Bijlage 35 2022-11-11 224832 AVIV externe veiligheid
Tekst van het document
Adviesgroep AVIV BV Piet Heinstraat 12 7511 JE Enschede
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
Project Datum
224832 11 november 2022
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
Project
224832
Datum
11 november 2022
Auteurs
Versie nr.
M.H. Ottink A.J.H. Schulenberg K.O. Starostenko 1.2
Opdrachtgever
V.O.F. Engelvaart
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
Inhoudsopgave 1 Inleiding ______________________________________________________ 4 2 Normstelling externe veiligheid ___________________________________ 5 Risicobenadering ____________________________________________ 5 Besluit externe veiligheid transportroutes _________________________ 5 Besluit externe veiligheid buisleidingen ___________________________ 8 3 Uitgangspunten risicoberekening ________________________________ 11 Ligging plangebied en risicobronnen ____________________________ 11 RBM II ___________________________________________________ 11 Hogedruk aardgasleiding _____________________________________ 13 Bebouwing ________________________________________________ 14 4 Resultaten A12 _______________________________________________ 15 Plaatsgebonden risico _______________________________________ 15 Groepsrisico_______________________________________________ 15 Plasbrandaandachtsgebied ___________________________________ 17 5 Resultaten N-wegen ___________________________________________ 18 Plaatsgebonden risico _______________________________________ 18 Groepsrisico_______________________________________________ 18 6 Resultaten hogedruk aardgasleidingen ___________________________ 21 Plaatsgebonden risico _______________________________________ 21 Groepsrisico_______________________________________________ 22 Belemmeringenstrook
_______________________________________ 24 7 Conclusies ___________________________________________________ 25 A12 _____________________________________________________ 25 N-wegen _________________________________________________ 25 Hogedruk aardgasleidingen ___________________________________ 26 Referenties _____________________________________________________ 27 Bijlage 1. Gegevens bebouwing ____________________________________ 28 Bijlage 2. Carola-rapportage _______________________________________ 30
3
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
1 Inleiding Er bestaan plannen voor het oprichten van een distributiecentrum met kantoor aan de Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 op bedrijventerrein de Goudse Poort in Gouda. De ontwikkeling ligt binnen 200 m van de A12 en enkele N-wegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Daarnaast ligt de ontwikkeling binnen het invloedsgebied van hogedruk gasleiding W-501-01 en W-501-03. Voor een goede ruimtelijke onderbouwing dienen de risico’s betreffende externe veiligheid in kaart te worden gebracht. In deze rapportage worden de resultaten van de risicoberekeningen gepresenteerd.
4
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
2 Normstelling externe veiligheid Risicobenadering Het risico voor personen die verblijven in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen wordt gevat onder het begrip externe veiligheid (EV). De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau voor dergelijke activiteiten in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Met het PR wordt de aan te houden afstand geëvalueerd tussen de activiteit en kwetsbare functies in de omgeving. Of een functie kwetsbaar of beperkt kwetsbaar is, is te vinden in het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi) [1]. Voorbeelden van kwetsbare objecten zijn woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoorgebouwen. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder andere verspreid liggende woningen, sporthallen en bedrijfsgebouwen. Met het GR wordt geëvalueerd of als gevolg van een ongeval een groot aantal slachtoffers kan vallen, doordat een grote groep personen blootgesteld wordt.
Besluit externe veiligheid transportroutes Het transport van gevaarlijke stoffen brengt risico’s met zich mee door de mogelijkheid dat bij een ongeval gevaarlijke stoffen kunnen vrijkomen. Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater is een risiconormering vastgesteld. In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) zijn de regels opgenomen voor de ruimtelijke ordening [2]. Voor infrabesluiten zijn de regels vastgelegd in de Beleidsregels EV-beoordeling Tracébesluiten (de Beleidsregels) [3]. Op 1 april 2015 is het Basisnet volledig in werking getreden. Het basisnet bestaat uit een aangewezen aantal routes (wegen, spoorwegen en vaarwegen) waarop het mogelijk moet zijn en blijven om gevaarlijke stoffen te vervoeren. Het doel van het Basisnet is het vastleggen en waarborgen van een duurzame balans tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen, de ruimtelijke omgeving en de veiligheid van mensen die wonen en werken langs de route. Het Basisnet stelt grenzen aan het risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, vaarwegen en spoorlijnen alsmede aan ruimtelijke ontwikkelingen langs die wegen, vaarwegen en spoorlijnen. Voor elke weg, spoorlijn en vaarweg die deel uitmaakt van het Basisnet, is vastgesteld hoeveel risico het vervoer van gevaarlijke stoffen over die weg, spoorlijn of vaarweg maximaal mag veroorzaken.
De basisnetroutes en deze zogenoemde “risicoplafonds” zijn vastgelegd in de regeling basisnet [4].
5
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Het PR leent zich daarmee goed voor het vaststellen van een veiligheidszone tussen een route en kwetsbare bestemmingen zoals woonwijken. In tabel 1 wordt weergegeven welke normen voor het plaatsgebonden risico van toepassing zijn.
Type object
Omgevingsbesluit
Kwetsbare objecten
Grenswaarde PR 10-6
Beperkt kwetsbare objecten
Richtwaarde PR 10-6
Tabel 1.
Normen plaatsgebonden risico
De grenswaarde moet te allen tijde in acht worden genomen, het bevoegd gezag mag niet van de grenswaarde afwijken. Voor de richtwaarde geldt dat uitsluitend in geval van zwaarwegende belangen (zoals economische) daarvan mag worden afgeweken. Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes dienen de afstanden rechtstreeks getoetst te worden aan de risicoplafonds zoals die zijn vastgesteld in de Regeling Basisnet [4]. Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van andere dan de basisnetroutes dienen de afstanden getoetst te worden aan de berekende 10 -6 contour van het plaatsgebonden risico. In veel gevallen is een risicoberekening niet nodig en kan worden volstaan met het toepassen van de vuistregels uit de Handleiding Risicoanalyse Transport (Hart) [5].
