CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 2023-02-28-11609 BGB revisie

Commissie Fysieke leefomgeving 13 september 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: @Realiseren van distributiecentrum aan Nieuwe Gouwe OZ 40 - DIT PUNT GAAT DIRECT DOOR NAAR DE BESLUITVORMENDE RAADSVERGADERING VAN 27 SEPTEMBER21.444 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

DLVD advies BV De Geerden 24 5334 LE Velddriel 085 – 750 10 93 advies@DLVD.nl www.DLVD.nl KvK 69650500

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Brandbeveiligingsconcept

Documentnummer: 11609-1/BBC Datum: 28 februari 2023 Revisie: I

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023

Brandbeveiligingsconcept

Document nr.:

11609-1/BBC

Datum:

28 februari 2023

Revisie:

I

Projectnummer:

11609-1

Object:

DC Logistic Centre 1220 Nieuwe Gouwe O.Z. Gouda

Opgesteld door:

C. de Groot-Dröge

Vrijgave

C. Leeuwesteijn DLVD advies BV De Geerden 24 5334 LE Velddriel 085 – 750 10 93 cde@DLVD.nl www.DLVD.nl Dit document bevat vertrouwelijke informatie. Uitsluitend de opdrachtgever mag dit rapport vermenigvuldigen, openbaar maken en verspreiden zonder toestemming van DLVD advies BV, doch uitsluitend in zijn geheel. Voorkomen moet worden dat delen van dit document uit hun verband worden gehaald en mogelijk anders geïnterpreteerd. Op alle opdrachten zijn de voorwaarden zoals vastgelegd in de 'De Nieuwe Regeling 2011, Rechtsverhouding opdrachtgever-architect, ingenieur en adviseur DNR 2011', eerste herziening juli 2013, van toepassing.

Pagina 1 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023

Inhoudsopgave 1.

Algemeen.............................................................................................................................................. 3

2.

Gebouwkenmerken .............................................................................................................................. 6

3.

Basis brandbeveiligingsconcept ......................................................................................................... 10

4.

Brandbeheersing ................................................................................................................................ 14

5.

Vluchtveiligheid .................................................................................................................................. 24

6.

Constructieve brandveiligheid ........................................................................................................... 32

7.

Eisen aan constructieonderdelen (brand- en rookklassen)................................................................ 36

8.

Brandbeveiligingsinstallaties .............................................................................................................. 39

9.

Voorzieningen brandbestrijding eigen organisatie ............................................................................ 44

10.

Bereikbaarheid brandweer.............................................................................................................. 47

11.

Bluswatervoorzieningen brandweer (inpandig) .............................................................................. 50

12.

Bluswatervoorzieningen brandweer (uitpandig) ............................................................................ 52

13.

Tekenlijst ......................................................................................................................................... 54

Bijlagen: − WBDBO-criteria NEN 6069 (informatief) − Constructeur naar binnen bezwijken constructie − Brandweerplan − GoodWe ARC Detection and Protection Solution − Borging goede werking van het gehele systeem

Richtlijnen (geen bijlagen van dit rapport) − Handreiking Bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid 2019, januari 2020 (Brandweer Nederland) − Handreiking Advies veilige PV-systemen, december 2020 (Brandweer Nederland) − Kennisbundel Zonnepanelen (NIPV)

Pagina 2 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023

1.

Algemeen Dit rapport beschrijft het brandbeveiligingsconcept voor het nieuwe DC Logistic Centre 1220 aan de Nieuwe Gouwe O.Z. in Gouda.

1.1

Toelichting brandbeveiligingsconcept (het basisontwerp) Het basisontwerp Dit rapport brandbeveiligingsconcept beschrijft het basisontwerp. Met het basisontwerp wordt bedoeld de beschrijving van het doel, de uitgangspunten, de ontwerpkeuzes, de functionele en de prestatie-eisen die onder verantwoordelijkheid van de eigenaar/gebruiker(s) zijn opgesteld. Het brandbeveiligingsconcept beschrijft de bouwkundige, installatietechnische en organisatorische maatregelen die zijn gericht op het voorkomen van slachtoffers en het beheersbaar houden van brand. Deze onderwerpen zijn gebaseerd op landelijke van toepassing zijnde voorschriften (de publiekrechtelijke eisen) ten aanzien van de brandveiligheid van het gebouw en, indien relevant, de private afspraken (de privaatrechtelijke eisen) van de verzekeraar, de gebouweigenaar en de gebruiker(s). Het detailontwerp Het detailontwerp is de gedetailleerde uitwerking van het basisontwerp en wordt onder verantwoordelijkheid van derden (architect, het bouwkundig tekenbureau, de installateur(s) etc.) te worden opgesteld. De uitwerking betreft het bouwkundig ontwerp van het gebouw, het installatietechnisch ontwerp van de installaties en voorzieningen.

Het detailontwerp is leidend ten aanzien van de beoordeling van noodzakelijke voorzieningen door het bevoegd gezag op het gebied van brandveiligheid (alle benodigde voorzieningen moeten op het detailontwerp zijn opgenomen (overeenkomstig de indieningsvereisten).

1.2

Doel DLVD advies heeft, voorafgaand aan het opstellen van voorliggend rapport, de betrokken partij(en) die verantwoordelijk zijn voor het bouwkundig detailontwerp, ondersteund ten aanzien van de uitwerking van het basisontwerp. Het rapport dient dan ook in samenhang te worden gelezen met het detailontwerp. Het rapport maakt samen met het detailontwerp onderdeel uit van de aanvraag omgevingsvergunning volgens de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) met betrekking op artikel 2.1 lid 1, onderdeel a: 'het bouwen van een bouwwerk', met als doel het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het bouwen.

Pagina 3 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023

1.3

1.4

Rapportages en ontwerpinformatie Onderdeel

Van

Bouwkundig ontwerp (het detailontwerp)

Heembouw Architecten

Brandveiligheidsrapportages bouwkundig

Opsteller

Rapport Brandveiligheid grote brandcompartimenten – Risicobenadering (compartimentering volgens NEN 6079) nr. 11609-1/BGB (rapport BGB)

DLVD advies

Rapport Vultijdenmodel (rooklaagberekening) nr. 11609-1/VTM (rapport VTM)

DLVD advies

Brandveiligheidsrapportages systemen

Opsteller

Uitgangspuntendocument brandbeveiliging – Sprinklersysteem nr. 11609-1/UPD/SPR (UPD SPR)

DLVD advies

Programma van Eisen – Brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie nr. 11609-1/PvE/BMI-OAI (PvE BMI OAI)

DLVD advies

Demarcatie DLVD advies heeft de verantwoordelijke partijen voor het detailontwerp ondersteund ten aanzien van de uitwerking van het basisontwerp. DLVD advies BV is niet verantwoordelijk voor het ontbreken van en onjuiste informatie op het detailontwerp.

1.5

Leeswijzer De opbouw van dit rapport is als volgt: − In hoofdstuk 2 omschrijving van het object en de omgeving ervan; − In hoofdstuk 3 wordt de basis van het brandbeveiligingsconcept beschreven vanuit de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke invalshoeken; − In hoofdstuk 4 worden de eisen ten aanzien van brandbeheersing en de wijze waarop het gebouw wordt ingedeeld in brandcompartimenten weergegeven; − In hoofdstuk 5 worden de eisen ten aanzien van vluchtveiligheid weergegeven; − In hoofdstuk 6 worden de eisen op het gebied van brandveiligheid ten aanzien van de bouwconstructie beschreven; − Hoofdstuk 7 beschrijft aan welke eisen constructie-onderdelen moeten voldoen; − Hoofdstuk 8 geeft informatie over de noodzakelijke installaties; − In hoofdstuk 9 zijn de noodzakelijke brandbestrijdingsvoorzieningen voor de eigen organisatie beschreven; − Hoofdstuk 10 geeft toelichting op de bereikbaarheid van het terrein en het gebouw voor de brandweer; − Hoofdstuk 11 en 12 beschrijft de noodzaak van bluswatervoorzieningen voor de brandweer, zowel inpandig als buiten het gebouw; − In hoofdstuk 13 is een tekenlijst opgenomen waarmee de formele goedkeuring op dit document kan worden gegeven.

