CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 was-wordtlijst

Raadsvergadering 7 juni 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Actualisatie huisvestingsverordening 20233.042 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Huisvestingsverordening 2023 vergeleken met 2019

Was Artikel 1. Begripsbepalingen -

Doorstromer: een woningzoekende die daadwerkelijk en rechtmatig als huurder of eigenaar een woonruimte bewoont en die woonruimte na verhuizing leeg achterlaat Inwoning: bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woning die door een ander huishouden in gebruik is genomen. -

Wordt

Toelichting

-Bemiddeling: woningtoewijzing aan bijzondere doelgroepen buitenom het aanbodsysteem, zoals genoemd in artikel 5

dit begrip was nog niet gedefinieerd

Doorstromer: een woningzoekende die daadwerkelijk en rechtmatig als huurder of eigenaar een zelfstandige woonruimte bewoont en die zelfstandige woonruimte na verhuizing leeg achterlaat Inwoning: bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woning die rechtmatig door een ander huishouden in gebruik is genomen. - Middenhuurwoning: : een nieuwbouwhuurwoning als bedoeld in de lokale middenhuur- of doelgroepenverordening en/of de als zodanig benoemde woningen in een (anterieure) overeenkomst. De huisvestingsverordening is van toepassing op een verhuring zo lang de woning beschikbaar is in het middenhuursegment

Definitie aangescherpt. Technische wijziging. Verduidelijking dat een doorstromer een zelfstandige woning achterlaat (in tegenstelling tot een starter) Definitie aangescherpt. Technische wijziging. Verduidelijking dat sprake met zijn van inwoning bij een rechtmatig huurder. Toevoeging definitie van middenhuurwoningen i.v.m. de nieuwe voorrangsregel voor middenhuurwoningen in artikel 13 lid 2. Het betreft nieuwbouwwoningen die zijn gebouwd op grond van bestemmingsplannen waarin een minimum percentage voor middenhuurwoningen is bepaald en waarvoor in de gemeentelijke Verordening middenhuur de inkomensdoelgroep is aangewezen.

Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte Lid 1. Woonruimte van verhuurders met een huurprijs beneden de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag mag enkel voor bewoning door een huishouden in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend. Lid 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: …

Lid 1. De volgende categorieën woonruimten mogen enkel voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend: a. woonruimten van verhuurders met een huurprijs beneden de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag; b. middenhuurwoningen.

Wijziging lid 1 door toevoeging sub b. In aansluiting op de Verordening middenhuurwoningen Gouda (doelgroepenverordening) wordt de toewijzing van middenhuurwoningen aan de inkomensdoelgroep formeel vastgelegd via de Hvv. Nieuwbouwwoningen die voor middenhuur zijn bestemd worden toegewezen aan de (inkomens)doelgroep zoals

Was

Wordt

Toelichting genoemd in de Verordening middenhuurwoningen Gouda.

Lid 2. Voor middenhuurwoningen zijn uitsluitend hoofdstuk 2, artikel 13, artikel 15, artikel 16 lid 4 en artikel 40 van deze verordening van toepassing. Lid 4. Op de huisvesting van bijzondere doelgroepen als bedoeld in artikel 17 zijn artikelen 5, 7 tot en met 16 niet van toepassing.

Artikel 3. Criteria voor verlening huisvestingsvergunning 1. Onverminderd het 1. Onverminderd het bepaalde bepaalde in artikel 10, tweede lid, in artikel 10, tweede lid, van de wet, van de wet, komen voor een huiskomen voor een huisvestingsvestingsvergunning in aanmerking vergunning in aanmerking woningzoekenden die : woningzoekenden die : a. meerderjarig zijn en staan a. meerderjarig zijn en staan ingeschreven in de Basisregistratie ingeschreven in de Basisregistratie Personen in een gemeente in Personen in een gemeente in Nederland, én Nederland, én b. gereageerd hebben op per b. gereageerd hebben op per publicatie aangeboden woonruimte publicatie aangeboden woonruimte en op grond van het bepaalde in en op grond van het bepaalde in artikel 16 voor de desbetreffende deze verordening voor de woonruimte in aanmerking komen. desbetreffende woonruimte in aanmerking komen. Artikel 7. Voorrang bij urgentie 1. Voor de in artikel 2 aangewezen categorieën woonruimte wordt bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang gegeven aan woningzoekenden waarvan door urgentieverklaring is aangetoond dat voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is Artikel 9 Urgentiecategorieën H. Relatiebeëindiging Woningzoekenden met minderjarige kinderen die hun woonruimte moeten verlaten door echtscheiding, beëindiging geregistreerd partnerschap of samenwoning.

