Bijlage 3 - Rapportage Verkennend ecologisch onderzoek Graaf Florisweg 28 Gouda_mrt20.pdf
Tekst van het document
Verkennend Ecologisch Onderzoek Graaf Florisweg 28 Gouda Eindrapportage Uitgave: maart 2020
Watersnip-rapport 19A084
Colofon
Titel
Verkennend Ecologisch Onderzoek Graaf Florisweg 28 Gouda
Status rapport
Eindrapportage
Projectnummer
19A084
Datum uitgave
maart 2020
Samengesteld door
Brigit van Dam, adviseur Watersnip Advies John van Gemeren, senior adviseur Watersnip
Advies Foto’s
Watersnip Advies
Naam en adres opdrachtgever
Dhr. A. Bremmer Graaf Florisweg 28 2805 AL Gouda
Alle auteursrechten ten aanzien van dit rapport worden uitdrukkelijk voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Watersnip Advies, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
Inhoudsopgave 1
INLEIDING ............................................................................................................................................... 3
2
LOCATIEBESCHRIJVING ....................................................................................................................... 5 2.1 2.2
3
HUIDIGE SITUATIE .............................................................................................................................. 5 PLANNEN........................................................................................................................................... 5
TOETSINGSKADER ................................................................................................................................ 7 3.1 3.2
EUROPESE RICHTLIJNEN ..................................................................................................................... 7 LANDELIJK NATUURBELEID- EN WETGEVING ......................................................................................... 7
3.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) ...................................................................................... 7 3.2.2 Natuurnetwerk Nederland....................................................................................................... 11 3.2.3 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (1 april 2019) en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013) .................................................................................... 12
4
RESULTATEN ONDERZOEK................................................................................................................ 15 4.1 4.2 4.3
METHODE ........................................................................................................................................ 15 FLORA ............................................................................................................................................. 15 FAUNA ............................................................................................................................................ 16
4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.3.5 4.3.6 4.3.7
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 23 5.1 5.2 5.3
6
Vogels ....................................................................................................................................... 16 Vissen ........................................................................................................................................ 17 Amfibieën ................................................................................................................................. 17 Reptielen ................................................................................................................................... 18 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................................... 18 Vleermuizen .............................................................................................................................. 19 Overige soorten ....................................................................................................................... 21
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ..................................................................................................... 23 SAMENVATTING T.A.V. BESCHERMDE GEBIEDEN EN BESCHERMING SOORTEN ....................................... 25 ALGEMENE ZORGPLICHT ................................................................................................................... 26
BRONNEN ............................................................................................................................................. 27
Watersnip Advies
1
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
Watersnip Advies
2
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
1 Inleiding De familie Bremmer is voornemens nieuwbouw te realiseren aan de Graaf Florisweg 28 te Gouda. De huidige woning wordt afgebroken om ruimte te maken voor drie nieuwe woningen. Tevens worden enkele grote bomen gekapt. De initiatiefnemer van de voorgenomen plannen dient te verkennen of er mogelijk schadelijke gevolgen zijn voor beschermde natuurwaarden in het plangebied. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde planten- en diersoorten en beschermde gebieden. Concreet betekent het dat nagegaan moet worden of: - Er overtreding van de verbodsbepalingen voor beschermde soorten plaatsvindt (toetsing Wet Natuurbescherming). Beschermde plantensoorten mogen niet vernietigd of beschadigd worden. Beschermde diersoorten mogen niet gedood, verwond of opzettelijk verontrust worden. Daarnaast mogen hun nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rustof verblijfsplaatsen niet beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord worden en mogen hun eieren niet vernietigd of vernield worden; - Er mogelijke significante gevolgen zijn voor beschermde gebieden (toetsing Wet Natuurbescherming); - Er wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland aangetast worden (Toepassing Omgevingsbeleid, Compensatiebeginsel Natuur, Recreatie en Landschap).
Om te onderzoeken of bovenstaande bepalingen overtreden of aangetast worden dient het plangebied onderzocht te worden, middels een bureaustudie en onderzoek naar de aanwezige flora en fauna door een deskundige op het gebied van ecologie. In oktober 2019 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie verricht in het plangebied. Hierbij werd met name gelet op het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Daarnaast zijn de verschillende biotopen binnen het plangebied beoordeeld met betrekking tot potentieel voorkomende beschermde soorten. Dit rapport geeft een overzicht van de voor het plangebied geldende natuurwetgeving, de aanwezigheid van beschermde gebieden in de nabije omgeving en de aanwezige en verwachte flora en fauna in het plangebied. Vervolgens wordt aangegeven of er bij het realiseren van de voorgenomen plannen schade verwacht wordt aan beschermde soorten. Met het oog op de algemene zorgplicht, die geldt voor alle planten- en diersoorten, worden waar mogelijk maatregelen beschreven, gericht op het voorkómen van schade.
Watersnip Advies
3
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
Figuur 1 t/m 4: Impressie van de woning en de tuin
Watersnip Advies
4
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
2 Locatiebeschrijving 2.1
Huidige situatie
Het plangebied ligt in de kilometervakken met de Amersfoortse coördinaten: 108,447. Het plangebied aan de Graaf Florisweg ligt 448 midden in de stad Gouda aan de noordkant van de spoorbaan. De woning binnen het plangebied is gebouwd in de jaren vijftig van de vorige eeuw. De woning bestaat uit een hoofdgebouw met een serre en uitgebouwde kozijnen, een kleiner bijgebouw en een carport met schuur. Op het dak van de woning zijn, aan de noord- en zuidkant, dakkapellen aanwezig. De schuur is later gebouwd. De woning heeft een dakpannen Figuur 5: Plangebied (rode contour) op het dak. Het dak zelf is opvallend flauw en relatief laag. Naast de raamkozijnen aan de voorkant van de woning zitten luiken met lamellen. Het woonhuis heeft twee verdiepingen en geen bruikbare zolder. Rond de woning ligt een grote, goed verzorgde siertuin. In de tuin staan aan de kant van de Graaf Florisweg een paar grote Italiaanse populieren. In de tuin aan de achterzijde van de woning staan enkele grote treurwilgen. In de tuin is een kleine waterpartij aanwezig, een smal beekje met steenbodem. Dit water heeft een gesloten watersysteem. Verder is er geen water aanwezig in en rond het plangebied. Het plangebied wordt aan de noordkant begrensd door de Graaf Florisweg. Aan de zuidkant ligt parkeerterrein Vossenburchtkade. Aan de oost- en westkant wordt het plangebied begrensd door buurpercelen.
