BP Ridder van Catsweg 683, Gouda - Regels - Bijlage 3 Structuurvisie Groen
Tekst van het document
STRUCTUURVISIE
GROEN
Structuurvisie Groen
Beleidsregels behoud, aanleg en compensatie van (openbaar) groen Voorwaarden bij planontwikkeling Gouda, april 2019
Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 Aanleiding Structuurvisie groen 2. Beleidsregels 2.1 Eerste beleidsregel 2.2 Tweede beleidsregel 2.3 Derde beleidsregel 2.4 Vierde beleidsregel 2.5 Vijfde beleidsregel 3. Het Groenfonds 3.1 Financiën voor het Groenfonds. 3.2 Toekenning van subsidie uit het Groenfonds.
Structuurvisie Groen
5 5 7 7 8 8 9 9 11 11 11
3
Figuur 1.1 Scope van het plangebied met hierin de locaties die eventuele geluidvoorzieningen nodig hebben
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Structuurvisie Groen In december 2017 heeft de gemeenteraad de beleidsnotitie Groen, groener, Gouda vastgesteld. Daarin is opgenomen dat Gouda bij planontwikkelingen randvoorwaarden wil meegeven voor te realiseren groen. In het coalitieakkoord 2018-2022 Nieuwe energie – Samenwerken en investeren voor Gouda is het volgende opgenomen: “We willen tegelijkertijd de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van de stad vergroten. Dat kan onder meer door het creëren van nieuw groen en water. We zorgen daarbij voor een samenhangende aanpak met klimaatmaatregelen, aangezien groen ook een functie kan hebben als het gaat om afwatering en hoe stedelijke hitte-effecten op te vangen.” Het doel is vergroten van de leefbaarheid door een toename van openbaar groen; het doel vanuit klimaatadaptatie is het bevorderen van maatregelen om de capaciteit van waterberging te vergroten, en wateroverlast en hittestress te verminderen: •
Gouda heeft binnenstedelijk relatief weinig openbaar groen; er is met de nabije Reeuwijkse plassen en Krimpenerwaard wel groene ruimte buiten de stad, maar deze kan de functie van binnenstedelijk openbaar groen in veel
Structuurvisie Groen
•
•
• •
opzichten niet vervangen. Er worden veranderingen in het klimaat voorzien, waardoor er in de zomer zware regenbuien te verwachten zijn. Bij veel verharding en weinig open grond of groene daken leiden die tot grootschalige plasvorming en onderlopen van straten en pleinen. Eveneens worden door de klimaatverandering op andere momenten in de zomer warmere tot hete periodes verwacht dan nu. Een stedelijke omgeving warmt door de gebouwen hoe dan ook meer op dan groen buitengebied. Om de hittestress in stedelijk gebied te dempen zijn groene plekken van enig formaat, grote bomen, waterpartijen, groene daken en gevels een geschikt middel. Een als groen ervaren woonomgeving blijkt positief te scoren in de waardering van bewoners voor hun woonomgeving. Groen blijkt gunstig voor de gezondheid van mensen, zowel psychisch (vermindering van stress) als fysiek (uitnodiging tot meer bewegen).
Gouda vindt het daarom belangrijk dat er in het algemeen voldoende groen in de stad beschikbaar is. Uitgangspunt is dat bouwende partijen het aanwezige groen behouden en ook nieuw groen aanleggen.
Indien een projectontwikkelaar aanwezig groen niet behoudt of onvoldoende nieuw groen aanlegt, moet er financieel gecompenseerd worden door storting van een bijdrage in het Groenfonds. Met de financiën uit dit fonds kan op een andere plek alsnog openbaar groen worden aangelegd. Om het stellen van randvoorwaarden bij planontwikkelingen mogelijk te maken, is een basis nodig in de vorm van een structuurvisie, die hier tevens in beleidsregels is uitgewerkt. Wanneer er een omgevingsvisie voor Gouda komt, zullen de beleidsregels daar onderdeel van uit gaan maken. De structuurvisie richt zich in hoofdzaak op openbaar gebied en niet op particuliere tuinen. Maar de tuinen vormen gezamenlijk wel een groot deel van de stad, dat verhard of groen kan zijn. Gouda heeft zich daarom aangesloten bij de landelijke organisatie Operatie Steenbreek. Deze is gericht op het stimuleren en faciliteren van meer groen op particulier terrein, met name de tuinen bij woonhuizen. Daarvoor werkt de gemeente samen met meerdere organisaties, zoals Instituut Voor Natuureducatie, Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Groei&Bloei en de woningcorporaties.
