Bijlage 4_CONCEPT werkafspraken COA_Duurzaam AZC
Tekst van het document
CONCEPT Aanvullende Werkafspraken inzake de opvanglocatie aan de Groningenweg 6 Gouda Versie: 16 september 2025 (dossiernummer 1558652)
Aanvullende Werkafspraken behorende bij de Bestuursovereenkomst van 15 september 2025 tussen het COA en de gemeente Gouda inzake de opvanglocatie aan Groningenweg 6 te Gouda. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) hierbij vertegenwoordigd door de regiomanager Opvang & Begeleiding, mevrouw Jeike van der Ziel, en de regiomanager Bijzondere Opvang (AMV), mevrouw Judith van der Laar, en De gemeente Gouda, gevestigd aan het Burgemeester Jamesplein 1 te Gouda, hierbij vertegenwoordigd door de heer Jan Kees Oppelaar, de portefeuillehouder ruimtelijke ordening & strategisch grondbeleid, hebben ter uitwerking van artikel 7 van bovengenoemde Bestuursovereenkomst de volgende afspraken gemaakt.
Ondertekening: GOUDA ,.
GOUDA,.
[ datum ] gemeente Gouda
[ datum ] Centraal Orgaan opvang asielzoekers
Jan Kees Oppelaar wethouder ruimtelijke ordening & strategisch grondbeleid
Jeike van der Ziel regiomanager Opvang & Begeleiding
Judith van der Laar Regiomanager Bijzondere Opvang (AMV)
2
Inhoudsopgave Toelichting Aanvullende Werkafspraken ........................................................ 4 0. Algemeen ............................................................................................ 5 1. Organisatie en omgeving COA .......................................................... 5 1.2 Communicatie en overleg ..................................................................... 5 1.3 Instellen klankbordgroep ....................................................................... 6 1.4 Klachtenafhandeling ............................................................................. 7 1.5 Veiligheid .............................................................................................. 7 1.6 Monitoring en rapportage ...................................................................... 7 1.7 Evaluatie ............................................................................................... 8 1.8 Aanpassingen en maatregelen in de omgeving .................................... 8 1.9 Begeleiding ........................................................................................... 9 1.9.1 Begeleiding Regulier ................................................................... 9 1.9.2 Begeleiding AMV ......................................................................
11 1.10 Vrijwilligers.......................................................................................... 12 1.11 Bedrijfsvoering .................................................................................... 12 2. Onderwijs .......................................................................................... 12 3. Gezondheidszorg.............................................................................. 13 3.1 Algemeen ........................................................................................... 13 3.2 Vergoeding zorgkosten ....................................................................... 14 3.3 Jeugdhulp ........................................................................................... 14 4. Vergoeding (zorg)kosten door gemeentebestuur .......................... 15 5. Openbare orde en veiligheid ............................................................ 15 6. Opvanglocatie ................................................................................... 17 Bijlagen: .......................................................................................................... 17
3
Toelichting Aanvullende Werkafspraken In artikel 7 van de Bestuursovereenkomst is opgenomen dat het gemeentebestuur en het COA nadere werkafspraken kunnen maken over de opvanglocatie en deze vastleggen in een separaat document ‘Aanvullende Werkafspraken’. Indien bepaalde – aanvullende - zaken voor de gemeente belangrijk zijn om vast te leggen, dan kan dit in overleg met de regiomanager Opvang & Begeleiding Jeike van der Ziel.en/of met de regiomanager Bijzondere Opvang Judith van der Laar. Het betreft hier aanvullingen en uitwerkingen op de in de Toelichting Bestuursovereenkomst genoemde informatie. Dit kunnen afspraken zijn op het terrein van de organisatie van en diensten op de opvanglocatie. Dit gebeurt onder erkenning van elkaars bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Tevens zal per thema worden ingegaan op de wettelijke verantwoordelijkheden van partijen, waarbij wordt verwezen naar relevante informatie.
4
0. Algemeen De opvanglocatie betreft een AZC waarbij er volwassenen en gezinnen (Regulier) worden gehuisvest en tevens kinderen van 15- 18 jaar die in Nederland zijn zonder ouders of andere wettelijke vertegenwoordiger (Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen, verder AMV). Er is onderscheid in de wijze waarop deze doelgroepen worden gehuisvest en begeleid. Daar waar nodig zal dit onderscheid in deze werkafspraken terugkomen. Indien dit onderscheid niet specifiek genoemd wordt, gelden de afspraken voor beide doelgroepen.
1. Organisatie en omgeving COA 1.1 Wettelijke taak COA Het COA bestaat sinds de ingang van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers (1994). In deze ‘Wet COA' zijn de volgende taken vastgelegd voor het zelfstandig bestuursorgaan Centraal Orgaan opvang asielzoekers:
onderdak bieden aan asielzoekers hen begeleiden naar een toekomst in Nederland of daarbuiten opvanglocaties verwerven en beheren de veiligheid en leefbaarheid in de opvanglocaties handhaven, en asielzoekers voorzien van noodzakelijke middelen
Het COA zorgt voor een adequate aanpassing, inrichting en instandhouding van de opvanglocatie in overeenstemming met de ter zake geldende wettelijke en gemeentelijke regelgeving. Hiervoor dient het COA voor de opvanglocatie in het bezit te zijn van de benodigde vergunningen. Meer informatie over de wettelijke taak van het COA: https://www.coa.nl/nl/organisatie
1.2
Communicatie en overleg
Bij de vestiging van een nieuwe opvanglocatie zijn veel partijen betrokken met soms uiteenlopende belangen. 1. Tot de datum van ingebruikname van de opvanglocatie is het gemeentebestuur in eerste aanleg verantwoordelijk voor de communicatie hierover met haar inwoners. Indien gewenst, zal het COA hierbij ondersteunen. Het COA zal daarnaast voor inhoudelijke expertise aanwezig zijn bij informatieavonden, individuele gesprekken met bewoners en overige nader te bepalen overleggen met inwoners. Dit geldt onder meer voor bewonersbijeenkomsten in het kader van het vergunningentraject. Dergelijke bijeenkomsten zijn bedoeld om bewoners te informeren, hen gelegenheid te geven invloed uit te oefenen en om draagvlak te creëren. 2. Het gemeentebestuur ontwikkelt, in afstemming met het COA, een communicatieplan voor de periode voordat de eerste asielzoekers worden gehuisvest. Het COA ontwikkelt, in afstemming met het gemeentebestuur, een communicatieplan voor de periode vanaf de huisvesting van de eerste asielzoekers. 3. Het COA informeert, in overleg met het gemeentebestuur, de belanghebbenden over de uitbreiding(en) van het aantal capaciteitsplaatsen en over het voortzetten van de opvang gedurende de komende 25 jaar. Goed contact met de omgeving is belangrijk. Het COA zet zich in om buurtbewoners en bewoners van de opvanglocatie met elkaar te laten kennismaken.
