CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Westergouwe WG-III.B Toelichting

Raadsvergadering 10 april 2024, gemeente GoudaBij agendapunt: Bestemmingsplan Westergouwe fase WG-III.B20.733 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B vastgesteld

bestemmingsplan Toelichting

Westergouwe WG-III.B vastgesteld

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding planherziening 1.2 Ligging, begrenzing en juridische status van het plangebied 1.3 Bij het plan behorende stukken 1.4 Leeswijzer

7 7 7 10 10

Hoofdstuk 2 Gebiedscontext 2.1 Gouda algemeen 2.2 Plangebied Westergouwe en fase 3b

11 11 11

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Doel van het plan 3.2 Stedenbouwkundige uitgangspunten 3.3 Ruimtelijke hoofdopzet 3.4 Planaspecten

15 15 15 17 19

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

35 35 36 39

Hoofdstuk 5 Randvoorwaarden 5.1 Milieu 5.2 Milieueffectrapportage

45 45 56

Hoofdstuk 6 Planopzet 6.1 Feitelijke planopzet 6.2 Juridische planopzet

59 59 59

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Handhaving 7.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

63 63 63 63

3

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

4

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

Toelichting

5

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

6

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding planherziening

Het voorliggende plangebied Westergouwe WG-III.B ligt ten zuidwesten van het stadscentrum Gouda en ten noorden van de kern Moordrecht en maakt deel uit van de nieuwbouwwijk Westergouwe. De stedenbouwkundige opzet van Westergouwe gaat uit van circa 4.400 woningen in een wijk met een veelheid aan verschillende woonmilieus. De woningbouwopgave van Gouda is niet alleen gebaseerd op de autonome bevolkingsgroei van de gemeente zelf, maar vloeit ook voort uit de taakstelling die Gouda als centrumgemeente heeft om de verstedelijking uit de regio op te vangen. Daartoe is het bestemmingsplan 'Westergouwe' (onherroepelijk 29 juni 2011) opgesteld, waarin de beoogde ontwikkelingen voor een hoogwaardig woongebied met voorzieningen en een groen-blauwe zone planologisch-juridisch mogelijk werden gemaakt. Het bestemmingsplan 'Westergouwe' is een globaal, uit te werken plan. Het plan is in 2015 uitgewerkt ten behoeve van deelgebied Westergouwe-1. Voor deelgebied Westergouwe-2 bleek dat het bestemmingsplan 'Westergouwe' al geen passend kader meer was. Dit werd voornamelijk veroorzaakt door de noodzakelijke inpassing van de zogenaamde BAL-leiding (Bergambachtleiding) enerzijds en een aangepast ontwerp van de hoofdinfrastructuur anderzijds. In 2016 leidde dit inzicht tot de vaststelling van het bestemmingsplan 'Westergouwe fase 2'.

Op 28 oktober 2020 is het bestemmingsplan 'Westergouwe fase 3' vastgesteld. In dit bestemmingsplan wordt de bouw van Westergouwe fase 3 mogelijk gemaakt. Fase 3 bestaat uit een deel dat ten westen ligt van Westergouwe-2 (Westergouwe-III West) en de afronding van Westergouwe Eiland II. Masterplan Westergouwe 2.0 Toekomstbestendig en Veerkrachtig! (vastgesteld) Oorspronkelijk ligt aan de planvorming voor de nieuwe wijk het Masterplan 'Waterstad Westergouwe 2005' ten grondslag. Sinds de vaststelling van dat Masterplan is er op ruimtelijk gebied veel veranderd. Zo is er een volwaardige afrit op de A20 gekomen, is de Moordrechtboog gerealiseerd, met een rechtstreekse verbinding naar Zoetermeer-Den Haag en is een grootschalige groenzone geïntroduceerd met de inpassing van de bestaande drinkwaterleiding (BAL-leiding). Daarnaast is de woningmarkt ingrijpend veranderd en is, na de voltooiing van Nesselande, Westergouwe meer onder de invloedssfeer van de Rotterdamse woningmarkt gekomen. Onder invloed van deze factoren zijn de stedenbouwkundige uitgangspunten voor de wijk herijkt. De uitkomsten zijn neergelegd in een update van het Masterplan 'Westergouwe 2005'.

De raad heeft in 2022 ingestemd met deze geactualiseerde stedenbouwkundige visie, het 'Masterplan Westergouwe 2.0.' Deze update van het masterplan beschrijft de gevolgen van de nieuwe inzichten voor de opzet van de wijk , het programmatische kader en de fasering van Westergouwe. Daarmee vormt dat plan de basis voor ruimtelijke plannen die ten behoeve van de nieuwe woonwijk worden vastgesteld, waartoe ook het onderhavige bestemmingsplan behoort. De woongebieden van Westergouwe fase 3 zijn stedenbouwkundig en programmatisch afgerond. Voorliggend bestemmingsplan biedt het juridisch-planologisch kader voor de ontwikkeling van Westergouwe fase 3b, gelegen ten westen en zuiden van Westergouwe III West.

1.2

Ligging, begrenzing en juridische status van het plangebied

Westergouwe ligt in de zuidoosthoek van de Zuidplaspolder, aan de westkant van Gouda. De Zuidplaspolder is omgeven door een ringdijk en een ringvaart. Westergouwe wordt aan de noord- en westzijde begrensd door provinciale wegen, te weten de N207 en de N457. Aan de zuidoostzijde ligt de ringdijk langs de Ringvaart van de Zuidplaspolder. De zuidwestgrens van het te ontwikkelen gebied Westergouwe valt samen met de noordoever van de watergang Vijfde Tocht. Westergouwe-3b sluit aan de oost- en noordzijde aan op Westergouwe fase 3a. Aan de noordzijde wordt het begrensd door Provinciale weg N207 en aan de zuidzijde door de BAL-zone. Het plangebied is circa 9,3 hectare groot en omvat 458 woningen.

7

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

Ligging Westergouwe fase 3 in Gouda

Ofschoon de beide gebiedsdelen van fase 3b niet op elkaar aansluiten, is er niettemin aanleiding om beide delen in dit bestemmingsplan mee te nemen. Dit wordt ingegeven door het huidige stadium van de gebiedsontwikkeling en de exploitatie van Westergouwe. Beide delen sluiten aan op fase 3 en vormen feitelijk de afronding van deze fase. Hier kan snel opgehoogd en gebouwd worden. De wens bestaat dit nog onder het regime van de Wet ruimtelijke ordening te regelen. Zo is er tijd genoeg om (in 2025) een nieuw omgevingsrechtelijk kader voor Westergouwe vast te stellen, als de onzekerheden rond inhoud en inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn weggenomen. Het voorliggende bestemmingsplan omvat de planologische regeling voor het gebruik van de gronden en gebouwen in het gebied Westergouwe fase 3b. De huidige juridische regeling van deze gronden is neergelegd in het bestemmingsplan 'Westergouwe'. Dit bestemmingsplan is op 30 augustus 2008 door de gemeenteraad van Gouda vastgesteld en op 29 juni 2011 onherroepelijk geworden. De betreffende gronden in Westergouwe 3b hebben de volgende bestemmingen: Groen (G); Gemengd-Uit te werken (GD-U); Verkeer-Verblijf (V-V); Water (WA); Woongebied-Uit te werken (W-U).

8

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan Westergouwe

Binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan is de realisatie van het stedenbouwkundig plan niet mogelijk. Dit wordt voornamelijk ingegeven door de keuze om de BAL-leiding niet te verplaatsen, maar juist te handhaven en de daarbij behorende gronden in te zetten als structurerend element in de vorm van een

9

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

centrale groene corridor. Deze fundamentele heroriëntatie heeft ook gevolgen voor de interne en externe wijkontsluitingsstructuren, die niet inpasbaar zijn binnen de geldende planologische kaders.

1.3

Bij het plan behorende stukken

Dit bestemmingsplan 'Westergouwe WG-III.B' bestaat uit een geografische plaatsbepaling (verbeelding) regels en een toelichting. De geografische plaatsbepaling en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. De toelichting verklaart de ruimtelijke keuzes en bestemmingen. Beide onderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast.

