CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen 5.16 bij toelichting_Bijlage 16 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Raadsvergadering 12 juni 2024, gemeente GoudaBij agendapunt: Bestemmingsplan Prins Willem-Alexander Kazerne6.016 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

PWA Kazerne Gouda Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

datum projectnummer

31 oktober 2023 221891

Rapport

Aveco de Bondt BV Holten - Amstelveen - Breda - Eindhoven - Nieuwegein

Postbus 64, 7450 AB Holten T +31 548 85 33 33 info@avecodebondt.nl www.avecodebondt.nl

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling project projectnummer projectleider

opdrachtgever postadres

contactpersoon

versie

PWA Kazerne Gouda 221891 Juul Osinga PWA Gouda B.V. Noordhollandstraat 71 1081 AS AMSTERDAM J. Piësla 2

datum referentie

31 oktober 2023 221891_AdB_RAP_1405_2

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3

Inleiding Aanleiding Toetsingskader Leeswijzer

1 1 1 1

2 2.1 2.2 2.3

Kenmerken project Huidige situatie plangebied Kenmerken omgeving Beoogde situatie

2 2 2 2

3 3.1 3.2 3.3

Procedurele en inhoudelijke aspecten (vormvrije) m.e.r. beoordeling Wet- en regelgeving Toetsing aan de m.e.r.-verplichtingen Procedure en betrokken partijen

4 4 5 6

4 4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5 4.2.6 4.2.7 4.2.8 4.2.9 4.3

De (vormvrije) m.e.r.-beoordeling De plaats en kenmerken van het project Kenmerken van het potentiële effect Archeologie en cultuurhistorie Bodem Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Flora en Fauna Water Verkeer en parkeren Samenvatting milieueffecten

7 7 9 10 11 11 12 12 12 13 14 14 15

5 5.1 5.2

Beoordeling van de effecten en conclusies Conclusie t.a.v. mogelijke aanzienlijke milieueffecten Conclusie (vormvrije) m.e.r.-beoordeling

16 16 16

datum referentie

31 oktober 2023 221891_AdB_RAP_1405_v2

1

Inleiding

1.1 Aanleiding In Gouda zijn, ter plaatse van de PWA Kazerne, plannen in voorbereiding voor de realisatie van een nieuw stedelijk woongebied met circa 222 woningen en 2.200m2 vloeroppervlak maatschappelijke functies. Het plangebied is weergegeven in de onderstaande figuur.

Figuur 1.1: Plangebied

Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling zal een ruimtelijke procedure worden doorlopen voor de planologische inpassing van de ontwikkeling. Daarbij dient onderbouwd te worden dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en aan geldende wet- en regelgeving. 1.2 Toetsingskader In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten wanneer m.e.r.-plichtig of m.e.r.beoordelingsplichtig zijn. Deze aanmeldnotitie betreft de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling op basis waarvan het bevoegd gezag (de gemeente Gouda) kan besluiten of het mogelijk maken van de ontwikkeling al dan niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die noodzaken tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure (waaronder het opstellen van een milieueffectrapportage). 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de kenmerken van het project omschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de huidige wet- en regelgeving omtrent milieueffectrapportages. Vervolgens wordt het beoogde plan getoetst aan deze wetgeving. Hoofdstuk 4 bevat de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling. In hoofdstuk 5 worden de conclusies van de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling verwoord in een advies aan het bevoegd gezag.

datum referentie

31 oktober 2023 221891_AdB_RAP_1405_v2

P 1/16

2

Kenmerken project

2.1 Huidige situatie plangebied De locatie van de voormalige PWA Kazerne is gelegen ten noorden van het centrum van Gouda in de wijk Noord. Het complex bestaat uit een voormalig kantoorgebouw van vijf bouwlagen, een tussengebouw van één en twee bouwlagen, een half ondergrondse bunker, twee voormalige dienstwoningen, een fietsenstalling en verdere aanhorigheden. Een impressie van de huidige situatie is te zien in de onderstaande afbeeldingen.

Figuur 2.1: Luchtfoto huidige situatie

Het plangebied heeft een oppervlak van circa 17.250m2. 2.2 Kenmerken omgeving Ten zuiden en westen van het plangebied bevinden zich hoofdzakelijk grondgebonden woningen en portiekontsloten appartementengebouwen uit jaren ’50 en ’60. Ten noorden en oosten is een zone met scholen en sportvoorzieningen aanwezig. Het plangebied ligt in de overgangszone tussen de kleinschaliger woonstraten ten zuiden en westen, en het gebied met een ruimere opzet ten noorden en oosten. Niet direct grenzend aan het plangebied, bevinden zich de Reeuwijkse plassen. 2.3 Beoogde situatie Het voornemen is om de voormalige PWA Kazerne in Gouda te (her)ontwikkelen. Het programma omvat de realisatie van 222 woningen. Daarnaast komen enkele maatschappelijke functies voor, zoals een gezondheidscentrum en een buurthuis, met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 2.200m2 bruto vloeroppervlakte. Een impressie van de voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in de volgende figuur.