Voorwaarden zijn: de woningzoekende heeft de volledige zorg over de kinderen en de kinderen staan bij de woningzoekende geregistreerd in de Basisregistratie Personen, óf de woningzoekende heeft de zorg over de kinderen in co-ouderschap en

Toevoeging lid 2, en omnummering van het oude lid 2 naar lid 3

Toevoeging lid 4 (herstel verzuim) Bijzondere doelgroepen worden buiten de systematiek van de verordening toegewezen middels directe bemiddeling. Technische aanpassing tekst onder b.

De verwijzing naar artikel 16 is te beperkt omdat artikel 16 niet van toepassing is op middenhuurwoningen.

1. Voor de in artikel 2 lid 1 sub a aangewezen categorieën woonruimte wordt bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang gegeven aan woningzoekenden waarvan door urgentieverklaring is aangetoond dat voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is

Urgentie alleen voor sociale huur(niet middenhuur). De urgentieregeling geldt alleen voor woningen tot de huurprijsgrens. Dit is in overeenstemming met artikel 2 lid 2.

H. Relatiebeëindiging Woningzoekenden met minderjarige kinderen die hun woonruimte moeten verlaten door echtscheiding, beëindiging geregistreerd partnerschap of samenwoning. Voorwaarden zijn: de woningzoekende heeft de volledige zorg over de kinderen en de kinderen staan bij de woningzoekende geregistreerd in de Basisregistratie Personen, óf de woningzoekende heeft de zorg over de kinderen in co-ouderschap en kan

Bij co-ouderschap kunnen beide ouders in aanmerking komen voor urgentie. Dit is als experiment reeds toegepast en wordt nu in de verordening vastgelegd.

Was

Wordt

kan dit aantonen met officiële documenten. In geval van coouderschap kan slechts aan één van de ouders urgentie worden verleend en geldt als aanvullende voorwaarde dat er sprake is van dreigende dakloosheid van minderjarige kinderen, én (enz)

dit aantonen met officiële documenten. Indien beide ouders de woning moeten verlaten kan in geval van co-ouderschap aan beiden urgentie worden verleend; én (enz)

Toelichting

Artikel 10. Woningzoekenden met urgentie en woningaanbieding Artikel 10 lid 2 Artikel 10 lid 2 Het college kan de volgende Het college kan de volgende categorieën woningzoekenden categorieën woningzoekenden binnen de geldigheidsduur van hun binnen de geldigheidsduur van hun urgentieverklaring tweemaal urgentieverklaring tweemaal passende woonruimte aanbieden passende woonruimte aanbieden buiten het gepubliceerde aanbod: buiten het gepubliceerde aanbod: a. Woningzoekenden die a. Woningzoekenden die vallen vallen onder onder urgentiecategorie urgentiecategorie volkshuisvestelijke indicatie volkshuisvestelijke indicatie zoals genoemd in artikel 9 zoals genoemd in artikel 9 categorie N; categorie N; b. Woningzoekenden die niet in b. Woningzoekenden die niet staat blijken- of geacht in staat blijken- of geacht worden – zelfstandig worden – zelfstandig woonruimte te vinden binnen woonruimte te vinden het gepubliceerde binnen het gepubliceerde woningaanbod. De woningaanbod. De corporatie bepaalt of de corporatie bepaalt of de woningzoekende hier onder woningzoekende hier onder valt; valt. c. Woningzoekenden met een urgentieverklaring die zelf de woningcorporatie verzoeken om directe bemiddeling naar een woning. Art 11, lid 2. Zoekprofiel bij urgentie

Lid 2 onder c wordt geschrapt. Artikel 10 lid 2 b voorziet al voldoende in mogelijke bemiddeling van urgenten.

