Factsheet - reactie op vragen raad GR Hecht
Tekst van het document
Gemeenschappelijke regeling Hecht 1. Een inventarisatie welke taken er door de GR worden uitgevoerd. Artikel 4 van de Regeling Het openbaar lichaam heeft ten doel de belangen te behartigen van de aan de regeling deelnemende gemeenten op het terrein van de openbare gezondheidszorg, de volksgezondheid, kwetsbare inwoners op het grensvlak van zorg en veiligheid, geneeskundige hulpverlening in het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing en de ambulancezorg. En Artikel 5 van de Regeling 1. Het openbaar lichaam heeft tot taak: a. het in stand houden van een regionale gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid, tevens ingevolge artikel 14, tweede lid, van de Wet publieke gezondheid aangeduid als gemeentelijke gezondheidsdienst; b. uitvoering te geven aan de in hoofdstuk II van de Wet publieke gezondheid aan het college opgedragen taken; c. het in stand houden van een meldkamer ambulancezorg als onderdeel van een gemeenschappelijke meldkamer en het verlenen of doen verlenen van ambulancezorg als bedoeld in artikel 5, eerste lid van de Wet ambulancezorgvoorzieningen, door de daartoe aangewezen Regionale Ambulancezorgvoorziening Hollands Midden; d. de organisatie van de geneeskundige hulpverlening als bedoeld in artikel 2 van de Wet veiligheidsregio’s en in artikel 2 van de Wet publieke gezondheid; e.
uitvoering te geven aan hetgeen bepaald is in de paragrafen 1 en 2 van Afdeling 4 van de Wet kinderopvang; f. de organisatie en uitvoering van gemeentelijke lijkschouwing in het kader van de Wet op de lijkbezorging; g. het instellen en in stand houden van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling; h. het inrichten en in stand houden van een netwerksamenwerking tussen deelnemende gemeenten en organisaties op het terrein van strafrechtelijke en bestuursrechtelijke handhaving, met als doel: I. het bieden van begeleiding en/of zorg- en hulpverlening in het belang van het voorkomen, verminderen en bestrijden van criminaliteit, recidive, (ernstige) overlast en; II. het voorkomen en verminderen van onveilige situaties voor personen in Hollands Midden; i. het instellen en in stand houden van een advies- en meldpunt voor overlast en zorgen (waaronder dreigende crisis) met als doel het bereiken en begeleiden van kwetsbare personen en risicogroepen en het coördineren van de benodigde hulpverlening; j. het instellen en in stand houden van een dienst voor crisisinterventies en procesregie voor kwetsbare jeugdigen en hun ouders; k. het instellen en in stand houden van begeleiding aan jeugdigen die lichte strafbare feiten hebben gepleegd en hun ouders ter preventie van (verder) afglijden in crimineel gedrag;
l.
2.
3.
4.
uitvoering te geven aan het bepaalde in paragraaf 1 van Hoofdstuk 5 Wet verplichte ggz. Het openbaar lichaam kan taken en opdrachten, anders dan bedoeld in het eerste lid, uitvoeren voor één of meerdere deelnemende gemeenten of derden als deze daarom verzoeken en voor zover: a. deze redelijkerwijs aansluiten bij de in het eerste lid genoemde taken en de doelstelling zoals genoemd in artikel 4 en deze de daar genoemde taken en doelstelling niet belemmeren; b. deze worden uitgeoefend tegen minimaal kostendekkende tarieven; c. van de opdrachtgever een bijdrage wordt verlangd in alle kosten van het aangaan dan wel beëindigen van de taken; d. van de opdrachtgever wordt verlangd dat hij zich verbindt de taken af te nemen gedurende een minimumperiode, al dan niet met een nader te bepalen opzegtermijn. De taken en opdrachten, bedoeld in het tweede lid, worden slechts op basis van een daaraan ten grondslag liggende tussen het openbaar lichaam en de opdrachtgever gesloten overeenkomst uitgevoerd.