Groepsrisico Indien een plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een transportroute waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, wordt in de toelichting bij het bestemmingsplan en in de ruimtelijke onderbouwing van de omgevingsvergunning in elk geval ingegaan op: • De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die transportroute, en • Voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die transportroute een ramp voordoet. Als het groepsrisico door een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 m van een transportroute meer dan 10% toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie en groter is dan 10% van de oriëntatiewaarde dient het groepsrisico te worden verantwoord. Dit wordt ook wel aangeduid als de verantwoordingsplicht groepsrisico. In de motivering bij het betrokken besluit moeten ten minste de volgende gegevens worden opgenomen:
6
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
• 1°. de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan of besluit wordt vastgesteld, rekening houdend met de in dat gebied reeds aanwezige personen en de personen die in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan of de geldende bestemmingsplannen of een omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten zijn, en • 2°. de als gevolg van het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan of die vergunning betrekking heeft; • het groepsrisico op het tijdstip waarop het plan of de vergunning wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat plan of besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de oriëntatiewaarde; • de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die bij de voorbereiding van het plan of de vergunning zijn overwogen en de in dat plan of die vergunning opgenomen maatregelen, waaronder de stedenbouwkundige opzet en voorzieningen met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte, en • de mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de vooren nadelen daarvan.
Oriëntatiewaarde
Figuur 1.
Voorbeeld groepsrisico transportroute
Het groepsrisico geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde activiteit, kortom de kans op een ramp. Het aantal personen dat in de omgeving van de route verblijft, bepaalt mede de hoogte van het GR. Het GR wordt weergegeven in een zogenaamde fN-curve, op de verticale as staat de
7
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
cumulatieve kans per jaar f op een ongeval met N of meer slachtoffers en op de horizontale as het aantal slachtoffers. Figuur 1 geeft een voorbeeld. Het groepsrisico wordt bepaald per kilometer route en vergeleken met de oriëntatiewaarde. Deze waarde helpt het bevoegd gezag bij de afweging of de kans op een ramp opweegt tegen het maatschappelijk voordeel van het voorgenomen besluit. Het begrip oriëntatiewaarde houdt in dat het bevoegd gezag gemotiveerd kan besluiten een hogere kans op een ramp te accepteren.
Besluit externe veiligheid buisleidingen Sinds 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van kracht [6]. Hieronder is kort de toetsing aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico en de oriëntatiewaarde van het groepsrisico geschetst.
Plaatsgebonden risico In het kader van de risicobenadering moet de vraag worden beantwoord of er sprake is van een relatief hoog risico. Afhankelijk van de kenmerken van de buisleiding en de specifieke gevaren voor de omgeving, kan een zekere scheiding tussen buisleidingen en werk- en woongebieden gewenst zijn. Bij deze vraagstelling worden de risiconormen gehanteerd, die door de rijksoverheid zijn vastgesteld. Voor nieuwe buisleidingen is in het Bevb de eis opgenomen dat deze zodanig aangelegd moeten worden conform de best beschikbare technieken dat de PR 10-6 contour zo veel mogelijk binnen de belemmeringenstrook komt te liggen. Deze plicht rust op de exploitant van de leiding. Deze eis geldt ook als een bestaande leiding wordt vervangen. Zo wordt deze strenge norm voor het plaatsgebonden risico van toepassing op nieuwe situaties. Het ontstaan van nieuwe knelpunten wordt daarmee voorkomen en het ruimtebeslag van nieuwe buisleidingen wordt beperkt tot de belemmeringenstrook. De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico is ook van toepassing op bestaande buisleidingen. Dit levert in bepaalde gevallen bij bestaande bebouwing 1 binnen de risicocontour van de buisleiding een knelpunt op. Daar waar kwetsbare objecten zoals woningen en scholen binnen de risicocontour PR 10-6 liggen, gaat een wettelijke saneringsplicht gelden.
De leidingexploitant is hierop aanspreekbaar en neemt binnen een overgangstermijn zodanige saneringsmaatregelen dat er sprake is van een acceptabele situatie. Voor de initiatiefnemer van het ruimtelijk plan geldt dat er geen nieuwe kwetsbare bestemmingen gerealiseerd mogen worden binnen de 10-6 contour van het plaatsgebonden risico indien aanwezig, en dat deze contour een richtwaarde is voor beperkt kwetsbare 1
Onder bestaande bebouwing wordt verstaan fysiek aanwezige bebouwing en geprojecteerde bebouwing die is toegestaan op basis van een vastgesteld bestemmingsplan of vrijstellingsbesluit
8
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
bestemmingen. Binnen de belemmeringenstrook mogen geen nieuwe kwetsbare objecten worden gerealiseerd. De belemmeringenstrook en de buisleidingen moeten in het bestemmingsplan worden aangegeven. Het Bevb verwijst voor de (niet limitatieve) lijst van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten naar het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).
Groepsrisico Bij het beoordelen van het GR wordt het (lokale) bevoegd gezag de mogelijkheid geboden om gemotiveerd van de oriëntatiewaarde voor het GR af te wijken. Er moet sprake zijn van een openbare en goed inzichtelijke belangenafweging, waarin moet zijn aangegeven waarom in het specifieke geval daarvan is afgeweken. De beslissing om van de oriëntatiewaarde af te wijken is vatbaar voor beroep. Het GR wordt voor het gehele relevante gebied berekend. Door middel van bron- of ruimtelijke maatregelen kan mogelijk dat risico worden gereduceerd. Daar waar het gaat om het stellen van randvoorwaarden in de ruimtelijke ordening wordt het afwegingsgebied echter gemaximaliseerd tot de grens waarbinnen nog 1% van de aanwezige personen overlijdt (1%-letaliteitszone). Het GR geeft voor dit gebied aan welke bebouwingsdichtheid nog acceptabel is, gelet op de voorgestelde oriëntatiewaarde. In het aangegeven gebied is bebouwing dus wel toegestaan maar is de dichtheid van bebouwing soms gelimiteerd. Bij de toetsing moet worden bezien of de kans per kilometer buisleiding op een bepaald aantal slachtoffers groter is dan de oriëntatiewaarde. De oriëntatiewaarde geldt voor zowel bestaande als nieuwe situaties. De regeling over het groepsrisico in het Bevb vertoont duidelijk overeenkomst met de regelingen in het Bevi.
