Bijlage 5 BSGR Kaderbrief 2027
Tekst van het document
Steller J. Melissant/ L. van Kesteren
Leiden 12 maart 2026
Onderwerp
-
Kaderbrief begroting 2027
Inleiding Graag informeren wij u over de financiële en beleidsmatige kaders voor de begroting 2027. Het doel van de onderliggende kaderbrief is om de uitgangspunten voor de begroting 2027 weer te geven. Procedure De begroting wordt ieder jaar opgesteld en wordt voorafgegaan door een kaderstelling (kaderbrief), die daarmee meteen de start is van elke planning en control jaarcyclus. In de kaderbrief worden de algemeen besturen van de deelnemers geïnformeerd over de financiële en de programmaontwikkelingen. Dit betreft de algemene financiële en beleidsmatige kaders die van betekenis zijn voor de volgende begroting van de BSGR. Deze financiële gevolgen worden verwerkt in de begroting 2027. De conceptbegroting wordt na de behandeling in het Algemeen Bestuur na 16 april 2026 aan de algemeen besturen van onze deelnemers voorgelegd via een zienswijze procedure, zodat zij in staat worden gesteld een formele reactie te geven op de plannen van BSGR. Aan de hand van de binnengekomen zienswijzen bekijkt BSGR of de ontwerpbegroting aangepast moet worden. Met het vaststellen van de begroting 2027 in september 2026 worden de afspraken, over wat de BSGR wil bereiken, welke diensten er worden geleverd en wat dit mag kosten, definitief gemaakt. In het overzicht hieronder is de procedure voor de vaststelling van de begroting 2027-2030 opgenomen. Nr.
Onderwerp Datum 1 Behandelen Kaderbrief 2027 in regieoverleg 5 februari 2026 2 Behandelen Kaderbrief 2027 in Dagelijks Bestuur 12 februari 2026 3 Behandelen Kaderbrief 2027 in Algemeen Bestuur 26 februari 2026 4 Bespreken concept begroting 2027 & meerjarenbegroting 2027-2030 in regieoverleg 26 maart 2026 5 Bespreken concept begroting 2027 & meerjarenbegroting 2027-2030 in Dagelijks Bestuur 2 april 2026 6 Bespreken concept begroting 2027 & meerjarenbegroting 2027-2030 in Algemeen Bestuur 16 april 2026 7 Versturen concept begroting 2027 & meerjarenbegroting 2027-2030 aan AB en deelnemers (zienswijze) na 16 april 2026 8 Zienswijzen deelnemers concept begroting 2027 & meerjarenbegroting 2027-2030 retour vóór 13 juli 2026 9 Behandeling begroting 2027 & meerjarenbegroting 2027 inclusief zienswijze in regieoverleg 20 augustus 2026 10 Behandeling begroting 2027 & meerjarenbegroting 2027 inclusief zienswijze in Dagelijks Bestuur 27 augustus 2026 11 Vaststellen begroting 2027 & meerjarenbegroting 2027 inclusief zienswijze in Algemeen Bestuur 3 september 2026 12 Aanbieden aan Provincie Zuid-Holland vóór 15 september 2026
Met deze kaderbrief wordt formeel het begrotingsproces 2027 ingezet.
Pagina 2/16 Kaderbrief 2027
1: Hoofdlijnen kaderbrief 2027 1.1: Strategie Vanaf de operationele start van de BSGR in 2011 is er hard gewerkt om op het huidige zeer optimale prijs-kwaliteitsniveau te komen waarop de organisatie nu presteert. Het verkrijgen van de ISAE3402 type 2 verklaring, een waarborg voor de validiteit en betrouwbaarheid van de belastingprocessen is daar een voorbeeld van. Tot op heden is de BSGR nog steeds de enige belastingorganisatie in Nederland die in het bezit is van deze certificering. Ook voor de komende jaren zal het behoud van deze certificering centraal staan. Dit is een belangrijk “unique selling point” in de aansluiting van nieuwe deelnemers bij de BSGR. Om de kostprijzen van de producten van de BSGR inzichtelijk te maken is er een zuiver kostprijscalculatiemodel (KPC) ontwikkeld. Dit wordt o.a. gebruikt als grondslag voor de deelnemersbijdragen aan de BSGR. Om interessant te blijven voor de huidige en nieuwe deelnemers is een optimale prijs-kwaliteit verhouding essentieel. Continue aandacht voor kostenreductie blijft noodzakelijk, waarbij de kwaliteit van de dienstverlening door de BSGR minimaal op hetzelfde niveau blijft. Toenemende vergrijzing en schaarste op de arbeidsmarkt dwingt de BSGR om de mogelijkheden voor schaalvergroting te onderzoeken.
Personeel met kennis van lokale heffingen wordt landelijk meer en meer een schaars goed, waarbij de uitstroom van kennis als gevolg van de vergrijzing de continuïteit van belastingorganisaties zoals de BSGR onder druk zet. Maatschappelijke en technologische ontwikkelingen hebben in toenemende mate invloed op digitalisering van processen binnen de BSGR. De invoering van nieuwe wet- en regelgeving, waarmee de BSGR als belangrijke dienstverlener voor haar deelnemers wordt geconfronteerd zal op zeer korte termijn leiden tot een aanzienlijke toename van het kostenniveau, waardoor digitale weerbaarheid en een hoog niveau van informatieveiligheid en privacy fundamenteel gewaarborgd zijn. Samenwerking met andere belastingkantoren kan gelet op bovenstaande niet alleen kostenvoordelen bieden maar ook voorzien in de steeds hogere eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de medewerkers en het structureel beheersbaar houden van de kosten van de interne (ICT) organisatie. Naar aanleiding van een marktverkenning, wat betreft mogelijke samenwerking, is er oriënterend gesproken met een andere organisatie. Naast samenwerking is uitbreiding van het deelnemersbestand een mogelijkheid om het huidige kostenniveau (grotendeels) te handhaven en een mogelijke sterke stijging van kosten op de langere termijn te dempen.
Voor de BSGR is een gecontroleerd en beheerst proces van toetreding belangrijk, waarbij nieuwe deelnemers ‘schoon door de poort’ toetreden.
