CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 34 IDDS rapport 2731 archeologisch bureauonderzoek.pdf

Raadsvergadering 17 mei 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen (vvgb): realiseren distributiecentrum Nieuwe Gouwe OZ 406.399 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Archeologisch bureauonderzoek

Nieuwe Gouwe Oostzijde Hanzeweg, Gouda Gemeente Gouda IDDS Archeologie rapport 2731

Colofon Projectnummer OM-nummer In opdracht van Auteurs Redactie Versie Status

A2692 5272082100 VOF Engelvaart R. Hartman, S. Moerman A.W.E. Wilbers 1.6 concept

Goedkeuring F. de Roode

Gemeente Gouda

© IDDS Archeologie Noordwijk, november 2022 ISSN 2212-9650 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever

IDDS Archeologie rapport 2731 Versie 1.6 (concept)

SAMENVATTING: In opdracht van VOF Engelvaart heeft IDDS Archeologie in juni 2022 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een locatie aan de Nieuwe Gouwe Oostzijde en Hanzeweg in Gouda, gemeente Gouda. De noodzaak tot het archeologisch onderzoek komt voort uit de omvang van de beoogde ontwikkeling in relatie tot de regels van het vigerende bestemmingsplan en de van toepassing zijnde beleidsregels. De doelstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied gelegen is in het veengebied, nabij het veenriviertje de Gouwe dat vanaf ongeveer 145 na Chr. zorgde voor drainage naar de Hollandse IJssel. De oevers van de Gouwe kunnen vanaf het ontstaan er van geschikt zijn geweest voor bewoning. Hier zouden dus bewoningsresten vanaf de Romeinse tijd voor kunnen komen. Deze zouden zich kunnen bevinden in de top van het veen of op de oeverafzettingen langs de rivier. Doordat de Gouwe een veenrivier is, vervoerde deze geen sediment en zal er geen sprake zijn van oeverwallen. Wel kan er incidenteel klei zijn afgezet bij overstromingen vanuit de Hollandse IJssel. Waarschijnlijk lagen zowel de loop van de Gouwe als de oevers daarvan niet binnen het huidige plangebied.

Het kaartmateriaal vanaf de 17e eeuw wijst er op dat er gedurende de Nieuwe tijd zeker bebouwing stond op de oevers van de Gouwe, voornamelijk ten zuiden van het plangebied. Mogelijk lag een deel van de bijgebouwen van een boerderij langs de Gouwe binnen het plangebied. Het plangebied ligt binnen de ontginning Bloemendaal, die dateert uit de 12 e-14e eeuw. De Archeologische Basiskaart geeft in het plangebied een middeleeuwse kade weer waarlangs bebouwing voor zou kunnen komen. Deze kade zou liggen ter plaatse van een sloot die op het minuutplan als vaarsloot staat aangegeven. Deze vaarsloot staat op het oudste kaartmateriaal echter niet aangegeven. Wel aangegeven is de molensloot, die iets ten zuidoosten van de vaarsloot ligt, ter plaatse van de zuidoostgrens van het plangebied. Het historisch kaartmateriaal geeft een weg en bebouwing weer ten zuidoosten van de molensloot, buiten het plangebied. In de 20e eeuw is het plangebied bebouwd met een fabriek, waarvoor waarschijnlijk een zandpakket is opgebracht. De dikte van dit zandpakket wordt geschat op ongeveer 1,5 tot 2,5 m, maar dit is niet in het plangebied vastgesteld. Recent is de fabriek gesloopt, waarbij de funderingen volledig zijn verwijderd. Tevens heeft grondverbetering plaatsgevonden tot minimaal 2 m -mv. De kans dat in het plangebied nog archeologische resten aanwezig zijn, is klein.

IDDS Archeologie adviseert om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor de voorgenomen civieltechnische werkzaamheden.

IDDS Archeologie rapport 2731 Versie 1.6 (concept)

INHOUDSOPGAVE: ADMINISTRATIEVE GEGEVENS VAN HET PLANGEBIED ................................................................. 4 1. INLEIDING ....................................................................................................................................... 5 1.1. Onderzoekskader ......................................................................................................................... 5 1.2. Doel- en vraagstellingen van het onderzoek ................................................................................ 6 1.3. Ligging van het plangebied ........................................................................................................... 6 1.4. Werkwijze ..................................................................................................................................... 7 2. GEOLOGIE, GEOMORFOLOGIE EN BODEM ............................................................................... 9 2.1. Ontstaansgeschiedenis landschap ............................................................................................... 9 2.2. Geomorfologie .............................................................................................................................. 9 2.3. Bodem ........................................................................................................................................

11 3. ARCHEOLOGISCHE EN (BOUW)HISTORISCHE INFORMATIE ................................................ 13 3.1. Archeologische en ondergrondse bouwhistorische waarden ..................................................... 13 3.2. Historische situatie...................................................................................................................... 15 3.3. Huidig landgebruik ...................................................................................................................... 18 3.4. Mogelijke verstoringen ................................................................................................................ 18 4.

CONCLUSIE EN VERWACHTINGSMODEL ................................................................................ 20

5.

AANBEVELINGEN ........................................................................................................................ 21

LITERATUUR EN KAARTEN ............................................................................................................... 22 LIJST VAN AFKORTINGEN EN BEGRIPPEN .................................................................................... 23 BIJLAGEN 1. Topografische kaart 2. Archis-informatie 3. Locatiekaart 4. Periodentabel

3

IDDS Archeologie rapport 2731 Versie 1.6 (concept)

Administratieve gegevens van het plangebied Toponiem

Nieuwe Gouwe Oostzijde - Hanzeweg

Onderzoekmeldingsnummer

5272082100

Type onderzoek

ABU

Plaats

Gouda

Gemeente

Gouda

Kadastrale aanduiding

Gouda M 4789, 4790, 4791

Provincie

Zuid-Holland

Coördinaten Centrum Hoekpunten

105.937/448.680 105.944 / 448.841 (N) 106.087 / 448.640 (O) 106.004 / 448.573 (Z) 105.807 / 448.634 (W)

CMA/AMK-status

Geen

Archis-monumentnummer

n.v.t.

