Bijlage 2 - Verkennend bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
De Lierseweg 2 2291 PD Wateringen Telefoon 0174 67 15 15 mail@ingenieursbureau-mol.nl www.ingenieursbureau-mol.nl
Verkennend bodemonderzoek Achterwillenseweg 31 Gouda Projectnummer: A6612
Opdrachtgever:
De heer J.H. Vink Wilhelmina van Pruisenlaan 80 2807 KC Gouda
Status rapport:
Definitief
Rapport opgesteld: 22 december 2020
Gecontroleerd: 23 december 2020
De heer ing. O.M. Eversteijn
De heer P.C. Quak
K.v.K. nummer 27169976 ABN AMRO IBAN nummer NL25ABNA0429674414 Rabobank IBAN nummer NL75RABO0373200579
Projectnummer: A6612
2
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................3
2
VOORONDERZOEK .................................................................................................................4 2.1 LOCATIEBESCHRIJVING..........................................................................................................4 2.2 HISTORISCHE INFORMATIE .....................................................................................................5 2.2.1 Archieven gemeente ...................................................................................................5 2.2.2 Bodemloket .................................................................................................................5 2.2.3 Kaartmateriaal .............................................................................................................5 2.3 GEO(HYDRO)LOGISCH ONDERZOEK .......................................................................................6 2.4 BODEMKWALITEITSKAART OMGEVINGSDIENST MIDDEN HOLLAND...........................................7 2.5 ASBEST ................................................................................................................................7 2.6 ARCHEOLOGIE ......................................................................................................................7 2.7 EXPLOSIEVEN
.......................................................................................................................7 2.8 FINANCIEEL – JURIDISCHE ASPECTEN ....................................................................................7 2.9 CONCLUSIES EN ONDERZOEKSHYPOTHESE............................................................................8
3
ONDERZOEKSSTRATEGIE ....................................................................................................9
4
RESULTATEN ......................................................................................................................... 11 4.1 VELDWERK ......................................................................................................................... 11 4.2 LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................................... 13 4.2.1 Grond........................................................................................................................ 14 4.2.2 Grondwater .............................................................................................................. 15 4.3 BESPREKING RESULTATEN .................................................................................................. 15 4.4 OVERWEGING RESULTATEN ................................................................................................ 16 4.5 AFWIJKINGEN TEN OPZICHTE VAN DE NORM......................................................................... 17
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................. 18 5.1 5.2
CONCLUSIES...................................................................................................................... 18 AANBEVELINGEN ................................................................................................................ 19
6
ALGEMENE OPMERKINGEN .............................................................................................. 20
7
REFERENTIES ...................................................................................................................... 21
BIJLAGEN A. B. C. D. E. F. G. H.
Kadastrale situatie Overzichtstekening onderzoekslocatie Toetsingsresultaten Analysecertificaten Boorstaten Foto-overzicht Verantwoording veldwerkzaamheden Historische informatie
________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Achterwillenseweg 31 te Gouda
Projectnummer: A6612
1
3
INLEIDING
In opdracht van de heer Vink is door Ingenieursbureau Mol op de locatie Achterwillenseweg 31 te Gouda een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd gebaseerd op de NEN 5740/A1. De heer G. Olbertijn is de contactpersoon namens de opdrachtgever. Namens Ingenieursbureau Mol zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heer O.M. Eversteijn. De aanleiding voor het bodemonderzoek wordt bestemmingswijziging van bedrijfsmatig naar wonen.
gevormd
door
de
voorgenomen
Het doel van het verkennend bodemonderzoek is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehaltes boven respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden. Ingenieursbureau Mol heeft als onafhankelijk BRL SIKB 2000 gecertificeerd adviesbureau geen duurzame rechtsbetrekking met de eigenaar van de onderzoekslocatie, zodat onafhankelijkheid van het uitgevoerde onderzoek is gewaarborgd. In dit rapport is de gehanteerde onderzoeksmethode beschreven en worden de resultaten van het veldwerk en laboratoriumonderzoek behandeld. De resultaten zijn getoetst aan de wettelijke kaders. De rapportage wordt afgesloten met de conclusies van het onderzoek. In de rapportage wordt gebruik gemaakt van (norm)documenten. Deze worden genoemd in hoofdstuk 7.
________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Achterwillenseweg 31 te Gouda
Projectnummer: A6612
2
4
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek is gebaseerd op de NEN 5725-strategie A. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Op basis hiervan wordt een hypothese opgesteld over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van het uit te voeren bodemonderzoek. Op 9 november 2020 is informatie opgevraagd bij de Omgevingsdienst Midden Holland. Daarbij zijn het milieuarchief, het bodemarchief en het tankarchief geraadpleegd. Op 16 november 2020 is een locatiebezoek verricht. 2.1
Locatiebeschrijving
Het onderzoeksterrein is gelegen aan de Achterwillenseweg 31 te Gouda en staat kadastraal bekend als gemeente Gouda, sectie K, nummers 4767 en 5862. Het onderzoeksterrein heeft een oppervlakte van 7.485 m2. Het terrein heeft de volgende topografische kenmerken: X= 110.712 en Y= 447.982. De ligging van de locatie is weergegeven in bijlage A. In bijlage B is een situatietekening van het terrein opgenomen en in bijlage F staan foto’s van de onderzoekslocatie die zijn genomen tijdens het locatiebezoek en/of veldwerk. Op de onderzoekslocatie bevindt zich een woonhuis met tuin en daaromheen een asfaltverharding. Op het noordelijk deel van het terrein is een teeltruimte aanwezig. De toegang tot deze teeltruimte wordt gevormd door een pad, bestaande uit tegels, wat aan weerszijden sterk begroeid is. Aan de voorzijde van de teeltruimte bevindt zich een bedrijfsruimte met een betonnen vloer. De verharding in de teeltruimte bestaat uit betonklinkers en tegels. Ten oosten van de bedrijfsruimte bevindt zich een pad bestaande uit stelcon. De teeltruimte is sterk overwoekerd. Achter in de teeltruimte is asbestverdacht materiaal aangetroffen, bestaande uit een aantal platen. Het gebied rondom de teeltruimte is sterk begroeid. De percelen worden rondom begrensd door sloten. Beide percelen krijgen in de toekomstig een woonbestemming.
De bestaande opstallen worden gesloopt en de verhardingen worden verwijderd. Aansluitend worden ter plaatse 2 nieuwe woningen gerealiseerd. Volgens mondeling verstrekte informatie van de opdrachtgever zijn, voor zover bekend, geen gedempte sloten en/of koolaspaden aanwezig. Wel zou op het terrein in het verleden een opslagtank voor brandstoffen aanwezig zijn geweest. Op het westelijk deel van het perceel 5862 grenzend aan het perceel 4767 bevindt zich een bovengrondse LPG-tank. De ketelruimte bevindt zich in het zuid westelijk deel van de bedrijfsruimte. Het asfalt op het buitenterrein bestaat uit verschillende soorten asfalt. Tijdens de locatie-inspectie zijn verder geen verzakkingen, ophogingen, verkleuringen en/of , brandplekken op de bodem aangetroffen. Ook zijn geen activiteiten en/of bronnen aangetroffen (anders dan hierboven omschreven) die vanuit het oogpunt van bodemverontreiniging als verdacht worden aangemerkt. Op het terrein kunnen zich ondergronds kabels en/of leidingen bevinden. De aanwezigheid daarvan kan van invloed zijn op de grondwaterstroming op de locatie alsmede op het verspreidingspatroon van eventueel op het terrein aanwezige bodemverontreiniging.
