Bijlage 7 2023-02-28 11609-1 UPD SPR revisie E
Tekst van het document
Ongesprinklerde toiletten en/of doucheruimten In ongesprinklerde toiletten en/of doucheruimten moeten de plafonds en wanden van een onbrandbare constructie (tenminste klasse A2 van NEN-EN 13501-1) zijn. Toelichting: Het bovenstaande is gebaseerd op NEN-EN 12845 sub 5.1.2(a).
Ongesprinklerde bouwkundige (meter)kasten Ongesprinklerde bouwkundige kasten (incl. meterkasten) mogen niet betreedbaar zijn en moeten geheel bouwkundig gescheiden worden van de gesprinklerde ruimten (zowel horizontaal als verticaal). Tevens moet de deur grenzen aan een gesprinklerde ruimte. Toelichting: Er geldt voor deze bouwkundige scheiding geen brandwerendheidseis.
Pagina 31 van 45
DC Logistics Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/UPD/SPR Revisie: E Datum: 27 februari 2023
Ongesprinklerde schachten Ongesprinklerde bouwkundige schachten (niet zijnde een liftschacht) mogen niet betreedbaar zijn en moeten in materialen van tenminste klasse A2 volgens NEN-EN 13501-1 zijn uitgevoerd.
Loze ruimten boven gesloten verlaagde plafonds De loze ruimten mogen conform FM 1-12 (Figure 2.2.2-1 en Table 2.2.2) ongesprinklerd blijven mits aan het volgende wordt voldaan: De ruimten zijn niet voor personen toegankelijk; De ruimten worden niet voor opslag gebruikt; De constructie van de ruimten is grotendeels conform tenminste klasse A2 van NEN-EN 13501-1 (zeer beperkt gebruik van brandbaar materiaal is toegestaan, bijvoorbeeld achterhout e.d.); De ruimten bevatten uitsluitend onbrandbaar materiaal (beperkte toepassing van bijvoorbeeld brandbare leidingisolatie is toegestaan); De ruimten zijn geheel bouwkundig gescheiden van de gesprinklerde ruimten (zowel horizontaal als verticaal). Kleine openingen voor ventilatiedoeleinden zijn toegestaan (afmetingen niet gedefinieerd in FM 1-12, op basis van NEN-EN 12845 geldt: maximaal 5% open oppervlak, gelijkmatig verdeeld over het plafond, waarbij openingen niet groter mogen zijn dan 0,2 m2). Als hier niet aan kan worden voldaan, moeten de loze ruimten worden gesprinklerd, volgens de classificatie als genoemd in hoofdstuk 3 van dit UPD voor 'Kantoren'.
Ongesprinklerde metalen luchtbehandelingskasten Inpandig opgestelde metalen luchtbehandelingskasten mogen ongesprinklerd blijven, mits: De ventilatiekanalen en -kasten aan de binnenzijde geheel in metaal zijn uitgevoerd (beperkte toepassing van flexibele kunststof delen toegestaan); Er zich geen brandbaar materiaal in de ventilatiekanalen en -kasten kan verzamelen; Brandbare luchtfilters zijn toegestaan in ventilatiekasten met een capaciteit tot 8.500 m3/h (bij grotere capaciteiten moeten sprinklers bij de filters worden aangebracht). Luchtbehandelingskasten die op het dak worden opgesteld mogen ongesprinklerd blijven, mits deze de ventilatiekasten en -kanalen geheel in metaal zijn uitgevoerd en er zich geen brandbare materialen en/of gassen in kunnen ophopen.
Sterkte gebouwconstructie De gebouwconstructie moet sterk genoeg zijn om het met water gevulde sprinklerleidingnet te kunnen dragen.
Pagina 32 van 45
DC Logistics Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/UPD/SPR Revisie: E Datum: 27 februari 2023
PV-installatie op het dak 5.8.1 PV-panelen Opstelling van PV-panelen ('zonnepanelen') op het dak is toegestaan onder de volgende voorwaarden: – De bovenzijde van het dak(deel) waarop de panelen worden opgesteld moet van een nietbrandgevaarlijke kwaliteit zijn overeenkomstig NEN 6063 ('vliegvuurbestendig'); – De dakisolatie moet (ter plaatse van de panelen) bestaan uit minerale wol of PIR met FMapproval (dit betreft PIR met brandklasse B (volgens NEN-EN 13501-1) waarin een brand zich niet zonder energietoevoer van buitenaf kan voortplanten). Hier wordt aan voldaan. De dakbedekking wordt volledig uitgevoerd als niet-brandgevaarlijk volgens NEN 6093 en de dakisolatie bestaat uit PIR met FM-approval.