Oppervlakte plangebied

ca. 40.500 m2

Maaiveldhoogte

-1,5 tot -2 m NAP

Grondwatertrap/-stand

gwt II

Onderzoekskader

Omgevingsvergunning

Uitvoerder

IDDS Archeologie Contactpersoon: dhr. R. Hartman Postbus 126 2200 AC Noordwijk (ZH) Tel: 071-4028586 E-mail: rhartman@idds.nl

Bevoegde overheid

Gemeente Gouda Afdeling Ruimtelijk Beleid en Advies Contactpersoon: mevr. F. de Roode Postbus 1086 2800 BB Gouda Tel: 0182-588392 / 06-48135664 E-mail: femke.deroode@gouda.nl

Beheer en plaats van documentatie

IDDS Archeologie, Noordwijk

Uitvoeringsperiode onderzoek

juni 2022

4

IDDS Archeologie rapport 2731 Versie 1.6 (concept)

1.

Inleiding

1.1.

Onderzoekskader

In opdracht van VOF Engelvaart heeft IDDS Archeologie in juni 2022 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een locatie aan de Nieuwe Gouwe Oostzijde en Hanzeweg in Gouda, gemeente Gouda. De aanleiding voor dit onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van een logistiek centrum. De nieuwbouw wordt gefundeerd op balken waarvan de onderzijde komt te liggen op -2 m NAP (0,8 m -mv) Daaronder komen heipalen met een onderlinge afstand van ongeveer 16 m. Daartussen komen mini vibropalen in een grid van 1,8 x 1,8 m. De mini vibropalen zijn korter en slanker (18-28 cm) dan de heipalen.

Figuur 1: De geplande nieuwbouw in het plangebied. Op het vigerende bestemmingsplan (Goudse Poort, vastgesteld 2014-04-15) ligt een deel van het plangebied in een zone met Waarde – Archeologie. Werkzaamheden mogen uitsluitend plaatsvinden nadat een door het bevoegde gezag verleende omgevingsvergunning is verkregen. Archeologisch

5

IDDS Archeologie rapport 2731 Versie 1.6 (concept)

onderzoek is noodzakelijk voor het verkrijgen van deze omgevingsvergunning. Dit onderzoek zal in eerste instantie bestaan uit een bureauonderzoek. 1.2.

Doel- en vraagstellingen van het onderzoek

De doelstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Dit gebeurt aan de hand van bestaande bronnen over bekende en verwachte archeologische waarden binnen het plangebied. Op basis van de resultaten van het onderzoek worden aanbevelingen gedaan over eventueel behoud of vervolgonderzoek. Het archeologisch bureauonderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 (Centraal College van Deskundigen 2018). Voor de in dit rapport gebruikte geologische en archeologische tijdsaanduidingen wordt verwezen naar Bijlage 4. Afkortingen en enkele vaktermen worden achterin dit rapport uitgelegd (zie lijst van afkortingen en begrippen). 1.3.

Ligging van het plangebied

De ligging van het (her) in te richten gebied, ofwel het plangebied, is weergegeven in Bijlage 1. Het plangebied ligt op het bedrijventerrein “Goudse Poort” en omvat delen van de Nieuwe Gouwe Oostzijde en de Hanzeweg. Ten westen ligt de N207 en ten oosten de Kampenringweg. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 40.500 m2 en een gemiddelde maaiveldhoogte van -1,5 tot -2,0 m NAP. De exacte ligging en contouren van het plangebied zijn nader weergegeven in Bijlage 3 en Figuur 2. Om tot een gespecificeerde verwachting voor het plangebied te komen, is niet alleen gekeken naar bekende gegevens over het plangebied zelf maar ook naar de omgeving. Voor het totale onderzochte gebied, oftewel het onderzoeksgebied, is als begrenzing een straal van 500 m rondom het plangebied gekozen. De straal van 500 m is dusdanig gekozen dat er uit de omgeving voldoende eerder onderzoek worden meegenomen om een toereikende archeologische verwachting op te kunnen stellen voor het plangebied.

6

IDDS Archeologie rapport 2731 Versie 1.6 (concept)

Figuur 2: Het plangebied op een recente luchtfoto (bron: PDOK). 1.4.

Werkwijze

Bij het bureauonderzoek zijn gegevens verzameld over bekende of verwachte archeologische en bouwhistorische waarden binnen het onderzoeksgebied. Onderstaande bronnen zijn geraadpleegd: Bron

Opmerkingen

Huidige en toekomstige situatie Actuele topografische kaart Recente luchtfoto (PDOK) Opdrachtgever KLIC

Niet opgevraagd

(Rijks)monumenten (via Archis)

Geen (Rijks)monumenten aanwezig

Historische situatie en mogelijke verstoringen Kaart van het Hoogheemraadschap van Rijnland uit 1615 (www.rijnland.net) Kadastraal minuutplan 1811-1832 (beeldbank.cultureelerfgoed.nl) Diverse topografische kaarten uit het einde van de 19e en de 20e eeuw (topotijdreis.nl) Bouw-/constructietekeningen van de te slopen bouwwerken

Niet van toepassing

Bodemloket (www.bodemloket.nl) voor informatie over tanks, saneringen, ontgrondingen Milieukundig bodemonderzoek

Niet beschikbaar

Militair erfgoed Militaire landschapskaart (rce.webgispublisher.nl) Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (ikme.nl)

7

IDDS Archeologie rapport 2731 Versie 1.6 (concept)

Bron

Opmerkingen

Archeologie en bouwhistorie Archeologisch Informatie Systeem (Archis; archis.cultureelerfgoed.nl) Archeologische Monumenten Kaart (AMK; via Archis) Archeologische basiskaart Gouda (gis.gouda.nl) Cultuurhistorische basiskaart Gouda (gis.gouda.nl) Bodemkaarten, geomorfologische kaarten en hoogtekaarten Atlas van Nederland in het Holoceen (Vos et al. 2018) Bodemkaart van Nederland (BRO; via Archis) Grondwatertrappenkaart (www.dinoloket.nl) Geomorfologische kaart van Nederland (BRO; via Archis) Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3; www.ahn.nl) Stroomruggenkaart van het Nederlands rivierengebied (Cohen et al. 2012) DINOloket (www.dinoloket.nl) Archieven, heemkundekringen, amateurarcheologen, overige informatie Archieven

Het Streekarchief Midden-Holland is digitaal geraadpleegd (www.samh.nl)

Amateurarcheologen, gebiedsgerichte specialisten, depots

Niet geraadpleegd

Onderzoeksrapporten en achtergrondliteratuur

Zie literatuurlijst

8

IDDS Archeologie rapport 2731 Versie 1.6 (concept)

2.