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan is opgebouwd conform het (wettelijke) model Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) en de binnen de gemeente Gouda gehanteerde standaard. In deze toelichting is in de Inleiding (hoofdstuk 1) de aanleiding tot het opstellen van dit bestemmingsplan en de ligging van het plangebied uiteengezet. Hoofdstuk 2 behandelt de context van de omgeving door een beknopte beschrijving van de gebiedskenmerken. Hoofdstuk 3 beschrijft de stedenbouwkundige uitgangspunten en doelstellingen voor het plangebied en gaat in op de belangrijkste programmatische aspecten, zoals het woningbouwprogramma, de waterhuishouding en duurzaamheid. Hoofdstuk 4 vormt een uiteenzetting van het voor dit bestemmingsplan relevante beleidskader. In hoofdstuk 5 worden de milieuaspecten behandeld. Hoofdstuk 6 geeft een toelichting op de verschillende bestemmingen. Tot slot volgt in hoofdstuk 7 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

10

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

Hoofdstuk 2 2.1

Gebiedscontext

Gouda algemeen

Gouda is ontstaan op de plaats waar de rivier de Gouwe uitmondde in de Hollandsche IJssel. De Gouwe is van oorsprong een rivier die zorgde voor de afvoer van water uit het veengebied tussen de Hollandsche IJssel en de Oude Rijn. De huidige loop van de Hollandsche IJssel is in de Romeinse tijd gevormd, over de Gouwe is minder bekend. Ten tijde van het ontstaan van de stad Gouda zal de Gouwe ongeveer zijn huidige loop door de stad al hebben gehad. De ondergrond van Gouda bestaat uit een dik veenpakket, plaatselijk meer dan 10 meter dik. Over het veenpakket is door de rivieren een kleilaag afgezet, naar het noorden wordt deze laag steeds dunner. Vanaf ongeveer 1200 is er, met name in de binnenstad, regelmatig opgehoogd, waardoor een bewoningspakket met een dikte van (plaatselijk) 4 meter is ontstaan. In 1272 kreeg Gouda stadsrechten. De stad groeide daarna binnen ongeveer 100 jaar uit naar de omvang van de huidige binnenstad. Deze grootte behield het lange tijd, totdat in de tweede helft van de negentiende eeuw een begin werd gemaakt met de uitbreiding van de stad buiten de singels. Vanaf de veertiende eeuw begon men met de grootschalige winning van turf als brandstof voor stedelingen en bedrijven. Hierdoor ontstonden plassen die later ten dele weer werden drooggelegd.

In de tweede helft van de negentiende eeuw wordt een begin gemaakt met de uitbreiding van de stad Gouda buiten de singels. De eerste grote stadsuitbreidingen dateren van na 1901. Door de vestiging van nieuwe bedrijven en uitbreiding van de bestaande bedrijven ontstaat een grote behoefte aan arbeiderswoningen. Na de Tweede Wereldoorlog wordt Gouda zowel in zuidwestelijke richting als noordelijke richting verder uitgebreid (onder andere Korte Akkeren-Nieuw en Ouwe Gouwe). Daarna volgen de buurten Vreewijk en Oosterwei in het oosten. Eind jaren zestig start in het noordwesten de bouw van Bloemendaal en in het oosten de Sportbuurt. In de jaren zeventig volgt ook Plaswijck en in het noordoosten de Slagenbuurt. In de jaren negentig wordt ten oosten van de Sportbuurt tenslotte de wijk Goverwelle gebouwd. De grote stadsuitbreidingen uit de jaren zeventig, tachtig en negentig hadden deels tot doel om het woningtekort voor plaatsen als Rotterdam en Den Haag op te vangen. De uitbreiding in de polders vraagt grote investeringen. Door de drassige veenbodem zijn de kosten van de infrastructuur aanzienlijk hoger dan elders in het land. Daar staat tegenover dat de laatste stadsuitbreidingen wel hebben gezorgd voor een nieuwe sociaal-economische bloei. Sinds de afronding van Goverwelle ontbreekt het de stad aan uitbreidingsmogelijkheden.

Met de start van de bouw van Westergouwe in 2015 komt hierin verandering.

2.2

Plangebied Westergouwe en fase 3b

Hemelsbreed gemeten ligt het overgrote deel van de locatie Westergouwe op een afstand van circa 2 tot 3 km ten zuidwesten van het stadscentrum. Westergouwe wordt ontwikkeld buiten de contouren van de Provinciale weg, het Gouwekanaal en de Ringvaart die tot voor kort de westkant van de stad begrensden. Door de ligging aan de Provinciale weg vormt Westergouwe voor veel mensen de 'eerste ontmoeting' met Gouda. Met de nieuwe aansluiting op de A20 neemt de betekenis van Westergouwe als visitekaartje van Gouda verder toe.

11

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

Projectgebied Westergouwe (geel kader) en deelgebied fase 3b (rood kader)

De orthogonale structuur van het open polderlandschap is nu nog kenmerkend voor een groot deel van Westergouwe. Met de drooglegging is de polder systematisch ingedeeld, met een stelsel van noord-zuid en oost-west gerichte tochten en vaarten. De tochten liggen steeds op 400 meter afstand van elkaar. Tussen de tochten ligt een regelmatig patroon van sloten (40 meter uit elkaar), waardoor binnen een grotere blokstructuur een stelselmatige strokenverkaveling is ontstaan. Het stedenbouwkundig plan laat de orthogonale structuur grotendeels los en kiest voor een meer organische landschapsstructuur.

12

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

Hoofdopzet Westergouwe, bron: Stedenbouwkundig plan Deel-I versie 2.6

Momenteel is fase 3b onbebouwd (zie de afbeelding). In afwachting van zijn eindbestemming is het gebied hoofdzakelijk in gebruik als landbouwgrond (grasland).

13

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

Impressie huidige situatie fase 3b

14

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Doel van het plan

Dit bestemmingsplan heeft als doel om fase 3b van Westergouwe mogelijk te maken. Het bestemmingsplan biedt een zo flexibel mogelijk kader voor de toekomstige inrichting. Dat wil zeggen dat het bestemmingsplan geen verdergaande beperkingen aan de toekomstige bebouwing en functies stelt dan strikt genomen noodzakelijk om een toekomstbestendige woonwijk te garanderen. Waar mogelijk wordt aan de woningbouwontwikkelaars keuzeruimte gelaten met betrekking tot aantallen, positionering en typologieën van woningen.

3.2

Stedenbouwkundige uitgangspunten

De realisatie van fase 3b is gebaseerd op de hoofdopzet van Westergouwe, die hier in kort bestek wordt beschreven, alvorens in paragraaf 3.3 wordt ingegaan op de stedenbouwkundige uitgangspunten van fase 3b. Hoofdopzet Westergouwe: waterhuishoudkundige opzet: drie peilgebieden; hoofdontsluitingsstructuur Westergouwe: twee aansluitingen voor autoverkeer op de Provincialeweg en een lusvormige hoofdopzet tussen deze twee ontsluitingspunten; groen raamwerk in het deel van Westergouwe ten westen van de Moordrechtse tocht met vier belangrijke structurerende elementen; opzet Westergouwe met een open structuur aan de binnenkant (de Polderkamer) en een stevige meer stadse omranding; een rijkheid aan woonmilieus met een eigen uniek karakter en mix van kwaliteiten; kloppende Hart van de Westergouwe, centraal gelegen, waarin de commerciële voorzieningen zijn samengebracht. Het deel van Westergouwe ten westen van de Moordrechtse tocht bevat vier structurerende elementen die tezamen het groene raamwerk van Westergouwe vormen: de BAL-zone, de GroenBlauwe zone en de twee groene assen. Omdat deze structurende elementen de context vormen voor de opzet van fase 3b, worden ze in deze paragraaf nader toegelicht. BAL-zone Dwars door Westergouwe loopt de zone van de Bergambachtleiding van Dunea voor drinkwater (BAL-zone).