Pagina 4 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023

1.6

Versiebeheer In onderstaande tabel worden de verschillende versies van dit rapport benoemd, met de reden van de wijziging (wijzigingen zijn door middel van een verticale streep in de kantlijn aangeduid voor wat betreft de meest recente versie). Tekstuele wijzigingen die verder niet van invloed zijn op de inhoud zijn niet als zodanig aangeduid. Revisie

Wijziging

A

Eerste versie.

B

Aangepast op aangepast ontwerp en na opmerkingen projectteam.

C

Aangepast na opmerking Heembouw.

D

Aangepast na vooroverleg met bevoegd gezag en veiligheidsregio.

E

Aangepast na advies veiligheidsregio D2022-08-000693 d.d. 18 augustus 2022.

F

Aangepast na advies veiligheidsregio D2022-11-002048 d.d. 22 november 2022.

G&H I

Aangepast verwerkt op verzoek Heembouw. Aanpassing bluswatervoorziening op eigen terrein (is vervallen)

Pagina 5 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023

2.

Gebouwkenmerken

2.1

Algemeen Het betreft een distributiecentrum welke optioneel opgesplitst kan worden in twee warehouses. Elk warehouse beschikt over een kantoorgedeelte bestaande uit twee (kantoor 1) of drie (kantoor 2) bouwlagen. Boven de docks is een mezzaninevloer aanwezig.

2.2

Gebruik Het gebouw zal worden gebruikt voor de opslag en distributie van koopmansgoederen.

2.3

Situatie

Magazijn 01

Magazijn 02

Toelichting: De tekening is niet op schaal en is noordwestelijk gericht.

Pagina 6 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023

2.4

Ligging Gevel

Afstand (m) gevels tot: Perceelsgrens

Overzijde openbare weg/groen/water

Gebouwen op eigen perceel

West

Ca. 5,00

> 150 (Coenecoopbrug)

--

Noordoost

Ca. 5,02

--

--

Zuidoost

Ca. 5,05 > 23,3

-> 150 (Nieuwe Gouwe O.Z.)

--

Zuid

Ca. 15,9

> 150 (Nieuwe Gouwe O.Z.)

--

Zuidwest

> 16,9

> 150 (Nieuwe Gouwe O.Z.)

--

Tabel 1 Toelichting: De afstanden zijn afgeleid van de situatietekening.

2.5

Afmetingen Gebruiksoppervlak (m2)

Gebouwdeel

Ruimte

Magazijn 01

Bedrijfshal, incl. mezzanine

Ca. 10.310

Kantoorgedeelte (twee bouwlagen)

Ca. 610

Bedrijfshal, incl. mezzanines en sprinklerpompkamer

Ca. 15.510

Kantoorgedeelte (drie bouwlagen)

Ca. 900

Magazijn 02

Totaal

Ca. 27.330

Tabel 2 Opmerking: Bovenstaande tabel is bedoeld ter informatie om de omvang van het gebouw op hoofdlijnen te presenteren. De oppervlaktes zijn ontleend van het detailontwerp en naar boven afgerond op tientallen. Voor wat betreft informatie over de exacte omvang (bijvoorbeeld gebruiksoppervlak volgens NEN 2580) wordt verwezen naar het detailontwerp.

2.6

Gebouwconstructie Voor wat betreft gedetailleerde informatie over de constructiematerialen van het gebouw wordt verwezen naar het detailontwerp. De eisen die aan constructiematerialen worden gesteld zijn beschreven in hoofdstuk 7. De ontwerpende en uitvoerende partijen zijn verantwoordelijk voor de juiste materiaalkeuzes in relatie tot deze eisen.

2.7

Gebruiksfuncties Gebouwdeel

Gebruiksfunctie volgens Bouwbesluit 2012

Bedrijfshal, inclusief mezzanine

Industriefunctie

Kantoren

Kantoorfunctie

Kantine, vergaderruimten

Bijeenkomstfunctie

Magazijnstellingen (hoogte > 3 m)

Bouwwerk geen gebouw zijnde

Magazijnstellingen (hoogte < 3 m)

Wordt als inventaris beschouwd.

Tabel 3

Pagina 7 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023 Opmerking: De magazijnen maken geen onderdeel uit van de aanvraag omgevingsvergunning, aangezien er ten tijde van deze aanvraag nog geen huurder bekend is. De gebouweigenaar is op de hoogte van het feit dat de huurder bij het plaatsen van magazijnstellingen een omgevingsvergunning voor het bouwen moet aanvragen. Hierbij is het van belang dat op basis van deze inrichting nog steeds wordt voldaan aan de bouwvoorschriften. Mogelijk gevolg zou kunnen zijn dan de projectie van haspels, vluchtrouteaanduidingen, zoals nu is voorzien, niet meer klopt en er aanvullende voorzieningen moeten worden getroffen.

Toelichting gebruiksfuncties Gebruiksfunctie

Definitie volgens Bouwbesluit 2012

Industriefunctie

Gebruiksfunctie voor het bedrijfsmatig bewerken of opslaan van materialen en goederen, of voor agrarische doeleinden.

Kantoorfunctie

Gebruiksfunctie voor administratie.

Bijeenkomstfunctie

Gebruiksfunctie voor het samenkomen van personen voor kunst, cultuur, godsdienst, communicatie, kinderopvang, het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse of het aanschouwen van sport.

Bouwwerk geen gebouw zijnde

Bouwwerk of gedeelte daarvan, voor zover dat geen gebouw of onderdeel daarvan is.

Tabel 4

2.8

Persoonsbezetting Een aantal voorschriften bevat eisen die afhankelijk zijn van de persoonsbezetting. Daarom is informatie over de persoonsbezetting noodzakelijk, waarbij minimaal moet worden uitgegaan van de op basis van Bouwbesluit 2012, artikel 1.2 lid 2 genoemde bezetting. Deze ondergrens voorkomt kwaliteits- en handhavingsproblemen in de gebruiksfase. Minimale bezetting volgens Bouwbesluit 2012 Gebruiksfunctie

Ten minste aan te houden aantal personen per m² verblijfsgebied

Industriefunctie

n.v.t.

Kantoorfunctie

0,05

Bijeenkomstfunctie

0,125

Bouwwerk geen gebouw zijnde

n.v.t.

Tabel 5

Voor wat betreft de gedetailleerde opgave van de persoonsbezetting wordt verwezen naar het detailontwerp en de later in te dienen gebruiksmelding (zie paragraaf 2.9). Aangezien deze opgaven sterk aan wijzigingen onderhevig zijn, is deze informatie niet in voorliggen rapport opgenomen en is uitgegaan van een bezetting volgens Bouwbesluit waarmee de maximale loopafstanden worden bepaald.

Pagina 8 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023

Het brandbeveiligingsconcept is gebaseerd op onderstaande persoonsbezetting: Gebruiksfunctie

Persoonsbezetting per (sub-)brandcompartiment

Industriefunctie

Minder dan 1 persoon op 30 m2

Kantoorfunctie

Meer dan 1 persoon op 12 m2

Bijeenkomstfunctie

Meer dan 1 persoon op 4 m2

Tabel 6 Opmerkingen: − Genoemde oppervlaktes zijn binnen het Bouwbesluit criteria waarmee de maximaal af te leggen (gecorrigeerde) loopafstand wordt bepaald. Zie verder hoofdstuk 6 van dit rapport. − Voor wat betreft de beoordeling van de doorstroomcapaciteit vluchtroutes op verblijfsruimte- en (sub-)brandcompartimentsniveau, zie hoofdstuk 6.

2.9

Gebruiksmelding Het is verboden om zonder of in afwijking van een gebruiksmelding een bouwwerk of een bouwwerk dat bestemd is om afzonderlijk te worden gebruikt, in gebruik te nemen of te gebruiken indien: − daarin meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn, of − toepassing is gegeven aan artikel 1.3 in verband met een in hoofdstuk 6 of 7 uit het oogpunt van brandveiligheid gegeven voorschrift. Het gebouw zal gelijktijdig door meer dan 50 personen in gebruik zijn. Daarnaast is ook toepassing gegeven aan artikel 1.3 in verband met de toepassing van haspelwagens (max. slanglengte 60 m) in plaats van de in hoofdstuk 6 van Bouwbesluit beschreven brandslanghaspels met 30 m slanglengte. Op basis van de nog in te dienen gebruiksmelding (in te dienen bij bevoegd gezag uiterlijk vier weken voor aanvang van het gebruik) bepaalt/bepalen de gebruiker(s) uiteindelijk hoeveel personen gelijktijdig in het gebouw aanwezig zullen zijn, rekening houdend met de ontwerpwaarde voor de persoonsbezetting en de doorstroom- en opvangcapaciteit van vluchtroutes.