Geologie, geomorfologie en bodem

2.1.

Ontstaansgeschiedenis landschap

Gouda ligt in het Hollands-Utrechtse veengebied (Berendsen 2005). Dit gebied is gevormd onder invloed van de stijging van de zeespiegel vanaf het einde van de laatste ijstijd en het begin van het huidige warme Holoceen, circa 10.000 jaar geleden. Doordat de zeespiegel steeg, vernatte het lage deel van Nederland. Achter de strandwallen die aan de kust waren ontstaan kon veen gaan groeien. Het veen werd geleidelijk overstroomd door de zee, waardoor er aan de westzijde van het veengebied een waddengebied ontstond waarin zand en klei werd afgezet door de zee. De meest oostelijke gelegen afzettingen van dit waddengebied liggen bij Gouda. Gelijktijdig met het actief zijn van het waddengebied werden de lopen van de grote rivieren in het Holoceen regelmatiger (meanderend) en voerden de rivieren zand en klei aan. Op plaatsen waar geen wad- of rivierafzettingen werden gevormd, ging de veengroei door en ontstond een dik veenpakket. Nadat de kustlijn rond circa 3500 voor Chr. gesloten was door een rij strandwallen en de waddenzee daardoor ophield te bestaan, ontwikkelde het veen zich over een groot gebied. Achter de strandwallen ontstond een uitgestrekt veenmoeras. Dit veen ligt op veel plaatsen nog aan de oppervlakte in het Hollands-Utrechtse veengebied. Vóór de laatmiddeleeuwse ontginning lagen de veenkussens achter de duinenrij tot enkele meters boven het zeeniveau.

Nabij rivieren zoals de Hollandse IJssel was het veenpakket dunner. Het veen betreft bosveen, gevormd indien er een natuurlijke afwatering door veenstroompjes was, of eutroof broekveen, indien er geen afwatering en het milieu meer moerassig was. Het veen werd afgewaterd door stroompjes als de Gouwe. De Gouwe had zijn oorsprong nabij Boskoop en liep naar het zuiden naar de Hollandse IJssel. 2.2.

Geomorfologie

Op de geomorfologische kaart is het plangebied niet gekarteerd omdat het in bebouwd gebied valt (Figuur 3). Wel ligt op korte afstand ten noorden een ontgonnen veenvlakte. Ten westen ligt een veenrestvlakte met daarachter een vlakte van getij-afzettingen. De eenheid ten zuiden van het plangebied betreft ook een ontgonnen veenvlakte, alleen dan met petgaten. Op basis van deze eenheden zal het plangebied waarschijnlijk ook in een ontgonnen veenvlakte liggen. Volgens de rivierenkaart van Cohen e.a. (2012) ligt net ten zuiden van het plangebied de stroomrug van de Gouwe (Figuur 4; nr. 408). Dit veenriviertje draineerde het veengebied naar de Hollandse IJssel vanaf het ontstaan van die rivier rond 145 na Chr. (1805 BP) tot de afdamming in de 11 e eeuw. Het riviertje is nauwkeurig gekarteerd met behulp van het AHN. In de Zuidplaspolder is de stroomrug waarschijnlijk weggegraven met de grootschalige 17e-eeuwse veenafgravingen en staat daarom daar niet aangegeven.

9

IDDS Archeologie rapport 2731 Versie 1.6 (concept)

Ontgonnen veenvlakte

Vlakte van getijafzettingen

Veenrestvlakte Ontgonnen veenvlakte met petgaten

Figuur 3: Het plangebied op de geomorfologische kaart (bron: PDOK).

Figuur 4: Het plangebied op de rivierenkaart van Cohen e.a. (2012). De stroomrug van de Gouwe (nr. 408) zal naar het westen hebben doorgelopen, maar kon daar niet worden gekarteerd.

10

IDDS Archeologie rapport 2731 Versie 1.6 (concept)

2.3.

Bodem

Ook op de bodemkaart is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging in bebouwd gebied (Figuur 5). De ontgonnen veenvlakte ten noorden is op de bodemkaart een eenheid van koopveengronden op bosveen (kaartcode hVb). De veenrestvlakte bestaat uit koopveengronden op zavel of klei (kaartcode hVk). De vlakte van getij-afzettingen bestaat in de overgang met de veenrestvlakte uit moerige eerdgronden en tochteerdgronden bestaande uit klei (kaartcode pMo80), met verder naar het westen kalkarme leek- en woudeerdgronden bestaande uit klei (kaartcode pMn86C). Op circa 75 m ten westen van het plangebied, in de lus van de N207, is een pulsboring gedaan waarvan de data bekend is in DINOloket (B38A0101; dinoloket.nl). De maaiveldhoogte van de boring is -1,77 m NAP, wat goed overeenkomt met de hoogte binnen het plangebied. De totale boordiepte was 13 m -mv, maar hier wordt alleen de eerste 4 m -mv besproken, omdat dit, gezien de aangenomen verstoringsdiepte van 2 m -mv, al meer dan toereikend is voor het huidige onderzoek. Tot 3,74 m -mv (-5,51 m NAP) bestaat de bodem uit veen van het Hollandveen Laagpakket. Daaronder is zwak siltige klei van het Laagpakket van Wormer aanwezig tot dieper dan 4 m -mv (-5,77 m NAP).

