Deel 3 Beantwoording technische en politieke vragen
Tekst van het document
Deel 3: Beantwoording technische en politieke vragen Lokale Inclusie Agenda naar aanleiding van de Beeld- en oordeelsvormende bijeenkomst van de Commissie Samenleving 15 februari 2022 Vragen GL 1. Zijn er personen uit het doelgroepenregister (personen met een arbeidsbeperking) bij de gemeente werkzaam in beleids- en managementfuncties? Antwoord: Er is momenteel één medewerker uit het doelgroepenregister werkzaam in een beleidsfunctie. 2. Welke bijdrage levert de gemeente als werkgever in de realisatie van de banenafspraak? (Banenafspraak: in 2024 heeft overheid 25.000 mensen uit het doelgroepenregister in dienst, conform de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten (Wbq))? Antwoord: Door een aantal medewerkers volgens de banenafspraak in dienst te hebben levert de gemeente als werkgever een bijdrage in de realisatie van de banenafspraak. Daarnaast biedt de gemeente ook een veel medewerkers via Promen een werkplek binnen de organisatie. Dit is op catering- en schoonmaakplekken. Hiermee voldoet de gemeente Gouda aan de gestelde aantallen. Vragen CU: 3. In de beantwoording geeft het college aan dat er geen plannen zijn om het concept (ontwikkeling van speeltuin die ook voor kinderen met een beperking toegankelijk zijn) door te voeren bij andere speeltuinen.
Heeft het college dit wel overwogen en hoe staat het college er tegenover om speeltuinen, bijvoorbeeld nieuwe en te onderhouden, toegankelijk te maken voor kinderen met een beperking? Antwoord: Zie document vervolg beantwoording LIA en reactie GAB, vraag 4. Vragen VVD 4. In de Inclusie gemeente is de rol van de gemeente vaak gedefinieerd als onder andere aanjager. Om een goede aanjager te zijn moet je zelf ook het goede voorbeeld geven. Is het college van mening dat we met deze Inclusie Agenda het aller beste voorbeeld geven tegenover andere partijen? Of kunnen we als gemeente nog beter ons best doen? Antwoord De gemeente Gouda werkt continu aan de ambitie om Gouda een stad te laten zijn waarin iedereen zich thuis kan voelen en mee kan doen in de samenleving. In de Lokale Inclusie Agenda is uitgewerkt wat er nodig is in Gouda om inclusie te bevorderen voor mensen met een beperking. Acties die geschetst worden moeten leiden tot meer inzicht in de Goudse opgave, zodat de aanpak in de komende jaren steeds concreter bijdraagt aan onbeperkt meedoen voor iedereen. De gemeente is daarbij inderdaad aanjager en facilitator, daarnaast is een groot deel van de acties gericht op de gemeentelijke organisatie of wordt uitgevoerd door de gemeente. 5.
In de agenda en op de behandeling kreeg ik het idee dat het college het VN Verdrag ziet als een soort richtlijn, als een soort advies tegenover onder andere de overheid/gemeente. Klopt mijn veronderstelling? Met andere woorden ziet het college het VN Verdrag als een vrijblijvend iets of
echt als een verplichting? Wanneer het college het VN Verdrag ziet als een verplichting, is het college dan van mening dat wij in het verleden genoeg hebben gedaan om aan deze verplichtingen te voldoen? Als deze agenda wordt aangenomen, doen wij dan volgens het college het maximale of het minimale? Met andere woorden doen wij net genoeg om aan de verplichtingen te voldoen of zetten wij ons vol in en geven we het beste voorbeeld? In de visie staan veel geplande onderzoeken maar niet wat er gaat worden gedaan na het doen van een onderzoek. Is dit volgens het college voldoende om te kunnen voldoen aan de verplichtingen vanuit het VN Verdrag? Antwoord: Gemeenten zijn verplicht om een Lokale Inclusie Agenda op te stellen waarin duidelijk omschreven is welke verbeteringen en doelen gemeenten realiseren en binnen welk tijdbestek. Niet alleen gemeenten moeten hier hun beleid en dienstverlening op aanpassen, maar ook bedrijven en maatschappelijke organisaties. De gemeente heeft hierbij een aanjagende functie. 6.