Pagina 9 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023

3.

Basis brandbeveiligingsconcept In dit hoofdstuk is een toelichting gegeven op de basis waarop het brandbeveiligingsconcept is gebaseerd.

3.1

Publiekrechtelijke voorschriften en normatief kader Voorschrift

Versie

Bouwbesluit 2012, nieuwbouwniveau

Publicatiedatum: 22 april 2022 Besluit van 29 augustus 2011 houdende vaststelling van voorschriften met betrekking tot het bouwen, gebruiken en slopen van bouwwerken (Bouwbesluit 2012), Stb. 2011, 416, laatstelijk gewijzigd bij het Besluit van 4 april 2022, houdende wijziging van het Bouwbesluit 2012, het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Omgevingsbesluit in verband met de invoering van een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen (Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen) (Stb. 2022, 145)

Regeling Bouwbesluit 2012

Publicatiedatum: 01 juni 2022 Stcrt. 2011, 23914 (Regeling Bouwbesluit 2012); gepubliceerd op 22-12-2011 in werking getreden op 01-04-2012. Laatstelijk gewijzigd door Stcrt. 2022, 8634; gepubliceerd op 05-04-2022; in werking getreden op 01-06-2022.

Normen

Overeenkomstig de regeling Bouwbesluit 2021, bijlage 1 behorende bij artikel 1.2 geldend ten tijde van het opstellen van voorliggend rapport.

Tabel 7

Primaire doelstellingen Bouwbesluit 2012 Het brandbeveiligingsconcept geeft ten minste invulling aan de doelstellingen van het publiekrechtelijke kader in het kader van brandveiligheid. De primaire doelstellingen van Bouwbesluit 2012 zijn: − Het voorkomen dat een brand zich uitbreidt naar een ander perceel; − Het voorkomen van slachtoffers (gewonden en doden). Het behouden van het bouwwerk en het voorkomen van schade aan het milieu, monumenten of maatschappelijke voorzieningen of belangen zijn geen doelstellingen van Bouwbesluit 2012.

3.2

Privaatrechtelijke eisen Vanuit de gebouweigenaar en/of diens verzekeraar is, naast het voldoen aan landelijke regelgeving op het gebied van brandveiligheid, de volgende eis gesteld: − Toepassing van een automatische sprinklerinstallatie voor het gehele gebouw en de toepassing van de CCV-certificatieschema's voor de verdere beperking van schade bij brand en de borging van de bedrijfscontinuïteit (zie UPD SPR). De afgeleide doelstelling van het sprinklersysteem is: De sprinklerbeveiliging moet een beginnende brand in een vroeg stadium detecteren, signaleren en onder controle houden, zodat het bestrijden ervan door de interne en externe brandbestrijdingsorganisaties kan plaatsvinden, binnen de context van het basisontwerp.

Pagina 10 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023 Opmerking: Met de context van het basisontwerp wordt bedoeld, het algemeen aanvaard niveau van beveiliging behorende bij de uitvoeringsnormen en normversies zoals genoemd in het UPD.

De automatische sprinklerinstallatie wordt in het kader van de publiekrechtelijke voorschriften op basis van artikel 1.3 van het Bouwbesluit (Gelijkwaardigheidsbepaling) ingezet wat betreft: - De beperking van de ontwikkeling van brand en rook (Bouwbesluit afd. 2.9) en de uitbreiding van brand (Bouwbesluit afd. 2.10). Hiermee wordt de ontwikkeling van brand en rook en een snelle uitbreiding van een brand in voldoende mate beperkt, doordat de sprinklerinstallatie de brand beheerst tot maximaal het maximale sproeivlak. -

De bestrijding van brand (Bouwbesluit afd. 6.7). Hiermee wordt voorzien in een zodanige voorziening voor de bestrijding van brand, dat brand binnen redelijke tijd kan worden bestreden, doordat de sprinklerinstallatie de brand beheerst tot maximaal het maximale sproeivlak.

-

Vluchten bij brand (bouwbesluit afd. 6.9). Hiermee wordt voorzien in de omstandigheid dat de condities van de grote ruimten, waarin de door de sprinklerinstallatie gecontroleerde brand heerst, dusdanig is dat het ontvluchten goed en veilig kan verlopen. Daarentegen is het aannemelijk te veronderstellen dat, uitgaande van een falende sprinklerinstallatie, de totale ontruimingstijd van het gebouw na aanvang van de brand niet langer is dan de weerstand tegen bezwijken van constructie die tevens is ontworpen om de van toepassing zijnde belastingen te dragen.

-

De constructieve sterkte bij brand (Bouwbesluit afd. 2.2) Voor wat betreft vluchten van vloeren gelegen op maximaal +8 m. Een bouwwerk kan bij brand gedurende redelijke tijd worden verlaten en doorzocht, zonder dat er gevaar voor instorting is. Hierin wordt voorzien doordat de sprinklerinstallatie een koelende werking heeft op het opwarmen van delen van de bouwconstructie met als gevolg dat de kritische temperatuur waarbij de sterke van delen van de bouwconstructie verzwakken, niet kan optreden. Voor wat betreft vluchten van vloeren gelegen op meer dan +8 m. Een bouwwerk kan bij brand gedurende redelijke tijd worden verlaten en doorzocht, zonder dat er gevaar voor instorting is. Hierin wordt voorzien doordat de sprinklerinstallatie een koelende werking heeft op het opwarmen van delen van de bouwconstructie met als gevolg dat de kritische temperatuur waarbij de sterke van delen van de bouwconstructie verzwakken, niet kan optreden. Echter, naarmate gebouwen over hoger gelegen verdiepingsvloeren beschikken neemt de ontruimingstijd toe, zodat niet volledig op de werking van de sprinklerinstallatie mag worden geleund. Dat betekent dat er maximaal 30 min verrekend mag worden op de eisen van het Bouwbesluit voor wat betreft de weerstand tegen bezwijken van de draagconstructie.

Pagina 11 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023 Opmerkingen: - Het aantal doelen waarvoor een voorziening als gelijkwaardigheid mag worden ingezet, is onbepaald. De sprinklerinstallatie mag voor meer dan één doel als gelijkwaardigheid worden ingezet. Slechts de gelijkwaardigheid moet worden aangetoond (bron advies 1306-1 ATGB). - De ATGB merkt tevens op dat het aantonen van de gelijkwaardigheid dat het risico van de afhankelijkheid van één voorziening voor het dienen van verschillende doelen moet worden meegewogen in de vergelijking. Naarmate gebouwen over meerdere bouwlagen beschikken, neemt namelijk de tijd om het gebouw bij brand te verlaten toe, dusdanig dat de bouwconstructie niet meer voorziet in een voldoende weerstand tegen bezwijken in geval van brand. Voor gebouwen met verblijfsvloeren hoger dan 8 m geldt dat sprake moet zijn van een extra bescherming van deze vluchtroutes, die eventueel ook door de brandweer kunnen worden gebruikt voor een binneninzet., zie verder paragraaf 3.3 en hoofdstuk 6.

Voor wat betreft de gedetailleerde onderbouwing van een gelijkwaardige veiligheid, zie verder paragraaf 3.3.

