Bijlage 6.5 bij de toelichting Quickscan flora en fauna
Tekst van het document
Quickscan flora en fauna
Gouderaksedijk 32 te Gouda
Opdrachtgever Gemeente Gouda De heer S. van Schagen Postbus 1086 2800 BB GOUDA Adviesbureau Geofoxx Tielweg 6 Postbus 2026 2800 BD GOUDA 0182 - 729 000 Status Definitief Datum 15 augustus 2023 Projectnummer 20230697/LVET Documentkenmerk 20230697_a1RAP
Auteur Luuk de Vetten Paraaf:
Controle / vrijgave Nienke Vermeer Paraaf:
Quickscan flora en fauna
Gouderaksedijk te Gouda
Inhoudsopgave
1
Inleiding
1
2
Resultaten vooronderzoek 2.1 Locatiebeschrijving 2.2 Ontwikkeling/activiteiten
2 2 2
3
Wettelijk kader 3.1 Wet natuurbescherming 3.2 Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland 3.3 Natuurnetwerk Nederland (NNN)
3 3 4 4
4
Werkzaamheden, resultaten en interpretatie 4.1 Werkzaamheden 4.2 Bureaustudie gebiedsbescherming 4.3 Bureaustudie en veldinspectie beschermde soorten
6 6 6 8
5
Conclusies en aanbevelingen 5.1 Conclusies 5.2 Aanbevelingen 5.3 Vervolg
14 14 15 16
Bijlagen 1 Foto’s 2 Lijst jaarrond beschermde vogels 3 Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming
Projectnummer
Datum
20230697/LVET
augustus 2023
-/-
Quickscan flora en fauna
Gouderaksedijk te Gouda
1
Inleiding
In opdracht van Gemeente Gouda heeft Geofoxx, als onafhankelijk adviesbureau1, een quickscan flora en fauna uitgevoerd op de locatie Gouderaksedijk te Gouda. De aanleiding voor het uitvoeren van een quickscan flora en fauna wordt gevormd door de aanpassing van het bestemmingsplan voor de onderzoekslocatie. Door de Omgevingsdienst Midden Holland (ODMH) is hiervoor een quickscan uitgevoerd (kenmerk: 2017074508, d.d. 2017). Vanwege het verstrijken van de geldigheidstermijn en de ecologisch relevante wijzigingen aan de locatie is het noodzakelijk om het onderzoek te actualiseren. Het doel van het onderzoek is om inzicht te verkrijgen in de mogelijkheden voor kwetsbare en/of beschermde flora en fauna en de eventuele risico’s en randvoorwaarden die hiermee verband houden. Tevens wordt bepaald of nader ecologisch onderzoek noodzakelijk is. Ook wordt beoordeeld of er natuurgebied nabij de locatie is gelegen en of een voortoets nodig is om effecten van de ontwikkeling hierop nader te onderbouwen. Aan de orde komen: het vooronderzoek (literatuurstudie), de veldinspectie, de interpretatie van de verzamelde gegevens en de conclusies en aanbevelingen.
1
De opdrachtgever en terreineigenaar zijn geen zuster- of moederbedrijf en komen niet uit de eigen organisatie zodat de onafhankelijkheid van het onderzoek is gewaarborgd. Geofoxx is een handelsnaam van Geofox-Lexmond bv, statutair gevestigd te Oldenzaal en ingeschreven in het handelsregister onder nr. 06056452. Op alle opdrachten zijn de algemene voorwaarden van Geofox-Lexmond bv van toepassing. Deze voorwaarden zijn te vinden op geofoxx.nl.
1 / 16
Quickscan flora en fauna
Gouderaksedijk te Gouda
2
Resultaten vooronderzoek
2.1
Locatiebeschrijving
De onderzoekslocatie ligt in Gouda, tussen het weidegebied de Krimpenerwaard (zuidzijde), de Hollandsche IJssel en de historische binnenstad van Gouda (noordzijde). Op het terrein was tachtig jaar lang een asfaltcentrale gevestigd. De stichting GOUDasfalt, ontstaan vanuit een burgerinitiatief, en de gemeente Gouda hebben in hun samenwerkingsovereenkomst de ambitie uitgesproken om het verharde industrieterrein te transformeren naar een bloeiende locatie die open staat voor het publiek. De locatiegegevens zijn beschreven in tabel 2.1. De situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in figuur 2.1. De blauwe contour betreft het plangebied. Tabel 2.1: Locatiegegevens
locatie Straat Gemeente Kadastrale gegevens Oppervlakte locatie Eigendom
: : : : :
Gouderaksedijk 32 te Gouda Gouda Gemeente Gouda, Sectie: L, Nummer: 302 28.980 m2 Gemeente Gouda
Figuur 2.1: Luchtfoto. Onderzoekslocatie ligt binnen de contour. Bron: geodata.nationaalgeoregister.
2.2
Ontwikkeling/activiteiten
Een ruimtelijke ingreep kan negatieve gevolgen hebben voor de actuele natuurwaarden van de onderzoekslocatie. In deze quickscan is vooraf bekeken welke effecten op de actuele natuurwaarden optreden, als gevolg van de herontwikkeling van het terrein.
Projectnummer
Datum
20230697/LVET
augustus 2023
2 / 16
Quickscan flora en fauna
Gouderaksedijk te Gouda
3
Wettelijk kader
3.1
Wet natuurbescherming
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Hiermee zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet komen te vervallen. De Wet natuurbescherming voorziet in een wettelijk kader voor de bescherming van natuurgebieden, dier- en plantensoorten en houtopstanden. De provincie is hierbij bevoegd gezag uitgezonderd Rijkszaken (hoofdwegen, spoorwegen, militaire terreinen, gastransportnet, hoogspanningsleidingen, kustlijn, e.d.), waarbij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) bevoegd gezag is. Algemene zorgplicht De wettelijke zorgplicht (artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming) is altijd van toepassing. Deze houdt in dat nadelige effecten op aanwezige flora en fauna, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, voorkomen moeten worden. Gebiedsbescherming Een belangrijk deel van de in de wet opgenomen regels voorziet in omzetting van de internationale verplichtingen op het vlak van bescherming van de biologische diversiteit, in het bijzonder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. In de Wet natuurbescherming zijn specifieke regels opgenomen ter bescherming van bijzondere natuurwaarden. Het gaat dan voornamelijk om de bescherming van natuurgebieden van Europees belang die behoren tot het zogenoemde Natura 2000-netwerk.