datum referentie

31 oktober 2023 221891_AdB_RAP_1405_v2

P 2/16

Figuur 2.2: Beoogde situatie

datum referentie

31 oktober 2023 221891_AdB_RAP_1405_v2

P 3/16

3

Procedurele en inhoudelijke aspecten (vormvrije) m.e.r. beoordeling

3.1 Wet- en regelgeving De m.e.r.-procedure is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in plan- en besluitvorming in te brengen, om zo belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of omgevingsvergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van de m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. Voor plannen en besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben wordt de m.e.r.toets doorlopen. Er zijn drie gradaties in de zwaarte van de m.e.r.-toets. Figuur 3.1 geeft schematisch twee drempelwaarden weer die van belang zijn waarmee wordt beoordeeld of sprake is van: • een directe m.e.r.-plicht of • een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht of • een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht

Figuur 3.1: Schema m.e.r.-toets

Onderstaand zijn deze drie vormen nader toegelicht: • m.e.r-plicht: voor activiteiten die zijn opgenomen op de C-lijst van het Besluit m.e.r. en de drempelwaarde daarvan overschrijden geldt de directe m.e.r.-plicht. Naast de C-lijst zijn ook plannen waarvoor een passende beoordeling opgesteld moet worden m.e.r.-plichtig en kunnen provincies in een provinciale verordening m.e.r.-plichtige activiteiten aanwijzen. Voor deze activiteiten moet een milieueffectrapportage worden opgesteld om de milieugevolgen van de activiteit op de leefomgeving in beeld te brengen zodat het bevoegd gezag in staat wordt gesteld om de milieugevolgen bij haar afwegingen te betrekken. Voor een zorgvuldige afweging bevat het rapport bovendien alternatieve oplossingen met bijbehorende milieueffecten. • m.e.r.-beoordelingsplicht of plan-m.e.r.: voor activiteiten die zijn opgenomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. en de drempelwaarde overschrijden geldt de (formele) m.e.r. beoordelingsplicht. Indien de activiteit waarvan de drempelwaarde op de D-lijst wordt overschreden mogelijk wordt gemaakt door middel van een plan (kolom 3), dan geldt altijd en direct de plan-m.e.r. • vormvrije m.e.r.-beoordeling: voor activiteiten die zijn opgenomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. maar niet de drempelwaarde overschrijden geldt de (vormvrije) m.e.r. beoordelingsplicht.

De procedure en inhoud van de ‘vormvrije’ versie is nagenoeg gelijk aan de (formele) m.e.r.-beoordeling. Dat betekent dat voorafgaand aan de activiteit een besluit genomen moet worden of het doorlopen van een m.e.r.-procedure (opstellen milieueffectrapportage) al dan niet noodzakelijk is. Dit besluit moet worden onderbouwd door middel van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling die aantoont dat de activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu c.q. leefomgeving. De inhoud van de beoordeling dient te voldoen aan de criteria zoals opgenomen in ‘bijlage III van de Europese MER richtlijn’. In hoofdstuk 3 wordt hier nader op ingegaan.

datum referentie

31 oktober 2023 221891_AdB_RAP_1405_v2

P 4/16

3.2

Toetsing aan de m.e.r.-verplichtingen

Is er sprake van een plan of een besluit? Onderhavig plan voorziet in de wijziging van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan komt zowel voor in kolom 3 (plan) als kolom 4 (besluit) van het Besluit m.e.r. In deze situatie betreft het bestemmingsplan een besluit, volgens kolom 4, omdat na vaststelling van het bestemmingsplan geen m.e.r.-(beoordelings)plichtig besluit meer nodig is om de activiteiten te realiseren. Is er sprake van een directe m.e.r.-plicht? De eerste vraag die beantwoord moet worden is of voor het project activiteiten plaats vinden waarvoor sprake is van een directe m.e.r.-plicht. Onderhavige activiteit behoort niet tot één van de activiteiten op de C-lijst. Op basis daarvan is derhalve geen m.e.r.-procedure noodzakelijk. Wettelijke plannen, waarvoor een Passende Beoordeling op grond van de Wet Natuurbescherming nodig is, zijn m.e.r.-plichtig (artikel 7.2a Wet milieubeheer eerste lid). Op basis van het onderzoek naar flora en fauna (soortenbescherming en gebiedsbescherming) blijkt dat het opstellen van een Passende Beoordeling op grond van de Wet Natuurbescherming niet benodigd is (zie hoofdstuk 4.2). Op basis van artikel 7.2.a lid 1 Wet milieubeheer is er derhalve geen sprake van een m.e.r.-plicht. Door Provinciale Staten kunnen aanvullend op het Besluit m.e.r. activiteiten worden aangewezen die kunnen leiden tot m.e.r.-plicht.