In de agenda en ook in de behandeling zei de wethouder dat het VN Verdrag voor mensen met een handicap geen einddatum heeft, heb ik dan goed begrepen dat het college dus ook zegt dat er dan geen deadline is om de verplichtingen uit het VN Verdrag na te komen? Antwoord De implementatie van het VN-verdrag kent geen einddatum, maar geeft de opdracht om de beweging van zichtbare en merkbare vooruitgang op gang te brengen en aan te houden. 7. Met betrekking tot het invalidetoilet in het Huis van de Stad is het al jaren bekend dat deze niet toegankelijk is voor mensen met een beperking, zoals rolstoelgebruikers. Juist het Huis van de Stad, wat gebouwd is voor iedereen, zou het voorbeeld van een inclusieve samenleving moeten uitstralen en doet dit dus al jaren niet. Pas in het begin van 2022 gaat er een aannemer kijken naar die deur. Is het college niet van mening dat dit veel te lang geduurd heeft? Zeker wanneer wij zelf het goede voorbeeld moeten geven en dit dus blijkbaar jarenlang niet is gebeurd. Antwoord: Wat betreft de toegankelijkheid van het Huis van de Stad wordt er actief gekeken naar verbeteringen, het college deelt de mening dat het belangrijk is dat het gebouw toegankelijk is voor iedereen. 8. Hoe is het mogelijk dat het college niet genoeg beelden van inclusie in de databank heeft staan, zie pagina 28.
Een tijd geleden was er voor het Huis van de Stad een fotoserie van verliefde stellen, ook in het kader van lhbti+. Waarom geen serie van foto’s van onze Goudse helden, de mensen in de stad met een beperking. Heeft het vullen van de databank met goudse beelden van inclusie volgens het college voldoende prioriteit gekregen? Antwoord: Het is belangrijk dat beelden die in gemeentelijke communicatie gebruikt wordt, een afspiegeling zijn van de Goudse samenleving. Op de website, in foto’s op social media en bij het maken van het gemeentemagazine wordt gestreefd naar zo inclusief mogelijk beeldmateriaal. Bij de coronacampagne ‘Gouda, geef elkaar de ruimte’ is geprobeerd om een mooie afspiegeling van de Goudse samenleving in beeld te brengen, waaronder ook beelden van mensen in Gouda met een beperking. 9. Is het college van mening dat iedereen met een beperking zou kunnen werken bij de gemeente, bijvoorbeeld in het Huis van de Stad? Lettend hierbij dat bijvoorbeeld de liften vanaf de derde etage al niet te bereiken zijn vanwege zware deuren die handmatig open moeten worden gemaakt. Antwoord:
pagina 2
De gemeente Gouda committeert zich om inclusie op de werkvloer te bevorderen en om een inclusieve plek te zijn voor werknemers en bezoekers van de gemeente. De afgelopen jaren zijn al veel stappen gezet op het gebied van diversiteit en inclusie, maar er is ook nog veel winst te behalen. In 2022 wordt dit thema verder verankerend in de organisatie, bijvoorbeeld door de doelen rondom diversiteit en inclusie beter te meten en te monitoren. Verder zullen aanpassingen worden gedaan aan het Huis van de Stad om de toegankelijkheid te verbeteren. 10. Wat is de visie van het college als het gaat om het gebruiken van ervaringsdeskundigen? Antwoord: De inbreng van ervaringsdeskundigen is van grote waarde voor de gemeente. Dit uit zich dan ook in het betrekken bij beleids-en uitvoeringsplannen van ervaringsdeskundigen, zoals mensen van KernKracht en de GAB. De GASD en de GCR zijn bij gemeentelijke verordening aangesteld als officiële adviesraden voor het sociaal domein in de gemeente Gouda. Hierbij zijn afspraken gemaakt over de facilitering van deze raden vanuit de gemeente. De GASD en de GCR worden geacht vanuit hun adviesrol de inwoners van Gouda te betrekken bij de uitvoering van beleid in het sociaal domein. 11.
Is het college van mening dat er voor het maken van deze agenda voldoende is geparticipeerd? Volgens de reactie van het GAB is er namelijk maar minimaal geparticipeerd en zijn ervaringen en adviezen uit het verleden niet meegenomen. Waarom heeft het college gekozen voor deze manier van participeren? Antwoord: In het proces van de totstandkoming van de Lokale Inclusie Agenda is op veel momenten input gevraagd en gekregen van een brede vertegenwoordiging van inwoners en organisaties in Gouda. Zie verder ook het antwoord bij vraag 10. 12. Is het college van mening dat het beleid voor openbare toiletten voldoende is? Het GAB geeft namelijk in haar advies aan dat dit absoluut niet het geval is. Wat vindt het college van het advies van het GAB? Antwoord: Het realiseren van voldoende en geschikte openbare toiletten maakt deel uit van de Inclusie Agenda. Er is doorlopende aandacht voor het optimaliseren van de bereikbaarheid en beschikbaarheid van openbare toiletten die geschikt zijn voor mensen met een beperking. Zie ook het antwoord op vraag 16 bij de eerste ronde schriftelijke technische vragen. 13.