De in de wet opgenomen regels ter bescherming van Natura 2000-gebieden omvatten onder meer maatregelen met het oog op behoud en herstel van leefgebieden voor vogels, van natuurlijke typen habitats en van habitats van diersoorten en van plantensoorten van Europees belang in een gunstige staat van instandhouding. Ook is een vergunningensysteem opgenomen met het oog op een toetsing van mogelijk schadelijke handelingen en de mogelijkheid voor het bevoegd gezag om ter voorkoming van schadelijke effecten preventieve dwingende maatregelen te treffen. Soortbescherming De soortbescherming omvat drie beschermingsregimes met afzonderlijke verbodsbepalingen (zie bijlage 4). 1) Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Dit zijn alle van nature in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). 2) Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Dit zijn de in het wild levende plant- en diersoorten die vallen onder bepaalde bijlagen van: de Habitatrichtlijn (Bijlage IV); het Verdrag van Bern (Bijlage I en II); het Verdrag van Bonn (Bijlage II). 3) Beschermingsregime andere soorten Dit zijn in Nederland in het wild voorkomende plant- en diersoorten die beschermd zijn aanvullend op de Europees beschermde soorten. Houtopstanden In de Wet natuurbescherming is de bescherming geregeld van houtopstanden.
De kern wordt gevormd door een herbeplantingsplicht ingeval houtopstanden worden geveld. Dit onderdeel wordt in deze quickscan flora en fauna niet meegenomen.
Projectnummer
Datum
20230697/LVET
augustus 2023
3 / 16
Quickscan flora en fauna
Gouderaksedijk te Gouda
3.2
Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid -Holland
De Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 9 november 2016 de Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland vastgesteld. Deze verordening vormt de uitwerking van de bevoegdheden die op grond van de Wet natuurbescherming aan Provinciale Staten en aan Gedeputeerde Staten zijn toegedeeld. In de verordening is de vrijstelling vastgelegd van een aantal soorten die onder de verboden van artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming vallen (‘andere soorten’). In totaal zijn 160 soorten opgenomen in de bijlagen, behorende bij artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming (Wnb). Van deze soorten waren er 77 beschermd door de Flora en fauna wet (Ffw). Hiervan gold voor 25 soorten op grond van de Ffw een landelijke vrijstelling. Bij de implementatie van de Wnb binnen de provincie Zuid-Holland is ervoor gekozen om de landelijke vrijstelling zoals die gold onder de Ffw, binnen de provincie Zuid-Holland voort te zetten onder de Wnb. Deze soorten betreffen alleen zoogdieren en amfibieën. Om te beoordelen of genoemde 25 soorten in aanmerking komen voor een provinciale vrijstelling is per soort gekeken naar o.a. de verspreiding en talrijkheid van de soort in de provincie ZuidHolland.
Hieruit blijkt dat de soorten molmuis, ondergrondse woelmuis en tweekleurige bosspitsmuis, niet of nauwelijks voorkomen in Zuid-Holland zodat een provinciale vrijstelling voor deze soorten niet is opgenomen. Soortenvrijstellingslijst De volgende soorten zijn conform de Provinciale verordening van provincie Zuid-Holland (d.d.
8 juni 2016) vrijgesteld van bescherming voor ruimtelijke ingrepen en bestendig beheer: Tabel 3.1: Lijst van soorten die in Zuid-Holland zijn vrijgesteld van bescherming. Amfibieën Zoogdieren (grondgebonden) Bastaardkikker
Aardmuis
Gewone bosspitsmuis
Rosse woelmuis
Bruine kikker
Bosmuis
Haas
Veldmuis
Gewone pad
Bunzing
Hermelijn
Vos
Kleine watersalamander
Dwergmuis
Huisspitsmuis
Wezel
Meerkikker
Dwergspitsmuis
Konijn
Woelrat
Egel
Ree
3.3
Natuurnetwerk Nederland (NNN )
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuur- en landbouwgebieden met hoge natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit). Hiermee dragen we bij aan (inter-)nationaal vitaal stelsel van natuurgebieden. De realisatie van natuurdoelen gaat zo veel mogelijk samen met het versterken van de landbouw, de regionale economie en de wateropgaven. In het Natuurnetwerk Nederland liggen bestaande natuurgebieden, waaronder 20 Nationale Parken, gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd, landbouwgebieden die worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer, ruim 6 miljoen hectare grote wateren (meren, rivieren, de kustzone van de Noord-, en Waddenzee) en alle Natura 2000 gebieden. De bescherming van de NNN gebeurt via de regelgeving in de ruimtelijke ordening. Het beschermingsregime is onder de Wet ruimtelijke ordening door het Rijk vastgelegd in de AMvB Ruimte en werkt via provinciale verordeningen (Nota Ruimte) door in gemeentelijke bestemmingsplannen. In het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot
Projectnummer
Datum
20230697/LVET
augustus 2023
4 / 16
Quickscan flora en fauna
Gouderaksedijk te Gouda
openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Bevoegd gezag hierbij is de provincie. Natuurnetwerk Zuid-Holland (NNZH) Het Natuurnetwerk Zuid-Holland (NNZH) is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Het NNZH bestaat uit grote en kleine Zuid-Hollandse natuurgebieden en alle verbindingen hiertussen. Natuur in de duinen, de delta en de veenweiden wordt versterkt, beschermd en met elkaar verbonden tot het Natuurnetwerk Nederland in Zuid-Holland. Want grote natuurgebieden zijn beter bestand tegen negatieve invloeden, zoals verdroging of overstromingen. Zo ontstaat er een veilige en aantrekkelijke leefomgeving voor mensen, dieren en planten. Voor de provincie Zuid-Holland is er geen externe werking van toepassing.