De provincie Zuid-Holland heeft een dergelijke aanvulling niet ingevuld. Het provinciaal beleid leidt derhalve niet tot m.e.r.-plicht. Is er sprake van een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht? Er is geen sprake van een directe m.e.r.-plicht, maar mogelijk wel van een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht. Hiervoor is de D-lijst van het Besluit m.e.r. het toetsingskader. Toetsing aan D-lijst De beoogde ontwikkeling komt voor als activiteit in kolom 1 van de D-lijst van het Besluit m.e.r. (zie Tabel 3.1). Tabel 3.1: D-lijst, bijlage, besluit Milieueffectrapportage

D11.2

Kolom 1 Activiteiten

Kolom 2 Gevallen

Kolom 3 Plannen

Kolom 4 Besluiten

De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

De drempelwaarden in kolom 2 wordt niet overschreden: • Het plangebied heeft een oppervlak van circa 17.250m2; • Er worden 222 woningen gerealiseerd; • Het te realiseren bedrijfsvloeroppervlakte betreft 2.200 m2 bvo m2. De drempelwaarden worden niet overschreden. Er is derhalve geen sprake van een (formele) m.e.r.beoordelingsplicht.

datum referentie

31 oktober 2023 221891_AdB_RAP_1405_v2

P 5/16

Is er sprake van een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht? Het onderhavige plan komt als activiteit voor in kolom 1 van de D-lijst en de drempelwaarden in kolom 2 worden niet overschreden, maar het te nemen besluit (het bestemmingsplan) komt voor in zowel kolom 3 als 4. Het bestemmingsplan is, zoals eerder omschreven, te beschouwen als een 'besluit' in de zin van het Besluit m.e.r. Op basis van het vorengaande wordt geconcludeerd dat een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling moet worden opgesteld. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling zal blijken of niet alsnog een m.e.r.-procedure op grond van het Besluit m.e.r. moet worden doorlopen. De (vormvrije) m.e.r. beoordeling wordt aangevraagd door middel van een aanmeldnotitie. 3.3

Procedure en betrokken partijen

Betrokken partijen Bij deze m.e.r.-beoordelingsprocedure zijn de volgende partijen aan te merken als initiatiefnemer en bevoegd gezag. OpenDevelopment is de initiatiefnemers van onderhavig plan. De Gemeente Gouda treedt op als bevoegd gezag. De gemeente moet immers een bestemmingsplan vaststellen om dit plan mogelijk te maken. Procedure De initiatiefnemer deelt aan het bevoegd gezag mede dat zij voornemens is een m.e.r.- beoordelingsplichtige activiteit te realiseren. Dit doet de initiatiefnemer in deze aanmeldingsnotitie waarin zij de benodigde informatie opneemt op basis waarvan het bevoegd gezag een besluit kan nemen over de noodzakelijkheid tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure. Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken na ontvangst van deze aanmeldingsnotitie of er al of niet een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden. Het (vormvrije) m.e.r.beoordelingsbesluit vormt een bijlage bij het uiteindelijk te nemen besluit: de vaststelling van het bestemmingsplan. Er staat bij een m.e.r.-beoordeling geen direct beroep en bezwaar open. Beroep en bezwaar vindt plaats in het kader van de procedure van het bestemmingsplan.

datum referentie

31 oktober 2023 221891_AdB_RAP_1405_v2

P 6/16

4

De (vormvrije) m.e.r.-beoordeling

De (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag (gemeente Gouda) om te bepalen of er bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. De beoordeling dient te worden uitgevoerd op grond van de criteria uit bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectrapportage. Hierbij gelden drie thema’s: • • •

de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten

4.1 De plaats en kenmerken van het project Bij het kenmerk van het project moet in het bijzonder in overweging worden genomen: A. B. C. D. E. F. G.

de omvang van het project; de cumulatie met andere projecten; het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; de productie van afvalstoffen; verontreiniging en hinder; het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering; risico’s voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling).

Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: H. het bestaande grondgebruik, I. relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) van het gebied, J. het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: − wetlands, oeverformaties, riviermondingen − kustgebieden − berg- en bosgebieden − natuurreservaten en -parken − gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG; − gebieden waar de milieukwaliteitsnormen al niet worden nagekomen − gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid − landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang

datum referentie

31 oktober 2023 221891_AdB_RAP_1405_v2

P 7/16

Ad A. de omvang van het project Zoals omschreven in hoofdstuk 2 voorziet het project in de realisatie van in 222 woningen en 2.200 m2 maatschappelijke functies. Het plangebied heeft een oppervlak van circa 17.250m2; Ad B. cumulatie met andere projecten In de omgeving van het projectgebied zijn geen grootschalige ontwikkelingen bekend die kunnen leiden tot een stapeling (cumulatie) van milieueffecten. Ad C. gebruik van natuurlijke hulpbronnen De ontwikkeling van de voorziene activiteiten legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Tijdens het bouw- en woonrijp maken zijn bouwmaterialen en grondverzet nodig. Tijdens de gebruiksfase zal elektriciteit en water nodig zijn. De woningen worden niet op aardgas aangesloten en moeten voldoen aan de laatste eisen qua energieprestatie. Behoudens de reguliere materialen en hulpbronnen ten behoeve van realisatie en onderhoud worden geen natuurlijke hulpbronnen gebruikt in het onderhavige plan. Ad D. de productie van afvalstoffen De productie van afvalstoffen is beperkt tot de bouwafvalstoffen tijdens de realisatie van onderhavig plan en toekomstige huishoudelijke en bedrijfsmatige afvalstoffen afkomstig van woningen en de aanwezige horecavoorziening. De productie van afvalstoffen vormen naar aard en omvang geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapportage.

Er is geen sprake van productie van afvalstoffen zoals bedoeld in artikel 1.1. van de Wet milieubeheer. Ad E. verontreiniging en hinder In het kader van de sloop, tijdens het bouw- en woonrijp maken en bij de bouw van de woningen kan tijdelijk sprake zijn van verkeers- en geluidhinder van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden op locatie. Deze situatie is tijdelijk en vormt geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapportage. In de gebruiksfase worden ten gevolge van de activiteiten geen belangrijke nadelige effecten verwacht. Verder leidt dit project niet tot onevenredige aantasting van beschermde natuurgebieden. In paragraaf 4.2 zijn eventuele milieugevolgen nader in beeld gebracht en worden de effecten in meer detail beoordeeld. Ad F. het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering De realisatie en ingebruikname van recreatieappartementen en bedrijfsruimtes betreft geen risicovolle inrichtingen. In paragraaf 4.2. wordt verder ingegaan op het aspect externe veiligheid. Extreme weersomstandigheden zoals extreme temperaturen en veel neerslag komen steeds vaker voor door klimaatverandering. Dit geeft aanleiding tot o.a. meer overstromingen op meer verschillende plaatsen, een hoger waterpeil van oppervlaktewateren en aanhoudende periodes van extreme droogte.

In paragraaf 4.2 wordt hier verder op ingegaan als onderdeel van het aspect water. Ad G. risico’s voor menselijke gezondheid Onderhavig plan heeft geen relevante emissie van gevaarlijke/verontreinigende stoffen die schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid.

datum referentie

31 oktober 2023 221891_AdB_RAP_1405_v2

P 8/16

Ad H. het bestaande grondgebruik Zoals omschreven in hoofdstuk 2 bestaat het bestaande grondgebruik uit de PWA Kazerne. Het plangebied kent volgens het vigerend bestemmingsplan de enkelbestemming ‘Maatschappelijk’. Ad I. relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) van het gebied Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied. Het plangebied heeft geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen, waardoor maar beperkt sprake is van kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen. In paragraaf 4.2 is nader ingegaan op de (potentieel) aanwezige natuurwaarden in het plangebied en de omgeving. Ad J. het opnamevermogen van het natuurlijke milieu Het plangebied is niet gelegen in een stiltegebied of een grondwaterbeschermingsgebied zoals vermeld in de Provinciale omgevingsverordening Zuid-Holland. Het plangebied maakt ook geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en NNN gebied ligt op een afstand van circa 450 meter. Het plangebied en omgeving ligt niet in een gebied waar sprake is van een overschrijding van de Europese normen voor luchtkwaliteit (zie paragraaf 4.2).

In het plangebied is een archeologische verwachting aanwezig en zijn cultuurhistorisch waardevolle onderdelen aanwezig, hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 4.2. 4.2 Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria die besproken zijn onder paragraaf 4.1 (de plaats en kenmerken van het project) in het bijzonder in overweging worden genomen: • • • • • • • •

de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten; de aard van het effect; het grensoverschrijdend karakter van het effect; de intensiteit en de complexiteit van het effect; de waarschijnlijkheid van het effect; de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; de cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten; de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.

