CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Factsheet - reactie op vragen raad GR Groenalliantie Midden-holland en omstreken

Raadsvergadering 12 juni 2024, gemeente GoudaBij agendapunt: Groenalliantie Begroting 2025-20282.213 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenschappelijke regeling Groenalliantie Midden-Holland en omstreken 1. Een inventarisatie welke taken er door de GR worden uitgevoerd. Groenalliantie behartigt de bovengemeentelijke belangen van het beheer en de ontwikkeling van natuur- en recreatiegebieden voor de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Krimpen aan den IJssel en Waddinxveen. Het primaire belang van Groenalliantie is de bescherming van de belangen van natuur, recreatie en landschap in de natuur- en recreatiegebieden conform de doelstelling in de Gemeenschappelijke regeling. De natuur- en recreatiegebieden van Groenalliantie maken onderdeel uit van een groter groen recreatief netwerk en zijn van groot recreatief belang voor Gouda en haar directe omgeving. In alle gebieden van Groenalliantie Midden-Holland worden verbeteringen en aanvullingen in de recreatieve voorzieningen uitgevoerd. De uitvoeringstaken van de Groenalliantie worden tussen 2019 en 2026 uitgevoerd door samenwerkingspartner Staatsbosbeheer. Dit maakt onderdeel uit van de op 12 december 2018 afgesloten samenwerkingsovereenkomst.

Uit de regeling: Artikel 4 (Doel) van de Regeling De regeling wordt getroffen ter behartiging van de bovengemeentelijke belangen inzake het beheer en de ontwikkeling van groengebieden binnen het werkgebied van de Groenalliantie, daaronder begrepen het behoud en de versterking van de groen- en recreatieve verbindingen, de landschappelijke kwaliteiten van en de biodiversiteit binnen de groengebieden, alsmede de bevordering van de leefbaarheid en de toeristische aantrekkingskracht daarvan. Artikel 5 (Taken) van de Regeling 1. Aan het bestuur van de Groenalliantie worden ter vervulling van het in artikel 4 omschreven doel alle bevoegdheden van regeling en bestuur toegekend binnen de grenzen van de wet. 2. Tot de taken van het bestuur van de Groenalliantie behoren onder meer: a. het vaststellen van algemene kwaliteitseisen voor het beheer van groengebieden, daaronder begrepen algemene eisen aan de exploitatie, de instandhouding, het onderhoud en de inrichting van de gebieden; b. het vaststellen van een meerjaren investeringsprogramma groen ter zake van de ontwikkeling van groengebieden, waaronder begrepen de financiële bijdragen van de deelnemende gemeenten aan het programma; c. het uitvoeren of doen uitvoeren van beheer- en ontwikkelingsplannen; d.

beslissingen omtrent het verwerven of vervreemden door de Groenalliantie van eigendom of van andere zakelijke dan wel persoonlijke rechten op daarvoor in aanmerking komende binnen het werkgebied liggende of buiten het werkgebied maar voor het werkgebied van belang zijnde gronden, wateren en opstallen, voor zover dit voor de verwezenlijking van het in artikel 4 omschreven doel noodzakelijk moet worden geacht; e. beslissingen omtrent het door of vanwege de Groenalliantie onderhouden of exploiteren van de tot stand gebrachte of overgenomen werken en inrichtingen, verworven eigendommen en goederen; f. het verlenen van medewerking, onder meer door subsidiëring, bij de uitvoering van werken of de verwerving van eigendommen in opdracht van of door deelnemers of derden; g. het vaststellen van verordeningen tot het heffen van belastingen binnen de grenzen van artikel 30 van de wet, alsmede het vaststellen van door strafbepaling

of bestuursdwang te handhaven verordeningen ter verwezenlijking van het in artikel 4 omschreven doel. Dat mag uiteraard kort. Met, als dat in het kader van de ambtelijke ondersteuning mogelijk is, een vermelding of de taak beleidsarm of beleidsrijk is.