Figuur 5: Een uitsnede van de bodemkaart van Nederland met daarop het plangebied (bron: PDOK). Op basis van de omliggende bodemkundige eenheden heeft het plangebied waarschijnlijk grondwatertrap II. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op gemiddeld hoogste (GHG) en gemiddeld laagste grondwaterstandsdieptes (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. Grondwatertrap II duidt op erg natte gronden waarbij de GHG wordt aangetroffen aan of nabij het maaiveld en de GLG op een diepte tussen 50 en 80 cm –mv. Op de hoogtekaart van het Actueel Hoogtebestand Nederland (ahn.nl; AHN3; Figuur 6), is echter te zien dat de maaiveldhoogte binnen het plangebied gemiddeld hoger ligt dan in de ontgonnen veenvlakte ten noorden, waarvan ook de grondwaterstand is afgeleid. Dit hoogteverschil is vermoedelijk ontstaan door

11

IDDS Archeologie rapport 2731 Versie 1.6 (concept)

ophoging van het terrein, waardoor de grondwaterstand in werkelijkheid anders ligt dan hierboven besproken.

Figuur 6: Een uitsnede uit de hoogtekaart (AHN3; ahn.nl) met daarop het plangebied.

12

IDDS Archeologie rapport 2731 Versie 1.6 (concept)

3.

Archeologische en (bouw)historische informatie

3.1.

Archeologische en ondergrondse bouwhistorische waarden

Binnen het plangebied zijn geen terreinen aanwezig die op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) als waardevol staan aangegeven. Ook zijn er geen waarnemingen en vondsten gemeld en geen eerdere onderzoeken uitgevoerd. In het plangebied zijn voor zover bekend geen ondergrondse bouwhistorische waarden aanwezig.

kade molen

Figuur 7: Een uitsnede uit de Archeologische Basiskaart Gouda, met daarop weergegeven het plangebied. Op de Archeologische Basiskaart Gouda is er binnen het plangebied sprake van twee verschillende beleidscategorieën. (Figuur 7). De donkerbruine kleur staat voor een hoge archeologische verwachting, vanaf 2,0 m -mv. de lichtbeige kleur staat voor een lage verwachting vanaf 0,5 m -mv. De hoge verwachting langs de Nieuwe Gouwe is gebaseerd op de voorganger van de rivierenkaart van Cohen e.a. (2012), die de loop van de Gouwe min of meer gelijk legde met de loop van de Nieuwe Gouwe. Deze informatie is echter sindsdien achterhaald. Wel blijkt uit het historisch kaartmateriaal (paragraaf 3.2) dat vanaf minimaal het begin van de 19 e eeuw bebouwing voorkwam op de oevers van de Nieuwe Gouwe. De zone met hoge verwachting die zuidwest-noordoost door het plangebied loopt is gerelateerd aan een kade tussen de Winterdijk en de Nieuwe Gouwe, die op het historisch kaartmateriaal de scheiding vormt tussen twee gebieden met verschillende perceelsrichtingen (gis.gouda.nl/viewer/app/ Cultuurhistorie_open). Langs deze kade zouden resten van middeleeuwse ontginningsboerderijen kunnen voorkomen.

13

IDDS Archeologie rapport 2731 Versie 1.6 (concept)

Hieronder worden relevante eerdere onderzoeken uit de directe omgeving van het plangebied besproken. Voor de exacte ligging van de onderzoeksgebieden die genoemd worden, wordt verwezen naar Bijlage 2. Het gros van de nabijgelegen eerdere onderzoeken liggen net aan de overkant van de Gouwe, aan de zuid- en westkant. Deze onderzoeken vallen binnen de gemeente Waddinxveen. Ongeveer 400 m ten westen van het plangebied zijn in 2009 een bureau- en in 2012 een inventariserend booronderzoek uitgevoerd (resp. Verschoor / Van den Engel 2009: OM 2263815100; Koekkelkoren / Moerman 2012: OM 2380374100). Uit het veldonderzoek is gebleken dat het plangebied tot de Bronstijd regelmatig onder water stond. Het veenpakket dat daarna ontstond is mogelijk bewoond geweest tot de Late Middeleeuwen, maar sporen hiervan zijn verdwenen met de veenontginning vanaf de Late Middeleeuwen. Op zo’n 450 m ten zuidwesten van het plangebied is in 2019 een bureauonderzoek uitgevoerd voor de locatie van het Steunpunt Coenecoop te Waddinxveen (OM 4740139100; De Jong / Van Oosterhout 2019). Vanwege de ligging van het plangebied in een (deels) ontgonnen veenvlakte is de verwachting voor alle perioden laag. Deze conclusie is gebaseerd op het hierboven beschreven booronderzoek. Het plangebied is vrijgegeven.

Aan de Wilhelminakade 49-50 te Waddinxveen, 350 m ten westen van het plangebied, is in 2020 een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd (Peeters 2020; OM 4856204100). Uit het veldonderzoek bleek dat de vanuit de bureaustudie verwachte ophooglagen in werkelijkheid dikker waren. Vijf van de zes boringen zijn gestuit binnen dit pakket. In één boring is de natuurlijke ondergrond wel aangeboord vanaf 2,45 m -mv (-4,55 m NAP), waaruit bleek dat het Hollandveen tot redelijke diepte ook verstoord is. Archeologische niveaus worden daarom niet meer verwacht binnen het gebied. Ten zuiden van het plangebied, op slechts 25 m, is in 2014-15 een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor de oeververvanging van een deel van de noordelijke oever van de Gouwe (Ten Broeke 2014; OM 2452659100, 2452650100). Tijdens het veldonderzoek is een (sub)recent opgebracht pakket aangetroffen van minimaal 130 cm dik. Plaatselijk is tussen 1,40 en 1,95 m -mv een restant oeverwalafzettingen aangetroffen. Van 1,95 tot 2,80 m -mv is een veenlaag gelegen. Tot 4,00 m -mv ligt hieronder matig siltig tot venig komklei. Dit betreft het westelijke deel van het onderzochte gebied, wat direct ten zuiden van het plangebied ligt en daarom het relevantste bodemprofiel betreft.