De mogelijke milieueffecten worden, indien aan de orde, aan de hand van de verschillende relevante thema’s beschreven.

datum referentie

31 oktober 2023 221891_AdB_RAP_1405_v2

P 9/16

4.2.1

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie Potentiële effecten ten aanzien van archeologie en cultuurhistorie zijn met name gerelateerd aan verstoring van eventueel aanwezige archeologische waarden en aantasting van cultuurhistorisch waardevolle elementen binnen het plangebied. Gemeente Gouda beschikt over een eigen archeologische waardenkaart (de Archeologische Beleidskaart). Op deze kaart zijn de vanuit archeologisch oogpunt interessante locaties in Gouda te zien. Op basis van deze kaart kent het plangebied een lage archeologische verwachting. Op grond van het gemeentelijke archeologisch beleid geldt ter plaatse van gronden met een lage archeologische verwachting dat archeologisch onderzoek nodig is bij projecten met een bodembeslag groter dan 10.000 m2 waarvan de bodemingrepen dieper reiken dan 0,5 meter onder maaiveld. In het bestemmingsplan wordt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' opgenomen. Indien op deze gronden een bouwaanvraag wordt ingediend, dient de aanvrager te beschikken over een archeologische vergunning voor bodemverstorende activiteiten. Cultuurhistorie Er bevinden zich, op basis van de Cultuurhistorische atlas van de provincie Zuid-Holland, in het plangebied zelf geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten. Het is tevens niet gelegen binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht. Er is onderzoek uitgevoerd naar de cultuurhistorische waarde van op het terrein aanwezige objecten.

Hieruit blijkt dat de aanwezige bunker een hoge cultuurhistorische waarde en een hoge monumentwaarde heeft. Het kazernegebouw heeft een positieve cultuurhistorische waarde en als object een positieve monumentwaarde. De dienstwoningen hebben als onderdeel van het totale complex een positieve cultuurhistorische waarde. De dubbele dienstwoning als object heeft een indifferente monumentwaarde. De vorm van de bunker en kantoorgebouwen vormen een integraal onderdeel van het plan. De bunker wordt behouden, indien mogelijk ook de kantoorgebouwen. De contouren van de gesloopte laagbouw dienen als basis voor de landschappelijke inrichting, waarbij de oorspronkelijke polderstructuur wordt geïnterpreteerd als waterpartij. Het is de ambitie om de voormalige defensiekantoren om te bouwen tot toekomstbestendige woningen, terwijl de bunker vrij en centraal in het plan blijft staan. De bunker, die vroeger verborgen was voor het publiek vanwege zijn militaire functie, krijgt nu een nieuwe betekenis. Het plan omvat een buurtkamer, een ‘bunkermuseum’ (waar nog wel een ontwikkelaar / exploitant voor gevonden moet worden) en bergingen voor fietsen en andere benodigdheden voor de bewoners, waardoor de bunker een openbare en sociale ruimte wordt voor de nieuwe gemeenschap.

Conclusie De beoogde ontwikkelingen leiden niet tot een negatief effect op eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied en de directe omgeving daarvan. De in het plan aanwezige cultuurhistorische waarden vormen een integraal onderdeel van het plan en worden daardoor versterkt. Er is dus geen sprake van belangrijke negatieve effecten op archeologie en cultuurhistorie.

datum referentie

31 oktober 2023 221891_AdB_RAP_1405_v2

P 10/16

4.2.2 Bodem Potentiële effecten ten aanzien van bodem kunnen gerelateerd zijn aan de verslechtering van de bodemkwaliteit. Woningen en maatschappelijke functies vormen in de basis geen risico voor de bodemkwaliteit. Door Ingenieursbureau Land is er een verkennend bodem- en asbestonderzoek. Uit de resultaten blijkt dat op de locatie licht tot matig verhoogde gehalten in grond en grondwater zijn aangetoond, dit beïnvloed de hergebruiksmogelijkheden van de grond. Tevens is op de locatie een ophooglaag met betonschuim aanwezig. De resultaten geven geen aanleiding om een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming te verwachten. Dit was ook niet de verwachting op basis van het vooronderzoek. Gelet daarop mag aangenomen worden dat de bodemkwaliteit geschikt is (te maken) voor het beoogd gebruik (wonen). Voorafgaand aan het verlenen van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen) voor gevoelige functies zal de initiatiefnemer aan moeten tonen dat de grond geschikt is voor de beoogde functie. Conclusie De beoogde ontwikkelingen leiden niet tot een negatief effect op de milieuhygienische kwaliteit van de bodem binnen het plangebied en de directe omgeving daarvan.

