CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen 5.11 bij toelichting_Bijlage 11 Quickscan flora en fauna

Raadsvergadering 12 juni 2024, gemeente GoudaBij agendapunt: Bestemmingsplan Prins Willem-Alexander Kazerne10.001 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORT Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda

Opdrachtgever:

HGCA B.V. T.a.v. de heer P. Gjaltema Tielweg 10 2803 PK Gouda

Rapportnummer:

2490839

Datum rapport:

29 juli 2022

Rapport opgesteld door

Paraaf

Dhr. N. Stam

Rapport gecontroleerd door

27 juli 2022

Paraaf

Dhr. M. Tangerman

Rapport vrijgegeven door Dhr. M. den Haan, MSc

Datum verzending

Datum controle 28 juli 2022

Paraaf

Datum controle 29 juli 2022

Postbus 1105, 2302 BC Leiden Gerrit van der Veenstraat 75, 2321 CD Leiden Telefoon 071 - 581 55 55 Internet: www.adverbo.nl E-mail: info@adverbo.nl Milieu adviesbureau Adverbo is de handelsnaam van AA milieu- en adviesbureau B.V. NL69 RABO 0180 7410 47 K.v.K. nr. 60616180 BTW nr. NL 8539.84.840.B.01 Omgevingsvergunning - Bodemonderzoek - Bodemsanering - Ecologisch onderzoek - Asbestonderzoek Op al onze leveringen zijn van toepassing de algemene voorwaarden van de DNR11

INHOUDSOPGAVE pagina

1.

1.1. 1.2. 1.3.

2. 3.

4.

INLEIDING ...................................................................................................................... 3 Aanleiding .......................................................................................................................... 3 Doelstelling ........................................................................................................................ 3 Leeswijzer .......................................................................................................................... 3 METHODE ...................................................................................................................... 5

3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5.

GEBIEDSBESCHRIJVING EN GEPLANDE WERKZAAMHEDEN .............................. 6 Ligging plangebied ............................................................................................................. 6 Huidig gebruik .................................................................................................................... 6 Toekomstige inrichting/geplande werkzaamheden ......................................................... 10 Ligging plangebied ten opzichte van beschermde gebieden........................................... 11 Gemeentelijk beheer ........................................................................................................ 12

4.1. 4.2. 4.3.

TOETSING WET NATUURBESCHERMING ............................................................... 13 Samenvatting reeds uitgevoerde onderzoeken ............................................................... 13 Quickscan Flora en Fauna 2022 ...................................................................................... 14 Invasieve exoten .............................................................................................................. 18

5.

CONCLUSIES .............................................................................................................. 19

6.

AANBEVELINGEN ....................................................................................................... 20

7.

BRONNEN .................................................................................................................... 21

BIJLAGE 1: ONAFHANKELIJKHEID ........................................................................................ 22 BIJLAGE 2: WETTELIJK KADER WET NATUURBESCHERMING ......................................... 23 BIJLAGE 3: VRIJGESTELDE SOORTEN PROVINCIE ZUID-HOLLAND ................................ 30 BIJLAGE 4: JAARROND BESCHERMDE VOGELNESTEN .................................................... 31 BIJLAGE 5: LIJST BESCHERMDE FLORA- EN FAUNA OMGEVING PLANGEBIED ........... 32

Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 2 van 32

1.

INLEIDING

1.1.

Aanleiding

In opdracht van HGCA B.V. heeft AA milieu- en adviesbureau B.V., handelsnaam en hierna (Milieu adviesbureau) Adverbo, een Quickscan flora en fauna uitgevoerd ter plaatse van de Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda. De aanleiding voor het ecologische onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. De bestaande bebouwing wordt gesloopt en op de locatie worden woningen gebouwd. In de bestaande panden in momenteel een middelbare school gevestigd. In het kader van de herontwikkeling is op het plangebied in 2018 reeds een Quickscan flora en fauna uitgevoerd (Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers b.v., kenmerk: 180021; d.d. 28 februari 2018). In 2012 zijn de bomen op de locatie geïnspecteerd (Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers b.v., kenmerk: 11104; d.d. 23 januari 2012). Een Quickscan flora en fauna heeft een geldigheid van 3 jaar en deze wordt derhalve herzien. Op basis van de uitgevoerde Quickscan is door Koender en Partners adviseurs en procesmanagers b.v. in 2019 een nader vleermuis- en huismusonderzoek uitgevoerd (kenmerk: 190236-E01). In het kader van de omgevingsvergunning moeten diverse studies verricht worden bij ruimtelijke ingrepen, waaronder een Quickscan flora en fauna. 1.2.

Doelstelling

Een Quickscan flora en fauna is een toets die beoordeelt of beschermde flora en fauna in het plangebied kan voorkomen en/of beschermde natuurgebieden negatief worden beïnvloed. Ook wordt een inschatting gemaakt van de mogelijke effecten van de geplande werkzaamheden op de mogelijk aanwezige beschermde flora en fauna op het plangebied. Doel van de Quickscan flora en fauna is feitelijk om antwoorden te geven op de volgende vragen: 1.3.

Welke beschermde gebieden komen in de omgeving van het plangebied voor? Hebben de geplande werkzaamheden effect op deze beschermde gebieden? Welke beschermde flora of fauna en/of verblijfplaatsen van de fauna zijn in het plangebied en/of de omgeving aanwezig of kunnen verwacht worden? Welke negatieve effecten zijn te verwachten door de geplande ingrepen op de verwachte of reeds aanwezige beschermde flora en fauna? Welke maatregelen zijn nodig om deze negatieve effecten te voorkomen? Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt de gebruikte methodiek uitgelicht. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het plangebied waarin de Quickscan flora en fauna is uitgevoerd beschreven en worden de geplande ingrepen dan wel de toekomstige plannen nader toegelicht. Tevens wordt het effect van de geplande ingrepen op het plangebied en de Natura 2000, het Natuurnetwerk Nederland en potentiële andere belangrijke natuurgebieden beschreven.

Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 3 van 32

In hoofdstuk 4 is per soortgroep beschreven wat de te verwachten effecten zijn van de geplande ingrepen op de mogelijk aanwezige beschermde flora en fauna naar aanleiding van de verzamelde informatie en bevindingen. Hierbij zijn per soortgroep, indien van toepassing, de eventuele vervolgstappen beschreven om een overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. In hoofdstuk 5 worden de conclusies gegeven, waarna in hoofdstuk 6 de algemene aanbevelingen volgen. In hoofdstuk 7 zijn de geraadpleegde bronnen vermeld.

Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 4 van 32

2.

METHODE

Om de mogelijke effecten van de geplande werkzaamheden te bepalen, is het essentieel te weten welke beschermde flora en fauna aanwezig zijn in het plangebied en de directe omgeving. Tevens wordt gekeken naar het mogelijke voorkomen van invasieve exoten. Daarom is een Quickscan flora en fauna uitgevoerd, bestaande uit een literatuuronderzoek en een veldbezoek. Literatuuronderzoek Het literatuuronderzoek omvat gegevens uit: Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), vrij beschikbare bronnen zoals Zoogdiervereniging, RAVON, SOVON, FLORON en Vlinderstichting, vakliteratuur, lokale bronnen zoals werkgroepen en, indien beschikbaar, reeds uitgevoerde ecologische onderzoeken in de directe omgeving van het plangebied die niet ouder zijn dan vijf jaar. Via het uitvoerportaal van de NDFF zijn de verspreidingsgegevens van de beschermde flora en fauna en invasieve exoten tot vijf jaar terug in een omtrek van vijf kilometer rond het plangebied (kabeltracé) opgevraagd (bijlage 3). Met de verspreidingsgegevens wordt inzicht verkregen in de mogelijk aanwezige beschermde flora en fauna en invasieve exoten binnen het plangebied en de directe omgeving. Deze informatie is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Veldbezoek Aansluitend op het literatuuronderzoek is een veldbezoek in het plangebied uitgevoerd. Hierbij is onderzocht welke beschermde flora en fauna aanwezig (kunnen) zijn en/of gebruik maken van het plangebied en/of de directe omgeving. Het veldbezoek is uitgevoerd op 26 juni 2022. De temperatuur betrof 20 graden Celsius en het was bij volledig bewolkt (7/8). Er stond een zuidelijke wind met windkracht 2 op de schaal van Beaufort. Effectenbeoordeling Op basis van de bevindingen uit het literatuuronderzoek is beoordeeld welke functies het plangebied mogelijk vervult voor beschermde flora en fauna welke zijn opgenomen in de Wet Natuurbescherming. Deze soorten hebben een Nederlandse en/of Europese bescherming. Getoetst wordt of deze soorten voorkomen binnen het plangebied en welk effect(en) de voorgenomen werkzaamheden/herontwikkeling hierop heeft.

Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 5 van 32

3.

GEBIEDSBESCHRIJVING EN GEPLANDE WERKZAAMHEDEN

Dit hoofdstuk beschrijft de algemene ligging van het plangebied en de ligging ten opzichte van beschermde gebieden. Tevens worden de voorgenomen werkzaamheden omschreven en wordt beoordeeld of deze een effect hebben op beschermde gebieden 3.1.

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Groen van Prinsterersingel 40a tot en met 46. Het plangebied is in blauw weergegeven op figuur 3.1.De algemene gegevens van het plangebied zijn in tabel 3.1 weergegeven.

Figuur 3.1: ligging van het plangebied (bron: www.kadastralekaart.com) Tabel 3.1. Algemene gegevens plangebied Algemeen Plangebied Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Oppervlakte plangebied 17.267 m2 Kadastrale aanduiding Gouda, sectie I, nummer 3382 RD coördinaten X: 108.912 Y: 44.687 Huidig gebruik Middelbare school Toekomstig gebruik Wonen

3.2.

Huidig gebruik

Op de locatie staan meerdere opstallen bestaande uit het kazernegebouw (nu een middelbare school) en een woonlocatie. Het kazernegebouw heeft een oppervlakte van 9.088 m2, het woonhuis heeft een oppervlakte van 298 m2. Ter plaatse van het kazernegebouw zijn in de muren stootvoegen aangetroffen. De stootvoegen zijn voor over het gehele pand aangetroffen. De stootvoegen zijn weergegeven in figuur 3.4. In de muren zijn tevens overige openingen aangetroffen welke ook zijn weergegeven in figuur 3.5. De locatie is deels verhard met klinkers en betonstraatstenen. Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 6 van 32

Aan de zuidelijke en oostelijke zijde van het kazernegebouw zijn bomenlanen bestaande uit respectievelijk 22 en 24 bomen aanwezig. De zuidelijke bomenlaan bestaan uit metasequoia, de oostelijk laan bestaat uit zwarte els. Binnen het plangebied zijn tevens aan de westelijke zijde, nabij de ingang, een groep van 4 moerascipressen aanwezig. Ten oosten van het plangebied is een waterlichaam gelegen met aan beide zijden vegetatie bestaande uit bomen, struweel, kruiden en grassen. In 2012 zijn de bomen op de locatie geïnspecteerd (Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers b.v., kenmerk: 11104; d.d. 23 januari 2012). Destijds is vastgesteld dat de bomen in matig tot goede conditie zijn zonder holten en spleten. Ten tijde van het veldwerk in 2022 zijn in de bomen wel holen aangetroffen. De holen zijn in afbeelding 3.5 weergegeven. Naast de bomen is vegetatie aanwezig in de vorm van grassen, kruiden en struweel.

Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 7 van 32

Figuur 3.4: Stootvoegen in kazernegebouw

Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 8 van 32

Figuur 3.5: Holen in aanwezige bomen

Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 9 van 32

3.3.

Toekomstige inrichting/geplande werkzaamheden

De voorgenomen werkzaamheden betreffen de sloop van de bestaande panden en het herinrichten van het plangebied. Op de locatie worden meerdere panden met een woonfunctie gebouwd. De panden hebben een gevarieerde hoogte waarbij de bebouwing in de zuidelijke- en westelijke zijde aansluit op de bestaande bebouwing. De bebouwing wordt in noordoostelijke richting geleidelijk hoger waarbij de hoogste bebouwing in de noordoostelijke hoek wordt geplaatst. Een centrale parkeervoorziening wordt gerealiseerd waarbij deze middels een verhoogd maaiveld grotendeels worden onttrokken aan het zicht. De toekomstige inrichting van het plangebied is op afbeelding 3.6 weergegeven. Een oppervlakte van 4.400 m2 wordt in gebruik genomen als openbaar groen. Hierbij wordt getracht, als ook aanbevolen in de bomeninventarisatie uitgevoerd in 2012, zoveel mogelijk reeds bestaande bomen te behouden. De zuidelijke bomenlaan bestaande uit metasequoia wordt en oostelijke laan bestaande uit zwarte els worden hierbij, als zichtbaar in onderstaand ontwerp, grotendeels behouden. De aan de westelijke zijde aanwezige groep van 4 moerascipressen wordt verwijderd. Vooralsnog staan de voorbereidende terreinwerkzaamheden gepland om in oktober 2023 van start te gaan, deze vinden vooralsnog plaats tot april 2024. De start van de sloopwerkzaamheden is vooralsnog niet bekend.