Pagina 3/16 Kaderbrief 2027
2: Ontwikkelingen 2.1:Ontwikkeling naar informele uitvoeringspraktijk De afgelopen jaren zijn, mede naar aanleiding van parlementaire onderzoeken en enquêtes, belangrijke veranderingen in gang gezet die van invloed zijn op het procedeergedrag van de overheid. Binnen gemeenten en uitvoeringsorganisaties worden steeds vaker initiatieven ontplooid voor een informele aanpak en meer burgergericht handelen. Daardoor worden procedures vermeden en geschillen informeel en vroegtijdig beslecht door persoonlijk contact, een meer burgergerichte werkhouding en ruimte voor maatwerk in het toepassen van wet- en regelgeving Deze ontwikkeling vraagt om een meer dienstbare houding om snel en eenvoudig oplossingen te vinden voor juridische geschillen. In het wetsvoorstel ‘Wet versterking waarborgfunctie Algemene wet bestuursrecht (Awb), zijn o.a. wetswijzigingen opgenomen om het persoonlijk contact te bevorderen. Burgers, bedrijven en de overheid zijn jaarlijks miljoenen in uren en euro’s kwijt aan bezwaar- en beroepsprocedures. De formele, juridische en hoofdzakelijk schriftelijke wijze waarop de overheid aanvraag-, zienswijze-, klacht-, bezwaar- en beroepsprocedures behandelt, sluit niet aan bij de behoefte van de burger en wordt al jaren zeer slecht gewaardeerd.
De formele behandeling van bezwaar- en beroepsprocedures is door burgers als een van tien belangrijkste knelpunten in de dienstverlening van de overheid geselecteerd. De burger verwacht veelal persoonlijk contact, begrijpelijke communicatie en een correcte en vlotte behandeling van vragen en problemen. Dit vraagt om een andere manier van werken. Van formeeljuridisch, naar informeel en oplossingsgericht (binnen de kaders van wet- en regelgeving) van reactief naar pro-actief en van schriftelijk naar mondeling. Wat uiteraard wel schriftelijk bevestigd moet worden. De gevolgen hiervan voor de exploitatiebegroting zijn op dit moment niet te classificeren. In geval van een informele aanpak neemt een medewerker van de BSGR snel en persoonlijk (telefonisch) contact op met de betrokken burger(s) en bespreekt met hem wat de beste behandeling van zijn aanvraag, zienswijze, klacht of bezwaar is. De implementatie van deze werkwijze vraagt van de organisaties en betrokken medewerkers een aanzienlijke inspanning die de interne werkprocessen sterk beïnvloedt en de processen bezwaar en beroep raakt.
Pagina 4/16 Kaderbrief 2027
2.2: Ontwikkeling Europese en nationale wet- en regelgeving Inleiding De digitale transitie binnen de overheid is volop in ontwikkeling. Europese en nationale wet- en regelgeving zorgen voor aanzienlijke verplichtingen voor organisaties, zoals de BSGR. Om hierop voorbereid te zijn heeft de BSGR een externe Kwartiermaker ingehuurd om vanaf medio 2025 deze ontwikkelingen in kaart te brengen en op basis van een nulmeting (IST-situatie) aan te geven welke stappen de BSGR moet gaan zetten om compliant te zijn aan deze wet- en regelgeving. In een overleg in december 2025 heeft de kwartiermaker de bevindingen uit het door hem opgestelde rapport aan de leden van het algemeen bestuur nader toegelicht. In de algemene zin kan worden gesteld dat de BSGR in haar bedrijfs- en procesvoering voldoet aan de huidige verwachtingen. Echter op onverwachte ontwikkelingen kan door de beperkte capaciteit binnen de organisatie noodgedwongen slechts reactief en hoofdzakelijk op schadebeperking en minder op preventie gericht worden gereageerd. Ontwikkelingen Voor de uitvoering van haar taakstelling beheert en verwerkt BSGR grote hoeveelheden gegevens. Deze gegevens zijn afkomstig van de deelnemers, inwoners en ondernemingen en uit landelijke registraties waarop BSGR is aangesloten. BSGR genereert ook zelf gegevens, zoals de waarde van onroerende zaken.
De gegevens kunnen worden verdeeld in generieke gegevens, die uit open bronnen afkomstig zijn en/of waarop geen specifieke restricties v.w.b. gebruik rusten, en vertrouwelijke gegevens, waarvan persoonsgegevens een belangrijk deel uitmaken. Het beheer en de verwerking van data spelen een steeds belangrijkere rol. De BSGR beheert grote hoeveelheden (deels) vertrouwelijke gegevens en is daarmee onderworpen aan strenge Europese en nationale wet- en regelgeving op het gebied van informatieveiligheid en privacy. Voor wat betreft persoonsgegevens is BSGR in de termen van de AVG een verwerkingsverantwoordelijke. Dit betekent dat de BSGR moet kunnen verantwoorden met welk doel (persoons)gegevens worden verwerkt en hoe dat gebeurt. Het huidige beleid van BSGR met betrekking tot informatieveiligheid en privacy voldoet grotendeels aan de bestaande eisen, maar is onvoldoende voorbereid op de nieuwe verplichtingen die voortvloeien uit wet- en regelgeving en de toenemende digitalisering. De inwerkingtreding van de BIO2, Cyberbeveiligingswet (Cbw 1), AI Act en de Archiefwet 2025 vereist dat BSGR structureel moet kunnen aantonen dat haar informatiebeheer veilig en betrouwbaar is. Tevens moet de BSGR vanuit informatie-oogpunt voldoende weerbaar zijn om ook in crisisomstandigheden haar dienstverlening aan inwoners, ondernemingen en deelnemers te kunnen realiseren.
Op grond van de Cbw is de BSGR zelfs een essentiële entiteit! Om adequaat te zijn voorbereid op de nieuwe ontwikkelingen en de wet- en regelgeving die daarbij van toepassing is, streeft BSGR naar versterking van haar kennis en capaciteit op het gebied van informatieveiligheid en privacy, datamanagement en archivering. Met het nemen van maatregelen gaat de BSGR niet alleen aan de nieuwe/veranderende wet- en regelgeving voldoen, maar ontwikkelt de organisatie zich ook naar een toekomstbestendige en digitaal weerbare publieke organisatie, die de dienstverlening betrouwbaar en transparant kan blijven uitvoeren.