Projectnummer
Datum
20230697/LVET
augustus 2023
5 / 16
Quickscan flora en fauna
Gouderaksedijk te Gouda
4
Werkzaamheden, resultaten en interpretatie
4.1
Werkzaamheden
Geofoxx is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus (NGB) en de werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens hun gedragscode. De werkzaamheden omvatten een bureaustudie waarbij de ligging van natuurgebieden ten opzicht van de locatie is beoordeeld. Tevens zijn bekende verspreidingsgegevens van beschermde soorten geraadpleegd. Daarnaast is een veldinspectie uitgevoerd om een globale indruk te krijgen van het gebied en de soorten die mogelijk in het gebied voor kunnen komen. Beoordeeld is of de aanwezige habitattypen geschikt zijn voor het voorkomen van beschermde soorten (Wet natuurbescherming) amfibieën, ongewervelden, reptielen, vissen, vogels, zoogdieren (grondgebonden en vleermuizen) en flora. Ook is gezocht naar sporen van dieren en mogelijke broed-, foerageer- en rustplaatsen.
4.2
Bureaustudie gebiedsbescherming
In figuur 4.1 is een afbeelding opgenomen van de Natura 2000-gebieden en het natuurnetwerk Nederland in de omgeving van de onderzoekslocatie.
Figuur 4.1: Kaart met de locatie (in blauw), Natuurnetwerk Nederland (groen) en de Natura 2000-gebieden (oranje). De rode cirkel geeft een straal van 5 km en de groene cirkel geeft een straal van 1 km aan. Bron: PDOK.
Projectnummer
Datum
20230697/LVET
augustus 2023
6 / 16
Quickscan flora en fauna
Gouderaksedijk te Gouda
Op circa 2,5 kilometer ten noordoosten van de locatie bevindt zich het Natura 2000-gebied Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein. Dit Natura 2000-gebied omvat de meest noordelijkste van de Reeuwijkse Plassen (Broekvelden en Vettenbroek) en de aangrenzende polders aan de oostzijde en zuidzijde van de plassen. Het gebied is van belang als slaap- en foerageergebied voor Kleine zwaan en Smient. De graslanden herbergen het laatste restant in West-Nederland van de hier ooit wijd verspreid voorkomende hooilanden met Wilde kievitsbloem. Voor Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein geldt dat zich hier geen stikstofgevoelige Natura 2000-waarden bevinden. In dit licht zullen eventuele werkzaamheden op de locatie zeer waarschijnlijk niet tot een negatief effect lijden op deze natuurgebieden. Er is waarschijnlijk geen stikstofdepositie onderzoek nodig. Echter kan enkel een stikstofdepositie berekening definitief uitsluitsel hierover geven (voor verder gelegen Natura 2000 gebieden). Geadviseerd wordt om contact op te nemen met het bevoegd gezag om te bepalen of een stikstofberekening noodzakelijk is. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het NNN bestaat uit bestaande en nieuwe natuurgebieden verbonden via ecologische verbindingszones. De Natura 2000-gebieden zijn opgenomen in dit netwerk. In figuur 4.1 zijn deze gebieden weergegeven. Ten noorden van de onderzoekslocatie ligt de Hollandsche IJssel.
Dit gebied betreft NNNgebied met natuurbeheertype ‘Rivier’ (N02.01). Rivier omvat al het stromend water van de rivieren Rijn en zijtakken, Maas en Overijsselse vecht. Het gaat om alle buitendijkse wateren met hun oevers in de uiterwaarden van deze rivieren. Direct ten westen van de onderzoekslocatie ligt het natuurbeheertype ‘Veenmoeras’ (N05.03). Veenmoerassen komen voor op de overgang van water naar land. Ze zijn gelegen in historisch laag- en eventueel hoogveengebieden. Ten zuiden van de onderzoekslocatie ligt het natuurbeheertype “Kruiden- en faunarijk grasland” (N12.02). Kruiden- en faunarijk grasland omvat graslanden die kruidenrijk zijn, maar niet tot de schraallanden, vochtig hooiland, zilt grasland en overstromingsgrasland of glanshaverhooiland behoren. Het grasland wordt meestal extensief beweid of gehooid en niet of slechts licht bemest. De NNN-gebieden liggen formeel buiten het plangebied, met uitzondering van de directe oeverranden van de onderzoekslocatie. Gezien er geen sprake is van een ‘externe werking’ voor NNN-gebieden in de provincie Zuid-Holland, zijn negatieve effecten uitgesloten. Hierbij wordt opgemerkt dat sinds het voorgaande onderzoek uit 2017 van ODMH, langs de oeverrand een aanlegsteiger is gerealiseerd. Andere ontwikkelingen, zoals de aanleg van het paviljoen met strand (zie figuur 2.1) zijn uitgevoerd op enkele meters afstand van de oever.
De gebruiksfase kan wel enige verstoring opleveren, denk bijvoorbeeld aan licht- en geluidverstoring voor vleermuizen. Er is in dit rapport aangenomen dat deze ontwikkelingen onder vergunning zijn uitgevoerd. Indien er nieuwe ontwikkelingen plaats vinden langs de oeverrand, dienen de plannen hiervoor, zodra ze zijn uitgewerkt, getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. Provinciale verordening Op circa 2,5 kilometer van de locatie is een belangrijke weidevogelgebied via een provinciale verordening vastgesteld (zowel ten oosten als ten noordwesten). Gezien de afstand tussen de onderzoekslocatie en deze gebieden, zullen de activiteiten op de onderzoekslocatie geen invloed hebben op de weidevogelgebieden. Compensatie voor die terreinen is niet aan de orde, omdat er geen oppervlakteverlies optreedt. De regelgeving omtrent belangrijke weidevogelgebieden is niet relevant bij dit project.