Figuur 3.6: Toekomstige inrichting van het plangebied (blauw omlijnd). (bron: Opdrachtgever)

Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 10 van 32

3.4.

Ligging plangebied ten opzichte van beschermde gebieden

Natura 2000-gebied Het plangebied is geen onderdeel van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied is op circa 2,3 km gelegen ten zuidoosten van het plangebied en betreft de Broekvelden, Vettenbroek en Polder Stein. Gezien de aard van de geplande ingrepen en de afstand ten opzichte van de Natura 2000-gebieden worden significante negatieve effecten uitgesloten. In figuur 3.2 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden weergegeven. Natuurnetwerk Zuid-Holland Het plangebied is geen onderdeel van het natuurnetwerk Zuid-Holland. Onderdelen van het natuurnetwerk liggen op minimaal 1,6 km ten zuidoosten van het plangebied. Gezien de aard van de geplande ingrepen en de afstand ten opzichte van het natuurnetwerk Zuid-Holland worden significante negatieve effecten uitgesloten. In figuur 3.2 is de ligging van het plangebied ten opzichte van het natuurnetwerk Zuid-Holland weergegeven. Overige gebieden Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een belangrijk weidevogelgebied (afstand: 1,9 km) dan wel een strategische reservering natuur (afstand 14,7). Gezien de aard van de geplande ingrepen en de afstand ten opzichte van deze gebieden worden significante negatieve effecten uitgesloten.

Figuur 3.2: Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Zuid-Holland (ESRI en provincie Zuid-Holland, 2022).

Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 11 van 32

Houtopstanden Ter plaatse van het plangebied is sprake van houtopstanden als gedefinieerd in de Wet natuurbescherming (oppervlakte > 10 are of rijbeplanting met meer dan 20 bomen). Indien hierin wordt gekapt dient dit gemeld te worden bij het bevoegd gezag (Provincie Zuid-Holland) en dient mogelijk herplanting plaats te vinden. 3.5.

Gemeentelijk beheer

Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de ecologische structuur van de gemeente Gouda. Op de aanwezige houtopstand is de Bomenverordening 2010 van de gemeente Gouda van toepassing. Het is verboden zonder vergunning de aanwezige houtopstand te vellen of te doen vellen. Binnen het plangebied zijn geen monumentale bomen aanwezig. Het gemeentelijk beheer is weergegeven in figuur 3.3.

Figuur 3.3: Gemeentelijk beheer (plangebied in rood) (ESRI en gemeente Gouda, 2022)

Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 12 van 32

4.

TOETSING WET NATUURBESCHERMING

Dit hoofdstuk beschrijft of beschermde natuur (flora, fauna en houtopstanden) en/of invasieve exoten aanwezig zijn of verwacht kunnen worden binnen het plangebied. Er wordt ook bepaald of de geplande werkzaamheden een nadelig effect kunnen hebben op mogelijk aanwezige beschermde flora en fauna. Deze effecten zijn getoetst aan de Wet natuurbescherming (zie bijlage 1: wettelijk kader Wet natuurbescherming). 4.1.

Samenvatting reeds uitgevoerde onderzoeken

In onderstaande alinea’s worden de reeds uitgevoerde onderzoeken samengevat. -

Ecologische Quickscan Prins Willem Alexander Kazerne, Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers b.v., kenmerk: 180021; d.d. 28 februari 2018 De resultaten van de Quickscan zijn in onderstaande tabel samengevat: Tabel 4.1: Samenvatting Quickscan Soortgroep

Conclusie

Flora

Geen beschermde soorten aangetroffen dan wel verwacht. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

Grondgebonden zoogdieren

Geen beschermde soorten aangetroffen dan wel verwacht. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

Vleermuizen

De stootvoegen in het pand bieden voor gebouwbewonende soorten mogelijke verblijfplaatsen. Nader onderzoek wordt aanbevolen.

Vogels

Het kazernegebouw biedt geen mogelijkheden voor vogels om te nestelen. Bij het woonhuis bestaat de mogelijkheid om voor huismussen te nestelen in de daklijst- of dakpannen. De nabijgelegen struiken biedt een schuilmogelijkheid voor huismussen. Nader onderzoek wordt aanbevolen.

Reptielen

Geen beschermde soorten aangetroffen dan wel verwacht. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

Amfibieën

Geen beschermde soorten aangetroffen dan wel verwacht. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

Vissen

Geen beschermde soorten aangetroffen dan wel verwacht. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

Overige fauna

Geen beschermde soorten aangetroffen dan wel verwacht. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

-

Nader ecologisch onderzoek vleermuizen, Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers b.v., kenmerk: 190236-E01; d.d. 11 december 2019 Ter plaatse van de kazerne is in het kraamseizoen een kraamkolonie aangetroffen bestaande uit circa 20 tot 30 gewone dwergvleermuizen. Tevens zijn 4 verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Ter plaatse van de aanliggende woning is aan de zuidkant van het dak een verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. In het paarseizoen zijn ter plaatse van de kazerne 5 paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en 9 paarverblijfplaatsen van ruige dwergvleermuizen aangetroffen. De gevels en boomlanen worden door vleermuizen gebruikt als essentiële vliegroute.

Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 13 van 32

-

Nader ecologisch onderzoek huismussen, Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers b.v., kenmerk: 190236-E01; d.d. 30 april 2019 In het onderzoek is geconcludeerd dat de huismus geen gebruik maakt van het plangebied. 4.2.

Quickscan Flora en Fauna 2022

Onderstaande betreft de resultaten van de Quickscan flora en fauna uitgevoerd door Adverbo in 2022. 4.2.1.