De locatiemanager onderhoudt contact met onder meer de
5
4.
5.
6.
7.
gemeente, de wijkagent, de plaatselijke winkeliersvereniging en sociaal-culturele organisaties. Het COA en de gemeente verstrekken elkaar informatie die van belang is voor de uitvoering van de taken van de gemeente of het COA, die verband houden met de aanwezigheid van de opvanglocatie in de gemeente. Het COA is telefonisch (088 7151350) en per e-mail gouda@coa.nl 24 uur per dag bereikbaar voor vragen en klachten uit de wijk. Op COA - Gouda - Groningenweg | www.coa.nl zijn eventuele wijzigingen in contactgegevens te vinden. Voor de communicatie voor haar bewoners zorgt het COA voor operationeel, toereikend functionerende voorzieningen op het gebied van internet en mobiele telefonie, waaronder begrepen een toereikend functionerende Wifi-voorziening. De genoemde voorzieningen zullen zodanig zijn ingericht dat derden (waaronder specifiek omwonenden) hiervan geen hinder zullen ondervinden. Het COA draagt er zorg voor dat minimaal 1x per jaar per jaar activiteiten worden ontplooid waarmee omwonenden in staat worden gesteld kennis te maken met de woonlocatie en de nieuwe bewoners, via bijvoorbeeld open dagen of andere activiteiten. Meer informatie over communicatie: https://www.coa.nl/nl/vestiging-van-een-azc
1.3 Instellen klankbordgroep 1.
2.
3.
4. 5.
6.
7.
Het gemeentebestuur en het COA hebben bij de komst van het AZC samen een klankbordgroep ingesteld, die tot doel heeft het leveren van een bijdrage aan het voorkomen en bestrijden van overlast zodat de opvanglocatie goed kan functioneren in de wijk én de relatie tussen de omwonenden en de opvanglocatie goed verloopt. Deze klankbordgroep wordt gedurende de gehele looptijd van de Bestuursovereenkomst in stand gehouden. In de klankbordgroep hebben in ieder geval zitting: vertegenwoordigers van de gemeente de politie, vertegenwoordiging van de omwonenden, door het COA aan te wijzen diensten en instellingen die in de opvanglocatie werkzaam zijn en het lokale COA-management. De klankbordgroep is een adviesorgaan dat gevraagd en ongevraagd advies (over het omgevingsbeheer van de opvanglocatie) uit kan brengen aan het college van burgemeester en wethouders en het COA. De klankbordgroep komt zo spoedig mogelijk na ondertekening van de Bestuursovereenkomst bij elkaar. De klankbordgroep komt vóór de uitbreiding naar 450 capaciteitsplaatsen minstens eenmaal bijeen. Daarna beslist de klankbordgroep over de frequentie van de bijeenkomsten, met dien verstande dat zij minimaal tweemaal per jaar bijeen komt.
De klankbordgroep bespreekt de stand van zaken en de bij de politie, de gemeente en de opvanglocatie binnengekomen meldingen/klachten en alles wat één van de in de klankbordgroep zitting hebbende vertegenwoordigers wil inbrengen. Het COA is er verantwoordelijk voor dat de klankbordgroep in de opvanglocatie bijeen kan komen. Ook de overige vergaderkosten, zoals het versturen van uitnodigingen, de aanwezigheid van koffie en thee en dergelijke, zijn voor rekening van het COA. Het COA verzorgt zowel het voorzitterschap van de klankbordgroep als de notulering.
6
1.4 Klachtenafhandeling 1.
De locatiemanager is vanuit het COA de eerst verantwoordelijke voor beantwoording van vragen en klachten uit de directe omgeving. Voor klachten die niet langs deze weg zijn opgelost, bestaat de COA Klachtenregeling. 2. Het COA is telefonisch (088 7151350) en per e-mail (gouda@coa.nl) 24 uur per dag bereikbaar voor vragen en klachten uit de wijk. 3. Herhaalde of zeer ernstige klachten maakt het COA direct bekend bij het gemeentebestuur. Bij de jaarlijkse evaluatie geeft het COA een overzicht van de ontvangen klachten en de afhandeling daarvan. Meer informatie over klachtenafhandeling staat op: https://www.coa.nl/nl/klachtenregeling.