5.8.2 Omvormers De omvormers van de PV-installatie worden bij voorkeur niet op het dak, maar op maaiveldniveau of inpandig opgesteld. Bij opstelling op het dak moeten de omvormers op een onbrandbare ondergrond (voldoet ten minste aan brandklasse A2 volgens NEN-EN 13501-1 of is onbrandbaar volgens NEN 6064) op minimaal 1,5 meter van de PV-panelen worden geplaatst om branduitbreiding via de dakbedekking en dakisolatie te voorkomen. Bij opstelling inpandig gelden geen bijzondere voorwaarden. Bij opstelling op maaiveldniveau gelden de voorwaarden zoals omschreven in hoofdstuk 2 van dit UPD.
5.8.3 Toelichting Voornoemde eisen worden gesteld om te voorkomen dat een eventuele brand in de PV-installatie zou kunnen leiden tot een brand met een omvang die door de (inpandige) sprinklerinstallatie niet of niet voldoende kan worden gecontroleerd. Ondanks voornoemde eisen wordt erop gewezen dat er een restrisico zal blijven bestaan bij een eventuele brand t.p.v. de PV-installatie aangezien een dergelijke brand niet actief (automatisch) wordt bestreden en een brand gezien de locatie mogelijk pas in een later stadium zal kunnen worden waargenomen en lastiger is te bestrijden door de brandweer.
Verwarming gesprinklerde ruimten Alle ruimten waarin een nat sprinklersysteem aanwezig is, moeten gedurende het gehele jaar vorstvrij worden gehouden (ten minste +4 °C).
Pagina 33 van 45
DC Logistics Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/UPD/SPR Revisie: E Datum: 27 februari 2023
Sprinklerpompruimte Aan de sprinklerpompruimte worden de volgende eisen gesteld: De ruimte moet bovengronds zijn gelegen; De ruimte moet gemakkelijk, van buitenaf, bereikbaar zijn; De constructie van de ruimte moet geheel voldoen aan klasse A1 conform NEN-EN 13501-1; De ruimte moet worden uitgevoerd met een WBDBO van 60 minuten (van buiten naar binnen, zie ook toelichting), waarbij voor gevels, inclusief deur(en), mag worden uitgegaan van een eventuele afstandsbijdrage zoals omschreven onder paragraaf 5.1; De ventilatieroosters moeten van het gebouw afgekeerd in de buitenwanden van de sprinklerpompruimte worden aangebracht. De ventilatieroosters moeten haaks op de erfgrens staan, tenzij de erfgrens op meer dan 10,0 m van het betreffende rooster is gelegen; De ruimte moet uitsluitend voor de sprinklerwatervoorziening bestemd zijn (opstelling van aanverwante installatieonderdelen zoals b.v. een watermeter of hydrofoor is toegestaan); De temperatuur moet op ten minste +5 oC worden gehouden; Voldoende geventileerd om hoge luchtvochtigheid tegen te gaan (in de normale bedrijfssituatie, zijnde met stilstaande dieselmotor); Er moeten voorzieningen worden getroffen voor de afvoer van de door de dieselmotor verwarmde lucht, zodat de temperatuur in de sprinklerpompruimte tijdens het in bedrijf zijn van de dieselmotor niet hoger oploopt dan 49 oC (t.p.v.
luchtinlaat van de motor); In de pompruimte moet noodverlichting worden aangebracht. Toelichting: - In principe moet conform NEN-EN 12845 sub 10.3.1 de sprinklerpompruimte met een brandwerendheid van 60 minuten worden uitgevoerd. Aangezien dit altijd zou leiden tot brandwerende gevels, ook als ter plaatse voldoende afstand tot andere brandcompartimenten aanwezig is, wordt dit toegepast als zijnde een WBDBO-eis van 60 minuten (EI, deur EW), waarbij 10 m afstand gelijk staat aan 60 minuten brandwerendheid (analoog aan de zienswijze zoals omschreven onder paragraaf 5.1). Omdat het doel van de brandwerendheideis voor sprinklerpompruimten bestaat uit het beschermen van de sprinklerpompset(s) tegen invloeden van buitenaf, wordt de WBDBO-eis toegepast van buiten naar binnen (immers: de pompruimte zelf wordt altijd gesprinklerd). - De uitpandig op te stellen bluswatertank hoeft niet brandwerend te worden afgeschermd van het gebouw.
