Bijlage B motivering wijziging omgevingsplan Gouda bodemtechnische aspecten
Tekst van het document
Bijlage B onderwerp
Vaststelling wijzigingsbesluit omgevingsplan bodemtechnische aspecten: motivering
van
G.B. van der Leest Ruimtelijk beleid en advies
afdeling datum type voorstel
18 juni 2025 bijIage bij raadsbesluit wijziging omgevingsplan bodemtechnische aspecten
Omdat het motiverings-document een ‘nieuw’ aspect is als gevolg van de Omgevingswet volgt allereerst een korte introductie om de context ervan aan te geven. Op deze wijze wordt duidelijk wat de plaats en bedoeling ervan is. Daarna wordt specifiek ingegaan op de motivering van dit specifieke wijzigingsbesluit.
Introductie/context algemeen Om een omgevingsplan te wijzigen moet een wijzigingsbesluit worden genomen. Het besluit tot wijziging van het omgevingsplan bestaat uit ten minste twee en ten hoogste drie onderdelen, namelijk: - deel 1: vaststellingsdocumenten en motivering (verplicht onderdeel) - deel 2: regels (verplicht onderdeel) - deel 3: artikelsgewijze toelichting met optioneel algemene toelichting (niet verplicht onderdeel).
Deel 1: vaststellingsdocumenten en motivering Deel 1 van het besluit bestaat uit de vaststellingsdocumenten en de motivering van het besluit tot wijziging van het omgevingsplan. Dit deel lijkt op een combinatie van het raadsbesluit, het raadsvoorstel, de eventuele zienswijzennota en de toelichting met bijlagen bij het bestemmingsplan op basis van de tot 1 januari 2024 geldende Wet ruimtelijke ordening. Vaststellingsdocumenten De vaststellingsdocumenten bevatten de overwegingen van de gemeenteraad c.q. burgemeester en wethouders die leiden tot het nemen van het besluit. Onderdeel van het besluit is de wijze waarop met
de ingekomen zienswijzen is omgegaan en het voorstel tot het nemen van dit besluit (vergelijkbaar met het raadsvoorstel en raadsbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan op grond van de Wet ruimtelijke ordening van voor 1 januari 2024, inclusief de zienswijzennota). In het besluit wordt expliciet aangegeven welke regels komen te vervallen en welke nieuw zijn. Motivering De Omgevingswet geeft specifieke aandacht aan de motivering. De motivering bevat de inhoudelijke onderbouwing van het besluit (vergelijkbaar met de toelichting op het bestemmingsplan). Echt nieuw is dat dus niet en heeft z’n basis al in artikel 3:46 Awb waarin wordt aangegeven dat een besluit moet berusten op een deugdelijke motivering. Die algemene criteria wat deugdelijk is staan niet in de wet, maar vloeien wel voort uit jurisprudentie: - de conclusie volgt logisch uit een juist en volledig overzicht van de feiten en omstandigheden die deugdelijk zijn overwogen en gewaardeerd; - uit de motivering blijkt duidelijk wat de gedachtegang van het bestuursorgaan is geweest; - benoem de van toepassing zijnde wetsartikelen; - neem de motivering in ieder geval in het besluit op. Meer specifiek voor het omgevingsplan kan de motivering bijvoorbeeld bestaan uit: - een beschrijving van de ontwikkeling (aanleiding, nut/noodzaak); - toetsing aan omgevingsaspecten en onderzoek (o.a.