Projectnummer
Datum
20230697/LVET
augustus 2023
7 / 16
Quickscan flora en fauna
Gouderaksedijk te Gouda
4.3
Bureaustudie en veldinspectie beschermde soorten
Met gebruik van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is gekeken of er binnen een straal van 1 kilometer van de onderzoekslocatie beschermde soorten zijn waargenomen in minstens de afgelopen 5 jaar. Hierbij zijn zowel de beschermde soorten volgens de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn en ‘andere soorten’ meegenomen. Veldinspectie De veldinspectie heeft plaatsgevonden op 25 juli 2023. Het gehele terrein is geïnspecteerd, maar niet alle loodsen en panden zijn inpandig bekeken. De potentie voor flora en fauna voor de gebouwen kon echter goed worden beoordeeld. Tijdens de inspectie was het zonnig met 24 graden Celsius. De inspectie is uitgevoerd in de middag door Nienke Vermeer, werkzaam als ecoloog bij Geofoxx. Onderstaand is de informatie uit de bureaustudie en de bevindingen bij de veldinspectie gecombineerd geïnterpreteerd. Enkele foto’s zijn opgenomen in bijlage 1. Aanwezige biotopen Bomen en lage en opgaande begroeiing Op de locatie zijn enkele hoge bomen, jonge bomen en zaailingen aangetroffen van onder andere berk, els, esdoorn en wilg. Deze staan van nature langs de oever. Hier en daar zijn met name berken aangeplant. Bij het dijkhuis staan appelbomen. Het “vloedbosje” betreft gemengd loofbos met riet, dat afhankelijk van getijden van de Hollandsche IJssel deels onder water komt te staan. Er zijn geen holten of grote nesten waargenomen.
Voor fauna als vleermuizen bieden de bomen geen mogelijkheden als rust- of nestplaats. Middelhoge vegetatie bestaat met name uit zaailingen van genoemde bomen. Hiernaast is er sporadisch ook vlinderstruik en braam aanwezig. Verder is er een moes-/kruidentuin aanwezig en lage vegetatie met algemeen voorkomende soorten, zoals fluitenkruid, diverse klavers, weegbree, margriet, wilde peen, en hogere kruiden zoals kaardenbol, brandnetel, grote kattenstaart, kaasjeskruid, koningskaar en luzerne. Op de westelijke oeverzijde is Japanse duizendknoop waar genomen. Op de noordelijke oeverzijde is reuzenberenklauw waargenomen. Het gaat om kleine groeihaarden. Watergang Rondom de locatie ligt de Hollandsche IJssel. In de Hollandsche IJssel is er sprake van getijdenwerking (vloed en eb). De steile oevers met beschoeiing liggen wat hoger en overstromen niet, met uitzondering van het vloedbosje. Bebouwing Op de locatie is diverse bebouwing aanwezig, zie tevens figuur 4.2 (navolgende pagina). Het pand op nummer 36 betreft het strandpaviljoen. Het dijkhuis staat op nummer 32. Op de westzijde staat enkele lage bebouwing. Op de zuid- en oostzijde staan diverse loodsen en werkplaatsen. Hiernaast staan op de locatie diverse afscheidingsmuren (zwarte lijnen). In het midden van de locatie ligt de voormalige kraan (“de Lange Arm”).
Bij het vloedbosje staat behuizing voor gierzwaluwen en enkele bijenvolken.
Projectnummer
Datum
20230697/LVET
augustus 2023
8 / 16
Quickscan flora en fauna
Gouderaksedijk te Gouda
Figuur 4.2: Bebouwing onderzoekslocatie (bron: PDOK)
Voedselbronnen Naast natuurlijke bronnen zoals zaden, bessen, bloemen en dergelijke, zijn ook menselijke bronnen, zoals het strandpaviljoen en etensresten van evenementen aanwezig. Hier kunnen verschillende soorten zoogdieren en vogels op afkomen die in de buurt van het onderzoeksgebied leven. Bodem De onderzoekslocatie is grotendeels verhard. Waar het onverhard is, bestaat de bodem hoofdzakelijk uit matig fijn, matig siltig zand. Deze bodemopbouw komt globaal overeen met de biotoop van aangetroffen flora. In de ondergrond is er zand en klei aanwezig, maar op vrijwel de gehele locatie ook asfalt/repac/grindlagen tot 5 m diep. Beschermde soorten Flora Uit de voorstudie komt naar voren dat qua beschermde plantensoorten in de laatste vijf jaar in een straal van 1 kilometer van de locatie alleen de wolfskers is waargenomen. Deze komt voor op vochtige, kalkrijke bodems, wat niet het geval is op de onderzoekslocatie. Tijdens de veldinspectie zijn geen beschermde soorten of geschikte habitat aangetroffen voor beschermde plantensoorten. De lokale ingreep zal naar alle waarschijnlijkheid tot geen negatief effect leiden op strikt beschermde planten.
Amfibieën Uit de voorstudie komt naar voren dat in de laatste vijf jaar de volgende beschermde soorten in een straal van 1 kilometer van de locatie zijn waargenomen; bastaardkikker, groene kikker (onbekend), meerkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, en rugstreeppad. De soortgroep groene kikkers bestaat uit drie kikkersoorten (meerkikker, bastaardkikker en poelkikker). Van deze soorten is alleen de poelkikker niet vrijgesteld van bescherming in de provincie Zuid-Holland. Deze komt echter niet tot nauwelijks voor in het westen van Nederland. De bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander zijn allen vrijgesteld van bescherming. Voor deze soorten is de zorgplicht nog steeds van toepassing.
Projectnummer
Datum
20230697/LVET
augustus 2023
9 / 16
Quickscan flora en fauna
Gouderaksedijk te Gouda
Op basis van het NDFF kan rugstreeppad in de omgeving van het plangebied voorkomen. Rugstreeppad plant zich voort in ondiepe waterpartijen met flauwe (onbegroeide) oevers. Rugstreeppad is een pionier soort die in staat is om snel nieuwe geschikte gebieden te koloniseren. Op bouwterreinen ontstaat vaak geschikt leefgebied voor rugstreeppad in de vorm van vergraafbare grond en ondiep water. Een plas water kan al voldoen als voortplantingswater (zie figuur 4.3).
Figuur 4.3: Op een deel van de onderzoekslocatie (bij de kraan/lange arm) wordt expres water vast gehouden middels kribben.