Deze loopt als belangrijke groenzone door geheel Westergouwe, van de GroenBlauwe zone tot aan de Oost Ringdijk. Het laatste stuk van de BAL-leiding in Westergouwe komt onder de Westergouweplas te liggen. De BAL-zone is een langgerekte landschappelijke structuur die als zodanig niet zal worden opgehoogd, omdat geen verstoring van de bodem in de nabijheid van de leiding mag plaatsvinden. De BAL-zone heeft daardoor de kwaliteiten van het bestaande poldermaaiveld als vertrekpunt. De BAL-zone krijgt een natuurlijk en ruw karakter. In de BAL-zone wordt een wandelpad (fiets te gast) meegenomen dat de mogelijkheid geeft om vanuit alle, op de BAL-zone aangesloten woonbuurten, naar het hart van de wijk te wandelen zonder ook maar een straat te hoeven kruisen. In het kader van de ontwikkeling van fase 2 is een aanvang gemaakt met de nadere uitwerking van de plannen voor het deel van de BAL-zone dat aansluit op fase 2 en op het westelijke deel van fase 3. In fase 2 is begonnen met het inrichten van de BAL-zone. Integraal onderdeel van de herinrichting vormt de begrazing in de BAL-zone door schapen. Begrazing door schapen in de BAL-zone wordt doorgezet in fase 3. GroenBlauwe zone Aan de zuidwestzijde wordt Westergouwe begrensd door de GroenBlauwe zone, een waterrijk natuur- en recreatiegebied van 45 ha, met tal van recreatiemogelijkheden voor de bewoners van Westergouwe.

De GroenBlauwe zone omvat een natuurspeelplaats, een visvijver, een uitkijktoren en broedschuren voor beschermde vogelsoorten. Door een stelsel van wandel- en fietspaden en vlonderbruggen is 55% van het

15

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

gebied toegankelijk. Het andere deel is natuur- en stiltegebied. Twee groene assen Westergouwe kent twee belangrijke groene assen. De eerste is de as die fase 2 in tweeën deelt en die doorloopt tot aan de GroenBlauwe zone. Deze as wordt het Polderpark genoemd. Deze as kruist met de BAL-zone en met de noordelijke- en zuidelijke hoofdontsluitingsweg. De as krijgt net als de BAL-zone een natuurlijk karakter. De tweede, diagonale, groene as ligt opgespannen tussen de grote bocht in de Provincialeweg en de knik in de zuidelijke rand van Westergouwe. Deze diagonale as kruist net als de eerste as de BAL-zone en de noordelijke en zuidelijke hoofdontsluitingsweg. De tweede groene as, die we diagonale as noemen, loopt door het Westelijke deel van WG-III heen en krijgt daarin gestalte als een parkzone (campusachtig) waarin wordt gewoond, waarin ruimte is voor maatschappelijke voorzieningen en het scholencluster van de wijk zal worden gerealiseerd.

Structurerende elementen Westergouwe, bron: Stedenbouwkundig plan Deel-I versie 2.6

16

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

3.3

Ruimtelijke hoofdopzet

Fase 3b (westelijk deel) Fase 3b sluit aan de oostzijde aan op Westergouwe fase 3, aan de noordzijde wordt het begrensd door de N207 en aan de westzijde door de N457. Fase 3b is 9,3 hectare groot en omvat 458 woningen. Vanaf de Eurotonde loopt de Burgemeester van Dijkesingel diagonaal door het plangebied, richting Westergouwe fase 3. De woonmilieus rondom de Burgemeester van Dijkesingel maken deel uit van de robuuste omranding van de wijk. Hier wordt uitgegaan van een wat meer stedelijke invulling. Ten zuiden van de Burgemeester van Dijkesingel liggen woonmilieus die horen bij de dorpse Polderkamer van de wijk. Dit deel (waaronder het zuidelijke deel van fase 3b) is zeer sterk verweven met het groene raamwerk: aan de zuidzijde ligt de BAL-zone en centraal door dit deel loopt de diagonale as. De verschillende woonmilieus worden helder omkaderd door het groene raamwerk en door ruim bemeten watergangen die zorgen voor samenhang en mooie doorzichten.

Tekening van de structurerende groene en blauwe elementen in WG-III.B met de dooradering vanuit het groene raamwerk.

17

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

Vogelvluchtimpressie westelijk deel fase 3, inclusief fase 3b

Woonmilieus In fase 3b wordt een aantal woonmilieus onderscheiden (zie onderstaande afbeelding). Stadswonen II Het woonmilieu Stadswonen II maakt deel uit van de stevige buitenrand van Westergouwe. Dit woonmilieu ligt opgespannen tussen de hoofdontsluitingsweg en de provinciale weg. De woonmilieus krijgen een ontspannen, maar toch stads karakter waarin grondgebonden woningen hier en daar worden afgewisseld met appartementenblokken. Landschappelijk wonen Het woonmilieu Landelijk wonen maakt deel uit van het noordelijk deel van de Polderkamer. Het woonmilieu wordt aan de noord- en westzijde begrensd door de hoofdontsluitingsweg en aan de zuidzijde door de BAL-zone. Het woonmilieu krijgt een dorps en landelijk karakter met geknikte straten met informele groenruimtes.

18

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

Afbeelding Woonmilieus

3.4

Planaspecten

3.4.1

Woningbouwprogramma

Het woningbouwprogramma voor fase 3b ligt niet vast. Dit bestemmingsplan legt dan ook geen exacte verkaveling vast. Daarmee ontstaat ruimte om in te spelen op de actuele marktvraag. Er wordt op dit moment beoogd om een mix aan prijscategorieën te bouwen, zowel koop- als huurwoningen. De huurwoningen worden in de sociale en de vrije sector gerealiseerd, waarvan een deel in de categorie middelduur. 3.4.2

Verkeer en parkeren

Hoofd- en secundaire ontsluiting Fase 3b wordt ontsloten via de Burgemeester van Dijkesingel. De opzet van de hoofdontsluitingsweg met twee vrij liggende rijbanen in combinatie met middenberm en zijbermen, zoals deze is gerealiseerd in fase 2 en gepland in fase 3, wordt doorgezet in fase 3b. Ter plekke van fase 3 kent de hoofdontsluitingsweg een asymmetrisch profiel. Aan de noordzijde sluit de weg direct aan op de aansluitende woonmilieus. Aan de zuidzijde, de zijde van de Polderkamer, worden de daar gelegen woonmilieus begrensd door een watergang die met de Burgemeester van Dijkesingel meeloopt tot de uiteindelijke aansluiting op de zuidelijke hoofdontsluitingsweg van de wijk. In het westelijke deel van fase 3 maakt de hoofdontsluitingsweg twee keer een bocht, vanaf fase 2 gezien wordt er vrijwel direct na de watergang tussen fase 2 en fase 3 een bocht ingezet waarna de hoofdontsluitingsweg iets zuidelijker gelegen doorloopt in oost-westelijke richting (parallel aan de Provincialeweg). De tweede bocht ligt precies in het hart van de diagonale as. Deze bocht loopt als het ware mee met de bocht in de N207 en N457. De ontmoeting van de hoofdontsluitingsweg met de diagonale as vormt een cruciaal punt in de totale opzet van Westergouwe.

Hier komen de belangrijkste structurerende elementen van de wijk samen op één punt: de hoofdontsluitinglus, het groene raamwerk en het kloppende hart van de wijk.

19

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

De buurtwegen die de verschillende buurten ontsluiten takken aan op de hoofdontsluitingsweg. Het plangebied van Westergouwe fase 3 wordt, via de hoofdontsluitingsweg (Burgemeester van Dijkesingel), ontsloten op de N207, ter hoogte van de Eurotonde. De Burgermeester van Dijkesingel wordt tevens aangetakt op de N457. Deze twee aansluitpunten én de bestaande 'Weegje-rotonde' op de kruising van N457 en N207 worden aangelegd / omgevormd naar kruispunten met verkeerslichten, waarmee de doorstroming wordt bevorderd. De voorbereidingen hiervoor zijn in volle gang.

Afbeelding Verkeersstructuur

Langzaam verkeer en informele routes Er lopen verschillende informele routes door het westelijk deel van fase 3. De informele routes vormen samen een aaneengesloten netwerk dat de bewoners de mogelijkheid geeft om, zonder daarvoor aangewezen te zijn op de hoofdontsluitingsweg, van buurt naar buurt te wandelen. De informele wandelroutes vallen voor een belangrijk deel samen met het groene raamwerk van Westergouwe. In aanvulling hierop is er een aantal informele routes dat niet samenvalt met het groene raamwerk, maar daar wel mee verbonden is. Aan de noordzijde van fase 3b wordt een fietsbrug over het water gerealiseerd. Die sluit aan op het fietspad richting Waddinxveen en Moordrecht en in de toekomst op de fietsverbinding naar het station van Gouda, over het Gouwekanaal.