Het uitgangspunt is dat er een verplichting geldt om het groepsrisico mee te wegen en te verantwoorden bij de vaststelling van een bestemmingsplan, inpassingsplan of omgevingsvergunning (projectbesluit) dat betrekking heeft op het invloedsgebied van een geprojecteerde of bestaande buisleiding. De toetsing aan de oriëntatiewaarde vindt op dezelfde manier plaats als hierboven geschetst. De verantwoording van het groepsrisico is op onderdelen iets anders geformuleerd en kent in bepaalde gevallen een vereenvoudiging. Verantwoording groepsrisico Bij de vaststelling van een bestemmingsplan (gelegen binnen de 100%-letaliteitszone van de leiding), op grond waarvan de aanleg van een buisleiding, of de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object wordt toegelaten, wordt tevens het groepsrisico in het invloedsgebied van de buisleiding verantwoord. In de toelichting van dit besluit wordt dan vermeld: a. de aanwezige en de op grond van het besluit te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken;
9
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
b. het groepsrisico per kilometer buisleiding op het tijdstip waarop het besluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de lijn die de kans weergeeft op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10 4 per jaar en de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-6 per jaar; c. indien mogelijk, de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die worden toegepast door de exploitant van de buisleiding die dat risico mede veroorzaakt; d. andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan; e. de mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst; f. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; g. de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet.
Voorafgaand aan de vaststelling van een besluit als bedoeld in het eerste lid stelt het voor dat besluit bevoegde gezag het bestuur van de regionale brandweer in wiens regio het gebied ligt waarop dat besluit betrekking heeft, in de gelegenheid advies uit te brengen in verband met het groepsrisico en de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval alsmede hulpverlening en zelfredzaamheid.
Beperkte verantwoording Het Bevb introduceert een nieuwe onderverdeling van situaties waarin een ‘volledige’ verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is en situaties waarin met een beperktere verantwoording kan worden volstaan. Er zijn twee situaties waarin volstaan kan worden met een beperkte verantwoording (art. 12, lid 3): 1. Indien het ruimtelijk besluit betrekking heeft op het gebied tussen de 100% letaliteitszone en de 1% letaliteitszone van de buisleiding (in geval van toxische stoffen tussen de 1% letaliteitszone en de afstand waarop het plaatsgebonden risico gelijk is aan 10 -8). 2. a. als het groepsrisico onder 0.1 keer de oriëntatiewaarde blijft; of b. als het groepsrisico minder dan 10% toeneemt. In een beperkte verantwoording van het groepsrisico hoeven slechts vier zaken aan de orde te komen, namelijk: a. De personendichtheid in het invloedsgebied van de buisleidingen. b. De hoogte van het groepsrisico. c. De bestrijdbaarheid. d. De zelfredzaamheid. Een nadere beschouwing van risico reducerende maatregelen en ruimtelijke alternatieven met een lager groepsrisico is in dat geval niet nodig.
10
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
3 Uitgangspunten risicoberekening Ligging plangebied en risicobronnen Figuur 2 toont de risicobronnen in de omgeving van het plangebied. De wijze waarop deze risicobronnen worden behandeld en de daarbij gehanteerde uitgangspunten worden in dit hoofdstuk beschreven.
Figuur 2.
Plangebied, risicobronnen en wegvaknummers
RBM II Het risico van het transport over de weg is berekend met het risicoberekeningsprogramma RBM II, versie 2.3 [7]. De berekeningen zijn uitgevoerd conform de Handleiding risicoanalyse transport [5]. Voor de berekening zijn de volgende gegevens nodig: • De transportintensiteit gevaarlijke stoffen. • Trajecteigenschappen zoals de uitstromingsfrequentie, de kans per voertuigkilometer dat een tankauto met gevaarlijke stoffen betrokken raakt bij een ongeval zodanig dat er uitstroming van de stof optreedt. • Het aantal personen dat langs de route blootgesteld wordt aan de gevolgen van een ongeval. De bevolkingsdichtheden worden aangegeven in vlakken met een uniforme
11
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
dichtheid per vlak. Per vlak kan het veronderstelde aantal personen in de dag- en de nachtsituatie opgegeven worden. • De meteorologische gegevens. Gekozen is voor weerstation Rotterdam. Het invloedsgebied van de weg wordt in de praktijk bepaald door LPG. LPG behoort tot stofcategorie GF3 wat een invloedsgebied heeft van 355 m. Voor de berekening van het groepsrisico wordt de bevolking geïnventariseerd binnen 355 van de weg. Verder is sprake van een plasbrandaandachtsgebied (PAG).
Rijksweg A12 Voor de transportintensiteit op de A12 wordt uitgegaan van het GF3-plafond (brandbare gassen zoals LPG) zoals opgenomen in de regeling Basisnet [4]. Standaard wordt aangenomen dat 61% van het transport overdag plaatsvindt tussen 8:00 en 18:30 uur en alleen gedurende de werkweek. Het aantal transporten per wegvak is gegeven in tabel 2. Route
Wegvak
A12
Z18
8486
A12
Z137
8649
Tabel 2.
Aantal GF3
Aantal transporten GF3 per wegvak
Uitgegaan is van de standaardbreedte van 25 m tussen de buitenste kantstrepen van de buitenste rijstroken en de standaard ongevalsfrequentie van 8.3 10-8 /vtgkm (voertuigkilometer) voor snelwegen. Provinciale wegen De wegvakken worden weergegeven in figuur 2, de omschrijving staat in tabel 3. Voor de transportgegevens is uitgegaan van de tellingen die zijn uitgevoerd in 2008 [12]. Recentere cijfers zijn niet voorhanden. Om toch rekening te houden met de eventuele groei van het vervoer van gevaarlijke stoffen is gebruik gemaakt van de “Prognose Basisnet weg en water” opgesteld in opdracht van Rijkswaterstaat [13]. Daarin is onderscheid gemaakt in een laag en een hoog scenario. De jaarlijkse groei volgens het hoge scenario wordt getoond in tabel 4. Toepassen van deze jaarlijkse groei gedurende 14 jaar leidt tot het aantal transporten in kolom 2022 in. Met deze intensiteit is gerekend. Route
Wegvak
Omschrijving
N207
Z24
N452 - Waddinxveen
N207
Z61
Henegouwerweg (Gouda)
N207
Z63
A4 - Aalsmeerderweg
N454
Z81
Coenecoop (Gouda) - Dorpstraat (Waddinxveen)
Tabel 3. Omschrijving wegvakken
12
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
Wegvak
LF1 (3%/jr)
LF2 (3%/jr)
LT2 (2.2%/jr)
GF3 (3%/jr)
2008
2022
2008
2022
2008
2022
208
2022
Z24
961
1454
804
1216
35
47
94
143
Z61
1037
1569
566
856
0
0
165
250
Z63
749
1133
211
319
0
0
94
143
Z81
402
608
166
251
0
0
47
71
Tabel 4. Aantal transporten per jaar per wegvak
Aangenomen wordt dat 61% van het transport overdag plaatsvindt tussen 8:00 en 18:30 uur en alleen gedurende de werkweek. Uitgegaan is van de standaard ongevalsfrequentie van 3.6 10-7 /vtgkm voor een weg buiten de bebouwde kom. Voor de breedte van de weg is 25 m gehanteerd.
