De gemeentelijke jeugdbeschermingsinspecteur
Tekst van het document
Aan de leden van de Commissie Samenleving. Gemeenteraad Gouda.
Geachte leden,
Over de rol van de gemeentelijke jeugdbeschermingsinspecteur ontstond in de commissievergadering discussie. Ik hoop met deze toelichting het een en ander te verduidelijken. Ten eerste wil ik opmerken dat preventie geen middel is om de problemen die ouders met de uitvoering van de OTS ervaren met de Gl op te lossen. Het probleem zit bij de Gl, hun werkwijze, het niet nemen van verantwoording, het niet kunnen omgaan met “macht”, vooringenomen houdingen geen tegenspraak dulden van ouders die anders naar de zaak kijken. Doordat de Staatssecretaris van Justitie Fred Teeven hetinstituut Gecertificeerde in het leven heeft geroepen hebben deze instellingen een houding van onaantastbaarheid aangemeten. De instellingen zijn onterecht op een voetstuk geplaatst en gedragen zich helaas ook als zodanig. Dit komt ook naar voren tijdens zittingen bij rechtbanken en gerechtshoven. Rechters: “wat is de mening van de Gecertificeerde Instelling?” In het familierechtelijk proces heeft de Gl meer de positie van de Officier van Justitie gekregen dan een gelijkwaardige procespartij. De Gecertificeerde Instelling wordt op een voetstuk geplaatst door een kinderrechter terwijl het niet meer is dan een private instelling belast met de uitvoering van een Jeugdbeschermingsmaatregel. Als ouder sta je al 10 nul achter op een zitting.
De rechter heeft (meestal) geen boodschap aan een gemotiveerd en onderbouwend verweer want de Gl heeft een andere mening waar de rechter blind op vertrouwt en de Gl leunt op deze macht. De kinderrechters beschikken bij OTS zittingen uitsluitend over de aangeleverde rapportage van de Gl maar niet over het compleet opgebouwde dossier zoals in strafzaken wel gebruikelijk is, dus de kinderrechter krijgt niet alle informatie van de Gl en ouders hebben de grootste moeite om aan hun dossiers te komen. In veel OTS zaken zijn de dossiers niet op orde, dat is ook door de Inspectie Gezondheidszorg Jeugd vorig jaar vastgesteld.
De rol van de jeugdzorginspecteur: Hetis de Gemeente die opdrachtgever is aan de Gl om de Jeugdbescherming uit te voeren. De Gemeente betaald deze zorg. Als opdrachtgever kan de Gemeente ingevolge artikel 2:2 van de Jeugdwet ook controle uitvoeren en eisen stellen aan haar opdrachtnemers. Wanneer er een aanvraag komt voor het opleggen van een OTS komt de Gl in beeld en daar mag van deze instelling verwacht worden dat zij zorgvuldig te werk gaat.
Dat geldt ook voor de Raad voor de Kinderbescherming, het voorportaal. Wil de overheid ingrijpen met het verzoeken tot een OTS, dan zal er eerst onderzocht moeten worden of er daadwerkelijk sprake is van een ontwikkelingsbedreiging en of deze bedreiging in het vrijwillig kader (dus door Jeugdzorg) opgepakt kan worden of er zwaarder moet worden ingegrepen middels een OTS. Om de ontwikkelingsbedreiging te diagnosticeren zal er dus allereerst een onderzoek moeten plaatsvinden door de erkende GZ psycholoog met BIG registratie of Orthopedagoog generalist. De uitkomst van dit onderzoek moet de basis vormen voor een verdere besluitvorming. Is de conclusie dat de ontwikkelingsbedreiging kan worden weggenomen door een hulpverleningstraject in een vrijwillig kader door ambulante hulp van een vrijgevestigde gedragsdeskundige zoals een kinderpsycholoog verdient dat de voorkeur in plaats van naar het zwaardere middel van een OTS te grijpen. De taak van de jeugdbescherming inspecteur kan zijn om op dossierbasis te onderzoeken of deze voorliggende stappen zijn genomen. Het is een administratieve controle op basis van de documenten aangeleverd door de RvdkK en de Gl. Want tenslotte is het de Gemeente die moet betalen en mag daar eisen aan stellen. Heeft de kinderrechter een OTS uitgesproken moet de Jeugdwet gevolgd worden.
