Bijlage 2. Was wordt tabel Apv 2025
Tekst van het document
Was/wordt-tabel Algemene plaatselijke verordening Gouda 2025 A. Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:1 Definities
Artikel 1:1 Definities
gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; Toelichting Met de invoering van de Omgevingswet wordt de definitie van gebouw in overeenstemming gebracht met de definitie van de bijlage, onder A bij de Omgevingswet.
B. Artikel 1:8 wordt als volgt gewijzigd.
Artikel 1:8 Positieve fictieve beschikking
Artikel 1:8 Positieve fictieve beschikking
1. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing op een aanvraag om vergunning of vrijstelling als bedoeld in de volgende artikelen in deze verordening: - Artikel 2:2 kennisgeving betoging; - Artikel 2:36 vrijstelling van verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister; - Artikel 5:7 vergunning inzameling van geld of goederen. 2. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op een aanvraag om een vergunning, ontheffing als bedoeld in de volgende artikelen in deze verordening: - Artikel 2:5 vergunning organisatie evenement; - Artikel 2:9, eerste lid, exploitatievergunning; - Artikel 2:9, negende lid, terrasvergunning; - Artikel 2:10, ontheffing sluitingstijd; - Artikel 2:49 exploitatievergunning; - Artikel 3:3 vergunning seksbedrijf; - Artikel 3:10 verlenging vergunning seksbedrijf; - Artikel 5:8 ventvergunning.
1. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing op een aanvraag om vergunning of vrijstelling als bedoeld in de volgende artikelen in deze verordening: - Artikel 2:2 kennisgeving betoging; - Artikel 2:36 vrijstelling van verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister; - Artikel 5:7 vergunning inzameling van geld of goederen. 2. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op een aanvraag om een vergunning, ontheffing als bedoeld in de volgende artikelen in deze verordening: - Artikel 2:5 vergunning organisatie evenement; - Artikel 2:9, eerste lid, exploitatievergunning; - Artikel 2:9, negende lid, terrasvergunning; - Artikel 2:10, vierde lid, ontheffing sluitingstijd; - Artikel 2:49, derde lid, exploitatievergunning; - Artikel 3:3, eerste lid, vergunning seksbedrijf; - Artikel 3:10, eerste lid, verlenging vergunning seksbedrijf; - Artikel 5:8a, tweede lid, ontheffing ventverbod; - Artikel 5:10, derde lid, ontheffing verbod verbranden afvalstoffen. Toelichting Het nieuwe artikel 5:8a moet in dit artikel worden opgenomen. Dit artikel biedt een ontheffingsmogeljkheid. Ook artikel 5:10 moet worden meegenomen, dit was bij de vorige wijziging per abuis niet meegenomen.
C. Artikel 2:8 wordt als volgt gewijzigd. Bestaande tekst Artikel 2:8 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder:
Nieuwe tekst Artikel 2:8 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder:
afhaalcentrum of bezorgcentrum: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waar anders dan om niet uitsluitend voor gebruik elders dan ter plaatse in hoofdzaak ter plekke bereide en voor directe consumptie geschikte eetwaren en dranken plegen te worden verstrekt.
afhaalcentrum of bezorgcentrum: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waar anders dan om niet uitsluitend voor gebruik elders dan ter plaatse in hoofdzaak ter plekke bereide en voor directe consumptie geschikte eetwaren en dranken plegen te worden verstrekt.
exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon, voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt geëxploiteerd.
exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon, voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt geëxploiteerd.
leidinggevende: de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft in een openbare inrichting.
leidinggevende: de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft in een openbare inrichting.
