen kopen. Ook als de hulp geboden wordt door een informele hulpverlener. Uit de Memorie van Toelichting bij de Wmo 2015 blijkt dat er verschillende tarieven gehanteerd mogen worden voor verschillende vormen van
ondersteuning en voor verschillende typen hulpverleners.
Gouda.nl
pagina 2
Dit artikel bevat regels voor hoe de hoogte van de bedragen voor pgb's voor de voorzieningen wordt bepaald.
Lid 1
Het eerste lid geeft aan op welke manier de hoogte van het persoonsgebonden budget wordt
bepaald. De gemeente heeft voorzieningen ingekocht. De hoogte van het budget bedraagt niet meer
dan de kostprijs voor de goedkoopst adequate voorziening in natura. Toereikend betekent dat de
hoogte van het persoonsgebonden budget dusdanig is dat de cliënt ermee de vastgestelde ondersteuning daadwerkelijk kan inkopen.
Lid 2 De tariefdifferentiatie wordt in dit artikel vastgelegd. Bij een pgb voor een professionele ZZP-er wordt uitgegaan van 80% van het laagst toepasselijke tarief dat voor een dergelijke dienst wordt
gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder, aangezien rekening wordt gehouden met 20% overhead bij zorgaanbieders. Lid 3 In deze bepaling zijn de voorwaarden betreffende hettarief opgenomen waaronder maatschappelijke
ondersteuning of jeugdhulp in de vorm van een pgb kan worden betrokken van personen uit de
huiselijke kring of andere personen die niet voldoen aan de kwaliteitseisen voor informele ondersteuning, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de Regeling dienstverlening aan huis als de cliënt hulp bij huishouden zelf wil regelen. De cliënt moet daarvoor wel aan de gestelde pgbvoorwaarden voldoen. Bij het inzetten van een pgb voor informele ondersteuning, kan sprake zijn van een arbeidsovereenkomst, zorgovereenkomst of een overeenkomst van opdracht. De Centrale Raad van Beroep heeft bepaald dat gemeenten bij het vaststellen van de hoogte van
een pgb voor maatschappelijke ondersteuning door een informele hulpverlener, moeten uitgaan van de volgende tarieven: e Bij huishoudelijke hulp (maatschappelijke ondersteuning): het uurloon van de hoogste periodiek
behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren.
e Bij begeleiding (maatschappelijke ondersteuning): het uurloon van de hoogste periodiek
behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren.
De hoogte van het pgb voor maatschappelijke ondersteuning door een informele hulpverlener, wordt in het derde lid, onderdeel a, onder 1° en 2°. bepaald overeenkomstig deze uitspraak. De
hoogte van een pgb voor jeugdhulp dat geboden wordt door een informele hulpverlener, wordt in het derde lid onder a, onder 3° bepaald op basis van eentarief dat gelijk is aan het wettelijk minimumloon gekoppeld aan diens leeftijd oplopend tot maximaal 200% van het wettelijk
minimumloon.
Als het college een pgb niet wil toekennen vanwege het risico op overbelasting van de persoon
die de ondersteuning biedt, moet het college aannemelijk maken dat deze persoon daadwerkelijk
overbelast zal worden als hij de hulp gaat verlenen. Het is aan het college om het causaal
verband aannemelijk te maken; dat wil zeggen dat het voldoende onderbouwd moet zijn dat het inzetten van pgb daadwerkelijk tot overbelasting leidt. Lid 4 Deze bepaling bevat nog wat aanvullende bestedingsvoorwaarden voor een pgb. 5.
Voegt na artikel 31 een nieuw artikel in de verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 in , luidende: Artikel 31a Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden:
Gouda.nl
gaans
Het college kan artikel 5 tot en metartikel 25 van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. 6.
Wijzigt de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp onder Hoofdstuk 3 Criteria en Weigeringsgronden, bij artikel 12: Criteria voor een individuele voorziening voor Jeugdhulp, lid 4: “De voorziening als bedoeld in het vierde lid kan slechts betrekking hebben op gemaakte kosten over
een periode van maximaal 3 maanden vóór de aanvraag.”
als volgt: “De voorziening als bedoeld in het derde lid kan slechts betrekking hebben op gemaakte kosten over een periode van maximaal 3 maanden vóór de aanvraag.” Aldus besloten in de openbare vergadering van 13 december 2023. De raad van de gemeente voornoemd,
voorzitter
Trb E.J. Karman-Moerman
op Verhoeve Ee
/ /
fi
/
Gouda.nl
pagina 4