2.2
Plannen
De familie Bremmer is voornemens de huidige woning met bijgebouw en schuur af te breken om ruimte te maken voor de nieuwbouw van drie woningen. Het is nog niet bekend of er bomen zullen worden verwijderd binnen het plangebied. Vanwege de ouderdom van de Italiaanse populieren zullen deze voor de veiligheid worden verwijderd.
Watersnip Advies
5
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
Figuur 6 en 7: Huidige en nieuwe situatie binnen het plangebied
Watersnip Advies
6
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
3 Toetsingskader 3.1
Europese richtlijnen
Binnen de Europese Unie vormen de Natura2000-gebieden een netwerk van beschermde natuur. Het doel van deze gebieden is het behoud van de biodiversiteit in Europa. Het beschermen van kwetsbare planten en dieren en hun leefgebieden is hierbij het uitgangspunt. Deze richtlijnen zijn in Europa uitgewerkt in de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de Nederlandse wetgeving zijn deze geïmplementeerd in de Wet Natuurbescherming. Deze wet is van kracht geworden op 1 januari 2017.
3.2
Landelijk natuurbeleid- en wetgeving
3.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) In de Wet Natuurbescherming zijn per 1 januari 2017 drie wetten opgenomen, te weten de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en Boswet.
Natura2000-gebieden In Nederland zijn gebieden aangewezen als speciale beschermingszones. Deze gebieden vallen onder de Vogelrichtlijn en/of de Habitatrichtlijn en worden aangeduid als Natura2000-gebieden. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd. Per provincie is het college van Gedeputeerde Staten verantwoordelijk voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen. Tevens heeft de provincie de bevoegdheid om bijzondere landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen, mits deze niet reeds onder een Natura2000-gebied vallen. Activiteiten die mogelijk negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van de natuurlijke habitats, of die habitats van soorten kunnen verslechteren of een significant verstorend effect zouden kunnen hebben op aangewezen soorten binnen een gebied, zijn vergunningsplichtig.
Soorten De soortenbescherming is bedoeld om in het wild levende planten- en diersoorten te beschermen als er werkzaamheden plaatsvinden in en rond het leefgebied van een soort. In de Wet Natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden; Europees beschermde soorten vallen onder beschermingsregimes soorten “Vogelrichtlijn (wnb-vrl) en beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn” (wnb-hrl) en nationaal beschermde soorten vallen onder beschermingsregime “andere soorten” (wnb- andere soorten). Werkzaamheden die schade kunnen veroorzaken aan soorten zijn, o.a; (ver)bouwen, slopen, of wegen aanleggen, water dempen en graven. Voor werkzaamheden die geen schade veroorzaken aan beschermde soorten, hoeft vooraf niets geregeld te worden. Als het echter onmogelijk is om schade aan beschermde soorten te voorkomen, dan moet vooraf bepaald worden of er een vrijstelling geldt of dat er een ontheffing moet worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen.
Watersnip Advies
7
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
Wanneer in geval van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting schade ontstaat aan beschermde planten en dieren, is het mogelijk te werken met een goedgekeurde gedragscode die toepasbaar is voor de geplande activiteiten en de aangetroffen soorten. Indien dit niet het geval is en er schade ontstaat aan beschermde soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd. Ontheffingen worden aangevraagd bij de provincie. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Een ontheffing wordt alleen toegekend als de werkzaamheden het voortbestaan van de soort niet in gevaar brengen. Het integreren van ecologische maatregelen in het plan kan een ontheffingsaanvraag voorkomen. Hierbij gaat het om het consolideren van het leefgebied van populaties. Deze maatregelen dienen voorafgaande aan de werkzaamheden uitgevoerd te worden om zo de functionaliteit van het plangebied voor de beschermde soort(en) ten allen tijden te behouden. Het gaat daarbij dus om het voorkómen van schade (zie figuur 8). Deze ecologische maatregelen dienen opgesteld te worden door of in samenwerking met een ter zake kundige.
Figuur 8: Stappenplan onderzoek Wet natuurbescherming (Bron: www.regelink.net)
In het kader van de Wet natuurbescherming zijn alle vogels beschermd. Tijdens het broedseizoen zijn de nesten van alle vogels beschermd en mogen niet verontrust worden. Nesten van sommige vogelsoorten zijn jaarrond beschermd. Ten aanzien van jaarrond beschermde nesten onderscheidt de Wnb vijf categorieën: nesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (1), nesten van koloniebroeders die jaarlijks dezelfde vaste broedplaats hebben (2), nesten van vogels die niet in kolonie Watersnip Advies
8
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
broeden maar wel jaarlijks dezelfde vaste broedplek hebben (3), nesten van vogels die jaarlijks gebruik maken van hetzelfde nest (4) en ten slotte nesten van vogels die geneigd zijn terug te keren naar de broedplek van het vorige jaar, maar wel flexibel genoeg zijn om zich elders te vestigen indien nodig (5). De nesten van de vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd. De nesten van de soorten in categorie (5) zijn jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn of als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.