Te verdelen in de volgende categorieën: a. Uitvoering van alleen wettelijke gestandaardiseerde taken; N.v.t b. Uitvoering van niet wettelijke maar wel gestandaardiseerde taken voor alle deelnemers van de GR; De Groenalliantie beheert verschillende (8) natuur- en recreatiegebieden binnen het gebied en in verschillende gemeenten met daarbij drie hoofdopgaven: (1) meer ruimte voor gebiedspartners, (2) blijvend versterken natuur- en recreatiegebieden en (3) versterken recreatief netwerk. Voor het beheer van de gebieden geldt dezelfde basis. Waar er verschillen zitten is dit vooral gelegen in de verschillen in de gebieden (bijvoorbeeld gebieden die op verschillende vormen van recreatie focussen). De natuuren recreatiegebieden van Groenalliantie zijn geprofileerd op basis van leefstijlprofielen. Dat maakt de gebieden onderling herkenbaar en daarmee aantrekkelijker voor groepen met uiteenlopende recreatiemotieven. Elk gebied heeft eigen ontwikkelingen en opgaven. c.

Specifieke taken voor individuele deelnemers. Zie vorige vraag.

2. Beantwoording van de vraag of de GR de ruimte biedt of er taken kunnen worden opgepakt die nog niet zijn benoemd bij de beantwoording van vraag 1. Er is binnen de regeling geen bepaling die hier in voorziet. De wet en de statuten van de verschillende regelingen geven diverse mogelijkheden aan de Raad om vorm te geven aan haar taak om te sturen op kaders en te controleren op de uitvoering. In dat kader willen we vragen om per GR aan te geven op welke wijze wordt vormgegeven aan die mogelijkheden. Daarin graag ook weer een verdeling per mogelijk instrument. Wij hebben daarvoor alvast een, maar wellicht niet complete, verdeling in categorieën van invloed gemaakt: 1. Benoeming gedelegeerden door de Raad zelf; Artikel 7, Lid 1 (Samenstelling) van de Regeling Het algemeen bestuur bestaat uit twee leden per deelnemende gemeente, die door de raad van de gemeente uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de wethouders worden aangewezen. 2. Benoeming van gedelegeerden/bestuurders door het college; Zie antwoord onder 1. 3. Sturing via het als raad zelf indienen van een zienswijze in de P&C cyclus van de GR; De zienswijze-procedure in de P&C cyclus staat in art. 35 WGR en is dwingend. Er is geen sprake van een “verzoek vanuit de GR”.

pagina 2

4. Sturing door als raad een kaderstellend document in te dienen bij de GR; De regeling biedt hiervoor geen mogelijkheid. 5. Sturing door het voorafgaand aan de P&C cyclus van de GR meegeven van een inbreng aan het college; De raad kan door middel van een motie het college oproepen een bepaalde inbreng te doen. Als dit gebeurt door middel van een motie of een toezegging dan wordt dit volgens de bijbehorende procedures opgevolgd. Uiteraard kunnen er ook altijd vragen over worden gesteld aan een portefeuillehouder, bijvoorbeeld bij behandeling van het dossier in de raad. 6. Sturing via de eigen P&C cyclus; Bij de begroting beslist de raad over de budgetten in de gemeentelijke begroting voor deelname aan de GR’en. Dit gebeurt echter na separate besluitvorming over de begroting van de GR’ en (zie vraag 3). De vastgestelde begroting van de GR wordt overgenomen in de P en C cyclus van de gemeente. 7. Sturing door en via gedelegeerden die zijn benoemd door de raad; In de organisatiestructuur neemt de gebiedsadviescommissie Groenalliantie een belangrijke plek in. In de gebiedsadviescommissie nemen twee raadsleden per deelnemende gemeente plaats. De gebiedsadviescommissie wordt voorgezeten door een bestuurslid van het dagelijks bestuur. De gebiedsadviescommissie maakt het mogelijk om de kennis en kracht die in de gebieden aanwezig is te mobiliseren.