wel/niet MER plicht); - aanduiding op welke onderdelen het omgevingsplan wordt aangepast en waarom; - verwijzing naar voor die wijzigingen relevant beleid van gemeente, provincie of Rijk; - motivering om welke redenen het besluit bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; - wijze waarop participatie is vormgegeven en uitkomst daarvan. Ter ondersteuning van de motivering kunnen bijlagen met onderzoeksgegevens worden toegevoegd. Deel 2: regels Het tweede deel van het besluit bestaat uit de regels die deel gaan uitmaken van het omgevingsplan. De regels bestaan in ieder geval uit: - de regeltekst en de daarbij behorende werkingsgebieden; - aanduiding welke regels worden toegevoegd, geschrapt, gewijzigd of vervangen door andere regels. Ook hier kunnen bijlagen worden gevoegd (vergelijkbaar met de bijlagen bij de regels van het bestemmingsplan). Dit tweede deel van het wijzigingsbesluit is vergelijkbaar met de wijziging van een wet of een verordening. Deel 3: artikelsgewijze toelichting met optioneel algemene toelichting Artikelsgewijze toelichting De artikelsgewijze toelichting heeft in ieder geval betrekking op de regels van het deel van het omgevingsplan dat gewijzigd wordt. Bij elke wijziging vindt dus een actualisatie plaats (als daarvoor is gekozen) van de artikelsgewijze toelichting.
In een artikelsgewijze toelichting kan aangegeven worden waarom bepaalde regels zijn gesteld. Algemene toelichting Aan het omgevingsplan kan ook een algemene toelichting worden toegevoegd met bijvoorbeeld gegevens over de gemeente en een beschouwing over de visie van de gemeente op het omgevingsplan (globaal, gedetailleerd, wijze waarop invulling is gegeven aan de gemeentelijke beleidsvrijheid etc.). Wanneer dat nodig is, kan bij een wijziging van de regels van het omgevingsplan ook deze algemene toelichting worden geactualiseerd. Als dat gewenst is kunnen ook aan de toelichting bijlagen worden toegevoegd.
pagina 2
Motivering wijzigingsbesluit omgevingsplan Gouda: bodemtechnische aspecten Het is allereerst goed om te melden dat een aantal aspecten betreffende de motivering van het besluit reeds zijn aangegeven in de documenten betreffende: - het collegevoorstel en -besluit, - het raadsvoorstel en -besluit, - de algemene toelichting op de voorschriften en ook in - de specifieke toelichting op de voorschriften. De essentie ervan wordt op hoofdlijnen hieronder nogmaals aangegeven. Dan staat dat mooi bij elkaar. In de specifieke toelichting op de voorschriften (artikelen) is meer in detail aangegeven hoe deze voorschriften zich verhouden tot bestaand geldend beleid van overheden of waterschap. Daarnaar wordt kortheidshalve verwezen. Aanleiding Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Sinds dat moment heeft de gemeente Gouda een tijdelijk omgevingsplan (van rechtswege). Voor 2032 moet het tijdelijk omgevingsplan Gouda omgezet worden naar een definitief omgevingsplan Gouda (nieuwe stijl). Binnen de transitie zullen onder andere meerdere milieuonderwerpen worden ingevoegd in het omgevingsplan Gouda (nieuwe stijl). Dit is een wettelijke verplichting op basis van artikel 2.4 (omgevingsplan), waarin is aangegeven dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen.
Keuze onderwerp Met dit voorgenomen wijzigingsbesluit worden enkele omissies hersteld die vanwege het overgangsrecht vervallen zijn. Het is een kleinschalig thema dat prioritair wenselijke/noodzakelijke wijzigingen betreft en beleidsneutraal is. Daarnaast is het ook als eerste onderwerp aangewezen in het Transitieplan 2024 (waarvan de raad 23 oktober 2024 kennis heeft genomen), mede om te dienen als oefening om ervaring op te doen met het volledige proces van wijziging van het omgevingsplan: zowel wat betreft het voortraject tot voorbereiding van een dergelijk voorstel en besluit alsook de digitaal-technische, procedurele en bestuurlijke aspecten ervan. Het voorstel tot wijziging betreft de volgende onderwerpen: Behoud beleid Peilbuizen plaatsen bij olie-afscheiders, Format aanleveren onderzoeksgegevens bodemonderzoek, Zichtbaarheid beleid Nota Bodembeheer bij toepassen grond- of baggerspecie, Behoud beleid terugplaatsen grond bij werk in kabel- en leidingtracés, Bescherming gebruikers bij wijzigen gebruik waardoor bodemgevoelige locatie ontstaat Het betreft het voortzetten van bestaand beleid via de invoering van enkele voorschriften die nuttig en wenselijk zijn voor een betere bescherming van de (gezondheid van) mensen en bodem en/of efficiënte uitvoering.