________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Achterwillenseweg 31 te Gouda
Projectnummer: A6612
2.2
5
Historische informatie
2.2.1 Archieven gemeente Op 9 november 2020 zijn de archieven van de Omgevingsdienst Midden-Holland geraadpleegd, zie bijlage H. Daarin zijn van de onderzoekslocatie en de nabije omgeving de volgende relevante gegevens aangetroffen: Bodemarchief Voor zover bekend zijn op de onderzoekslocatie en directe omgeving geen bodemonderzoeken uitgevoerd. Milieuarchief In het milieuarchief is geen informatie terug te vinden over de onderzoekslocatie en directe omgeving Tankarchief Ter plaatse en in de directe omgeving zijn voor zover bekend geen ondergrondse tanks aanwezig (geweest). 2.2.2
Bodemloket
Naast de archieven van de gemeente is eveneens de website Bodemloket geraadpleegd. Op basis van deze website blijkt dat van de onderzoekslocatie en de directe omgeving geen aanvullende informatie aanwezig is. 2.2.3
Kaartmateriaal
De volgende kaarten zijn geraadpleegd: ▪ ▪ ▪ ▪
Kaart van Delfland, d.d. 1712; Grote Historische Atlas van Nederland, schaal 1:50.000, d.d. 1839-1859; Grote Historische Atlas van Zuid-Holland, schaal 1:25.000, d.d. 1905; Grote Provincie Atlas, d.d. 1990.
Van de website topotijdreis zijn meerdere historische kaarten gebruikt. De collectie beslaat de periode 1815-2015 en bevat meerdere edities van de volgende kaartseries: ▪ Kleinschalig: Postroutekaart 1810, Algemene Kaart Nederland en Gemeentekaart; ▪ Semi-kleinschalig: Kraijenhoffkaart; ▪ Mid-schalig: Topografische Militaire Kaart, RD050 (1:50.000); ▪ Grootschalig: Bonnebladen en RD025 (1:25.000). Daarnaast zijn de volgende luchtfotokaarten geraadpleegd: ▪ ▪ ▪
Luchtfoto Atlas Zuid-Holland, schaal 1:14:000, Uitgeverij 12 Provinciën, d.d. 2003; Westland vanuit de lucht, periode 1926-1980, d.d. 14 oktober 2006. Google Earth (periode 2003 t/m heden);
Tenslotte zijn de volgende websites geraadpleegd: ▪ Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG); ▪ Voormalige Stortplaatsen Zuid-Holland.
________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Achterwillenseweg 31 te Gouda
Projectnummer: A6612
6
Op basis van het kaart- en fotomateriaal blijkt het volgende: De onderzoekslocatie bevindt zich in de voormalige Achterwillense Polder, later aangeduid als de Goudse Hout Polder; Tot omstreeks 1935 had de onderzoekslocatie een agrarische bestemming, vermoedelijk weiland; Vanaf 1935 is de eerste bebouwing zichtbaar. De eerste teeltruimte is vanaf 1959 zichtbaar op het kaartmateriaal. Vanaf 1996 tot 1990 bevond zich op de plaats van de huidige woning een andere woning. Op het zuid oostelijk dele van perceel 5862 was een bedrijfsruimte aanwezig in deze periode. Vanaf medio jaren 90 van de 20e eeuw tot heden is huidige inrichting zichtbaar op het kaartmateriaal; Over het voorkomen van gedempte sloten en voormalige stortplaatsen is niets bekend.
▪ ▪ ▪
▪ 2.3
Geo(hydro)logisch onderzoek
Regionale geohydrologie De navolgende informatie is ontleend aan de Grondwaterkaart van Nederland, (Grondwaterkaart 30/31 (‘s-Gravenhage/Utrecht). Deze is uitgegeven door het Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen - TNO. Tevens is gebruik gemaakt van de Provinciale Omgevingsverordening Zuid-Holland (februari 2020). Tabel 1. Regionale bodemopbouw en geohydrologie Diepte (m) NAP
Geohydrologische samenstelling
Bodemkundige samenstelling
-1,5 tot -4,2
Deklaag, slecht doorlatend
veen, mineraal arm, kalkloos, bruin tot zwart
-4,2 tot -10,5
Deklaag, slecht doorlatend
klei, siltig tot uiterst zandig, licht grijs
-10,5 tot -24,5
Eerste watervoerend pakket
zand, matig tot zeer grof, zwak grindig, grijs-geel
De grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket is zuidelijk gericht, loodrecht op de loop van de Hollandsche IJssel. Het freatisch grondwater bevindt zich op een diepte van circa 0,05 tot 0,5 meter minus maaiveld. De stromingsrichting van het freatisch grondwater is op basis van de beschikbare informatie niet éénduidig vast te leggen, maar wordt sterk beïnvloed door de omliggende sloten. Voor het gebied waarbinnen de onderzoekslocatie ligt is sprake van lichte kwel. De onderzoekslocatie valt niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Er zijn geen gegevens bekend met betrekking tot grondwateronttrekkingen binnen en/of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. Stedelijke ophooglaag Over het voorkomen van een stedelijke ophooglaag is niets bekend. Wel blijkt uit de bodemkwaliteitskaart (zie paragraaf 2.4) dat de de onderzoekslocatie zich voor de bovengrond bevindt in zone 17 bevindt (toemaakdek). Een toemaakdek ook wel aangeduid als aardmest werd in het verleden gebruikt als bemesting van de grond en bestond uit bagger uit sloten, stadsvuil, mest en zand uit stallen.
________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Achterwillenseweg 31 te Gouda
Projectnummer: A6612
2.4
7
Bodemkwaliteitskaart Omgevingsdienst Midden Holland
Op basis van de bodemfunctieklassenkaart blijkt dat de onderzoekslocatie wordt aangeduid met de functieklasse landbouw/natuur. De onderzoekslocatie bevindt zich voor de bovengrond in zone 17 (toemaakdek) en voor de ondergrond in zone 16 t/m 9 (buitengebied). De bovengrond wordt op basis van de ontgravingskaart aangeduid als klasse industrie en de ondergrond als klasse landbouw/natuur. De onderzoekslocatie bevindt zich binnen het aandachtsgebied voor lood in de grond (bron: digitale bodemkwaliteitskaart van de Omgevingsdienst Midden Holland). 2.5
Asbest
In tabel 2 is de kans op het aantreffen van asbest in relatie tot leeftijd van het materiaal weergegeven. Tabel 2. Kans op het aantreffen van asbest bij bebouwing Bouwperiode Voor 1945
Kans op aantreffen asbest Gering
1945 – 1980
Groot
1980 – 1993/1995
Tamelijk groot
Soort asbest Hechtgebonden Hecht en niethechtgebonden Meestal hechtgebonden
Indicatief gehalte (mg/kg) < 10
Asbestverdacht?
> 100
Ja
Nee
10 – 100 Ja Vaak < 10 1993/1995 – 1998 Gering Meestal hechtgebonden Ja Incidenteel > 100 1998 – 2005 Incidenteel Hechtgebonden < 10 Nee Na 2005 Nihil Hechtgebonden <<10 nee (bron: NEN 5717; Bodem – Waterbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënische vooronderzoek)
De teeltruimte dateert uit 1958 en het woonhuis dateert uit 1985 (bron: BAG-viewer) In algemene zin wordt gesteld dat puinlagen en/of grondlagen waarin bijmenging van puin en/of ander sloopafval voorkomt, worden verdacht voor aanwezigheid van (en in potentie) verontreiniging met, asbest, tenzij de betreffende lagen zijn toegepast voordat grootschalig met asbest werd gewerkt (en dit aantoonbaar kan worden gemaakt) en/of het tegendeel is bewezen. Dit laatste is alleen mogelijk door middel van asbestonderzoek conform NEN 5707 (grond) en/of NEN 5897 (puin). 2.6
Archeologie
De voorzijde van perceel 5862 en perceel 4767 bevindt zich binnen een gebied met een hoge archeologische verwachting (Bron: Atlas Omgevingsdienst Midden Holland). 2.7
Explosieven
Over het voorkomen van niet gesprongen, conventionele explosievenis niets bekend. 2.8
Financieel – juridische aspecten
Bij een bestemmingswijziging dient een verkennend bodemonderzoek te worden aangeleverd om na te gaan of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. Onderhavige onderzoek is in het kader hiervan uitgevoerd. De kadastrale gegevens zijn opgenomen in bijlage A. Op de locatie is voor zover bekend nimmer sprake geweest van een calamiteit of overtreding van voorschriften in het kader van de Wet milieubeheer, Wet bodembescherming en/of andere milieuwetgeving. ________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Achterwillenseweg 31 te Gouda
Projectnummer: A6612
2.9
8
Conclusies en onderzoekshypothese
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat op de onderzoekslocatie en directe omgeving zich geen bodembedreigende activiteiten hebben voor-gedaan danwel aanwezig zijn. Het is niet duidelijk of en waar zich op het terrein een tank voor de opslag van brandstoffen heeft bevonden. Het asbestverdachte plaatmateriaal in de teeltruimte bevindt zich op de aanwezige verharding, waardoor de bodem niet verdacht wordt op het voorkomen van asbest. Voor de onderzoekslocatie de hypothese onverdacht aangehouden ten aanzien van het voorkomen van bodemverontreiniging. De onderzoeksstrategie staat verder beschreven in hoofdstuk 3.