openbare inrichting: alle al dan niet openbaar toegankelijke lokaliteiten, open plaatsen, tuinen of gedeelten daarvan, zomede de daaraan grenzende en de daarmee in verbinding staande vertrekken, die niet uitsluitend als woning of winkel worden gebruikt, voor zover daar tegen vergoeding enigerlei eet en/of drinkwaren of rookwaren voor directe consumptie worden bereid of verstrekt, dan wel regelmatig en/of op gezette tijden amusement of ontspanning wordt geboden. Hieronder zijn in elk geval begrepen cafés, cafetaria’s, hotels, buurthuizen, restaurants, koffie- en theehuizen, bel/internetwinkels, waterpijpcafés (shishalounges), discotheken, bowling- c.q. kegelcentra, afhaalcentra en bezorgcentra, bioscopen, theaters, sportkantines, sociëteiten, clublokalen en verenigingsgebouwen en smart- en growshops. Onder inrichting wordt tevens verstaan een bij de inrichting behorend terras en andere aanhorigheden. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting niet verstaan: een seksbedrijf als bedoeld in hoofdstuk 3.
openbare inrichting: alle al dan niet openbaar toegankelijke lokaliteiten, open plaatsen, tuinen of gedeelten daarvan, zomede de daaraan grenzende en de daarmee in verbinding staande vertrekken, die niet uitsluitend als woning of winkel worden gebruikt, voor zover daar tegen vergoeding enigerlei eet en/of drinkwaren of rookwaren voor directe consumptie worden bereid of verstrekt, dan wel regelmatig en/of op gezette tijden amusement of ontspanning wordt geboden. Hieronder zijn in elk geval begrepen cafés, cafetaria’s, hotels, buurthuizen, restaurants, koffie- en theehuizen, waterpijpcafés (shishalounges), discotheken, bowling- c.q. kegelcentra, afhaalcentra en bezorgcentra, bioscopen, theaters, sportkantines, sociëteiten, clublokalen en verenigingsgebouwen. Onder inrichting wordt tevens verstaan een bij de inrichting behorend terras en andere aanhorigheden. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting niet verstaan: een seksbedrijf als bedoeld in hoofdstuk 3.
terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid en/of verstrekt.
terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid en/of verstrekt. Toelichting De bel/internetwinkels en smart- en growshops zijn geen openbare inrichtingen en vallen onder detailhandel.
D. Artikel 2:9 wordt als volgt gewijzigd. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:9 Exploitatievergunning
Artikel 2:9 Exploitatievergunning
1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
pagina 2
2. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of -restaurant. 3. De burgemeester weigert de vergunning als a. de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan; b. de exploitant of de leidinggevenden de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt; c. de exploitant en de leidinggevenden geen verklaring omtrent gedrag overleggen die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven, tenzij de exploitant tegelijk met of binnen twee weken voorafgaand of na indiening van de aanvraag om een exploitatievergunning een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet ten behoeve van de openbare inrichting heeft aangevraagd; d. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; e. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag voor de vergunning vermelde in overeenstemming zal zijn. 4. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a.
de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; b. de exploitant of een leidinggevende binnen vijf jaar voor de datum van indiening van de vergunningaanvraag een openbare inrichting heeft geëxploiteerd die wegens het in ernstige mate nadelig beïnvloeden van de woon- en leefsituatie in de omgeving en/of de openbare orde of de vrees daarvoor gesloten is geweest; c. de exploitant of een leidinggevende binnen vijf jaar voor de datum van indiening van de vergunningaanvraag onmiddellijke leiding heeft gegeven aan een openbare inrichting die wegens het in ernstige mate nadelig beïnvloeden van de woon- en leefsituatie in de omgeving en/of de openbare orde of de vrees daarvoor gesloten is geweest; of d. voor de openbare inrichting een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet is geweigerd. 5. Bij de toepassing van de in het vierde lid onder a genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de
2. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of -restaurant. 3. De burgemeester weigert de vergunning als a. de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan; b. de exploitant of de leidinggevenden de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt; c. de exploitant en de leidinggevenden geen verklaring omtrent gedrag overleggen die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven, tenzij de exploitant tegelijk met of binnen twee weken voorafgaand of na indiening van de aanvraag om een exploitatievergunning een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet ten behoeve van de openbare inrichting heeft aangevraagd; d. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; e. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag voor de vergunning vermelde in overeenstemming zal zijn. 4. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a.