1.5 Veiligheid 1.
Het COA is verantwoordelijk voor de fysieke en sociale veiligheid in de opvanglocaties. De zorg hiervoor heeft dan ook een hoge prioriteit. Het COA geeft hierover voorlichting en asielzoekers ondertekenen huisregels die ze moeten naleven. Bij overtreding van de huisregels treft het COA maatregelen. 2. Het COA heeft beveiligers in dienst. Zij bemensen de receptie en surveilleren bijvoorbeeld over het terrein. 3. Het COA garandeert 24 uur per dag, 7 dagen per week begeleiding, aanwezigheid van beveiligers en bedrijfshulpverleners op de opvanglocatie. 4. Het COA stelt, na overleg met de gemeente een bedrijfsnoodplan vast voor de opvanglocatie, waarin staat hoe medewerkers in geval van nood moeten handelen. Het COA maakt afspraken met de gemeente en lokale hulpdiensten, zodat in voorkomende gevallen adequaat gehandeld kan worden. 5. Informeren burgemeester door het COA Het COA meldt calamiteiten die plaatsvinden in de opvanglocatie in eerste instantie aan de politie en zo nodig in overleg met de gemeentelijke ambtelijke ondersteuning aan de burgemeester. Als een bewoner de opvangvoorziening niet zelfstandig wil verlaten, kan een ontruiming van de woonruimte door AVIM volgen. Hiertoe is de Politie op grond van artikel 45 van de Vw2000 bevoegd (en daarmee verantwoordelijk voor). Het COA heeft geen bevoegdheid om te ontruimen.
Het is dus zaak dat de Politie en het COA hierover (lokale) werkafspraken maken. Meer informatie over veiligheid staat op: https://www.coa.nl/nl/veiligheid-en-rond-azcs en bij https://www.coa.nl/nl/overlast-en-maatregelen.
1.6 Monitoring en rapportage 1.
2.
Het COA verstrekt maandelijks een rapportage van het aantal geregistreerde incidenten aan het gemeentebestuur van Gouda ter ondersteuning van de monitoring van leefbaarheid en veiligheid op en rondom de opvanglocatie aan de Groningenweg 6. Deze rapportage wordt per kwartaal aangevuld ten minste de volgende gegevens (niet limitatief): Aantal bewoners, uitgesplitst naar doelgroep (bijvoorbeeld alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV), gezinnen, alleenstaanden); Geslacht (man/vrouw); Leeftijdscategorieën (kind/volwassene);
7
2.
De gegevens worden gebruikt voor beleidsmatige en operationele afstemming tussen de gemeente en COA en kunnen worden betrokken bij de jaarlijkse en vijfjaarlijkse evaluaties zoals bedoeld in artikel 1.7 van deze werkafspraken en artikel 5 van de bestuursovereenkomst.
1.7 Evaluatie 1. Gemeente Gouda en het COA evalueren jaarlijks gezamenlijk het functioneren van de opvanglocatie aan de Groningenweg 6. Vaste agendapunten bij deze evaluatie zijn leefbaarheid, veiligheid, samenwerking met de omgeving en de uitvoering van operationele afspraken zoals vastgelegd in deze werkafspraken. 2. De uitkomsten van de jaarlijkse evaluatie dienen mede als input voor de vijfjaarlijkse evaluatie zoals bedoeld in artikel 5 van de bestuursovereenkomst.
1.8 Aanpassingen en maatregelen in de omgeving 1.
2.
3.
4.
Vereiste fysieke aanpassingen en overige maatregelen in en rondom het Opvangcentrum worden aan de hand van de uitkomsten van de jaarlijkse evaluatie door het gemeentebestuur en het COA inzichtelijk. De gemeente en het COA bepalen vervolgens welke voorzieningen/maatregelen in de omgeving worden gerealiseerd die erop zijn gericht om mogelijke hinder voor omwonenden te voorkomen, dan wel deze mogelijke hinder tot een minimum te beperken en in algemene zin een optimaal functioneren van het Opvangcentrum in de plaatselijke gemeenschap te bevorderen. De aanpassingen/maatregelen voortvloeiend uit het eerste lid worden sober maar doelmatig uitgevoerd. De daarvoor te maken kosten worden afhankelijk van de te nemen maatregel door COA danwel gemeente gedragen, ofwel tussen beide partijen in redelijkheid en billijkheid verdeeld. Kunst op de gevel; Het COA stemt er voor de duur van de Bestuursovereenkomst mee in dat het gemeentebestuur op eigen kosten en in overleg met het COA een kunstwerk op de gevel van de opvanglocatie (Molenwiek en de units) aanbrengt, te weten diverse portretfoto’s van Bram Tackenberg van Gouwenaars en asielzoekers. Het projectplan van het kunstwerk is als bijlage 1 bij deze werkafspraken gevoegd.
Als COA en het gemeentebestuur in overleg concluderen dat het kunstwerk aan het eind van zijn levensduur is of om een andere reden verwijderd dient te worden, is het gemeentebestuur verantwoordelijk voor het verwijderen van het kunstwerk en het herstellen van eventuele schade aan de platen waarop het kunstwerk is bevestigd. Na afloop van de Bestuursovereenkomst of zoveel later als in overleg tussen COA en het gemeentebestuur wordt afgesproken, verwijdert het gemeentebestuur op haar kosten het kunstwerk. Het COA accepteert dat na verwijdering van het kunstwerk mogelijk kleurverschil aan de gevel zal ontstaan doordat de gevelplaten waar geen kunstwerk op zit als gevolg van weersinvloeden mogelijk zullen verkleuren. Het gemeentebestuur brengt geen foto’s op de gevel van de opvanglocatie aan zonder voorafgaande schriftelijke of per e-mail verleende toestemming namens het COA.
8
1.9 Begeleiding Het COA biedt meer dan alleen onderdak. Het COA begeleidt asielzoekers bij het vormgeven van hun toekomst in Nederland, het land van herkomst of een ander land. In elke opvanglocatie worden programma’s aangeboden en voeren COA-medewerkers gesprekken met asielzoekers over het leven in en rond de opvanglocatie en over hun toekomst. Zo versterken asielzoekers vaardigheden die ze nodig hebben om regie te houden op hun eigen leven.