________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Achterwillenseweg 31 te Gouda
Projectnummer: A6612
3
9
ONDERZOEKSSTRATEGIE
Teneinde de hypothese te toetsen, zal het onderzoek worden gebaseerd op de NEN 5740:2009/ A1:2016 waarbij de strategie onverdacht (ONV-NL) wordt gehanteerd. De te plaatsen boringen en uit te voeren chemische analyses zijn in de tabel hieronder weergegeven. Tabel 3. Onderzoeksstrategie Oppervlakte locatie
Chemische analyses
Veldwerkzaamheden
7.485 m²
Boring tot 50 cm-mv
Boring tot 200 cm-mv
Peilbuis
Bovengrond
Ondergrond
Grondwater
7.000 – 9.000 m²
13
4
2
3xNEN+OCB
2xNEN+OCB
2xNEN+As
Van het opgeboorde materiaal worden per grondsoort monsters genomen tot een maximaal traject van 50 cm per monster. De vrijkomende grond wordt zintuiglijk beoordeeld op geur, kleur en het voorkomen van bijzonderheden. Tijdens het veldwerk wordt gelet op de mogelijke aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op of in de bodem. Van de verkregen monsters van boven- en ondergrond worden op het laboratorium mengmonsters samengesteld of zijn individuele monsters geselecteerd. De grond(meng)monsters en grondwatermonsters worden, indien geen afwijkingen optreden, vervolgens geanalyseerd op de parameters zoals omschreven in de opzet. Het grondwater wordt minimaal zeven dagen na het plaatsen van de peilbuizen bemonsterd en geanalyseerd. Tijdens het plaatsen van de peilbuizen en het bemonsteren van het grondwater is de grondwaterstand, troebelheid, temperatuur, elektrische geleidbaarheid en zuurgraad gemeten. De chemische analyses van de grond en het grondwater worden uitgevoerd door Eurofins Analytico Laboratories B.V. te Barneveld. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie en staat geregistreerd onder nummer L010. Bij de chemische analyses wordt gebruik gemaakt van de voorbehandelings-, opwerkings- en analysemethoden zoals beschreven in diverse, geldende NEN-normen. De analyse-pakketten zijn als volgt samengesteld: ▪
NEN pakket grond: organisch stof, lutum, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, som PCB, som PAK en minerale olie;
▪
met aanvulling op: OCB grond (OrganoChloorBifenylen)
▪
NEN pakket grondwater: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, minerale olie, vluchtige aromatisch koolwaterstoffen en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen.
▪
met aanvulling op: arseen
________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Achterwillenseweg 31 te Gouda
Projectnummer: A6612
10
Opgemerkt dient te worden dat de locatie is gelegen binnen tuinbouwgebied en dat een aanvulling is gewenst op het aangegeven standaardpakket. De grond dient eveneens te worden geanalyseerd op OCB (bestrijdingsmiddelen) en het grondwater dient eveneens te worden geanalyseerd op arseen. Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem, worden de gemeten gehalten omgerekend naar de waarden voor standaardbodem (10% organisch stof en 25% lutum). Deze omgerekende waarden kunnen vervolgens worden vergeleken met in bijlage I van de Circulaire Bodemsanering 2013 opgenomen waarden.
________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Achterwillenseweg 31 te Gouda
Projectnummer: A6612
4
RESULTATEN
4.1
Veldwerk
11
Het plaatsen van de boringen en de peilbuizen is onder leiding van de heer B. de Ruijter op 2 en 3 december 2020 uitgevoerd. Hij werd hierbij geassisteerd door de heren P.J.J. Rikaart en J.D. Hilgerson. Het grondwater uit de peilbuizen is door de heer P.J.J. Rikaart bemonsterd op 10 december 2020. De heren De Ruijter, Rikaart en Hilgerson zijn een erkende monsternemers welke worden geaudit door Normec Certification te Geldermalsen. Alle veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen 2001 en 2002. Voor de verantwoording van de veldwerkzaamheden wordt verwezen naar bijlage G. In totaal zijn 20 boringen verricht (nummers 01 t/m 20). Boring 03 is gestaakt op een ondoordringbare laag. Deze boring is niet herplaatst. De boringen 04 en 07 zijn ten behoeve van de bemonstering van het grondwater afgewerkt met een peilbuis. Het toegangspad naar de bedrijfsruimte en teeltruimte is sterke begroeid en overwoekerd. Hierdoor kon de bedrijfsruimte niet bereikt worden met een betonboor. In de bedrijfsruimte zijn geen boringen verricht, maar langs de bedrijfsruimte wel. De plaats van de boringen en peilbuizen staat weergegeven in bijlage B.
De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie tot aan de bedrijfsruimte bestaat vanaf het maaiveld dan we de onderzijde van de verharding tot een diepte van 70 à 120 cm-mv afwisselend uit (humeus) zand en zandige klei. Vanaf 70 à 120 cm-mv tot de maximaal geboorde diepte van 220 cm-mv bestaat de bodem uit veen of zandige klei. In de teeltruimte en daaromheen bestaat de bodem vanaf maaiveld dan wel de onderzijde van de verharding tot de maximaal geboorde diepte van 200 cm uit veen. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage E. In tabel 4 zijn de verhardingen ende zintuiglijk waargenomen bodemvreemde bijmengingen weergegeven. Tabel 4. Verhardingen en bodemvreemde bijmengingen Boring 02
Diepte boring (m -mv) 1,00
03
0,40
06
1,10
07
2,20
08
1,20
12
0,50
Traject (m -mv) 0,00 - 0,15 0,15 - 0,50 0,00 - 0,13 0,13 - 0,40 0,00 - 0,10 0,10 - 0,60 0,00 - 0,13 0,13 - 0,40 0,70 - 1,00 1,00 - 2,20 0,00 - 0,12 0,12 - 0,70 0,00 - 0,50
Grondsoort Geen bodem Geen bodem Geen bodem Geen bodem Geen bodem Geen bodem Geen bodem Geen bodem Klei Klei Geen bodem Geen bodem Zand
Waargenomen bijzonderheden Volledig asfalt Volledig repac Volledig asfalt Volledig repac, Gestaakt op verharding Volledig asfalt Volledig repac Volledig asfalt Volledig repac Matige olie-water reactie Matige olie-water reactie Volledig asfalt Volledig repac Piepschuim bijmenging
Als gevolg van het aantreffen van de bodemvreemde bijmengingen met olie en piepschuim, dienen zoals gesteld in de NEN 5740/A1, de hypothese en onderzoekstrategie te worden aangepast. Echter, omdat deze bijmengingen zeer plaatselijk zijn aangetroffen, is besloten om de hypothese en onderzoekstrategie te handhaven en de bodem ter plaatse zo nog separaat te onderzoeken op de verdachte parameters.