De standaard-zoekprofielen omvatten de volgende woningtypen:

De standaard-zoekprofielen omvatten de volgende woningtypen:

Profiel 1 (niet medische urgentie): Bovenwoning Etagewoning zonder lift Portiekwoning zonder lift Galerijwoning zonder lift Portiekmaisonnette zonder lift Galerijmaisonnette zonder lift

Profiel 1: niet- medische urgentie: etagewoning met of zonder lift. Dit omvat de volgende woningtypen: maisonnette, portiek-, galerij-, of bovenwoning op de eerste etage of hoger.

Het aan de urgentie verbonden zoekprofiel 1 wordt iets verruimd om (niet-medische) urgenten meer kans te geven op korte termijn een passende woning te vinden.

Profiel 2 (medische urgentie): Etagewoning met lift Portiekwoning met lift Galerijwoning met lift

Profiel 2: Medische urgentie: alle woningen in profiel 1 én benedenwoningen.

Voor het overige is slechts de formulering verkort/aangepast.

Was

Wordt

Toelichting

Portiekmaisonnette met lift Galerijmaisonnette met lift Benedenwoning. Profiel 3 (op basis van een gemotiveerd advies); Eengezinswoning Maisonnette begane grond Benedenwoning

Profiel 3: Op basis van een gemotiveerd advies alle woningtypen in profiel 2 én eengezinswoningen

Artikel 13. Voorrang bij woonruimte van een bepaalde aard, grootte of prijs Lid 1: Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woonruimte met een huurprijs tot de tweede aftoppingsgrens van de Wet op de huurtoeslag geven verhuurders voorrang aan woningzoekenden met een huishoudinkomen dat recht geeft op huurtoeslag. Voor woningcorporaties gaan de toewijzingsregels op grond van de Woningwet voor op deze bepaling. -

Lid 1: Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woonruimte met een huurprijs tot de tweede aftoppingsgrens van de Wet op de huurtoeslag wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden met een huishoudinkomen tot de inkomensgrens als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet (DAEB-norm). Voor woningcorporaties gaan de toewijzingsregels op grond van de Woningwet voor op deze bepaling. Lid 2: Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor middenhuurwoningen wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden met een huishoudinkomen van 1,0 tot 1,8 maal de inkomensgrens als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet (DAEB-norm).

Lid 2: Met inachtneming van het eerste lid geven verhuurders bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor een aangepaste woning voorrang aan huishoudens waarvan ten minste één lid een lichamelijke functiebeperking heeft en op medische gronden op een aangepaste woning is aangewezen. Lid 3: Met inachtneming van het eerste lid kunnen woningcorporaties bij het verlenen van een huisvestingsvergunning op grond van de aard of specifieke kenmerken van een woning voorrang geven aan een specifieke doelgroep passend bij deze aard of kenmerken. Lid 4: Het college kan woningcorporaties toestemming geven om met inachtneming van

Lid 3: Met inachtneming van het eerste en tweede lid wordt bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor een aangepast woning voorrang gegeven aan huishoudens waarvan ten minste één lid een lichamelijke functiebeperking heeft en op medische gronden op een aangepaste woning is aangewezen. Lid 4: Met inachtneming van het eerste en tweede lid kunnen verhuurders op grond van de aard of specifieke kenmerken van een woning voorrang geven aan een specifieke doelgroep passend bij deze aard of kenmerken. Lid 5: Het college kan verhuurders toestemming geven om met inachtneming van het eerste en

De aanpassing heeft betrekking op de bepaling van het maximum huishoudinkomen. In de verouderde tekst wordt verwezen naar de inkomensgrenzen voor huurtoeslag. Maar de huurtoeslagregeling is gewijzigd en de vaste inkomensgrenzen voor huurtoeslag zijn vervallen. Daarom wordt nu aangesloten bij de algemene DAEB-inkomensgrens voor woningcorporaties. Nieuwe toevoeging van een voorrangsregeling voor de toewijzing van middenhuurwoningen. Dit is nodig om de toewijzing aan de doelgroep, zoals is vastgelegd in de Verordening middenhuurwoningen Gouda, en in anterieure overeenkomsten, te formaliseren. Gemeenten kunnen uitsluitend in een Huisvestingsverordening regels stellen over woningtoewijzing. Omnummering en technische aanpassing formulering conform lid 1 en 2.