Rugstreeppad kan het plangebied echter niet bereiken vanuit gebieden buiten het plangebied omdat brede watergangen, bebouwing en wegen onneembare barrières vormen. Maatregelen om te voorkomen dat rugstreeppad het plangebied koloniseert tijdens de werkzaamheden zijn daarom niet nodig. De lokale ingreep zal naar alle waarschijnlijkheid tot geen negatief effect leiden op strikt beschermde amfibieën. Broedvogels Voor alle vogelsoorten geldt dat de meest kwetsbare periode het broedseizoen (15 maart tot 15 juli) betreft voor het bouwen van hun nesten. Deze periode is een richtlijn. Alle broedende vogels zijn beschermd, ook voor of na deze periode. Daarnaast zijn er enkele vogelsoorten aangewezen door het (voormalige) ministerie van LNV, waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Uit de voorstudie komt naar voren dat in de laatste vijf jaar 53 beschermde soorten in een straal van 1 kilometer zijn waargenomen (tabel 4.1). Hiervan zijn vijftien soorten waargenomen waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Twaalf van deze soorten zijn ‘categorie 5-soorten’. Dit zijn soorten die weliswaar terugkeren naar de plaats waar zij het jaar ervoor hebben gebroed of in de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze soorten vragen slechts in sommige gevallen een extra nader onderzoek.
Bijvoorbeeld als er geen alternatieve verblijfplaatsen zijn in de omgeving. In dit geval is hier geen sprake van. Bij tabel 4.1 wordt opgemerkt dat bekend is dat bij het vloedbosje ook een ijsvogel (categorie 5) regelmatig gezien wordt. Deze is echter niet in de NDFF waargenomen. Op en nabij de locatie zijn tijdens de veldinspectie kauw, winterkoning, meeuw, merel, waterhoen en karekiet waargenomen.
Projectnummer
Datum
20230697/LVET
augustus 2023
10 / 16
Quickscan flora en fauna
Gouderaksedijk te Gouda
Tabel 4.1: Waargenomen vogels volgens de NDFF. Appelvink
Heggenmus
Scholekster
Bergeend
Houtduif
Slobeend
Blauwe reiger (cat. 5)
IJsvogel
Sperwer (cat. 4)
Boomklever (cat. 5)
Kauw
Spotvogel
Boomkruiper (cat. 5)
Kievit
Spreeuw (cat. 5)
Boomvalk (cat. 4)
Kleine karekiet
Staartmees
Bosrietzanger
Knobbelzwaan
Tjiftjaf
Bosuil (cat. 5)
Koekoek
Torenvalk (cat. 5)
Braamsluiper
Koolmees (cat. 5)
Tuinfluiter
Bruine kiekendief
Koperwiek
Turkse tortel
Ekster (cat. 5)
Krakeend
Vink
Fitis
Meerkoet
Waterhoen
Fuut
Merel
Winterkoning
Gierzwaluw (cat. 2)
Pimpelmees (cat. 5)
Zanglijster
Grasmus
Putter
Zwarte kraai (cat. 5)
Groene specht (cat. 5)
Rietgors
Zwarte roodstaart (cat. 5)
Groenling
Rietzanger
Zwartkop
Grutto
Roodborst
Jr: Vogels waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn, met daarachter in welke beschermingscategorie deze vallen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat roofvogels zoals boomvalk en sperwer een vaste rust- of nestplaats bezetten in het onderzoeksgebied. De aanwezigheid van roofvogels kan men vaststellen aan de hand van braakballen, krijtsporen en ruiveren. Deze zijn niet aangetroffen. De bomen beschikken niet over geschikte holen en er zijn geen horsten in de bomen aangetroffen tijdens het veldbezoek. Alle panden worden intensief gebruikt. De loodsen zijn slecht geïsoleerd en hebben geen spouwmuren. Hierdoor bieden deze weinig mogelijkheden voor vogels (en vleermuizen of marterachtigen). De gebouwen (de laboratorium, etc.) aan de westzijde hebben geen openingen die groot genoeg zijn voor gebouw bewonende vogels zoals huismus, gierzwaluw of zwarte roodstaart. Het dijkhuis voorziet in theorie in geschikte nestlocaties voor huismus en gierzwaluw (onder dakpannen, bij ruimtes achter regengoten en muurnissen). Er zijn geen geschikte openingen tot het gebouw waargenomen voor soorten zoals steenuil. Voor huismus is echter niet voldoende groen zoals struiken rondom het gebouw aanwezig. Er zijn bij het veldbezoek ook geen huismussen waargenomen. De locatie is te landelijk gelegen voor de gierzwaluw, tevens is een enkele woning onvoldoende om een kolonie gierzwaluwen te huisvesten.
Bij het vloedbosje is volgens een informatiebord behuizing voor gierzwaluwen aangelegd, deze is niet aangetroffen tijdens de werkzaamheden. Vanwege de landelijke ligging van de locatie wordt niet verwacht dat deze gebruikt gaat worden door gierzwaluwen. Vermoedelijk gaat hem om nestplaatsen voor de boeren- en of huiszwaluwen. Indien hier werkzaamheden plaats vinden adviseren wij om vooraf te toetsen of deze van invloed kan zijn op deze soorten. Bij ontwikkelingen (zoals het kappen van bomen, het rooien van struiken, slopen en bouwen) moet rekening worden gehouden met algemene broedvogels. Werkzaamheden waarbij in gebruik zijnde nesten kunnen worden verstoord of vernietigd moeten buiten de broedperiode plaatsvinden. Het broedseizoen voor vogels loopt van circa half maart tot half juli, maar deze periode is indicatief. Van belang is of er een broedgeval aanwezig is. Projectnummer
Datum
20230697/LVET
augustus 2023
11 / 16
Quickscan flora en fauna
Gouderaksedijk te Gouda
Bij evenementen kan het nodig zijn om opgaande begroeiing en oevers van de Hollandsche IJssel te ontzien. Afhankelijk van de aard, omvang en duur van een activiteit of evenement kan het nodig zijn om vooraf een broedvogelcontrole uit te voeren door een deskundig ecoloog. Ongewervelden Uit de voorstudie komt naar voren dat in de laatste vijf jaar geen beschermde soorten in een straal van 1 kilometer van de locatie zijn waargenomen, met uitzondering van de platte schijfhoren. De platte schijfhoren is een kleine waterslak dat bij voorkeur leeft in voedselrijk stilstaand water met een begroeiing van waterplanten. Dit habitat komt niet voor op de onderzoekslocatie. Op en nabij de locatie zijn tijdens de veldinspectie verschillende algemeen voorkomende soorten waargenomen, zoals honingbij, boerenwormbij, steenhommel, veldhommel, bijvlieg, dagpauwoog, bont zandoogje en koolwitje. Deze soorten zijn echter niet beschermd onder de Wet natuurbescherming. De locatie beschikt niet over de juiste biotoop of verbindingszone voor strikt beschermde ongewervelden. De lokale ingreep zal naar alle waarschijnlijkheid tot geen negatief effect leiden op strikt beschermde ongewervelden. Wel is de locatie geschikt voor algemeen voorkomende ongewervelden. Reptielen Vanuit de voorstudie komen er binnen een straal van 1 van de onderzoekslocatie de ringslang voor.