Algemene zorgplicht (artikel 1.11) Voor Natura2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende planten- en diersoorten geldt de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor Natura2000gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten, of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt.
Houtopstanden, hout en houtproducten Het is verboden om een houtopstand buiten de grenzen van de bebouwde kom geheel of gedeeltelijk te kappen, zonder hier voorafgaande aan de werkzaamheden melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Indien er houtopstand gekapt moet worden geldt er een herplantplicht. Let wel, hakhoutbeheer geldt als bestendig beheer. Het gaat om kappen ter verwijdering op korte of langere termijn. Toetsing Wet Natuurbescherming 2017 Het plangebied aan de Graaf Florisweg maakt geen onderdeel uit van een Natura2000gebied of bijzondere provinciale natuurgebied. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied Broekvelden-Vettenbroek & Polder Stein ligt 2,5 km ten oosten van het plangebied. Het Natura2000-gebied Nieuwkoopse plassen & De Haeck ligt op 10 km ten noordoosten van het plangebied. Binnen het Natura2000-gebied Nieuwkoopse plassen & De Haeck komen meerdere habitattypen voor die ‘gevoelig’ tot ‘zeer gevoelig’ zijn voor stikstof. De afstand van het plangebied tot dit Natura2000-gebied is groot waardoor er geen sprake zal zijn van stikstofdepositie in dit Natura2000-gebied. Het Natura2000-gebied Broekvelden-Vettenbroek & Polder Stein heeft momenteel nog geen habitattypen die aangewezen zijn als stikstofgevoelig. Afgelopen mei heeft de minister echter aangegeven dat binnen dit gebied wel habitattypen zullen worden aangewezen, die stikstofgevoelig zijn.
Gezien de afstand van het plangebied tot dit Natura2000-gebied is het
noodzakelijk dat er een berekening gemaakt wordt of er sprake is van stikstofdepositie.
Doelsoorten van het Natura2000-gebied ‘Broekvelden-Vettenbroek & Polder Stein’ zijn: Kleine Zwaan, Krakeend, Slobeend en Smient. Doelsoorten van het Natura2000-gebied ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ zijn: Noordse woelmuis, Bittervoorn, Gestreepte waterroofkever, Groenknolorchis, Kleine modderkruiper, Meervleermuis, Platte schijfhoren, Rivierdonderpad, Zeggekorfslak, Grote zilverreiger, Kolgans, Krakeend, Purperreiger, Rietzanger, Roerdomp, Smient, Snor, Zwarte stern en Zwartkopmeeuw.
Watersnip Advies
9
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
Een deel van deze doelsoorten komt uitsluitend voor binnen het Natura2000-gebied. Andere soorten, zoals Smient, Krakeend, Grote zilverreiger en Kolgans foerageren ook in de wijdere omgeving van het Natura2000-gebied. Het plangebied ligt midden in de stad Gouda. Hierdoor is de cultuurdruk rond het plangebied hoog. Binnen het plangebied zijn geen weilanden met brede sloten en moerasachtige situaties aanwezig. Het plangebied is daardoor niet geschikt als leefgebied voor deze soorten als foerageergebied. Negatieve effecten op de doelsoorten van de Natura2000-gebieden zijn derhalve niet aan de orde.
Figuur 9: Ligging Natura2000-gebieden t.o.v. plangebied (bron: www.pzh.nl)
Een uitgebreide beschrijving van de flora en fauna binnen het plangebied is te vinden in hoofdstuk 4. Binnen het plangebied is geen sprake van het kappen van houtopstanden van meer van 10 are of van rijbeplanting van meer dan 20 bomen. De herplantplicht in het kader van de Wet Natuurbescherming is daarom niet aan de orde. De bomen binnen het plangebied staan niet vermeld op de lijst van gemeentelijke monumentale bomen van de gemeente Gouda.
Watersnip Advies
10
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
3.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland, in de wet benoemd als de (voormalige) Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een netwerk van natuurgebieden in Nederland om de biodiversiteit te behouden en te versterken. Via dit netwerk kunnen planten en dieren zich verspreiden, waardoor de kans op uitsterven verkleind wordt. De NNN bestaat uit: - Natura 2000 gebieden; - bestaande natuurgebieden, zoals de Nationale Parken; - gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; - landbouwgebieden, die beheerd worden volgen agrarisch natuurbeheer en; - grote wateren, zoals meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en Waddenzee. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van 1990, en via de planologische kernbeslissing Nota Ruimte van de voormalige Ministeries van VROM, LNV, V&W en EZ (2006) voortgezet in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, opgesteld door het Ministerie van I&M (2012). In 1995 werden de doelsoorten en natuurdoeltypen gedefinieerd, die in 2000 werden doorgevoerd in de provinciale plannen. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de uitvoering van de NNN. De natuur in de NNN is beschermd middels een ‘nee, tenzij’-regime.
Binnen de NNN zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. Eventuele schade moet zoveel mogelijk worden gemitigeerd en/of gecompenseerd. Toetsing Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van een NNN-gebied (zie figuur 10). Ook zijn er geen bijzondere landschapselementen aanwezig in het plangebied. De ruimtelijke ingrepen die verband houden met de sloop en bouw van de woning(en) zullen vanwege de ligging van
Figuur 10: Ligging NNN-gebieden t.o.v. het plangebied (blauw) (bron: www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl) Watersnip Advies
11
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
het plangebied geen schade veroorzaken aan de NNN.