4.2.3 Bedrijven en milieuzonering Potentiële effecten ten aanzien van bedrijven en milieuzonering zijn met name gerelateerd aan de beoordeling of er voldoende afstand is tussen milieuhindergevoelige bestemmingen en milieubelastende activiteiten. In het plan worden vooral milieugevoelige functies mogelijk gemaakt. De functie 'wonen' is in dit kader niet milieubelastend voor de omgeving. Van de aantasting van woon- en leefklimaat van omwonende is in beginsel dan ook geen sprake. Onderdeel van het voorliggende plan is de realisatie van enkele maatschappelijke functies, zoals een gezondheidscentrum en een buurthuis. Dergelijke functies worden tot milieucategorie 1/A gerekend en zijn in een stedelijke/gemengde omgeving verenigbaar direct naast woningbouw. In de omgeving van het plangebied zijn in beperkte mate bedrijven aanwezig. De sporthal en padelbaan ten noorden van het plangebied vormt op basis van de richtafstanden een aandachtspunt. In gemengd gebied geldt een richtafstand van 30 meter voor een sporthal en 100 meter voor een padelbaan gebaseerd op het aspect 'geluid'. De aspecten 'geur', 'stof' en 'gevaar' vormen geen belemmering. In de beoogde situatie bevinden zich woningen binnen de richtafstand van 30 meter. In de feitelijke situatie is echter sprake van een overdekte sporthal met een gesloten gevel.

Vanwege de gesloten gevel kan ervan worden uitgegaan dat van geluiduitstraling naar het plangebied beperkt sprake is en van een aanvaardbaar niveau is. In de huidige situatie maken bezoekers gebruik van de parkeergelegenheid ten zuiden van de sporthal (grenzend aan het plangebied). Geconstateerd is dat het parkeren van voertuigen omgevingseigen geluid is, passend bij een stedelijke omgeving. Eventuele hinder vanuit de padelbaan zal beperkt zijn gelet op de afstand tot het plangebied en de tussenliggende bebouwing en vormt geen aanleiding voor het opstellen van een volwaardige milieueffectrapportage. Eventuele hinder is ook oplosbaar door het treffen van technische maatregelen. Conclusie De beoogde ontwikkelingen leiden vanuit hun bedrijfsvoering of gevoeligheid daarvoor niet tot een negatief effect op de bedrijfsvoering van aanwezige bedrijven en/of het woon- en leefklimaat van woningen in het plangebied en de directe omgeving daarvan.

datum referentie

31 oktober 2023 221891_AdB_RAP_1405_v2

P 11/16

4.2.4 Externe veiligheid Potentiële effecten ten aanzien van externe veiligheid zijn met name gerelateerd aan de aanwezigheid van risicobronnen in de omgeving van het gebied en/of de realisatie van risicovolle inrichtingen binnen het plan. Met behulp van de Signaleringskaart-EV is een inventarisatie verricht van de risicobronnen in en rond het plangebied. Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied zich niet bevindt binnen de invloedsgebieden van inrichtingen, buisleidingen en/of transportroutes voor gevaarlijke stoffen. Het plangebied is op dermate grote afstand van risicobronnen gesitueerd dat het aspect 'externe veiligheid' geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van externe veiligheid geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu. 4.2.5 Geluid Potentiële effecten ten aanzien van geluid zijn met name gerelateerd aan de toename van het aantal verkeersbewegingen dat het plan met zich mee brengt. Daarnaast dient de geluidsbelasting op de te realiseren woningen in beschouwing te worden genomen. Met de voorgenomen ontwikkeling is sprake van de realisatie van geluidsgevoelige functies. Uit de eerste rekenresultaten van het akoestisch onderzoek blijkt dat de berekende geluidbelasting voldoet aan de van toepassing zijnde maximale ontheffingswaarde.

De herontwikkeling zorgt voor ongeveer 1.150 motorvoertuigbewegingen per dag extra. Het verkeer verspreidt zich over verschillende wegen. Hoe verder weg van de planlocatie hoe kleiner de verkeerseffecten zijn. De toename van wegverkeer leidt niet tot belangrijke nadelige gevolgen vanwege geluid op bestaande woningen in de omgeving. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van geluid geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu. 4.2.6 Luchtkwaliteit Potentiële effecten ten aanzien van luchtkwaliteit zijn met name gerelateerd aan de toename van het aantal verkeersbewegingen die het plan met zich mee brengt. Daarnaast dient de luchtkwaliteit in het gebied in beschouwing te worden genomen. De ontwikkelingen binnen het plangebied dragen ‘niet in betekenende mate’ bij aan de luchtverontreiniging. Uit de NSL monitoringstool blijkt bovendien dat de luchtkwaliteit binnen het plangebied ruimschoots voldoet aan de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van luchtkwaliteit geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu.