Ringslang komt voor in waterrijke gebieden en heeft broeihopen nodig om zich voort te planten. De oevers zijn beschoeid, er zijn geen geschikte broeihopen voor ringslang aanwezig en het plangebied ligt geïsoleerd tussen wegen en in bebouwd gebied. Ringslangen kunnen incidenteel wel langs het plangebied trekken van en naar de moerasstrook (het Veergat) en soms zonnen op de verharde delen. Op en nabij de locatie zijn tijdens de veldinspectie geen reptielen waargenomen. De omgeving van de locatie bieden echter wel geschikt habitat voor beschermde reptielen als de ringslang. De lokale ingreep zal naar alle waarschijnlijkheid tot geen negatief effect leiden op strikt beschermde reptielen. Vissen Vanuit de voorstudie komen er binnen een straal van 1 van de onderzoekslocatie geen beschermde vissen voorkomen. Alleen in de omgeving van het plangebied is oppervlaktewater in de vorm van de Hollandsche IJssel aanwezig, in het plangebied zelf is geen geschikt habitat voor beschermde vissoorten. Indien in de toekomst plannen zijn om aan de waterkant activiteiten uit te voeren, adviseren wij om daarover tijdig contact op te nemen met bevoegd gezag.
Zoogdieren (grondgebonden) Uit de voorstudie komt naar voren dat in de laatste vijf jaar de volgende beschermde soorten in een straal van 1 kilometer van de locatie zijn waargenomen; bunzing, wezel, egel, haas, huisspitsmuis, veldmuis, woelrat, bever en otter. De bunzing, wezel, egel, haas, huisspitsmuis, veldmuis en woelrat zijn allen vrijgesteld van bescherming binnen de provincie Zuid-Holland. Met name egel en muizen kunnen de locatie wel sporadisch bezoeken. Hiervoor is wel de zorgplicht nog steeds van toepassing. Door de aanwezige beschoeiing zijn er geen mogelijkheden voor een rust- en/of verblijfplaats voor zowel bever als otter binnen het plangebied. Hiernaast is er veel verstoring door onder andere evenementen.
Projectnummer
Datum
20230697/LVET
augustus 2023
12 / 16
Quickscan flora en fauna
Gouderaksedijk te Gouda
Tijdens het veldbezoek zijn er alleen sporen van mol en hond aangetroffen. De lokale ingreep zal naar alle waarschijnlijkheid tot geen negatief effect leiden op strikt beschermde grondgebonden zoogdieren. Op vrijgestelde soorten kunnen de werkzaamheden mogelijk wel een effect hebben, let erop dat de zorgplicht van toepassing is. Zoogdieren (vleermuizen) Uit de voorstudie komt naar voren dat in de laatste vijf jaar in een straal van 1 kilometer van de locatie de volgende vleermuizen zijn waargenomen; gewone dwergvleermuis, dwergvleermuis (onbekendd), laatvlieger en meervleermuis. Op de onderzoekslocatie is nabij de kraan een gewone dwergvleermuis waargenomen. Tijdens de veldinspectie zijn op de locatie geen sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van vleermuizen. De locatie biedt wel mogelijkheden voor gebouwgebonden soorten als de gewone- en ruige dwergvleermuis via voegen en dakranden. Indien er werkzaamheden worden uitgevoerd aan de gebouwen, dient een nader onderzoek naar vleermuizen te worden uitgevoerd. De loodsen zijn echter niet geschikt voor vleermuizen. Naast de mogelijkheden voor nest- en schuilplaatsen is de locatie voornamelijk geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. De bomen langs de watergang bieden mogelijkheden voor onder meer de gewone- en ruige dwergvleermuis, de gewone grootoorvleermuis en de watervleermuis.
Hiernaast kan de watergang langs het plangebied mogelijkheden bieden om als vliegroute te dienen. Deze wordt echter niet aangetast tijdens de meeste werkzaamheden. Om te voorkomen dat de mogelijke vliegroute verstoord wordt is het noodzakelijk om geen gebruik te maken van lampen en niet tussen zonsondergang en zonsopgang te werken. Denk hierbij ook het gebruik van lampen bij evenementen. Indien hier werkzaamheden plaats vinden adviseren wij om vooraf te toetsen of deze van invloed kan zijn op deze soorten. Invasieve exoten Invasieve exoten zijn niet beschermd, maar kunnen voor de opdrachtgever wel een belemmering vormen. Binnen het NDFF zijn géén invasieve exoten* waargenomen binnen de grenzen van de onderzoekslocatie. Tijdens het veldwerk zijn Japanse duizendknoop (oever, westzijde) en reuzenberenklauw (oever, noordzijde) waargenomen. Bij toekomstige ontwikkelingen dient men er op te letten deze in ieder geval niet verder te verspreiden. Hiernaast zijn binnen een straal van 1 km zijn de volgende soorten waargenomen: muskusrat, nijlgans, roodwangschildpad, Chinese wolhandkrab, rode Amerikaanse rivierkreeft, reuzenbalsemien, reuzenberenklauw en smalle waterpest. *Binnen het NDFF systeem is alleen gekeken naar de soorten die staan op de zogenaamde Unielijst (EUexotenverordening 1143/2014). Opgemerkt dat hier ook diverse soorten niet op staan, zoals de Japanse Duizendknoop.