________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Achterwillenseweg 31 te Gouda
Projectnummer: A6612
12
Tijdens de veldwerkzaamheden is asbestverdacht materiaal op het maaiveld waargenomen. Het gaat hierbij om het plaatmateriaal wat eerder tijdesn het locatiebezoek in de teeltruimte op de verharding is waargenomen. Dit plaatmateriaal is apart onderzocht; de resultaten worden in dit rapport verder niet besproken. Ter plaatse van de asfaltverharding is een funderingslaag aangetroffen bestaande uit repac (puingranulaat). Dit repac is apart onderzocht op ondere andere asbest. De resultaten van dit onderzoek worden apart gerapporteerd, In de grond is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Het vermelden van aan- of afwezigheid van asbest in de grond wordt door het bevoegd gezag verplicht gesteld in de rapportage van een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740. Nadrukkelijk willen wij vermelden dat onderhavig verkennend bodemonderzoek geen asbest in grond onderzoek conform de NEN 5707 en/of 5897 betreft. In tabel 5 staan de zintuiglijke waarnemingen tijdens de monstername en de resultaten van de veldmetingen weergegeven zoals deze zijn gemeten bij het bemonsteren van het grondwater. Het betreft de grondwaterstand (GWS) ten opzichte van het maaiveld, de troebelheid (NTU), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de zuurgraad (pH). Tabel 5. Veldmetingen bij bemonsteren grondwater Peilbuis
Filterstelling (cm -mv)
04 07
120 - 220 120 - 220
GWS bij plaatsing (cm-mv) 70 70
GWS bij bemonstering (cm-mv) 55 5
Troebelheid EC (NTU) (µS/cm)
pH
Opmerking
91 124
6,93 7,70
Geen Geen
2170 2160
De gemeten pH en EC zijn normale waarden voor een natuurlijke situatie in deze omgeving. In de genomen grondwatermonsters is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet (≤0,1 l/min) afgepompt voorafgaand aan bemonstering, zodat de grondwaterstand in de peilbuizen slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarden voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrix-storingen bij de analyse en ab- en adsorptie van organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen.
________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Achterwillenseweg 31 te Gouda
Projectnummer: A6612
4.2
13
Laboratoriumonderzoek
Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform de voorgestelde opzet. Naar aanleiding van het aantreffen van olie gerelateerde producten bij boring 07 is een extra grondmonster geanalyseerd op minerale olie. Verder zijn, in verband met het aantreffen van verhoogde gehalten aan zink en PAK bij grondmengmonster MM3, de individuele grondmonsters geanalyseerd op zink en PAK In het laboratorium zijn vier grond(meng)monsters samengesteld en zeven individuele grondmonsters geselecteerd. Bij de samenstelling van mengmonsters is rekening gehouden met de diepte van het bemonsteringstraject, de aangetroffen bodemsoort en de zintuiglijke waarnemingen. Tabel 6. Monsterselectie Analysemonster Deelmonsters & traject (m-mv) M1 01 (0,00 - 0,50) MM2 09 (0,05 - 0,55) 10 (0,00 - 0,50) MM3 15 (0,05 - 0,55) 16 (0,05 - 0,55) 17 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) 19 (0,00 - 0,50) MM4 06 (0,60 - 1,10) 08 (0,70 - 1,20) MM5 15 (0,55 - 1,05) 18 (0,50 - 1,00) M6 07 (0,70 - 1,00) M100 15 (0,05 - 0,55) M101 16 (0,05 - 0,55) M102 17 (0,00 - 0,50) M103 18 (0,00 - 0,50) M104 19 (0,00 - 0,50)
Analysepakket NEN-pakket incl. OCB NEN-pakket incl. OCB NEN-pakket incl. OCB
NEN-pakket incl. OCB NEN-pakket incl. OCB Minerale olie Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM), Zink (Zn) Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM), Zink (Zn) Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM), Zink (Zn) Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM), Zink (Zn) Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM), Zink (Zn)
De getoetste analyseresultaten zijn opgenomen in bijlage C. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage D.
________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Achterwillenseweg 31 te Gouda
Projectnummer: A6612
14
4.2.1 Grond De voor analyse geselecteerde grond(meng)monsters alsmede de resultaten van de toetsing zijn samengevat in de volgende tabel. Tabel 7. Verhogingen t.o.v. toetsingswaarden in de grond Analysemonster M1 MM2
Deelmonsters & traject (m-mv) 01 (0,00 - 0,50) 09 (0,05 - 0,55) 10 (0,00 - 0,50) 15 (0,05 - 0,55) 16 (0,05 - 0,55) 17 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) 19 (0,00 - 0,50)
MM3
MM4
06 (0,60 - 1,10) 08 (0,70 - 1,20)
MM5 M6 M100 M101 M102 M103 M104
15 (0,55 - 1,05) 18 (0,50 - 1,00) 07 (0,70 - 1,00) 15 (0,05 - 0,55) 16 (0,05 - 0,55) 17 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) 19 (0,00 - 0,50)
> AW >I Index
: > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW)
opmerking
:
> AW (+index)
> I (+index)
Zink (0,08) Kwik (-) Lood (0,05) Kwik (-) Lood (0,03) Minerale olie C10 - C40 (0,13) Nikkel (0,12) Koper (0,02) Molybdeen (-) Cadmium (0,02) Kwik (0,01) Lood (0,18) Chloordaan (cis + trans) (-) Koper (0,11) Zink (0,18) Molybdeen (-) Kwik (0,01) Lood (0,33) PAK 10 VROM (0,01) alfa-HCH (-) beta-HCH (-) DDD (som) (-) Molybdeen (-)
-
Minerale olie C10 - C40 (0,07) Zink (0,17) Zink (0,13) PAK 10 VROM (0,32) Zink (0,02) PAK 10 VROM (0,15)
Zink (2,72) Zink (4)
Zink (1,17) PAK 10 VROM (6,79)
-
-
De tussenwaarde werd in het verleden als triggerwaarde gehanteerd voor een vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het aantonen van een dergelijke verhoogde waarde geeft statistisch een kans op het voorkomen van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Met het vervallen van de term tussenwaarde, is deze kans niet gewijzigd. In plaats van de tussenwaarde wordt nu een bodemindex van 0,50 gehanteerd. Deze index wordt door overheden vaak gebruikt als triggerwaarde om over te gaan tot nader onderzoek.
________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Achterwillenseweg 31 te Gouda
Projectnummer: A6612
15
4.2.2 Grondwater De analyseresultaten van het grondwater zijn samengevat in de volgende tabel. Tabel 8. Verhogingen t.o.v. toetsingswaarden in het grondwater 04-1-1 07-1-1
Filterdiepte (cm -mv) 120 - 220 120 - 220
>S >I Index
: > Streefwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - S) / (I - S)
Watermonster
4.3
> S (+index)
> I (+index)
Barium (0,19) Minerale olie C10 - C40 (0,38) Barium (0,16) Xylenen (som) (-)
-
Bespreking resultaten
Bovengrond In het grondmonster M1 zijn de gehalten van zink, kwik en lood verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden aangetoond. In het grondmengmonster MM2 zijn de gehalten van kwik en lood verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden aangetoond. In het grondmengmonster MM3 zijn de gehalten van zink en PAK verhoogd ten opzichte van de interventiewaarden aangetoond. Verder zijn de gehalten van minerale olie, nikkel, koper, molybdeen, cadmium, kwik, lood en chloordaan verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden aangetoond. Uitsplitsing MM3 In de grondmonsters M100, M101 en M103 is het gehalte zink verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetoond. Het gehalte PAK is niet verhoogd ten opzichte van de toetsingswaarden aangetoond. In het grondmonster M102 en M104 is het gehalte zink verhoogd ten opzichte van de interventiewaarde aangetoond. Het gehalte PAK is verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetoond. Ondergrond In het grondmengmonster MM4 zijn de gehalten koper, zink, molybdeen, kwik, lood, PAK, alfaHCH, beta-HCH en DDD verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden aangetoond. In het grondmengmonster MM5 is het gehalte molybdeen verhoogd ten opzichte van de streefwaarde aangetoond.