Circa 300 m ten zuiden van het plangebied is nog een bureauonderzoek uitgevoerd voor de Wilhelminakade 83 (Van der Zee 2022; OM 5073340100). Uit het onderzoek volgt dat het gebied tot de Middeleeuwen te nat is geweest voor bewoning. Vanaf de Middeleeuwen ontwaterde het veen (mede door het ontstaan van de Gouwe), waarna de grootschalige veenontginning is begonnen. De eerste bebouwing binnen dit gebied stamt uit het begin van de 19 e eeuw. Op basis van dit onderzoek is de verwachting voor het gebied laag. In 2011 is een inventariserend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Go Stores Kampenringweg te Gouda, 250 m ten noordoosten van het plangebied (Van Putten 2011; OM 2347586100). Vanuit het bureauonderzoek was er een hoge verwachting voor een middeleeuwse ontginningsweg (dezelfde als in het plangebied) en mogelijk bijbehorende boerderijen (terpen). In één boring werd op een diepte van -2,8 m NAP (0,9 m -mv) een bodemlaag aangetroffen die (mogelijk) te relateren is aan de middeleeuwse ontginningen. Het betrof een 20 cm dikke zwak zandige, zwak humeuze, donkerbruingrijze kleilaag onder het ophoogzand. In alle andere boringen reikte het moderne ophoogpakket tot minimaal 65 cm onder de diepte van deze bodemlaag.

Het tracé van een bureauonderzoek uit 2011 (OM 2312236100) is buiten beschouwing gelaten aangezien deze maar voor een klein deel overlapt met het huidige onderzoeksgebied.

14

IDDS Archeologie rapport 2731 Versie 1.6 (concept)

3.2.

Historische situatie

Het plangebied ligt binnen de ontginning Bloemendaal, die startte in de periode 1100-1140 en voortduurde tot in de 13e-14e eeuw (gis.gouda.nl; de Roode 2021). Op het oudste beschikbare kaartmateriaal, dat is opgesteld in 1615, is geen bebouwing weergegeven op de oevers van de Gouwe. Vermoedelijk was het plangebied in gebruik als landbouwgrond, maar landgebruik is op deze kaart niet aangegeven. Ten noorden van het plangebied is een sloot ingetekend. Het betreft niet de kade die volgens de Archeologische Basiskaart Gouda door het plangebied loopt, daarvoor ligt de sloot te ver naar het noordwesten.

Figuur 8: Een uitsnede uit de historische kaart opgesteld in 1615 door Balthasar Floriszoon van Berckenrode en Floris Balthasars voor het Hoogheemraadschap van Rijnland (rijnland.net). Het plangebied ligt bij benadering ter hoogte van de rode contour. Op een kaart van de oostelijke oever van de Gouwe uit 1657 staat op de oever wel sporadisch bebouwing aangegeven (Figuur 9). Het plangebied kan op deze kaart niet nauwkeurig worden gepositioneerd. Uit een vergelijking met het minuutplan uit het begin van de 19 e eeuw (Figuur 10) blijkt dat de molensloot die op de kaart uit 1657 staat aangegeven waarschijnlijk overeenkomt met de sloot die op het minuutplan de zuidoostelijke begrenzing van het plangebied vormt. Deze sloot wordt op beide kaarten aangegeven als “molensloot”, leidt naar een (water)molen en watert af op de Gouwe. In de weg langs de Gouwe staat op beide kaarten een bruggetje aangegeven ter plaatse van de molensloot. Op de kaart uit 1657 loopt langs de zuidzijde van de molensloot een weg of pad en staat nabij het bruggetje bebouwing aangegeven. Op het minuutplan is dit niet (meer) het geval. Indien de in 1657 aangegeven molensloot overeenkomt met de molensloot op het minuutplan, wat zeer waarschijnlijk is, staat de op de gemeentelijke verwachtingenkaart weergegeven kade dus niet ingetekend op de kaart van 1657.

De kade zoals weergegeven op de gemeentelijke verwachtingenkaart betreft de meer naar het noordwesten gelegen sloot die op het minuutplan als “vaarsloot” is aangegeven en die ook in de huidige situatie nog deels aanwezig is in het plangebied. Op de kaart uit 1657 staat wel bebouwing ingetekend op de oever van de Gouwe die overeen zou kunnen komen met de bebouwing die op het minuutplan langs de vaarsloot staat aangegeven, daarlangs komt echter geen sloot of weg voor.

15

IDDS Archeologie rapport 2731 Versie 1.6 (concept)

Figuur 9: Uitsnede van een kaart uit 1657 (bron: www.samh.nl; inventarisnr. 0054.2058). Het plangebied kan hier niet nauwkeurig op worden weergegeven. De zwarte pijl markeert de molensloot die de zuidoostgrens vormt van het plangebied. Binnen de groene cirkel staat de bebouwing die mogelijk dezelfde bebouwing betreft als op het minuutplan langs de vaarsloot is weergegeven. De bebouwing op de hoek van de molensloot en de Gouwe staat niet meer weergegeven op het minuutplan (Figuur 10). Langs de vaarsloot komt wel bebouwing voor, aan het jaagpad langs de Gouwe. Deze bebouwing ligt vooral buiten het plangebied. Binnen het plangebied staan een hooiberg en een schuur aangegeven. De kleine percelen ten oosten daarvan (langs het jaagpad) waren in gebruik als boomgaard of voor hakhout. De verder van de Gouwe gelegen grote percelen waren weiland of hooiland. Ook de percelen ten westen van de vaarsloot waren weiland.

16

IDDS Archeologie rapport 2731 Versie 1.6 (concept)

watermolen

Figuur 10: Het plangebied op het minuutplan uit 1811-1832 (bron: beeldbank RCE). Op de oudste topografische kaarten, uit het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw, staat nog nagenoeg dezelfde situatie weergegeven als op het minuutplan (Figuur 11). Dit blijft zo tot halverwege de 20e eeuw, toen er een fabriek werd gerealiseerd. In de periode daarna is de rest van het industrieterrein ‘Goudse Poort’ gerealiseerd. In 2012-2013 is het fabriekspand in het plangebied gesloopt. De huidige luchtfoto maakt aannemelijk dat hierbij ook de funderingen gesloopt zijn en dat wellicht sindsdien nog meer grondverzet heeft plaatsgevonden. 3.2.1. Tweede Wereldoorlog Volgens de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (ikme.nl) ligt het plangebied binnen de Vordere Wasserstellung Linie uit de Tweede Wereldoorlog. Op de Militaire landschapskaart (rce.webgispublisher.nl) staan geen waarden aangegeven in of direct naast het plangebied. Op basis van deze bronnen kan verondersteld worden dat er een kleine kans bestaat dat er archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog aanwezig zijn binnen het plangebied.

