bijlage 7 Toelichting VFLO wijziging
Tekst van het document
besluit van de gemeenteraad dossiernummer
8505
onderwerp
Toelichting Verordening fysieke leefomgeving Gouda
De raad van de gemeente Gouda; gelezen het voorstel van 27 augustus 2024,
besluit: 1.
In te stemmen met de toelichting op de Verordening fysieke leefomgeving Gouda zoals hieronder opgenomen.
Toelichting VFLO wijziging Artikel 3.83 Ligplaats recreatievaartuigen Artikel 3.83 regelt waar en hoe recreatievaartuigen een ligplaats mogen innemen in de wateren van Gouda. Het doel is om de openbare orde, veiligheid, gezondheid en het milieu te waarborgen en om het uiterlijk aanzien van de gemeente te beschermen. Hieronder wordt een nadere toelichting gegeven op de verschillende onderdelen van dit artikel. Het eerste lid verbiedt het innemen of beschikbaar stellen van een ligplaats voor een vaartuig buiten de door het college aangewezen plaatsen van openbaar water. Dit betekent dat vaartuigen alleen op specifiek aangewezen plekken een ligplaats mogen innemen. Dit besluit is genomen om voldoende plaatsen beschikbaar te houden voor waterrecreanten, met het oog op de bescherming van onze kwetsbare kademuren en het behoud van het uiterlijk aanzien van de gemeente Gouda. Daarnaast wordt hiermee een wildgroei van boten op ongewenste plaatsen voorkomen, wat bijdraagt aan de veiligheid en orde op het water. De wateren van de gemeente Gouda zijn in eerste instantie bedoeld als passantenhaven. Het tweede lid stelt een limiet aan de duur van het verblijf op een ligplaats. Een vaartuig mag niet langer dan 21 dagen op dezelfde plek liggen.
Dit voorkomt langdurige bezetting van ligplaatsen en zorgt ervoor dat er voldoende doorstroming is, zodat meer mensen de mogelijkheid hebben om van de wateren gebruik te maken.. 21 dagen wordt door de raad als een redelijke termijn gezien. Dit bevordert zoals eerder genoemd de doorstroming in de stad maar voor waterrecreanten die iets langer in de stad willen blijven is dit ook mogelijk. Het derde lid geeft het college de bevoegdheid om aanvullende regels en beperkingen op te stellen. Dit kan gaan over: a. Specifieke voorschriften in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. b. Beperkingen naar soort en aantal vaartuigen om te voorkomen dat bepaalde gebieden overvol raken of dat bepaalde soorten boten overlast veroorzaken. Het vierde lid geeft aan dat dit verbod niet van toepassing is op situaties die al geregeld zijn door andere wetten en verordeningen, zoals de Omgevingswet, de Zuid-Hollandse omgevingsverordening, of de waterschapsverordening. Dit voorkomt conflicten tussen verschillende regelgevingen en zorgt voor duidelijke en samenhangende wetgeving.
Het vijfde lid geeft het college de bevoegdheid om specifieke aanwijzingen te geven aan de eigenaar van een vaartuig met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats. Deze aanwijzingen dienen het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. Het zesde lid verplicht de eigenaar van een vaartuig om de aanwijzingen van het college op te volgen. Dit zorgt ervoor dat de opgelegde regels en voorschriften daadwerkelijk worden nageleefd en dat de doelstellingen van het artikel worden bereikt. Het zevende lid voorziet in een uitzonderingsregel voor de verboden die zijn vastgelegd in lid 2 van dit artikel. In de gebieden Breevaart en Molenvliet geldt het verbod om langer dan 21 dagen een ligplaats in te nemen niet voor bewoners die een vaartuig hebben en wonen op specifieke adressen aan de Bodegraafsestraatweg, Oostboezemkade, Wethouder Venteweg, Burgvlietkade, Steijnkade, Steijnpad en Zuidelijke Burgvlietkade. Deze bewoners hebben dus de mogelijkheid om hun vaartuigen voor een langere periode voor hun woning af te meren, wat een uitzondering vormt op de algemene regel. Deze wateren zijn eigendom van het Hoogheemraadschap Rijnland. Zij hebben regels en tarieven opgesteld voor de bewoners op deze adressen.