de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; b. de exploitant of een leidinggevende binnen vijf jaar voor de datum van indiening van de vergunningaanvraag een openbare inrichting heeft geëxploiteerd die wegens het in ernstige mate nadelig beïnvloeden van de woon- en leefsituatie in de omgeving en/of de openbare orde of de vrees daarvoor gesloten is geweest; c. de exploitant of een leidinggevende binnen vijf jaar voor de datum van indiening van de vergunningaanvraag onmiddellijke leiding heeft gegeven aan een openbare inrichting die wegens het in ernstige mate nadelig beïnvloeden van de woon- en leefsituatie in de omgeving en/of de openbare orde of de vrees daarvoor gesloten is geweest; of d. voor de openbare inrichting een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet is geweigerd. 5. Bij de toepassing van de in het vierde lid onder a genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de
pagina 3
openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie. 6. De burgemeester vermeldt de leidinggevenden in een aanhangsel bij de vergunning. 7. Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens om een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven dan wel te laten uitschrijven. Deze melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel. De burgemeester bevestigt onverwijld de ontvangst van de aanvraag. 8. De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel als de persoon, bedoeld in het zesde lid, niet voldoet aan de in de verordening gestelde eisen. 9. De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift of een vergunning een of meer terrassen bij de openbare inrichting toestaan. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.25 Verordening fysieke leefomgeving Gouda is de burgemeester bevoegd ten aanzien van bij de inrichting behorende terrassen, voorzover deze zich op een openbare plaats bevinden. 10. Onverminderd het bepaalde in het vierde lid kan de burgemeester het in het negende lid bedoelde vergunningsvoorschrift of vergunning ten behoeve van een of meer bij een openbare inrichting behorende terrassen weigeren: a.
als het beoogde gebruik als terras schade toebrengt aan de openbare plaats dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of het doelmatig en veilig gebruik daarvan b. als het beoogde gebruik als terras een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; c. in het belang van bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving. 11. Het negende en tiende lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, de Wet milieubeheer, de Woningwet of de Afvalstoffenverordening Gouda 2011 12. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 trekt de burgemeester de vergunning als bedoeld in het eerste lid in, indien: a. niet langer wordt voldaan aan de in het derde en vierde lid gestelde eisen; b. gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; c. een niet daarin vermeld persoon leidinggevende is geworden in de betrokken openbare inrichting; d. zich in de betrokken openbare inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou
openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie. 6. De burgemeester vermeldt de leidinggevenden in een aanhangsel bij de vergunning. 7. Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens om een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven dan wel te laten uitschrijven. Deze melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel. De burgemeester bevestigt onverwijld de ontvangst van de aanvraag. 8. De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel als de persoon, bedoeld in het zesde lid, niet voldoet aan de in de verordening gestelde eisen. 9. De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift of een vergunning een of meer terrassen bij de openbare inrichting toestaan. 10. Onverminderd het bepaalde in het vierde lid kan de burgemeester het in het negende lid bedoelde vergunningsvoorschrift of vergunning ten behoeve van een of meer bij een openbare inrichting behorende terrassen weigeren: a. als het beoogde gebruik als terras schade toebrengt aan de openbare plaats dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of het doelmatig en veilig gebruik daarvan b. als het beoogde gebruik als terras een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; c.
in het belang van bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving. 11. Het negende en tiende lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, de Wet milieubeheer, de Woningwet of de Afvalstoffenverordening Gouda 2011 12. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 trekt de burgemeester de vergunning als bedoeld in het eerste lid in, indien: a. niet langer wordt voldaan aan de in het derde en vierde lid gestelde eisen; b. gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; c. een niet daarin vermeld persoon leidinggevende is geworden in de betrokken openbare inrichting; d. zich in de betrokken openbare inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid; e. voor de openbare inrichting een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet is ingetrokken;
pagina 4
opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid; e. voor de openbare inrichting een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet is ingetrokken; f. bij de aanvraag van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt, en verstrekking van de juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid. 13. De vergunning(en) en het daarbij behorende aanhangsel, of afschriften daarvan, en in voorkomende gevallen een afschrift van de aanvraag en de ontvangstbevestiging als bedoeld in het zevende lid, zijn in de inrichting aanwezig.
f. bij de aanvraag van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt, en verstrekking van de juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid. 13. De vergunning(en) en het daarbij behorende aanhangsel, of afschriften daarvan, en in voorkomende gevallen een afschrift van de aanvraag en de ontvangstbevestiging als bedoeld in het zevende lid, zijn in de inrichting aanwezig.