Flora

In de omgeving van het plangebied komt volgens de verzamelde informatie en de verspreidingsgegevens van de NDFF de volgende beschermde plantensoorten voor: groot spiegelklokje, schubvaren en wolfskers. Ten tijde van het veldbezoek zijn de genoemde soorten niet binnen het plangebied aangetroffen. Het groot spiegelklokje komt voor in akkers, open plaatsen in bermen en dijken, braakliggende grond en langs spoorwegen. De wolfskers komt voor in bossen. De genoemde biotopen komen binnen het plangebied niet voor en het voorkomen van de genoemde soorten kan derhalve worden uitgesloten. De schubvaren is afhankelijk van oude muren, rotsen en spleten in stenen constructies. Binnen het plangebied is sprake van beschreven biotoop. De soort is echter niet aangetroffen, gezien het veldwerk is uitgevoerd in de bloeiperiode kan aangenomen worden dat deze niet is gemist. Effecten en vervolg Het voorkomen van beschermde flora wordt in het plangebied niet verwacht, een nader ecologisch onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht en effecten door de geplande ingrepen kunnen worden uitgesloten. 4.2.2.

Broedvogels

Alle soorten broedvogels worden gedurende hun broed(seizoen) beschermd door de Wnb. De Wnb maakt daarnaast onderscheid tussen vogelsoorten met niet-jaarrond beschermde nesten en soorten met jaarrond beschermde nesten (zie bijlage 5). Soorten met jaarrond beschermde nesten zijn namelijk niet of nauwelijks in staat om een eigen nest te maken, en deze nesten zijn dus ook buiten het broedseizoen en bij afwezigheid van de vogels beschermd (RVO, 2021). In de omgeving van het plangebied komen volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF meerdere soorten vogels voor met jaarrond beschermde nesten. De soorten zijn weergegeven in onderstaande tabel. In de tabel zijn tevens de broedcondities van de verscheidende soorten weergegeven. Tabel 4.2: Soorten met jaarrond beschermde nesten Broedcondities

Soorten

Broedt in bomen

Boomvalk*, buizerd, havik, ransuil*, roek, sperwer, wespendief, zwarte wouw

Broedt in gebouwen

Gierzwaluw, huismus, kerkuil, slechtvalk

Broedt in bomen en gebouwen

Ooievaar, steenuil

Broedt op de grond Grote gele kwikstaart** *Broedt in oude kraaien- of eksternesten. Deze soorten maken hun nesten in bomen. **Broedt ook aan gebouwen. Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 14 van 32

Ten tijde van het veldbezoek zijn geen (jaarrond beschermde) nesten aangetroffen. Ten tijde van het veldbezoek zijn meerdere vogelsoorten aangetroffen binnen het plangebied. Het plangebied werd gebruikt voor foerageren, rusten of is enkel overvlogen. Aangetroffen soorten betreffen de kauw, ekster, merel, kokmeeuw, overvliegende meeuwen waarvan de soort niet kon worden vastgesteld en 2 kraaien rustend op de dakrand. De kazerne wordt ongeschikt geacht voor vogels met jaarrond beschermde nesten om te nestelen. De dakbedekking bestaat uit bitumen en de openingen en nissen in het pand zijn niet groot genoeg om te kunnen nestelen. Ter plaatse van het woonhuis is voor huismussen en gierzwaluwen de mogelijkheid om bij de daklijst of -pannen te nestelen. Nabij het woonhuis zijn struiken aanwezig waar huismussen kunnen schuilen. Het voorkomen van de huismus en de gierzwaluw ter plaatse van het plangebied kan derhalve niet worden uitgesloten. Effecten en vervolg Bij de sloop van de aangelegen woning kunnen nesten van jaarrond beschermde soorten verloren gaan. Een nader onderzoek naar het voorkomen van beschermde broedvogels ter plaatse van de kazerne wordt vooralsnog niet noodzakelijk geacht. Een nader onderzoek naar het voorkomen van de gierzwaluw en de huismus ter plaatse van de aanliggende woning wordt noodzakelijk geacht.

Bij voorbaat wordt aanbevolen om de werkzaamheden geheel buiten het (vogel)broedseizoen uit te voeren (half juli t/m half maart) of voorafgaand aan de werkzaamheden de omgeving nogmaals kort te controleren op de aanwezigheid van vogelnesten en te zorgen dat de werkzaamheden buiten de verstoringsafstand van broedvogels plaatsvinden. Verder is er de mogelijkheid om voor het begin van het broedseizoen de locatie ongeschikt te maken en te houden voor broedvogels. Indien tijdens de werkzaamheden een constante verstoringsfactor gewaarborgd wordt, worden nestplaatsen enkel buiten de voor de soort specifieke verstoringsafstand gekozen (het is echter zeer moeilijk een constante intensiteit van de werkzaamheden vast te houden). 4.2.3. Vleermuizen Tijdens het bureauonderzoek is beoordeeld welke verschillende functies het plangebied kan hebben voor vleermuizen. Dit betreft vaste routes tussen verblijfplaatsen in de zomer (vliegroutes) en winter (migratieroutes), plaatsen en gebieden waar vleermuizen foerageren en plaatsen waar vleermuizen kunnen verblijven (zoals kraam-, paar- en winterverblijfplaatsen). In de omgeving van het plangebied komen volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF en het nader onderzoek uitgevoerd in 2019 meerdere soorten vleermuizen voor. De soorten zijn weergegeven in onderstaande tabel. In de tabel zijn tevens de verblijfplaatsen van de soorten weergegeven.

Tabel 4.3: Voorkomende vleermuizen Leefomgeving

Soorten

Gebouwbewonend

Gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis

Boom- en gebouwbewonend

Ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis

Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 15 van 32

Ter plaatse van het kazernegebouw zijn in de muren stootvoegen aangetroffen. De stootvoegen zijn voor over het gehele pand aangetroffen. Tevens zijn in de bomen holen aangetroffen. De genoemde locaties vormen potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van boom- en gebouwbewonende soorten nabij het plangebied kan derhalve niet worden uitgesloten. In 2019 is aangetoond dat vleermuizen ook daadwerkelijk gebruik maken van de stootvoegen als verblijfplaats. Naast verblijfplaatsen, zijn ook foerageergebieden en vliegroutes belangrijk voor vleermuizen. De lijnvormige structuren binnen het plangebied dienen, als gebleken uit het nader vleermuisonderzoek uit 2019, als vliegroute voor vleermuizen. Effecten en vervolg Bij de sloop van het kazernegebouw en de gedeeltelijk kap van de zuidelijke bomenlaan kunnen verblijfplaatsen en vliegroutes verloren gaan. Een nader onderzoek naar het voorkomen van vleermuizen wordt noodzakelijk geacht. Vanuit de zorgplicht zijn een aantal voorzorgsmaatregelen en vervolgstappen nodig of aan te raden, welke worden toegelicht in hoofdstuk 6. 4.2.4. Grondgebonden zoogdieren In de omgeving van het plangebied komen volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF de volgende beschermde zoogdieren voor: bever, otter en waterspitsmuis. De genoemde soorten zijn elk afhankelijk van oppervlaktewater binnen het leefgebied.