datum referentie

31 oktober 2023 221891_AdB_RAP_1405_v2

P 12/16

4.2.7 Flora en Fauna Potentiële effecten ten aanzien van flora en fauna zijn met name gerelateerd aan soortenbescherming binnen en direct rondom het plangebied en gebiedsbescherming van natuurgebieden. Soortenbescherming Uit de onderzoeksresultaten van een Quickscan Flora en Fauna is gebleken dat het plangebied in potentie geschikt is voor beschermde soorten, waaronder vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen. Op basis van deze resultaten is nader onderzoek uitgevoerd. Effecten door de geplande werkzaamheden op overige beschermde flora- en faunasoorten worden binnen het plangebied niet verwacht. • Nader onderzoek gierzwaluw: Uit het nader onderzoek blijkt dat binnen het plangebied geen nestelendedan wel gierende dieren zijn waargenomen. Gezien nestlocaties ontbreken zijn negatieve effecten veroorzaakt door de geplande ingrepen uitgesloten. • Nader onderzoek vleermuizen: Middels het nader onderzoek zijn in het plangebied de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis waargenomen. De laatvlieger en rosse vleermuis zijn enkel foeragerend en/of overvliegend waargenomen. Binnen het plangebied zijn zomeren paarverblijfplaatsen van de gewone- en ruige dwergvleermuis aangetroffen. Tevens is een kraamverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Bij de sloop van het kazernegebouw en de aanliggende woning gaan deze verblijfplaatsen verloren.

Tevens kunnen tijdens de werkzaamheden dieren worden verstoord, verwond of gedood indien geen mitigerende maatregelen worden genomen. Het uitvoeren van de geplande ingrepen en daarmee de vernietiging van de beschermde verblijfplaatsen is een overtreding van de Wet natuurbescherming. Om overtreding van de Wnb bij uitvoering van de plannen te voorkomen is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk. Adverbo heeft een activiteitenplan opgesteld waarbij mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven die de negatieve effecten op vleermuizen zo veel mogelijk beperken. Het activiteitenplan en de uitgevoerde onderzoeken vormen de onderbouwing voor de ontheffingsaanvraag. De ontheffingsaanvraag is reeds ingediend, gelet hierop zijn belangrijke nadelige gevolgen uit te sluiten. • Nader onderzoek huismus: Dit onderzoek wordt in het voorjaar van 2023 uitgevoerd. Indien blijkt dat huismussen aanwezig zijn kan dit aanleiding vormen om ook hiervoor een ontheffing aan te vragen. Gelet op het juridisch kader voor soortenbescherming zijn belangrijke nadelige gevolgen uit te sluiten. Gebiedsbescherming Het plangebied is geen onderdeel van het natuurnetwerk Zuid-Holland.

Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van het NNN ligt en de omgevingsverordening van Zuid-Holland geen bepalingen ten aanzien van externe werking kent, is nadere toetsing aan de bepalingen uit de provinciale ruimtelijke verordening van ZuidHolland ten aanzien van het NNN niet noodzakelijk. Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is 'Broekvelden, Vetenbroek & Polder Stein' gelegen op een afstand van circa 2,3 km ten zuidoosten van het plangebied. Gezien de aard van de geplande ingrepen en de afstand ten opzichte van de Natura 2000-gebieden worden significante negatieve effecten als gevolg van directe effecten (zoals geluidhinder, lichthinder en hinder trillingen) uitgesloten. Emissie van stikstof uit het plangebied kan over grotere afstand tot negatieve effecten leiden. Door middel van een AERIUS-berekening wordt onderzocht of hier sprake van is. Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de afstand tot stikstofgevoelige habitattypen (>10km) is het niet de verwachting dat sprake zal zijn van stikstofdepositie als gevolg van de beoogde plannen. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van flora en fauna (soortenbescherming en gebiedsbescherming) geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu.

datum referentie

31 oktober 2023 221891_AdB_RAP_1405_v2

P 13/16

4.2.8 Water Potentiële effecten ten aanzien van water betreffen met name de waterkwaliteit, noodzaak tot waterberging, behandeling van regen- en afvalwater, etc. Het beoogde plan leidt tot een toename aan verharding die gecompenseerd dient te worden. Hiertoe worden in het plan waterbergende voorzieningen opgenomen. Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem worden duurzame, niet-uitloogbare materialen gebruik, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. De functies die worden mogelijk gemaakt binnen het plan vormen geen risico voor de watersysteemkwaliteit, er is immers geen sprake van bedrijfsactiviteiten die verontreiniging veroorzaakt. Een verslechtering van de waterkwaliteit is dus niet aan de orde. Vuilwater afkomstig uit het plangebied wordt aangesloten op het aanwezige rioolstelsel. Hemelwater wordt gescheiden afgehandeld. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van water geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu. 4.2.9 Verkeer en parkeren Potentiële milieueffecten ten aanzien van verkeer en parkeren zijn met name gerelateerd aan de toename van het aantal verkeersbewegingen die het plan met zich mee brengt en de realisatie van voldoende parkeergelegenheid binnen het plangebied. Eventuele gevolgen daarvan ten aanzien van geluid, natuur en luchtkwaliteit zijn al in eerdere paragrafen in beschouwing genomen.