Draft curtains 5.11.1 Mezzanines Langs de randen van de mezzanines zijn geen draft curtains vereist (warmteschotten) (bron: FM 2-0 Figure 2.5.2.1.6).
5.11.2 Vides kantoorgedeelten Langs de randen van de vides in de kantoorgedeelten moet een draft curtain (= warmteschot) worden aangebracht. Een draft curtain moet ten minste 0,45 m hoog zijn, gemeten vanaf de onderzijde van de vloer en worden vervaardigd van plaatmateriaal van tenminste klasse A2 van NEN-EN 13501-1.
Pagina 34 van 45
DC Logistics Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/UPD/SPR Revisie: E Datum: 27 februari 2023
Ongesprinklerde HS/LS-ruimte Een ongesprinklerde HS/LS-ruimte moet met een WBDBO van ten minste 60 minuten (EI) van de gesprinklerde ruimten worden afgescheiden (gezien vanuit de ongesprinklerde HS/LS-ruimte). De afwerking van doorvoeringen in brandwerende scheidingen van leidingen, kabels of kanalen moet zodanig zijn dat de brandwerendheid van de scheiding niet wordt aangetast. Toelichting: Het bovenstaande wijkt af van FM eisen, maar is conform NEN-EN 12845 toegestaan. Deze afwijking van de voorschriften moet nog door de inspectie-instelling worden beoordeeld en als zodanig in het beoordelingsdocument worden vastgelegd.
Pagina 35 van 45
DC Logistics Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/UPD/SPR Revisie: E Datum: 27 februari 2023
6
Organisatorische maatregelen Belemmeringen onder sprinklers Bij het aanbrengen van ventilatiekanalen, verlichtingsarmaturen en dergelijke moet rekening worden gehouden met de positie ten opzichte van sprinklers. Het kan nodig zijn dat door deze obstructies extra sprinklers moeten worden aangebracht. Om het aanbrengen van sprinklers onder obstructies te voorkomen kan in grote lijnen voor met name de quick response ceiling level storage sprinklers het volgende worden aangehouden: Individuele obstructies niet breder dimensioneren dan 0,6 m in het vierkant; Individuele obstructies in het midden van 4 sprinklers plaatsen; Doorlopende obstructies (armaturen, kabelgoten, leidingen e.d.) niet breder dimensioneren dan 0,3 m en op ten minste 0,3 m horizontaal uit de sprinklers plaatsen; Doorlopende obstructies niet breder dimensioneren dan 0,6 m en op ten minste 0,6 m horizontaal uit de sprinklers plaatsen; Als doorlopende obstructies langs hetzelfde tracé moeten worden gelegd, zorg er dan voor dat de totale breedte niet meer dan 0,6 m wordt, of breng e.e.a. boven elkaar aan; Zie ook onderstaand figuur voor het gebied waar zich obstructies mogen bevinden.
Toelichting: - De breedte van bovenstaand figuur is 2 x 1,8 m (de getekende sprinkler bevindt zich in het midden); - De hoogte van het vlak onder de sprinkler is 0,9 m (= de vereiste vrije hoogte onder sprinklers, zie ook volgende paragraaf); - Doorlopende obstructies tot 20 mm breedte zijn in het middelste vierkant toegestaan mits op >100 mm onder de sprinklers aangebracht; - Doorlopende obstructies tot 32 mm breedte zijn in het middelste vierkant toegestaan mits op > 400 mm onder de sprinklers aangebracht.
Voor alle geldende eisen met betrekking tot obstructies onder sprinklers wordt verwezen naar FM Data Sheet 2-0 (zie paragraaf 3.2.2 van dit UPD).
Pagina 36 van 45
DC Logistics Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/UPD/SPR Revisie: E Datum: 27 februari 2023
Vrije ruimte onder sprinklers Er moet tussen de spreidplaten van de sprinklers en de bovenkant van de inventaris een verticale vrije ruimte worden aangehouden van ten minste 0,9 m.
Opslag los op de vloer gestapelde kunststoffen en/of lege pallets De opslaghoogte van los op de vloer gestapelde niet in karton verpakte kunststoffen, alsook lege houten en/of kunststoffen pallets moet worden beperkt tot max. 7,5 m (conform FM 8-9 sub 2.3.6.9.7). Het voorgaande geldt niet voor opslag op of onder de mezzanines. Voor de overige goederen geldt qua opstelling van de opslag (opslaghoogte, afmetingen en inrichting van opslagvakken e.d.) geen andere beperkingen dan de vereiste vrije hoogte onder de sprinklers (zie elders in dit hoofdstuk). Zie tevens de eisen elders in dit hoofdstuk t.a.v. de al dan niet toegestane opslag.