Er moet binnen de bij Wet gestelde termijn een familiegroepsplan worden opgemaakt door ouders en de Jeugdbeschermer. Komt dit niet van de grond (wat maar in 3 procent gebeurd) of zien de ouders hiervan af, dan moet de GI binnen de gestelde termijn een plan van aanpak hebben. Pas met een familiegroepsplan of plan van aanpak kan de Gl volgens de Jeugdwet passende Jeugdhulp inzetten. Voor de goede orde: De Gl is zelf geen hulpverlener. Ook hier kan een taak voor de gemeentelijke jeugdbeschermingsinspecteur ingetekend worden. Gewoon bij de Gl opvragen: op deze datum heeft de kinderrechter een OTS opgelegd op XXXXX. Graag ontvangen wij een afschrift van het familiegroepsplan of plan van aanpak. Moeten deze plannen niet worden overlegd of gewoon niet zijn opgemaakt kan de gemeentelijke jeugdbeschermingsinspecteur de gemeente adviseren om gelet op deze omissie de betaling op te schorten, de Gl een herstel termijn aanbieden en indien de Gl in gebreke blijft deze omissie voorleggen aan de kinderrechter. Het zelfde geldt wanneer er geen passende hulp door de Gl is aangevraagd terwijl er wel sprake is van een ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige. De Gl heeft hier een inspanningsverplichting. Tegen het einde van de OTS periode van b.v.
1 jaar, dient er een evaluatierapport opgemaakt te worden door de Gl waarin ook de mening van de ouders en de onder toezicht geplaatste in bepaalde gevallen zijn mening geeft. In de praktijk worden deze evaluatie rapporten of zeer summier opgemaakt of zelfs helemaal niet. Ook hier kan de gemeentelijke jeugdbeschermingsinspecteur een toetsing verrichten. Hij kijkt hier of een evaluatie aanwezig is, of de mening van de ouders is opgenomen, of de ingezette ambulante hulpverlening van de grond is gekomen, of de doelen geformuleerd zijn in het plan van aanpak of het familiegroepsplan is gerealiseerd en behaald enz. Dus gewoon een administratieve toetsing op het Gemeentehuis.
Bij aanvang van de OTS moet de ontwikkelingsbedreiging worden vastgesteld door een GZ psycholoog of Orthopedagoog. Bij het opheffen van de OTS zal er een zelfde toets gedaan moeten worden om te beoordelen of de doelen daadwerkelijk zijn behaald en wat het rendement is geweest van de ingezette hupverlening. Ook bij het verlengen van de OTS moet er een gedragsdeskundige onderbouwing plaatsvinden en de jeugdbeschermingsinspecteur kan ook deze stap toetsen. Ook kan de gemeentelijke jeugdbeschermingsinspecteur onderzoek doen in de verslaglegging met welke frequentie de jeugdbeschermer contact heeft gehad met de ouder(s) en de minderjarige. Dit is van belang omdat er nu vaak slechts 1 of 2 contacten gedurende het gehele OTS jaar hebben plaatsgevonden. Soms gewoon helemaal geen enkele! De gemeentelijke jeugdbeschermingsinspecteur is ook het aanspreekpunt voor de ouders(s) en minderjarigen wanneer zij ontevreden zijn over de bejegening, de contacten of inzage in de dossiers van de Gl. De gemeentelijke jeugdbeschermingsinspecteur heeft een meldingsplicht aan de Inspectie IGJ bij zaken zoals misbruik, mishandeling ten onrechte plaatsing in een gesloten instelling. Tevens dient ook de Wethouder en de Gemeenteraad van deze incidenten op de hoogte te worden gebracht.