Projectnummer
Datum
20230697/LVET
augustus 2023
13 / 16
Quickscan flora en fauna
Gouderaksedijk te Gouda
5
Conclusies en aanbevelingen
In opdracht van Gemeente Gouda heeft Geofoxx een quickscan flora en fauna uitgevoerd op de locatie Gouderaksedijk te Gouda. De aanleiding voor het uitvoeren van een quickscan flora en fauna wordt gevormd door de aanpassing van het bestemmingsplan voor de onderzoekslocatie. Door de Omgevingsdienst Midden Holland (ODMH) is hiervoor een quickscan uitgevoerd (kenmerk: 2017074508, d.d. 2017). Vanwege het verstrijken van de geldigheidstermijn en de ecologisch relevante wijzigingen aan de locatie is het noodzakelijk om het onderzoek te actualiseren. Het doel van het onderzoek is om inzicht te verkrijgen in de mogelijkheden voor kwetsbare en/of beschermde flora en fauna en de eventuele risico’s en randvoorwaarden die hiermee verband houden. Tevens wordt bepaald of nader ecologisch onderzoek noodzakelijk is. Ook wordt beoordeeld of er natuurgebied nabij de locatie is gelegen en of een voortoets nodig is om effecten van de ontwikkeling hierop nader te onderbouwen. De conclusies van dit onderzoek zijn samengevat in navolgende paragraaf. In paragraaf 5.2 zijn aanbevelingen opgenomen (navolgende pagina). In paragraaf 5.3 is vervolg advies opgenomen met daarin enkele praktische adviezen.
5.1
Conclusies
Onderwerp Gebiedsbescherming
Natura2000 NNN
Flora Amfibieën
Ongewervelden Reptielen
Vissen
Resultaat en interpretatie De stikstof uitstoot heeft vermoedelijk geen effect op de nabijgelegen natuurgebieden. Aangrenzend aan de locatie gelegen. Werkzaamheden mogelijk van invloed. Geen beschermde flora aanwezig op de locatie. Voor algemene soorten geschikt. Beschermde soorten worden hier niet verwacht. Locatie niet geschikt als standplaats voor beschermde ongewervelden. Mogelijk is de omgeving nabij de locatie geschikt voor de ringslang. Werkzaamheden niet van invloed op deze soorten. Geen water aanwezig óp locatie. Locatie niet geschikt voor beschermde vissoorten.
Vogels
Verder potentieel voor algemeen voorkomende broedvogels.
Zoogdieren (grondgebonden)
Mogelijkheden voor sporadisch gebruik van vrijgestelde soorten zoals egel, muis e.d.
Zoogdieren (vleermuizen)
Gebouwen, niet zijnde de loodsen, mogelijk geschikt voor vleermuizen als rust- en schuilplaats voor de gewone- en ruige dwergvleermuis. Locatie geschikt als foerageergebied voor meerdere soorten. Langs watergang loopt vermoedelijk een vliegroute.
Projectnummer
Datum
20230697/LVET
augustus 2023
Conclusie Neem contact op met het bevoegd gezag. Maatregelen nemen om verstoring te voorkomen. Geen nader onderzoek nodig. Geen nader onderzoek nodig. Zorgplicht is van toepassing. Geen nader onderzoek nodig. Geen nader onderzoek nodig. Zorgplicht is van toepassing. Geen nader onderzoek nodig, zolang geen werkzaamheden aan de waterkant plaats vinden. Aanbevolen wordt om buiten het broedseizoen te werken. Geen nader onderzoek nodig. Zorgplicht is van toepassing. Indien werkzaamheden aan gebouwen plaats vinden, is nader onderzoek nodig. Hiernaast dienen er maatregelen te worden genomen om verstoring te voorkomen.
14 / 16
Quickscan flora en fauna
Gouderaksedijk te Gouda
5.2
Aanbevelingen
Natura 2000-gebied Vanuit de voorgenomen ontwikkeling wordt geen invloed verwacht op het nabij gelegen Natura 2000-gebied (niet stikstofgevoelig gebied). Het uitvoeren van een voortoets in dit kader is niet noodzakelijk. Er wordt geen verhoging van de stikstof depositie verwacht, echter wordt aangeraden om contact op te nemen met het bevoegd gezag om te overleggen of een stikstofdepositie berekening noodzakelijk is om dit volledig uit te sluiten. De resultaten uit dit rapport kunnen daarin worden meegenomen. NNN In verband met de aanwezigheid van de NNN op zeer korte afstand wordt aanbevolen om tijdens toekomstige werkzaamheden en evenementen afdoende rekening te houden met de aanwezigheid van NNN. Enkele aandachtspunten daarbij zijn: voorkomen van nachtelijk gebruik van bouwlampen; voorkomen van grote verstoring (bijvoorbeeld heien) in het broedseizoen; voorkomen van verstoring door rekening houden met aan- en afvoerroutes; voorkomen van beschadiging van beschermde elementen zoals houtwallen binnen NNN. Indien werkzaamheden direct aan de oeverkant zijn voorzien, dan dient hierover vooraf met de provincie contact te worden opgenomen. Broedseizoen Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van broedvogels wordt grotendeels voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen van 15 maart tot 15 juli uit te voeren.
Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn (en geen jaarrond beschermde nesten), is overtreding van de wet niet aan de orde. Als de werkzaamheden toch tijdens deze periode uitgevoerd moeten worden dan kan een ecoloog kort van tevoren een broedvogelinspectie uitvoeren. Indien er geen nesten waargenomen worden tijdens deze inspectie kunnen de werkzaamheden daarna uitgevoerd worden. Vleermuizen Op basis van alleen een quickscan kan niet worden uitgesloten dat de aanwezige gebouwen in gebruik is als vaste rust- en/of verblijfplaats voor vleermuizen. Geadviseerd wordt om een nader onderzoek naar vleermuizen uit te voeren als hier werkzaamheden plaats gaan vinden. Hiernaast dient men rekening te houden met geluid- en lichtoverlast door evenementen langs de oeverkant (zie tevens aanbevelingen voor NNN-gebied). Een nader onderzoek naar vleermuizen dient conform het vigerend vleermuisprotocol uitgevoerd te worden met behulp van een batdetector in twee rondes: twee nachtbezoeken en een ochtendbezoek (15 mei 15 juli) én twee nachtbezoeken (15 augustus -15 oktober). Mogelijk dient aanvullend hierop een mitigatieplan opgesteld te worden en ontheffing te worden aangevraagd. Algemene zorgplicht De aanwezigheid van niet strikt beschermde soorten of vrijgestelde soorten, zoals egel, of muizen, niet uit te sluiten valt.
De soorten vallen onder de algemene zorgplicht waarin aangegeven wordt dat ze niet opzettelijk te doden. Om de schade te minimaliseren voor deze soorten wordt aangeraden om bij evenementen of werkzaamheden de locatie niet volledig af te sluiten. Dit zodat soorten de kans krijgen om via een uitvluchtroute te ontsnappen en niet omsingeld raken.
Projectnummer
Datum
20230697/LVET
augustus 2023
15 / 16
Quickscan flora en fauna
Gouderaksedijk te Gouda
5.3
Vervolg
Plannen en projecten moeten in samenhang nader worden getoetst als deze concreet zijn uitgewerkt. Effecten zijn onder andere afhankelijk van de aard en omvang van de ontwikkeling, de exacte locatie, de inrichting en intensiteit en periode van gebruik. Naast eventueel nader onderzoek bij werkzaamheden aan gebouwen of nabij de oeverkant (zie paragraaf 5.2), verdient het de aanbeveling om het (cumulatieve) effect van alle evenementen op met name algemene broedvogels en vleermuizen te toetsen. Bij evenementen zijn vaak broedvogelcontroles en soms maatregelen nodig om verstoring van broedende vogels en (potentiele verblijfplaatsen) van vleermuizen te voorkomen.
Projectnummer
Datum
20230697/LVET
augustus 2023
16 / 16
Quickscan flora en fauna
Gouderaksedijk te Gouda
Bijlage 1: Foto’s d.d. 25 juli 2023
projectnummer
datum
20230697/LVET
augustus 2023
Bijlagen
Fotobijlage
Gouderaksedijk te Gouda
Foto 1: Toegang
Foto 2: Verhard gedeelte
Foto 3: Bebouwing op het plangebied
Foto 4: Bebouwing op het plangebied
Foto 5: Bebouwing op het plangebied
Foto 6: Kruidenrijk mengsel
Foto 7: Sporen van mol
Foto 8
Foto 9: strand
Foto 10
projectnummer
datum
20230697/NVER
15 augustus 2023
Bijlagen
Fotobijlage
Gouderaksedijk te Gouda
Foto 11: De moestuin
Foto 12
Foto 13: de voormalige woning
Foto 14: Buitenkant loods
Foto 15: Binnenkant loods
Foto 16: Vloedbosje
Foto 17
Foto 18
projectnummer
datum
20230697/NVER
15 augustus 2023
Bijlagen
Quickscan flora en fauna
Gouderaksedijk te Gouda
Bijlage 2: Lijst jaarrond beschermde vogelnesten In de onderstaande lijst zijn de vogelsoorten opgenomen waarvan de vogelnesten (categorie 1 t/m 4) het gehele jaar beschermd zijn en categorie 5 die onder bepaalde voorwaarden ook jaarrond zijn beschermd (zie toelichting onder tabel). Vogelsoort Steenuil Gierzwaluw Huismus Roek Grote gele kwikstaart Kerkuil Oehoe Ooievaar Slechtvalk Boomvalk Buizerd Havik Ransuil Sperwer Wespendief Zwarte wouw Blauwe reiger Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Bosuil Brilduiker Draaihals
Bescherming Categorie 1 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5
Vogelsoort Eidereend Ekster Gekraagde roodstaart Glanskop Grauwe vliegenvanger Groene specht IJsvogel Kleine bonte specht Kleine vliegenvanger Koolmees Kortsnavelboomkruiper Oeverzwaluw Pimpelmees Raaf Ruigpootuil Spreeuw Tapuit Torenvalk Zeearend Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte specht
Bescherming Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5
Categorie 1:
Nesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en nestplaats;
Categorie 2:
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde nestlocatie broeden en die zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van opstallen of een specifieke biotoop. De voorwaarden voor deze nesten zijn meestal zeer specifiek en weinig beschikbaar;
Categorie 3:
Nesten van niet-kolonie broedende vogels die elk broedseizoen op dezelfde nestlocatie broeden en die zeer honkvast zijn of afhankelijk van opstallen. De voorwaarden voor deze nesten zijn meestal zeer specifiek en weinig beschikbaar;
Categorie 4:
Vogels die elk broedseizoen gebruik maken van hetzelfde nest en die bijna nooit in staat zijn een nieuw nest te bouwen;
Categorie 5:
Vogels die meestal terugkeren naar dezelfde nestlocatie of in de directe omgeving hiervan. Deze soorten beschikken over voldoende flexibiliteit om zich elders te vestigen. Deze soorten zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Er is wel sprake van jaarronde bescherming van de nesten als ecologische omstandigheden dit rechtvaardigen (voorbeeld geen alternatieve nestlocaties in de directe omgeving).
projectnummer
datum
20230697/LVET
augustus 2023
Bijlagen
Quickscan flora en fauna
Gouderaksedijk te Gouda
Bijlage 3: Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming Zorgplicht Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2.
De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. Vogelrichtlijn: Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2.
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
3.
Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.
4. 5.
Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Habitatrichtlijn: Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2.
Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.
3.
Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
4.
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.
5.
Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
projectnummer
datum
20230697/LVET
augustus 2023
Bijlagen
Quickscan flora en fauna
Gouderaksedijk te Gouda
Andere soorten: Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2.
Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang.
3.
De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.
projectnummer
datum
20230697/LVET
augustus 2023
Bijlagen
geofoxx.nl