De bewoners moeten zich ook tot hen wenden indien zij een ligplaats in deze wateren willen hebben. Het achtste lid bepaalt dat de ligplaatsen die grenzen aan de adressen genoemd in lid 7 uitsluitend gebruikt mogen worden door de bewoners van die adressen. Dit voorkomt dat derden gebruik maken van deze ligplaatsen en waarborgt dat de bewoners bij hun eigen woning een ligplaats kunnen innemen. Het negende lid introduceert aanvullende uitzonderingen op de verboden uit lid 1 en lid 2 voor bepaalde vaartuigen: Lid 9a: Vaartuigen die korter zijn dan 4 meter vallen niet onder de verboden van lid 1 en 2. Dit betekent dat kleinere vaartuigen flexibeler zijn in waar en hoe lang ze een ligplaats kunnen innemen en; Lid 9b: Vaartuigen die buiten de singels (Turfsingelgracht, Kattensingelgracht, Blekerssingelgracht, Fluwelensingelgracht) liggen, zijn uitgezonderd van de verboden. Dit gebied vormt een druk en centraal gebied waar strengere regels van toepassing zijn of; Lid 9c: Vaartuigen die niet liggen in specifieke waterwegen zoals de Kromme Gouwe, Nieuwe Gouwe, Karnemelksloot, Hollandsche IJssel, en het Gouwekanaal zijn ook uitgezonderd. Deze waterwegen zijn belangrijke verkeersroutes of natuurgebieden waar striktere regels noodzakelijk zijn.
Artikel 3.84 Ontheffing verboden Het eerste lid geeft het college de bevoegdheid om een ontheffing te verlenen van het verbod op het innemen van ligplaatsen buiten de door het college aangewezen gebieden, zoals genoemd in artikel 3.83 lid 1. Dit biedt flexibiliteit in gevallen waar de strikte toepassing van dit verbod ongewenste gevolgen zou hebben of wanneer bijzondere omstandigheden daarom vragen. Het tweede lid maakt het mogelijk voor het college om ontheffing te verlenen van het verbod om langer dan 21 dagen op een ligplaats te verblijven, zoals vastgelegd in artikel 3.83 lid 2. Hierdoor kunnen situaties, waarin een langer verblijf noodzakelijk of wenselijk is, op een gecontroleerde manier worden toegestaan. Het derde lid stelt een maximum aan het aantal te verlenen ontheffingen per jaar, namelijk 55. Dit aantal is gebaseerd op de huidige lijst van inwoners die een vaartuig in de Goudse wateren hebben liggen (2024). Ook is er sprake van een wachtlijst. Hiermee houdt de raad voldoende plaatsen beschikbaar voor waterrecreanten. Het vierde lid bepaalt dat de verzoeker bij het aanvragen van een ontheffing kan kiezen of deze zes maanden of twaalf maanden geldig is. Na afloop van de gekozen termijn kan de verzoeker opnieuw een ontheffing aanvragen. Deze herhaalde aanvraag krijgt voorrang boven nieuwe aanvragen die op de wachtlijst staan, zoals beschreven in artikel 3.85.
Dit systeem zorgt voor een zekere mate van continuïteit voor degenen die al een ontheffing hebben ontvangen, terwijl het ook ruimte laat voor nieuwe aanvragers. Het vijfde lid geeft het college de bevoegdheid om voorwaarden te stellen aan de verleende ontheffingen. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op specifieke gedragsregels, milieueisen, veiligheidsmaatregelen
pagina 2
of andere relevante zaken. Deze voorwaarden zorgen ervoor dat de ontheffingen op een verantwoorde manier worden toegepast en dat ze passen binnen de bredere doelstellingen van de regelgeving. Het zesde lid bepaalt dat de ontheffingen worden verleend in de volgorde waarin de aanvragen binnenkomen. Dit principe van 'wie het eerst komt, het eerst maalt' zorgt voor een transparant en eerlijk toewijzingssysteem. Het voorkomt willekeur en biedt duidelijkheid voor de aanvragers over hun positie in het aanvraagproces. Artikel 3.85 Wachtlijst ontheffing Artikel 3.85 regelt de procedure voor het plaatsen van aanvragers op een wachtlijst wanneer het maximum aantal ontheffingen, zoals vastgelegd in artikel 3.84 lid 3, is bereikt. Dit artikel zorgt ervoor dat de toewijzing van ontheffingen op een eerlijke en transparante manier gebeurt, en biedt een duidelijk proces voor aanvragers die in eerste instantie geen ontheffing kunnen krijgen. Artikel 3.86 Nadere regels ligplaatsen Artikel 3.86 stelt aanvullende regels vast voor het innemen van ligplaatsen op bepaalde, door het college aangewezen plaatsen. Deze regels hebben betrekking op historische bedrijfsvaartuigen en op specifieke locaties waar afwijkingen van de algemene regels gelden.
Het doel is om de toewijzing en het gebruik van ligplaatsen op een georganiseerde en gecontroleerde manier te laten verlopen, met respect voor zowel historische waarde als de belangen van de bewoners. Voor de bewoners van artikel 3.83 lid 7 geldt dat zij nog een overeenkomst met Hoogheemraadschap Rijnland moeten sluiten.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 25 september 2024. De raad van de gemeente voornoemd, griffier
voorzitter
mr. drs. E.J. Karman-Moerman
mr. drs. P. Verhoeve
pagina 3