Impact onderwerp Door omissies in het overgangsrecht van de Omgevingswet en bijbehorende wettelijke besluiten, is een deel van het eerder geldende beleid vervallen. Met dit ontwerpbesluit wordt deze omissie hersteld en kan het beleid weer worden uitgevoerd met de bijbehorende voordelen die daarmee samenhangen. Na vaststelling is het huidig geldend beleid ook juridisch weer toepasbaar. Doelen De omgevingsdoelen (te dienen belangen) zoals die nu in hoofdstuk 2, artikel 2.1, van de voorschriften in bijlage I van het wijzigingsbesluit staan, vloeien voort uit de Omgevingswet (Ow). Meer specifiek artikel 1.3 Ow, waarin staat aangegeven: ’Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land, en bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en
pagina 3
-
doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.’
De in het omgevingsplan op te nemen doelen geven invulling aan het gemeentelijk beleid (omgevingsvisie) en aan de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet. De gemeente is niet wettelijk verplicht om doelen in het omgevingsplan op te nemen. Er kan voor worden gekozen om geen uitdrukkelijke doelen op te nemen, dan gelden nog steeds de maatschappelijke doelen van de wet. Voordeel van het wel opnemen is echter dat deze sturing en richting geven aan de eventuele afwegingsruimte in de regels en dat deze gezien kunnen worden als de motivering c.q. reden voor het stellen van regels in het omgevingsplan. Doelen zijn van belang voor de onderbouwing van de verschillende onderdelen het omgevingsplan en voor de reikwijdte daarvan. De geschiktheid van regels in de hoofdstukken van het omgevingsplan is beoordeeld in het licht van deze doelen. Het is van belang dat de doelen in samenhang worden bezien met doelen die in de omgevingsvisie zijn gesteld. In de omgevingsvisie zijn opgaven en keuzes vastgelegd. Deze wijziging is hiermee in lijn (zie bijlage A bij de artikelsgewijze toelichting). De doelen genoemd in hoofdstuk 2 van de voorschriften werken door in alle hoofdstukken van het omgevingsplan. Deze hebben een directe relatie met de thema’s en activiteiten die in hoofdstuk 5 van de voorschriften inhoudelijk geregeld zijn.
De doelen zijn de aanleiding voor het opstellen van de planregels in hoofdstuk 5. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties i.r.t. doelen Het voorstel en besluit voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties In de toelichting op de voorschriften in hoofdstuk 2 en 5 wordt ingegaan op het aspect ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Essentie is dat de Omgevingswet kaders geeft die gaan over doelen (artikel 1.3 Omgevingswet), dat met het oog daarop regels kunnen worden gesteld in een omgevingsplan voor activiteiten in de fysieke leefomgeving die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.1.en 4.2 van de Omgevingswet). Dit impliceert vooral een locatiegerichte benadering om de gevolgen af te wegen die activiteiten kunnen hebben op de fysieke leefomgeving. Artikel 1.2, derde en vierde lid van de Omgevingswet omschrijft welke gevolgen dat kunnen zijn. In algemene zin kan worden gesteld dat het zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies in het omgevingsplan wordt bereikt door activiteiten onderling evenwichtig over locaties te reguleren. Evenwichtig reguleren van activiteiten impliceert een locatiegerichte benadering waarbij de schaarse ruimte binnen de fysieke leefomgeving op een zo’n goed mogelijke wijze wordt verdeeld, ingericht en benut.