5
Figuur 1.1 Scope van het plangebied met hierin de locaties die eventuele geluidvoorzieningen nodig hebben
2. Beleidsregels Om aan het aspect leefbaarheid invulling te geven is het van belang dat het openbaar groen toeneemt. Daarnaast draagt uitzicht op groene daken en gevels bij aan de leefbaarheid. Om aan het aspect klimaatadaptatie invulling te geven is het van belang steen te vervangen door groen, bij voorkeur met bomen, en water. Met deze maatregelen kan de capaciteit van de waterberging worden vergroot, en kunnen hittestress en wateroverlast worden bestreden. Definities: • Planontwikkelingen: ontwikkelingen waarvoor een omgevingsvergunning met activiteit bouwen nodig is, met een minimum bouwsom van € 100.000,-- per plan. Niet tot planontwikkelingen worden gerekend ontwikkelingen die betrekking hebben op de (ver)bouw van één woning die door de ontwikkelaar zelf bewoond wordt of gaat worden. • Projectgebied: het totaal van de oppervlakte, waar een planontwikkeling plaats vindt en waar bouwwerken, wegen (openbaar en privaat), groen (openbaar en privaat) en water (openbaar en privaat) onderdeel van uitmaken. • Groen: bestaande uit feitelijk groen zoals bomen, gras, heesters, kruiden en vaste planten.
• •
• Daktuin
Openbaar groen: idem als groen, voor iedereen toegankelijk. Daktuin: een in elk geval voor bewoners van het woon-of werkcomplex toegankelijke tuin, die aangelegd is op het platte dak van een gebouw met begroeiing, die bestaat uit dezelfde soorten als genoemd onder groen. Groendak: niet toegankelijk vegetatiedak op platte of hellende daken, vaak met soorten als sedum.
2.1 Eerste beleidsregel De oppervlakte bestaand openbaar groen en water, en het aantal bestaande bomen worden ten minste behouden.
Groendak
Deze beleidsregel vormt het uitgangspunt bij planontwikkelingen. Daarnaast geldt deze beleidsregel ook bij de aanpassing of vernieuwing van een bestemmingsplan of de zogenaamde kruimelregeling; er wordt bewust de afweging gemaakt om te kiezen voor een bestemming Groen. Dit geldt ook bij de toekomstige omgevingsplannen. Indien de keuze veel afbreuk doet aan de flexibiliteit voor toekomstige ontwikkelingen, kan de keuze worden gemaakt om voor een andere bestemming, bijvoorbeeld verblijfsgebied, te kiezen.
Groen of openbaar groen Structuurvisie Groen
7
2.2 Tweede beleidsregel Bij planontwikkelingen dient een oppervlakte ter grootte van ten minste 15% van het totale projectgebied openbaar groen te worden.
2.3 Derde beleidsregel Als het niet haalbaar blijkt om binnen het projectgebied de vereiste 15% openbaar groen te ontwikkelen, dan is het mogelijk:
Deze regel dient om bij planontwikkelingen voldoende groen in de stad aan te leggen. Alle planontwikkelingen vallen onder de regel van 15% groen. Dit percentage is zowel van toepassing bij volledige nieuwbouw, als bij verbouw van een bestaand pand, mits de bouwsom minstens € 100.000 bedraagt. Voor een ingreep aan een bestaande woning (verbouw en/of verbetering), die van ondergeschikte aard is zoals het maken van een dakkapel of aanbouwen van een serre zal dit niet aan de orde zijn. Ook bij de bouw van één woning die de initiatiefnemer zelf gaat bewonen, is deze beleidsregel niet van toepassing. Verder is uitgangpunt dat bij grondgebonden woningen standaard een tuin wordt aangeboden; deze wordt niet meegerekend voor de 15%.
2.3.1 binnen het projectgebied compenserende maatregelen te treffen tot maximaal 50% van de opgave voor openbaar groen;
2.3.2 de opgave voor openbaar groen te realiseren op andere locaties in dezelfde wijk als waarin het projectgebied ligt. Het te realiseren openbaar groen buiten het projectgebied dient binnen een jaar na oplevering van het projectgebied te zijn aangelegd. zijn er compenserende maatregelen mogelijk tot maximaal 50% van de opgave voor openbaar groen. De compensatiemogelijkheden worden in de volgende blokken genoemd met hun maximale toe te rekenen aandeel in de totale opgave.
* Een deel van de groenopgave mag ingevuld worden met water uit de wateropgave
Figuur 2.1 Tweede beleidsregel
Structuurvisie Groen
Figuur 2.2 Derde beleidsregel
8
Omdat de oppervlakken daktuin, groendak en groene gevel particulier beheerd zullen worden, dragen deze niet bij aan verhoging van de vierkante meters openbaar groen zoals gehanteerd in de notitie Groen, groener, Gouda. Ook de oppervlakken water en waterdoorlatende verharding zullen niet terug te zien zijn in verhoging van de vierkante meters openbaar groen.