1 Dit is de Nederlandse implementatie van de Europese NIS2-richtlijn, die de digitale weerbaarheid van essentiële en
belangrijke sectoren verhoogt.
Pagina 5/16 Kaderbrief 2027
In aansluiting op de huidige wet- en regelgeving wordt in de komende tijd een aantal bestaande wetten aangepast en worden nieuwe wetten en regels van kracht. Dit betreft de volgende wetten en regels: • In de AVG is het recht op dataportabiliteit toegevoegd. Dit houdt in dat mensen het recht hebben om de persoonsgegevens te ontvangen die organisaties van hen hebben. Zo kunnen zij hun gegevens bijvoorbeeld doorgeven aan een andere leverancier van een soortgelijke dienst. Ook kunnen zij aan organisaties vragen om hun gegevens rechtstreeks over te dragen aan een andere organisatie. • De Archiefwet van 2025 kent een aantal significante wijzigingen t.o.v. de oude Archiefwet uit 1995. De belangrijkste verschillen zijn, dat de overbrengingstermijn naar archiefdiensten wordt verkort van 20 jaar naar 10 jaar, waardoor informatie sneller openbaar wordt. Dat verplicht beheerders om strikte discipline aan te houden m.b.t. het documentenbeheer. Verder moeten informatiesystemen zó worden ingericht, dat van meet af aan documenten kunnen worden gelabeld voor latere archivering of vernietiging. Tevens worden gemeenten en gemeenschappelijke regelingen verplicht om een archivaris aan te stellen. De nieuwe wet treedt in werking op 1 januari 2027. Het Nationaal Archief heeft daarvoor een handreiking opgesteld.
• De Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Overheid (BIO2) vormt het nieuwe basisnormenkader voor informatiebeveiliging binnen de Nederlandse overheid, naast de AVG voor privacy. Vanaf 23 september 2025 is de BIO2 van kracht. Daarin is een groot aantal wijzigingen opgenomen in vergelijking met de BIO versie 1.04. Voor het rijk, provincies en waterschappen is de BIO2 verplichtend, voor gemeenten is hij richtinggevend. Gelet op het feit dat de BIO2 verplichtend is voor waterschappen, wordt ervan uitgegaan dat de BIO2 ook een verplichtend karakter heeft voor BSGR. Belangrijke wijzigingen zijn het invoeren van een risico gestuurde benadering, het loslaten van de indeling van data in 3 Basis Beveiligingsniveaus (BBN’s) en de verplichting tot het invoeren van een ISMS (Information Security Management System) conform ISO 27001. De nieuwe structuur van beheersmaatregelen is gebaseerd op de ISO 27002:2022 norm en de wettelijke verankering van BIO2 via de in het 2 e kwartaal 2026 in werking tredende Cyberbeveiligingswet. • De Cyberbeveiligingswet (Cbw). De belangrijkste punten uit deze wet zijn de zorgplicht (het treffen van passende beveiligingsmaatregelen), de meldplicht (het melden van significante incidenten binnen 24 uur) en de registratieplicht (het registreren van de organisatie bij het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC)).
In het kader van deze wet wordt BSGR aangemerkt als een essentiële entiteit (Nb. en is inmiddels ook als zodanig geregistreerd bij de NCSC), hetgeen inhoudt dat de organisatie onderworpen is aan proactief en strenger toezicht door autoriteiten vanwege de cruciale rol die het speelt in de samenleving. BSGR heeft een zorgplicht om cyberbeveiligingsrisico's te beheersen, incidenten te voorkomen en de gevolgen ervan te beperken. In de praktijk betekent dit dat BSGR zorg moet dragen voor proactief beheer van haar informatiesystemen en de door haar als verwerkingsverantwoordelijke verwerkte gegevens. • De Wet open overheid (Woo) waarin is vastgelegd welke informatie door een overheidsorganisatie verplicht of op verzoek openbaar moeten worden gemaakt en voor welke informatie ’huishoudingsplicht’ bestaat. Hieronder wordt verstaan dat een overheidsorganisatie zorgvuldig omgaat met de gegevens die aan haar zorg zijn toevertrouwd. Voor BSGR betekent dit dat de organisatie daarvoor beleid moet definiëren. • De European Accessibility Act (EAA) reguleert de digitale toegankelijkheid voor producten en diensten binnen de EU. Deze wet stelt als eis, dat organisaties zoals BSGR met haar website en mobiele apps voldoen aan de eisen van WCAG 2.1. Deze nieuwe versie is uitgebreider dan de voorgaande versie 1.04. Ze bevat onder meer richtlijnen en controlepunten (o.a.
voor mobiele apps en dynamische inhoud van websites) en dekt een breder scala aan beperkingen. De BSGR onderneemt stappen om met het ontwikkelen van een nieuwe website aan deze regelgeving te voldoen.
Pagina 6/16 Kaderbrief 2027
•
•
De Data Governance Act (DGA). De DGA regelt de betrouwbaarheid, toegang en neutraliteit van data. Bijvoorbeeld bij het gebruiken van geanonimiseerde medische gegevens voor nieuw medicijnonderzoek. Ook regelt de DGA het delen van gegevens door bedrijven en consumenten via zogenaamde databemiddelingsdiensten (brokers). Deze diensten moeten zich voortaan registreren en mogen ontvangen gegevens niet voor andere doeleinden gebruiken. Zo probeert de DGA gegevens te beschermen en tegelijkertijd een alternatief te bieden voor een beperkt aantal grotere bedrijven, die nu nog de datamarkt domineren. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) houdt toezicht op de naleving van de wet. De AI Act is een regelgevend kader voor lidstaten van de Europese Unie (EU) om het vertrouwen in AI-systemen te vergroten en de bescherming van fundamentele rechten te waarborgen. De wet heeft betrekking op organisaties die AI-systemen gaan ontwikkelen, leveren en gebruiken, waaronder samenwerkingsverbanden als BSGR. De wet is op 24 juli 2024 door de EU gepubliceerd en wordt gefaseerd ingevoerd in de lidstaten. BSGR moet uiterlijk 2 augustus 2026 voldoen aan de bepalingen van de wet, wat inhoudt dat op die datum het beleid moet zijn gepubliceerd. De AI Act vereist transparante procedures rond het gebruik van AI en stelt strenge eisen aan risicobeperking.