Hiertoe heeft de commissie twee belangrijke rollen: adviseren en afstemmen. De gebiedsadviescommissie fungeert als adviesorgaan van het bestuur van Groenalliantie. Conform de gemeenschappelijke regeling geeft de commissie in elk geval advies omtrent het vaststellen van beheer-en ontwikkelingsplannen en de uitvoering daarvan. Aanvullend kan het bestuur adviezen vragen aan de gebiedsadviescommissie bijvoorbeeld rondom prioritering of nadere uitwerking van projecten. Naast gevraagde adviezen, kan de gebiedsadviescommissie ook ongevraagd het bestuur adviseren rondom bijvoorbeeld gebiedsopgaven en projecten. De gebiedsadviescommissie fungeert als afstemmingsplatform tussen en bestuur en gemeenteraden. Het bestuur zorgt voor een adequate informatievoorziening naar de gebiedsadviescommissie waaronder een jaarlijkse verantwoording over bereikte resultaten. Tevens vindt er afstemming en samenwerking plaats over de strategische doelen uit het Ontwikkelplan. De gebiedsadviescommissie fungeert hierbij als afstemmingsplatform waar gebiedspartijen doelen en opgaven agenderen, afstemmen en uitwerken. Deze afstemming vindt plaats in (reguliere) overleggen en werksessies met gebiedspartners zoals gebruikersgroepen, recreanten, ondernemers, gemeenten en terreinbeheerders. Nadere afstemming en uitwerking van de investeringsagenda vindt dan ook plaats binnen de gebiedsadviescommissie.

De resultaten van afstemming en uitwerking binnen de gebiedsadviescommissie worden ambtelijk verwerkt dan wel als advies voorgelegd aan het bestuur van de Groenalliantie. Uit de regeling: Artikel 16 Verzoek tot informatie en verantwoording 1. Het bestuur van de Groenalliantie verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten de door een of meer van hun leden gevraagde inlichtingen. 2. De raden van de deelnemende gemeenten stellen ieder regels vast omtrent:

pagina 3

a.

de wijze waarop een door hen benoemd lid van het algemeen bestuur de door één of meer leden van de raden gevraagde inlichtingen dient te verstrekken; b. de wijze waarop een door hen benoemd lid ter verantwoording kan worden geroepen voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid. 3. De raden van de deelnemende gemeenten zijn bevoegd een door hen aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van de raad niet meer bezit. Artikel 25 Commissies van advies 1. Het algemeen bestuur kan commissies van advies instellen en regelt hun bevoegdheden en samenstelling. 2. Het algemeen bestuur stelt ten minste één commissie van advies in ter advisering omtrent aangelegenheden binnen de werkgebieden. 3. De in het tweede lid genoemde commissie van advies geeft in elk geval advies omtrent het vaststellen van beheer- en ontwikkelingsplannen en de uitvoering daarvan in het onderscheidenlijke werkgebied van de commissie. 4. Vaste commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter en de regeling van hun bevoegdheden en samenstelling geschieden door het algemeen bestuur op voorstel van het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter. 5. Andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter, worden door het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter ingesteld. 6.

Artikel 12 is van overeenkomstige toepassing op de leden van de commissies van advies.