17

IDDS Archeologie rapport 2731 Versie 1.6 (concept)

A

B

C

D

Figuur 11: Verschillende historische topografische kaarten met daarop het plangebied (Topotijdreis.nl). 3.3.

Huidig landgebruik

Op een recente luchtfoto is het plangebied deels in gebruik als (verhard) parkeerterrein en ligt het deels braak sinds de sloop van de voormalige bebouwing (Figuur 2). Ook bestaat een deel van het plangebied uit water. Op de braakliggende delen zijn puinbergen en graafmachines zichtbaar, wat aangeeft dat er nog graafwerkzaamheden plaatsvinden op het terrein. 3.4.

Mogelijke verstoringen

Voorafgaand aan de bouw van de fabriek halverwege de 20e eeuw zal het plangebied waarschijnlijk zijn opgehoogd met een zandpakket. De dikte daarvan is onbekend, maar onderzoeken in de omgeving

18

IDDS Archeologie rapport 2731 Versie 1.6 (concept)

maken melding van ophogingen tussen 1,5 tot 2,5 m dik. Ook is niet bekend hoe de fundering van het fabriekspand er uit zag. Het fabriekspand is recent gesloopt. Door de opdrachtgever/grondwerker is aangegeven dat de volgende werkzaamheden plaats hebben gevonden: -

Tot aan het veen zijn tot minimaal 2 m -mv alle funderingen verwijderd. Met een stalen pen is tot 4 m -mv geprikt. Daarbij werd niets aangetroffen. Onder de nieuwe hal is grondverbetering uitgevoerd tot minimaal 2 m diep. De grond is draagkrachtig gemaakt voor de bouw (heistelling, kranen, etc.).

19

IDDS Archeologie rapport 2731 Versie 1.6 (concept)

4.

Conclusie en verwachtingsmodel

In opdracht van VOF Engelvaart is in juni 2022 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd in verband met de geplande (her)ontwikkeling van het plangebied aan de Nieuwe Gouwe Oostzijde in Gouda, gemeente Gouda. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied gelegen is in het veengebied, nabij het veenriviertje de Gouwe dat vanaf ongeveer 145 na Chr. zorgde voor drainage naar de Hollandse IJssel. De oevers van de Gouwe kunnen vanaf het ontstaan er van geschikt zijn geweest voor bewoning. Hier zouden dus bewoningsresten vanaf de Romeinse tijd voor kunnen komen. Deze zouden zich kunnen bevinden in de top van het veen of op de oeverafzettingen langs de rivier. Doordat de Gouwe een veenrivier is, vervoerde deze geen sediment en zal er geen sprake zijn van oeverwallen. Wel kan er incidenteel klei zijn afgezet bij overstromingen vanuit de Hollandse IJssel. Waarschijnlijk lagen zowel de loop van de Gouwe als de oevers daarvan niet binnen het huidige plangebied. Het kaartmateriaal vanaf de 17e eeuw wijst er op dat er gedurende de Nieuwe tijd zeker bebouwing stond op de oevers van de Gouwe, voornamelijk ten zuiden van het plangebied. Mogelijk lag een deel van de bijgebouwen van een boerderij langs de Gouwe binnen het plangebied. Het plangebied ligt binnen de ontginning Bloemendaal, die dateert uit de 12e-14e eeuw.

De Archeologische Basiskaart geeft in het plangebied een middeleeuwse kade weer waarlangs bebouwing voor zou kunnen komen. Deze kade zou liggen ter plaatse van een sloot die op het minuutplan als vaarsloot staat aangegeven. Deze vaarsloot staat op het oudste kaartmateriaal echter niet aangegeven. Wel aangegeven is de molensloot, die iets ten zuidoosten van de vaarsloot ligt, ter plaatse van de zuidoostgrens van het plangebied. Het historisch kaartmateriaal geeft een weg en bebouwing weer ten zuidoosten van de molensloot, buiten het plangebied. In de 20e eeuw is het plangebied bebouwd met een fabriek, waarvoor waarschijnlijk een zandpakket is opgebracht. De dikte van dit zandpakket wordt geschat op ongeveer 1,5 tot 2,5 m, maar dit is niet in het plangebied vastgesteld. Recent is de fabriek gesloopt, waarbij de funderingen volledig zijn verwijderd. Tevens heeft grondverbetering plaatsgevonden tot minimaal 2 m -mv. De kans dat in het plangebied nog archeologische resten aanwezig zijn, is klein.

20

IDDS Archeologie rapport 2731 Versie 1.6 (concept)

5.

Aanbevelingen

Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat het plangebied een lage archeologische verwachting heeft. De kans dat er na de recent uitgevoerde sloop en grondverbetering nog archeologische resten aanwezig zijn, is klein. IDDS Archeologie adviseert om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor de voorgenomen civieltechnische werkzaamheden. Bovenstaand advies dient gecontroleerd en beoordeeld te worden door de bevoegde overheid, in dit geval de Gemeente Gouda. Deze zal vervolgens een besluit nemen inzake de te volgen procedure. IDDS Archeologie wil meegeven dat voordat dit besluit genomen is, er niet begonnen kan worden met bodemverstorende activiteiten of activiteiten die voorbereiden op bodemverstoringen. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het onverwacht aantreffen dan wel het ongezien vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een bureaustudie kan echter, op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet gegarandeerd worden.

Wij wijzen u er graag op dat indien archeologische waarden worden aangetroffen, deze conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet zo spoedig mogelijk bij de minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gemeld dienen te worden. Dit kan door het invullen van het vondstmeldingsformulier op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (www.cultureelerfgoed.nl) of door contact op te nemen met de InfoDesk (info@cultureelerfgoed.nl).