In principe moet BSGR voldoen aan een aantal verplichtingen, waaronder risicobeoordelingen, registratie, transparantie, menselijk toezicht en hoge kwaliteit van de data. Stappen die daarbij verplicht zijn op het moment dat de BSGR AI gaat gebruiken zijn: • Bewustwording en training: medewerkers, leidinggevenden en bestuur moeten de AI-act en het potentiële effect ervan op hun activiteiten begrijpen. Dit kan inhouden dat er interne workshops en trainingen worden georganiseerd om kennis te vergroten. • Risicobeoordeling: wanneer BSGR overweegt om een AI-toepassing te gebruiken, dan moet deze worden beoordeeld op potentiële risico’s. Dit omvat een grondige analyse van de technische kenmerken van de toepassing en de situaties waarin deze zal worden gebruikt. • Actieplan: op basis van de risicobeoordeling moet BSGR een actieplan opstellen voor het beheren en mitigeren van de risico’s. Daarbij zijn garanties nodig voor menselijk toezicht op de AI-toepassing(en), duidelijke procedures voor het omgaan met eventuele problemen en een gedetailleerd plan voor het openbaar maken van relevante informatie over de gebruikte AI-toepassing(en). • Kwaliteit van de data: de in de AI-toepassing(en) gebruikte data moeten van hoge kwaliteit zijn en voortdurend worden gecontroleerd.
BSGR moet procedures ontwikkelen voor regelmatige databeoordeling en zorgen dat de data blijven voldoen aan de eisen van de AIact. • Juridisch en ethisch overleg: naast technisch operationele consequenties moet BSGR zich ook bewust zijn van de juridische en ethische implicaties van het gebruik van AI. Daarvoor is integratie van de eisen van de AI toepassing in het overall beleid rond informatieveiligheid en privacy verplicht. • Continue monitoring en aanpassing: AI-toepassingen die in productie zijn genomen moeten regelmatig worden gecontroleerd en zo nodig aangepast, wanneer ze niet meer aan de eisen voldoen. Daarbij moet rekening worden gehouden met eventuele doorontwikkeling van de wet- en regelgeving en verplichte registratie in AI-register.
• De Wet Modernisering elektronisch bestuurlijk Verkeer (Wmebv) verplicht BSGR om inwoners en ondernemingen een digitaal kanaal te bieden voor officiële communicatie, zoals aanvragen, beschikkingen en bezwaarschriften. De wet treedt grotendeels in werking op 1 januari 2026. Voor BSGR betekent dit dat alle formele producten en diensten digitaal beschikbaar moeten worden gesteld en de digitale kanalen daarvoor moeten worden benoemd. Deze kanalen moeten voldoen aan de toegankelijkheidseisen die de overheid stelt aan digitale informatieverstrekking en uitwisseling. Tevens moet een inwoner of ondernemer een ontvangstbevestiging krijgen op een ingestuurd bericht. Dat geldt ook voor de notificatie via een ‘Berichtenbox’ of ‘MijnOverheid‘ inclusief einddatum van de termijn waarbinnen gereageerd moet worden. Wanneer digitaal
Pagina 7/16 Kaderbrief 2027
berichtenverkeer onverhoopt niet lukt, dan heeft BSGR een inspanningsverplichting om op een andere manier contact op te nemen en de inwoner hierop wijzen. Dat geldt ook voor de berichtgeving over eventuele langere reactietijden in geval van een storing. De BSGR is hier actief mee bezig, echter is nog niet instaat om volledig aan deze wetgeving te voldoen. • Electronic Identification and Trust Service (eIDAS 2.0) betekent, dat BSGR verplicht is om buitenlandse EU-burgers en -bedrijven te laten inloggen met hun eigen nationale eID (vergelijkbaar met de Nederlandse DigiD). Dit betekent dat online diensten veilig en toegankelijk moeten worden gemaakt voor Europese gebruikers, waarbij zij met hun eigen nationale inlogmiddel toegang krijgen tot digitale loketten van BSGR. 2.2.1: Belangrijke gevolgen voor bestuur en toezichthouder(s) : • Bestuurlijke eindverantwoordelijkheid: Het bestuur is eindverantwoordelijk voor het implementeren van cyberbeveiligingsmaatregelen.
Bestuurders en toezichthouders moeten beschikken over voldoende kennis van digitale (cyber)risico’s, privacyvraagstukken en de veranderende technologie-/bedrijfsomgeving; • Persoonlijke aansprakelijkheid: Bestuurders kunnen persoonlijk aansprakelijk worden gesteld bij bewuste nalatigheid, zoals het negeren van adviezen, het onvoldoende beschikbaar stellen van budget of het niet oplossen van bekende kwetsbaarheden; • Verplichte maatregelen: NIS2 vereist onder andere het goedkeuren en toezicht houden op cyberrisicobeleid en verplichte training voor zowel bestuurders als betrokken medewerkers; • Gevolgen: Toezichthouders kunnen boetes opleggen en zelfs ingrijpen in het bestuur (bv. schorsing); • Het bestuur moet zorgdragen dat BSGR beschikt over voldoende middelen om de taakstelling verantwoord en veilig te kunnen realiseren. 2.2.2: Financieel Onderstaand wordt op basis van een onderbouwde schatting uit het rapport van de kwartiermaker ‘Uitwerking informatie en privacy BSGR’ beschreven welke financiële impact de veranderende weten regelgeving heeft op de begroting van de BSGR. Gevolgen wet- en regelgeving (incidenteel) De eenmalige kosten omvatten in de eerste plaats de kosten voor externe advisering om het bestaande beleid t.a.v. informatieveiligheid en privacy, alsmede het contract en leveranciersmanagement uit te werken.
Daarnaast is het noodzakelijk om nieuwe rapportagevormen in te richten die gekoppeld kunnen worden aan bestaande systemen die de BSGR gebruikt. De incidentele kosten voor externe advisering, start werving en selectie van nieuw personeel, training van personeel en de aanschaf van de noodzakelijke hulpmiddelen (softwareprogramma’s, tooling t.b.v. archivering, plug ins) worden geschat op 295K. De incidentele kosten kunnen grotendeels worden opgevangen vanuit het restant van de in 2024 gevormde bestemmingsreserve ‘Kwartiermaker’. Voor de structurele kosten is een verhoging van de begroting noodzakelijk.