1.9.1 Begeleiding Regulier Algemeen 1. Het COA zal zoveel mogelijk dagbestedingsactiviteiten binnen en buiten de poorten van de opvanglocatie aanbieden zoals bijvoorbeeld recreatieve activiteiten en vanaf de eerste week van aankomst in de noodopvang (basale) Nederlandse taalles door vrijwilligers. Het COA werkt hierin samen met lokale organisaties. 2. De dagbesteding beperkt zich niet tot taallessen, boodschappen doen en koken, maar kan ook beheerklussen betreffen in het openbaar gebied van de omgeving van de opvanglocatie. 3. Het COA zal voor de dagbestedingsactiviteiten nadrukkelijk samenwerken met lokale organisaties/stichtingen/vrijwilligers. Deze organisaties zullen activiteiten organiseren bedoeld als aanvulling op het reguliere dagbestedingsprogramma van het COA, waarbij uitgangspunt is dat de activiteiten aansluiten bij de vraag van de bewoners. Doel is vrijwilligerswerk voor en door vluchtelingen aan te bieden. 4. Het COA streeft ernaar, in samenwerking met verschillende (vrijwilligers)organisaties een brede dagbesteding aan te bieden met minimaal een aanbod van 20 uur per week. Hiervoor worden onder andere programma’s ontwikkeld met lokale organisaties/stichtingen met als doel de asielzoekers zoveel mogelijk activiteiten aan te kunnen bieden ter voorkoming van verveling en met het oog op hun mogelijke integratie. 5.
Het COA zal iedere in de opvanglocatie verblijvende vreemdeling de verstrekkingen toekennen als bedoeld in artikel 3, derde lid van de wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Het COA draagt zorg voor de verstrekking en de bekostiging hiervan. Meer informatie: https://www.coa.nl/nl/begeleiding-voorbereiden-op-de-toekomst Meedoenbalie en inzet werkmakelaar 6. Werkmakelaar: In augustus 2023 is besloten om - in aanvulling op de personele bezetting van het COA op de meedoenbalie - gedurende 1 jaar een ‘werkmakelaar’ aan te stellen. Deze werkmakelaar heeft een groot netwerk (zowel op gebied van vrijwilligerswerk als betaald werk) binnen de gemeente Gouda en zet actief in op het sneller aan het werk helpen of activeren van asielzoekers. Het COA en het gemeentebestuur hebben ieder voor gelijke delen de kosten van het aanstellen van de werkmakelaar gedragen. Vanaf 1 augustus 2024 tot en met 1 oktober 2025 is voor 3 dagen per week een werkmakelaar werkzaam in de meedoenbalie. Deze werkmakelaar wordt voor 2 dagen per week ingehuurd door het gemeentebestuur en voor 1 dag per week door het COA. Het gemeentebestuur heeft de opdracht verstrekt en zal de kosten voor het COA binnen een maand na afronding van de opdracht bij het COA declareren. Na deze periode zullen het gemeentebestuur en het COA jaarlijks opnieuw besluiten al dan niet bij te dragen aan bekostiging van de werkmakelaar
9
7.
Meedoenbalie: Om bewoners van het AZC sneller mee te kunnen laten doen in de maatschappij is het COA in augustus 2023 als pilot voor Gouda gestart met een meedoenbalie ‘light’. Hier kunnen bewoners van het AZC zich aanmelden voor activiteiten als vrijwilligerswerk, sport, recreatie en waar mogelijk betaald werk. De personele bezetting van de meedoenbalie wordt ingevuld door het COA. In maart 2024 is de pilot van meedoenbalie geëvalueerd en is besloten dat het COA gedurende de looptijd van de Bestuursovereenkomst van 12 december 2022 een volledig functionerende meedoenbalie op de opvanglocatie Groningenweg 6 in stand houdt. Het COA verzorgt en bekostigt de personele bezetting van deze meedoenbalie. Nu de Bestuursovereenkomst van 12 december 2022 is vervangen door de actuele Bestuursovereenkomst, komen partijen overeen dat het COA de meedoenbalie light in stand houdt gedurende de looptijd van de Bestuursovereenkomst. Het COA kan gedurende de looptijd van de Bestuursovereenkomst gemotiveerd verzoeken om de afspraken ten aanzien van de meedoenbalie te wijzigen, bijvoorbeeld vanwege gewijzigde beleidskeuzes of om financiële redenen. Partijen treden hier vervolgens over in overleg.
Nieuwe Buren 8. In de hierboven onder 1 tot en met 4 genoemde onderdelen wordt onder andere voorzien door het project ‘Nieuwe Buren’, opgezet door stichting E25/Bizon in samenwerking met het COA en het gemeentebestuur (het projectplan is als bijlage 3 aan de werkafspraken toegevoegd). Binnen dit project worden bewoners van het AZC, via de meedoenbalie (onderdeel 7) en samen met de werkmakelaar (onderdeel 6) begeleid naar (niet uitputtend) leerwerktrajecten, vrijwilligers of betaald werk. Dit project zal als pilot gedurende 5 jaar (vanaf oktober 2025) uitgevoerd worden. Gedurende de looptijd van dit project dragen zowel het gemeentebestuur als het COA ieder voor gelijke delen bij aan dit project. 9. Voor dit project is een AMIF-subsidie aangevraagd voor de periode tot september 2028. In geval de AMIF subsidie volledig wordt toegekend, wordt de jaarlijkse bijdrage voor zowel het COA als de het gemeentebestuur € 25.000 per jaar. Na afloop van de subsidieperiode, wordt voor het resterende deel van de pilot de bijdrage verhoogd naar maximaal €60.000 per jaar voor zowel het COA als het gemeentebestuur. Indien de AMIF-subsidie niet, of niet volledig wordt toegekend, dragen het COA en het gemeentebestuur vanaf de start ieder voor maximaal €60.000 per jaar bij aan de kosten van het project ‘Nieuwe Buren’. 10.