20

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

Afbeelding Langzaam verkeer en informele routes

Parkeren In 2008 is tussen de gemeente Gouda en haar samenwerkingspartners VolkerWessels Vastgoed en Heijmans Vastgoed vastgelegd (SOK Westergouwe, 2008) dat de normen uit het Goudse Parkeer-beleidsplan uit 2005 van toepassing zullen zijn bij de ontwikkeling van Westergouwe. De wijze waarop in het stedenbouwkundig plan Westergouwe 3 is omgegaan met het parkeren wijkt hier op onderdelen van af. In de raadsvergadering van 29 januari 2020 heeft de Goudse gemeenteraad aangegeven (amendement 'voorkomen parkeeroverlast') dat gemotiveerde afwijking van vastgestelde parkeerkaders mogelijk is en dat de raad in dat geval – voorafgaand aan de ruimtelijke procedure – een kader op het punt van parkeren vaststelt. In het stedenbouwkundig plan wordt een dergelijk kader beschreven. De tekst uit het stedenbouwkundig plan wordt hieronder herhaald, als onderbouwing van de parkeernormering in dit bestemmingsplan. Een geïntegreerd mobiliteitsconcept In de afgelopen 15 jaar heeft het zuiver rekenkundig toepassen van (generieke) parkeernormen plaatsgemaakt voor een benadering waarbij parkeren een onderdeel vormt van een geïntegreerde mobiliteitsvisie. In een geïntegreerde mobiliteitsvisie is het aanbod aan parkeerplaatsen nog steeds passend bij het autobezit en -gebruik.

Maar in een geïntegreerde mobiliteitsvisie komt daar veel meer bij kijken dan alleen maar het vaststellen van generieke parkeernormen. In een geïntegreerde mobiliteitsvisie is ruimte voor differentiatie, afhankelijk van specifieke kenmerken van de locatie en doelgroep (soms zelfs tot op gebouwniveau). Zeker in WG-III waar stevig ingezet wordt op een zo breed en uiteenlopend mogelijk pallet aan doelgroepen en leefstijlen, inkomensniveaus en woningtypes, is het rekenkundig voorspellen van het autobezit en -gebruik uitsluitend op basis van de gemiddelde oppervlak of prijs van een woning, simpelweg te grofmazig. WG-III heeft dan ook behoefte aan minder generieke parkeernormen die recht doen aan de grote mate van differentiatie die WG-III kent aan doelgroepen en leefstijlen, inkomensniveaus en woningtypes. Om die reden worden in de parkeernormen in WG-III zeven verschillende woningtypes en doelgroepen onderscheiden i.p.v. vijf in het parkeerbeleidsplan uit 2005.

21

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

Ontmoediging en verleiding In een geïntegreerde mobiliteitsvisie kunnen naast het bieden van goede en veilige fietsverbindingen en het bieden van goede OV-mogelijkheden, parkeren en parkeernormen gericht ingezet worden als middelen om autobezit en -gebruik te Ontmoedigen, en als middelen om te sturen op de leefbaarheid van wijken en buurten. In de woonmilieus Parkwonen en Stadswonen-II is bewust gekozen voor een stedenbouwkundige opzet waarbij de leefbaarheid, en de kwaliteit en bruikbaarheid van de openbare ruimte, voorop staat. Autobezit en -gebruik nemen hier een minder prominente plek in. Deze expliciete ontwerpkeuze voor een autoluw woonmilieu weerspiegelt zich in een verlaagde parkeernorm voor de specifieke woonmilieus Stadswonen-II en Parkwonen. In de toekomstige branding en verkoop van deze woonmilieus zal duidelijk worden gecommuniceerd dat deze woonmilieus een minder voor de hand liggende keus zijn voor de koper die persé twee auto's voor de deur wil hebben staan. In een geïntegreerde mobiliteitsvisie is de auto slecht één van de mogelijke verkeermodaliteiten en dient de aanwezigheid en het gebruik van openbaar vervoer, de fietsbereikbaarheid en een mogelijk aanbod aan gedeelde auto's, scooters en fietsen te worden betrokken.

Helaas moet Westergouwe het (voorlopig) nog zonder de nabijheid van een NS-station stellen en dat heeft ontegenzeggelijk een invloed op het potentiele autogebruik. Daar staat tegenover dat Westergouwe vanaf de oplevering van de eerste woningen over een min of meer directe busverbinding naar het NS-station beschikt en dat reizigers vanaf daar eenvoudig en snel toegang hebben tot grote delen van het land. Daar komt bij dat Gouda een echte fietsstad is en – ondanks dat een nog snellere fietsverbinding wenselijk is – de fietsafstand van Westergouwe tot het stadshart beperkt is. De gemeente Gouda zal zich de komende jaren dus moeten blijven inzetten voor de komst van een NS-station en de realisatie van een snellere fietsverbinding naar het stadshart. Maar er zijn ook andere manieren om bewoners te verleiden af te zien van een (2e) autobezit. In de autoluwe woonmilieus Stadswonen-II en Parkwonen zal een flankerende mobiliteitsarrangement worden aangeboden als voordelig alternatief voor het (2e) autobezit. De gemeente en de Vof Westergouwe zullen gezamenlijk de coördinatie en inkoop van een mobiliteitsarrangement op zich nemen voor de woonmilieus Stadswonen-II en Parkwonen waarmee direct bij aanvang van bewoning, deelauto's (en zo mogelijk elektrische fietsen en scooters) beschikbaar zijn voor de bewoners van die woonmilieus.

Maatschappelijke trends Tot slot wordt in een geïntegreerde mobiliteitsvisie gekeken naar maatschappelijke trends die van invloed kunnen zijn op het toekomstige mobiliteitsgedrag omdat parkeerplaatsen immers niet alleen worden aangelegd voor vandaag en morgen. Zo lijkt onderzoek te wijzen in de richting dat voor jongere generaties de auto veel minder dan voorheen “het heilige koetje” is, en dat milieubewustzijn en matiging van de individuele CO2 footprint voor velen een prioriteit is geworden. Als de ontwikkeling van de kosten van autobezit mede in ogenschouw worden genomen dan lijkt het voor de hand te liggen dat het autobezit en -gebruik op de (middel)lange termijn eerder een neerwaartse dan een opwaartse trend zal vertonen, wat op zijn beurt het geloof en vertrouwen in de in WG-III gehanteerde mobiliteitsvisie en parkeernormen versterkt. Parkeernormen Ingevolge het van toepassing zijnde Parkeerbeleidsplan 2005 zijn de parkeernormen in Westergouwe o.a. afhankelijk van de prijscategorie van de woningen met twee bijzondere categorieën voor bejaardenwoningen en jongerenwoningen. De definitie van de prijscategorieën wordt bij de start van elk deelplan bepaald.

22

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

In WG-III wordt voor goedkope woningen uitgegaan van een prijsniveau onder de € 325.000,- v.o.n. Voor middel-dure woningen wordt uitgegaan van een prijsniveau tussen de € 325.000,- en € 375.000,- en bij dure woningen van een prijsniveau boven de € 375.000,- v.o.n. Onder toepassing van het bovenstaande zijn in het Parkeerbeleidsplan 2005 de navolgende parkeernormen (inclusief aandeel bezoekers) opgenomen: I. II. III. IV. V.