Pagina 8/16 Kaderbrief 2027
Gevolgen wet- en regelgeving (structureel) BSGR moet als organisatie voldoen aan de uitgebreidere en in sommige gevallen strengere eisen, voor het realiseren en onderhouden van een hoog niveau van informatieveiligheid en privacy. Het uitgangspunt hierbij is dat de organisatie zo wordt ingericht, dat te allen tijde kan worden voldaan aan de eisen van de wet- en regelgeving. De nadruk ligt hierbij op de BIO2, de Archiefwet 2025, de AVG, de Cyberbeveiligingswet en de WCAG 2.1 (Nb. dit betreffen de wettelijke eisen die aan een overheidswebsite worden gesteld). Daarnaast zijn er wetten en regels, die deels overlappen met de hiervoor genoemde, zoals de Data Governance Act (DGA), de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) en op langere termijn de AI Act en eIDAS 2.0. Op grond hiervan zijn aanpassingen nodig in de werkprocessen en is uitbreiding nodig op personeel gebied. De totale structurele kosten worden geraamd op 760K en kunnen naar verwachting geleidelijk worden ingevuld. De structurele kosten betreffen met name de uitbreiding van specialistische functies binnen de ICTformatie (650K) en er zal ook geïnvesteerd moeten worden in de aanschaf van softwareprogramma’s / tooling voor het geautomatiseerd vervaardigen en verwerken van documenten in het kader van de nieuwe archiveringsregels (110K).
Voor 2027 betekent dit een verhoging van het budget met 380K en voor de jaren erna oplopend naar 760K. Voorgesteld wordt om deze structureel hogere kosten vanaf 2027 op te voeren in de begroting van BSGR door ingaande 2027 de begroting met € 380K op te hogen en in het daarop volgende jaar verder op te verhogen naar het geraamde bedrag ad € 760K.
Pagina 9/16 Kaderbrief 2027
3: Programma’s 3.1: Programma 1: Heffen Het programma Heffen omvat het tijdig, correct en volledig opleggen van zowel subject- als object gebonden aanslagen waterschapslasten en gemeentelijke heffingen. Dit is inclusief de vergaring en verwerking van de daartoe benodigde gegevens vanuit interne en externe bronnen (onder andere Basisregistraties en de door de gemeenten en het waterschap aan te leveren belastinggrondslagen). Daarnaast omvat het programma de activiteiten met betrekking tot het behandelen en afdoen van bezwaren tegen plicht en maatstaf. Naast het uitvoeren van de reguliere werkzaamheden worden in 2027 o.a. de volgende ontwikkelingen verwacht: Ontwikkeling belastingheffing Binnen de BSGR is al jaren een trend zichtbaar dat deelnemers steeds meer kiezen voor een niet standaard wijze van heffing die inrichting- en uitvoeringsvraagstukken met zich meebrengt. Vaak gaat deze wijziging in de heffing ook gepaard met een afhankelijkheid van externen die gegevens moeten aanleveren. De afhankelijkheid van die gegevens en de uitval bij de verwerking ervan zorgt voor veel meer handmatig werk dan bij een standaardheffingsmethodiek. Hierdoor is uitbreiding van de personele formatie onontkoombaar. Daarnaast leidt dit tevens tot een toename van het aantal bezwaren.
De BSGR belast de kosten van de bezwaarafhandeling via het kostprijscalculatiemodel afzonderlijk door aan de betreffende deelnemer. Datalevering drinkwaterbedrijven De levering van verbruiksdata door drinkwaterbedrijven is van vitaal belang voor gemeenten die hun rioolheffing baseren op het waterverbruik en waterschappen voor de zuiveringsheffing bedrijven om de belastingheffing correct te kunnen vaststellen en te innen. Drinkwaterbedrijven betwijfelen of het Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing en het Waterschapsbesluit nog een toereikende juridische grondslag bieden voor het delen van hun gegevens met gemeenten en waterschappen. Zij zijn bezorgd dat het delen van NAW-gegevens gevolgen kan hebben voor de privacy van hun klanten en zij hiermee een risico lopen in het licht van de AVG. Eind 2025 zijn al enkele drinkwaterbedrijven gestopt met het leveren van NAW-gegevens en andere drinkwaterbedrijven overwegen om dit voorbeeld te volgen. Het stopzetten van de gegevenslevering kan grote gevolgen hebben. Waterschappen zijn mede afhankelijk van gegevens van drinkwaterbedrijven voor de belastingheffing en ook gemeenten die heffen op basis van waterverbruik ten behoeve van de rioolheffing kunnen hierdoor in de knel komen.
Gezien bovenstaande ontwikkeling is het niet ondenkbaar dat gemeenten alternatieve heffingsgrondslagen moeten gaan opnemen in hun verordening. Daarnaast is niet uit te sluiten dat dit een mogelijk ‘domino-effect’ heeft op het gebruik van overige externe dataleveringen (o.a. ledigingen gedifferentieerde afvalstoffenheffing (diftar)). Verruiming lokale belastingheffing en afschaffen hypotheekrenteaftrek De Tweede Kamer heeft een amendement aangenomen dat artikel 221a toevoegt aan de Gemeentewet. Gemeenten mogen een leegstandsbelasting heffen op woningen die langer dan 12 maanden leegstaan, conform de Leegstandswet. Gemeenten kunnen zelf bepalen of zij een leegstand heffing invoeren en wanneer deze ingaat (mogelijk vanaf 2027). Verder zouden mogelijke ontwikkelingen op het gebied van de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek consequenties kunnen hebben voor de Onroerendzaakbelasting (mogelijk
Pagina 10/16 Kaderbrief 2027
lagere WOZ-waarde => minder OZB belastingopbrengst => tariefaanpassing) en het eigenwoningforfait.