Gemeente Gouda en het COA voeren gezamenlijk een tussentijdse evaluatie uit van het project Nieuwe Buren in het vierde kwartaal van 2027. Deze evaluatie wordt betrokken bij de bredere vijfjaarlijkse evaluatie zoals bedoeld in artikel 5 van de Bestuursovereenkomst. Waar nodig, wordt de pilot op basis van de evaluatie bijgestuurd. 11. Ruim voor het einde van de looptijd van het project Nieuwe Buren (voorzien in oktober 2030) evalueren partijen gezamenlijk de uitvoering en effecten van het project. Deze eindevaluatie omvat ten minste de maatschappelijke impact, de financiële haalbaarheid en de organisatorische randvoorwaarden. Deze eindevaluatie wordt eveneens betrokken bij de bredere vijfjaarlijkse evaluatie van dat moment (zie artikel 5 van de Bestuursovereenkomst).
10
12. Op basis van de uitkomsten van de eindevaluatie treden partijen met elkaar in overleg over een mogelijke voortzetting van het project. Partijen spreken de intentie uit om, bij positieve uitkomsten, gezamenlijk te verkennen onder welke condities een vervolg mogelijk is. 13. Het COA spant zich waar mogelijk in om asielzoekers die in Gouda opgevangen worden en actief integreren/participeren, zo lang mogelijk in Gouda op te vangen. Dit in verband met de begeleiding van de vreemdeling naar scholing, werk en integratie. Er is wederzijds besef dat dit in het huidige instabiele opvanglandschap soms lastig is. Goudse statushouders overplaatsen naar Gouda 14. Het COA spant zich waar mogelijk in om statushouders die aan Gouda of de regio zijn gekoppeld en nog niet in Gouda worden opgevangen, zo snel mogelijk over te plaatsen naar de opvanglocatie aan de Groningenweg, zodat zij zo snel mogelijk kunnen starten met inburgeren. Er is wederzijds besef dat dit in het huidige instabiele opvanglandschap soms lastig is.
1.9.2 Begeleiding AMV 1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
In de opvanglocatie aan de Groningenweg 6 te Gouda is een AMV-afdeling gevestigd voor AMV. Voor de begeleiding van de AMV stelt COA een apart team en manager aan. De locatiemanager blijft verantwoordelijk voor de locatie en het aanspreekpunt voor gemeente/ omwonenden. Op de AMV-afdeling zijn 24/7 begeleiders aanwezig. Zij zijn jeugdprofessionals met een zorg achtergrond. De AMV kunnen altijd bij hen terecht met vragen en in geval van nood. In wisselende ochtend-, middag- en (wakkere) nachtdiensten geven zij invulling aan de begeleiding. Het COA verzorgt de begeleiding van AMV volgens het methodisch kader voor het begeleiden van AMV (zie bijlage 2). Iedere AMV heeft een COA-mentor. Naast deze begeleiding heeft iedere AMV een voogd van NIDOS die het gezag vertegenwoordigt. NIDOS is regelmatig op de locatie aanwezig. Het COA is verantwoordelijk voor het aanbieden van faciliteiten en programma’s aan de AMV. Dit zijn activiteiten gericht op sport en ontspanning en ook educatieve programma’s, zoals het organiseren van voorlichtingen samen met de GGD of het organiseren van kooktraining, OV-training. Het COA biedt, fietsles en lessen zwemveiligheid aan indien de AMV niet beschikken over deze vaardigheden. De activiteiten zijn zowel intern als buiten de opvanglocatie. Deze activiteiten en programma’s zijn aanvullend op het onderwijs (zie artikel 2).
Tot de aan de AMV aan te bieden activiteiten behoort ook het gebruik van de meedoenbalie. Zodra de AMV de leeftijd van 18 jaar bereikt, draagt het COA zorg voor een nieuwe huisvesting op een AZC. Indien de AMV een status krijgt en nog minderjarig is, is NIDOS verantwoordelijk voor de huisvesting van deze AMV. Het COA spant zich waar mogelijk in om AMV die in Gouda opgevangen worden en doorstromen naar een vervolgplek, te behouden voor Gouda of de regio. Dit om zorg te dragen voor continuïteit in onderwijs, voogd NIDOS en sociaal netwerk. Er is wederzijds besef dat dit in het huidige instabiele opvanglandschap soms lastig is. De faciliteiten en programma’s voor AMV genoemd onder 4 worden ook, over het algemeen in gescheiden trajecten, aangeboden aan minderjarigen die verblijven op de opvanglocatie die geen AMV zijn.
11
1.10 Vrijwilligers 1.
2.
In de asielopvang zijn duizenden vrijwilligers actief. Hun inzet is hard nodig. Het werven en begeleiden van vrijwilligers die actief willen zijn in het opvangcentrum is een taak van het COA in goed overleg met lokale welzijns- en vrijwilligersorganisaties. Het COA vergoedt conform zijn vrijwilligers regeling de kosten1 van vrijwilligers die werkzaamheden verrichten in of ten behoeve van het Opvangcentrum. Meer informatie over vrijwilligerswerk: https://www.coa.nl/nl/vrijwilligerswerk.
