Bijlage 32 MER Beoordelingsbesluit Stavorenweg 4-6
Tekst van het document
besluit van het college dossiernummer
6981
Onderwerp M.E.R. beoordelingsbesluit
Het college van burgemeester en wethouders van Gouda; gelezen het voorstel van 18 april 2023; gelet op artikel 160 van de Gemeentewet;
besluit tot: Het niet opstellen van een milieueffectrapport voor de ontwikkeling aan de Stavorenweg 4-6.
1. Aanleiding In verband met de voorgenomen ontwikkeling van Van der Kooij Bouwmanagent hebben wij beoordeeld of een milieueffectrapportage (MER) moet worden opgesteld in het kader van het verlenen van de vergunning bedoelt in artikel 3.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op het realiseren van twee bedrijfsgebouwen ter plaatse van de Stavorenweg 4 en 6. Op de begane grond komen ruimten voor bedrijven, daarboven komen opslagboxen. Op grond van de aanmeldnotitie m.e.r. beoordelen wij of, voorafgaand aan de besluitvorming het plan, een milieueffectrapport moet worden opgesteld.
2. Besluit Wij besluiten, gelet op de overwegingen die zijn opgenomen in dit besluit, dat bij de voorbereiding van het plan voor hierboven genoemde ontwikkeling door Van der Kooij Bouwmanagent geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. De toelichting van het plan NL.IMRO.0513.0308.OVSTAVWEG46.VO01./ nummer besluit maakt onderdeel uit van dit besluit.
3. Rechtsmiddelen Op grond van artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht is deze beoordeling een voorbereidingsbesluit waarop geen bezwaar en beroep mogelijk is, tenzij aangetoond kan worden dat dit besluit belanghebbende rechtstreeks treft. In de bestemmingsplanprocedure kan door een ieder zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan naar voren worden gebracht. De zienswijzen kunnen ook betrekking hebben op dit voorbereidingsbesluit.
4. Procedure De voorbereiding van het m.e.r.-beoordelingsbesluit heeft plaatsgevonden overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. De aanmeldnotitie en de daarbij gevoegde bescheiden voldoen aan de eisen die het Besluit milieueffectrapportage daaraan stelt.
5. Overwegingen De volgende inhoudelijke overwegingen liggen aan dit besluit ten grondslag:
5.1.Toetsingskader De aangevraagde activiteit komt niet voor in onderdeel C van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Hierdoor is geen directe plicht om een milieueffectrapport op te stellen. De aangevraagde activiteit komt wel voor in onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapport, namelijk onder D 11.2 In kolom 2 van D 11.2 is de m.e.r-beoordelingsdrempel opgenomen: In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage moet het bevoegd gezag, ook voor activiteiten die beneden de m.e.r-beoordelingsdrempel liggen, bepalen of de activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft en of al dan niet een MER opgesteld dient te worden. Dit dient te gebeuren aan de hand van de criteria genoemd in bijlage III bij de EG-richtlijn milieueffectbeoordeling (2011/92/EU en 2014/52/EU). Deze criteria omvatten: -de kenmerken van het project (onder andere omvang en cumulatie); -de locatie van het project (de kenmerken van het plangebied in relatie met kwetsbaarheid omgeving); -soort en kenmerken van het potentiële effect (mogelijke effecten van de activiteit, onder andere bereik, waarschijnlijkheid en omkeerbaarheid).
Als uitgangspunt geldt dat alleen een MER hoeft te worden opgesteld, indien het bevoegd gezag van oordeel is dat dit noodzakelijk is vanwege belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben. 5.1.1 De kenmerken van het project De omvang van het project Het slopen van de huidige bebouwing en realiseren van bedrijfsgebouwen met meerderde functies. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen twee gebouwen, welke in samenhang worden ontworpen. Ze bestaan uit vier bouwlagen, de maximale hoogte is 20 meter. De begane grond van beide locaties wordt ingericht als bedrijfsruimte (op- en overslag van goederen en loods, opslaglocatie, groothandel of transportbedrijf), daarbij komt maximaal 200m2 kantoorruimte. De verdiepingen worden gebruikt voor opslagboxen. De bezoekers van de opslagboxen parkeren inpandig. Het buitenterrein wordt onder andere ingericht ten behoeve van het parkeren. De cumulatie met andere projecten Vooralsnog zijn er geen andere projecten in de omgeving bekend, die dermate concreet zijn dat cumulatie te verwachten is. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen Er wordt gebruik gemaakt van reguliere natuurlijke hulpbronnen als bouwmateriaal, zoals beton, hout, staal en grond. Een andere locatie zal niet leiden tot minder gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Bij de beoogde ontwikkeling is geen sprake van productieprocessen.
Verontreiniging en hinder De bedrijfsgebouwen zullen bedrijfsafval (of bedrijfsafvalstoffen) produceren. Deze worden gescheiden, en gescheiden afgevoerd. Daarnaast wordt een gescheiden rioolstelsel aangelegd, waarbij het regenwater en het vuile afvalwater gescheiden afgevoerd worden. Identificatie 2023013140 6 van 9
pagina 2
Risico van ongevallen Er wordt niet gewerkt met gevaarlijke stoffen. De bedrijfsactiviteiten brengen geen onevenredige gevaren met zich mee. Op een andere locatie is het risico op ongevallen gelijk. 5.1.2 De plaats van het project Het bestaande grondgebruik Het gebouw aan de Stavorenweg 6 is reeds gesloopt. Het andere kantoorgebouw staat er nog. Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratieve vermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied Er is geen bijzondere rijkdom aan kwaliteit. Het opname vermogen van het natuurlijke milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, HA/ Richtlijnengebied, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historische cultureel of archeologische gebieden van belang Op circa 4,6 km ligt het Natura 2000-gebied ‘Broekvelden, Vettenbroek en Polder Stein’. Op dit moment betreft het geen stikstofgevoelig gebied. Gelet op de afstand en aard van de werkzaamheden wordt een negatief effect niet verwacht. Volledigheidshalve is hiervoor wel een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. Deze toont aan dat er geen toename aan stikstofdepositie wordt veroorzaakt op Polder Stein.
5.1.3 Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (Geografisch en grootte getroffen bevolking) Het omliggend wegennet is toereikend voor de toename van verkeersgeneratie op te vangen. De overige milieueffecten zijn niet zodanig dat grenswaarden overschreden worden. Er is geen negatief (milieu)effect ten aanzien van de gezondheid. Grensoverschrijdend karakter nvt Orde van grootte en complexiteit effect Verkeersgeneratie voor gebruikers van diezelfde wegen. Aangezien geacht wordt dat de wegen dit aankunnen is dit effect beperkt. Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect De gebouwen worden gerealiseerd voor onbepaalde tijd. 5.2 Conclusie Gelet op bovenstaande overwegingen kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het opstellen van een milieueffectrapport is daarom niet nodig. Burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda. Aldus besloten in de vergadering van 18 april 2023. Burgemeester en wethouders van Gouda, de secretaris, de burgemeester,
drs. R.C. Bakker
mr. drs. P. Verhoeve
pagina 3