Pagina 11/16 Kaderbrief 2027
3.2: Programma 2: Informatie & Inning Het programma Informatie & Inning omvat het gehele proces van doelgerichte acties om de opgelegde aanslagen in te vorderen: binnengekomen belastinggelden worden ingeboekt, in voorkomende gevallen wordt automatisch dan wel na beoordeling kwijtschelding verleend en zo nodig worden belastingplichtigen gemaand tot betalen. Het uitblijven van betaling, ook na een betalingsherinnering kan uitmonden in een traject van dwanginvordering. De BSGR verzorgt het gehele invorderingsproces, inclusief de dwanginvordering, grotendeels zelf. Naast het uitvoeren van de reguliere werkzaamheden worden vanaf 2027 o.a. de volgende ontwikkelingen verwacht: 1. Kwijtschelding 3.0 Kwijtschelding 3.0 is de nieuwste versie van het systeem van het BIDN (Bureau Informatie Diensten Nederland) voorheen het Inlichtingenbureau. Samen met de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) heeft BIDN Kwijtschelding 3.0 ontwikkeld: een verbeterde en flexibelere manier om aanvragen en verlengingen van kwijtschelding eenduidig en efficiënter te beoordelen. Kwijtschelding 3.0 biedt meer mogelijkheden en een bredere beoordeling.
Zo kan er nu ook worden getoetst op bijvoorbeeld: • Inkomen uit ondernemerschap • Ontvangst van alimentatie • Hypotheekschulden bij woningbezit • Handelswaarde van voertuigen Wat betekent Kwijtschelding 3.0 op termijn? • Snellere en accuratere beoordeling van kwijtscheldingsverzoeken • Betere gegevensuitwisseling tussen instanties • Efficiëntere procedures 2. Dwanginvordering/Herzien incasso stelsel De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) pleit voor: • Een stelsel dat rekening houdt met de betaalcapaciteit van inwoners en bestaanszekerheid • Voorkomen van schuldopbouw en onevenredige invorderingskosten • Integratie van invordering met schuldhulpverlening en vroegsignalering De VNG wil dat het huidige systeem van invordering en incasso rechtvaardiger en mensgerichter wordt. Dat betekent dat schulden en invorderingsactiviteiten zo worden ingericht dat inwoners niet onnodig onder het bestaansminimum komen en tijdig passende hulp krijgen, in plaats van alleen te worden bestraft. Dit vereist niet alleen verbeteringen in gemeentelijk beleid, maar ook samenwerking met het Rijk en andere publieke en private partijen. 3. Vroegsignalering Vroegsignalering is een wettelijke taak voor gemeenten sinds 1 januari 2021, op basis van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Het doel is om inwoners met
Pagina 12/16 Kaderbrief 2027
betalingsachterstanden tijdig te benaderen en hulp te bieden, voordat de problemen te groot worden. Hoewel lokale heffingen als een “vaste last” worden gezien, zijn ze geen onderdeel van het huidige wettelijke kader voor vroegsignalering. Er zijn echter experimenten, die verkennen of de gemeente zelf signalen kan oppikken uit het fiscale domein, om zo meer huishoudens te bereiken die risico lopen op schulden. 10 gemeenten hebben deelgenomen aan een experiment om te onderzoeken of lokale heffingen een effectieve indicator zijn bij vroegsignalering van schulden. De Pilot is lopend, en de uitkomsten worden nog geëvalueerd om te besluiten of deze vorm van signalering structureel wordt ingevoerd. 4. De Fiscale vereenvoudigingswet Deze wet die een aantal belastingwetten tegelijk moest vereenvoudigen is primair een rijksregeling en richt zich op het stroomlijnen van nationale fiscale en invorderingsregels. Sommige onderdelen kunnen later gevolgen hebben voor hoe lokale heffingen worden geïnd of bezwaren worden behandeld. De wijziging die per 1 januari 2027 meer rechtsbescherming aan inwoners en bedrijven geeft bij uitstel van betaling en kwijtschelding geldt in eerste instantie alleen voor rijksbelastingen. Deze wijziging heeft tot gevolg dat in voornoemde gevallen de gebruikelijke bezwaar- en beroepsprocedure (Awb) van toepassing wordt.
Voor lokale heffingen gaat de wijziging mogelijk later in. Zodra dit wordt ingevoerd betekent dit voor de BSGR dat op iedere uitspraak van een kwijtscheldingsverzoek formeel bezwaar, beroep en hoger beroep mogelijk is, wat nu nog niet het geval is. Zodra deze wijziging ook van toepassing wordt op lagere overheden kan dit onder andere forse consequenties hebben voor de benodigde personele inzet. Uniformiteit van beleid wordt steeds belangrijker. De BSGR moet beleid en criteria voor kwijtschelding consistent toepassen voor alle deelnemers. Verschillen in lokale verordeningen of beleid, kunnen mogelijk juridische complicaties veroorzaken, omdat een rechtbank kan oordelen dat de toepassing ongelijk of onrechtmatig is. Stijging posttarieven In de lopende overeenkomst (Jetmail) is opgenomen dat de posttarieven in 2027 aangepast kunnen worden. Tot en met 2026 waren deze tarieven vast. Deze structurele stijging zal in de Begroting 2027 worden verwerkt als PM-post.
Pagina 13/16 Kaderbrief 2027
3.3: Programma 3: Waarderen Het programma Waarderen omvat het beheer van gegevens van objecten, benodigd om tot een jaarlijkse waardebepaling en waarde-vaststelling van die objecten te komen en deze gegevens en waarden beschikbaar te stellen aan de interne processen en externe afnemers. Onder het gegevensbeheer valt ook het onderhouden van de relaties tussen de WOZ en (externe) basisregistraties, bijvoorbeeld de basisregistratie BAG bij de gemeenten. De BSGR voert het WOZproces inclusief de taxaties grotendeels in eigen beheer uit. Daarnaast omvat het programma Waarderen alle activiteiten met betrekking tot het tijdig (juridisch) behandelen en afdoen van waarde gerelateerde bezwaarschriften en wordt verweer opgesteld en gevoerd tegen zowel ingediende WOZ-als plichts- en maatstaf (hoger)beroepschriften. Naast het uitvoeren en optimaliseren van de reguliere werkzaamheden worden vanaf 2027 o.a. de volgende ontwikkelingen verwacht, welke gedeeltelijk ook in de nieuwe Waarderingsinstructie terug te vinden zullen zijn. Deze nieuwe versie van de Waarderingsinstructie is opgenomen in het werkplan van de Waarderingskamer voor 2026 en zal zijn uitvoering krijgen in de jaren daarna. De instructie blijft bedoeld voor de WOZ-uitvoering maar het perspectief van belanghebbenden zal de rode draad worden.