Opslag in kantoorgedeelten In deze ruimten mag geen brandbare opslag worden geplaatst, anders dan de voor de gebruiksfunctie gebruikelijke inventaris. Specifieke bergingen of archiefruimten in een kantoorgedeelte moeten worden beveiligd overeenkomstig de betreffende tabel in hoofdstuk 3 van dit UPD.
Opslag in sprinklerpompruimte en techniekruimten In deze ruimten mag geen opslag worden geplaatst.
Opslag in toiletten en/of doucheruimten In toiletten en/of doucheruimten mag geen opslag worden geplaatst.
Opslag onder luifel (vloeroverstek) Onder de luifel mogen alleen vrachtwagens worden geladen en gelost. Opslag van goederen is niet toegestaan.
Buitenopslag Brandbare buitenopslag moet op ten minste 10 m afstand (of 1,5 maal de stapelhoogte, waarbij de grootste afstand bepalend is) tot het gebouw worden geplaatst. Als brandbare buitenopslag gelden ook (verrijdbare) afvalcontainers en buiten werktijd geparkeerde vrachtwagens (buiten het gebied van de gesprinklerde luifel (vloeroverstek)).
Uitvoering stellingen met legborden ('shelf storage') Stellingen met legborden (niet zijnde palletstellingen) moeten als volgt zijn uitgevoerd: Legborden van maximaal 0,75 m totale diepte (haaks op het gangpad, gemeten van gangpad naar gangpad), zonder dat hierbij aanvullende voorwaarden gelden t.a.v. de hoogte tussen de legborden onderling;
Pagina 37 van 45
DC Logistics Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/UPD/SPR Revisie: E Datum: 27 februari 2023
Legborden van maximaal 1,5 m totale diepte (haaks op het gangpad, gemeten van gangpad naar gangpad), verticaal maximaal 0,6 m uit elkaar; Legborden van maximaal 1,5 m totale diepte (haaks op het gangpad, gemeten van gangpad naar gangpad, zonder dat hierbij aanvullende voorwaarden gelden t.a.v. de hoogte tussen de legborden onderling, voorzien van een verticaal langsschot in het midden van de stelling, parallel aan het gangpad (uit te voeren in 10 mm multiplex of 0,7 mm staalplaat); Stellingen gescheiden door gangpaden van ten minste 0,6 m breed.
Uitvoering stellingen met 5-zijdig gesloten vakken ('bin-box storage') Stellingen van het type 'bin-box' stelling moeten als volgt zijn uitgevoerd: Uitgevoerd met vakken die alleen open zijn naar het gangpad toe, waarbij de vakken zijn gescheiden door verticale langs- en dwarsschotten van 10 mm multiplex of 0,7 mm staalplaat; Vakken maximaal 1,2 m lang (parallel aan het gangpad gemeten) en maximaal 1,5 m hoog; De diepte van een vak is maximaal 3,0 m (haaks op het gangpad gemeten); De stellingen mogen ruggelings tegen elkaar worden geplaatst; Stellingen gescheiden door gangpaden van ten minste 0,6 m breed.
Legborden en roosters in (pallet)stellingen Het aanbrengen van dichte legborden of roosters in (pallet)stellingen moet zoveel mogelijk worden vermeden. Dichte legborden of roosters mogen worden toegepast als deze aan de volgende eisen voldoen: Roosters of legborden in de vorm van een lattenconstructie: Uitgevoerd met ten minste 70% open oppervlak; Het open oppervlak moet gelijkmatig zijn verdeeld; Tussen de opslag op de roosters of de deels dichte legborden moet trekkanalen worden vrijgehouden zoals omschreven in de volgende paragraaf; In een trekkanaal mogen zich wel roosters bevinden die ten minste 70% open zijn uitgevoerd; Goederen op de roosters of de deels dichte legborden mogen geen groter oppervlak afdekken dan maximaal 1,9 m2; Goederen op de roosters of de deels dichte legborden mogen de trekkanalen niet afdekken. Dichte legborden: Oppervlak per legbord is te beperken tot maximaal 1,9 m2; Tussen de legborden moet een dwarstrekkanaal van ten minste 150 mm horizontale breedte vrij worden gehouden (t.p.v. staanders mag dit 75 mm zijn), alsook een langstrekkanaal van ten minste 75 mm horizontale breedte. Zie voor de verdere eisen t.a.v. de uitvoering van trekkanalen het gestelde elders in dit hoofdstuk; Goederen op de legborden mogen de trekkanalen niet afdekken.