1.11 Bedrijfsvoering De komst van een opvanglocatie brengt ook werkgelegenheid met zich mee. 1. Het COA bevordert, dat de diensten en leveringen die nodig zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden die onder zijn zorg vallen, zoveel mogelijk vanuit de gemeente en de regio worden ingekocht/aangetrokken voor zover de aanbestedingsregels dit toestaan en voor zover niet reeds gecontracteerd door het COA of in dienst van het COA. 2. Werving van personeel door het COA geschiedt na overleg van het COA met Startpeople. Bij de werving van personeel wordt, zover (Europese) aanbestedingsregels dit toestaan en binnen het personeelsbeleid van het COA, zoveel mogelijk personeel uit de gemeente of de regio worden aangetrokken. 3. Het COA zal gedurende de exploitatieperiode van het Opvangcentrum zoveel mogelijk (maatschappelijke) stageplaatsen en afstudeerplaatsen op het Opvangcentrum aanbieden. Meer informatie over de werving van personeel, producten en diensten staat op: https://www.coa.nl/nl/werken-bij
2. Onderwijs 1.
2.
3.
4.
Alle kinderen in Nederland hebben recht op onderwijs. Dit geldt voor de kinderen die binnen Regulier worden opgevangen als voor de AMV. Deze kinderen van asielzoekers en AMV gaan zo snel mogelijk naar school. In ieder geval binnen 3 maanden nadat ze in Nederland zijn aangekomen. Gemeenten zorgen voor het onderwijs aan leerplichtige kinderen. Het COA werkt nauw samen met gemeenten en scholen.Gemeenten kunnen voor de huisvestingskosten van het basisonderwijs aan kinderen van asielzoekers een beroep doen op de Regeling onderwijshuisvestingsbudgetten asielzoekers (OHBAregeling). Het COA voert deze regeling uit. Gemeente is verantwoordelijk voor de handhaving van leerplicht, in samenwerking met de ouders, het COA en NIDOS (in geval AMV met status). COA en NIDOS dragen er in ieder geval zorg voor dat de kinderen naar school gaan. Gemeente kunnen voor de huisvestingskosten van het voortgezet onderwijs aan kinderen van asielzoekers een beroep doen op de bestaande regelingen van het ministerie van OCW2. Het LOWAN kan hierin ondersteuning bieden. Indien de vergoeding van de voorzieningen uit de regelingen voor onderwijs onvoldoende is, volgt nader overleg tussen het COA, het schoolbestuur en het gemeentebestuur met als doel om het onderwijs aan de kinderen van het Opvangcentrum te waarborgen.
1
Dit betreffen onder meer de kosten voor het aanvragen van een verklaring omtrent gedrag.
2
Definitieve regeling bekostiging WPO en WEC 2024
12
5.
Vervoer van en naar zowel het voortgezet onderwijs/beroepsonderwijs als basisonderwijs wordt, indien noodzakelijk, door het COA uitgevoerd en bekostigd. 6. Het COA draagt zorg voor een Nederlandssprekend en vast contactpersoon op de noodopvanglocatie als intermediair tussen onderwijsinstelling en ouders van kinderen die wonen op de noodopvang ten behoeve van praktische afstemming. De COAcontactpersoon heeft op structurele basis overleg met de onderwijsinstellingen over de kinderen. 7. Leerplichtige asielzoekers op de opvanglocatie gaan naar het primair onderwijs of het ISK op een VO-school of MBO-onderwijs. Gemeente en COA spannen zich in om het benodigde onderwijs te organiseren, indien nodig in samenwerking met het ministerie van OCW. 8. Indien het benodigde onderwijs niet kan starten of niet beschikbaar is (bij de opening van de locatie), wordt een vervangend programma aangeboden voor een termijn van 6 weken. Het COA neemt hierin het initiatief. Indien na 6 weken het benodigd onderwijs nog niet beschikbaar is, treden partijen en de betrokken onderwijsinstelling(en) in overleg om zo spoedig mogelijk tot een oplossing te komen. 9. Het COA meldt de komst van leerplichtige leerlingen in de opvanglocatie direct bij het gemeentebestuur en bij de onderwijsinstellingen. Het gemeentebestuur en de onderwijsinstellingen spannen zich in om tijdig te voorzien in de onderwijsbehoefte.
Indien het COA de komst van leerplichtige leerlingen niet direct meldt, is het gemeentebestuur niet (mede)verantwoordelijk voor het aanbieden van een vervangend programma. 10. Indien leerplichtige kinderen kosten moeten maken voor school zoals schoolboeken, laptop, etc. en de leerling geen aanspraak kan maken op speciale regelingen hiervoor, is COA financieel hier verantwoordelijk voor. Meer informatie over het organiseren van onderwijs aan kinderen van asielzoekers staat op https://www.coa.nl/nl/onderwijs-kinderen.
3. Gezondheidszorg 3.1 Algemeen Net als iedereen kunnen asielzoekers naar de huisarts, een verloskundige of het ziekenhuis. COA-medewerkers informeren asielzoekers over de Nederlandse gezondheidszorg en begeleiden minder zelfredzame bewoners bij hun gang naar de zorg. Op elke opvanglocatie houdt een huisarts spreekuur. En met vragen over hun gezondheid kunnen de bewoners van een opvanglocatie 24/7 bellen met een medisch contactcentrum. 1. De verantwoordelijkheid voor het onderkennen en bestrijden van besmettelijke ziekten in de opvanglocatie en de overige preventieve gezondheidszorgtaken ten behoeve van de bewoners, heeft het COA contractueel belegd bij GGD-GHOR Nederland. De gemeente heeft krachtens de Wet Publieke gezondheid haar eigen verantwoordelijkheid hierin. 2. De verantwoordelijkheid van het eerste- en tweedelijns zorgaanbod heeft het COA contractueel belegd bij RMA healthcare die de Regeling Medische Zorg Asielzoekers (RMA) uitvoert. 3. De screening en registratie van de asielzoekers op gezondheidsaspecten gebeurt door het COA zoveel mogelijk voorafgaand aan de plaatsing in het Opvangcentrum in de aanmeldcentra. Voor zover screening en registratie niet vooraf hebben plaatsgevonden
13
4.