Duur 2,0 pp Middelduur 1,8 pp Goedkoop 1,6 pp Service-, bejaarden-, aanleunwoning 0,6 pp Studenten-, jongeren woning 0,6 pp

Voor de bovenstaande categorieën I t/m IV gelden de volgende definities:

Parkeerplaatsen op eigen terrein tellen niet volledig mee. Voor parkeren op eigen terrein gelden de volgende rekenregels: enkele parkeerplaats op eigen terrein: telt als 1,0 parkeerplaats; toegewezen parkeerplaats in parkeergarage of op een privéterrein: telt als 1,0 parkeerplaats; dubbele parkeerplaats naast elkaar: telt als 1,8 parkeerplaats; dubbele parkeerplaats achter elkaar: telt als 1,3 parkeerplaats. Toetsing normen Om te toetsen in hoeverre de normen uit het Goudse Parkeerbeleidsplan 2005 overeenkomen met de feitelijke parkeerbehoefte, heeft het Projectbureau Westergouwe de situatie rondom de Corona-crisis aangegrepen om driemaal een parkeertelling uit te voeren in het tot op heden gerealiseerde deel van Westergouwe. Deze parkeertellingen zijn uitgevoerd op woensdag 21 april 2020 (21:00-22:00), Zaterdag 30 mei (18:00-19:00) en dinsdag 2 juni (22:00-23:00). Tijdens die tellingen was een “intelligente lockdown” van kracht waardoor de aanwezigheid van bezoekers van/naar Westergouwe (zeker gelet op het tijdstip waarop de telling is uitgevoerd) nagenoeg geheel buiten beschouwing kon blijven. Deze situatie komt overeen met wat het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek Verkeerstechniek (CROW) de typische “nachtsituatie” noemt” (100% bewoners aanwezig, 0% bezoekers).

23

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

Het gemiddeld van deze uitgevoerde tellingen leverde het volgende beeld op betreffende het daadwerkelijke gebruik van de ca. 729 parkeerplaatsen (inclusief op eigen-erf) in WG-I in de “nachtsituatie”:

Zoals bovenstaande laat zien is in alle woonmilieus in WG-I aanzienlijke leegstand geconstateerd. Bij het vaststellen van parkeernormen gaat het CROW normaliter echter niet uit van deze zogenaamde “nachtsituatie” (100% bewoners aanwezig, 0% bezoekers), maar wordt de doordeweekse avond (90% bewoners aanwezig, 80% bezoekers aanwezig) als maatgevende situatie aangenomen. Daarvoor gecorrigeerd bedraagt de werkelijk geconstateerde parkeerbehoefte zodoende:

Als we het werkelijk gebruik van de parkeerplaatsen in WG-I vervolgens afzetten tegen de woning- en prijscategorieën in de 6 weergegeven woonmilieus, dan resulteert dit in de navolgende, reële parkeernormen voor WG-III: Duur 2,00 pp Duur (rijwoning & appartement) 1,85 pp Middelduur 1,65 pp Goedkoop (koop) 1,60 pp Goedkoop (sociale huur) 1,35 pp (N.B.: in afwijking van WGIII is voor WGIIIb een norm van 1,0 opgenomen, in aansluiting op provinciale regelgeving). Service-, bejaarden-, aanleunwoning 0,60 pp Studenten-, jongeren woning 0,60 pp De woonmilieus Stadswonen-II en Parkwonen zijn bewust opgezet en ontworpen als autoluwe woonmilieus. In Stadswonen-II vertaalt dit zich o.a. in autoluwe en parkeerluwe woonstraten en in Parkwonen vertaalt dit zich zelfs in het volledig ontoegankelijk zijn van de Parkzone voor gemotoriseerd verkeer. Gemeente en Vof Westergouwe hebben bovendien afspraken gemaakt over het actief communiceren over het autoluwe karakter van deze woonmilieus. Kortom; diegene die besluiten om in deze woonmilieus te gaan wonen maken een bewuste keuze om te gaan wonen in een woonmilieu waar eigen autobezit wordt ontmoedigd en waar de auto uit het straatbeeld is teruggedrongen. De keuze om autobezit en -gebruik te ontmoedigen in de woonmilieus Stadswonen-II en Parkwonen, zou ondergraven worden als een onverkort groot aantal parkeerplaatsen zou worden gerealiseerd.

Specifiek voor de autoluwe woonmilieus Stadswonen-II en Parkwonen geldt daarom een parkeernorm van 1,3 per woning.

24

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

In het op de verbeelding weergegeven gebied met de functieaanduiding 'overige zone - autoluw woongebied' geldt een norm van 1,3 parkeerplaats voor alle hierboven genoemde woningen, doch uitsluitend indien en voor zover ten genoegen van het college van burgemeester en wethouders wordt aangetoond dat: in promotie naar en verkoop of verhuur aan potentiële kopers of huurders, expliciet is gemaakt, in woord en/of geschrift, dat de betreffende woningen in een autoluw milieu worden gerealiseerd; in de huurovereenkomst of koopakte een bepaling is opgenomen met de strekking dat de bewoner zich bewust is dat gehuurd/gekocht wordt in een autoluw woonmilieu, en dat de bewoner de voordelen en beperkingen van het wonen in een autoluw woonmilieu onderkent. Een dergelijke bepaling dient in de bewuste huurovereenkomsten vermeld te blijven en in koopaktes met een kettingbeding te worden doorgelegd naar opvolgende kopers en als zodanig notarieel te worden vastgelegd (geciteerd) in de betreffende notariële akten van levering.

Parkeerplaatsen in openbaar gebied in fase 3b Uitgaande van de bovengenoemde parkeernormen voor WG-III is op basis van een voor fase 3b opgestelde proefverkaveling berekend hoeveel parkeerplaatsen in fase 3b in het openbare gebied zullen worden aangelegd: Parkeerplaatsen per woonmilieu Stadswonen 493 Landschappelijk wonen 77 Totaal 570 Welke van deze openbare parkeerplaatsen mogen worden toegerekend aan de onderscheiden bouwenveloppen, is vastgelegd in het dashboard van de desbetreffende bouwenveloppe (zie het stedenbouwkundig plan). Hoeveel additionele parkeerplaatsen de ontwikkelaars van de diverse bouwenveloppes vervolgens zelf nog dienen te realiseren is vanzelfsprekend afhankelijk van het uiteindelijke vastgoedprogramma dat wordt gerealiseerd. Een integraal mobiliteitsconcept Het door de vastgoedontwikkelaars aan te bieden mobiliteitsarrangement moet erop gericht zijn te garanderen dat direct bij aanvang van bewoning, deelauto's (en zo mogelijk elektrische fietsen en scooters) beschikbaar zijn voor de bewoners van de woonmilieus Stadswonen-II en Parkwonen.

Omdat deze woonmilieus door diverse vastgoedontwikkelaars zullen worden ontwikkeld en het mobiliteitsarrangement zo naadloos en gebruiksvriendelijk mogelijk moet zijn, zullen de gemeente en de Vof Westergouwe de coördinatie en inkoop van het mobiliteitsarrangement voor de woonmilieus Stadswonen-II en Parkwonen gezamenlijk op zich nemen en faciliteren, en vervolgens doorbelasten aan vastgoedontwikkelaars van bouwplots in die woonmilieus die niet aan de opgelegde parkeernorm kunnen voldoen. Rekenregel: Iedere deelauto vervangt vijf reguliere parkeerplaatsen (en neemt zelf weer één van die vijf plaatsen in beslag). Denkbaar is dat deelauto's ook elders in WG-III wordt ingezet. Daarmee moet het mogelijk zijn om bijvoorbeeld te voorkomen dat huishoudens een tweede auto aanschaffen. Buiten de woonmilieus Stadswonen-II en Parkwonen wordt vooralsnog niet geanticipeerd op de inzet van deelauto's. Het is echter mogelijk dat dit later bij de uitvoering of na de uitvoering toch vorm krijgt. Ruimte voor parkeren en groen in de straat zijn dan uitwisselbaar, al naar gelang het succes van de deelauto. Ervaringscijfers uit het land laten zien dat een succesvol deelauto-concept tot ongeveer 20% van het bewonersaandeel in de parkeernorm kan overnemen.

De hier gewenste flexibiliteit in de parkeernormering kan door het college van burgemeester en wethouders via ontheffing worden geregeld (met een jaarlijkse rapportage aan de raad zoals door de raad besloten).

25

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

3.4.3

Groen- en speelvoorzieningen

Fase 3b is verankerd met het groene raamwerk van Westergouwe. Aan de zuidzijde grenst het aan de BAL-zone, daarnaast loopt de tweede groene diagonale as midden door het noordelijk deel van fase 3b heen. In WG III worden verschillende speelplekken aangelegd voor diverse leeftijdsgroepen. Op het snijpunt van de diagonale parkzone met de Burgemeester van Dijkesingel worden bij de school speelvoorzieningen gemaakt, die ook buiten schooltijd toegankelijk zijn. De BAL-zone aan de zuidzijde wordt ingericht met natuurlijke speelaanleidingen.