21

IDDS Archeologie rapport 2731 Versie 1.6 (concept)

Literatuur en kaarten Centraal College van Deskundigen, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1, Gouda. Broeke, E.M. ten, 2014: Archeologisch bureauonderzoek en gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek. Oeververvanging vak T9.10 te Gouda in de gemeente Gouda. Doetinchem (Econsultancy rapport 14075776). Jong, S. de / F. van Oosterhout, 2019: Archeologisch bureauonderzoek Steunpunt Coenecoop Kanaaldijk te Waddinxveen. Arnhem (Arcadis Archeologische Rapporten 210). Koekkelkoren, A.M.H.C. / S. Moerman, 2012: Inventariserend Veldonderzoek, karterende fase. Kruising N454-N207, Moordrecht Gemeente Zuidplas. Noordwijk (IDDS Archeologie rapport 1450). Peeters, D., 2020: Plangebied Wilhelminakade 49-50 te Waddinxveen, gemeente Waddinxveen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek). Weesp (RAAP-rapport 4504) Putten, M.J. van, 2011: Gouda, Plangebied Go Stores Kampenringweg. Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). Deventer (BAAC rapport V-11.0372). Verschoor, G.C.W. / H.W.D. van den Engel, 2009: Archeologisch Bureauonderzoek: Kruising N454N207, Waddinxveen, Gemeente Waddinxveen. Noordwijk (Becker & Van de Graaf rapport 839) Zee, R.M. van der, 2022: Wilhelminakade 83, Waddinxveen (gemeente Waddinxveen). Een bureauonderzoek. Amersfoort (ADC Rapport 5468).

Websites archis.cultureelerfgoed.nl beeldbank.cultureelerfgoed.nl hisgis.nl ikme.nl landschapinnederland.nl/militaire-landschapskaart www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl www.pdok.nl www.rijnland.net/over-rijnland/erfgoed/archieven-en-collecties www.samh.nl www.topotijdreis.nl

22

IDDS Archeologie rapport 2731 Versie 1.6 (concept)

Lijst van afkortingen en begrippen Afkortingen AHN AMK AMZ Archis ASB AWN BP GHG GLG GPS indet KNA mv NAP PvA PvE RCE SIKB

Actueel Hoogtebestand Nederland Archeologische Monumenten Kaart Archeologische Monumentenzorg Archeologisch Informatie Systeem Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland Before Present (Present = 1950) Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand Gemiddeld Laagste Grondwaterstand Global Positioning System ondetermineerbaar Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie maaiveld (het landoppervlak) Normaal Amsterdams Peil Plan van Aanpak Programma van Eisen Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer

Verklarende woordenlijst 14C-datering (ook wel C14-datering) Bepaling van gehalte aan radioactieve koolstof 14C van organisch materiaal (hout, houtskool, veen, schelpen e.d.) waaruit de 14Couderdom kan worden afgeleid. Deze ouderdom wordt opgegeven in jaren vóór 1950 na Chr. (jaren BP) met daaraan toegevoegd de aan de meting verbonden mogelijke afwijking (standaarddeviatie) Allerød tijd Korte, relatief warme periode uit de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 11.80011.000 jaar geleden antropogeen Ten gevolge van menselijk handelen (door mensen veroorzaakt/gemaakt) Archis-melding Elke melding bij het centraal informatiesysteem (Archis) artefact Alle door de mens vervaardigde of gebruikte voorwerpen bioturbatie Verstoring van de oorspronkelijke bodemstructuur en/of transport van materiaal door plantengroei en dierenactiviteiten Bølling tijd Korte, relatief warme periode uit de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 13.50012.000 jaar geleden Boreaal Tijdvak, onderafdeling van het Holoceen, gekarakteriseerd door een gematigd en continentaal klimaat en een bebost landschap gedomineerd door loofbomen (datering ca. 6800-5500 voor Chr.) buitendijks Gronden die aan de rivierzijde van een dijk liggen.

In het buitendijkse gebied liggen de uiterwaarden castellum Romeins legerkamp conservering Mate waarin grondsporen, anorganische en organische archeologische resten bewaard zijn couperen Het maken van één of meer verticale doorsneden door een spoor of laag om de aard, diepte, vullingen, vorm en relaties met andere fenomenen vast te stellen crematie Begraving met gecremeerd menselijk bot crevasse Doorbraakgeul door een oeverwal dagzomen Aan de oppervlakte komen, zichtbaar worden van gesteenten (met inbegrip van zand, klei, etc.)

23

IDDS Archeologie rapport 2731 Versie 1.6 (concept)

dekzand

Dryas Edelmanboor Eemien eerdgrond eolisch estuarien estuarium fluviatiel fluvioglaciaal gaafheid Hollandveen Holoceen horizont humeus ijzeroer in situ inhumatie interstadiaal kom kreek kronkelwaard kwel kwelder laag leem Limes lithologie löss lutum meander meanderen oeverwal

Fijnzandige afzettingen die onder periglaciale omstandigheden voornamelijk door windwerking ontstaan zijn; de dekzanden van het Weichselien vormen in grote delen van Nederland een ‘dek’ (Formatie van Boxtel) Laatste gedeelte van de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 20.000-10.000 jaar geleden Een handboor voor bodemonderzoek Interglaciaal tussen de voorlaatste en laatste ijstijd (Saalien en Weichselien), ca. 130.000-120.000 jaar geleden Grond met een humushoudende minerale bovengrond van meer dan 50 cm, ontstaan door invloed van de mens Door de wind gevormd, afgezet Afgezet in een estuarium Inham aan de kust waarin met name het getijde grote invloed uitoefent op het landschap, bijvoorbeeld de Westerschelde Door rivieren gevormd, afgezet Door smeltwater (afkomstig van gletsjers) afgezet Mate van (fysieke) verstoring van de bodem, zowel in verticale zin (diepte) als in horizontale zin (omvang) Holocene formatie, ontstaan vanaf 3500 voor Chr. Jongste geologisch tijdvak dat nog steeds voortduurt (vanaf de laatste ijstijd: ca.