5. 6.
verzorgt het COA deze alsnog op de locatie van de Opvanglocatie. Pas nadat de screening heeft plaatsgevonden mogen de asielzoekers het terrein van de opvanglocatie verlaten. Het COA continueert voor de komst van de eerste asielzoekers afspraken met de betreffende uitvoerders, GGD, zorgverzekeraar I uitvoerders reguliere zorg voor de asielzoekers, over de concretisering van de publieke gezondheidszorg voor de asielzoekers en GZA voor de onderhavige opvanglocatie. Het COA borgt dat partijen hun verantwoordelijkheden op gezondheidsgebied kunnen waarmaken. Het COA volgt de richtlijn COVID-19 en de adviezen van de Rijksoverheid en het RIVM. Het COA spant zich in om gezondheidsproblemen te voorkomen. Het COA biedt de asielzoekers hiertoe, onder meer in het kader van de meedoenbalie, mogelijkheden tot sporten en recreëren.
3.2 Vergoeding zorgkosten 1. 2.
3.
4.
De vergoeding van de zorgkosten door het COA is opgenomen in de Regeling Medische zorg Asielzoekers (RMA) en in de Publieke gezondheidszorg asielzoekers (PGA). Onder RMA valt basiszorg ZVW, aanvullende zorg (bijvoorbeeld mondzorg volwassenen), WMO-zorg (inclusief hulpmiddelen) en wlz-zorg. Onder PGA valt ook Jeugdgezondheidszorg (JGZ) en de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Indien onverhoopt sprake is van kosten die niet vergoed worden door bovengenoemde regelingen en voor rekening zouden komen van de gemeente, zullen COA en gemeente in overleg met elkaar treden en bepalen wie de meest gerede partij is om deze kosten te dragen. Hieronder worden verstrekkingen vermeld die normaliter onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten vallen (met de vergoeding uit het gemeentefonds op basis van BRPgegevens) maar die voor COA-bewoners door het COA worden georganiseerd en gefinancierd. a. Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Onder verstrekkingen WMO vallen o.a.: ambulante begeleiding, verblijf in een WMO-instelling (24/7 beschermd wonen), huishoudelijke hulp, hulpmiddelen (o.a. rolstoelen), verblijf in opvanghuizen voor vrouwen (huiselijk geweld). De WMO-kosten voor de COA-bewoners worden volledig door het COA betaald. b. Jeugdgezondheidszorg (JGZ). Basispakket JGZ, o.a. zorg door het consultatiebureau.
De JGZ-kosten voor de bewoners van de COA-locaties worden betaald door het COA. c. Uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma (gedecentraliseerd in 2019). Het COA betaalt de kosten van vaccins aan RIVM en de kosten voor het toedienen van het vaccin zijn opgenomen in het contract JGZ. Hier zijn geen kosten voor de gemeenten, wel de eventuele vergoeding via het gemeentefonds op basis van de BRP-gegevens.
3.3 Jeugdhulp 1.
Vanaf 2019 ontvangt het COA geen financiering voor de jeugdhulp en wordt door COA geen verantwoordelijkheid gedragen voor deze zorg. Wel kunnen organisaties die (al dan niet geïndiceerde) jeugdhulp verlenen aan kinderen van asielzoekers op kosten van het COA telefonische tolken inschakelen. Dit geldt ook voor het Sociaal Team en andere lokale jeugd- en welzijnsvoorzieningen.
14
2.
3.
Gemeenten ontvangen financiering uit het gemeentefonds voor kinderen die in de gemeente staan ingeschreven. Daarnaast wordt een lumpsum verdeeld over de gemeenten met een opvanglocatie. Gemeente Gouda en het COA erkennen dat de opvanglocatie mogelijk leidt tot extra druk op voorzieningen binnen het sociaal domein, waaronder jeugdzorg, Wmo, het Sociaal Team en lokale jeugd- en welzijnsvoorzieningen. Beide partijen beschikken niet over toereikende middelen om deze extra kosten zelfstandig op te vangen. Partijen spreken daarom af zich gedurende de looptijd van deze bestuursovereenkomst actief in te spannen om, gezamenlijk en waar nodig in samenwerking met andere betrokken partijen, te lobbyen voor aanvullende middelen bij het Rijk en relevante fondsen. Doel van deze inspanningsverplichting is te voorkomen dat gemeente Gouda financieel nadeel ondervindt van de opvanglocatie.
Ter ondersteuning van deze inzet worden de betreffende kosten gemonitord door een onafhankelijke externe partij. Indien uit deze monitoring blijkt dat de kosten structureel boven de beschikbare budgetten uitkomen, inclusief het aanvullende landelijke budget voor jeugdzorg, treden partijen in overleg over mogelijke oplossingsrichtingen. Meer informatie over gezondheidszorg staat op https://www.coa.nl/nl/medische-zorgaan-asielzoekers en https://www.coa.nl/nl/vergoeding-van-medische-zorg.
4. Vergoeding (zorg)kosten door gemeentebestuur 1.
2.
3.
Het gemeentebestuur vergoedt (zorg)kosten van asielzoekers voorzover dit tot de wettelijke taak van het gemeentebestuur behoort en met inachtneming van de geldende regelgeving. Het COA benoemt een medewerker als aanspreekpunt voor de gemeentelijke jeugdteams. Deze COA-medewerker heeft periodiek overleg met de jeugdteams van de gemeente. Het COA neemt voor vragen over de uitvoering van de Jeugdwet contact op met het gemeentebestuur via het emailadres: backofficejeugd@gouda.nl.