Toelichting In artikel 3.25 van de Verordening fysieke leefomgeving Gouda is bepaald, dat er voor het plaatsen van een terras bij een openbare inrichting geen vergunning voor het gebruik van de openbare plaats nodig is. Daarom kan de tweede volzin van het negende lid worden geschrapt. E. Na artikel 2:13 wordt 2:13a ingevoegd, luidende
Artikel 2:13a Drinkgerei van glas, glazen flessen en blik 1. De exploitant is verplicht zodanige maatregelen te nemen dat de bezoekers van de inrichting geen drinkgerei van glas of flessen van glas buiten de inrichting brengen. 2. Het is verboden in een door de burgemeester aangewezen gebied en binnen een door de burgemeester aangewezen periode, drinkgerei van glas of blik en/of geopende dan wel ongeopende verpakkingen van glas of blik, die kennelijk bestemd zijn voor het bewaren van drank, bij zich te hebben of met zich mee te voeren. 3. Het bepaalde in het tweede lid geldt eveneens voor een terras dat behoort bij een inrichting, alsmede glaswerk en/of blik bij een buitenbar. 4. Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor de plaats, niet zijnde een inrichting, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet. 5. Het is verboden in een door de burgemeester aangewezen gebied en binnen een door de burgemeester aangewezen periode in een horeca inrichting drank in glas of blik te verstrekken. Toelichting Doel van deze bepaling is voorkomen dat er tijdens bepaalde feestelijkheden en evenementen, zoals Koningsnacht drinkgerei van glas en/of blik wordt meegenomen naar bepaalde gebieden waar veel mensen tegelijk aanwezig zijn. Bij met name glas kan dit leiden tot ongewenste en gevaarlijke situaties.
In het belang van de openbare orde en veiligheid kan de burgemeester tijdelijk en voor bepaalde gebieden een glas- en blikverbod laten gelden zowel op straat als bij een horeca inrichting. F. Artikel 2:28 wordt als volgt gewijzigd. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:28
Artikel 2:28 Verboden messen en andere zaken als steekwapens
vervallen.
Artikel 2:28a Verboden messen en andere zaken als steekwapens 1. Het is verboden om messen of andere zaken die als steekwapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben op door de burgemeester aangewezen openbare plaatsen.
1. Het is verboden om messen of andere zaken die als steekwapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben op door de burgemeester aangewezen openbare plaatsen. 2. Dit verbod geldt niet voor wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet Wapens en Munitie en evenmin voor andere zaken, die als steekwapen kunnen worden gebruikt, mits deze zaken zodanig
pagina 5
2. Dit verbod geldt niet voor wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet Wapens en Munitie en evenmin voor andere zaken, die als steekwapen kunnen worden gebruikt, mits deze zaken zodanig zijn ingepakt, dat zij niet geschikt zijn voor onmiddellijk gebruik.
zijn ingepakt, dat zij niet geschikt zijn voor onmiddellijk gebruik.
Artikel 2:28a vervallen. Toelichting Artikel 2:28a wordt vernummerd tot artikel 2:28. De inhoud van het artikel blijft gelijk.
G. Artikel 2:38 wordt als volgt gewijzigd. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:38 Definitie
Artikel 2:38 Definitie
In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.
In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk, dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik. Toelichting Conform model-APV. De aanduiding van de categorieën F1 tot en met F3 is niet langer vereist.
H. Artikel 2:42 wordt als volgt gewijzigd. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:42 Openlijk drugsgebruik en weggooien van spuiten e.d
Artikel 2:42 Openlijk drugsgebruik en weggooien van spuiten e.d
1. Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op het roken van hennep en hasjiesj, zoals bedoeld in lijst ll van de Opiumwet. 3. Het is verboden om injectiespuiten of onderdelen daarvan zoals naalden, reservoirs, zuigers e.d. of daarop gelijkende voorwerpen op of aan de openbare weg dan wel in afvalbakken achter te laten met het kennelijke doel om afstand van het voorwerp te doen.
1. Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. 2. Het is verboden om injectiespuiten of onderdelen daarvan zoals naalden, reservoirs, zuigers e.d. of daarop gelijkende voorwerpen op of aan de openbare weg dan wel in afvalbakken achter te laten met het kennelijke doel om afstand van het voorwerp te doen.
Toelichting Op sommige plaatsen in de publieke ruimte ervaren mensen hinder, overlast en gevoelens van onveiligheid doordat op die plaatsen drugs wordt gebruikt. Dit geldt ook voor het roken van hennep en hasjiesj. Daarbij is dit verbod niet opgenomen in de model-APV. Daarom wordt de uitzondering in het tweede lid verwijderd. I.
Artikel 2:47 wordt als volgt gewijzigd.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
pagina 6
Artikel 2:47 Verblijfsontzegging
Artikel 2:47 Verblijfsontzegging
1. De burgemeester kan aan een persoon die de artikelen 2.1, 2:7, 2:25, 2:26, 2:27, 2:28a, 2:40, 2:41, 2:42, 2:43 of 3:16 overtreedt, of in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. Ingeval de ordeverstoring zich voordoet bij een evenement is de duur van de gebiedsontzegging ten hoogste gelijk aan de duur van het evenement, doch niet langer dan 24 uur. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw, strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste twaalf weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. Dit bevel kan ook worden gegeven als voor dezelfde feiten reeds een bevel genoemd in het eerste lid is gegeven en treedt dan niet eerder in werking dan nadat het bevel op grond van het eerste lid is uitgewerkt. 3.
Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.
1.De burgemeester kan aan een persoon die de artikelen 2.1, 2:7, 2:25, 2:26, 2:28, 2:40, 2:41, 2:42, 2:43 of 3:16 overtreedt, of in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. Ingeval de ordeverstoring zich voordoet bij een evenement is de duur van de gebiedsontzegging ten hoogste gelijk aan de duur van het evenement, doch niet langer dan 24 uur. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw, strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste twaalf weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. Dit bevel kan ook worden gegeven als voor dezelfde feiten reeds een bevel genoemd in het eerste lid is gegeven en treedt dan niet eerder in werking dan nadat het bevel op grond van het eerste lid is uitgewerkt. 3.
Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod. 5. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel. Toelichting Artikel 2:27 kan uit het eerste lid worden geschrapt, omdat dit artikel is vervallen. Artikel 2:28a wordt vernummerd tot artikel 2:28. Er wordt een nieuw vierde lid ingevoegd, conform de model-APV. Door het nieuwe vierde lid in combinatie met strafbaarstelling in artikel 6.1 APV is het mogelijk om een boete op te leggen aan degene die een verblijfsontzegging overtreedt.
J.
Hoofdstuk 4 wordt als volgt gewijzigd.
pagina 7
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 1 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Afdeling 1 Destructie van dode gezelschapsdieren
Artikel 4:1 Verbod oplaten ballonnen
Artikel 4:1 Definities
vervallen.
In deze afdeling wordt verstaan onder: ….
Artikel 4:2 Verbod gebruik confetti en serpentine
Artikel 4:2 Aanwijzing verzamelplaats
vervallen.
Het college wijst ….
Afdeling 2 Destructie van dode gezelschapsdieren
Artikel 4:3 Afgifte
Artikel 4:3 Definities
Artikel 4:4 Begraven in eigen grond
In deze afdeling wordt verstaan onder: ….
Artikel 4:4 Aanwijzing verzamelplaats Het college wijst ….
1. De aangifteplichtige is verplicht … 2. … Dode gezelschapsdieren mogen worden begraven ….
Afdeling 2 vervallen
Artikel 4:5 Afgifte 1. De aangifteplichtige is verplicht … 2. …
Artikel 4:6 Begraven in eigen grond Dode gezelschapsdieren mogen worden begraven … Toelichting Nu de huidige Afdeling 1 geen artikelen meer heeft kan Afdeling 2 worden vernummerd tot afdeling 1 en kunnen de daarbij behorende artikelen worden vernummerd tot artikel 4:1 tot en met 4:4.