Omnummering en technische aanpassing formulering conform lid 1 en 2.

Omnummering en technische aanpassing formulering conform lid 1 en 2.

Was

Wordt

Toelichting

het eerste lid bij het verlenen van tweede lid voor woningen in een huisvestingsvergunning voor specifieke complexen voorrang te woningen in specifieke complexen geven aan specifieke doelgroepen. voorrang te geven aan specifieke Bij de toestemming wordt vastgelegd doelgroepen. Bij de toestemming om welke complexen en welke wordt vastgelegd om welke doelgroepen het gaat. complexen en welke doelgroepen het gaat. Artikel 15. Voorrang bij economische of maatschappelijke binding Woningcorporaties kunnen maximaal 25% van het aanbod van de in artikel 2, eerste lid, aangewezen woonruimten met voorrang toewijzen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente. Bij het geven van voorrang aan woningzoekenden met een economische of maatschappelijke binding, gelden als uitgangspunten: a. nieuwbouwwoningen worden bij voorrang toegewezen aan woningzoekenden uit Gouda, waarbij doorstromers uit Gouda voorrang hebben op andere woningzoekenden uit Gouda; b. in specifieke situaties kan voorrang gegeven worden aan een specifieke doelgroep met economische of maatschappelijke binding, mits het college hier schriftelijke toestemming voor heeft gegeven. Bij de toestemming wordt vastgelegd om welke doelgroepen het gaat.

Lid 1. Verhuurders kunnen maximaal 25% van het aanbod van de in artikel 2, eerste lid, sub a, aangewezen woonruimten met voorrang toewijzen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente. Lid 2. Verhuurders kunnen maximaal 25% van het aanbod van de in artikel 2, eerste lid, sub b, aangewezen woonruimten met voorrang toewijzen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente.

Herformulering waardoor lokale binding (tot het genoemde percentage) toegepast kan worden op alle onder de huisvestingsverordening vallende woningen. Dus sociale huurwoningen bestaand en nieuwbouw (lid 1) , en middenhuur (lid 2) (dat zijn nieuwbouwwoningen conform de definitie in artikel 1). Deze woningen kunnen door zowel corporaties als (particuliere) verhuurders verhuurd worden binnen de vergunningplicht van de verordening.

lid 3. het college kan toestemming geven om bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woningen in specifieke wooncomplexen, gelet op aard, grootte of prijs, voorrang te geven aan een specifieke doelgroep met economische of maatschappelijke binding aan de gemeente. Bij toestemming wordt vastgelegd om welke doelgroepen het gaat.

Artikel 16. Rangorde woningzoekenden Lid 1. Als op grond van de wet of deze verordening meer woningzoekenden met voorrang in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt met inachtneming van de artikelen 13 en 14 - bij woonruimte van woningcorporaties de rangorde als volgt bepaald:

Lid 1. Als op grond van de wet of deze verordening meer woningzoekenden met voorrang in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt - met inachtneming van de artikelen 13 en 14 - bij woonruimte van woningcorporaties de rangorde als volgt bepaald:

a. woningzoekenden uit de urgentiecategorie genoemd in artikel 9 onder A;

a. woningzoekenden uit de urgentiecategorie genoemd in artikel 9 onder A;

Technische wijziging, herstel verzuim. Toevoeging sub c.

Was

Wordt

b. overige woningzoekenden met een urgentieverklaring voor zover hun zoekprofiel past bij de woning waarvoor de vergunning wordt aangevraagd;

b. overige woningzoekenden met een urgentieverklaring voor zover hun zoekprofiel past bij de woning waarvoor de vergunning wordt aangevraagd;

c. overige woningzoekenden.

c. woningzoekenden met voorrang bij economische of maatschappelijke binding op basis van artikel 15;

Lid 3. Bij woningzoekenden die niet in een urgentiecategorie vallen, wordt bij woonruimte van woningcorporaties de volgorde bepaald door hun BL-score. Degene met de hoogste BL-score gaat voor. De volgorde van toewijzing tussen woningzoekenden met dezelfde BLscore wordt op basis van anciënniteit bepaald door de datum van ingebruikneming van de huidige woonruimte, respectievelijk de datum van de 18e verjaardag.