Eventuele overige effecten kunnen bijvoorbeeld parkeeroverlast of problemen in de doorstroming betreffen. Daar wordt nader op ingegaan. Ten opzichte van de huidige situatie zal de ontwikkeling voor extra verkeersbewegingen zorgen op de omliggende wegen. Hoe verder weg van de planlocatie hoe kleiner de verkeerseffecten zijn. Het grootste verkeerseffect vindt plaats op het noordelijk deel van de Groen van Prinsterersingel. Dit is een erftoegangsweg 30 km/u met een gemengd profiel waar diverse scholen aan gelegen zijn. Op deze straat zijn meer fietsers dan autoverkeer. Op termijn wordt de Groen van Prinsterersingel een fietsstraat. Daarvoor is het wenselijk zo min mogelijk autoverkeer te hebben, en zijn maximaal acceptabele intensiteiten opgesteld. De verkeersdruk op de Groen van Prinsterersingel voldoet hier ruimschoots aan. Enkel het meest noordelijke stukje richting de Burgemeester van Reenensingel waar al het wijkverkeer samenkomt is te druk voor een fietsstraat. Voor dit deel van circa 100 meter wordt dan ook een gescheiden profiel met vrij- of aanliggende fietspaden geadviseerd. Dat is inpasbaar. De overige 540 meter van de Groen van Prinsterersingel kan een fietsstraat profiel krijgen. Uit kruispuntanalyses blijkt dat het extra verkeer door de planontwikkeling nauwelijks impact heeft op de verkeersafwikkeling bij de kruispunten. Wachttijden blijven nagenoeg gelijk.

Daarmee concluderen we dan ook dat de ontwikkeling van de PWA kazerne niet tot onacceptabele verkeerseffecten leidt. De gehele planlocatie wordt opnieuw ingericht. Op de planlocatie komt parkeergelegenheid voor de toekomstig gebruikers (bewoners, werknemers en bezoekers). Op basis van deze passende parkeernormen zijn voor 222 woningen en het zorgcentrum op het maatgevende moment 228 parkeerplaatsen nodig (zaterdagavond). Totaal worden 196 parkeerplaatsen extra aangelegd. Verder zijn er op zaterdagavond naar verwachting nog zo’n 37 vrije parkeerplaatsen in de directe omgeving van de planlocatie. Daarmee wordt dus in voldoende mate parkeergelegenheid geboden om de te verwachten parkeerbehoefte op te vangen, en heeft de ontwikkeling geen impact op de parkeersituatie in de omgeving.

datum referentie

31 oktober 2023 221891_AdB_RAP_1405_v2

P 14/16

4.3 Samenvatting milieueffecten In tabel 4.1 zijn de conclusies van de beoordeling van de potentiële effecten van de ontwikkeling samengevat en is aangegeven of het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk is. Tabel 4.1: Samenvatting milieueffecten Doorlopen m.e.r.procedure noodzakelijk?

(milieu)thema

Conclusie beoordeling potentiële effecten

Archeologie en cultuurhistorie

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van archeologie en cultuurhistorie geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu.

Nee

Bodem

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van bodem geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu.

Nee

Bedrijven en milieuzonering

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van bedrijven en milieuzonering geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu.

Nee

Externe veiligheid

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van externe veiligheid geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu.

Nee

Geluid

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van geluid geen belangrijke nadelige Nee gevolgen zijn te verwachten voor het milieu.

Luchtkwaliteit

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van luchtkwaliteit geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu.

Nee

Flora en fauna

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van flora en fauna geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu.

Nee

Water

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van water geen belangrijke nadelige Nee gevolgen zijn te verwachten voor het milieu.

Verkeer en parkeren

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van verkeer en parkeren geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu.

datum referentie

31 oktober 2023 221891_AdB_RAP_1405_v2

Nee

P 15/16

5

Beoordeling van de effecten en conclusies

5.1 Conclusie t.a.v. mogelijke aanzienlijke milieueffecten Het voornemen leidt in beperkte mate tot effecten voor het milieu en de omgeving. Voor alle onderzochte aspecten geldt dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. Wanneer er geen ‘belangrijke nadelige gevolgen’ zijn voor het milieu is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet noodzakelijk om een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen. 5.2 Conclusie (vormvrije) m.e.r.-beoordeling Op basis van de huidige kennis en uitgangspunten ten tijde van het uitvoeren van deze m.e.r.-beoordeling, kan voor alle aspecten worden uitgesloten dat onderhavig plan belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu oplevert. Geadviseerd wordt om het college van B&W van de gemeente Gouda op basis van deze notitie te laten besluiten dat geen milieueffectrapportage nodig is.

datum referentie

31 oktober 2023 221891_AdB_RAP_1405_v2

P 16/16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=0ec67682-e76e-4689-8864-ea52693f67bb