Een evenwichtige toedeling van functies kan als resultante worden beschouwd van alle regels in het omgevingsplan. Dit wijzigingsbesluit bevat – zoals hiervoor aangegeven - in feite slechts voorschriften op vijf bodemgerelateerde aspecten waarbij enkele normeringen – conform reeds bestaand beleid – nu juridisch kenbaar worden vastgelegd. In alle gevallen met het doel hiermee een betere praktische toepassing ban bestaand beleid te krijgen met inachtneming van de in het omgevingsplan geformuleerde algemene doelen inzake bescherming van gezondheid en milieu, zonder dat sprake is van specifieke claims op de fysieke ruimte en daarmee noodzakelijke afwegingen en prioriteringen dienaangaande van toedeling van functies aan locaties. Om die reden is ook van een plicht tot een Milieu Effect Rapportage of voortoets geen sprake. De gemeente heeft de bevoegdheid om in het omgevingsplan regels te stellen waarbij hogere regelgeving in acht moet worden genomen. Bijvoorbeeld met het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Wat daarin is geregeld, kan niet meer in het omgevingsplan geregeld worden, tenzij er in deze uitvoeringsregels maatwerkregels mogelijk zijn gemaakt. Indien dit het geval is en van deze bevoegdheid gebruik wordt gemaakt wordt dit genoemd en onderbouwd in deze Toelichting bij het omgevingsplan.
Soms kan deze bevoegdheid worden gegeven in hogere regelgeving als instructieregels. De instructieregels van het Bkl zijn vooral gegeven voor regels met het oog op de evenwichtige toedeling van locaties. Ook deze achterliggende grondslag moet in de Toelichting worden aangegeven indien van toepassing.
pagina 4
Randvoorwaarden/uitgangspunten Voor dit voorstel zijn de uitgangspunten van raadsbesluit 23 oktober 2024 in acht genomen. Deze luidden meer specifiek: 1. per wijzigingsbesluit voor het Omgevingsplan wordt een keuze gemaakt uit het juridische instrumentarium van de Omgevingswet; 2. de invulling van het omgevingsplan volgt het beleid en is zelf beleidsneutraal; 3. casco staalkaarten VNG worden gebruikt als opzet voor het omgevingsplan; 4. het omgevingsplan wordt opgebouwd door middel van thematische en gebiedsgerichte wijzigingsbesluiten; 5. bestaand beleid wordt zonder inhoudelijke wijzigingen omgezet naar het omgevingsplan; In de raadsmemo van 17 december 2024 inzake dit onderwerp, is hierop reeds een korte toelichting gegeven die hieronder is opgenomen. Toelichting uitgangspunt 1, 2 en 5 Om de uitvoering van enkele activiteiten in overeenstemming te brengen met het beleid/werkwijze van voor de Omgevingswet, zijn aanpassingen/aanvullingen nodig op de bruidsschat-regels in het van rechtswege geldende omgevingsplan Gouda. Door de Omgevingsdienst Midden Holland (ODMH) is – na samenspraak met de regio-gemeenten een aantal onderwerpen voorgedragen waar met prioriteit kleine (technische) aanpassingen nodig zijn ten opzichte van het tijdelijke omgevingsplan van rechtswege om bestaand beleid effectief doorgang te laten vinden.
Op het aspect bodem/activiteiten met grond is dit door de ODMH uitgewerkt in planregels. Deze bepalen dan ook de scope van de wijziging. Het betreft de hiervoor reeds genoemde onderwerpen. Dit is de eerste (technische en beleidsneutrale) aanpassing, voortvloeiend uit bestaand beleid, genoemd in de (voorlopige) planning zoals aangegeven in het Plan van Aanpak dat oktober 2024 ter kennisneming met de voornoemde uitgangspunten aan de raad is gezonden. Toelichting uitgangspunt 3 en 4 De Omgevingswet noemt allereerst de gemeentelijke omgevingsvisie als hoofdinstrument voor de grote lijnen en structurerende keuzes voor het fysieke leefmilieu. Daarnaast is er het omgevingsprogramma dat concrete uitwerking kan geven aan de algemenere aspecten uit de omgevingsvisie. Het omgevingsplan dient ter juridische vaststelling/uitvoering van beleid en programma via de in voorschriften aangegeven rechten en plichten. In de uitgangspunten van de raad is aangegeven dat deze via gebiedsgerichte of themagerichte wijzigingsplannen kunnen worden doorgevoerd. In dit wijzigingsvoorstel is gekozen voor een thematische doorvoering (dus regels geldend voor 1 specifiek thema, die gelding zullen hebben in alle grondgebied van Gouda, tenzij anders aangegeven. De opzet en inhoud van de voorschriften worden ingepast conform de standaardisering van de VNG.