Per 17 december 2025 is al wel een wijziging in de Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet WOZ gepubliceerd in de Staatscourant. Nieuw modern taxatieverslag voor woningen Het huidige taxatieverslag dat wordt gebruikt om de WOZ-waarde te onderbouwen is de afgelopen 25 jaar (min of meer) gelijk gebleven; onze leverancier Centric heeft de afgelopen jaren (nog) geen wijzigingen of aanvullingen beschikbaar gesteld. De afgelopen jaren hebben de Waarderingskamer en de VNG gewerkt aan het moderniseren van het taxatieverslag voor woningen. Het doel van dit gemoderniseerde taxatieverslag is om de WOZ-waardebepaling begrijpelijker en overzichtelijker over te brengen aan de belastingplichtige. Daarnaast zou dit moderne taxatieverslag voor woningen ervoor moeten zorgen dat gemeenten en belastingsamenwerkingen voldoen aan het verstrekken van alle – op de zaak betrekking hebbende - stukken in of voorafgaande aan de bezwaarfase aan de belanghebbende conform arresten van de Hoge Raad op dit vlak. De BSGR gebruikt in 2026 nog het huidige (oude taxatieverslag), doordat het moderne taxatieverslag via de leverancier nog niet beschikbaar is. Het verplichte gebruik van het nieuwe taxatieverslag is intussen uitgesteld naar 1 januari 2027.
Intensivering informeel contact met belanghebbenden Naast het moderne taxatieverslag wordt ook de invoering van een verplicht informeel traject verkend hetgeen neer zou komen op een verplicht contactmoment tussen gemeenten en woningeigenaren voorafgaand aan de vaststelling van de WOZ-waarde. Bij deze informele contactmomenten wordt specifiek nadrukkelijk ook gewezen op de mogelijkheden die vanuit het project secundaire objectkenmerken van de LVLB geboden (gaan) worden. Onder de titel ‘Check uw woning’ zullen het komende jaar de lopende pilots – waarin woningeigenaren via een digitaal formulier de status van verschillende kenmerken van hun woning invullen zonder dat taxatie-technische kennis vereist is – gebruikt worden om deze werkwijze verder te optimaliseren. Het doel is uiteindelijk om, met het oog op uniformiteit, de werkwijze en daarbij behorende rekenmethodiek vast te stellen en ter beschikking te stellen aan alle gemeentelijke uitvoerders. Specifiek voor de BSGR zal dit betekenen dat er, in 2026 een conversie van de gegevens plaats zal vinden om vanaf 2027 uniform aan te kunnen sluiten bij deze landelijke ontwikkelingen. Invoering portaal voor samenwerking Om de samenwerking met BAG-gemeenten te versterken en processen te optimaliseren, is het wenselijk in 2026 te investeren in een nieuw digitaal samenwerkingsportaal.
Dit portaal biedt een centrale omgeving waarin de BSGR samen met gemeenten veilig en efficiënt informatie kunnen
Pagina 14/16 Kaderbrief 2027
uitwisselen en documenten kunnen beheren. Het doel van dit portaal is de samenwerking met gemeentelijke deelnemers verbeteren en samen te werken aan BAG en WOZ-gerelateerde vraagstukken. Het portaal dient te voldoen aan de geldende normen voor informatiebeveiliging en privacy. Kosten voor dit samenwerkingsportaal worden geraamd op 80K in het jaar van aanschaf en 15K in de daarop volgende jaren. Inkoop en aanbesteding Met de huidige waarderingsapplicatie wordt op het gebied van doorontwikkeling en performance steeds meer tegen de maximale grenzen aangelopen. In 2025/2026 is het eerste deel van een marktverkenning uitgevoerd met betrekking tot een mogelijke aanschaf van een nieuwe waarderingsapplicatie. Vervanging van het huidige WOZ-waarderingspakket is noodzakelijk om de wettelijke WOZ-taak rechtmatig, betrouwbaar en toekomstbestendig te kunnen blijven uitvoeren. Het bestaande systeem voldoet op korte termijn – op onderdelen op dit moment al - niet meer aan wet- en regelgeving en toezicht eisen; momenteel wordt dit door fix-scripts, workarounds en additionele tools ondervangen. Dit leidt tot reële toekomstige risico’s zoals afkeuring of afwaardering van de beoordeling van de kwaliteit door de Waarderingskamer, hogere bezwaar- en uitvoeringskosten en hogere kosten voor additionele tooling of applicaties.
Investering in een nieuw, toekomstbestendig WOZwaarderingspakket is noodzakelijk om deze risico’s te beheersen en de wettelijke taak duurzaam te kunnen blijven uitvoeren. Het nieuwe pakket moet moderne waarderingsmethodieken ondersteunen, verbetert de kwaliteit en uitlegbaarheid van de vastgestelde waarden en moet gaan bijdragen bij aan efficiëntere en minder foutgevoelige werkprocessen. Hiermee wordt tevens gestuurd op structurele beheersing van kosten en verbetering van de dienstverlening. Doelstelling is om de aanbesteding voor een dergelijke waarderingsapplicatie, na goedkeuring door het Algemeen Bestuur, na de zomer 2026 aan te besteden zodat deze in 2027 aangeschaft, geïmplementeerd en in gebruik kan worden genomen. Vanuit de uitgevoerde marktverkenning worden de incidentele/eenmalige implementatiekosten geschat op 125K en worden de structurele jaarlijkse kosten (licenties en onderhoud), vanaf begrotingsjaar 2027, geraamd op 225K.