Hogedruk aardgasleiding Carola Het risico door de hogedruk aardgasleiding wordt berekend met Carola versie 1.0.0.52 parameterbestand 1.3 [8]. De berekening wordt uitgevoerd met de volgende gegevens: • Het interessegebied. • Leidingdatabestanden van de leidingeigenaren, in dit geval de Nederlandse Gasunie. • Het aantal personen dat langs de leiding blootgesteld wordt aan de gevolgen van een ongeval met de leiding. Interessegebied Het interessegebied is het gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling langs een buisleiding geprojecteerd is of waar een aanpassing van een bestaande of een nieuwe buisleiding gepland is [6]. In dit geval is dat het plangebied Goudse Poort. Met behulp van het interessegebied selecteert de leidingeigenaar de relevante gegevens die benodigd zijn voor de berekening. Leidingdatabestand Het leidingdatabestand bevat alle buisleidingdelen, met de bijbehorende leidingspecifieke parameters, die zich binnen een afstand van ten minste 1 km + 2 maal de maximale effectafstand van het interessegebied bevinden. Enkele kenmerken van de aardgasleiding worden getoond in tabel 5.
13
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
Leidingnr.
Diameter [mm]
Druk [bar]
Afstand 100% letaliteit [m]
Afstand 1% letaliteit [m]
W-501-01
324
40
70
140
W-501-03
219
40
50
95
Tabel 5.
Kenmerken hogedruk aardgasleidingen
Bebouwing De bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen langs de wegen en de buisleiding is opgevraagd via de BAG-populatieservice [9]. De gegevens worden in meer detail beschreven in bijlage 1.
14
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
4 Resultaten A12 Plaatsgebonden risico In bijlage 1 van de regeling Basisnet zijn voor wegen behorende tot het Basisnet afstanden vastgelegd voor het zogeheten PR-plafond (de plaatsgebonden risicocontour 10-6). Voor de hier beschouwde wegvakken is daarbij de waarde 26 vermeld. Dit betekent dat het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen op 26 m van het midden van de weg niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar. De kortste afstand van het plangebied tot het midden van de weg bedraagt ca. 120 m en daarmee vormt het plaatsgebonden risico geen belemmering voor het plangebied.
Groepsrisico Tabel 6 toont de hoogte van het groepsrisico ten opzichte van de oriëntatiewaarde in de huidige en toekomstige situatie. Er is aangegeven hoeveel de berekende frequentie op een bepaald aantal slachtoffers maximaal afwijkt van de oriëntatiewaarde. Een factor 0.8 betekent dat het groepsrisico 1.25 keer kleiner is dan de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico neemt na planrealisatie toe met 2.4%.
Situatie
Factor t.o.v. OW
Huidig
0.800
Toekomstig
0.819
Tabel 6.
Groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde (OW)
Omdat het groepsrisico kleiner is dan de oriëntatiewaarde en minder dan 10% toeneemt na planrealisatie kan de verdere verantwoording van het groepsrisico achterwege blijven. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. In de toelichting bij het besluit dient in elk geval in te worden gegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet. Figuur 3 toont de groepsrisicocurven. Figuur 4 vat het berekeningsresultaat op een andere wijze samen. Het gedeelte van het traject dat het kilometervak met het maximale groepsrisico omvat, is weergegeven met een lichtblauwe kleur. Geel gemarkeerd is het ongevalspunt dat de grootste bijdrage levert aan het groepsrisico.
15
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
Figuur 3.
Groepsrisicocurven A12 Oriëntatiewaarde Huidig Toekomstig
Figuur 4.
Geografische weergave van het groepsrisico Deel van het traject dat het kilometervak met het hoogste groepsrisico (GR) omvat Ongevalspunt met de grootste bijdrage aan het GR van dit kilometervak Overige deel van het traject met een GR tussen 0.1 en 1 keer de oriëntatiewaarde
16
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
Plasbrandaandachtsgebied Het plasbrandaandachtsgebied (PAG) is het gebied tot 30 m van de weg waarin, bij de realisering van (kwetsbare) objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. De 30 m voor het PAG wordt gemeten vanaf de buitenste kantlijn van de rechterrijstrook. Volgens de regeling Basisnet geldt voor de wegvakken Z18 en Z137 een plasbrandaandachtsgebied. Het plangebied ligt op ca. 100 m vanaf de A12 en daarmee ruimschoots buiten het plasbrandaandachtsgebied.
17
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
5 Resultaten N-wegen Plaatsgebonden risico Figuur 5 toont het plaatsgebonden risico. De groene lijn is de PR 10-8 contour en de blauwe lijn is de PR 10-7-contour. De berekeningen hebben niet geleid tot een contour van de grenswaarde van 10-6 per jaar. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling.
Figuur 5.
Plaatsgebonden risico N-wegen
Groepsrisico Figuur 6 toont de groepsrisicocurven van de huidige en toekomstige situatie. Tabel 7 toont de hoogte van het groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Er is aangegeven hoeveel de berekende frequentie op een bepaald aantal slachtoffers maximaal afwijkt van de oriëntatiewaarde. Een factor 0.095 betekent bijvoorbeeld dat het groepsrisico ruim 10 keer kleiner is dan de oriëntatiewaarde. Situatie
Factor t.o.v. OW
Huidig
0.094
Toekomstig
0.095
Tabel 7.
Groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde (OW)
18
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
Figuur 6.