3.3

Beroep op gelijkwaardigheid Aan een voorschrift van Bouwbesluit 2012 behoeft niet te worden voldaan, indien het bouwwerk of het gebruik daarvan, anders dan door toepassing van het desbetreffende voorschrift, ten minste dezelfde mate van veiligheid biedt, als is beoogd met de voorschriften. Er wordt een beroep gedaan op het gelijkwaardigheidsbeginsel volgens art. 1.3. van Bouwbesluit 2012: Artikel Bouwbesluit

Onderwerp

Invulling

Motivatie

Art. nr. 2.83 lid 1

Indeling in brandcompartimenten

Grote brandcompartimenten op basis van NEN 6079 (automatische sprinklerinstallatie met inspectiecertificaat volgens CCV-inspectieschema)

Zie H4 Brandbeheersing

Art. nr. 2.83 lid 8

Nevenfuncties > 100 m2 (kantoor/bijeenkomstfunctie) gelegen in brandcompartiment met industriefunctie > 1.000 m2

NEN 6079 (automatische sprinklerinstallatie met inspectiecertificaat volgens CCV-inspectieschema)

Zie H4 Brandbeheersing

Art. nr. 2.84 lid 1

60 minuten WBDBO voor extra beschermde vluchtroutes (EBV) en omliggende ruimten

30 minuten WBD onder toepassing automatische sprinklerinstallatie in EBV's en met inspectiecertificaat volgens CCV-inspectieschema

Zie H5 Vluchtveiligheid

Art. 2.102 lid 4 t/m 7 Maximaal af te leggen loopafstan- Onderzoek rookverspreiding Zie H5 Vluchtveiligheid den in sub-brandcompartiment in grote ruimten en de beschikbaarheid vluchtroutes op basis van het Vultijdenmodel, uitgaande van de aanwezigheid van een automatische sprinklerinstallatie Art. 2.10 lid 1

30 minuten weerstand tegen be- Automatische sprinklerinstalzwijken voor vluchtroutes vanaf latie met inspectiecertificaat verblijfsvloeren < 8 m gelegen bui- volgens CCV-inspectieschema ten sub-brandcompartimenten

Zie H6 Constructieve brandveiligheid

Art. 6.28 lid 4

Slanglengte brandslanghaspels maximaal 30 m

Zie H9 Brandbestrijding eigen organisatie

Haspelwagens met maximaal 60 m slanglengte

Pagina 12 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023 Artikel Bouwbesluit

Onderwerp

Invulling

Motivatie

Art. 6.28 lid 4

Brandslanghaspel en/of haspelwagens aangesloten op de drinkwaterleiding

Brandslanghaspels en/of haspelwagens aangesloten op de sprinklerinstallatie

Zie H9 Brandbestrijding eigen organisatie

Art. 6.28 lid 1 i.c.m. NEN 6079

Een bouwwerk met een groot brandcompartiment heeft zodanige voorzieningen voor de bestrijding van brand, dat brand ook hier binnen redelijke tijd kan worden bestreden

Automatische sprinklerinstallatie met inspectiecertificaat volgens CCV-inspectieschema met brandslangaansluitpunten voor de interne brandbestrijding

Zie H11 Bluswatervoorzieningen brandweer (inpandig)

Tabel 8

Een aan een omgevingsvergunning verbonden gelijkwaardige oplossing dient tijdens de gebruiksfase van het gebouw blijvend in stand te worden gehouden. De eindverantwoordelijkheid ligt bij de gebouweigenaar.

Pagina 13 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023

4.

Brandbeheersing De kans op een snelle uitbreiding van brand moet in voldoende mate worden beperkt. In het kader van de publiekrechtelijke voorschriften is het doel het voorkomen van slachtoffers (gewonden en doden) en het voorkomen dat een brand zich uitbreidt naar een ander perceel. Het behouden van het bouwwerk en het voorkomen van schade aan het milieu, monumenten of maatschappelijke voorzieningen of belangen zijn geen doelstellingen van de overheid.

4.1

Brandcompartimentering (publiekrechtelijk)

4.1.1 Indeling in brandcompartimenten Het gehele gebouw wordt op basis van eis eigenaar voorzien van een automatisch sprinklersysteem met inspectiecertificaat volgens CCV-regeling 'Inspectie brandbeveiligingssystemen (VBBBMI-OAI-RBI) op basis van afgeleide doelstellingen'. Voor de indeling van het gebouw in brandcompartimenten wordt een beroep gedaan op het gelijkwaardigheidsbeginsel van art. 1.3 van Bouwbesluit 2012. Het gehele gebouw mag worden beschouwd als één groot brandcompartiment. Motivatie gelijkwaardige veiligheid grote brandcompartimenten Bij het beroep op gelijkwaardigheid moeten grotere brandcompartimenten en de inrichting daarvan zodanig zijn, dat er sprake is van een gelijkwaardige brandveiligheid waarbij aannemelijk wordt gemaakt dat ten minste aan de onderstaande overheidsdoelstellingen wordt voldaan: − De kans op menselijke slachtoffers tot een aanvaardbaar minimum beperken; en − De kans op schade aan een bouwwerk op een ander perceel tot een aanvaardbaar minimum te beperken (de beheersbaarheid van brand). De kans op menselijke slachtoffers tot een aanvaardbaar minimum te beperken is afgedekt door invulling te geven aan de eisen die aan vluchtroutes worden gesteld volgens afdeling 2.12 van Bouwbesluit 2012, al dan niet op basis van gelijkwaardigheid (zie verder hoofdstuk 5).

Er is een onderzoek naar de brandcompartimentering uitgevoerd gebaseerd op de NEN 6079 'Brandveiligheid voor grote brandcompartimenten – Risicobenadering'. Deze norm is in Nederland algemeen geaccepteerd als gelijkwaardige oplossing voor de indeling van gebouwen in grote brandcompartimenten. Het onderzoek is beschreven in het rapport BGB. Op basis van het uitgevoerd onderzoek is gebleken dat het gehele gebouw als één groot NEN 6079-compartiment mag worden beschouwd. Hiermee is een gelijkwaardige veiligheid aangetoond ten aanzien van het overheidsdoel ten aanzien van de beheersbaarheid van brand en wordt de kans op schade aan een bouwwerk op een ander perceel in voldoende mate voorkomen.

Pagina 14 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023

4.1.2 Nevenfuncties in brandcompartimenten met een industriefunctie Maximaal is op basis van de prestatie-eis van het Bouwbesluit 100 m2 aan nevenfuncties (kantoor- en bijeenkomstfuncties) toe te kennen aan een brandcompartiment met een industriefunctie met een omvang groter dan 1.000 m2 en tot maximaal 2.500 m2 aan gebruiksoppervlak. Voor onderhavig gebouw is sprake van een groot brandcompartiment waarvan een gelijkwaardige veiligheid is aangetoond op basis van NEN 6079. De norm staat toe dat in een het grote brandcompartiment met een industriefunctie, nevenfuncties met een grotere omvang mogen liggen. Op basis hiervan geldt, dat er geen eisen worden gesteld aan voorkomende nevenfuncties die in het grote brandcompartiment liggen. Zie ook rapport BGB.

4.1.3 Specifieke ruimten met verhoogd risico Het Bouwbesluit ziet technische ruimten met gebouwgebonden installaties groter dan 50 m2 gebruiksoppervlak en stookruimten (verbrandingsinstallaties met meer dan 130 kW nominaal vermogen) als ruimten met een verhoogd risico op het ontstaan en de ontwikkeling van brand. Om deze reden moeten deze ruimten, indien aanwezig, worden gecompartimenteerd. Technische ruimte > 50 m2 en stookruimten komen niet voor in het gebouw.

4.1.4 Interne brandscheidingen Op basis van de uitkomsten van het onderzoek volgens de NEN 6079 is vast komen te staan, dat er geen interne brandscheidingen benodigd zijn (zie rapport BGB). Opmerkingen: − Zie ook paragraaf 4.2 ten aanzien van de eisen voor interne brandscheidingen vanuit sprinklervoorschriften. − Zie ook paragraaf 5.4 ten aanzien van de eisen voor interne brandscheidingen vanuit vluchtveiligheid.

4.1.5 Voorzieningen ter voorkoming van brandoverslag naar de omgeving via de buitenlucht De indeling in grote brandcompartimenten is onderzocht volgens NEN 6079. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek is vast komen te staan dat alle gevels vanuit deze beschouwing niet brandwerend uitgevoerd hoeven te worden (zie rapport BGB). Opmerking: Zie ook paragraaf 4.2 ten aanzien van de eisen voor brandwerende gevels vanuit sprinklervoorschriften.