Afbeelding groenstructuur

3.4.4

Cultuurhistorie en archeologie

Cultuurhistorie Het plangebied van dit bestemmingsplan ligt in de Zuidplaspolder, een droogmakerij uit de eerste helft van de 19e eeuw. Vanaf de Middeleeuwen is dit gebied deels verveend. Anders dan in bijvoorbeeld Haarlemmermeer is het gebied niet volledig, tot op het onderliggend zandpakket, verveend, maar is er een in dikte wisselende veenlaag achtergebleven. Toen begonnen werd met de droogmaking bestond het gebied overwegend uit veenplassen en veenmoeras. Om de polder is een ringvaart met een ringdijk aangelegd. De ringvaart vormt een karakteristieke begrenzing van het gebied.

26

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

Zicht op de ringvaart vanaf de brug Tweede Moordrechtse Tiendweg

De polder is met een stelsel van vaarten, tochten en sloten mathematisch ingericht, waarbij de Vijfde Tocht en de Moordrechtse Tocht de twee belangrijkste tochten zijn. Door deze inrichting ontstond de kenmerkende orthogonale structuur. Deze elementen zijn typerend voor het huidige landschap. Het bestaande polderlandschap zal door de realisatie van Westergouwe verdwijnen. De keuze is gemaakt om het bestaande verkavelingspatroon niet terug te brengen, alhoewel een deel daarvan wel zichtbaar zal zijn in de ligging van watergangen en wegen. Het laten liggen van de BAL-leiding, met zijn vloeiende vorm en de noodzaak veel water en groen in de wijk aan te leggen maakten het logischer de wijk een eigen nieuwe structuur mee te geven en niet persé het oude landschap weer terug aan te leggen. De voormalige Moordrechtse Tiendweg en de Moordrechtse Veenweg hebben tot aan de inpoldering in 1839 bestaan. Deze wegen kunnen worden gezien als een relict van het oude veenontginningslandschap, dat hier voor de grootschalige afgraving van het veen bestond. Langs deze twee kades was in de 17e eeuw een lang lint van bebouwing aanwezig. De voormalige Tiendweg volgt niet de loop van het huidige pad. Archeologisch onderzoek rondom de Tiendweg heeft geen vindplaatsen van historische bebouwing of gebruik opgeleverd. Daardoor is de oorspronkelijke ligging van de Tiendweg ook niet te achterhalen.

Om die reden is al bij het bestemmingsplan Westergouwe in 2008 besloten om de Tiendweg niet meer op te nemen in de verdere planvorming. Archeologie Binnen het plangebied van fase 3b Westergouwe liggen volgens de Archeologische Basiskaart drie archeologische ABK-zones. Deze zijn in onderstaande figuur afgebeeld binnen de plangrenzen van het bestemmingsplan Westergouwe fase 3b met de volgende aanduidingen:

a. b.

A1 en A2; met hoge archeologische verwachtingswaarde (ABK-waarde 4). Volgens de VFLO is het verboden om zonder omgevingsvergunning werkzaamheden te verrichten die het bodemarchief kunnen verstoren op een locatie die in de archeologische basiskaart van bijlage III en IV is aangewezen als locatie met een hoge verwachting, vanaf 0,5 m onder maaiveld, tenzij: deze werkzaamheden een oppervlakte van minder dan 100 m² betreffen; deze werkzaamheden niet dieper gaan dan 0,5 m onder het maaiveld.

27

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

a. b.

B; met hoge archeologische verwachtingswaarde (ABK-waarde 5). Het is verboden om zonder omgevingsvergunning werkzaamheden te verrichten die het bodemarchief kunnen verstoren op een locatie die in de archeologische basiskaart van bijlage III en IV is aangewezen als locatie met een lage verwachting l, tenzij: deze werkzaamheden een oppervlakte van minder dan 100 m² betreffen; deze werkzaamheden niet dieper gaan dan 2 m onder maaiveld.

a. b.

C; met lage archeologische verwachtingswaarde (ABK-waarde 6). Het is verboden om zonder omgevingsvergunning werkzaamheden te verrichten die het bodemarchief kunnen verstoren op een locatie die in de archeologische basiskaart van bijlage III en IV is aangewezen als locatie met een lage verwachting l, tenzij: deze werkzaamheden een oppervlakte van minder dan 10.000 m² betreffen; deze werkzaamheden niet dieper gaan dan 0,5 m onder maaiveld.

Afbeelding archeologische verwachtingswaarden plangebied

Paleogeografische ontwikkeling Rond 6300 tot 5200 v.Chr. liep ter hoogte van het plangebied een tak van het Benschop-riviersysteem. Dit systeem vormde de hoofdtak van de Rijn op dat moment. De rivierloop heeft een meanderend verloop en mondt uit in de delta. De tak van het Benschop-systeem binnen het plangebied wordt de Gouderak stroomgordel genoemd. De crevasse, oever- en komafzettingen van de Gouderakstroomgordel liggen op 2 m diepte in het zuidoostelijke deel van binnen het plangebied ter hoogte van vindplaats 3. Rond 5200 v.Chr. verschuift de hoofdafvoer van het Rijnwater naar de huidige loop van de Oude Rijn. Hierdoor neemt de rivieractiviteit van de Benschop-stroomgordel af en ontstaat er een Veengebied. Vanaf 4100 tot en met 2500 v.Chr. vormt zich aan de noordzijde van het plangebied een kweldersysteem. In dit deelgebied ontstond een geul met aan weerszijden daarvan licht zandige oevers. Hierdoor is ook tegenwoordig aan het maaiveld nog steeds een hoogteverschil zichtbaar van circa een halve meter. Deze afzettingen dateren van

28

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

4100 - 2500 v.Chr. Na 2500 v.Chr. verlandden de kwelders en ontstond een veengebied. Dit veen bestaat uit een afwisseling van elzenbroekveen en rietveen. Het rietveen is gevormd in ondiepe, vaak uitgestrekte waterplassen meteen diepte tot maximaal 2 m. De elzenbroekbossen groeiden op de iets hoger gelegen, maar eveneens natte, gebieden. Een elzenbroekbos is zeer gevoelig voor grote (>20 cm) schommelingen in de oppervlaktewaterstand. Als gevolg van een veranderende rivierafvoer maken de elzenbroekbossen in de komgebieden vanaf de Late Bronstijd langzamerhand plaats voor riet- en zeggevenen. In het veenkomen fijn gelamineerde, zwak siltige, kalkarme kleilagen voor. Deze kleilagen zijn aan de basis en aande top humeus. Rond de jaartelling ontstaat ten zuiden van het plangebied de rivier de Hollandse IJssel. De ten noordenvan het plangebied gelegen rivier de Gouwe is vanuit deze rivier ontstaan onder invloed van stuwing vanuit zee. De rivier de Gouwe wordt gezien als een perimariene crevasse, een zoetwater getijdenkreek. Vanaf de 10e of 11e eeuw vinden grootschalige veenontginningen plaats. Hierbij wordt het elzenbroekveen verstoord tot plaatselijk meer dan 2 m onder maaiveld. De mate van verstoring varieert van enkele geoxideerde donkere vlekken in het veen tot een pakket opgebouwd zand, klei, puin en veenresten.

De kleilagen betreffen komafzettingen die tijdens perioden van hoogwater vanuit verafgelegen riviersystemen zijn afgezet. Het veen is aan de top van oorsprong afgedekt geweest met een dun kleidek dat is afgezet vanuit de Hollandse IJssel. De informatie over de stroomgordel in de ondergrond van het onderzoeksgebied, alsmede de datering was afkomstig uit de toen meest recente stroomgordelkaart (Berendsen & Stouthamer, 2001) . In 2012 is een update van deze kaart gepubliceerd (Cohen & Stouthamer, 2012) , waarin de Gouderakstroomgordel een oudere datering heeft gekregen, namelijk van circa 6950 voor Chr. tot circa 5950 v.Chr. Bovendien is op de kaart van Cohen en Stouthamer binnen Westergouwe nog een andere stroomgordel aangegeven die samensmelt met de Gouderak stroomgordel. Dit betreft de Zuidplasstroomgordel die actief was vanaf circa 5950 v.Chr. tot circa 5400 v.Chr. (C-14 dateringen uit Cohen en Stouthamer gekalibreerd met behulp van OxCal 4.4). De actieve fase van de Zuidplas stroomgordel, die ook deel uitmaakt van het Benschop riviersysteem valt eveneens binnen het laat mesolithicum. Geologische opbouw Het plangebied Westergouwe maakt deel uit van het westelijke rivierengebied. Aan de zuidzijde wordt het gebied begrenst door de Hollandse IJssel. Deze rivier is rond het begin van de jaartelling ontstaan.