GR N-wegen Oriëntatiewaarde Huidig Toekomstig
Uit figuur 6 en tabel 7 blijkt dat het groepsrisico in de huidige en toekomstige situatie nagenoeg gelijk blijft. Omdat het groepsrisico kleiner is dan 0.1 keer de oriëntatiewaarde kan de verdere verantwoording van het groepsrisico achterwege blijven. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. In de toelichting bij het besluit dient in elk geval in te worden gegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet. Figuur 7 vat het berekeningsresultaat op een andere wijze samen. Het gedeelte van het traject dat het kilometervak met het maximale groepsrisico omvat, is weergegeven met een lichtblauwe kleur. Geel gemarkeerd is het ongevalspunt dat de grootste bijdrage levert aan het groepsrisico.
19
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
Figuur 7.
Geografische weergave van het groepsrisico N-wegen Deel van het traject dat het kilometervak met het hoogste groepsrisico omvat Ongevalspunt met de grootste bijdrage aan het groepsrisico van dit kilometervak Overige deel van het traject met een groepsrisico < 0.1 keer de oriëntatiewaarde
20
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
6 Resultaten hogedruk aardgasleidingen Plaatsgebonden risico Onderstaande figuren tonen de plaatsgebonden risicocontouren (PR) van de leidingen W501-01 en W-501-03 in relatie tot het plangebied. Er is geen sprake van een PR10-6-contour. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de realisatie van het plan.
Figuur 8.
PR-contouren W-501-01
Figuur 9.
PR-contouren W-501-03
21
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
Groepsrisico Tabel 8 toont het groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Er is aangegeven hoeveel de berekende frequentie op een bepaald aantal slachtoffers maximaal afwijkt van de oriëntatiewaarde. Een factor 0.028 betekent dat het groepsrisico ruim 35 keer kleiner is dan de oriëntatiewaarde. Leiding
Factor t.o.v. OW Huidig
Toekomstig
W-501-01
0.028
0.028
W-501-03
0.018
0.018
Tabel 8.
Groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde (OW)
Figuur 10 en figuur 11 tonen het groepsrisico van de kilometer met het hoogste groepsrisico in de huidige en de toekomstige situatie.
Figuur 10.
Groepsrisico W-501-01, huidig (links) en toekomstig (rechts)
Figuur 11.
Groepsrisico W-501-03, huidig (links) en toekomstig (rechts)
Van het deel van de leiding, die voor de berekening van het groepsrisico moet worden beschouwd, is de kilometer met het hoogste groepsrisico groen weergegeven in figuur 12 voor leiding W-501-01 en in figuur 13 voor leiding W-501-03. Het groepsrisico van die kilometer wordt vergeleken met de oriëntatiewaarde. Zowel voor als na realisatie van het plan is dat dezelfde kilometer.
22
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
Figuur 12.
W-501-01:
kilometer leiding met hoogste GR
Figuur 13.
W-501-03:
kilometer leiding met hoogste GR
Uit bovenstaande figuren blijkt dat het plangebied niet ter hoogte van die kilometer leiding ligt. Dat betekent dat, hoewel het groepsrisico van de leiding langs het plangebied toeneemt, dit lokale groepsrisico kleiner blijft dan het al bestaande groepsrisico van de kilometer leiding ten oosten en zuidoosten van het plangebied. Dit verklaart waarom het groepsrisico vergeleken met de oriëntatiewaarde niet verandert, ondanks de toename van het aantal aanwezigen langs de leiding. Het groepsrisico van beide aardgasleidingen is in de huidige en toekomstige situatie kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde. Dit betekent dat volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De onderdelen waaruit deze verantwoording dient te bestaan, worden beschreven in paragraaf 2.3.2.
23
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
In bijlage 2 is het door CAROLA automatisch gegenereerde rapport voor de toekomstige situatie opgenomen met daarin de gedetailleerde uitkomsten van de berekeningen.
Belemmeringenstrook De belemmeringenstrook dient ten behoeve van het onderhoud van de buisleiding. Binnen deze strook mogen geen nieuwe bouwwerken opgericht worden. Voor leidingen met een druk van maximaal 40 bar geldt een belemmeringenstrook van tenminste 4 m aan weerszijden van de buisleiding, gemeten vanuit het hart van de buisleiding [14]. Voor overige buisleidingen geldt een belemmeringenstrook van 5 m [6]. Aardgasleidingen W-501-01 en W-501-03 hebben een maximale druk van 40 bar en daarmee een belemmeringenstrook van 4 m. De kortste afstand tussen het plangebied en W-501-01 bedraagt ca. 4 m. Met de invulling van het plangebied moet er rekening mee gehouden dat er geen bouwwerken worden opgericht binnen de belemmeringenstrook. De kortste afstand tussen het plangebied en W-501-03 bedraagt ca. 17 m. Het plangebied ligt daarmee ruimschoots buiten de belemmeringenstrook.
24
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
7 Conclusies In dit onderzoek zijn in het kader van een ontwikkeling van een distributiecentrum aan de Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda risicoberekeningen uitgevoerd voor de rijksweg A12, de N-wegen en hogedruk aardgasleidingen. De berekeningen hebben geleid tot de volgende conclusies.
A12 Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het plangebied. Groepsrisico Het groepsrisico is in zowel de huidige als de toekomstige kleiner dan de oriëntatiewaarde. Omdat de toename na planrealisatie minder is dan 10% kan de verdere verantwoording van het groepsrisico achterwege blijven. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. In de toelichting bij het besluit dient in elk geval in te worden gegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet. Plasbrandaandachtsgebied Er is sprake van een plasbrandaandachtsgebied. Het plangebied ligt buiten het plasbrandaandachtsgebied.
N-wegen Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het plangebied. Groepsrisico Het groepsrisico is in zowel de huidige als de toekomstige situatie kleiner dan 0.1 keer de oriëntatiewaarde. De verdere verantwoording van het groepsrisico kan daarom achterwege blijven. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. In de toelichting bij het besluit dient in elk geval in te worden gegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet.