Pagina 15/16 Kaderbrief 2027
3.4: Programma 4: Bedrijfsvoering (voorheen: Overhead) Onder bedrijfsvoering vallen de directie, staf, en alle ondersteunende activiteiten ten behoeve van het primaire proces. Dit zijn onder andere de financiële administratie, bestuur en beleid, P&O, facilitair en ICT. Ook horen de Interne Controle (o.a. VIC en ISAE3402) werkzaamheden en de managementinformatie tot dit programma. Zoals hierboven beschreven zullen de komende jaren gedomineerd worden door de ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving en zal de afdeling bedrijfsvoering zich in 2026/2027 o.a. richten op de aanbesteding en inrichting van de ICT-infrastructuur en kantoorautomatisering. De einddatum van het huidige contract is 1 december 2027. In de Begroting 2027 zal deze aanbesteding worden verwerkt als PM-post. Personeel In de huidige arbeidsmarkt (begin 2026) zullen wij in toenemende mate creatief moeten zijn om vacatures vervuld te krijgen en personeel te behouden. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan het aantrekken van onervaren competente medewerkers die BSGR zelf opleidt. Door de juiste mensen aan boord te krijgen, kan HR bijdragen aan het opbouwen van een sterke en competente organisatie. Aandachtspunt is de vergrijzing van de personele formatie op met name een aantal zwaardere en cruciale functies. Hier wordt proactief op ingespeeld.
Naast de overstap naar een andere salarisadministratie (2026) is BSGR ook van plan om – mede gelet op de invulling van de benodigde ICT-functies en de wijziging die wettelijke ontwikkelingen met zich meebrengen voor de bestaande functies in 2027/2028 een overstap te maken naar een ander functiewaarderingssysteem. Voor de BSGR betekent dit conform cao een overgang van de huidige HAY-systematiek naar HR21. De systematiek van HR21 is speciaal ontwikkeld voor gemeentelijke en samenwerkende gemeentelijke organisaties, waarin een dekkend bestand is opgenomen voor normfuncties die al voorzien zijn van een competentieprofiel, een functiewaardering en die het faciliteren van resultaatgerichte afspraken mogelijk maakt. 4: Financiële kaderstelling & uitgangspunten begroting 2027 De uniforme taakstelling voor de gemeenschappelijke regelingen, als aandeel in de op- en neergang van het Gemeentefonds, wordt elk jaar door de bestuurlijke klankbordgroep Financiële kaderstelling namens de gemeenten in de regio Hollands-Midden vastgesteld. Deze financiële kaderstellingen worden verwerkt in de begroting 2027, voor wat betreft de begrotingsjaren 2027 tot en met 2030.
De geadviseerde indexering van de deelnemersbijdrage 2027 ten opzichte van 2026 is een waardevaste indexering voor lonen en prijzen, waarbij de indexering voor 2027 gecorrigeerd is met ontwikkelingen in de jaren 2025 tot en met 2026, zoals is aangegeven in de laatst bekende septembercirculaire; de septembercirculaire 2025. Het stijgingspercentage is voor lonen 4,53% (inclusief een gecorrigeerde indexering van +0,60%) en prijzen 2,6% (inclusief een gecorrigeerde indexering van +0,40%). Naast de vanaf 2026 geldende bezuinigingstaakstelling (ad € 100K ingaande 2027) voor de huisvesting zijn aan BSGR geen verdere taakstellingen opgelegd. De overige uitgangspunten zijn: • Het vertrekpunt voor het opstellen van de begroting 2027 en de meerjarenbegroting 20272030 is de jaarrekening 2025 en de 1e begrotingswijziging 2026; • De activa zullen op lineaire basis worden afgeschreven waarbij toerekening plaatsvindt t.o.v. het effectieve rentepercentage; • Een bovengrens van de algemene reserve van 5% van de totaal begrote lasten en een ondergrens van de algemene reserve van 3% van de totaal begrote lasten conform de op 6 november 2025 vastgestelde nota reserves en voorzieningen 2025;
Pagina 16/16 Kaderbrief 2027
• • •
Boven 5% wordt uitgekeerd aan de deelnemers en onder de 3% wordt aangevuld door de deelnemers; Verantwoorden van taakvelden in de begroting en jaarrekening conform het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording); Indien sprake is van nieuwe wettelijke eisen/taken dan wel uitbreiding van de vraagsturing door deelnemers worden de financiële consequenties/investeringen hier tijdig en gedetailleerd van in kaart gebracht indien de insteek is additionele middelen beschikbaar gesteld te krijgen.
4.1: Afwijking financiële kaderstelling Zoals in deze kaderbrief beschreven zorgen Nationale en Europese wettelijke ontwikkelingen en aangescherpte richtlijnen ervoor dat er aanvullende maatregelen nodig zijn voor de BSGR om aan de verplichtingen te kunnen (blijven) voldoen. Daarnaast is het noodzakelijk om te investeren in een nieuwe waarderingsapplicatie om de kwaliteit, betrouwbaarheid en robuustheid van de WOZwaarderingen te kunnen waarborgen. Omdat de huidige begroting onvoldoende ruimte biedt om bovenstaande investeringen te dekken is het noodzakelijk om de begroting 2027 vanaf 2027 structureel te verhogen, zodat de BSGR kan blijven voldoen aan de gestelde eisen om de kwaliteit en betrouwbaarheid van de dienstverlening te kunnen waarborgen. Als gevolg hiervan is het noodzakelijk om af te wijken van de financiële kaderstelling in de begroting 2027 die is vastgesteld door de bestuurlijke klankbordgroep Financiële kaderstelling namens de gemeenten in de regio Hollands-Midden. In onderstaand overzicht wordt de afwijking van de begroting 2027 ten opzichte van de kaderstelling weergegeven: Omschrijving / boekjaar Incidentele kosten Waarderingsapplicatie Sub-totaal incidentele kosten
2027
2028
2029
2030
125 125
0
0
0
Structurele kosten Stijging posttarieven (PostNL) Aanbesteding ICT - infrastructuur en kantoorautomatisering Ontwikkelingen Europese en Nationale regelgeving (IT) Waarderingsapplicatie Sub-totaal structurele kosten
PM PM 380 225 605
PM PM 760 225 985
PM PM 760 225 985
PM PM 760 225 985
Totaal incidenteel en structureel
730
985
985
985
Areaaluitbreiding Als gevolg van een toegenomen aantal objecten binnen het verzorgingsgebied van BSGR, waarvoor BSGR ook de aanslagoplegging ed. verzorgt, dient het budget van BSGR te worden gecompenseerd. De gevolgen van deze areaaluitbreiding resulteren in een hogere deelnemersbijdrage. Tegenover deze hogere bijdrage aan BSGR staan structureel hogere belastingrealisaties die voor de deelnemers al vanaf 2025 jaarlijks worden of zijn gerealiseerd. Het totaalbedrag van de areaaluitbreiding bedraagt 192K.