5. Openbare orde en veiligheid Om opvanglocaties veilig en leefbaar te houden, heeft het COA-huisregels die asielzoekers in alle opvanglocaties moeten naleven. Laten zij hun medebewoners of COA-medewerkers niet in hun waarde of overtreden ze op een andere manier de huisregels? Dan treft het COAmaatregelen. Strafbare feiten worden altijd bij de politie gemeld. Samen met de partners uit de bestuursrecht- en strafrechtketen treft het COA-maatregelen tegen overlastgevers. 1 Het COA spant zich in om de overlast van de opvanglocatie en haar bewoners voor de omgeving zoveel mogelijk te beperken. 2. De burgemeester, de teamchef van de politie en de officier van justitie maken in het driehoeksoverleg afspraken over de (mogelijke extra) inzet van politie in de gemeente. Zo ook indien dit een gevolg blijkt van de aanwezigheid van de opvanglocatie in de gemeente. 3. Indien de politiecapaciteit (in incidentele gevallen) tekortschiet in verband met de aanwezigheid van de opvanglocatie, zal dit eerst op lokaal niveau en vervolgens op eenheidsniveau worden opgelost.
15
4.
In het openbare orde overleg tussen het COA, de politie en de gemeente worden periodiek alle zaken met betrekking tot de risico’s van verstoring van de openbare orde binnen en buiten de opvanglocatie besproken. 5. De wijkagent zal vanaf de eerste instroom van asielzoekers in de opvanglocatie, indien nodig, een contactmoment houden voor omwonenden in de wijk en bewoners van het AZC en met bijvoorbeeld een whatsapp-groep bereikbaar zijn voor omwonenden die zitting hebben in de klankbordgroep. 6. De verantwoordelijkheid voor een adequate personeelsbezetting voor de handhaving van de veiligheid en leefbaarheid op de opvanglocatie ligt bij het COA. Het COA garandeert de aanwezigheid van beveiligingspersoneel, 24 uur per dag. 7. Het COA heeft beleid en maatregelen ontwikkeld om spanningen in de opvanglocatie door religieuze achtergrond, seksuele geaardheid etc. zoveel mogelijk te voorkomen. 8. Het COA zorgt ervoor dat haar mensen zijn getraind in het herkennen van eventuele radicalisering, mensenhandel en huiselijk geweld. 9. Het COA zorgt ervoor dat de signalen van mogelijke radicalisering (conform landelijke afspraken) tijdig worden doorgegeven aan de politie en sluit als agenda lid aan bij het Goudse casusoverleg radicalisering zodat de gemeente i.v.m. radicalisering (preventief en proactief) of voor een specifiek dossier met de bewoners van de opvanglocatie in gesprek kan gaan.
10. Vanaf de eerste instroom van asielzoekers in de opvanglocatie worden nauwgezet de effecten op de veiligheid en leefbaarheid in de wijk gevolgd. Signalen vanuit de klankbordgroep worden besproken in het overleg tussen de locatiemanager, politie en de gemeentelijk wijkmanager en kunnen leiden tot gerichte inzet van de politie en COAmedewerkers. 11. De gemeente kan in overleg met het COA naar aanleiding van concrete en objectiveerbare voorvallen gerelateerd aan de opvanglocatie die overlast voor omwonenden tot gevolg hebben, een verzoek bij het COA indienen om die maatregelen te nemen die nodig zijn om die overlast weg te nemen, waaronder in elk geval begrepen een verzoek tot het wijzigen van de samenstelling van de op te vangen vluchtelingen. Het COA kan dit verzoek alleen weigeren indien zij de onredelijkheid hiervan kan aantonen 12. Omdat het COA en de gemeente Gouda zich realiseren dat een nieuwe locatie in de Goudse Poort zich moet zetten, wordt een ‘gewenningsperiode ingesteld van 6 maanden waarin zowel de gemeente als COA extra inzet doen op het toezicht en de begeleiding van asielzoekers in de wijk. 1. Daartoe zetten het COA, de gemeente en politie gezamenlijk personeel in, in de vorm van een functionaris vanuit de gemeente of politie en een medewerker van het COA. Deze zijn zichtbaar en aanspreekbaar voor buurtbewoners en leggen regelmatig rondes af in de wijk.
Na deze periode volgt een evaluatie met de klankbordgroep en wordt besloten of deze extra inzet moet worden verlengd. De gemeentelijk projectleider en de locatiemanager zullen hier nadere invulling aan geven. 2. De maatregelen voortvloeiend uit lid 11 en 12 worden sober maar doelmatig uitgevoerd. De daarvoor te maken kosten worden na afstemming vooraf over de maatregelen tussen de gemeente en het COA volledig door het COA vergoed.
16
Meer informatie over veiligheid op een opvangcentrum staat op: https://www.coa.nl/nl/veiligheid-en-rond-azcs en https://www.coa.nl/nl/overlast-enmaatregelen
6. Opvanglocatie 1.
2.
Het COA zet maximaal in op versnelling van de verbouwing van de opvanglocatie aan de Groningenweg 6, zodat deze opvanglocatie uiterlijk 15 september 2025 gereed is voor opvang van 407 asielzoekers. Indien blijkt dat de planning ten aanzien van de oplevering niet haalbaar is, wordt tijdig door COA in overleg getreden met het gemeentebestuur. Het gemeentebestuur hecht sterk aan de spoedige komst van een AZC-plus (Nieuwe Buren) aan de Groningenweg 6, zoals omschreven in artikel 2, leden 4 en 5 van de Bestuursovereenkomst. Het COA zal, niettegenstaande de inzet op de verbouwing van de Groningenweg 6, op de komst van een AZC-plus (Nieuwe Buren) in blijven zetten. Ten behoeve van het AZC-plus stelt het COA acht van de door het COA gehuurde containerunits van elk ongeveer 80 m2 ter beschikking. Voor verdere afspraken, zie artikel 2.4 van de Bestuursovereenkomst.
Bijlagen: 1. 2. 3.
projectplan kunstwerk gevel methodisch kader voor het begeleiden van AMV projectplan ‘Nieuwe buren’
17