Ten noorden van het plangebied bevindt zich de Gouwe die wordt gezien als een perimariene crevasse, een zoetwater getijdenkreek die is ontstaan vanuit de Hollandse IJssel onder invloed van stuwing vanuit zee. In de diepere ondergrond van het zuidoostelijke deel van het plangebied bevinden zich crevasse-, oever- en komafzettingen van de Gouderakse stroomgordel. Deze afzettingen bevinden zich in dit deelgebied tot 2 m onder het huidige maaiveld. De Gouderakse meandergordel is actief geweest tot circa 5200 v.Chr. Ongeveer gelijktijdig bevond het noordoostelijke deelgebied zich aan de rand van een kweldergebied, waarbij in dit deelgebied een geul ontstond met aan weerszijden daarvan licht zandige oevers, die tegenwoordig aan het maaiveld circa een halve meter hoger zijn dan de restgeul en het overige aangrenzende gebied, en daardoor duidelijk zichtbaar zijn. De datering van de afzettingen is 4100 - 2500 v.Chr. Nadien heeft zich in het gebied (beide deelgebieden) veen gevormd. Het veen is aan de top van oorsprong afgedekt geweest met een dun kleidek dat is afgezet vanuit de Hollandse IJssel. Het gehele pakket afzettingen betreft komafzettingen. De venige afzettingen worden gerekend tot de Formatie van Nieuwkoop, de kleiige rivierafzettingen tot de Formatie van Echteld. De kwelderafzettingen behoren tot de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer.

Archeologisch onderzoek Gebied A1 In het kader van de Milieueffectrapportage (MER) voor het totale plangebied Westergouwe is gestart met een tweetal archeologisch onderzoeken (Van Dasselaar 2005. Verkennend archeologisch onderzoek 'Westergouwe' te Gouda en Moordrecht. ArcheoMedia Rapport A04-042-Z, Nieuwerkerk aan den IJssel. Van

29

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

Dasselaar 2007. Archeologisch onderzoek Westergouda te Gouda, deelgebied 1. Inventariserend veldonderzoek met waarderende boringen. ArcheoMedia Rapport A05-397-J,Nieuwerkerk aan den IJssel). Vervolgens is in de destijds zo genoemde deelgebieden 3a en 3c, waar woonmilieu Stadswonen II nu deel van uitmaakt, aanvullend booronderzoek verricht. In Deelgebied 3c is onderzoek verricht naar verwachte bewoningsresten van Neolithische bewoning op een restgeul (Van Dasselaar 2007 Archeologisch onderzoek Westergouwe te Gouda deelgebied 3. Inventariserend veldonderzoek met boringen. ArcheoMedia Rapport A05-398-I, Nieuwerkerk aan den IJssel. Van Dasselaar 2009 Archeologisch onderzoek Westergouwe deelgebied 3 te Gouda. Inventariserend veldonderzoek met boringen. ArcheoMedia Rapport A07-172-I). In deelgebied 3a, gelegen in woonmilieu Landschappelijk wonen, is onderzoek verricht naar archeologische bewoningssporen uit de periode 10e - 19e eeuw op het restveen. In het woonmilieu Stadswonen II is vervolgens een proefsleuf gegraven (Alma en Torremans 2010. Gouda Westergouwe-deelgebied 3: een vroege vindplaats op de crevasse. Een Inventariserend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven. ADCArcheoProjecten Rapport 2552). Het onderzoek richtte zich op zogenoemde vindplaats 1, een Calais-geul uit de periode 4100 - 2500 v.Chr.

Het proefsleuvenonderzoek van één proefsleuf moest uit wijzen wat de ligging ervan is en of menselijke bewoningssporen aanwezig waren. Op basis van het vooronderzoek was vastgesteld dat aan de noordzijde van het plangebied een stroomgordel aanwezig is. Ter hoogte van de stroomgordel werden enkele houtskoollagen opgeboord die mogelijk een antropogene achtergrond hebben. Eventuele vindplaatsen op deze stroomgordel zouden, gezien de datering van de afzettingen waar zij zich op bevinden (4100 - 2500 v.Chr.), kunnen dateren uit het Neolithicum. Tot dusverre waren nog geen harde aanwijzingen voor vindplaats(en). De eventuele aard van een vindplaats was daarmee niet bekend. Op basis van de eerder uitgevoerde vooronderzoeken lag een extractiekamp het meest voor de hand. De te verwachten sporen waren bewonings- of gebruikssporen als paalsporen, kuilen, haardkuilen, waterkuilen of -putten, resten van hekwerkjes et cetera. Het onderzoek was er voornamelijk op gericht om door middel van de profielopbouw en botanisch onderzoek vast te stellen of er mogelijk sprake is geweest van vindplaatsen uit het Neolithicum. Tijdens het proefsleuvenonderzoek, bestaande uit één proefsleuf is de top van de restgeul aangesneden, evenals de oeverwal en komafzetting. De proefsleuf had een lengte van circa 36 m en een breedte van 2 m.

Het vlak is aangelegd op 6,4 tot 6,6 m –NAP (circa 0,8 tot 1 m onder maaiveld). De sleuf had een noord-zuid oriëntatie en lag daarmee haaks op de veronderstelde Calais-geul. In de proefsleuf werden geen archeologische sporen of vondsten aangetroffen die wijzen op menselijke activiteiten. Wel is er een pollenonderzoek uitgevoerd naar de bovenste vulling van de restgeul. De conservering en de concentratie aan pollen was zeer goed. Het pollenonderzoek bracht aan het licht dat cultuurgewassen ontbreken, wat lijkt te bevestigen dat de restgeul uit het Vroege Neolithicum of Laat-Mesolithicum dateert. Wel zijn er op basis van het pollen aanwijzingen voor de aanwezigheid van open, voedselrijke, geroerde grond. Dit zou een aanwijzing kunnen zijn voor betreding door de mens in de omgeving van de restgeul. Gezien het ontbreken van archeologische indicatoren wordt in het archeologisch onderzoeksrapport van 2010 geadviseerd om in dit deel geen archeologisch vervolgonderzoek te laten plaatsvinden en het vrij te geven voor verdere planontwikkeling. Gebied A2 In het plangebied Landschappelijk wonen ligt overwegend een lage verwachtingswaarde (ABK-waarde 6) en in het zuidelijk deel een hoge verwachtingswaarde. In 2019 uitgevoerd AHN onderzoek toont echter aan dat de zuidelijke zone precies samenvalt met de BergAmbachtLeiding (BAL) die door het gebied loopt.

Een eventueel hoogteverschil op deze plek kan daarmee onmogelijk wijzen op een archeologisch waardevolle afzetting, omdat die dan bij de aanleg van de BAL-leiding al weggegraven zou zijn. Meer voor de hand liggend is de conclusie dat het hoogteverschil door de moderne leiding wordt veroorzaakt. Bij de toekomstige actualisatie van de Archeologische Basiskaart zal de “hoge verwachting” worden verwijderd. Gebied B Gebied B maakt onderdeel uit van een grotere archeologische vindplaats, waarvan maar een heel klein deel in het plangebied van Westergouwe fase 3b is gelegen. In 2022 is hier archeologisch onderzoek

30

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

uitgevoerd in het kader van de planvoorbereiding voor Westergouwe IV. Burgemeester en wethouders hebben voor dit gebied een selectiebesluit. Dit besluit impliceert dat ophoging zonder verdere beperking mogelijk is, maar archeologievriendelijk bouwen wordt voorgeschreven. Gebied C Omdat inmiddels veel bekend is over de archeologische betekenis van Westergouwe en waar deze zich precies lokaliseert, is de aanduiding “lage verwachting” in de ABK niet langer nodig. Deze zal worden verwijderd bij de eerstvolgende herziening van de ABK. Conclusie De voorbereidende werkzaamheden (conditionering en grondverbetering) in plangebied Westergouwe fase 3b kunnen zonder archeologische beperkingen worden uitgevoerd. In een deel van het gebied zal archeologievriendelijk worden gebouwd (de technische details daarvan worden nader uitgewerkt).