2.4 Vierde beleidsregel Voor iedere niet gerealiseerde of gecompenseerde vierkante meter openbaar groen is een compensatiebijdrage aan de gemeente verschuldigd van € 250 per m2 (prijspeil 2019). Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd volgens de Grond-, weg- en waterbouwindex uit het Meerjarenperspectief Grondexploitaties.
In figuur 2.3 is een rekenvoorbeeld weergegeven. Dit voorbeeld is een uitwerking van de derde beleidsregel.
Dit bedrag is gebaseerd op algemene gegevens voor verwervings-, inrichtings- en aanlegkosten van groen. 2.5 Vijfde beleidsregel Het college heeft de bevoegdheid te besluiten tot ontheffing of afwijking van de beleidsregels 2, 3 en 4, indien toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Samen max. 50% van de totale groenopgave (X M2). De andere 50% wordt openbaar groen.
Figuur 2.3 Rekenvoorbeeld
Structuurvisie Groen
Daarbij kunnen naast de doelstellingen van de Structuurvisie Groen onder andere overwegingen vanuit volkshuisvesting, verkeer, parkeren en cultuurhistorie een rol spelen. De gemeente voorziet bij planontwikkelingen tijdig in informatie en advies over de functie en het onderhoud van groen, ook in het licht van klimaatadaptatie en biodiversiteit, en biedt ook gerichte informatie over de mogelijkheden van het verbinden van het groen op aansluitende kavels.
9
STRUCTUURVISIE
LEGENDA
GROEN
Groen Water Hittestress Wateroverlast Aandachtsgebieden
5
2
3 1
6
4
Structuurvisie Groen
Figuur 3.1 Structuurvisie kaart
10
3. Het Groenfonds Indien een projectontwikkelaar onvoldoende groen aanlegt, moet er financieel gecompenseerd worden door storting van een bijdrage in het Groenfonds. Met de financiën uit dit fonds kan op een andere plek in de wijken, genoemd onder 3.1, alsnog groen worden aangelegd. 3.1 Financiën voor het Groenfonds. Het Groenfonds is op voorstel van de raad met een eerste bijdrage van € 100.000,- gevuld vanuit het Gemeentelijk Rioleringsplan, omdat groen bijdraagt aan vergroting van wateropvang wanneer steen wordt vervangen door groen. Dit is gunstig voor het rioleringssysteem. Het college heeft in het kader van het coalitieakkoord 2018-2022 ‘Nieuwe energie Samenwerken en investeren voor Gouda’ besloten voor nieuw groen en water de komende jaren budget beschikbaar te stellen: voor 2019 € 200.000, voor 2020 € 400.000 voor 2021 € 700.000 en voor 2022 nogmaals € 700.000. Tenslotte wordt het Groenfonds gevuld met de compensatiegelden in geval van onvoldoende behoud of aanleg van groen. In de notitie Groen, groener, Gouda (december 2017) is onderzocht in welke wijken het minste
Structuurvisie Groen
oppervlak aan openbaar groen voorhanden is. Op verzoek van de raad is Goverwelle aan deze lijst toegevoegd. Uitbreiding van openbaar groen door de gemeente vindt bij voorrang plaats in de volgende wijken (zie voor de begrenzing de kaart in figuur 3.1): 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Binnenstad Kadebuurt Kort Haarlem Korte Akkeren Gouda Noord Goverwelle
De gemeente wil, eventueel samen met externe partijen, zoeken naar mogelijkheden om meer openbaar groen aan te leggen, bij voorrang in deze wijken, zo nodig als een aparte investering los van een bouwontwikkeling. 3.2 Toekenning van subsidie uit het Groenfonds. Een deel van de middelen in het Groenfonds wordt gebruikt om budget te genereren voor de Subsidieverordening Groenfonds Gouda. De gemeente wil hiermee externe partijen stimuleren openbaar groen aan te leggen, bij voorrang in bovengenoemde wijken. Bij de beoordeling van projecten die voor subsidie
worden aangemeld, wordt op hoofdlijnen naar de volgende aspecten gekeken: 1. Steen in de vorm van bestrating of bebouwing wordt omgezet in groen. 2. De locatie ligt in één van de wijken/buurten, genoemd onder 3.1. 3. Een aanvraag maakt geen onderdeel uit van de groenopgave voor een bouwplan; op een (ver) bouwplan zijn de beleidsregels van toepassing uit hoofdstuk 2. 4. De gemeente wil graag dat er bij de aanleg van meer of nieuw groen nieuwe bomen worden geplant, omdat bomen de grootste bijdrage leveren aan de bestrijding van hitte in de stad. Er kunnen redenen zijn waarom er geen bomen geplant worden; die redenen vormen geen basis om een aanvraag af te wijzen. De verdere uitwerking van toetsingscriteria is terug te vinden in de Subsidieverordening Groenfonds Gouda.
11