De waterspitsmuis is daarbij tevens afhankelijk van een ontwikkelde watervegetatie. Binnen het plangebied is geen sprake van oppervlaktewater. Het voorkomen van de genoemde soorten kan derhalve worden uitgesloten. Nabij het plangebied komen tevens de bunzing, egel, haas, konijn, hermelijn, rosse woelmuis en de wezel voor. Voor deze grondgebonden zoogdieren bestaat een vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Zuid-Holland. Effecten en vervolg Een nader ecologisch onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht en effecten kunnen worden uitgesloten. Vanuit de zorgplicht zijn een aantal voorzorgsmaatregelen en vervolgstappen nodig of aan te raden, welke worden toegelicht in de aanbevelingen. 4.2.5.

Amfibieën

Uit de NDFF-gegevens blijkt dat de volgende beschermde amfibieën in de nabijheid van het plangebied aanwezig zijn: rugstreeppad en heikikker. Daarnaast komt nabij het plangebied de bastaardkikker voor. Amfibieën komen voor in gebieden met ondiepe oppervlakte wateren met mogelijkheden om het omliggende land te betreden. De verscheidende genoemde soorten hebben elk eigen specifieke eisen welke aan de leefomgeving worden gesteld. De rugstreeppad komt voor in open gebieden met zand- en kleiafgravingen, groeven, braakliggende bouwterreinen, uiterwaarden en (rivier)duinen. De soort komt ook voor in om en nabij vennen ter plaatse van heidegebieden en open water nabij akker- en graslandgebieden.

Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 16 van 32

De zandgrond moet voor het dier goed vergraafbaar zijn en schuilmogelijkheden (e.a. bouwmateriaal) dient aanwezig te zijn. Ze zijn afhankelijk van ondiepe en tijdelijke zwak zure wateren, zoals poelen en plassen, maar ook sloten en vennen. De heikikker komt voor in heidegebieden, hoog- en laagveen en halfnatuurlijk grasland. De soort wordt zelden rondom gebouwen en infrastructuur aangetroffen. De middelste groene kikker/bastaardkikker komt voor in de nabijheid van onbeschaduwd water met een rijke water- en oevervegetatie. Het habitat is uiteenlopend en de soort komt in vrijwel heel Nederland voor. Mogelijk komt de soort voor nabij het oostelijk gelegen waterlichaam. Voor de bastaardkikker bestaat een vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie ZuidHolland. Effecten en vervolg Een nader ecologisch wordt niet noodzakelijk geacht en effecten kunnen worden uitgesloten. Wel wordt aanbevolen om poelvorming ten tijde van de werkzaamheden te voorkomen en amfibieënschermen te plaatsen. Zodoende krijgt de rugstreeppad niet de mogelijkheid om zich te vestigen. Hierdoor kan vertraging van de werkzaamheden en sterfte of verstoring van dieren worden voorkomen. Het is van belang dat indien beschermde amfibieën zoals de rugstreeppad tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, de werkzaamheden direct worden stopgezet.

Vervolgstappen, zoals mitigerende maatregelen, moeten dan worden getroffen, voordat de werkzaamheden hervat kunnen worden. Vanuit de zorgplicht zijn een aantal voorzorgsmaatregelen en vervolgstappen nodig of aan te raden, welke worden toegelicht in de aanbevelingen. 4.2.6.

Reptielen

Uit de NDFF-gegevens blijkt dat de volgende beschermde reptielen in de nabijheid van het plangebied aanwezig zijn: Ringslang en hazelworm. Reptielen zijn afhankelijk van (droge) open plekken om op te warmen met voldoende schuilmogelijkheden. Binnen het plangebied is hier geen sprake van. Effecten en vervolg Het voorkomen van beschermde reptielen wordt in het plangebied niet verwacht, een nader ecologisch onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht en effecten kunnen worden uitgesloten. 4.2.7. Vissen Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Effecten en vervolg Het voorkomen van beschermde vissen kan in het plangebied worden uitgesloten, een nader onderzoek hiervoor is dus niet noodzakelijk en effecten worden uitgesloten. 4.2.8. Libellen en vlinders Volgens de NDFF-gegevens zijn de volgende waarnemingen bekend in de direct omgeving van het plangebied, te weten: grote vos, teunisbloempijlstaart, groene glazenmaker en de gevlekte witsnuitlibel.

Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 17 van 32

Slechts enkele vlinder-, libellen- en ongewervelde soorten zijn binnen de Wet natuurbescherming beschermd. De verspreiding van deze soorten is verbonden aan specifieke habitatseisen, die doorgaans slechts in natuurgebieden te vinden zijn, zie tabel 4.4. Van dergelijk habitat is binnen het plangebied geen sprake en derhalve worden geen effecten van de werkzaamheden verwacht op beschermde libellen en vlinders. Tabel 4.4: Voorkomende libellen en vlinder Soort

Leefomgeving

Grote vos

Vochtige, open bossen en locaties met grote vrijstaande bomen. In de winter is de vlinder afhankelijk van holle bomen en/of stapels hout voor de overwintering.

Teunisbloempijlstaart

Open plekken in vochtige bossen en warme open plaatsen. In de winter is de soort afhankelijk van een strooisellaag voor overwintering.

Groene glazenmaker

Stilstaande wateren, in laagveengebieden en veenweidegebieden, waarin krabbenscheer voorkomt. De larven zijn van deze planten afhankelijk.

Gevlekte witsnuitlibel

Laagveenmoerassen en vegetatierijke vennen en duinplassen.

Effecten en vervolg Het voorkomen van beschermde libellen en vlinders wordt in het plangebied niet verwacht, een nader ecologisch onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht en effecten kunnen worden uitgesloten. 4.2.9.