In het grondmonster M6 (boring 07), met een matige olie-water reactie en een matige oliegeur, is het gehalte minerale olie verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetoond. Grondwater In het grondwater afkomstig van peilbuis 04 is het gehalte barium verhoogd ten opzichte van de streefwaarden aangetoond. In het grondwater afkomstig van peilbuis 07 zijn de gehalten van minerale olie, barium en xylenen verhoogd ten opzichte van de streefwaarden aangetoond. ________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Achterwillenseweg 31 te Gouda
Projectnummer: A6612
4.4
16
Overweging resultaten
Uit het verkennend onderzoek blijkt dat het gehalte zink in de bovengrond ter plaatse van de teeltuimte de interventiewaarde overschrijdt. Hoewel in de de NEN 5740/A1 geen eisen worden gesteld aan het al of niet overgaan tot uitvoering van nader onderzoek, wordt dit vaak bij een overschrijding van de interventiewaarde gedaan. Daarnaast verlangt het bevoegd gezag Wet bodembescherming vaak al bij een overschrijding van de 0,5 index een nader onderzoek. Indien op basis van het nader onderzoek blijkt dat één van de betreffende parameters in een bodemvolume van tenminste 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater de interventiewaarde overschrijdt, dan is volgens eerder genoemde wetgeving sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. In dat geval is sprake van een saneringsnoodzaak. De spoedeisendheid van saneren is afhankelijk van de actuele humane, ecologische en verspreidingsrisico’s. De sterke verontreiniging met zink in de grond wordt toegeschreven aan het gebruik van zinken dakgoten van de teeltruimte. De lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater worden toegeschreven aan het voormalige gebruik en de voor het gebied geldende verhoogde achtergrondwaarden.
________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Achterwillenseweg 31 te Gouda
Projectnummer: A6612
4.5
17
Afwijkingen ten opzichte van de norm
Onderhavig onderzoek is gebaseerd op NEN 5740/A1. In onderstaande tabel worden eventuele afwijkingen en opmerkingen ten opzichte van de genoemde norm weergegeven: Tabel 9. Afwijkingen en opmerkingen Deel van het onderzoek:
Opmerking: Gebaseerd op de norm.
Onderzoeksstrategie
Veldwerk
Na het aantreffen van bodemvreemde bijmengingen met olieproduct en piepschuim in de grond is de hypothese en onderzoekstrategie niet bijgesteld. Ter plaatse van de waargenomen bijmenging met olieproduct is een extra grondmonster geanalyseerd op minerale olie. Verder is de boring afgewerkt met een peilbuis om de kwaliteit van het grondwater vast te stellen. Het niet bijstellen van de onderzoekshypothese en onderzoekstrategie betreft een kritische afwijking op de NEN 5740/A1, waardoor onderhavige rapportage niet is voorien van een SIKB-keurmerk. Echter, door het veldwerk te combineren en aanvullend een extra grondmonster te analyseren, wordt verwacht dat deze afwijking niet van invloed is op de representativiteit van het onderzoek. In verband met het aantreffen van sterke verontreinigingen met zink en PAK in het grondmengmonster MM3, zijn de individuele grondmonsters apart geanalyseerd op zink en PAK om inzicht te verkrijgen in de ruimtelijke verspreiding van de verontreiniging. Dit wordt beschouwd als een verrijking van het onderzoek. Boring 03 is gestaakt op een ondoordringbare laag. De boring is niet herplaatst, waardoor het totaal aantal voorgeschreven boringen niet wordt bereikt. Dit betreft een kritische afwijking op de NEN 5740/A1, waardoor onderhavige rapportage niet is voorien van een SIKB-keurmerk.
Echter, verwacht wordt dat deze afwijking niet van invloed is op de representativiteit van het onderzoek. Bij grondmonster M1 en grondmengmonster MM2 zijn bij de parameter minerale olie, humusachtige verbindingen aangetoond. Dit is een opmerking op het analysecertificaat en geen kritische afwijking. Bij grondmengmonster MM5 is bij een aantal individuele OCB de rapportagegrens verhoogd als gevolg van een verlaagde monsterinzet. Dit is een opmerking op het analysecertificaat en geen kritische afwijking.
Grondanalyses
Bij grondmengmonster MM3 is de PCB’s de rapportagegrens verhoogd als gevolg van verdunning van het monster. Dit is een opmerking op het analysecertificaat en geen kritische afwijking. Bij grondmonster M1 en grondmengmonsters MM2, MM3, MM4 en MM5 kan het gehalte PCB 138 positief beinvloed worden door het gehalte PCB 163. Dit is een opmerking op het analysecertificaat en geen kritische afwijking. Bij grondmengmonster MM3 is de rapportagegrens van som PCB verhoogd ten gevolge van verdunning van het monster vanwege een matrixstoring. Dit is een opmerking op het analysecertificaat en geen kritische afwijking.
Grondwaterbemonstering
Geen afwijking.
Grondwateranalyses
Geen afwijking.
________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Achterwillenseweg 31 te Gouda
Projectnummer: A6612
5
18
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van de heer Vink is door Ingenieursbureau Mol op de locatie Achterwillenseweg 31 te Gouda een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd gebaseerd op de NEN 5740/A1. De aanleiding voor het bodemonderzoek wordt gevormd door de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de voorgenomen herinrichting. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehaltes boven respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden. 5.1
Conclusies
Op basis van de resultaten van het verkennend onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: Bovengrond ▪ De bovengrond ter plaatse van de voortuin (M1) is licht verontreinigd met zink, kwik en lood; ▪ De bovengrond op het centrale deel van het terrein (MM2) is licht verontreinigd met kwik en lood; ▪ De bovengrond ter plaatse van de teeltruimte (MM3) is sterk verontreinigd met zink en PAK. Verder is de bovengrond licht verontreinigd met enkele individuele zware metalen, PAK, alfaHCH, beta-HCH en DDD; ▪ Na uitsplitsing van grondmengmonster MM3 blijkt dat de bovengrond rondom de teeltruimte (M102 en M104) sterk verontreinigd is met zink en licht verontreinigd is met PAK. In de teeltruimte (M100, M101 en M103) is de bovengrond licht verontreinigd met zink en niet verontreinigd met PAK. Ondergrond ▪ De ondergrond ter plaatse van het centrale terreindeel (MM4) is licht verontreinigd met enkele individuele zware metalen, PAK, alfa-HCH, beta-HCH en DDD; ▪ De ondergrond ter plaats de van de teeltruimte (MM5) is licht verontreinigd met molybdeen; ▪ De ondergrond ter plaatse van het centrale terreindeel waar olieproduct is waargenomen (M6) is licht verontreinigd met minerale olie.
Grondwater ▪ Het grondwater ter plaatse van de voortuin (peilbuis 04) is licht verontreinigd met barium; ▪ Het grondwater, ter plaatse van het centrale deel van het terrein waar olieproduct is waargenomen (peilbuis 07), is licht verontreinigd met minerale olie, barium en xylenen. De hypothese onverdacht ten aanzien van het voorkomen van bodemverontreiniging wordt verworpen. Rondom de teeltuimte is de grond sterk verontreinigd met zink. Verder zijn op de hele onderzoekslocatie zowel in de grond als het grondwater lichte verontreinigingen aangetoond. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt worden bezwaren verwacht ten aanzien van de voorgenomen bestemmingswijziging omdat de toetsingswaarde voor nader onderzoek voor de parameter zink wordt overschreden. Opgemerkt wordt dat indien bijvoorbeeld bij herinrichtingswerkzaamheden grond vrijkomt die niet ter plaatse kan worden hergebruikt er restricties gelden ten aanzien van het hergebruik.