Toelichting: Het bovenstaande geldt ook voor barrières die boven onderdoorgangen in de palletstellingen worden aangebracht.
Pagina 38 van 45
DC Logistics Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/UPD/SPR Revisie: E Datum: 27 februari 2023
Gangpaden tussen palletstellingen Gangpaden tussen palletstellingen moeten ten minste 1,8 m breed zijn. N.B. De gangpadbreedte is te meten tussen de goederen op de pallets in de stellingen.
Afmetingen palletstellingen Een stelling mag niet dieper zijn dan (diepte gemeten haaks op het gangpad): Enkele stelling: 1,8 m; Dubbele stelling: 3,6 m.
Langs- en dwarstrekkanalen tussen opslag in palletstellingen 6.14.1 Algemeen Tussen opslag in stellingen moeten de nodige langs- en dwarstrekkanalen worden vrijgehouden van opslag en stellingconstructiedelen, zoals aangegeven in de volgende paragrafen. Zie ook onderstaand figuur waarin e.e.a. schematisch is weergegeven. Hierin zijn: – Langstrekkanalen: 'longitudinal flue spaces'; – Dwarstrekkanalen: 'transverse flue spaces'.
6.14.2 Afstand van palletstellingen tot een achterliggende wand of gevel Pallets in stellingen moeten op ten minste 150 mm van de achterliggende wand of gevel worden geplaatst (te meten vanaf de goederen op de pallets).
6.14.3 Dwarstrekkanalen op grondlocaties in palletstellingen Dwarstrekkanalen zijn niet vereist tussen de pallets op de grondlocaties in een palletstelling. N.B. Dit wordt gebaseerd op FM 8-9 sub 2.2.3.2.2.4, 2.2.3.2.3.4 en 2.2.3.2.4.4 waarin staat vermeld dat voor het opslagniveau direct boven een niveau stellingsprinklers geen dwarstrekkanalen zijn vereist. Als zodanig wordt ervan uitgegaan dat dit ook geldt voor in stellingen die niet zijn voorzien van stellingsprinklers.
Pagina 39 van 45
DC Logistics Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/UPD/SPR Revisie: E Datum: 27 februari 2023
6.14.4 Palletstellingen in enkele rijen De palletstellingen moeten zodanig worden voorzien van verticaal uitgelijnde dwarstrekkanalen dat er ter plaatse van de staanders en tussen de pallets ten minste een netto afstand van 75 mm horizontaal vrij blijft. In de netto ruimte mogen zich geen constructiedelen van de stelling bevinden. Ten minste elke 1,4 m stellinglengte (lengte gemeten parallel aan het gangpad) moet een dwarstrekkanaal aanwezig zijn. Als de dwarstrekkanalen ten minste 150 mm breed zijn mag dit worden verruimd tot 2,7 m. N.B. Als er sprake is van (extra) trekkanalen die niet verticaal zijn uitgelijnd (b.v. daar waar verschillende palletmaten boven elkaar zijn geplaatst), dan is altijd een dwarstrekkanaalbreedte van ten minste 150 mm (verticaal uitgelijnd) vereist, op ten minste elke 1,4 m stellinglengte.
6.14.5 Palletstellingen in dubbele rijen De palletstellingen moeten zodanig worden voorzien van verticaal uitgelijnde dwarstrekkanalen dat er ter plaatse van de staanders en tussen de pallets ten minste een netto afstand van 75 mm horizontaal vrij blijft. In de netto ruimte mogen zich geen constructiedelen van de stelling bevinden. Ten minste elke 1,4 m stellinglengte (lengte gemeten parallel aan het gangpad) moet een dwarstrekkanaal aanwezig zijn. Als de dwarstrekkanalen ten minste 150 mm breed zijn mag dit worden verruimd tot 2,7 m. N.B. Als er sprake is van (extra) trekkanalen die niet verticaal zijn uitgelijnd (b.v. daar waar verschillende palletmaten boven elkaar zijn geplaatst), dan is altijd een dwarstrekkanaalbreedte van ten minste 150 mm (verticaal uitgelijnd) vereist, op ten minste elke 1,4 m stellinglengte, in combinatie met een langstrekkanaal van ten minste 75 mm netto breedte. Dubbele palletstellingen moeten zodanig worden voorzien van verticaal uitgelijnde langstrekkanalen tussen de twee stellingrijen dat er tussen de pallets ten minste een netto afstand van 75 mm horizontaal vrij blijft. In de netto ruimte mogen zich geen constructiedelen van de stelling bevinden. Als er geen langstrekkanalen van ten minste 75 mm netto breedte aanwezig zijn, dan moet ten minste elke 1,5 m stellinglengte een dwarstrekkanaal van ten minste 150 mm breedte aanwezig zijn.