Overige ongewervelde soorten

Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat de platte schijfhoren in de omgeving van het plangebied aanwezig is. Gezien geen oppervlaktewater aanwezig is binnen het plangebied wordt het voorkomen van deze soort uitgesloten. Ten tijde van het veldbezoek zijn geen overige beschermde ongewervelde soorten aangetroffen. Effecten en vervolg Het voorkomen van beschermde ongewervelde soorten wordt in het plangebied niet verwacht, een nader ecologisch onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht en effecten kunnen worden uitgesloten. 4.3.

Invasieve exoten

Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat geen invasieve exoten in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen. Ten tijde van het veldbezoek zijn geen invasieve exoten aangetroffen.

Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 18 van 32

5.

CONCLUSIES

In opdracht van HGCA B.V. heeft Milieu en adviesbureau Adverbo, een ecologisch bureauonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda. De aanleiding voor de ecologische onderzoeken is de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. De bestaande bebouwing wordt gesloopt en op de locatie worden woningen gebouwd. In de bestaande panden in momenteel een middelbare school gevestigd. Op basis van het bureau- en veldonderzoek wordt onderstaande geconcludeerd. Beschermde gebieden Gezien de aard van de geplande ingrepen en de afstand ten opzichte van Natura-2000 gebieden, het natuurnetwerk Zuid-Holland en overige gebieden worden significante negatieve effecten uitgesloten. Soortenbescherming Het uitvoeren van nader onderzoek naar het voorkomen van vleermuizen, gierzwaluw en huismus wordt noodzakelijk geacht. Effecten door de geplande werkzaamheden op overige beschermde flora- en faunasoorten worden binnen het plangebied niet verwacht. De conclusies komen overeen met de resultaten van de Quickscan flora en fauna uitgevoerd door Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers b.v in 2018. Destijds is geconcludeerd dat nader onderzoek naar het voorkomen van vleermuizen en de huismus noodzakelijk is.

Op basis van de geschiktheid van de aangelegen woning is in voorliggende Quickscan flora en fauna ook aanbevolen nader onderzoek uit te voeren naar het voorkomen van de gierzwaluw.

Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 19 van 32

6.

AANBEVELINGEN

Op basis van deze Quickscan flora en fauna wordt voor het plangebied het uitvoeren van een nader onderzoek naar het voorkomen van vleermuizen, gierzwaluw en huismus noodzakelijk geacht. Onderstaande aanbevelingen kunnen tevens bijdragen om het project binnen de kaders van de Wet natuurbescherming goed te laten verlopen: Vleermuizen en vogels - Door buiten het vogelbroedseizoen te werken worden verstoring of schadende effecten op broedende vogels zoveel mogelijk beperkt. Om deze reden wordt geadviseerd om de werkzaamheden in de periode van 15 maart t/m 15 juli uit te voeren. - Daarnaast moet(en) bij andere perioden, o Voorafgaand aan de werkzaamheden de omgeving nogmaals kort worden gecontroleerd op de aanwezigheid van vogelnesten en; de werkzaamheden buiten de verstoringsafstand van broedvogels plaatsvinden. o Verder is er de mogelijkheid om voor het begin van het broedseizoen ongeschikt te maken en te houden. Indien tijdens de werkzaamheden een constante verstoringsfactor gewaarborgd wordt, worden nestplaatsen enkel buiten de voor de soort specifieke verstoringsafstand gekozen (het is echter zeer moeilijk een constante intensiteit van de werkzaamheden vast te houden). Zorgplicht - Het wordt aangeraden de werkzaamheden overdag uit te voeren. - Verder dient in elk geval één richting opgewerkt te worden, zodat vluchtroutes voor eender welk dier altijd mogelijk zijn.

Hierbij dient niet richting dode hoeken gewerkt te worden, maar richting geschikt alternatief habitat, en geef verstoorde of vluchtende dieren hiertoe de ruimte. - Als werkzaamheden langere tijd stil komen te liggen, (is het noodzakelijk het gebied gedurende de geplande ingrepen vrij te houden van waterplassen. Indien ondiepe oppervlaktewateren voor langere periodes aanwezig zijn,) moet voor het herstarten van werkzaamheden het gebied nogmaals geheel worden doorlopen door een erkend en kundig ecoloog, mogelijk hebben beschermde soorten zich intussen gevestigd. - Mochten tijdens de werkzaamheden beschermde soorten worden aangetroffen, zoals bijvoorbeeld huismus, gierzwaluw, vleermuis of rugstreeppad dan dienen de werkzaamheden stilgelegd te worden en ecoloog ingeschakeld te worden.

Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 20 van 32

7.

BRONNEN

Bos, E. M. (2006). De dagvlinder van Nederland, verspreiding en bescherming. Nederlandse fauna 7. Leiden: De Vlinderstichting, Wageningen en Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij, European Invertebrate Survey, Nederland. Creemers, R., & Van Delft, J. (2009). De amfibieën en reptielen van Nederland. - Nederlandse Fauna 9. Leiden: Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. Google Maps. (2022, juli). Google Maps. Opgehaald van maps.google.com Kadastrale kaart. (2022, juli). Kadastrale kaart. Opgehaald van kadastralekaart.com ESRI & Ministerie van LNV. (2022, juli). Natura 2000. Opgehaald van Natura 2000 - Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ESRI & Provincie Zuid-Holland. (2022, Juli). Natuurnetwerk Nederland (NNN). Opgehaald van Provincie Zuid-Holland Gemeente Gouda. (2022, juli). Kaarten en open data. Opgehaald van gemeente Gouda. Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers b.v., 28 februari 2018, Ecologische Quickscan Prins Willem Alexander Kazerne, kenmerk: 180021 Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers b.v., Nader ecologisch onderzoek vleermuizen, d.d. 11 december 2019, kenmerk: 190236-E01 Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers b.v., Nader ecologisch onderzoek huismussen, d.d. 30 april 2019, kenmerk: 190236-E01 Twisk, P., Diepenbeek, A., & Bekker, J.

(2020). Veldgids Europese zoogdieren. Zeist: KNNV Uitgeverij. Vlinderstichting. (2022, juli). Overzicht vlinders en libellen. Opgehaald van vlinderstichting.nl Zoogdiervereniging. (2022, juli). Zoogdiersoorten. Opgehaald van zoogdiervereniging.nl Vogelbescherming. (2022, juli). Vogelsoorten. Opgehaald van vogelbescherming.nl SOVON. (2022, juli). Vogelsoorten. Opgehaald van sovon.nl RAVON. (2022, juli). Reptielen en amfibieën. Opgehaald van ravon.nl. FLORON. (2021, mei). Verspreidingsatlas Vaatplanten. Opgehaald van floron.nl.

Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 21 van 32

Bijlage 1: Onafhankelijkheid Milieu adviesbureau Adverbo is een zelfstandig en onafhankelijk adviesbureau dat geen andere relatie heeft met de opdrachtgever dan opdrachtnemer - opdrachtgever. Adverbo heeft geen (eigendoms)relatie met de onderzoekslocatie. Adverbo verklaart hierbij dat de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd. Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van het plangebied voor beschermde flora en fauna. Het voorkomen van beschermde flora en fauna is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Adverbo accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Adverbo uitgevoerde onderzoek. Adverbo is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit de toepassing van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Adverbo; opdrachtgever vrijwaart Adverbo voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Milieu adviesbureau Adverbo is sinds 2021 kandidaat voor het lidmaatschap bij het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het kandidaatschap is een voorbereiding op het lidmaatschap dat gebonden is aan een zekere kwaliteit van onderzoek en advisering.

In de voorbereidingsperiode gebruikt de kandidaat de faciliteiten van het Netwerk Groene Bureaus om op het benodigde kwaliteitsniveau te komen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de diverse faciliteiten, waaronder de machtiging voor het gebruik van de ontheffingen van het NGB voor het uitvoeren van diverse ecologische veldonderzoeken.

Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 22 van 32

Bijlage 2: Wettelijk kader Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht (zie bijlage 1 voor uitgebreid wettelijk kader). De Wnb heeft als doel het behoud van de biodiversiteit en het duurzaam gebruik van de bestanddelen ervan. De Wnb beschermt in principe alle in het wild voorkomende flora en fauna, waarbij de zogenaamde gunstige staat van instandhouding van de flora en fauna bepalend is. Daarbij regelt de Wnb ook de bescherming van Natura 2000-gebieden, NNN-netwerk en houtopstanden. Alles dat mogelijk schadelijke gevolgen heeft voor de beschermde gebieden of flora en fauna is in principe verboden. De Wnb bevat verschillende verboden, die slechts in sommige situaties en onder bepaalde voorwaarden overtreden mogen worden. Hiervoor is een ontheffing of een vrijstelling nodig. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. De criteria voor ontheffingsverlening voor de beschermde flora en fauna is identiek aan de Vogel- en Habitatrichtlijn omdat deze richtlijnen zijn geïmplementeerd in de Wnb. De criteria zijn: -

In het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid; In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; Ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren; Ter bescherming van flora en fauna.

Een vrijstelling is een uitzondering op het verbod, die voor iedereen geldt vermits wordt voldaan aan de opgelegde voorwaarden. Per provincie worden vrijgestelde soorten bepaald. De lijst met vrijgestelde flora en fauna voor de Provincie Noord Holland is bijgevoegd in bijlage 2. Om in aanmerking te komen voor een ontheffing zullen mitigerende en/of compenserende maatregelen moeten worden genomen met als gevolg dat betreffende flora en fauna niet nadelig worden beïnvloed gedurende en na afloop van de geplande werkzaamheden. Zoals vermeld gaat de Wet natuurbescherming, naast soortenbescherming, ook over gebiedsbescherming. Het beschermt in Nederland onder meer Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden, welke bestaan uit gebieden die zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn of beide. De gebieden zijn geselecteerd met het oog op soorten en natuurtypen die vanuit Europees perspectief bescherming nodig hebben. In Nederland bestaat het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en de omringende (agrarische) gebieden verbinden.

De gedeputeerde staten in de Provincie dragen hierbij zorg voor de totstandkoming en instandhouding van deze samenhangende ecologische netwerken en wijzen gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Wanneer het plangebied nabij een Natura 2000-gebied is gelegen, kan sprake zijn van negatieve effecten op het betreffende Natura 2000-gebied, bijvoorbeeld een toename van stikstofuitstoot tijdens of na het project. Dit wordt externe werking genoemd. Voor NNN-gebieden geldt geen externe werking, er zijn dus geen effecten mits het plangebied buiten het NNN ligt. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden (hoofdstuk 4, Wnb) heeft als doel om het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. Onder houtopstanden Wnb vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van tien are of meer, of rijbeplanting welke meer dan twintig bomen omvat.

Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 23 van 32

Wanneer hout-opstanden geveld worden, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende Provincie (§ 4.1, art. 4.2 Wnb). Uitgezonderd zijn bomen die vallen onder § 4.1, art. 4.1 van de Wnb, waaronder bijvoorbeeld de houtopstanden binnen de grenzen van de gemeentelijke bebouwde kom vallen, waarvoor doorgaans de gemeentelijke kapverordening van toepassing is en niet de Wnb. Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, dient de rechthebbende binnen drie jaar na het geheel of gedeeltelijk vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten (§ 4.1, artikel 4.3 Wnb). Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantingsplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Indien niet aan de herplantingsplicht kan worden voldaan, kan een ontheffing worden aangevraagd. Zorgplicht De Algemene Zorgplicht (§ 1.3, art 1.11) is altijd van toepassing. Dit houdt in dat handelingen die nadelige gevolgen kunnen veroorzaken op alle in het wild levende dieren en planten, hun directe leefomgeving, alsmede Natura 2000-gebieden en overige bijzondere natuurgebieden, zoveel als redelijkerwijs mogelijk moeten worden voorkomen. Indien dat niet mogelijk is, moeten maatregelen worden getroffen om de nadelige gevolgen te voorkomen, zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.

Geldigheidsduur onderzoek Dit onderzoek is uitgevoerd volgens de landelijk geldende richtlijnen. Het bevoegd gezag (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) hanteert voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten de volgende definitie: onderzoeksgegevens mogen maximaal drie jaar oud zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waar dit niet voor geldt, moeten de gegevens recenter zijn.

Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 24 van 32

Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming volgt in hoofdlijnen de bepalingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn op. De belangrijkste beschermde natuurwaarden in de Wet Natuurbescherming zijn: • Beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden); • Aangepaste soortenlijst beschermde planten en dieren; • Expliciete vermelding intrinsieke waarde van natuur (art. 1.10); • Algemene zorgplicht voor natuurgebieden en in het wild levende dieren, planten en hun leefomgeving (art. 1.11); • Actieve soortenbescherming (art. 1.12): verplichting voor provincies. 1.1.1 Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Toetsing van effecten van projecten op Natura 2000-gebieden blijft hetzelfde als nu. Beschermde natuurmonumenten Beschermde natuurmonumenten en bijbehorende doelen komen te vervallen. Hetzelfde geldt voor (nooit aangewezen) beschermde landschapsgezichten en beschermde leefomgevingen. De meeste natuurmonumenten vallen binnen het NNN-areaal en zijn via dat beschermingsregime alsnog beschermd. Daarnaast kunnen gemeenten de natuurmonumenten via een bestemmingsplan als beschermde natuur aanwijzen. Provincies dienen gebieden aan te wijzen voor het NNN (voormalige EHS) en (evt.

op verzoek) voor overige bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen. Het rijk kan een gebied, niet zijnde een Natura 2000-gebied, als bijzonder nationaal natuurgebied aanwijzen. 1.1.2 Soortbescherming Alle beschermde soorten worden aangewezen in de wet zelf (deels met verwijzing naar internationale regelgeving). Alle natuurlijk in het wild levende vogels, meeste inheemse zoogdieren, alle inheemse amfibieën en reptielen, en een aantal vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten zijn beschermd. Ongeveer 200 thans beschermde soorten (vooral vaatplanten en zeevissen) worden niet meer beschermd onder de Wet natuurbescherming (anders dan door algemene zorgplicht). De lijst met beschermde soorten is niet meer opgedeeld in tabellen, zoals in de huidige Flora- en faunawet. Zie bijlage 3 voor de nieuwe lijst met beschermde plant- en diersoorten. Het totale aantal beschermde soorten is slechts een fractie van ongeveer 35.000 soorten die in Nederland voorkomen. Groot aantal bedreigde (Rode lijst) soorten wordt niet passief beschermd (wel actieve bescherming vereist). Drie regimes voor beschermde soorten 1. Regels ter bescherming van vogels die vallen binnen het bereik van de Vogelrichtlijn, i.e. alle natuurlijk in het wild levende vogels in EU (art. 3.1-3.4) 2.

Regels ter bescherming van dier- en plantensoorten die strikt beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en natuurbeschermingsverdragen (art. 3.5-3.9) 3. Regels ter bescherming van niet onder 2 vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten vermeld in de bijlage bij de wet (art. 3.10-3.11) Inhoud beschermingsregimes • Geen uniform verbodsstelsel, maar aparte verboden voor elk van de drie categorieën beschermde soorten. • Verboden en uitzonderingen sluiten nauw aan bij Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn (regime 1 en 2), maar ‘soepeler’ regime voor aanvullend beschermde soorten (regime 3). • Meeste verboden nu alleen van toepassing op ‘opzettelijk’ handelen, maar dat dekt ook voorwaardelijk opzet (=willens en wetens aanmerkelijke kans aanvaarden dat gedraging schadelijke gevolgen heeft voor beschermde soorten). Verschil met de huidige verboden zal in de praktijk dus waarschijnlijk gering zijn. Alle in de Wet genoemde soorten zijn strikt beschermd. Voor de verbodsbepalingen is een ontheffing noodzakelijk. Dit geldt ook voor zeer algemene soorten waarvoor in het verleden automatisch de vrijstellingsregeling van kracht was bij ruimtelijke ontwikkelingen. Echter kunnen de provincies voor een aantal algemene soorten een vrijstellingslijst opstellen (op basis van Artikel 3.11).

Dit betekent dat de beschermde soorten per provincie verschillen (zie bijlage 3). Met betrekking tot ruimtelijke ontwikkelingen zijn de volgende verbodsbepalingen voor soorten het meest relevant.

Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 25 van 32

Intrinsieke waarde natuur Artikel 1.10 Deze wet is gericht op: Het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit. Algemene Zorgplicht Artikel 1.11 1. Eenieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2.

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Artikel 3.3 1. Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van verboden als bedoeld in artikel 3.1, ten aanzien van vogels van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van hun nesten, rustplaatsen of eieren. 2. Provinciale staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van verboden als bedoeld in artikel 3.1 en ten aanzien van vogels van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van hun nesten, rustplaatsen of eieren. Ontheffing of vrijstelling Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. er bestaat geen andere bevredigende oplossing; b. zij is nodig: c.

in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; • in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; • ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; • ter bescherming van flora of fauna; • voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, of • om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan; d. de maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. 2. In een ontheffing, onderscheidenlijk vrijstelling worden in elk geval voorschriften opgenomen, onderscheidenlijk regels gesteld, over: a. de middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden, waarbij enkel het gebruik wordt toegestaan van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen middelen, installaties of methoden; b. de tijd en plaats waarvoor de ontheffing of vrijstelling geldt, en c. de wijze waarop het risico voor het behoud van de vogelstand wordt beperkt.

Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 26 van 32

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.8 1. Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van een of meer van de verboden, bedoeld in artikel 3.5 ten aanzien van dieren of planten van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van de voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren van daarbij aangewezen soorten. 2.

Provinciale staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van een of meer van de verboden, bedoeld in artikel 3.5 ten aanzien van dieren of planten van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van de voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren van daarbij aangewezen soorten. Ontheffing of vrijstelling Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. er bestaat geen andere bevredigende oplossing; b. zij is nodig: i. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitatten; ii. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; iii. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; iv. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of v.

om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; c. er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Beschermingsregime andere soorten Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2.

Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen;

Quickscan Flora en Fauna Prins Willem Alexander Kazerne te Gouda Pagina 27 van 32

c. ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. 3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Artikel 3.11 1.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de bij die regeling aan te wijzen verboden, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdeel b of c niet van toepassing zijn ten aanzien van bij die regeling aan te wijzen soorten, op bij die regeling aan te wijzen categorieën van handelingen die na een voorafgaande melding aan gedeputeerde staten worden uitgevoerd om een reden, genoemd in artikel 3.8, vijfde lid, onderdeel b, of in artikel 3.10, tweede lid. 2. Provinciale staten kunnen bij verordening regels stellen waaraan een melding als bedoeld in het eerste lid moet voldoen. Gedragscodes 1. De verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.2, zesde lid, 3.5, 3.6 tweede lid, of 3.10, en de krachtens artikel 3.11, eerste lid, geldende verplichting tot melding, zijn niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van: a. een bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; b. een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of de bosbouw; c. een bestendig gebruik, of d. ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=49bda653-a6b5-411d-a4aa-c45ed0b68c09