3.2.3 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (1 april 2019) en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013) Op 1 april 2019 is het Omgevingsbeleid in werking getreden. In het Omgevingsbeleid heeft de Provincie Zuid-Holland verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving samengebracht. De voorheen fungerende Visie ruimte en mobiliteit (VRM) is ook opgenomen in het Omgevingsbeleid. Met dit nieuwe beleid heeft de provincie voorgesorteerd op de Omgevingswet die in 2021 in werking treedt. Het Omgevingsbeleid bestaat uit de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. In het nieuwe Omgevingsbeleid zet de provincie in op een betere relatie tussen stad en land. En een betere samenhang tussen de verschillende functies binnen de groene ruimte, zoals landbouw, natuur, recreatie, water en cultuurhistorie. Er moet een samenhangend stelsel komen van de verschillende groene ruimtes en de stad, de zogenoemde groenblauwe structuur. Bescherming van natuurgebieden en het Natuurnetwerk Nederland zijn hiervan belangrijke onderdelen. Het ontwikkelen van nieuwe plannen kan inbreuk maken op te beschermen waarden in het landschap. In sommige gevallen is het noodzakelijk dat er compensatie plaatsvindt als er specifieke natuur-, recreatie- of landschapswaarden verloren gaan.
GS heeft hiervoor in mei 2013 de beleidsregel compensatie natuur, recreatie en landschap Zuid-Holland 2013 vastgesteld. Deze beleidsregel is opgenomen in de Omgevingsverordening. In deze beleidsregel is voor een aantal gebieden compensatie noodzakelijk bij het verlies van ecologische waarden. Dit zijn; • het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS); • de belangrijke weidevogelgebieden; • de recreatiegebieden om de stad; • strategische reservering natuur; • de karakteristieke landschapselementen. Biotopen voor Rode lijstsoorten zijn niet langer compensatie plichtig. Toetsing Omgevingsvisie en Omgevingsverordening en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland Bovenstaande elementen zijn in en rond het plangebied niet aanwezig (zie figuur 11). Er zal daardoor geen schade ontstaan door de geplande werkzaamheden.
Watersnip Advies
12
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
Figuur 11: Ligging belangrijk weidevogelgebied t.o.v. het plangebied (blauw) (bron: ruimtelijkeplannenzuidholland.nl, kaart 7)
Watersnip Advies
13
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
Watersnip Advies
14
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
4 Resultaten onderzoek 4.1
Methode
Voordat begonnen is met het verkennend veldonderzoek, is een korte, grondige bureaustudie uitgevoerd, waarbij diverse internetsites, relevante artikelen en verspreidingskaarten (o.a. RAVON) zijn geraadpleegd, om te bepalen welke beschermde planten- en diersoorten in het plangebied zouden kunnen voorkomen. De bureaustudie dient ertoe een meer gerichte, effectieve en efficiënte veldinventarisatie te kunnen uitvoeren. Op vrijdag 25 oktober 2019 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie gedaan in het plangebied. Tevens is tijdens de inventarisatie een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Tijdens dit vooronderzoek is een bouwkundige inspectie van de aanwezige bebouwing uitgevoerd. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen.
4.2
Flora
Langs de Graaf Florisweg staan, binnen het plangebied, een aantal grote populieren met een diameter van 80-100cm. Bij de oprit naar de woning staat een Chinese mammoetboom. Aan de achterzijde van de woning staan enkele grote treurwilgen ook met een doorsnede van 80-100cm. In de siertuin ligt voor een deel gras. Tevens staat er sierbeplanting, zoals Hortensia, Vlinderstruik, Zwarte bes, Hemelsleutel, Kattenkruid, Krentenboom, Azalea/Rododendron, Sneeuwbal, Vrouwenmantel, Longkruid en Klimop. Op meerdere locaties staan hagen van Taxus, Haagbeuk en Buxus. Aan de voorzijde van de woning staan leiplatanen en een sierappel. In de kleine waterpartij groeit Gele lis. Er zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Er is binnen het gecultiveerde plangebied ook geen Figuur 12: Eén van de aanwezige Italiaanse populieren geschikt biotoop aanwezig voor beschermde plantensoorten, die vaak specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving. Beschermde plantensoorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied.
Watersnip Advies
15
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
4.3
Fauna
4.3.1 Vogels Tijdens de inventarisatie zijn verschillende algemene vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied, zoals Roodborstje, Vlaamse gaai, Turkse tortel, Merel, Grote bonte specht, Ekster en Koolmees. Alle vogels zijn beschermd in het kader van de Wet Natuurbescherming. De nesten van alle vogels zijn tijdens het broedseizoen beschermd en mogen niet opzettelijk verontrust worden. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden buiten het broedseizoen. Er zijn geen broedende vogels aangetroffen. De aanwezige bomen en struiken binnen het plangebied zijn wel geschikt als broedlocatie voor verschillende algemeen voorkomende vogels. Nesten van enkele vogelsoorten, zoals Gierzwaluw, Huismus en verschillende Figuur 13: Dichte dakpannen aan de voorkant van het dak uilensoorten, zijn jaarrond beschermd. De Gierzwaluw en Huismus zijn voor hun broedlocatie afhankelijk van menselijke bebouwing en broeden vaak onder dakpannen van woningen. De Gierzwaluw komt alleen naar Nederland om te broeden en was op het moment van het veldbezoek niet meer aanwezig. Er zijn geen huismussen waargenomen binnen het plangebied tijdens het veldbezoek. Het dak van de woning is relatief laag en flauw. Gierzwaluwen laten zich uit het nest omlaag vallen, voordat ze opstijgen. Door het flauwe, lage dak is dit niet mogelijk.