Indien ten gevolge van wijziging van wettelijke regelingen de uitvoering van de taken als bedoeld in het eerste lid gaan strekken ter uitvoering van een andere regeling dan ter uitvoering waarvan zij ten tijde van het van kracht worden van deze regeling strekten, dan wel indien in deze taken ten gevolge van een dergelijke wijziging veranderingen optreden, blijven zij, voor zover hun strekking en omvang door hun wijziging niet wezenlijk veranderen, behoren tot de taken die in de genoemde artikelleden aan het openbaar lichaam zijn opgedragen.
En Artikel 6 1. Waar in wettelijke regelingen, op grond waarvan de taken in artikel 5 lid 1 aan het openbaar lichaam zijn opgedragen, bevoegdheden van regeling en bestuur zijn toegekend aan de gemeente, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester, of plichten zijn opgelegd, komen die bevoegdheden toe en rusten die plichten op onderscheidenlijk het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur en de voorzitter, tenzij de wettelijke regelingen of deze regeling anders bepalen een en ander behoudens hetgeen bepaald is in artikel 30, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2.
De directeur Publieke Gezondheid is toezichthouder in de zin van artikel 1.61, eerste lid Wet kinderopvang.
3.
De directeur Publieke Gezondheid is bevoegd om namens het college gemeentelijke lijkschouwers te benoemen.
Dat mag uiteraard kort. Met, als dat in het kader van de ambtelijke ondersteuning mogelijk is, een vermelding of de taak beleidsarm of beleidsrijk is. Te verdelen in de volgende categorieën: a. Uitvoering van alleen wettelijke gestandaardiseerde taken; Dit zijn de taken zoals beschreven in artikel 1, lid a t/m L.
pagina 2
Toelichting: Gemeenten beleggen vanuit de wet een aantal taken bij de GGD. Deze wettelijke taken zijn “beschreven in de Wet publieke gezondheid (Wpg). Hieronder vallen onder andere: jeugdgezondheidszorg (consultatiebureau en ‘schoolarts’), medische milieukunde, infectieziektebestrijding, gezondheidsmonitoren en gezondheidsvoorlichting”.1 De gemeente Gouda voldoet aan haar wettelijke taak door deel uit te maken van Hecht. Gezien de wettelijke grondslag van de bovenstaande taken, is deze taak vanuit de gemeente beleidsarm. b. Uitvoering van niet wettelijke maar wel gestandaardiseerde taken voor alle deelnemers van de GR; Naast de wettelijke taken voert iedere GGD voor de deelnemende gemeenten ook aanvullende taken uit. Gemeenten hebben een keuze t.o.v. deze taken en waar gemeenten deze taken wil beleggen. Voor de gemeente Gouda geldt dat er aanvullende diensten worden afgenomen bij Hecht GGD HM. Zo worden er bijvoorbeeld preventieve logopedische zorg uitgevoerd, Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) dienstverlening en wordt ingezet op stevig ouderschap. En aanvullende afspraken op maat. c.
Specifieke taken voor individuele deelnemers. Dit is mogelijk onder art. 5.2. Gemeente Gouda maakt hier geen gebruik van.
2. Beantwoording van de vraag of de GR de ruimte biedt of er taken kunnen worden opgepakt die nog niet zijn benoemd bij de beantwoording van vraag 1. Ja dit is mogelijk onder art. 5.2. De wet en de statuten van de verschillende regelingen geven diverse mogelijkheden aan de Raad om vorm te geven aan haar taak om te sturen op kaders en te controleren op de uitvoering. In dat kader willen we vragen om per GR aan te geven op welke wijze wordt vormgegeven aan die mogelijkheden. Daarin graag ook weer een verdeling per mogelijk instrument. Wij hebben daarvoor alvast een, maar wellicht niet complete, verdeling in categorieën van invloed gemaakt. 1. Benoeming gedelegeerden door de Raad zelf; N.v.t. 2. Benoeming van gedelegeerden/bestuurders door het college; Artikel 8, leden 1 en 2 van de Regeling 1. De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen door en uit het college van de deelnemende gemeente. Het college van de deelnemende gemeente wijst elk één lid en één plaatsvervangend lid aan. 2. De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur vindt plaats binnen twee maanden na de gemeenteraadsverkiezingen of in de eerste collegevergadering na het tussentijds ontstaan van een vacature.