8800 jaar voor Chr.) Kenmerkende laag binnen de bodemvorming Organische stoffen bevattend; bestaande uit resten van planten en dieren in de bodem IJzeroxidenhydraat, een ijzererts dat vooral in vlakke landstreken, in dalen en moerassige gebieden op geringe diepte voorkomt Achtergebleven op exact de plaats waar de laatste gebruiker het heeft gedeponeerd, weggegooid of verloren Begraving met niet gecremeerd menselijk bot Een warmere periode tijdens een ijstijd (glaciaal) Laag gebied waar na overstroming van een rivier vaak water blijft staan en klei kan bezinken Waterweg waarbij het water vanuit zee of rivier onder invloed van het getijde inen uitstroomt Deel van een stroomgebied omgeven – en grotendeels opgebouwd – door een meander Door hydrostatische druk aan het oppervlakte treden van grondwater zie schor Een vervolgbare grondeenheid die op archeologische of geologische gronden als eenheid wordt onderscheiden Grondsoort die wordt gekenmerkt door een samenstelling van meer dan 50% silt, minder dan 50% zand en minder dan 25% klei de noordgrens van het Romeinse rijk Wetenschap die zich bezighoudt met de beschrijving en het ontstaan van de sedimentaire gesteenten Door de wind gevormde afzetting van zeer fijnkorrelig materiaal waarvan het overgrote deel van de korrels (60-85%) kleiner is dan 0,063 mm Kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm Min of meer regelmatige lusvormige rivierbocht

(van rivieren of beken) Zich bochtig door het landschap slingeren Langgerekte rug langs een rivier of kreek, ontstaan doordat bij het buiten de oevers treden van de stroom het grovere materiaal het eerst bezinkt

24

IDDS Archeologie rapport 2731 Versie 1.6 (concept)

OSL-datering

oxidatie plaggendek plangebied Pleistoceen

podzol pollenanalyse

prehistorie rivierduin Saalien schor silt slak slik spieker strandvlakte strandwal

stratigrafie stroomgordel stroomrug

stuwwal terras (rivier-) vaaggronden vicus vindplaats Weichselien zavel zeldzaamheid

Dateringsmethode waarmee op grond van energieverval kan worden bepaald wanneer een fragment kwarts (zand) voor het laatst heeft blootgestaan aan direct zonlicht Reactie met zuurstof (roesten/corrosie bij metalen; ‘verbranding’ bij veen) Verhoogd bouwland, ontstaan door ophoging ten gevolge van bemesting. Voor de bemesting werden plaggen of met zand vermengde potstalmest opgebracht Gebied waarbinnen de realisering van de planvorming het bodemarchief kan bedreigen Geologisch tijdperk dat ca. 2,3 miljoen jaar geleden begon. Gedurende deze periode waren er sterke klimaatswisselingen van gematigd warm tot zeer koud (de vier bekende ijstijden). Na de laatste ijstijd begon het Holoceen (ca. 8800 voor Chr.) Goed ontwikkelde bodem in gebieden met veel neerslag De bestudering van fossiele stuifmeelkorrels en sporen waardoor een beeld van de vegetatiegeschiedenis gevormd kan worden. Uit de vegetatiegeschiedenis kan het klimaat worden gereconstrueerd Dat deel van de geschiedenis waarvan geen geschreven bronnen bewaard zijn gebleven Door verstuiving uit een riviervlakte hierlangs ontstaan duin (in Nederland meestal Weichselien of Vroeg Holoceen van ouderdom) Voorlaatste ijstijd, waarin het landijs tot in Nederland doordrong en de stuwwallen werden gevormd, ca.

200.000-130.000 jaar geleden Zandgrond in een getijdenwater; staat alleen onder water bij zeer hoog tij, begroeid Zeer fijn sediment met grootte 0,002-0,063 mm Steenachtig afval van metaal- of aardewerkproductie Zandgrond in een getijdenwater; staat onder water bij vloed en valt droog bij eb, kwelder onbegroeid; wad Op palen geplaatst opslaghuisje Groot vlak zandig gebied tussen twee strandwallen Langs de kust gevormde langgerekte zandrug die uitsteekt boven het gemiddelde hoogwaterniveau; geeft in Nederland de oude ligging van de kustlijn weer Opeenvolging van lagen in de bodem Het geheel van rivieroeverwal-, rivierbedding- en kronkelwaard-afzettingen, al dan niet met restgeul(en) Oude riviergeul die zodanig is opgehoogd met zandige afzettingen dat de rivier een nieuwe loop heeft gekregen; blijft door inklinking van de komgebieden als een rug in het landschap liggen Door de druk van het landijs in het Saalien opgedrukte rug van scheefgestelde preglaciale sedimenten Door een rivier verlaten en daarna versneden dalbodem Minerale gronden zonder duidelijke podzol-B-horizont, zonder briklaag en zonder minerale eerdlaag Een burgerlijke nederzetting uit de Romeinse tijd met een stedelijk karakter maar zonder stadsrechten Ruimtelijk begrensd gebied waarbinnen zich archeologische informatie bevindt Geologische periode (laatste ijstijd, waarin het landijs Nederland niet bereikte), ca.

120.000-10.000 jaar geleden Grondsoort die tussen 8 en 25% lutum (kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm) bevat Mate waarin een bepaald type monument schaars is (of is geworden) voor een periode of in een gebied

25

Bijlage 1: Topografische kaart

Legenda Plangebied

IDDS 's- Gravendijckseweg 37 2201 CZ Noordwijk IDDS.NL

Postbus 126 2200 AC Noordwijk info@idds.nl T 071 - 402 85 86

integrale exper se bij ruimtelijke ontwikkeling

Project: Nieuwe Gouwe Oostzijde, Gouda OM nr.: 5272082100 Versie: 1 Projectnr.: A2692 Formaat: A4 Schaal: Datum: 8-7-2022 Tekenaar: SMO

Bijlage 4: Periodentabel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=a3f21b1e-8a6f-446d-9a77-2461a9c4a4f0