3.4.5

Waterhuishouding

De manier waarop met water wordt omgegaan is vanaf het begin van de planvorming Westergouwe een belangrijk onderwerp geweest. Water speelt dan ook in het ontwerp van de wijk een centrale rol. Voor het plangebied van voorliggend bestemmingsplan zijn daarom, voortbouwend op de al vastgestelde beleidskaders, uitgangspunten vastgesteld. De verantwoording van deze uitgangspunten is uitgebreid te lezen in Bijlage 7 Waterparagraaf Westergouwe fase 3 bij deze toelichting. Hierin is tevens verslag gedaan van het watertoetsoverleg. In essentie worden de volgende maatregelen doorgevoerd: het waterpeil wordt opgezet tot NAP -6,00 m; een deel van het gebied blijft onderdeel van het bestaande peilgebied op NAP -6,37/-6,48 m; tussen de peilgebieden wordt een waterscheiding aangebracht; de vloerpeilen worden aangelegd op NAP -4,70 m in het peilgebied Tuinen en Grachten; de vloerpeilen worden aangelegd op NAP -4,20 in het peilgebied Bolwerk; een deel van de bestaande watergangen wordt gedempt, waarbij het verlies aan berging volledig wordt gecompenseerd; de hoeveelheid te realiseren oppervlaktewater is conform hetgeen is afgesproken in het addendum op het waterhuishoudkundig plan voor Westergouwe. oppervlaktewater in deelgebied Bolwerk wordt gerealiseerd door vergroting van de Westergouweplas.

het hemelwater wordt in de huidige en toekomstige situatie via oppervlaktewater afgevoerd; Hemelwater dat afstroomt van vervuilde oppervlakken ondergaat een voorzuivering; voor de waterkwaliteit worden maatregelen genomen als uitwerking van de ambities uit het waterhuishoudingsplan. In de waterstaatszone van de regionale kering vinden geen werkzaamheden plaats. Vergunningen Overleg over vergunningen vindt in het kader van de realisatie van Westergouwe doorlopend plaats. Waterveiligheid In het geldende bestemmingsplan Westergouwe is veel aandacht besteed aan overstromingsscenario's en de manier waarop daarmee rekening moest worden gehouden bij de aanleg van Westergouwe. Een leidend uitgangspunt was daarbij dat het vloerpeil van de nieuwe woningen gelijk moest zijn aan het verwachte inundatiepeil bij een onverhoopte dijkdoorbraak van de Hollandsche IJssel. Dit uitgangspunt wordt onverkort voortgezet in het onderhavige bestemmingsplan. De aanpak van het dijkvak Oosteinde Moordrecht maakte deel uit het van het eerste Hoogwaterbeschermingsprogramma 2014-2019. De versterking van dit dijkvak is inmiddels voltooid.

31

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

3.4.6

Duurzaamheid

De inzet voor duurzaamheid in Westergouwe, fase 3, richt zich op de volgende aspecten: Biodiversiteit In Westergouwe wordt gestreefd naar maximalisatie van ecologische waarden om op deze manier een gezonde leefomgeving te creëren voor de mens maar ook voor flora en fauna. Het doel is maken van een kleurrijke klimaatadaptieve wijk en een duurzame leefomgeving. Dit gaat door alle niveaus van de wijk heen: van de privé tuin tot de GroenBlauwe zone. Voor de tweede fase van Westergouwe is in samenwerking met een comité van aanbeveling gewerkt aan een ecologische aanscherping van het inrichtingsplan. Deze aanscherping is verwoord in het ecologisch addendum. De principes uit het ecologisch addendum worden doorgezet in fase 3 en de nog komende fases, waaronder fase 3b. Hieronder wordt een aantal van de principes op een rij gezet: Er wordt gekozen voor streekeigen bomen, heesters en kruiden die in verschillende seizoenen bloeien. Dit levert een aantrekkelijk seizoenbeeld op maar is bovendien goed voor het insectenleven in de wijk. In de straten wordt gekozen voor een gevarieerd assortiment aan bomen. Dit zorgt voor het vergroten van de biodiversiteit en maakt de kans op boomziektes kleiner doordat gelijke bomen nooit direct naast elkaar staan. De groenvakken worden extensief beheerd en worden ingezaaid met kruidenmengsels.

In de hoofdontsluitingswegen worden daarnaast bollen geplant die aantrekkelijk zijn voor bijen. De BAL-zone wordt ingericht met insectrijke vegetatie die het gebied aantrekkelijk maken voor dwergvleermuizen en scholeksters. De vegetatie bestaat uit bloemrijke grasmengsels en opgaande, inheemse, struiken en bomen. In de BAL-zone worden foerageerplekken, verblijfsplaatsen voor kraamkolonie, paarplaatsen en winterverblijven opgenomen voor dwergvleermuizen. Om de dwergvleermuizen in de schemering en de nacht niet te storen wordt er in de BAL-zone uitgegaan van amberkleurig licht. Er wordt ingezet op groene tuinen en groene erfafscheidingen. Groene tuinen dragen bij aan het verminderen van hittestress en zorgen voor een kleurvolle, insectrijke wijk. Dit gebeurt door groene erfafscheidingen voor te schrijven en vast te leggen in koopovereenkomsten. Bij oplevering worden tuinen grotendeels voorzien van aarde in plaats van zand om daarmee een groene tuin te stimuleren. Energie Vanaf 2021 moeten alle nieuw te bouwen woningen vrijwel energieneutraal zijn. Hierop voorsorterend werd er in fase 2 al geen gas meer aangelegd en werd circa de helft van de woningen uitgevoerd als een zogenaamde 'nul-op-de-meter woning'. In fase 3 en fase 3b wordt dit voortgezet.

De benodigde maatregelen om te komen tot vrijwel energie neutrale woningen kunnen individueel (per woning) worden getroffen, collectieve maatregelen behoren echter ook tot de mogelijkheden. Denk hierbij aan collectieve WKO systemen, warmtenetten en aan zonnecentrales. Klimaatadaptieve stedenbouw Door veel groenelementen in de wijk te verwerken (bomenrijen, groenstroken, natuurvriendelijke oevers) ontstaat buffering van hemelwater maar wordt ook in koeling voorzien in warme periodes. Door (platte) daken en (blinde) gevels te voorzien van vegetatie wordt eveneens een bijdrage geleverd aan klimaatadaptatie. Het regenwater in Westergouwe wordt afgekoppeld en zoveel mogelijk geïnfiltreerd in de bodem. Regenwater wordt zoveel als mogelijk boven het maaiveld afgevoerd van de verharding naar aansluitende groenstroken. Straatkolken worden zoveel als mogelijk voorkomen. Parkeerplaatsen worden voorzien van een open water passerende bestrating. Hittestress In Westergouwe worden veel bomen en andere groenelementen zoals waterpartijen met natuurvriendelijke oevers en bloembermen toegepast. Dit draagt bij aan het voorkomen van hittestress. Naast het groen in de

32

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

openbare ruimte worden groene tuinen en groene erfafscheidingen gestimuleerd. Er wordt daarnaast ook gezorgd voor circulerend (stromend) water door de wijk door het toepassen van watertrappen.

33

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

34

bestemmingsplan Westergouwe WG-III.B

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Het beleid van Rijk, Provincie en Gemeente vormt het kader waarbinnen dit bestemmingsplan moet passen. Dit beleidskader is daarom in dit hoofdstuk, voor zover relevant, uitgewerkt. Steeds wordt aangegeven hoe het plan past binnen de verschillende beleidskaders.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Het Rijk heeft op 11 september 2020 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. Tot 2025 zullen er nog circa 500.000 huishoudens bijkomen die allemaal een plek moeten krijgen. De trek naar de stad zal de komende decennia aanhouden, waar dus een groot deel van de vraag plaatsvindt. Dat betekent dat we de huidige steden moeten verdichten. Het Rijk wil iedereen de mogelijkheid bieden om betaalbaar in de stad te wonen, zonder dat dit de kwaliteit, leefbaarheid en identiteit van onze steden wezenlijk aantast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=51696c84-08d9-4472-8f3a-7294bb02c32f