Factsheet - reactie op vragen raad GR ODMH
Tekst van het document
Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Midden-Holland 1. Een inventarisatie welke taken er door de GR worden uitgevoerd. Dat mag uiteraard kort. Met, als dat in het kader van de ambtelijke ondersteuning mogelijk is, een vermelding of de taak beleidsarm of beleidsrijk is.
Taak
Wettelijk
Gestandaardiseerd
Maatwerk*
VTH taken Milieu X VTH taken BWT X ROM advies (externe veiligheid, ecologie) X Beleidsondersteuning duurzaamheid X Natuur- en milieu educatie X Geluid (evenementen, industrie) X Bodem & archeologie X Lucht X Ondersteuning omgevingsplan X Ondersteuning luchtvaartlawaai X Ondersteuning luchtkwaliteit X Water/bodem sturend X Energietransitie incl. CO2- monitoring X Ondersteuning Westergouwe X Controles specifieke doelgroepen X Circulaire Economie X * maatwerk wordt jaarlijks besproken en vastgelegd in het jaarprogramma; deze weergave is gebaseerd op het jaarprogramma 2024 De Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) is opgericht om de wettelijke taken op het gebied van toezicht, handhaving en vergunningverlening ihkv het omgevingsrecht voor en namens de colleges uit te voeren. De ODMH is een uitvoeringsdienst en daarmee zijn de taken, per definitie, beleidsarm. De ODMH geeft uitvoering aan het vastgestelde beleid. Wel kan de ODMH advies geven over de invulling van beleid vanuit zijn expertise. In het kader van regionale eenduidigheid en/of efficiency in de uitvoering wordt er regionaal beleid voorgesteld. Dit beleid wordt, per gemeente, door het college vastgesteld. Voor zover het gaat over de VTH taken op milieugebied is het college verplicht om gezamenlijk (regionaal) met de andere colleges die deelnemer zijn in de regeling ODMH uitvoeringsbeleid vast te stellen.
In de uitvoering kan de gemeente, naast regionale prioriteiten, eigen accenten aanbrengen in lijn met het vastgestelde beleid en budget; deze worden vastgesteld met het jaarprogramma. Het vaststellen van het jaarprogramma is een college bevoegdheid.
2. Beantwoording van de vraag of de GR de ruimte bieden of er taken kunnen worden opgepakt die nog niet zijn benoemd bij de beantwoording van vraag 1. De overeenkomst met de ODMH biedt ruimte voor het uitvoeren van aanvullende taken mits deze passen bij de expertise van de ODMH of dat (in regionaal verband) afgesproken wordt dat de ODMH expertise gaat opbouwen. De wet en de statuten van de verschillende regelingen geven diverse mogelijkheden aan de Raad om vorm te geven aan haar taak om te sturen op kaders en te controleren op de uitvoering. In de regeling van de ODMH hebben 2 wethouders van Gouda zitting in het AB en 1 wethouder in het DB. Gouda levert de voorzitter van de ODMH. Sturing door de raad op de kaders wordt vorm gegeven door: - Vaststellen programmabegroting - In een enkel geval het vaststellen van voorgesteld regionaal beleid (bijv. Nota bodemkwaliteit) - Vaststellen Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht). Via deze verordening stelt de raad kwaliteitseisen aan de uitvoering van de taken op het gebied van het omgevingsrecht. Het vaststellen van het inhoudelijke beleid dat door de ODMH wordt gevolgd bij het uitvoeren van de taken is een bevoegdheid van het college. In een enkel geval stelt de raad dit beleid vast (de nota bodembeheer). Het al dan niet voorleggen van het beleid van het college aan de raad voor zienswijzen is aan de gemeente zelf.
De regeling van de ODMH bevat hier daarom alleen een algemene bepaling over. De Wet gemeenschappelijke regelingen biedt de raad een aantal sturingsmogelijkheden, zoals het instellen van een regionale gemeenschappelijke adviescommissie en het instellen van een onderzoekscommissie (recht van enquete). Deze bevoegdheden volgen direct uit de Wet en zijn daarom niet in de regeling van de ODMH opgenomen. Deze twee instrumenten worden niet gebruikt m.b.t. de regeling van de ODMH. In de regeling van de ODMH is een bepaling opgenomen over verantwoording en inlichtingen over het gevoerde beleid. Naast de – in de P&C-cyclus afgesproken verantwoording – kan de raad de ODMH altijd om informatie verzoeken. De ODMH geeft de gevraagde informatie dan mondeling of schriftelijk. Alle voor de raad relevante stukken, zijnde de besluiten van het AB, zijn te vinden op de website van de ODMH. De wet en de regeling bevatten bepalingen over in welke gevallen de raad zienswijzen kan indienen. Er wordt invulling gegeven aan deze instrumenten. Zoals hierboven al aangegeven kan de gemeente eigen accenten aanbrengen in de uitvoering door de ODMH, in lijn met het vastgestelde beleid en budget; dit kan via het jaarprogramma. De uitvoering van het jaarprogramma wordt gemonitord. Er worden op regelmatige basis tussenrapportages opgesteld. Bijsturing vanwege actuele ontwikkelingen is mogelijk.