8. Periodiek bespreken van het beleid van de GR in de raad of commissie. Met de vermelding hoe vaak en/of op welke momenten dat plaats vindt; Door de raadsleden die plaatsnemen in de verschillende adviescommissies van de GR-en wordt in de Commissie- of raadsvergaderingen terugkoppeling gegeven vanuit de GR-en. 9. Sturing via zienswijze op verzoek van de GR zelf; Uit de regeling: Artikel 30 (Zienswijzen bij besluiten) van de Regeling 1. Ten aanzien van de volgende besluiten kunnen de raden van de deelnemende gemeenten, voorafgaand aan het nemen van het besluit, een zienswijze naar voren brengen: besluiten door het algemeen bestuur die ingrijpende ruimtelijke wijzigingen tot gevolg hebben. 2. Het dagelijks bestuur stelt vast of er sprake is van een besluit als vermeld in lid 1. Indien daarvan sprake is, zendt het dagelijks bestuur het ontwerp- besluit toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur binnen acht weken na ontvangst van het ontwerp hun zienswijze over het ontwerp- besluit naar voren brengen. 4. Het dagelijks bestuur stelt, voorafgaand aan de besluitvorming door het algemeen bestuur, de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen en de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

Ook het algemeen bestuur wordt daarvan op de hoogte gesteld. 5. Het algemeen bestuur zendt, na definitieve besluitvorming, de raden van de deelnemende gemeenten het besluit ter informatie toe.

pagina 4

Artikel 31 Vaststelling en bekendmaking van verordeningen 1. Het algemeen bestuur is bevoegd ten behoeve van de uitoefening van de taak van het bestuur van de Groenalliantie verordeningen vast te stellen. 2. Het besluit tot vaststelling van een verordening door strafbepaling of bestuursdwang te handhaven behoeft ten minste een twee derde meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen. 3. Voordat een verordening, tevens inhoudende een algemeen verbindend voorschrift, wordt vastgesteld, zendt het dagelijks bestuur het ontwerp daarvan aan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten. Het besluit tot vaststelling van de verordening wordt niet genomen binnen zes weken na de datum van verzending van het ontwerp. 4. De verordeningen, tevens inhoudende algemeen verbindende voorschriften, van de Groenalliantie worden bekendgemaakt in het gemeenteblad van elk van de deelnemende gemeenten. Artikel 43 Concept- uittredingsplan 1. Het dagelijks bestuur stelt ten behoeve van het opstellen van het conceptuittredingsplan een projectgroep samen die onder leiding van een onafhankelijke (externe) deskundige het concept-uittredingsplan voorbereidt. 2. Het dagelijks bestuur geeft de accountant van de Groenalliantie opdracht om het door de projectgroep voorbereide concept-uittredingsplan te toetsen. 3.

De kosten voor het toetsen van het concept- uittredingsplan zoals genoemd in lid 2 van dit artikel, zijn voor rekening van de uittredende deelnemende gemeente. 4. Alvorens het dagelijks bestuur het voorstel voor het concept- uittredingsplan ter vaststelling zendt aan het algemeen bestuur, zendt het dagelijks bestuur het voorstel voor het concept- uittredingsplan aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende acht weken na verzending van het voorstel hun zienswijzen over het voorstel bij het dagelijks bestuur. indienen. Het dagelijks bestuur voegt de ingediende zienswijzen bij het voorstel voor het concept- uittredingsplan dat het dagelijks bestuur zendt aan het algemeen bestuur. 5. Uiterlijk 8 maanden na het kenbaar maken van het voornemen tot uittreding, stelt het algemeen bestuur het concept- uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. 10. Het periodiek evalueren van de GR a. Vastgelegd als verplichting in de regeling van de GR; Zie vraag 9b b. Vastgelegd maar alleen op verzoek van (de) deelnemer(s); Artikel 6 (Evaluatie) van de Regeling 1. raden en colleges van de deelnemende gemeenten kunnen het algemeen bestuur ieder vierde jaar van de zittingstermijn verzoeken, het in artikel 4 omschreven doel, te evalueren. 2. De raden en colleges van de deelnemende gemeenten die hiertoe verzoeken, zullen het verzoek motiveren.

3. Het algemeen bestuur stelt na een verzoek als bedoeld in lid 1 van dit artikel vast op welke wijze het doel van de Gemeenschappelijke Regeling zal worden geëvalueerd.

pagina 5

pagina 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=0cbce835-3306-4329-907a-21c225e82ab4