Pagina 40 van 45
DC Logistics Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/UPD/SPR Revisie: E Datum: 27 februari 2023
Classificatie van goederen Classificatie
Type
Noncombustible
Onbrandbare goederen
Class 1 commodity
Onbrandbare goederen in karton (enkel laags)
Class 2 commodity
Onbrandbare goederen in houten kratten of meerlaags karton
Class 3 commodity
Goederen zoals hout, papier of natuurlijke vezels (al dan niet in kartonnen dozen) waarvan het gewicht of volume aan (geschuimde of niet-geschuimde) kunststof maximaal 5% is van het totale gewicht of volume van het product inclusief verpakkingsmateriaal op een enkele pallet
Class 4 commodity / Cartoned unexpanded plastic
-
-
-
-
Kunststoffen als granulaat Goederen in kartonnen dozen waarbij het gewicht of volume aan niet-geschuimde kunststof meer is dan 5% van het totale gewicht of volume van het product inclusief inwendig verpakkingsmateriaal op een enkele pallet Goederen in kartonnen dozen waarbij het volume aan geschuimde kunststof meer is dan 5% maar minder dan 40% van het totale volume van het product inclusief inwendig verpakkingsmateriaal op een enkele pallet Goederen niet verpakt in kartonnen dozen of verpakt in kartonnen dozen waarbij de schuimkunststof zich om het product bevindt (als kantbescherming) waarbij het volume aan schuimkunststof meer is dan 5% maar minder dan 10% van het totale volume van het product inclusief verpakkingsmateriaal op een enkele pallet Niet-geschuimde kunststoffen geheel verpakt in kartonnen dozen
Uncartoned unexpanded plastic
-
Niet-geschuimde kunststoffen niet (of niet geheel) verpakt in kartonnen dozen Goederen niet (of niet geheel) verpakt in kartonnen dozen waarbij de schuimkunststof zich om het product bevindt (als kantbescherming) waarbij het volume aan schuimkunststof meer is dan 5% maar minder dan 10% van het totale volume van het product inclusief verpakkingsmateriaal op een enkele pallet
Cartoned expanded plastic
-
Schuimkunststoffen geheel verpakt in kartonnen dozen Goederen verpakt in kartonnen dozen waarbij het volume aan schuimkunststof meer is dan 40% van het totale volume van het product inclusief inwendig verpakkingsmateriaal op een enkele pallet Goederen verpakt in kartonnen dozen waarbij de schuimkunststof zich om het product bevindt (als kantbescherming) waarbij het volume aan schuimkunststof meer is dan 10% van het totale volume van het product inclusief verpakkingsmateriaal op een enkele pallet Lege kunststof flessen met meer dan 1 dm3 inhoud in kartonnen dozen
-
Uncartoned expanded plastic
-
-
Schuimkunststoffen niet (of niet geheel) verpakt in kartonnen dozen Goederen niet (of niet geheel) verpakt in kartonnen dozen waarbij de schuimkunststof zich om het product bevindt (als kantbescherming) waarbij het volume aan schuimkunststof meer is dan 10% van het totale volume van het product inclusief verpakkingsmateriaal op een enkele pallet Lege kunststoffen kratten met open zijkanten en/of bodems Lege kunststof flessen > 1 dm3 inhoud niet in kartonnen dozen
Tabel 15
Aandachtspunten goederenclassificatie: Bovenstaande globale indeling is gebaseerd op FM 8-1 en is uitsluitend indicatief. Goederenindeling moet altijd plaatsvinden in overleg met de inspectie-instelling. Toepassing van krimpfolie heeft geen invloed op de classificatie.