________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Achterwillenseweg 31 te Gouda
Projectnummer: A6612
5.2
19
Aanbevelingen
Geadviseerd wordt om onderhavige rapportage in het kader van de aanvraag bestemmingswijziging voor te leggen aan het bevoegd gezag met het verzoek of zij kunnen instemmen met de resultaten en conclusies. Daarnaast wordt geadviseerd om nader onderzoek te verrichten naar de ernst en omvang van de verontreiniging met zink in de grond om vast te stellen of sprake is van een saneringsnoodzaak. Dit zal ook door het bevoegd gezag verlangd worden.
________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Achterwillenseweg 31 te Gouda
Projectnummer: A6612
6
20
ALGEMENE OPMERKINGEN
Geadviseerd wordt om bij werkzaamheden in de bodem alert te blijven op waarneembare bijzonderheden die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen. Het onderhavige onderzoek beschrijft de huidige kwaliteit van de bodem. Wij wijzen u erop dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van de bodemkwaliteit kan alsnog plaatsvinden na uitvoering van dit onderzoek. Naarmate de periode tussen de uitvoering van dit onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, kan dit van invloed zijn op de representativiteit van dit document. Bij het interpreteren van de onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met het feit dat analyses uitgevoerd kunnen zijn op basis van mengmonsters. Het is derhalve niet uit te sluiten dat lokaal hogere concentraties aan verontreinigingen voorkomen. Tevens is het niet onmogelijk dat plaatselijk verontreinigingen voorkomen die niet gedetecteerd zijn. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van een beperkt aantal monsters, genomen op een beperkt aantal plaatsen. Afvoer en hergebruik van grond (en bouwstoffen) naar elders is onderhevig aan de geldende wettelijke bepalingen.
________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Achterwillenseweg 31 te Gouda
Projectnummer: A6612
21
7
REFERENTIES
1.
Nederlandse Norm NEN 5740:2009/A1:2016; Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, Nederlands Normalisatie Instituut, januari 2009/februari 2016;
2.
Nederlandse Norm NEN 5725; Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, Nederlands Normalisatie Instituut, oktober 2017;
3.
BRL SIKB 2000, “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, versie 6.0, d.d. 1 februari 2018;
4.
Circulaire Bodemsanering 2009, zoals geldend per 1 juli 2013, Staatscourant nr. 16675;
5.
Regeling besluit bodemkwaliteit, Staatscourant nr. 246, 10 juli 2008;
6.
Protocol 2001, “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, versie 6.0, d.d. 1 februari 2018;
7.
Protocol
2002,
“Het
nemen
van
grondwatermonsters”,
Stichting
Infrastructuur
Kwaliteitsborging Bodembeheer, versie 6.0, d.d. 1 februari 2018; 8.
Gezamenlijk bodemsaneringsbeleid provincie Zuid-Holland, Provincie Zuid-Holland en de gemeenten Den Haag, Dordrecht, Leiden, Rotterdam en Schiedam, versie 13 (definitief), d.d. 15 augustus 2012.
________________________________________________________________________________________________ Ingenieursbureau Mol Verkennend bodemonderzoek Achterwillenseweg 31 te Gouda
Bijlage A: Kadastrale situatie
Projectcode: A6612
Kadastrale kaart
Uw referentie: A6612
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Gouda K 5862
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 9 november 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
Bijlage B: Overzichtstekening onderzoekslocatie
Projectcode: A6612
Legenda Noordpijl 0
10 m
Schaallat 1: 500
Grens onderzoekslocatie Bebouwing Voormalige bebouwing Bovengrondse tank
Asfalt / beton/ stelconverharding
Ondergrondse tank
Tegels / klinkers
Vml. bovengrondse tank Vml. ondergrondse tank
Aanduiding / omschrijving
Abc
V
Watergang
Ontgravingscontour
Vast punt
Ontgravingscontour met talud
200-300
300
Ontgravingsdiepte in cm-mv
PW PB
Controlemonster putwand
Peilbuis met filterstelling
Controlemonster putbodem
Boring > 200 cm-mv
Foliescherm
Boring tot 200 cm-mv
Drain met pompput
Boring tot 50 cm-zint.ver.
Aansluiting riolering
Boring tot 50 cm-mv Boring gestaakt
Interventiewaardecountour
Boring niet uitvoerbaar
Tussenwaardecontour Streefwaardecontour
Steekmonster Combinatie graafgat/boring
1513
Kadastraal nummer
F1
Plaatsaanduiding fotoname Analytisch sterk verontreinigd Analytisch matig verontreinigd Analytisch licht verontreinigd Analytisch niet verontreinigd
Asbestverdacht materiaal
in
r
schuu
08
u Voort
05
04 02
Tuin
06
Asfalt
V
t
Asfal
Brug
X 120-220
01 120-220
F1
03
Asfalt
07
F2
F3 lt
Asfa
Projectnummer: A6612
De heer Vink
Getekend door: OEV
Bijlage B : Overzichtstekening onderzoekslocatie
Veldwerk door: BRU 0
10 m 1: 500
Datum uitvoering: 02-12-2020 Formaat: A3
Verkennend bodemonderzoek Verkennend asbest in grond onderzoek Achterwillenseweg 31 te Gouda
oeid
Begr
11
09
F4
12 te
fsruim
Bedrij
oeid
Begr
15
groe
18
F7 14
S
ten
As
10
)
ekerd
rwo n ove
id e egroe 13
F6
te pla
ch erda bestv
verw
d&o
i egroe falt (b
n (b telco
F9
F10
id
V
verw id & o
te (be
uim Teeltr
oe Begr
d)
oeker
17
20
F8
rd) oeke
16
as
oeid
Begr
19
Projectnummer: A6612
De heer Vink
Getekend door: OEV
Bijlage B : Overzichtstekening onderzoekslocatie
Veldwerk door: BRU 0
10 m 1: 500
Datum uitvoering: 02+03/12/20 Formaat: A3
Verkennend bodemonderzoek Achterwillenseweg 31 Gouda
F5
Bijlage C: Toetsingsresultaten
Projectcode: A6612
Toetsingscriteria Bij de beoordeling en interpretatie van de resultaten is gebruik gemaakt van de toetsingswaarden zoals gehanteerd in het Besluit bodemkwaliteit en de Circulaire Bodemsanering. Voor de grond wordt onderscheid gemaakt in achtergrond- en interventiewaarden. Voor grondwater wordt gesproken over streef- en interventiewaarden. Deze waarden, zoals opgenomen in eerder genoemde documenten, zijn richtwaarden voor de beoordeling van de concentratieniveaus van diverse verontreinigingen in de bodem. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen drie niveaus: ▪ achtergrond- (AW) en of streefwaarde (S-waarde) De achtergrondwaarde betreft landelijk vastgestelde generieke waarden voor een goede bodemkwaliteit. De streefwaarde geldt als de concentratie aan stoffen in het grondwater die op grond van natuurlijk voorkomen is te verwachten. ▪ tussenwaarde / 0,5 index De tussenwaarde werd in het verleden als triggerwaarde gehanteerd voor een vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het aantonen van een dergelijke verhoogde waarde geeft statistisch een kans op het voorkomen van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Met het vervallen van de term tussenwaarde, is deze kans niet gewijzigd. In plaats van de tussenwaarde wordt nu een bodemindex van 0,50 gehanteerd.