Daarnaast is er geen vrije valhoogte (minstens drie meter) door de aanwezige aanbouwen, dakkapellen, uitstekende kozijnen en de serre. Hierdoor is het dak van de woning ongeschikt als nestlocaties voor de Gierzwaluw. Jaarrond beschermde nesten van deze vogelsoort binnen het plangebied kunnen worden uitgesloten. De eerste rij dakpannen is aan de voorkant dicht, waardoor de Huismus niet via de dakgoot onder het dak kan. De rest van de dakpannen ligt strak op het dak, waardoor er geen invliegopeningen aanwezig zijn voor de Huismus. Het dak van de woning is hierdoor ontoegankelijk als broedlocatie voor de Huismus. De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van deze vogelsoort kan worden uitgesloten. De tuin rond de woning kan deel uit maken van functioneel leefgebied voor de Huismus. Hierbij gaat het met name om het zuidelijk deel van de tuin waar veel bomen en struiken staan. Voor de nieuwbouw zal mogelijk een deel van de bomen en struiken verdwijnen. Er blijft echter voldoende functioneel leefgebied voor de Huismus aanwezig binnen het plangebied (zie figuur 6 en 7). Er zal daarom geen schade ontstaan aan het functioneel leefgebied van de Huismus. Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten of geschikte locaties voor jaarrond beschermde nesten van uilen en/of roofvogels aangetroffen. De cultuurdruk in en rond het plangebied is zeer hoog, door o.m.
verkeer en treinen. Dit maakt het plangebied Watersnip Advies
16
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
ongeschikt voor uilen en/of roofvogels. Er zijn geen sporen aangetroffen in de vorm van braakballen en resten van prooidieren die wijzen op de aanwezigheid van een roestplek van een uil. De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van deze vogelsoorten kan worden uitgesloten.
4.3.2 Vissen Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde vissoort Grote modderkruiper voorkomt in de omgeving van het plangebied (1-5km). In het rond het plangebied zijn geen sloten aanwezig. De aanwezige waterpartij, het beekje, heeft een gesloten watersysteem. Hierdoor is er geen geschikt leefgebied voor de Grote modderkruiper aanwezig en kan de aanwezigheid van deze soort worden uitgesloten.
4.3.3 Amfibieën Tijdens de veldinventarisatie zijn geen beschermde amfibieën aangetroffen binnen het plangebied. Er kan aangenomen worden dat Bruine kikker, Gewone pad, Kleine watersalamander en Meerkikker (allen wnb-andere soorten) voorkomen in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). Bastaardkikker (wnb-andere soorten) komen voor in de omgeving van het plangebied (1-5km). Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming in de Provincie Zuid-Holland. Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde Rugstreeppad (wnb-hrl / Rode lijst status ‘gevoelig’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). De beschermde Heikikker (wnb-hrl / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’) komt voor in de omgeving van het plangebied (1-5km). De Rugstreeppad komt voornamelijk voor op zandige terreinen met een betrekkelijk hoge dynamiek, zoals de duinen, de uiterwaarden van grote rivieren, opgespoten terreinen, heidevelden en akkers. Voor de voortplanting maakt de Rugstreeppad gebruik van ondiepe plassen en poelen om haar eieren in af te zetten. De aanwezige kleine waterpartij binnen het plangebied is niet geschikt als voortplantingslocatie voor de Rugstreeppad. Het ligt volledig geïsoleerd van andere sloten en waterpartijen waar de Rugstreeppad voor kan komen.
Figuur 14: Deel van de tuin rond de woning
De Rugstreeppad maakt voor de overwintering gebruik van rommelhoekjes met opgeslagen stenen of van braakliggende zandhopen, waarin hij zich makkelijk kan ingraven. Binnen het huidige plangebied zijn geen rommelhoekjes en/of zandhopen aangetroffen. De goed ontwikkelde vegetatie in de tuin biedt geen pioniersstadia waar de Rugstreeppad de voorkeur aan geeft. Op het moment dat er binnen het plangebied hopen zand voor langere tijd braak komen te liggen en regenwater kan stagneren, wordt het gebied wel aantrekkelijk als voortplantings-
Watersnip Advies
17
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
en/of overwinteringsgebied. De Rugstreeppad staat erom bekend dat hij lange afstanden kan afleggen op zoek naar een geschikte overwinteringslocatie. De Heikikker komt voor in o.a. vochtige heidegebieden en hoog- en laagveengebieden. Hij geeft de voorkeur aan schrale omstandigheden. Voor de voortplanting is hij afhankelijk van ondiep zuur (pH 4 – 5,5) water met oevervegetatie. Verder moet er voldoende ruige en structuurrijke vegetatie aanwezig zijn waar deze kikker kan schuilen tegen predators. Er zijn binnen het plangebied geen schrale omstandigheden aanwezig. Langs de waterpartij is geen ruige vegetatie aanwezig. Hierdoor is het plangebied niet geschikt als leefgebied voor de Heikikker. De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten.
4.3.4 Reptielen Tijdens de inventarisatie zijn geen beschermde reptielen aangetroffen. Uit de geraadpleegde verspreidingskaarten blijkt dat de beschermde Ringslang (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). De Ringslang is een watergebonden soort. Deze soort heeft rijk begroeide oevers nodig om in te jagen en om zich te kunnen verschuilen. Voor de voortplanting maakt deze soort gebruik van broeihopen van takken, stro en bladeren. Binnen het plangebied is onvoldoende water met rijk begroeide oevers aanwezig om geschikt te zijn als leefgebied voor de Ringslang. Er zijn geen takken- en bladhopen aangetroffen die geschikt zijn als overwinteringsgebied voor de Ringslang. Het plangebied voldoet dus niet aan de eisen die de Ringslang stelt aan zijn leefgebied. De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Op basis van de bureaustudie worden binnen het plangebied geen andere beschermde reptielen verwacht.