Pagina 41 van 45
DC Logistics Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/UPD/SPR Revisie: E Datum: 27 februari 2023
Voor de berekening van het volume percentage aan (schuim)kunststof van een product in een kartonnen doos dat (schuim)kunststof bevat geldt alleen het volume van het product zelf en eventueel inwendig verpakkingsmateriaal, niet het volume van de doos zelf. De classificatie geldt ook voor opslag van die goederen op houten pallets en FM-approved kunststof pallets. Voor opslag van goederen op kunststof pallets (non FM-approved) geldt een toeslag van 1 klasse, tenzij de goederen zelf al zijn ingedeeld als een kunststof ('plastic'). Spuitbussen en gaspatronen met brandbare inhoud (product en/of drijfgas) zijn een 'special hazard' en vallen als zodanig niet onder deze categorie-indeling. Brandbare vloeistoffen (let op: dit betreft alle vloeistoffen met een vlampunt, dus ook niet ADR 3 geclassificeerde vloeistoffen, alsook vetten) zijn een 'special hazard' en vallen als zodanig niet onder deze categorie-indeling.
Aanvullende criteria opslag Indien goederen behorende tot verschillende categorieën gemengd worden opgeslagen, is de hoogste categorie als voorkomend bij de betreffende goederen bepalend voor de maximaal toegestane opslaghoogte; Onder de term 'opslag' wordt eveneens begrepen het tijdelijk plaatsen van goederen (ongeacht de tijdsduur ervan), bijvoorbeeld ten behoeve van overslag of distributie; Opslag in gangpaden tussen (pallet)stellingen is niet toegestaan; Los op de vloer gestapelde opslag moet door middel van een gangpad (zie minimale breedte elders in dit hoofdstuk) worden gescheiden van (pallet)stellingen; Voor los op de vloer gestapelde opslag gelden verder geen nadere voorwaarden anders dan omschreven in dit hoofdstuk.
Niet toegestane opslag in de warehouses 6.17.1 5-zijdig gesloten bakken Opslag in palletstellingen van (brandbare of onbrandbare) bakken die niet waterdoorlatend zijn (houten bakpallets, kartonnen dozen en/of kunststof bakken), met open bovenzijde (dus zonder deksel of een andere doeltreffende afdekking), is alleen toegestaan op het onderste niveau in een palletstelling (zie toelichting). Opslag van dergelijke bakken (ook zonder deksel) is wel toegestaan als los gestapelde opslag, als transportmiddel op transportsystemen, en als opslag in legbordstellingen ('shelf storage' of 'binbox storage'). Opslag van bakken die waterdoorlatend zijn (of zijn gemaakt) is ook toegestaan in palletstellingen. De bakken moeten als volgt zijn uitgevoerd om als voldoende waterdoorlatend (FM: 'vented') geclassificeerd kunnen worden: – De wanden van de bakken moeten voor ten minste 30% open zijn uitgevoerd; – Het open oppervlak moet op ca. 13 mm vanaf de bodem aanwezig zijn (inwendig in de bak gemeten); – De goederen in de bakken mogen niet water absorberend zijn en mogen het open oppervlak niet af kunnen dekken. Toelichting: zie volgende pagina.
Pagina 42 van 45
DC Logistics Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/UPD/SPR Revisie: E Datum: 27 februari 2023
Toelichting: – Kunststof bakken mogen alleen worden opgeslagen daar waar dit volgens de volgende paragraaf is toegestaan (als zijnde: 'kunststoffen niet in karton verpakt'). – Bovenstaande definitie van 'vented' is gebaseerd op het gestelde in FM 8-34 Appendix A.
6.17.2 Overig De volgende goederen mogen niet worden opgeslagen: Brandbare vloeistoffen (let op: dit betreft alle vloeistoffen met een vlampunt, dus ook niet ADR 3 geclassificeerde vloeistoffen); Spuitbussen en gaspatronen met brandbare inhoud (product en/of drijfgas); Lithium-ion batterijen (wel toegestaan als onderdeel van een samengesteld apparaat); Rollen papier; Rubber banden; Hangende kleding, slechts toegestaan tot maximaal 1,5 m hoogte (buiten een palletstelling); Rollen tapijt, zijn alleen op en onder de mezzanines toegestaan, alsook als los op de vloer geplaatste opslag (buiten een palletstelling) in de warehouses; Geperste balen vezels van papier of kunststof; Rollen nonwoven materiaal; Kunststoffen, niet (of niet geheel) in karton verpakt, zijn alleen op en onder de mezzanines toegestaan, alsook als los op de vloer geplaatste opslag (buiten een palletstelling) en als opslag in legbordstellingen ('shelf storage' of 'bin-box storage') in de warehouses; Schuimkunststoffen, al dan niet in karton verpakt, zijn alleen op en onder de mezzanines toegestaan; Lege houten of kunststoffen pallets zijn alleen op en onder de mezzanines toegestaan, alsook als los op de vloer geplaatste opslag (buiten een palletstelling) in de warehouses; Goederen op pallets langer dan 2,7 m in palletstellingen (deze mogen wel onderin een palletstelling worden opgeslagen
op de vloer, of los in de ruimte (buiten een palletstelling) worden geplaatst).