▪ interventiewaarde (I-waarde) De interventiewaarde is te beschouwen als de grens waarboven het noodzakelijk is om op korte termijn tot een saneringsonderzoek en een beslissing omtrent het in voorbereiding nemen van sanerende maatregelen te komen. Ook de interventiewaarden zijn afhankelijk gesteld van het bodemtype. De toetsingswaarden kunnen voor sommige verontreinigingen afhankelijk zijn van de grondsoort, aangezien in bepaalde grondsoorten van nature hogere concentraties kunnen voorkomen. De toetsingswaarden zijn dan afhankelijk van het lutum- (kleimineralen) en/of humusgehalte (organische stof) van de bodem. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt bij de evaluatie van de resultaten onderstaande terminologie gebruikt: ▪ niet verontreinigd: concentratie van de geanalyseerde stoffen is lager dan of gelijk aan de AW- of streefwaarde. ▪ licht verontreinigd: concentratie van de geanalyseerde stoffen is hoger dan de AW- of streefwaarde maar lager dan of gelijk aan de 0,5-index. ▪ matig verontreinigd: concentratie van de geanalyseerde stoffen is hoger dan de 0,5 index maar lager dan of gelijk aan de Iwaarde. ▪ sterk verontreinigd: concentratie van de geanalyseerde stoffen is hoger dan de I-waarde.
Projectcode: A6612
Tabel 1: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Grondmonster Grondsoort Zintuiglijke bijmengingen Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus Lutum Datum van toetsing Monsterconclusie Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3
% ds % ds
M1 Zand
MM2 Klei
MM3 Veen
2020195197 01 0,00 - 0,50 17,40 7,50 11-12-2020 Voldoet aan Achtergrondwaarde
2020195197 09, 10 0,00 - 0,55 8,20 6,50 11-12-2020 Voldoet aan Achtergrondwaarde
2020195197 15, 16, 17, 18, 19 0,00 - 0,55 37,0 18,30 11-12-2020 Overschrijding Interventiewaarde
Meetw
Meetw
Meetw
GSSD
Index
GSSD
Index
METALEN Cadmium Kobalt Koper Lood Molybdeen Nikkel Zink Kwik Barium
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,39 4,6 29 65 <1,5 12 130 0,2 86
0,37 10,1 35 74 <1,1 24 185 0,2 197 (6)
PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,05 0,09 0,17 0,24 0,11 0,22 0,25
<0,02 0,05 0,10 0,14 0,06 0,13 0,14 1,10 0,22 0,14 0,11
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN Hexachloorbenzeen (HCB) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 PCB (som 7)
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,0011 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 0,0011 0,0013 0,0012
mg/kg ds
0,0014
0,0014
0,0014
mg/kg ds
0,016
0,017
0,079
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,0014 0,0014 0,0017
0,0014 0,0021 0,0014
0,018 0,02 0,017
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001
BESTRIJDINGSMIDDELEN Heptachloorepoxide (som, 0.7 factor OCB (0,7 som, waterbodem) DDT (som, 0.7 factor) DDD (som, 0.7 factor) DDE (som, 0.7 factor) Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) alfa-HCH beta-HCH gamma-HCH delta-HCH Hexachloorbutadieen Isodrin
Projectcode: A6612
0,39 0,25 0,19
-0,02 -0,03 -0,03 0,05 -0 -0,17 0,08 0
<0,000 <0,000 <0,000 <0,000 (6) <0,000 <0,000
0,29 9,9 29 64 <1,1 25 122 0,23 124 (6)
<0,05 <0,05 <0,05 0,067 <0,05 <0,05 0,059
<0,04 <0,04 <0,04 0,067 <0,04 <0,04 0,059 0,53 0,12 0,075 <0,04
-0,01 0,12 0,075 <0,05
0,0006 -0 <0,000 <0,000 <0,000 <0,000 0,0006 0,0007 0,0007 0,0037 -0,02
<0,0012
0,23 4,2 19 49 <1,5 12 71 0,18 50
0,0052 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 0,0014 0,0015 <0,001
-0 <0,001 0,0012 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001
-0,03 -0,03 -0,07 0,03 -0 -0,15 -0,03 0
1,5 8 57 170 2,4 35 940 0,43 200
0,9 10 43 137 2,4 43 820 0,40 255 (6)
120 12 160 65 35 32 32
40 4 53 22 12 11 11 263 60 24 27
-0,03 180 73 81
0,0063 -0 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 0,0017 0,0018 <0,001 0,0078 -0,01
<0,0026
-0
<0,001 0,0015 <0,001 <0,001 (6) <0,001 <0,001
0 -0 -0
GSSD
0,016 <0,005 <0,005 <0,005 <0,005 <0,005 <0,005 <0,005
0,02 -0,03 0,02 0,18 0 0,12 1,17 0,01
6,79
0,005 -0 0,001 (41) 0,001 (41) 0,001 (41) 0,001 (41) 0,001 (41) 0,001 (41) 0,001 (41) 0,0082 -0,01
0,0020 <0,001 0,0024 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001
Index
<0,000 0,0008 <0,000 <0,000 (6) <0,000 <0,000
-0
-0
Grondmonster Grondsoort Zintuiglijke bijmengingen Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus Lutum Datum van toetsing Monsterconclusie Telodrin Heptachloor Heptachloorepoxide Aldrin Dieldrin Endrin DDE (som) 2,4-DDE (ortho, para-DDE) 4,4-DDE (para, para-DDE) DDD (som) 2,4-DDD (ortho, para-DDD) 4,4-DDD (para, para-DDD) DDT (som) 2,4-DDT (ortho, para-DDT) 4,4-DDT (para, para-DDT) alfa-Endosulfan beta-Endosulfan Chloordaan (cis + trans) cis-Chloordaan trans-Chloordaan OCB (som, 0.7 factor) DDT,DDE,DDD (som, 0.7 factor) HCH (som, 0.7 factor) trans-Heptachloorepoxide Endosulfansulfaat Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C16 - C21 Minerale olie C21 - C30 Minerale olie C30 - C35 Minerale olie C35 - C40 Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C10 - C40 Minerale olie C12 - C16 OVERIG cis-Heptachloorepoxide Droge stof Lutum Organische stof (humus) Gloeirest
Projectcode: A6612
% ds % ds
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
M1 Zand
MM2 Klei
MM3 Veen
2020195197 01 0,00 - 0,50 17,40 7,50 11-12-2020 Voldoet aan Achtergrondwaarde <0,001 <0,000 <0,001 <0,000 <0,00080 -0 <0,001 <0,000 <0,001 <0,000 <0,001 <0,000 0,00098 -0,05 <0,001 <0,000 0,001 0,001 <0,00080 -0 <0,001 <0,000 <0,001 <0,000 <0,00080 -0,13 <0,001 <0,000 <0,001 <0,000 <0,001 <0,000 <0,001 0,000 (6) <0,00080 -0 <0,001 <0,000 <0,001 <0,000 0,015 0,0045
2020195197 09, 10 0,00 - 0,55 8,20 6,50 11-12-2020 Voldoet aan Achtergrondwaarde <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 0 <0,0017 -0 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,0017 -0,04 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 0,0026 -0 <0,001 <0,001 0,0014 0,0017 <0,0017 -0,13 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 0 <0,001 0,001 (6) <0,0017 -0 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 0,02 0,0049