25
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
Hogedruk aardgasleidingen Plaatsgebonden risico Bij de hogedruk aardgasleidingen W-501-01 en W-503-01 is geen sprake van een PR10-6 contour. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Groepsrisico Het groepsrisico van de aardgasleidingen W-501-01 en W-503-01 is zowel in de huidige als de toekomstige situatie kleiner dan 0.1 keer de oriëntatiewaarde Dit betekent dat volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De onderdelen waaruit deze verantwoording dient te bestaan, worden beschreven in paragraaf 2.3.2. Belemmeringenstrook Het plangebied ligt buiten de belemmeringenstrook van W-501-03. De kortste afstand tussen het plangebied en W-501-01 bedraagt ca. 4 m. Met de invulling van het plangebied moet er rekening mee gehouden dat er geen bouwwerken worden opgericht binnen de belemmeringenstrook.
26
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
Referenties 1.
Ministerie VROM
2004
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Stb. 2004, 250
2.
Ministerie I&M
2014
Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Stb. 2013, 465
3.
Ministerie I&M
2015
Beleidsregels EV-beoordeling Tracébesluiten Stct. 2014, 25839
4.
Ministerie I&M
2014
Regeling Basisnet Stct. 2014, 8242
5.
Ministerie I&M
2017
Handleiding risicoanalyse transport, versie 1.2
6.
Ministerie VROM
2010
Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen (Bevb) Stb. 2010, 686.
7.
Ministerie I&M
2014
RBM II versie 2.3
8.
RIVM
2013
Carola versie 1.0.0.52
9.
Impuls Omgevings Veiligheid
2022
BAG-Populatieservice. Versie 2022-01. https://populatieservice.ev-signaleringskaart.nl/
10.
Geonovum
2019
www.ruimtelijkeplannen.nl
11.
IOV
2018
Handleiding populatieservice, versie 1.0, juli 2018
12.
RWS
2019
Jaarintensiteiten VGS op de weg Lijst wegvakken data tellingen & basisnet (2019 06)
13.
RWS
2016
Prognose Basisnet weg en water, 22 januari 2016
14.
Ministerie I&M
2014
Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) Stb. 2014, 16955
27
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
Bijlage 1. Gegevens bebouwing Plangebied Een impressie van de toekomstige situatie wordt weergegeven in figuur 14. Het aantal personen in de toekomstige situatie is samengevat in tabel 9. Hierbij is voor het kantoor gerekend met 30 m 2 bruto vloeroppervlak (bvo) per persoon en voor het distributiecentrum met 100 m2 bvo per persoon, met 100% aanwezigheid overdag en 20% ’s nachts [11]. In de huidige situatie zijn conform de BAG-populatieservice geen personen aanwezig [9].
Figuur 14.
Impressie plangebied
Deel
Aantal bvo’s [m2]
Personen toekomstig Dag
Nacht
Distributiecentrum
26059
260
52
Kantoor
3500
117
23
Totaal
29559
377
75
Tabel 9.
Aantal personen toekomstige situatie
Omgeving De bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen binnen de invloedsgebieden is verkregen via de BAG-Populatieservice [9]. Voor de omzetting naar de inputfile voor RBM II zijn de drempelwaarden voor alle functies verlaagd naar 1 zodat alle populatie is geleverd als polygonen (vlakken). Bestudering van ruimtelijkeplannen.nl geeft geen aanleiding tot het toevoegen van extra bevolking [10]. In het invloedsgebied van de aardgasleidingen wordt een sportterrein, een recreatiegebied en een bouwvlak ‘gemengd’ toegevoegd. Voor sportterreinen wordt gerekend met 30 personen per hectare, gedurende 183 dagen per jaar, 100% buitenshuis, met 8 uur
28
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
aanwezigheid overdag en 4 uur ’s nachts (in de avond). Voor het recreatiegebied wordt gerekend met 100 personen per hectare, gedurende 134 dagen per jaar, 100% buitenshuis, met 8 uur aanwezigheid overdag en 2 uur ’s nachts (in de avond) [11]. Voor het bouwvlak met bestemming ‘gemengd’ wordt gerekend met een personendichtheid van 200 per hectare omdat daar hoge gebouwen gerealiseerd mogen worden (tot 45 m) [10].
Figuur 15.
Bevolking binnen invloedsgebieden
29
Externe veiligheid / Ontwikkeling Nieuwe Gouwe Oostzijde 40 in Gouda
Bijlage 2. Carola-rapportage
30
Inhoud 1 Inleiding ................................................................................................................. 2 2 Invoergegevens ....................................................................................................... 4 2.1 Interessegebied ................................................................................................ 4 2.2 Relevante leidingen ........................................................................................... 4 2.3 Populatie.......................................................................................................... 7 3 Plaatsgebonden risico ............................................................................................... 9 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 8366_leiding-W-501-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................. 9 3.2 Figuur 3.2 Plaatsgebonden risico voor 8366_leiding-W-501-03-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 10 4 Groepsrisico screening ............................................................................................ 11 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 8366_leiding-W-501-01-deel-1 van N.V.
Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 11 4.2 Figuur 4.3 Groepsrisico screening voor 8366_leiding-W-501-03-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 12 5 FN curves .............................................................................................................. 13 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 8366_leiding-W-501-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1900.00 en stationing 2900.00 ................ 13 5.2 Figuur 5.2 FN curve voor 8366_leiding-W-501-03-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 190.00 en stationing 1190.00 .................. 13 6 Referenties ............................................................................................................ 14
1 Inleiding In deze rapportage worden de gebruikte invoergegevens en de door CAROLA gegenereerde resultaten weergegeven. Deze gegevens vormen de basis voor een QRA-rapportage. Naast deze basisinvoergegevens en –resultaten wordt in de Handleiding Risicoberekeningen BevB aangegeven welke elementen ook in de QRA beschreven moeten worden. In onderstaand overzicht worden welke elementen beschreven moeten worden en of deze door CAROLA worden aangeleverd. Indien de elementen niet door CAROLA worden gegenereerd, moeten ze door de opsteller van de QRA-rapportage worden ingevuld. Het meest recente overzicht van de te beschrijven elementen wordt gegeven in de van kracht zijnde versie van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb. In CAROLA berekeningen wordt gebruik gemaakt van de parameters conform de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Achtergrondinformatie over de berekeningen kan worden gevonden in [2, 3, 4, 5].