4.2

Maatregelen inzake externe risico's in relatie tot sprinklerbeveiliging

4.2.1 Ligging gebouw in relatie tot perceelsgrenzen Tussen het gesprinklerde gebouw en brandbare buitenopslag en/of gebouwen, bouwwerken op belendende percelen: 30 minuten WBDBO (Weerstand tegen BrandDoorslag en BrandOverslag) ten opzichte van de perceelgrens (van buiten naar binnen).

Pagina 15 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023

Analoog aan de methode zoals omschreven in PGS15:2016 sub 3.2.2 wordt t.a.v. de afstanden tot ongesprinklerde belendingen en/of buitenopslag het volgende aangehouden: − Afstand ≥ 10,0 m: WBO bijdrage 60 minuten; − Afstand ≥ 5,0 m en < 10,0 m: WBO bijdrage 30 minuten; − Afstand < 5,0 m: WBO bijdrage 0 minuten. Op basis van bovenstaande voorschriften zal in ieder geval de noordoostgevel, welke op 5 m van de perceelgrens is gelegen, ten minste 30 minuten brandwerend (volgens NEN 6069) worden uitgevoerd in de richting van buiten naar binnen. Op basis van bovenstaande voorschriften hoeven de overige gevels, welke op meer dan 5 m van de perceelgrens zijn gelegen, niet brandwerend te worden uitgevoerd in de richting van buiten naar binnen. Echter, In een overleg met de veiligheidsregio op 10 februari 2023 is besloten om de gevels op as 12 (noordoost) en op as A/09b-A/11a (deel zuidoost, naar Sligro) uit te voeren met steenwol in harde persing. Deze gevels worden aan de constructie vastgemaakt en bezwijken volgens de constructeur bij brand naar binnen.

4.2.2 Gebouwen en bouwwerken op eigen perceel Binnen een afstand van 10 m tot het onderhavige gebouw mogen zich geen ongesprinklerde gebouwen/-delen op hetzelfde perceel bevinden, tenzij de gevel van het onderhavige gebouw ten minste 60 minuten brandwerendheid is in de richting van buiten naar binnen (gezien vanuit het gesprinklerde gebouw). De fietsenstalling wordt om die reden op minimaal 10 m tot het gebouw geplaatst.

4.2.3 Brandbare buitenopslag Binnen een afstand van 10 m (of 1,5x de stapelhoogte van de buitenopslag, waarbij de grootste afstand bepalend is) tot het onderhavige gebouw mag zich geen brandbare buitenopslag bevinden, tenzij de betreffende gevel ten minste 60 minuten brandwerendheid is in de richting van buiten naar binnen. Conform het bij DLVD advies bekende terreinontwerp is geen sprake van brandbare buitenopslag binnen 10 m van het gebouw.

4.2.4 Opstelling vrachtwagens op het terrein Geparkeerde vrachtwagens binnen 10 m tot het gebouw worden beschouwd als brandoverslagrisico. Binnen een afstand van 10 m tot het onderhavige gebouw mogen geen vrachtwagens worden geparkeerd, tenzij de gevel ten minste 60 minuten brandwerendheid is in de richting van buiten naar binnen. Bij de loading docks van de expeditie zullen buiten werktijden vrachtwagens 'aangedockt' blijven staan. Aan de buitenzijde van de dockshelters moeten daarom extra (gevel)sprinklers worden

Pagina 16 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023

aangebracht, omdat er vrachtwagens zonder permanent toezicht 'aangedockt' blijven staan en de gevel niet brandwerend is uitgevoerd (zie verder UPD SPR). De gevelsprinklers worden aangebracht om brandoverslag van de vrachtwagens naar het gebouw in de beginfase van een brand te voorkomen, alsook een brand te signaleren en door te melden naar de brandmeldpost, waarna de gealarmeerde brandweer de bluswerkzaamheden kan voortzetten. Daarnaast zijn geen parkeerplaatsen voor het onbeheerd parkeren van vrachtwagens binnen 10 m van de gevel, aangeduid op het detailontwerp.

4.2.5 Opstelling personenauto's op het terrein Laadpunten ten behoeve van elektrisch aangedreven personenauto's of tweewielers worden als gezien en als zodanig op minimaal 10 m afstand tot het gesprinklerde gebouw geplaatst. Veiligheidsregio Hollands-Midden ziet ook andere motorvoertuigen (personenauto's, motorfietsen, scooters, etc.) als brandbare buitenopslag en zijn als zodanig op minimaal 10 m afstand tot het gesprinklerde gebouw geplaatst. Toelichting: Personenauto's worden in het kader van de certificering van de sprinklerbeveiliging niet beschouwd als brandbare buitenopslag. Dit is een algemeen in Nederland toegepaste zienswijze t.a.v. het parkeren van personenauto's in de daartoe ingerichte parkeervakken. Opstelling van personenauto's mag geen permanent karakter hebben.

4.2.6 Trafo-opstellingen De trafo-opstellingen vormen een brandoverslagrisico en worden als zodanig op ten minste 10,0 m afstand tot het onderhavige gebouw geplaatst.

4.2.7 Opstelling omvormers Omvormers van PV-systemen worden als brandoverslagrisico gezien en moeten bij een buitenopstelling als zodanig op meer dan 10 m afstand tot het gesprinklerde gebouw worden geplaatst. Optioneel kunnen dergelijke opstellingen d.m.v. een 60 minuten brandwerende scheiding worden afgeschermd van het onderhavige gebouw of worden beveiligd met gevelsprinklers, mits geheel gelegen binnen 3 m afstand van de niet brandwerende gevel van het onderhavige gebouw. Advies veiligheidsregio Hollands-Midden "Wij adviseren de omvormers te plaatsen op een brandwerende ondergrond (minimale WBDBO van 60 minuten), vrij te houden van andere objecten en de ruimte te voorzien van detectie. Deze adviezen staan tevens in het document ‘Handreiking risicobeheersing Advies veilige PV systemen’ van Brandweer Nederland, welke bij de aanvrager bekent is. Tevens wordt in dit document ook benoemd, dat indien er een grotere installatie wordt geplaatst (wat het geval is indien het gehele dak wordt voorzien van PV panelen), aanbevolen wordt de omvormer (transformatorhuis) buiten te plaatsen."

Pagina 17 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023

4.2.8 Uitvoering sprinklerpompruimte Overeenkomstig NEN-EN 12845 + NEN 1073 geldt dat de pompset moet worden opgesteld in een ruimte met een brandwerendheid van ten minste 60 minuten. Het doel van deze brandwerendheidseis is de bescherming van de pompset tegen nadelige invloeden van buitenaf. In het UPD SPR is vastgelegd, dat deze eis een WBDBO-eis betreft, waarbij voor de richting van de brandwerendheid in relatie tot dit doel van buiten naar binnen (gezien vanuit de pompruimte) van toepassing is. De ruimte mag alleen worden gebruikt voor brandbeveiligingsdoeleinden in relatie tot de sprinklerbeveiliging.

4.2.9 Overige maatregelen Verder geldt o.a. op basis van de sprinklerbeveiliging dat bepaalde ruimten ongesprinklerd mogen worden gelaten, mits er aan de voorwaarden overeenkomstig UPD is voldaan. Zie verder hoofdstuk 5 van het UPD SPR.

4.3

Uitvoering brandscheidingen

4.3.1 Zelfsluitendheid beweegbare constructieonderdelen Alle beweegbare constructieonderdelen voorkomend in inpandige (sub-)brandcompartimentsscheidingen moeten in geval van brand zelfsluitend zijn. Voor beweegbare constructieonderdelen, welke brandwerende eigenschappen moeten bezitten voorkomend in gevels, geldt geen eis ten aanzien van zelfsluitendheid. Loopdeuren De zelfsluitende functie kan voor loopdeuren mechanisch worden gerealiseerd (deurdrangers). Als het vanuit de gebruiker wenselijk is, dat deze bijvoorbeeld vanwege de vele interne bewegingen in open stand moeten blijven, kan deze deur met een vrijloopdeurdranger of kleefmagneet in open stand worden gehouden. Aan weerszijden van de brandscheiding ter plaatse van de doorgang moeten automatische melders worden aangebracht, zodat de loopdeur in geval van een brand zonder vertraging wordt dicht gestuurd. Uitvoering overeenkomstig NEN 2535 bijlage C.