Het college rapporteert jaarlijks over de uitvoering en het realiseren van de beleidsdoelen. Deze beleidscyclus is vastgelegd in het Omgevingsbesluit en de Nota P&C van de ODMH.
pagina 2
1. Benoeming gedelegeerden door de Raad zelf; De regeling van de ODMH is een collegeregeling; er kunnen daarom op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen geen raadsleden in het bestuur van de ODMH zitting nemen. Ook kunnen de raadsleden geen leden voor het bestuur van de ODMH benoemen of aanwijzen. Dat is aan het college. 2
Benoeming van gedelegeerden/bestuurders door het college; Artikel 6 Samenstelling 1. Het algemeen bestuur bestaat uit twee leden per deelnemer, die door en uit het eigen college worden aangewezen. 2. De colleges kunnen voor de door hen benoemde leden van het algemeen bestuur plaatsvervangende leden aanwijzen, die de door hen benoemde leden bij afwezigheid vervangen. De plaatsvervangende leden dienen deel uit te maken uit van het eigen college. De aangewezen leden kunnen tevens elkaar vervangen.
3. Sturing via het als raad zelf indienen van een zienswijze in de P&C cyclus van de GR; De raad kan op grond van artikel 35/59 van de Wet op de Gemeenschappelijke regelingen een zienswijze indienen in de P&C cyclus van de GR Regio ODMH Midden-Holland. 4. Sturing door als raad een kaderstellend document in te dienen bij de GR; De raad kan sturen via het eigen college. Het college is de opdrachtgever voor de ODMH. Het staat de raad vrij om kaderstellende documenten in te dienen bij het bestuur van de GR. 5. Sturing door het voorafgaand aan de P&C cyclus van de GR meegeven van een inbreng aan het college; De raad kan door middel van een motie het college oproepen een bepaalde inbreng te doen. Als dit gebeurt door middel van een motie of een toezegging dan wordt dit volgens de bijbehorende
pagina 3
procedures opgevolgd. Uiteraard kunnen er ook altijd vragen over worden gesteld aan een portefeuillehouder, bijvoorbeeld bij behandeling van het dossier in de raad. 6. Sturing via de eigen P&C cyclus; Bij de begroting beslist de raad over de budgetten in de gemeentelijke begroting voor deelname aan de GR’en. Dit gebeurt echter na separate besluitvorming over de begroting van de GR’ en (zie vraag 3). De vastgestelde begroting van de GR wordt overgenomen in de P en C cyclus van de gemeente. 7. Sturing door en via gedelegeerden die zijn benoemd door de raad; N.v.t. 8. Periodiek bespreken van het beleid van de GR in de raad of commissie. Met de vermelding hoe vaak en/of op welke momenten dat plaats vindt; Dit is aan de gemeente zelf. 9. Sturing via zienswijze op verzoek van de GR zelf; Dit is mogelijk. Uit de regeling: Artikel 10. Lid 5 Indien deze regeling of de wet dit bepaalt, of indien het AB dat in voorkomende gevallen nodig acht, worden besluit van het AB vooraf zienswijzen voorgelegd aan de vertegenwoordigende organen. 10. Het periodiek evalueren van de GR a. Vastgelegd als verplichting in de regeling van de GR; In de regeling van de ODMH is een bepaling opgenomen die een evaluatie van de regeling mogelijk maakt.
In de praktijk vindt evaluatie doorlopend plaats: binnen het bestuur, in de P&C-cyclus (begroting, maandrapportages en jaarrekening) en via het stellen van en toetsen aan kwaliteitscriteria. Het algemeen bestuur van de ODMH heeft uitgesproken het wenselijk te vinden om in ieder geval ten tijde van het opstellen van de volgende Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving een evaluatie uit voeren. Dat zal rond 2025 / 2026 zijn. b. Vastgelegd maar alleen op verzoek van (de) deelnemer(s); Zie hierboven. Het algemeen bestuur kan besluiten het functioneren van de regeling te evalueren. Daar kan uiteraard een verzoek van een deelnemer aan vooraf gaan.
pagina 4