Beheer en onderhoud 6.18.1 Algemeen De eigenaar van het onderhavige gebouw is eindverantwoordelijk voor het beheer en onderhoud. De eigenaar is ervoor verantwoordelijk dat het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd, zoals omschreven in het normatief kader. De eigenaar moet één of meer, personen en/of bedrijven aanwijzen die zijn opgeleid en geïnstrueerd om te fungeren als beheerder. Belangrijk is dat er minimaal één beheerder is. Indien er sprake is van een huurder kan de eigenaar de verantwoordelijkheid delegeren aan de huurder. De eigenaar en huurder kunnen gebruiker zijn. De eigenaar en de gebruiker moeten de onderlinge verdeling van verantwoordelijkheden aangaande het beheer en onderhoud vastleggen.
Pagina 43 van 45
DC Logistics Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/UPD/SPR Revisie: E Datum: 27 februari 2023
6.18.2 Systeembeschikbaarheid Het VBB-systeem moet voor onbepaalde tijd (tijdens het bestaan van de bedrijfsactiviteiten) aanwezig zijn zoals in de vergunning is bepaald. Gedurende de levensduur moet deze blijven functioneren volgens de ontwerpspecificaties. De systeembeschikbaarheid moet zo hoog mogelijk zijn. Hiervoor worden de volgende BIOmaatregelen getroffen: Bouwkundig: Geen (extra) maatregelen mogelijk. Installatietechnisch: – Omloopleidingen t.p.v. de alarmkleppen (zie ook het gestelde in hoofdstuk 3 van dit UPD). Hiermee wordt bij onderhoud aan een alarmklep de betreffende sectie in bedrijf gehouden; – Tweewekelijks onderhoud waarbij een visuele inspectie plaatsvindt en ook testen worden uitgevoerd voor wat betreft alarmkleppen, afsluiters enz. inclusief een pomptest waarbij de pomp minimaal een half uur zal draaien. E.e.a. conform TB80 hoofdstuk 8 en 9 (zie normatief kader in hoofdstuk 3 van dit UPD). – Onderhoudscertificaat conform VBB-schema (waarmee het correct uitvoeren van het onderhoud is gewaarborgd, te controleren door de inspectie-instelling als onderdeel van het inspectiecertificaat). – Doormelding van storingen naar storingsdienst (24/7) van de sprinklerinstallateur. Organisatorisch: – Instructie van gebruiker door sprinklerinstallateur. – Verdere maatregelen dienen nader met de gebruiker (nu nog onbekend) afgestemd te worden.
– Tevens moet het ontstaan van brand zoveel mogelijk worden voorkomen. Ook hiervoor zal gebruiker procedures en/of maatregelen moeten vastleggen voor ingebruikname.
6.18.3 Afkeur in relatie tot inspectiecertificaat Afkeur in het kader van de certificering onder inspectiecertificaat moet worden voorkomen. Dit hangt samen met de naleving van de verder in dit hoofdstuk gestelde voorwaarden. De te volgen procedures bij een onverhoopte afwezigheid van een inspectiecertificaat moeten voor ingebruikname van het gebouw in een noodplan worden vastgelegd.
Pagina 44 van 45
DC Logistics Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/UPD/SPR Revisie: E Datum: 27 februari 2023
7
Tekenlijst
Bevoegde autoriteit
Verklaring geen bezwaar
Gemeente (de Verklaring geen bezwaar en/of Voor akkoord mag ook worden vervangen door een instemmingsbrief)
NAW-gegevens:
Naam: Datum: Handtekening:
Belanghebbende
Voor akkoord
Verzekeraar
NAW-gegevens:
Niet van toepassing, is niet als belanghebbende betrokken bij de totstandkoming van dit document.
Naam: Datum: Handtekening:
Eigenaar/gebruiker
Eigenaar
Gebruiker
NAW-gegevens:
Naam: Datum: Handtekening:
Document opsteller
NAW-gegevens:
DLVD advies BV De Geerden 24 5334 LE Velddriel
Naam:
H. Dommerhold
Datum:
27 februari 2023
Handtekening:
N.B. De inspectie-instelling tekent het UPD niet voor akkoord, de beoordeling van het UPD door de inspectie-instelling wordt in een inspectierapport Basisontwerp vastgelegd.
Pagina 45 van 45