K. Artikel 5:8 wordt als volgt gewijzigd. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5:8 Ventvergunning
Artikel 5:8 Definitie
1. Het is verboden zonder vergunning van het college in de uitoefening van de ambulante handel op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis goederen te koop aan te bieden, te verkopen of af te leveren dan wel diensten aan te bieden. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet: a. ten aanzien van het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. b. voor het aan de huizen van vaste afnemers afleveren van goederen door - of door huisgenoten of personeel van - hem die dit mede doet ter exploitatie van zijn winkel, bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;
1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis; 2. Onder venten wordt niet verstaan: a. ten aanzien van het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet; b. voor het aan de huizen van vaste afnemers afleveren van goederen door - of door huisgenoten of personeel van - hem die dit mede doet ter exploitatie van zijn winkel, bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;
pagina 8
c. voor het te koop aanbieden of verkopen van goederen op de plaats die is aangewezen voor het houden van een markt, zulks gedurende de tijden waarop die markt gehouden wordt; d. voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen op een door het college aangewezen standplaats. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de vergunning worden geweigerd wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel der gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van vergunning voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consumenten ter plaatse in gevaar komt. 4. Het college kan nadere regels vaststellen met het oog op de in het derde lid genoemde belangen, met inbegrip van het stellen van maxima aan het aantal uit te geven ventvergunningen voor de gemeente in haar geheel, voor delen van de gemeente of per branche.
c. voor het te koop aanbieden of verkopen van goederen op de plaats die is aangewezen voor het houden van een markt, zulks gedurende de tijden waarop die markt gehouden wordt; d. voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen op een door het college aangewezen standplaats.
Toelichting In het kader van deregulering en snellere dienstverlening wordt de vergunningsplicht ten aanzien van Venten opgeheven. Om dit mogelijk te maken dient eerst onderscheiden te worden wat wel en niet onder venten wordt verstaan. L. Na artikel 5:8 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende Artikel 5:8a Venten 1. Het is verboden te venten: a. op de door het college in het belang van de openbare orde aangewezen openbare plaatsen; of b. op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen dagen en uren. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet. Toelichting: In het kader van deregulering en snellere dienstverlening wordt de vergunningsplicht ten aanzien van venten opgeheven. Er is gekozen voor een algemene regeling. Het college kan in een aanwijsbesluit bepalen wanneer en op welke tijden niet mag worden gevent. Hiervan kan een ontheffing gevraagd worden. M. Artikel 6:5 wordt als volgt gewijzigd. Bestaande tekst Artikel 6:5 Overgangsbepaling 1. Besluiten die zijn genomen op grond van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009 worden aangemerkt als besluiten genomen krachtens de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020, tenzij in deze verordening anders is bepaald. 2.
De Regeling taxivervoer Gouda berust op artikel 5:11, eerste lid, van deze verordening en
Nieuwe tekst
Artikel 6:5 Overgangsbepaling 1. Besluiten die zijn genomen op grond van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020 worden aangemerkt als besluiten genomen krachtens de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2025, tenzij in deze verordening anders is bepaald. 2. De Regeling aanvraag Evenementenvergunningen berust op artikel 2:5 van deze verordening.
pagina 9
op artikel 87, eerste lid, onderdeel c, van de Wet personenvervoer 2000. 3. Aanvragen waarop nog niet is beschikt bij de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld krachtens deze verordening. 4. Op bezwaar- en beroepschriften tegen besluiten genomen krachtens de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009 wordt beslist met inachtneming van deze verordening.
3. De Regeling taxivervoer Gouda berust op artikel 5:11, eerste lid, van deze verordening en op artikel 87, eerste lid, onderdeel c, van de Wet personenvervoer 2000. 4. Aanvragen waarop nog niet is beschikt bij de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld krachtens deze verordening. 5. Op bezwaar- en beroepschriften tegen besluiten genomen krachtens de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020 wordt beslist met inachtneming van deze verordening. Toelichting Vanwege het vaststellen van een nieuwe verordening is de aanpassing in de overgangsbepaling noodzakelijk.
pagina 10