Wat vindt het college van de reactie van het GAB op de Inclusie Agenda? Is het college tevreden met de reacties op de Inclusie Agenda? Is het college nog van plan om de opmerkingen vanuit het GAB maar ook vanuit de Raad mee te nemen in de Agenda? Waarom wel? Waarom niet? Antwoord: De input van de GAB en de reacties en vragen van raadsleden worden zeer gewaardeerd en worden waar mogelijk in de uitvoering van de Lokale inclusie agenda meegenomen. 14. Is het volgens het college mogelijk en/of gewenst om de Inclusie Agenda uit te stellen? Zo kan er meer worden geparticipeerd, kan er meer worden gedaan met de opmerkingen vanuit het GAB en met worden gedaan met de opmerkingen vanuit de Raad. Daarnaast is het ook aan een nieuwe Raad om met de agenda aan de slag te gaan. Waarom heeft het college gekozen om dit onderwerp toch voor de verkiezingen te behandelen? Antwoord: pagina 3
Deze eerste versie van de Lokale Inclusie Agenda is niet allesomvattend, maar schetst de situatie in het Gouda van 2021 en kijkt vooruit. Veel van de consequenties van het streven naar een toegankelijke stad moeten nog in beeld gebracht worden. De activiteiten die daarvoor nodig zijn worden in de agenda beschreven. In 2022 zullen nog twee themasessies plaatsvinden, waarin inwoners, ervaringsdeskundigen en organisaties kunnen participeren. De oplevering van de bijgestelde agenda is gepland voor begin 2023. In de bijgestelde agenda wordt ook de opbrengst van de twee themasessies verwerkt. Daarnaast worden de uitkomsten van het coalitieakkoord meegenomen. Hierbij komt ook de meerjarenplanning van acties en investeringen. In het najaar van 2022 wordt de eerste monitor uitgevoerd. De resultaten worden begin 2023 bekend gemaakt, gelijktijdig met de bijgestelde Lokale Inclusie Agenda. In zowel het ontwikkelen van de monitor als de resultaten worden de GASD, GCR en GAB meegenomen. Vragen CDA 15. Er wordt in het stuk wel iets over genoemd en over pilots en nieuwbouwprojecten maar hoeveel woningen in Gouda zijn er echt geschikt voor mensen met een fysieke beperking. Wat gaat de gemeente eraan doen? We missen een beetje ambitie op dit gebied.
Het kan de maatschappij zoveel kosten schelen als met de bouw van woning al rekening wordt gehouden dat er misschien iemand in kan wonen met een fysieke beperking. We denken dan aan gelijkvloerse woningen met mogelijkheid voor sanitair en slaapkamer op de begane grond, een keuken die in hoogte verstelbaar is, noem naar op. Hoeveel woningen in Gouda zijn er echt geschikt voor mensen met een fysieke beperking. Wat gaat de gemeente eraan doen? Antwoord: In de onlangs vastgestelde woonzorgvisie is in opgenomen dat er behoefte is aan meer geclusterde woonvormen voor ouderen en mensen met een beperking. De huisvestingsopgave voor mensen met een beperking komt grotendeels terug in het aanpassen van de bestaande voorraad en het toevoegen van geschikte nieuwbouwwoningen. Dit heeft zich nog niet vertaald naar concrete projecten, maar die ambitie is er wel. Voor de vertaling naar geschikte woonvormen wordt in grote lijnen onderscheid gemaakt tussen regulier wonen – waarbij al dan niet sprake is van een toegankelijke woning en/of een woning die geschikt te maken is – en geclusterd wonen. Van geclusterd wonen spreken we wanneer er een zekere mate van beschutting en gemeenschap wordt geboden. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een (voormalig) verzorgingshuis, hofjeswoningen of wooncomplexen met een ontmoetingsruimte.