Pagina 2 van 14
Overzicht van de elementen die in een QRA gerapporteerd moeten worden. Onderwerp
1
2
3
Algemene rapportgegevens Administratieve gegevens: • naam en adres van de leidingexploitant(en) (volgens Bevb) • naam en adres van de opsteller van de QRA Reden opstellen QRA Gevolgde methodiek • rekenpakket met versienummer • parameterbestand met versienummer Peildatum QRA • datum van de berekening • datum van aanmaak van de buisleidinggegevens Algemene beschrijving van de buisleiding(en) Gegevens buisleiding • naam buisleiding • diameter • druk • eventuele mitigerende maatregelen Ligging van de leiding, aan de hand van kaart(en) op schaal. • leiding • noordpijl en schaalindicatie Beschrijving omgeving Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties
Vertrouwelijk/
Aangeleverd
Openbaar
door CAROLA
Openbaar
Deels
Openbaar Openbaar
Nee Nee Ja
Openbaar Ja Nee Openbaar Ja Ja Ja Ja Openbaar
Openbaar
•
bestemmingsplannen al dan niet gedeeltelijk binnen de PR 10-6-contour en het invloedsgebied Actuele topografische kaart
4
Een beschrijving van de bevolking rond de buisleiding, onder opgave van de wijze waarop deze beschrijving tot stand is gekomen (o.a. incidentele bebouwing, lintbebouwing) Mogelijke gevaren van buiten de buisleiding die op de buisleiding effect kunnen hebben (risicoverhogende objecten, buurbedrijven/ activiteiten, vliegroutes, windturbines) Gebruikt weerstation Beschrijving per leiding van mogelijke risico’s voor de omgeving Samenvattend overzicht van de resultaten van de QRA, waarin tenminste is opgenomen: Kaart met het berekende plaatsgebonden risico, met contouren voor 10-4, 10-5, 10-6, 10-7 en 10-8 (indien aanwezig) FN-curve, voor zowel huidige als toekomstige situatie, met het groepsrisico voor de kilometer buisleiding met de grootste overschrijding van de oriënterende waarde. Op de horizontale as van de grafiek met de FN-curve wordt het aantal dodelijke slachtoffers uitgezet, op de verticale as de cumulatieve kans tot 10-9 per jaar FN-datapunt waarbij de maximale overschrijding van de oriëntatiewaarde optreedt, inclusief de factor van de overschrijding Grafiek met de screening van het groepsrisico Beschrijving of er kwetsbare bestemmingen en/of beperkt kwetsbare bestemmingen binnen de PR contour van 10 -6 per jaar zijn Voorgestelde preventieve en repressieve maatregelen die in de QRA zijn meegenomen
Ja Ja
Ja indien ingevoerd Openbaar Openbaar
Ja indien ingevoerd Nee
Openbaar
Nee
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar Openbaar
Ja Nee
Openbaar
Ja
Pagina 3 van 14
2 Invoergegevens De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Ypenburg. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter. In dit hoofdstuk worden de verschillende invoergegevens nader gespecificeerd in de navolgende secties. 2.1 Interessegebied Het interessegebied is weergegeven in figuur 2.1. Figuur 2.1 Interessegebied voor de uitgevoerde risicoberekeningen
2.2 Relevante leidingen Op basis van het gespecificeerde interessegebied zijn de volgende aardgastransportleidingen meegenomen. Voor dit onderzoek zijn alleen de gearceerd weergegeven leidingen relevant. De overige leidingen worden niet verder behandeld in dit rapport. Eigenaar
Leidingnaam
Diameter [mm]
Druk [bar]
Datum aanleveren gegevens
N.V. Nederlandse Gasunie
8366_leiding-W501-01-deel-1
318.00
40.00
06-09-2022
N.V. Nederlandse
8366_leiding-W-
219.10
40.00
06-09-2022
Gasunie
501-03-deel-1
N.V. Nederlandse
8366_leiding-W-
323.90
40.00
06-09-2022
Gasunie
517-01-deel-1
N.V. Nederlandse Gasunie
8366_leiding-W521-01-deel-1
323.90
40.00
06-09-2022 Pagina 4 van 14
Eigenaar
Leidingnaam
Diameter [mm]
Druk [bar]
Datum aanleveren gegevens
N.V. Nederlandse
8366_leiding-W-
168.30
40.00
06-09-2022
Gasunie
521-18-deel-1
De exploitant specifieke factoren voor casuïstiek (cluster 1b), actief rappel (cluster 1C) en mitigerende maatregelen corrosie staan beschreven in Tabel 11 van Module B van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. De leidingen zijn gevisualiseerd in figuur 2.2. Figuur 2.2 Buisleidingen aanwezig in de omgeving van het interessegebied
De volgende risicomitigerende maatregelen zijn meegewogen in de risicostudie: Leidingnaam
Mitigerende maatregel
Begin stationing
Eind stationing
8366_leiding-W-
striktere begeleiding van
0.000
26.880
501-01-deel-1
werkzaamheden
8366_leiding-W-
striktere begeleiding van
34.690
49.940
501-01-deel-1
werkzaamheden
8366_leiding-W501-01-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
79.490
103.560
8366_leiding-W501-01-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
106.570
108.600
8366_leiding-W-
striktere begeleiding van
203.470
229.450
501-01-deel-1
werkzaamheden
8366_leiding-W-
striktere begeleiding van
273.820
319.110
501-01-deel-1
werkzaamheden Pagina 5 van 14
Leidingnaam
Mitigerende maatregel
Begin stationing
Eind stationing
8366_leiding-W-
striktere begeleiding van
321.710
324.560
501-01-deel-1
werkzaamheden
8366_leiding-W-
striktere begeleiding van
333.170
344.030
501-01-deel-1
werkzaamheden
8366_leiding-W501-01-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
370.810
380.690
8366_leiding-W501-01-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
421.780
423.040
8366_leiding-W-
striktere begeleiding van
479.940
511.250
501-01-deel-1
werkzaamheden
8366_leiding-W-
striktere begeleiding van
560.640
571.630
501-01-deel-1
werkzaamheden
8366_leiding-W501-01-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
628.640
665.250
8366_leiding-W501-01-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
1346.150
1364.150
8366_leiding-W-
striktere begeleiding van
1371.320
1376.900
501-01-deel-1
werkzaamheden
8366_leiding-W-
striktere begeleiding van
1379.160
1421.240
501-01-deel-1
werkzaamheden
8366_leiding-W501-01-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
1428.330
1433.160
8366_leiding-W501-01-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
1440.300
1565.840
8366_leiding-W-
striktere begeleiding van
1570.800
1692.960
501-01-deel-1
werkzaamheden
8366_leiding-W-
striktere begeleiding van
3130.230
3132.580
501-01-deel-1
werkzaamheden