4.3.5 Grondgebonden zoogdieren Uit de bureaustudie blijkt dat er meerdere zoogdiersoorten voorkomen in de directe omgeving van het plangebied, zoals Bosmuis, Bunzing, Dwergmuis, Egel, Haas, Hermelijn, Huisspitsmuis, Konijn, Rosse woelmuis, Veldmuis en Wezel (allen wnbandere soorten) (0-1km). Vos en Woelrat (allen wnb-andere soorten) komen voor in de omgeving van het plangebied (1-5km). Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet natuurbescherming in de provincie ZuidHolland. Figuur 15: Voortuin van de woning Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde Bever (wnb-hrl, Rode lijst status ‘gevoelig) en Otter (wnb-hrl / Rode lijst status ‘verdwenen uit NL’) voorkomen in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). De Boommarter (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’), Steenmarter (wnb-andere
Watersnip Advies
18
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
soorten / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’) en Waterspitsmuis (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) komen voor in de omgeving van het plangebied (1-5km). De Bever komt voor in overgangsgebieden tussen land en water, o.a. in moerassen, langs beken, en rustige rivieren en meren. Langs het water moeten bossen aanwezig zijn, waar voldoende hout aanwezig is wat de Bever kan gebruiken om dammen van te maken. Op ongeveer 1,2 km met westen van het plangebied komt de Bever voor in de spoorzone. Het plangebied voldoet, door de afwezigheid van water en moerasachtige situaties, niet aan de specifieke eisen die de Bever stelt aan zijn leefgebied. De aanwezigheid van de Bever binnen het plangebied kan worden uitgesloten. De Otter leeft in oevers met voldoende oevervegetatie om te schuilen en te rusten. Hij komt o.a. voor in meren, plassen, rivieren, kanalen, beken en moerassen. Hij heeft de voorkeur voor schoon, zoet water. Uit recent onderzoek is gebleken dat de Otter vanuit de Nieuwkoopse plassen naar de Reeuwijkse plassen is gekomen. Het plangebied, in het hart van Gouda is echter niet geschikt als leefgebied voor de Otter, omdat het niet voldoet aan de specifieke eisen die de Otter stelt aan zijn leefgebied. De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten.
De Boommarter komt met name voor in bos- en bosrijke gebieden, zoals de Utrechtse heuvelrug en de Veluwe. Ook in bosgebieden in Overijsel, Gelderland, Flevoland en in de duinen van Noord- en Zuid-Holland komt deze soort voor. Het plangebied is, door de afwezigheid van bos, niet geschikt als leefgebied voor de Boommarter. De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten. De Steenmarter leeft in steenachtige biotopen en plaatsen waar hij kan schuilen, zoals in steengroeven, rotsige hellingen en gebouwen. De steenmarter komt ook voor in parklandschappen. Hij is te vinden in de omgeving van dorpen en boerderijen maar ook in de stad. Hij heeft een voorkeur voor gebieden met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. Rond het plangebied is sprake van een hoge cultuurdruk. Er zijn binnen het plangebied geen oude schuren, die geschikt kunnen zijn als verblijfplaats voor de Steenmarter. Er zijn ook geen sporen (uitwerpselen, resten van prooidieren) aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van de Steenmarter. De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten. De Waterspitsmuis komt voor langs schone sloten die niet te voedselrijk zijn. De sloten dienen een goede watervegetatie te hebben en ruige oevers. De Waterspitsmuis is zeer schuw en kan zich letterlijk doodschrikken van een hard geluid.
Er zijn binnen het plangebied geen sloten aanwezig. Hierdoor voldoet het plangebied niet aan de specifieke eisen die de Waterspitsmuis stelt aan zijn leefgebied. De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten.
4.3.6 Vleermuizen Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld in deze rapportage. Alle vleermuizen die voorkomen in Nederland zijn beschermd (wnb-hrl). Uit de bureaustudie blijkt dat er verschillende beschermde vleermuissoorten voorkomen in de omgeving van het plangebied, zoals Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger, Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis (0-1km) en Meervleermuis en Watervleermuis (1-5km).
Watersnip Advies
19
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
Figuur 16: Luiken naast de vensters aan de voorkant van de woning
Figuur 17: Afwerking dakrand
Tijdens de veldinventarisatie is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. De aanwezige bebouwing is intern en extern uitvoerig onderzocht op de aanwezigheid van kieren en gaten die geschikt kunnen zijn als invliegopening voor gebouwbewonende vleermuizen. Deze zijn niet aangetroffen. De woning is in de jaren vijftig van de vorige eeuw gebouwd door een aannemer voor eigen gebruik. Er is toen uiterste zorg besteed om geen kieren te hebben. Daarnaast is er gezocht naar sporen (uitwerpselen, krijtsporen) die wijzen op de aanwezigheid van vleermuizen. Ook deze zijn niet aangetroffen. De woning is in een goede staat van onderhoud. De muren zijn voorzien van een spouw. Er zijn echter aan de buitenkant geen ventilatieopeningen aangetroffen. De luiken naast de raamkozijnen aan de voorkant van de woningen hebben lamellen. Hierdoor zijn deze luiken open en biedt de achterzijde geen beschutte verblijfplaats. De dakrand is afgewerkt met een gootlijst. Deze lijst loopt strak langs de muur en bied geen openingen voor vleermuizen. De dakpannen zijn aan de voorzijde dicht en liggen netjes en strak naast elkaar op het dak.
Hierdoor zijn er bij de dakpannen ook geen openingen aanwezig die door Figuur 18: Close-up dak van de woning vleermuizen gebruikt kunnen worden als invliegopening. Aan de binnenkant is het dak strak afgetimmerd. Eventueel aanwezige kieren zijn met purschuim gedicht. De aanwezige Italiaanse populieren en treurwilgen binnen het plangebied hebben een doorsnede van 80-100cm. De stammen van deze bomen zijn uitvoerig onderzocht op de aanwezigheid van gaten die geschikt kunnen zijn als verblijfplaats van boombewonende vleermuissoorten. Deze zijn niet aangetroffen. Tevens zijn er geen sporen (uitwerpselen, Watersnip Advies
20
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
krijtsporen) aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een verblijfplaats van vleermuizen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende- en boombewonende vleermuizen binnen het plangebied kan worden uitgesloten. De bomen en struiken binnen het plangebied zijn geschikt als foerageergebied voor verschillende soorten vleermuizen. Een deel van de bomen zal door de nieuwbouwplannen verdwijnen. Foerageergebied is alleen beschermd indien het van groot belang is voor de functionaliteit van de verblijfplaatsen van de soorten, doordat er onvoldoende alternatieven aanwezig zijn. Dit is niet aan de orde. Er blijven binnen het plangebied voldoende bomen en struiken over die geschikt zijn als foerageergebied. Daarnaast is in de directe omgeving, bijv. aan de zuidkant van het plangebied langs het spoor, voldoende alternatief foerageergebied aanwezig. De geplande werkzaamheden zullen geen schade veroorzaken aan de gunstige staat van instandhouding van de aanwezige populaties vleermuizen.