4.3.2 Eisen aan brandwerende constructies Bouwdelen en bouwproducten die brandwerende eigenschappen moeten bezitten, moeten voldoen aan de NEN 6069 'Experimentele bepaling van de brandwerendheid van bouwdelen en bouwproducten en het classificeren daarvan'. Deze norm geeft methoden voor de beproeving en klassering van de brandwerendheid van bouwdelen en bouwproducten. Zie bijlage voor wat betreft gedetailleerde informatie over de WBDBO-criteria volgens NEN 6069. Zie paragraaf 5.4.2 voor wat betreft de eisen ten aanzien van de weerstand tegen rookdoorgang volgens NEN 6075.

Pagina 18 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023

4.3.3 Doorvoeringen brandscheidingen De uitvoering en afwerking van doorvoeringen (leidingen, kanalen, kabels, kabelgoten e.d.) in brandscheidingen is zodanig, dat de benodigde brandwerendheid van deze scheidingen niet negatief wordt beïnvloed. Brandveilige doorvoeringen voldoen aan de gestelde WBD-eis volgens NEN 6069 en de NEN-EN 1366 serie. Na het aanbrengen of wijzigen van een kabel-, leiding- of andere doorvoer in of door een scheidingsconstructie, waarvoor een eis met betrekking tot de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag of rookdoorgang geldt, dient de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag of rookdoorgang op adequate wijze te worden gecontroleerd.

4.3.4 Aansluitingen brandscheidingen De aansluiting van de brandscheiding op het dakvlak en gevels moeten in relatie tot de WBDBOeis voldoende brandwerend worden uitgevoerd en voldoen aan NEN 6069. Opmerkingen: − De uitwerking van de brandwerende aansluitingen moet in het detailontwerp worden vastgelegd (verantwoordelijkheid van derden). − Van brandwerende dak- en gevelaansluitingen zijn zeer beperkt beproefde referentiedetails bekend. Als een detail van een brandwerende aansluiting afwijkt van een beproefd referentiedetail, dan dient met een kwaliteitsverklaring te worden aangetoond dat het detail voldoende brandwerend is in relatie tot de WBDBO-eis en overeenkomstig de NEN 6069. Dergelijke kwaliteitsverklaringen kunnen uitsluitend door een hiertoe erkende instelling worden afgegeven (bijvoorbeeld door Efectis of Peutz).

4.4

PV-installatie De publiekrechtelijke voorschriften in het Bouwbesluit 2012 zijn van toepassing. Bij de installatie van zonnepanelen moet worden voldaan aan de norm NEN 1010. De NEN 1010 beoogt onder andere het voorkomen van brand (bron: brief Beantwoording van vragen over zonnepanelen op daken kenmerk DGKE-WO / 21243945 d.d. 22 november 2021 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Klimaat). Stand van zaken PV-installaties in relatie tot bouwvoorschriften In Nederland is NEN in opdracht van het ministerie van BZK begonnen met een project om de risico’s in kaart te brengen, gerelateerd aan verschillende PV-gerelateerde branden. Dit moet bij gebleken noodzaak leiden tot aanvullende methoden waarmee de brandrisico’s van PV-installaties zijn te beoordelen en voldoende te beheersen. Ten tijde van het opstellen van dit rapport is er nog geen uitkomst van het project, dan wel gewijzigde voorschriften bekend. Het is aan te bevelen om vroegtijdig en voor de realisatie van het gebouw de eisen van de verzekeraar te inventariseren.

Pagina 19 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023

Detailontwerp Voor de uitwerking van het detailontwerp van het PV-systeem (door derden) wordt verwezen naar de Handreiking Advies veilige PV-systemen van Brandweer Nederland (te downloaden via www.nipv.nl). De belangrijkste voorzieningen zijn: − Bij plaatsing van zonnepanelen op het dak moet worden voorkomen dat een eventuele brand in de PV-installatie zou kunnen leiden tot een brand met een omvang die door de (inpandige) sprinklerinstallatie niet of niet voldoende kan worden gecontroleerd: – De bovenzijde van het dak(deel) waarop de panelen worden opgesteld moet van een niet-brandgevaarlijke kwaliteit zijn overeenkomstig NEN 6063 ('vliegvuurbestendig'); – De dakisolatie moet (ter plaatse van de panelen) bestaan uit minerale wol of PIR met FM-approval (dit betreft PIR met brandklasse B (volgens NEN-EN 13501-1) waarin een brand zich niet zonder energietoevoer van buitenaf kan voortplanten); – Als de dakisolatie (ter plaatse van de panelen) bestaat uit een ander materiaal dan minerale wol of PIR met FM-approval, dan moeten de omvormer(s) zo dicht mogelijk bij de PV-panelen worden opgesteld of er moeten micro-omvormers per paneel worden toegepast. – De bovenzijde van het dak van het gebouw moet voldoen aan NEN 6063.

− Bij een opstelling van de omvormers op het dak moeten de omvormers op een onbrandbare ondergrond (voldoet ten minste aan brandklasse A2 volgens NEN-EN 13501-1 en op minimaal 1,5 m van de PV-panelen worden geplaatst om branduitbreiding via de dakbedekking en dakisolatie te voorkomen. Bij opstelling inpandig gelden geen bijzondere voorwaarden. − Voor de indeling van het dak dient een vakindeling van ca. 40 bij 40 m (1.600 m2) te worden aangehouden. − De brandscheidingsstroken zijn minimaal 1 m breed in een richting en 2 m breed in de richting hier haaks op. Voor gebouwen smaller dan 40 m hoeft maar een strook van 1 m breed per 40 m lengte te worden gerealiseerd. Deze gangpaden zullen ook voor het regulier onderhoud van belang zijn.

Pagina 20 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023

−

De directe omgeving van dakdoorvoeringen, lichtkoepels en -straten dient rondom tenminste 1,0 m vrij gehouden te worden van zonnepanelen om direct vlamcontact te voorkomen.

Bereikbaarheid dak voor de brandweer − Het dak moet goed bereikbaar zijn voor de brandweer, bij voorkeur via twee onafhankelijke routes. Voor de projectie van deze routes moet rekening worden gehouden met enige afstand, dusdanig dat brandweerpersoneel geen last ondervindt van rook, rekening houdend met de windrichting. − Elke toetreding dient qua afmetingen geschikt te zijn voor personen met ademluchtbescherming. Een kooiladder is niet geschikt. − Voor wat betreft de positie van dakluiken nabij de dakranden geldt dat deze binnen de contouren voor veilige daktoetreding liggen, of dat er voorzieningen worden getroffen ter beperking van valgevaar. − Nabij de toegang tot het dak voor de brandweer wordt voor de afname van bluswater een brandslangaansluitpunt voorzien. Zie het detailontwerp op welke wijze het dak door de brandweer kan worden betreden. De bereikbaarheid en de voorzieningen voor de brandweerinzet dienen verder ter beoordeling voor de veiligheidsregio. Dakwerkzaamheden (aanleg en onderhoud) − Het dak wordt ontworpen en aangelegd volgens NEN 6050 'Ontwerpvoorwaarden voor brandveilig werken aan daken - Gesloten dakbedekkingssystemen'. Deze norm geeft voorwaarden om de kans op het ontstaan van brand bij werkzaamheden aan daken met gesloten dakbedekkingen te beperken. Deze norm is van toepassing bij alle werkzaamheden aan daken met gesloten dakbedekkingssystemen.

− Werkzaamheden worden uitgevoerd door een partij of partijen die in het bezit zijn van het KOMO procescertificaat BRL4702, waarmee de kwaliteit van uw proces dakdekken wordt door middel van externe controles gewaarborgd. Kwaliteitsborging Conform SCIOS Scope 12. De SCIOS Scope 12 inspectie is de nieuwe inspectiestandaard die in 2020 door het Verbond van Verzekeraars samen met deskundigen uit de PV-panelen en inspectiebranche in het leven is geroepen en is ontwikkeld om de (brand)veiligheid van PV-installaties te waarborgen. Bij deze keuring controleert de inspecteur alle componenten van de installatie op elektrische veiligheid en brandrisico. Restrisico Ondanks deze beheersmaatregelen wordt erop gewezen dat er altijd een restrisico zal blijven bestaan bij een eventuele brand t.p.v. de PV-installatie, maar dat dit risico als een acceptabel restrisico is te aanvaarden.