Onderstaande tabel geeft een overzicht wat er wordt omgezet.
pagina 5
Instrumentkeuze en indeling (algemeen) Als de activiteiten (het inhoudelijke toepassingsbereik), en het oogmerk (de met de regel te dienen belangen en doelen) voor het stellen van regels over die activiteiten, vaststaat, dan komt de keuze aan de orde hoe de activiteit te regelen. De indeling van hoofdstuk 5 van de voorschriften in afdelingen volgt steeds het oogmerk van de te stellen regels. Die oogmerken zijn steeds rechtstreeks verbonden aan de doelen die in hoofdstuk 2 zijn gesteld, en nader aangegeven in hoofdstuk 4. Binnen het omgevingsplan zijn verschillende soorten regels voor activiteiten denkbaar: globale regels, gedetailleerde regels, specifieke zorgplichten, maatwerkregels, meldingsplichten, maatwerkvoorschriften, omgevingsvergunningen, gelijkwaardigheidsregels, verboden, etc. De gemeente is hier bevoegd orgaan. Bij de afwegingen om tot een keuze te komen welke regels het meest passend worden geacht, is gebruik gemaakt van de verschillende onderdelen van het evenredigheidsbeginsel.
In dat verband worden in de afweging bijvoorbeeld in z’n algemeenheid de volgende vragen gesteld: Is de regel geschikt om het doel (oogmerk) te bereiken? (Niet alleen theoretisch voor de individuele regel, maar is bij de keuze ook sprake van een logische en systematische aanpak van dat doel in dit omgevingsplan)? Is deze regel noodzakelijk om dat doel te bereiken of is er een minder ingrijpend alternatief? (Kan bijvoorbeeld volstaan worden met een melding in plaats van een omgevingsvergunning, of met alleen een algemene regel in plaats van een meldingsplicht?) Is de regel proportioneel in verhouding tot het dienen doel, of is het eigenlijk onredelijk? Zijn de eventuele voor- of nadelen van een regel evenwichtig verdeeld of zijn bepaalde groepen of onderdelen van de fysieke leefomgeving onevenredig zwaar belast en zijn daarvoor compenserende mechanismen nodig? Dat laatste punt speelt in het omgevingsplan in het bijzonder (maar niet uitsluitend) in relatie tot het soort afwegingen waarover het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) instructieregels heeft gesteld. Voorbeeld: een regel die activiteiten toestaat met gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen (bijv. een vergunningplicht), kan een legitiem doel hebben, geschikt te zijn voor dat doel, noodzakelijk en ook proportioneel gelet op de afweging vooraf die nodig is omdat het anders te laat is.
Maar zou tot een onevenwichtige situatie leiden als er geen afstand in acht wordt genomen tot kwetsbare gebouwen of locaties. Het Bkl dwingt daarom tot het in acht nemen van een afstand tussen activiteiten, zodat het nodig zal zijn de locatiekeuze van initiatiefnemers van deze activiteiten te beïnvloeden. Voor deze wijziging geldt dat de keuzes op initiatief van de regio-gemeenten zijn gemaakt – op voorstel van de ODMH - wat betreft de noodzakelijkheid, urgentie en onderwerpen die moeten worden vastgelegd, en ook de instrumentkeuze, om juridische werking van bestaand beleid en handelwijze te houden. De gemeenten proberen in deze keuze ook 1 gezamenlijke koers te varen om de uitvoeringspraktijk in de regio-gemeenten, indien mogelijk, zo veel mogelijk eenduidig te laten zijn. Het betreft dus een beleidsneutrale codificatie van reeds (eerder) geldend beleid of regelgeving. Juridische- / financiële gevolgen Voorschriften De wijziging van het omgevingsplan op vorenstaande aspecten vindt plaats via het includeren van enkele voorschriften in het omgevingsplan Gouda. Het betreft dus enkele aanvullingen waardoor het aantal tekstuele wijzigingen in de bestaande tekst van het omgevingsplan gering is. In de publicatie zijn te tekstaanvullingen aangegeven in de kleur groen en de tekstwijzigingen in de kleur rood.