Indien er bij de gemeentelijke jeugdbeschermingsinspecteur een melding binnenkomt betreffende seksueel misbruik, aanranding, verkrachting of mishandeling dat hij bevoegdis om samen methetslachtoffer of melder aangifte te doen bij de politie. De huidige praktijk binnen de Gl is nu dat deze zaken vaak in de doofpot worden gestopt en dat het slachtoffer niet wordt geloofd.
Voor de goede orde: De Inspectie IGJ doet uitsluitend onderzoek bij calamiteiten (bij overlijden) maar treedt niet op bij incidenten. Zo was het mogelijk dat de misstanden bij de Woodbrookersjarenlang konden doorgaan. Het uitgangspuntdientte zijn dat ieder onder OTSstaand kind volkomen veilig is. Wanneer er geen feitenonderzoek heeft plaatsgevonden door de Gl. Ook kan de gemeentelijke jeugdbeschermingsinspecteur richting de Gl optreden/vragen stellen wanneer er na een uithuisplaatsing geen stappen zijn ondernomen naar een terugplaatsing van de minderjarige. Voor alle duidelijkheid: de gemeentelijke jeugdbeschermingsinspecteur doet geen onderzoek bij de Gl zelf maar onderzoekt administratief of alle vastgelegde afspraken tussen de Gl en de opdrachtgever in casu de gemeente zijn nagekomen. Mochten er in het traject stappen zijn overgeslagen, de Gl niet aan de gestelde voorwaarden heeft voldaan zodat er geen passende hulpverlening heeft plaatsgevonden en de Gl haar regierol heeft verzaakt, dan is het aan de gemeente de bevoegdheid te gebruiken om op grond van artikel 2:2 van de Jeugdwethier (financiële) consequenties aan te verbinden.
Bovengenoemde punten hebben eén doel. De kwaliteit van de Jeugdbeschermingsmaatregel te verbeteren, bij wanprestatie op te treden door er (financiële) consequenties aan te verbinden zoals bv deels de betalingen op de schorten. Deze stappen zijn noodzakelijk: Ten eerste is de Gemeente verantwoordelijk voor een goede jeugdbescherming en is zij dat verplicht tegenover haar inwoners. Omdat duidelijk is geworden dat het Keurmerk Instituut en de Inspectie IGJ onvoldoende onderzoek doet naar de kwaliteit van het werk van de Gl en de kwaliteit van de dossiervorming van slechts enkele door de GI zelf uitgezochte dossiers bekijkt (niet eens onderzoekt) waarbij de audit rapporten ook geheim blijven zou de gemeentelijke jeugdbeschermingsinspecteur een waardevol instrument kunnen zijn om de kwaliteit van de kinder beschermende maatregelen te borgen. Geheimhouding, geen inspectiedossiers of Keurmerk dossiers afgeven aan de Gemeenten. Dit mag vraagtekens oproepen. Wat heeft men te verbergen, wat wil men afdekken. Laten we een kijken bij de Inspectie Onderwijs, daar worden de inspectierapporten openbaar gemaakt. Als ouder kan je in die rapporten lezen hoe de school presteert, of ze onder verscherpt toezicht staan en wat de uitstroom percentage naar het VMBO, HAVO of VWO is, alles keurig inzichtelijk.
De inspectie Gezondheidszorg welke ook valt onder IGJ maakt rapporten over ziekenhuizen en andere instellingen openbaar en brengen slecht functionerende artsen of artsen die een medische fout hebben gemaakt voor het Regionaal Tuchtcollege voor de Zorg. Maar inspectie rapporten over Jeugdzorginstellingen blijven onder de pet. Zo heeft de Gemeente geen enkel beeld van de kwaliteit en de misstanden bij de Gl en andere Jeugdzorginstellingen zoals gezinshuizen enz. De gemeentelijke jeugdbeschermingsinspecteur rapporteert iedere 6 maanden zijn bevindingen aan de Inspectie IGJ en Keurmerkinstituut alsmede aan de verantwoordelijk wethouder en de Raad.
H
Groenewegen