Pagina 21 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023

4.5

Brandscenario's Voor het gesprinklerde gebouw zijn diverse brandscenario's denkbaar. In de volgende sub-paragrafen zijn de meest voor de hand liggende brandscenario's beschreven, als ook de mate waarin het gebouw hiertegen is beveiligd.

4.5.1 Brand in het gebouw Bij een beginnende brand zal in een vroeg stadium de sprinklerinstallatie automatisch worden aangesproken. Een brand in het gebouw is onder toepassing van een sprinklerinstallatie een lokale brand. Dit is een brand waarbij slechts een beperkte hoeveelheid van de vuurlast in het brandcompartiment betrokken is (niet meer dan het max. sproeivlak van de sprinklerinstallatie). De meeste ontwerpnormen geven bij een automatisch sprinklersysteem aan, dat deze in beginsel dient om een brand beheersbaar te houden, dan wel gecontroleerd te laten verlopen. In de VS spreekt men dan ook over 'control mode application' (beheerstoepassing). Fysisch betekent dit, dat aan de prestatie (zoals in de norm beschreven is) wordt voldaan, als de warmte die vrijkomt bij een brand, kan worden opgenomen door het sprinklerwater. De brand is dan beheerst en wordt niet oncontroleerbaar groot. Er is maar één type sprinklersysteem dat verder moet gaan dan beheersen, namelijk onderdrukken (de 'suppression mode'), en dat is een sprinklersysteem op basis van het 'ESFR (Early Suppression Fast Response)' concept (N.B. 'ESFR' is een term op basis van NFPA, FM hanteert hiervoor de term 'quick response sprinkler', dit betreft hetzelfde type sprinklers).

Voor onderhavig gebouw worden in het warehouse (waar de grootste vuurlast aanwezig is) quick response sprinklers voorgeschreven, zie UPD SPR. Fysisch betekent dit, dat aan de prestatie wordt voldaan, als de warmte die vrijkomt bij een brand minder is, dan het koelend vermogen van het sprinklerwater. De brand verloopt dan meer beheerst en wordt zelfs kleiner. De kans dat daadwerkelijk wordt geblust, is daarmee aanzienlijk groter dan bij het 'control mode'-concept. De brandweerinzet heeft betrekking op het afwerken van een door de sprinklerinstallatie gecontroleerde of gebluste brand. Praktisch gezien wordt gedacht aan de eindcontrole van de brandhaard en uitsluitend nadat de brandweer heeft beoordeeld dat de condities in het gebouw veilig zijn bevonden voor toetreding. Deze werkzaamheden vallen buiten de huidige opzet van het kwadrantenmodel. Ter ondersteuning van de repressieve inzet door de brandweer voor de nacontrole van de door de sprinklerinstallatie gecontroleerde of gebluste brand, zijn voorzieningen nodig voor het afblussen van de brand aanwezig (brandslangaansluitpunten en O-bundels, zie hoofdstuk 11). Het gesprinklerde gebouw is in relatie tot de omgeving dusdanig vrij gelegen, dat een brand conform de NEN 6079 geen brandoverslagrisico voor de omgeving vormt.

Met de indeling in grote brandcompartimenten onder toepassing van een automatische sprinklerinstallatie is voldaan aan de doelstelling van de overheid in het kader van de brandveiligheid

Pagina 22 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023

(brandbeheersing), zijnde de ongehinderde uitbreiding van een brand te beperken tot een gedeelte van het gebouw.

4.5.2 Brand op het dak (PV-systeem) Bij het in brand geraken van een paneel zal de brand zich uit kunnen breiden naar de direct aanliggende panelen binnen hetzelfde vak van maximaal 1.600 m2 (40 x 40 m). Er moet worden uitgegaan worden van het uitbranden van één vak. Tussen de vakken wordt brandoverslag van het ene naar het andere vak niet verondersteld, vanwege de vrije ruimte tussen de vakken. Ter ondersteuning van de repressieve inzet door de brandweer bij een brand op het dak van het gebouw, zijn voorzieningen voor het afblussen van de brand aanwezig (brandslangaansluitpunt nabij daktoetreding, zie hoofdstuk 11). Op basis van de beheersmaatregelen is de kans op het ontstaan van een brand op het dak in de PV-installatie en de mate van branduitbreiding, rekening houdend met de opbouw van het dakpakket, de vakindelingen en de voorzieningen voor de repressieve inzet voor de brandweer het risico op een afbrandscenario tot een aanvaardbaar minimum beperkt.

4.5.3 Brand aangedockte vrachtwagens Bij een vrachtwagenbrand kunnen één of meerdere vrachtwagens deelnemen aan de brand. Er worden gevelsprinklers aangebracht om brandoverslag naar het gebouw in de beginfase van een brand te voorkomen, alsook een brand te signaleren en direct door te melden naar een alarmcentrale, waarna de gealarmeerde brandweer de bluswerkzaamheden kan voortzetten. Voor de bestrijding van deze brand door de brandweer is op het terrein ter plaatse van de docks voorzien in bluswatervoorzieningen (zie verder hoofdstuk 11).

4.5.4 Brandrisico's op het perceel Brandrisico's op het eigen perceel zijn gelimiteerd door de toepassing van de sprinklervoorschriften door bijvoorbeeld de voorgeschreven vrije afstand van brandoverslagrisico's (gebouwen, bouwwerken en opslag) tot het gebouw in acht te nemen. Hiertoe is het risico op branduitbreiding van een eventuele brand op het perceel naar het gesprinklerd gebouw zeer onwaarschijnlijk.

4.5.5 Brandrisico's buiten het perceel Het gebouw is in relatie tot de omgeving dusdanig vrij gelegen, dat een brand op naburige percelen conform de sprinklervoorschriften geen brandoverslagrisico vormt voor het gebouw.

4.5.6 Brandrisico's externe factoren Er is voorzien in een vliegvuurbestendige dakbedekking ter beperking van een dakbrand door vuurwerk (vuurpijl op dak) of door een bij brand op naastgelegen percelen ontstane vonkenregen.

Pagina 23 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023

5.

Vluchtveiligheid Een gebouw heeft zodanige vluchtroutes dat bij brand een veilige plaats kan worden bereikt.

5.1

Vluchtconcept Uitgangspunt is dat op elk punt van een voor personen bestemd gedeelte van een vloer een vluchtroute begint, die leidt naar het aansluitende terrein en vandaar naar de openbare weg, welke te beschouwen is als een veilige plaats.

5.2

Menskenmerken In § 6.5 van de in de Integrale nota van toelichting van Bouwbesluit 2012 zijn de algemene uitgangspunten voor brandveiligheid beschreven. Daarin wordt aangegeven dat aanwezige personen worden geacht, zelfstandig en zonder hulp van de brandweer uit het gebouw te kunnen vluchten. De aanwezige personen (medewerkers) zijn bekend met het gebouw. Mensen die niet bekend zijn (bezoekers), zijn onder begeleiding van het personeel in het gebouw aanwezig. Alle aanwezige personen in het gebouw zijn zelfredzaam en kunnen zelfstandig of met behulp van anderen aanwezige personen het gebouw verlaten, al dan niet ondersteund door de BHV-organisatie.

5.2.1 Doel vluchtconcept Het vluchtconcept voor onderhavig gebouw geeft ten minste invulling aan een: − omstandigheid dat de door brand bedreigd gebied binnen één minuut kan worden verlaten; − omstandigheid waarbij de door brand bedreigde grote ruimten (magazijnen) met langere loopafstanden veilig kunnen worden verlaten (op basis van gelijkwaardigheid met behulp van het Vultijdenmodel). − omstandigheid waarbij de ontruimingstijd van het gehele gebouw niet langer is dan 15 min vanaf het moment nadat alle personen de door brand bedreigde ruimte hebben verlaten. In het vervolg van dit hoofdstuk zijn de benodigde voorzieningen voor wat betreft het vluchtconcept uitgewerkt.