2020195197 15, 16, 17, 18, 19 0,00 - 0,55 37,0 18,30 11-12-2020 Overschrijding Interventiewaarde <0,001 <0,000 <0,001 <0,000 <0,00047 -0 <0,001 <0,000 0,0047 0,0016 <0,001 <0,000 0,0054 -0,04 0,0011 0,0004 0,015 0,005 0,0068 -0 0,0073 0,0024 0,013 0,004 0,0059 -0,13 <0,001 <0,000 0,017 0,006 <0,001 <0,000 <0,001 0,000 (6) 0,0026 0 0,0052 0,0017 0,0025 0,0008 0,093 0,055
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,0021 <0,001 <0,002
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
9,5 49 81 19 <3 160 <5
5,5 (6) 28 (6) 47 (6) 11 (6) 1 (6) 92 2 (6)
mg/kg ds % m/m % % % (m/m) ds
<0,001 62,1 7,5 17,4 82
<0,000 62,1 (6)
0,0026 <0,001 <0,002
<0,000 <0,001 (6) 0,0089
-0,02
0,0038 <0,001 <0,002
<0,001 <0,002 (6) 0,025
10 43 51 18 <3 130 <5
12 (6) 52 (6) 62 (6) 22 (6) 3 (6) 159 4 (6)
<0,001 64,1 6,5 8,2 91
<0,001 64,1 (6)
-0,01
780 850 320 71 190 2500 310
<0,001 44 18,3 37 62
<0,000 <0,000 (6) 0,031
260 (6) 283 (6) 107 (6) 24 (6) 63 (6) 833 103 (6)
<0,000 44 (6)
0,13
Tabel 2: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Grondmonster Grondsoort Zintuiglijke bijmengingen Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus Lutum Datum van toetsing Monsterconclusie Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3
% ds % ds
MM4 Klei
MM5 Veen
2020195197 06, 08 0,60 - 1,20 18,20 22,3 11-12-2020 Overschrijding Achtergrondwaarde
2020195197 15, 18 0,50 - 1,05 75,8 13,80 11-12-2020 Voldoet aan Achtergrondwaarde
M6 Klei matige olie-water reactie 2020195197 07 0,70 - 1,00 12,10 25,0 11-12-2020 Overschrijding Achtergrondwaarde
Meetw
Meetw
Meetw
GSSD
Index
METALEN Cadmium Kobalt Koper Lood Molybdeen Nikkel Zink Kwik Barium
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,63 9,8 61 220 1,8 28 250 0,54 230
0,53 10,7 56 207 1,8 30 243 0,53 252 (6)
PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,05 0,21 0,59 0,4 0,2 0,24 0,27
<0,02 0,12 0,32 0,2 0,1 0,13 0,15 2,00 0,48 0,24 0,21
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN Hexachloorbenzeen (HCB) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 PCB (som 7)
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,01 <0,001 <0,001 0,0017 <0,001 0,0015 0,0016 <0,001
mg/kg ds
0,0014
0,0028
mg/kg ds
0,087
0,038
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,011 0,038 0,01
0,0028 0,0059 0,0051
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,0038 0,012 <0,001 0,0013 <0,001 <0,001 <0,001
BESTRIJDINGSMIDDELEN Heptachloorepoxide (som, 0.7 factor OCB (0,7 som, waterbodem) DDT (som, 0.7 factor) DDD (som, 0.7 factor) DDE (som, 0.7 factor) Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) alfa-HCH beta-HCH gamma-HCH delta-HCH Hexachloorbutadieen Isodrin Telodrin
Projectcode: A6612
0,87 0,44 0,38
-0,01 -0,02 0,11 0,33 0 -0,08 0,18 0,01
0,22 6 22 38 2,4 17 74 0,11 110
0,08 9 12 23 2,4 25 51 0,09 172 (6)
<0,05 <0,05 0,13 0,081 <0,05 <0,05 0,064
<0,01 <0,01 0,04 0,027 <0,01 <0,01 0,021 0,23 0,07 <0,01 <0,01
0,01 0,21 <0,05 <0,05
0,01 0 <0,000 <0,000 0,0009 <0,000 0,0008 0,0009 <0,000 0,0042 -0,02
0,0017
-0
0,0021 0,007 <0,000 0,0007 (6) <0,000 <0,000 <0,000
0 0
GSSD
0,0046 <0,001 0,0021 <0,001 <0,001 0,002 <0,001 <0,001
Index
-0,04 -0,03 -0,19 -0,06 0 -0,15 -0,15 -0
-0,03
0,0015 -0 <0,000 0,0007 <0,000 <0,000 0,001 <0,000 <0,000 0,0025 -0,02
0,0014 <0,002 <0,002 <0,002 <0,002 <0,002 <0,002 <0,002
0,000 (41) 0,000 (41) 0,000 (41) 0,000 (41,6) 0,000 (41) 0,000 (41) 0,000 (41)
-0
GSSD
Index
Grondmonster Grondsoort Zintuiglijke bijmengingen Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus Lutum Datum van toetsing Monsterconclusie Heptachloor Heptachloorepoxide Aldrin Dieldrin Endrin DDE (som) 2,4-DDE (ortho, para-DDE) 4,4-DDE (para, para-DDE) DDD (som) 2,4-DDD (ortho, para-DDD) 4,4-DDD (para, para-DDD) DDT (som) 2,4-DDT (ortho, para-DDT) 4,4-DDT (para, para-DDT) alfa-Endosulfan beta-Endosulfan Chloordaan (cis + trans) cis-Chloordaan trans-Chloordaan OCB (som, 0.7 factor) DDT,DDE,DDD (som, 0.7 factor) HCH (som, 0.7 factor) trans-Heptachloorepoxide Endosulfansulfaat Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C16 - C21 Minerale olie C21 - C30 Minerale olie C30 - C35 Minerale olie C35 - C40 Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C10 - C40 Minerale olie C12 - C16 OVERIG cis-Heptachloorepoxide Droge stof Lutum Organische stof (humus) Gloeirest
Projectcode: A6612
% ds % ds
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
MM4 Klei
MM5 Veen
2020195197 06, 08 0,60 - 1,20 18,20 22,3 11-12-2020 Overschrijding Achtergrondwaarde <0,001 <0,000 <0,00077 -0 <0,001 <0,000 0,0017 0,0009 <0,001 <0,000 0,0057 -0,04 <0,001 <0,000 0,0096 0,0053 0,021 0 0,0094 0,0052 0,028 0,015 0,0058 -0,13 <0,001 <0,000 0,0099 0,0054 <0,001 <0,000 0,0015 0,0008 (6) 0,0014 -0 <0,001 <0,000 0,0018 0,0010 0,095 0,059
2020195197 15, 18 0,50 - 1,05 75,8 13,80 11-12-2020 Voldoet aan Achtergrondwaarde <0,002 0,000 (41) 0,00093 -0 <0,002 0,000 (41) <0,002 0,000 (41) <0,002 0,000 (41) 0,0017 -0,04 <0,002 0,000 (41) 0,0037 0,0012 0,0020 -0 <0,002 0,000 (41) 0,0045 0,0015 0,00093 -0,13 <0,002 0,000 (41) <0,002 0,000 (41) <0,002 0,000 (41) <0,002 0,000 (6) 0,00093 -0 <0,002 0,000 (41) <0,002 0,000 (41) 0,038 0,014
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,017 <0,001 <0,002
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
13 64 85 20 <3 190 <5
7 (6) 35 (6) 47 (6) 11 (6) 1 (6) 104 2 (6)
mg/kg ds % m/m % % % (m/m) ds
<0,001 57,1 22,3 18,2 80
<0,000 57,1 (6)
0,0042 <0,002 <0,004
<0,000 <0,001 (6) 0,052
-0,02
<25 <55 29 <30 <15 <180 <25
<0,002 15,7 13,8 75,8 23
M6 Klei matige olie-water reactie 2020195197 07 0,70 - 1,00 12,10 25,0 11-12-2020 Overschrijding Achtergrondwaarde
0,000 (41) 0,001 (41,6) 0,013
6 (6) 13 (6) 10 (6) 7 (6) 4 (6) 42 (41) 6 (6)
0,000 (41) 15,7 (6)
-0,03
26 94 63 26 230 660 210
21 (6) 78 (6) 52 (6) 21 (6) 190 (6) 545 174 (6)
67,8
67,8 (6)
12,1 88
0,07
Tabel 3: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Grondmonster Grondsoort Zintuiglijke bijmengingen Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus Lutum Datum van toetsing Monsterconclusie Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3