d. overige woningzoekenden. Lid 3. Bij woningzoekenden die niet in een urgentiecategorie vallen, wordt bij woonruimte van woningcorporaties de volgorde bepaald door hun BL-score. Degene met de hoogste BL-score gaat voor. De volgorde van toewijzing tussen woningzoekenden met dezelfde BLscore wordt op basis van anciënniteit bepaald door de datum van ingebruikneming van de huidige woonruimte, respectievelijk de datum van de 18e verjaardag. De volgorde van toewijzing tussen woningzoekenden met dezelfde BLscore wordt op basis van loting bepaald. De B-score wordt gehanteerd bij doorstromers en de Lscore voor starters. Lid 6. Als op grond van deze verordening bij middenhuurwoningen meer woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt – met in achtneming van artikel 13, tweede lid en artikel 15, tweede lid - de volgorde van toewijzing bepaald op basis van loting.

Toelichting

Technische wijziging en aanscherping: Bij precies dezelfde B/L-score wordt geloot. Uitleg wanneer B (bewonersduur) en wanneer L (leeftijd)-score wordt gehanteerd.

Toevoeging dat de middenhuurwoningen via loting worden toegewezen als meer woningzoekenden in aanmerking komen.

Hoofdstuk 6 Toeristische Verhuur van Woonruimte

Hoofdstuk 7 Toeristische Verhuur van Woonruimte

Omnummering om regionaal dezelfde nummering aan te houden

Hoofdstuk 6B Opkoopbescherming

Hoofdstuk 8 Opkoopbescherming

Omnummering om regionaal dezelfde nummering aan te houden

Hoofdstuk 7 Slotbepalingen

Hoofdstuk 9 Slotbepalingen

Omnummering om regionaal dezelfde nummering aan te houden

Artikel 36. Hardheidsclausule Het college kan de bepalingen in artikel 3, 7, 8, 9 en 16 van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van woonruimte of vanwege een groot

Artikel 45. Hardheidsclausule Het college kan de bepalingen in artikel 3, 7, 8, 9, 13 en 16 van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van woonruimte of vanwege een groot maatschappelijk

Toevoeging afwijkingsmogelijkheid van artikel 13 (voorrangsbepaling).

Was

Wordt

maatschappelijk belang leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Toepassing van dit artikel moet passen binnen de wet. Artikel 37. Bestuurlijke boete

belang leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Toepassing van dit artikel moet passen binnen de wet. Artikel 46. Bestuurlijke boete

Lid 2. De boete voor overtreding van: a. het verbod, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet bedraagt: € 415,-;

Lid 2. De boete voor overtreding van: a. het verbod bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet bedraagt ten hoogste: het bedrag dat is vastgesteld voor de eerste categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht; b. het verbod bedoeld in artikel 8, tweede lid van de wet, bedraagt ten hoogste: het bedrag dat is vastgesteld voor de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht; c. het verbod bedoeld in artikel 23a, eerste en derde lid, van de wet, bedraagt ten hoogste: het bedrag dat is vastgesteld voor de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht; d. het verbod bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de wet, bedraagt ten hoogste: het bedrag dat is vastgesteld voor de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Als binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van de overtreding al een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod wordt het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, opgelegd.

b. het verbod, bedoeld in artikel 8, tweede lid bedraagt:1e. voor de eerste overtreding en herhaalde overtreding na 12 maanden: € 15.750,-; 2e. voor herhaalde overtreding binnen 12 maanden: € 20.750,-. c. het verbod, bedoeld in artikel 23a, eerste en derde lid, van de wet bedraagt: €8700,d. voor overtreding van artikel 41, eerste lid, van de wet ten hoogste: € 22.500,e. voor overtreding van artikel 41, eerste lid, van de wet, als binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van de overtreding al een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod ten hoogste: € 90.000.

Toelichting

Omnummering om regionaal dezelfde nummering aan te houden Verwijzing naar de in de Huisvestingswet genoemde (categorieën) bedragen zoals die zijn opgenomen in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. N.B. De oude boetes waren ook gebaseerd op deze categorieindeling uit het WvSr, maar met verwijzing naar het WvSr worden de bedragen voortaan automatisch geïndexeerd en aangepast conform het WvSr .

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=7950d935-7dfa-462a-ab65-f4481c05ba56