De tekst wordt geïmplementeerd met inachtneming van het basis-casco zoals door de VNG gehanteerd. Naast de tekst wordt door de raad ook een toelichting op de tekst vastgesteld. Deze heeft geen direct juridische werking maar geeft wel kleuring aan de achtergrond en reden van includering en uitleg van de beoogde betekenis van de (voorgestelde) wettelijke tekst.
pagina 6
Strafbaarstelling In het omgevingsplan is of wordt er geen strafbaarstelling voor overtreding van de regels betreffende de aangegeven activiteiten opgenomen. De Omgevingswet laat dat niet toe. Overtredingen van de regels in het omgevingsplan zijn strafbaar gesteld in de Wet op de economische delicten. Financiële gevolgen De wijziging van het omgevingsplan op vorenstaande aspecten heeft geen financiële consequenties. Processuele aspecten Afstemming De vertaling van het beleid in de planregels die nu voorliggen is afgestemd met de Omgevingsdienst Midden Holland (ODMH) en de regiogemeenten. Het verwerken van de regels is nodig om de huidige werkwijze van de regiogemeenten (via de ODMH) voort te zetten. Tevens zijn de concept voorschriften aan de provincie Zuid Holland voorgelegd om de relatie te bezien met provinciaal beleid. Participatie en kennisgeving starten proces van voorbereiding van een wijzigingsbesluit De kaders inzake externe communicatie zijn aangegeven in de Omgevingswet, de Algemene inspraak- en participatieverordening Gouda en de Participatiestrategie Fysieke Leefomgeving. De Omgevingswet geeft aan dat de gemeente bij de start in ieder geval moet overwegen en kenbaar moet maken op welk niveau men participatie wil toepassen De insteek is om in dit geval te kiezen voor de minst uitgebreide vorm van de participatie op basis van de navolgende overwegingen.
De voorgenomen wijziging vloeit voort uit beleid en voorschriften zoals die al bestonden voor 1 januari 2024. Deze worden middels deze wijziging doorvertaald naar het omgevingsplan Gouda. Er worden hiermee geen normen gewijzigd. De voorbereiding vindt plaats via de reeds door de gemeenteraad gestelde kaders (uitgangspunten d.d. 23 oktober 2024) die worden gehanteerd bij procedures tot wijziging van het omgevingsplan. Gelet op de beperktheid van het aantal onderwerpen en regels (5), de impact van de regels, en gelet op het feit dat deze uitvoeringsregels voortvloeien uit bestaande wetgeving en beleid, is de intentie om de participatie in deze fase van kennisgeving te beperken tot het vragen van inbreng vanuit de gemeentelijke organisatie zelf en organisaties belast met de bewaking en uitvoering van dit thema. Omdat er – vanwege de beperkte impact van dit voorstel – is gekozen voor de minst uitgebreide vorm van participatie, hebben geen aanvullende communicatieacties plaatsgevonden.
Dit is, tezamen met de aankondiging dat de voorbereiding van het proces tot opstellen van een wijzigingsbesluit, februari 2025 extern gecommuniceerd door Burgemeester en Wethouders via de publicatie van een kennisgeving (digitaal DSO en Gemeenteblad, en Kontakt) Publicatie ontwerpbesluit Er zijn geen zienswijzen ingediend betreffende het ontwerp wijzigingsbesluit dat van 24april 2025 tot en met 6 juni 2025 ter inzage is gelegd (zowel digitaal als in fysieke vorm) in de daarvoor ingerichte landelijke voorziening, het DSO, Gemeenteblad en rubriek gemeenteberichten in het Goudse Post/ Kontakt (16:29 OW en artikel, 3:11 en 3:12 van de Awb).
pagina 7