Er kan hierbij sprake zijn van senioren met een (zware) zorgvraag, maar ook zonder zorgvraag die uit voorzorg of behoefte aan comfort en sociale contacten kiezen om nabij andere senioren te wonen. Voornamelijk voor de zwaardere zorgbehoevenden zal een uitbreiding van geclusterd woonaanbod benodigd zijn. Het gaat daarbij om woningen waar zij (zware) zorg kunnen ontvangen maar wel zelfstandig wonen. Daarbij wordt in Gouda gestreefd naar gemengde wijken; het is dan ook de bedoeling dat in elke wijk ook woningen geschikt voor mensen met zorg gerealiseerd worden. Een vast percentage per wijk is hiervoor niet geformuleerd. Daarnaast maakt de gemeente met de woningcorporaties en huurdersorganisaties langjarige en jaarlijkse afspraken waarin geschiktheid van woningen is meegenomen. 16. In Westergouwe wordt gebouwd (lijkt ons juist een kans), komen er voldoende koop of huurwoningen die geschikt zijn voor mensen met een beperking? Je kunt het senioren woningen/Wmo woningen noemen die voor mensen met een beperking zonder veel aanpassingen
pagina 4
kunnen worden bewoond. Een ambitie zal kunnen zijn dat in elke wijk er een % woningen geschikt zijn voor de doelgroep. Antwoord: Ook in Westergouwe wordt gewerkt aan een verbreding van het woningaanbod, zoals ook recent in het Masterplan Westergouwe 2.0 staat opgenomen. Dat betekent dat verschillende woonvormen voor verschillende doelgroepen gerealiseerd gaan worden, waarbij gedacht kan worden aan diverse woonvormen voor ouderen met uiteenlopende zorgbehoefte, in verschillende prijssegmenten. In het algemeen staat in Masterplan Westergouwe opgenomen dat toegankelijkheid en sociale veiligheid gezien worden als belangrijke voorwaarden om te kunnen meedoen. Iedereen moet gelegenheid hebben om zich, overal, op een veilige manier door Westergouwe te kunnen bewegen. Daarom worden stedenbouwkundige deeluitwerkingen vanaf Westergouwe III expliciet getoetst op deze onderwerpen. 17. Hoe verhoudt de doelstelling om wijken toegankelijk te maken met de realiteit? Straatniveau is sommige wijken zo laag dat je een trap of een helling nodig hebt om binnen te komen. Als je het hebt over toegankelijkheid zouden we als gemeente een doelstelling kunnen formuleren dat elke woning makkelijk bereikbaar moet zijn voor mensen met een fysieke beperking. Dan moeten woorden in daden worden omgezet. Dat betekent dat de gemeente een inhaalslag maakt als het gaat om ophogen van wijken.
De vraag die gesteld kan worden: is de gemeente ervan bewust dat de gemeente op dit gebied nog een inhaalslag te maken heeft en dat het ook botst met huidige beleid om wijken/straten alleen op te hogen als het echt nodig is? Antwoord: De gemeente is zich bewust dat lage ligging van straten de toegankelijkheid tot woningen bemoeilijkt. Het huidige, door de raad vastgestelde, ophoogbeleid beperkt de mogelijkheden om overal tot goede oplossingen te komen. 18. Alternatief (creatief denkend) is een piepsysteem. Als iemand fysiek moeilijk in zijn woning kan komen, wordt de straat of de inrit dan op kosten van de gemeente dan ook opgehoogd? Antwoord: In de huidige werkwijze wordt geprobeerd de toegankelijkheid te verbeteren als betreffende bewoner fysiek niet in staat is de woning in te komen. Er wordt dan ter plaatse bekeken wat het probleem is, om daarna zo goed mogelijk de situatie aan te passen. 19. Iedereen moet meedoen betekent dat de gemeente ook mensen met een beperking faciliteert. De ervaring leert dat de gemeente nog te veel in regels en hokjes denkt. Casus: Een burger ging met vriendin verhuizen naar de huidige woning.
Toen werd gezegd, ik citeer ‘ja u beslist om in een grotere woning te gaan wonen dus u krijgt niet meer huishoudelijke ondersteuning dan in uw kleinere woning kreeg.’ Eigenlijk is dat vreemd want mensen zonder een fysieke beperking maken ook woon carrière en verkassen ook naar een gezinswoning. Uiteindelijk is bezwaar ingediend en gebrek aan geschiktere grotere gelijkvloerse woningen/appartementen in Gouda als argument gebruikt. En, met succes. Maar het geeft wel aan hoe de gemeente nog werkt. Antwoord: De gemeente wil het in regels en hokjes denken tegengaan en de dienstverlening aan inwoners verder verbeteren. Per 1 januari 2021 is de integrale uitvoeringsorganisatie gestart. Er is voor inwoners één toegang voor alle gemeentelijke ondersteuning op basis van de Wmo, Jeugdwet, Participatiewet en Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. In de gemeentelijke toegang staat de ondersteuningsvraag van de inwoners centraal. Er wordt eerst gekeken wat nodig is en pas daarna hoe dit gerealiseerd kan worden en onder welke wet.
pagina 5