5.3

Sub-brandcompartimentering Een sub-brandcompartiment is een gedeelte van een bouwwerk dat binnen de begrenzing van een brandcompartiment ligt of daarmee samenvalt, bestemd voor beperking van verspreiding van rook of verdere beperking van het uitbreidingsgebied van brand. Het gebouw moet ter plaatse van de kantoorgedeelten worden ingedeeld in sub-brandcompartimenten ter ondersteuning van veilig vluchten, omdat: − De uitgangen van het sub-brandcompartiment anders niet binnen de prestatie-eisen voor wat betreft de maximale loopafstand kunnen worden bereikt en hierdoor het sub-brandcompartiment niet binnen één minuut door iedereen kan worden verlaten. − Het kantoorgedeelte groter is dan 250 m2 overeenkomstig de randvoorwaarden die vanuit het Vultijdenmodel wordt gesteld voor aan de grote ruimte aangrenzende ruimte.

Pagina 24 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023

−

Er op elk punt van een voor personen bestemde vloer in een door brand bedreigd subbrandcompartiment ten minste één vluchtroute moet beginnen met een op die vluchtroute te overbruggen hoogteverschil naar een uitgang van het sub-brandcompartiment van ten hoogste 4 m (geldt niet voor industriefuncties en bouwwerken geen gebouw zijnde).

Toelichting: − Bovenstaande impliceert dat een vluchtroute in een sub-brandcompartiment met een hoogteverschil van meer dan 4 m wel dienst kan doen als vluchtroute alleen uitgaande van een in art 2.1 lid 5 van de Regeling Bouwbesluit 2012 geschetste situatie waarbij er sprake is van een brand in een ander sub-brandcompartiment (mits het aansluitende terrein door iedereen kan worden bereiken binnen 15 minuten). − De vluchtroute(s) in een ander brandcompartiment hoeven niet te voldoen aan de eisen van een (extra) beschermde vluchtroute, aangezien er geen sprake is van slechts een enkele vluchtroute vanuit het betreffende sub-brandcompartiment.

De nadere uitwerking van dit standpunt is in het vervolg van deze paragraaf beschreven en vastgelegd in het detailontwerp.

5.3.1 Uitwerking maximale loopafstand vluchtroutes binnen sub-brandcompartimenten Er worden eisen gesteld aan de loopafstand vanuit een punt in een gebruiksgebied tot een uitgang van het sub-brandcompartiment. De eisen aan de loopafstand zijn afhankelijk van de gebruiksfunctie en het aantal personen in het sub-brandcompartiment: Aantal personen per m2 GO

Maximale loopafstand tot toegang (sub-)brandcompartiment (m)

Van toepassing op

> 1 persoon per 12 m2

30

Alle gebruiksfuncties

1 persoon per 12-30 m2

45

Industriefunctie Kantoorfunctie

< 1 persoon per 30 m2

60

Industriefunctie

Afhankelijk van uitkomsten onderzoek gelijkwaardigheid in relatie tot doorstroomcapaciteit

> 60

Grote ruimten, op basis van gelijkwaardigheid

Tabel 9

Uitgangspunt maximale loopafstanden voor het ontwerp De indeling van het onderhavig gebouw in (sub-)brandcompartimenten moet dusdanig worden opgezet dat, uitgaande van de ontwerpwaarde voor de persoonsbezetting (zie par. 5.2) wordt voldaan aan de eisen ten aanzien van de maximale loopafstanden: Gebruiksfunctie

Maximale loopafstand tot toegang (sub-)brandcompartiment (m)

Industriefunctie (magazijnen)

Op basis van gelijkwaardigheid (zie rapport VTM)

Industriefunctie (mezzanines)

60

Kantoorfunctie

30

Bijeenkomstfunctie

30

Tabel 10

Pagina 25 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023

Bij het beoordelen of aan de eisen van de maximale loopafstand wordt voldaan, wordt onderscheid gemaakt in: − de werkelijke loopafstand; − de gecorrigeerde loopafstand. De werkelijke loopafstand moet worden aangehouden bij de beoordeling op verblijfsruimteniveau en bij een niet nader in te delen gebruiksgebied. De gecorrigeerde loopafstand is de loopafstand waarbij constructieonderdelen die geen deel uitmaken van de bouwconstructie, buiten beschouwing worden gelaten en waarbij de loopafstand, voor zover deze door een gebruiksgebied voert, met 1,5 wordt vermenigvuldigd. Bij de gecorrigeerde loopafstand hoeft dus alleen rekening te worden gehouden met dragende wanden en brandwerende wanden. Als de wanden niet dragend of brandwerend zijn, hoeft de loopafstand niet via de deur te voeren, ook niet bij de wand tussen gebruiksgebied en verkeersruimte. De gecorrigeerde loopafstand geldt vanaf een punt in een gebruiksgebied. Deze afstand moet dus niet alleen worden gecontroleerd voor een punt in een verblijfsgebied, maar ook voor een punt in een functiegebied (ruimte waar kenmerkende activiteiten plaatsvinden). De aanvrager van een omgevingsvergunning kan eventueel kiezen verblijfsgebieden aan te merken welke niet nader worden ingedeeld. Ruimten kunnen hierdoor groter worden gemaakt, aangezien in dit geval alleen hoeft te worden uitgegaan van de werkelijke loopafstand.

Nadeel is dat bij toekomstige indelingen een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd. Er zijn gebruiksgebieden bekend die de bestemming krijgen om niet nader te worden ingedeeld. Het betreft de verdieping van kantoor 1 en mezzanine 01. Het ontwerp moet rekening houden met de omstandigheid dat de andere gebruiksgebieden nader kunnen worden ingedeeld. Het recht van vrije indeelbaarheid wordt hiervoor niet opgeheven. Industriefunctie Op basis van de persoonsbezetting in de industriefunctie (groot brandcompartiment) moet in basis worden uitgegaan van een gecorrigeerde loopafstand van maximaal 60 m. Binnen deze afstand kan, rekening houdend met de flexibele opstelling van magazijnstellingen, niet op elk punt een toegang van het brandcompartiment worden bereikt. Motivatie gelijkwaardige veiligheid Voor de indeling van het gebouw in grote brandcompartimenten wordt een beroep gedaan op het gelijkwaardigheidsbeginsel van art. 1.3 van Bouwbesluit 2012. Bij grote brandcompartimenten worden loopafstanden dusdanig opgerekt, dat er niet kan worden voldaan aan de prestatieeis van het Bouwbesluit. Op basis van een onderzoek naar de rooklaagontwikkeling is aangetoond, dat de te overbruggen loopafstanden in de magazijnen binnen de criteria van het Vultijdenmodel veilig kunnen worden afgelegd. Een indeling in sub-brandcompartimenten is hier niet vereist.

Het onderzoek is beschreven in het rapport VTM.

Pagina 26 van 56

DC Logistic Centre 1220 – Gouda Document nr.: 11609-1/BBC Revisie: I Datum: 28 februari 2023

Bouwwerk geen gebouw zijnde (magazijnstellingen > 3 m) Voor magazijnstellingen > 3 m geldt dat voorkomen moet worden dat personen worden ingesloten in geval van brand. De loopafstand van een doodlopend eind in gangpaden (situatie waarbij in een gangpad slechts in één richting kan worden gevlucht) is maximaal 10 m. Lange doodlopende einden kunnen worden voorkomen door de stellingen niet kort op de gebouwconstructie te situeren (ten minste 0,85 m afstand tot deze delen) en/of het onderste niveau van de stellingen vrij te maken van opslag, zodat hier een verkeersroute (zie ook par. 5.6.1) ontstaat. Kantoorfunctie Op basis van de persoonsbezetting in het sub-brandcompartiment met de kantoorfuncties moet worden uitgegaan van een gecorrigeerde loopafstand van maximaal 30 m. Binnen deze afstand kan op elk punt een toegang van het sub-brandcompartiment worden bereikt. Bijeenkomstfunctie Er moet worden uitgegaan van een gecorrigeerde loopafstand van maximaal 30 m. Binnen deze afstand kan op elk punt een toegang van het sub-brandcompartiment worden bereikt.

5.4

Weerstand tegen branddoorslag en rookdoorgang sub-brandcompartimenten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=9d10d51c-cf60-4a4f-91fe-a2b3dabd3949