1 GGD GHOR – wat doet een GGD
pagina 3
En Artikel 14 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit ten minste vijf en maximaal acht leden, waaronder begrepen de voorzitter. De leden worden aangewezen door en uit de leden van het algemeen bestuur. Bij de aanwijzing wordt rekening gehouden met de geografische spreiding van de gemeenten waaruit de leden afkomstig zijn. 2. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, voor het door hen gevoerde beleid verantwoording schuldig aan het algemeen bestuur. 3. De leden van het dagelijks bestuur geven tezamen dan wel afzonderlijk aan het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 4. De aanwijzing van de leden van het dagelijks bestuur heeft plaats uiterlijk een maand na het tijdstip van aantreden van het algemeen bestuur. 5. Het algemeen bestuur kan besluiten een lid van het dagelijks bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit, een en ander overeenkomstig artikel 19a, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 6. In een vacature in het dagelijks bestuur wordt voorzien in de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur. 7. Wie ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn. Ter informatie, de Goudse wethouder is lid van het algemeen en dagelijks bestuur van Hecht. 3.
Sturing via het als raad zelf indienen van een zienswijze in de P&C cyclus van de GR; Op grond van artikel 35 lid 3 van de Wet gemeenschappelijke regelingen kunnen de raden van de deelnemende gemeenten hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren te brengen. Daarmee kan de raad in het kader van haar toezichthoudende taak bezwaren uiten voordat het definitieve besluit tot vaststelling van de begroting wordt genomen. De raad kan zo nodig haar zienswijze naar voren brengen bij gedeputeerde staten (GS) in het kader van schorsing of vernietiging. De Raad maakt regelmatig gebruik van dit instrument. 4. Sturing door als raad een kaderstellend document in te dienen bij de GR; Hiervoor biedt de regeling zelf geen mogelijkheid. 5. Sturing door het voorafgaand aan de P&C cyclus van de GR meegeven van een inbreng aan het college; De raad kan door middel van een motie het college oproepen een bepaalde inbreng te doen. De wethouder die AB en DB lid is, kan in die hoedanigheid sturing geven aan de P&C cyclus. Als de oproep gebeurt vanuit de raad door middel van een motie of een toezegging dan wordt dit volgens de bijbehorende procedures opgevolgd. Uiteraard kunnen er ook altijd vragen over worden gesteld aan een portefeuillehouder, bijvoorbeeld bij behandeling van het dossier in de raad. 6.
Sturing via de eigen P&C cyclus; Bij de begroting beslist de raad over de budgetten in de gemeentelijke begroting voor deelname aan de GR’en. Dit gebeurt echter na separate besluitvorming over de begroting van de GR’ en (zie vraag 3). De vastgestelde begroting van de GR wordt
pagina 4
overgenomen in de P en C cyclus van de gemeente. 7. Sturing door en via gedelegeerden die zijn benoemd door de raad; N.V.T 8. Periodiek bespreken van het beleid van de GR in de raad of commissie. Met de vermelding hoe vaak en/of op welke momenten dat plaats vindt; De raad en commissie kunnen dit instrument inzetten naar eigen inzicht. 9. Sturing via zienswijze op verzoek van de GR zelf; Artikel 36 van de Regeling Het bestuur kan, naast de in deze regeling wettelijk verplichte opgenomen zienswijzen, ook aan de raden om een zienswijze vragen op belangrijke bestuurlijke besluiten, wanneer de meerderheid van het AB dat nodig vindt. De Raad maakt regelmatig gebruik van dit instrument. 10. Het periodiek evalueren van de GR a. Vastgelegd als verplichting in de regeling van de GR; Artikel 31 van de Regeling De regeling wordt om de vier jaar door het algemeen bestuur geëvalueerd in het midden van de reguliere landelijke collegeperiode. b. Vastgelegd maar alleen op verzoek van (de) deelnemer(s); N.v.t.
pagina 5