4.3.7 Overige soorten Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde libelsoort Groene glazenmaker (wnb-hrl / Rode lijst status ‘bedreigd’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). De beschermde waterslak Platte schijfhoren (wnb-hrl / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) komt voor in de omgeving van het plangebied (1-5km). De Groene glazenmaker is voor zijn voortplanting afhankelijk van de aanwezigheid van de waterplant Krabbenscheer. Binnen het plangebied is geen water aanwezig die geschikt is voor Krabbenscheer. Deze soort is ook niet aangetroffen. Hierdoor voldoet het plangebied niet aan de eisen die de Groene glazenmaker stelt aan zijn leefgebied. De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten. De Platte schijfhoren leeft in water met een goed ontwikkelde watervegetatie en een goede waterkwaliteit. Er is binnen het plangebied geen water aanwezig dat aan deze eisen voldoet. Hierdoor is het plangebied ongeschikt als leefgebied voor de Platte schijfhoren. De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten.
Watersnip Advies
21
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
Watersnip Advies
22
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
5 Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen. Daarnaast wordt er aangegeven of er bij het realiseren van de nieuwbouwplannen schade verwacht wordt aan de beschermde soorten binnen het plangebied.
5.1
Conclusies en aanbevelingen
▪
Het plangebied heeft geen directe relatie met beschermde gebieden (Natura2000, NNN-gebieden of ecologische verbindingszones). De afstand van het plangebied tot het Natura2000-gebied Nieuwkoopse plassen & De Haeck is te groot om invloed te kunnen hebben op de aanwezig stikstofgevoelige habitattypen. Het Natura2000gebied Broekvelden-Vettenbroek & Polder Stein heeft momenteel nog geen stikstofgevoelige habitattypen. Afgelopen mei heeft de minister echter aangegeven dat binnen dit gebied wel habitattypen zullen worden aangewezen, die stikstofgevoelig zijn. Gezien de afstand van het plangebied tot dit Natura2000-gebied
is het noodzakelijk dat er een berekening gemaakt wordt of er sprake is van stikstofdepositie. ▪
Het plangebied is door het cultuurdruk en de afwezigheid van geschikt biotopen, niet geschikt, als foerageergebied voor de doelsoorten van de nabij gelegen Natura2000-gebieden. Schade aan Natura2000-doelsoorten is derhalve niet aan de orde.
▪
Voor een deel van de beschermde soorten, te weten Bruine kikker, Gewone pad, Kleine watersalamander, Meerkikker, Bastaardkikker Bosmuis, Bunzing, Dwergmuis, Egel, Haas, Hermelijn, Huisspitsmuis, Konijn, Rosse woelmuis, Veldmuis, Wezel, Vos en Woelrat, geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden.
▪
Er zijn geen (oude) nesten van vogels aangetroffen. De aanwezige bomen en struiken zijn wel geschikt als broedlocatie voor algemeen voorkomende vogels. Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Voor
aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels. ▪
Het dak van de woning is niet geschikt als broedlocatie voor de Gierzwaluw en Huismus. Het plangebied is door de hoge cultuurdruk niet geschikt als leefgebied voor uilen en/of roofvogels. Er zijn geen geschikte nesten aangetroffen die gebruikt kunnen worden door deze vogelsoorten. Tevens zijn er geen sporen aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een uil. Vogelnesten die jaarrond beschermd
Watersnip Advies
23
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
worden door de Wnb, kunnen binnen het plangebied worden uitgesloten. Het plangebied kan mogelijk geschikt zal als functioneel leefgebied voor de Huismus. Er blijven echter voldoende bomen en struiken behouden. Hierdoor zal er geen schade ontstaan aan het functioneel leefgebied van de Huismus. ▪
Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde vissoort Grote modderkruiper voorkomt in de omgeving van het plangebied (1-5km). Binnen het plangebied is geen water aanwezig. Hierdoor is het plangebied ongeschikt als leefgebied voor de Grote modderkruiper. De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten.
▪
Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde Rugstreeppad (wnb-hrl / Rode lijst status ‘gevoelig’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). De beschermde Heikikker (wnb-hrl / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’) komt voor in de omgeving van het plangebied (1-5km). Door de afwezigheid van o.m. water met ruige oevervegetatie is het plangebied niet geschikt als leefgebied voor de Heikikker. De aanwezigheid van de Heikikker binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Het huidige plangebied is niet geschikt als voortplantings- en overwinteringsgebied voor de Rugstreeppad. Op het moment dat er werkzaamheden gaan plaatsvinden kan het plangebied mogelijk wel geschikt worden als voortplantings- en overwinteringsgebied. Geadviseerd wordt te voorkomen dat er gedurende de
voortplantingsperiode (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen. ▪
Uit de geraadpleegde verspreidingskaarten blijkt dat de beschermde Ringslang (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). Binnen het plangebied is onvoldoende water en rijke oevervegetatie aanwezig. Er zijn geen voortplantingslocaties aanwezig. Hierdoor is het plangebied ongeschikt als leefgebied voor de Ringslang. De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten.