8366_leiding-W501-01-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
3249.300
3255.170
8366_leiding-W501-01-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
3255.540
3265.980
8366_leiding-W-
striktere begeleiding van
3604.350
3615.040
501-01-deel-1
werkzaamheden
8366_leiding-W-
striktere begeleiding van
3683.490
3685.220
501-01-deel-1
werkzaamheden
8366_leiding-W501-01-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
3722.220
3752.570
8366_leiding-W501-01-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
4380.510
4389.320
8366_leiding-W-
striktere begeleiding van
266.130
461.720
501-03-deel-1
werkzaamheden
8366_leiding-W-
striktere begeleiding van
577.440
646.810
501-03-deel-1
werkzaamheden
8366_leiding-W501-03-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
1276.870
1278.530
Pagina 6 van 14
Leidingnaam
Mitigerende maatregel
Begin stationing
Eind stationing
8366_leiding-W-
striktere begeleiding van
213.330
225.870
517-01-deel-1
werkzaamheden
8366_leiding-W-
striktere begeleiding van
287.190
320.270
517-01-deel-1
werkzaamheden
8366_leiding-W517-01-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
663.180
671.990
8366_leiding-W517-01-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
702.560
712.040
8366_leiding-W-
striktere begeleiding van
884.140
998.790
517-01-deel-1
werkzaamheden
8366_leiding-W-
striktere begeleiding van
1135.020
1137.990
517-01-deel-1
werkzaamheden
8366_leiding-W521-01-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
1201.380
1238.350
8366_leiding-W521-01-deel-1
striktere begeleiding van werkzaamheden
1663.260
1667.320
2.3 Populatie De percentages in de kolom “Percentages Personen” in onderstaande tabellen hebben achtereenvolgens de betekenis: • % aanwezig gedurende de dagperiode/ • % aanwezig gedurende de nachtperiode/ • % buiten gedurende de dagperiode/ • % buiten gedurende de nachtperiode/ • % overdag aanwezig gedurende het jaar/ • % ’s nachts aanwezig gedurende het jaar. Populatiepolygonen Label
Type
Recreatie
Evenement
Aantal
Dichtheid 100
100/ 100/ 100/ 100/ 28/ 5
Gemengd
Werken
200
100/ 0/ 7/ 1/ 100/ 100
Sportvelden
Evenement
30
100/ 100/ 100/ 100/ 38/ 15
Plangebied
Werken
377
Percentage Personen
100/ 20/ 7/ 1/ 100/ 100
Populatiebestanden Pad
Type
Aantal
Percentage Personen
bijeen_sport_cel_zkh-dag100-nacht80.txt
Werken
1811
100/ 80/ 7/ 1/ 100/ 100
industrie-dag100-nacht30.txt
Werken
574
100/ 30/ 7/ 1/ 100/ 100
kantoor_kliniek_onderwijs_winkeldag100-nacht0.txt
Werken
6509
100/ 0/ 7/ 1/ 100/ 100
wonend_vakantiehuis-dag50-nacht100.txt
Wonen
253
50/ 100/ 7/ 1/ 100/ 100
De ingevoerde populatie is weergegeven in figuur 2.3.
Pagina 7 van 14
Figuur 2.3 Bevolking meegenomen in de risicoberekeningen
Populatietype
Polygoonpunten
Populatiepolygoon
Wonen Werken Evenement
Pagina 8 van 14
3 Plaatsgebonden risico Voor de in voorgaande hoofdstuk genoemde leidingen is het plaatsgebonden risico bepaald. Voor elk van de leidingen wordt het plaatsgebonden risico weergegeven als iso-risicocontouren op een achtergrondkaart. 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 8366_leiding-W-501-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
1E-7 1E-8
Pagina 9 van 14
3.2 Figuur 3.2 Plaatsgebonden risico voor 8366_leiding-W-501-03-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
1E-7 1E-8
Pagina 10 van 14
4 Groepsrisico screening Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN-curves te visualiseren. Voor elk van de leidingen wordt per stationing de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN-curve de overschrijdingsfactor. De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FNcurve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de FN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden. 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 8366_leiding-W-501-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 140 slachtoffers en een frequentie van 1.41E-008. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.028 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 1900.00 en stationing 2900.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.2. Figuur 4.2 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 8366_leiding-W-501-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 11 van 14
4.2 Figuur 4.3 Groepsrisico screening voor 8366_leiding-W-501-03-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 69 slachtoffers en een frequentie van 3.77E-008. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.018 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 190.00 en stationing 1190.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.4. Figuur 4.4 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 8366_leiding-W-501-03-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 12 van 14
5 FN curves Voor elk van de eerder genoemde leidingen is het groepsrisico berekend. Een samenvatting van de resultaten hiervan is gegeven in het voorgaande hoofdstuk; in dit hoofdstuk wordt voor elk van de leidingen de daadwerkelijke FN-curve gegeven van de (in termen van groepsrisico) “slechtste” kilometer van het betreffende tracé. 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 8366_leiding-W-501-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1900.00 en stationing 2900.00
5.2 Figuur 5.2 FN curve voor 8366_leiding-W-501-03-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 190.00 en stationing 1190.00
Pagina 13 van 14
6 Referenties [1]
Handleiding Risicoberekeningen Bevb. Versie 1. 20 december 2010.
[2]
Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Brief 390/06 CEV Lah/pbz-1191. 6 november 2006.
[3]
Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Ministerie van VROM. Brief 2006.334302. 7 december 2006.
[4]
Laheij GMH, Vliet AAC van, Kooi ES. Achtergronden bij de vervanging van zoneringafstanden hogedruk aardgastransportleidingen van de N.V. Nederlandse Gasunie. Rijksinstituut 620121001/2008. 2008.
[5]
voor
Volksgezondheid
en
Milieu.
RIVM-rapport
M. Gielisse, M.T. Dröge, G.R. Kuik. Risicoanalyse aardgastransportleidingen. N.V. Nederlandse Gasunie. DEI 2008.R939. 2008.
Pagina 14 van 14