▪
Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde Bever (wnb-hrl, Rode lijst status ‘gevoelig) en Otter (wnb-hrl / Rode lijst status ‘verdwenen uit NL’) voorkomen in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). De Boommarter (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’), Steenmarter (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’) en Waterspitsmuis (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) komen voor in de omgeving van het plangebied (1-5km). De bever, Otter en Waterspitsmuis leven in gebieden met veel water en rijke oevervegetaties. Deze zijn binnen het plangebied niet aanwezig. Hierdoor kan de aanwezigheid van deze soorten binnen het plangebied worden uitgesloten. De Boommarter leeft met name in bossen en bosrijke gebieden. Deze zijn binnen het plangebied niet aanwezig. Hiermee kan de aanwezigheid van de Boommarter binnen het plangebied worden uitgesloten. De Steenmarter leeft in steenachtige omgevingen met geriefhoutbosjes en parkachtige landschappen. Deze zijn binnen het plangebied niet aanwezig. Tevens zijn er geen sporen aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van de Steenmarter. De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten.
Watersnip Advies
24
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
▪
Uit de bureaustudie blijkt dat verschillende beschermde vleermuissoorten voorkomen in de omgeving van het plangebied, zoals Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger, Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis (0-1km) en Meervleermuis en Watervleermuis (1-5km). De woning in intern en extern onderzocht op mogelijke invliegopeningen voor gebouwbewonende vleermuizen. Deze zijn niet aangetroffen. Tevens zijn er geen sporen aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van vleermuizen. De stammen van de bomen zijn onderzocht op geschikte gaten en kieren voor een verblijfplaats van boombewonende vleermuissoorten. Deze zijn niet aangetroffen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouw- en boombewonende vleermuissoorten kan worden uitgesloten. De aanwezige bomen en struiken zijn geschikt als foerageergebied voor verschillende soorten vleermuizen. Foerageergebied is alleen beschermd indien het van groot belang is voor de functionaliteit van de verblijfplaatsen van de soorten, doordat er onvoldoende alternatieven aanwezig zijn. Dat is op deze locatie niet aan de orde. Er blijft in de tuin voldoende opgaand groen aanwezig. Tevens is in de directe omgeving voldoende alternatief foerageergebied aanwezig. De geplande werkzaamheden zullen geen schade veroorzaken aan de gunstige staat van instandhouding van de aanwezige populaties vleermuizen.
▪
Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde libelsoort Groene glazenmaker (wnbhrl / Rode lijst status ‘bedreigd’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). De beschermde waterslak Platte schijfhoren (wnb-hrl / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) komt voor in de omgeving van het plangebied (1-5km). Binnen het plangebied is voor beide soorten geen geschikt leefgebied aanwezig. De aanwezigheid van de Groene glazenmaker en Platte schijfhoren kan worden uitgesloten.
▪
5.2
Samenvatting t.a.v. beschermde gebieden en bescherming soorten
▪
Gezien de afstand van het plangebied tot het Natura2000-gebied BroekveldenVettenbroek & polder Stein is het noodzakelijk dat er een berekening gemaakt wordt of er sprake is van stikstofdepositie. Vogels: Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels. Rugstreeppad: Op het moment dat er werkzaamheden gaan plaatsvinden kan het plangebied mogelijk wel geschikt worden als voortplantings- en overwinteringsgebied. Geadviseerd wordt te voorkomen dat er gedurende de voortplantingsperiode (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen.
▪
▪
Watersnip Advies
25
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
5.3
Algemene Zorgplicht
Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. In het kader van natuur-inclusief bouwen kan er in de nieuwbouw ruimte gemaakt worden voor beschermde soorten. Hierbij kan gedacht worden aan het inbouwen van nestkasten voor vogels, zoals Gierzwaluw en Huismus. Ook kan hierbij gedacht worden aan het inbouwen van vleermuisverblijven.
Watersnip Advies
26
19A084 VEO Graaf Florisweg Gouda
6 Bronnen Geraadpleegde literatuur 1. Uitgeverij 12 Provinciën, Topografische Atlas Zuid-Holland 1:25.000, Landsmeer 2012 2. Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming), dec 2015 3. Ecologica, Wet natuurbescherming, samenvatting wijzigingen natuurwetgeving, 5 november 2018 4. Ministerie van Landbouw, natuurbeheer en voedselkwaliteit, Rode Lijsten, Den Haag, 2004 5. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur 2017. Vleermuisprotocol 2017, maart 2017 6. Provincie Zuid-Holland, Omgevingsvisie, Omgevingsbeleid Zuid-Holland, gewijzigd ontwerp, 22 januari 2019 7. Provincie Zuid-Holland, Omgevingsverordening Zuid-Holland, 22 februari 2019 8. Provincie Zuid-Holland, Visie Ruimte en Mobiliteit, geconsolideerd, in werking per 19 januari 2018 tot 1 april 2019 9. NDFF quickscanhulp.nl 25-10-2019 11:21:36 10. Gemeente Gouda, Lijst Gemeentelijke Monumentale bomen – januari 2018
Geraadpleegde internetsites: 11. www.rijksoverheid.nl 12. www.bij12.nl 13. www.regelink.net 14. www.ravon.nl 15. www.vleermuis.net 16. www.zuid-holland.nl 17. www.zoogdiervereniging.nl 18. https://www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl/omgevingsbeleid/ 19. https://www.arcgis.com/home/webmap/viewer.html 20. https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx 21. waarneming.nl
Watersnip Advies
27
Watersnip Advies Advies voor ecologie, landschap, water en recreatie Watersnip v.o.f. ’s-Gravenbroekseweg 154 2811 GK Reeuwijk KvK 76653862 +31 (0)182-395460 www.watersnipadvies.info advies@watersnip.info