CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: Raadsmemo MER 2022

Commissie Samenleving 14 februari 2024, gemeente GoudaBij agendapunt: Beeldvorming: Actualisatie beleidskader Armoede en Schulden1.459 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

memo aan de gemeenteraad aan dossiernummer onderwerp

van datum

de gemeenteraad 6528 Minima Effect Rapportage (MER) 2022 het college van burgemeester en wethouders 11 oktober 2022

memo Inleiding Om inzicht te krijgen in de financiële positie van huishoudens op dit moment, heeft de gemeente Gouda het Nibud gevraagd om een nieuwe Minima Effect Rapportage (MER) op te stellen. In de beantwoording van de technische vragen van de raad van 16 mei 2021 heeft de gemeente Gouda toegezegd deze informatie te delen met de raad. In dit memo wordt ingegaan op de uitkomsten van het onderzoek van het Nibud. Deze uitkomsten worden vergeleken met de MER 2018 en de gestelde doelen in het beleidskader armoede en schulden, Samen mee(r) doen, die terugkomen in de MER.

Resultaten uit de MER 2022 In de MER 2022 wordt zichtbaar dat alleenstaande ouders met zowel jonge als oudere kinderen minder kwetsbaar zijn. Ook ouderen (Aow-gerechtigden zowel alleenstaanden als paren) hebben voldoende inkomen om in hun basisbehoeften te kunnen voorzien en daarnaast te kunnen participeren. Het zijn met name de ‘paren met oudere kinderen’ en vervolgens de ‘paren zonder kinderen’ en de ‘alleenstaanden zonder kinderen (met een zorgvraag)’ die kwetsbaar zijn. Van deze huishoudtypen komen alleen de paren met 2 oudere kinderen (14 & 16 jaar) deels uit op een negatief saldo, als we rekening houden met zowel het basispakket als het restpakket. Paren zonder kinderen hebben een beperkt positief saldo. Net zoals alleenstaanden zonder kinderen. Dit is vooral het geval bij alleenstaanden met een zorgvraag. De extra zorgkosten die niet altijd vergoed worden vanuit bijvoorbeeld de collectieve zorgverzekering drukken bij dit huishoudtype op het budget.

Gestelde beleidsdoelen in het beleidskader armoede en schulden, Samen mee(r) doen • Rondkomen is haalbaar: uit de MER 2015 bleken kinderen uit Goudse huishoudens bestaande uit 2 volwassenen en oudere kinderen op een minimuminkomen niet in staat te zijn om het basispakket te betalen. Na implementatie van het beleidskader Samen mee(r) doen is deze situatie verbeterd. • Meedoen mogelijk maken: uit de MER 2015 bleek dat 7 van de 11 huishoudens niet in staat waren om het restpakket te bekostigen. Het beleidsplan Samen mee(r) doen moest er voor zorgen dat het merendeel van de huishoudtypes het restpakket wel kan betalen. • Kinderen hebben de toekomst: kinderen in huishoudens met een laag inkomen zijn ook in de gelegenheid om mee te doen met sporten, muzieklessen, andere culturele activiteiten of lid te zijn van een vereniging.

De gestelde beleidsdoelstellingen in vergelijking met de resultaten van de MER 2018 en 2022 In de MER van 2018 was zichtbaar dat het voor alle opgenomen huishoudtypen mogelijk was om rond te komen wat betreft het basispakket, dus ook voor het huishoudtype ‘2 volwassenen en oudere kinderen’. Ook in 2022 is dit nog steeds het geval. Daarmee is het 1e beleidsdoel gerealiseerd. Wat betreft het 2e genoemde beleidsdoel was er in 2018 nauwelijks sprake van een verandering ten opzichte van 2015 en waren 6 huishoudtypen niet in staat om het restpakket te bekostigen. In 2022 blijkt de situatie voor veel huishoudtypen echter wel flink verbeterd te zijn en zijn 9 van de 10 huishoudtypen in staat om ook het restpakket (dat nu ‘participatie’ wordt genoemd) te bekostigen. Onder ‘participatie’ valt onder andere het ontvangen en afleggen van bezoek bij familie en vrienden. En ook de contributie voor bijvoorbeeld een sport. In relatie tot het 3e gestelde beleidsdoel blijkt uit de MER 2022 dat eenoudergezinnen met jonge en oudere kinderen voor ‘participatie’ voldoende budget hebben. Ook paren met jonge kinderen hebben hiervoor voldoende budget. Paren met 2 oudere kinderen komen daarentegen bij een inkomen van 100, 130 en 140% uit op een negatief budget als het gaat om het basispakket en ‘participatie’.

De kinderen in dit huishoudtype met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm kunnen door de aanwezigheid van de sport- en cultuurbonnen vanuit het Kindpakket wel sporten of bijvoorbeeld muziekles volgen. Maar het is duidelijk dat verdere sociale participatie slechts beperkt mogelijk is voor dit huishoudtype.

Positief resultaat met een aantal kanttekeningen Uit de resultaten van de MER 2022 blijkt dus dat er sprake is van een flinke vooruitgang. Nagenoeg alle huishoudens kunnen zowel voldoen aan het basispakket als ‘participatie’. Bij deze resultaten moet wel in het achterhoofd gehouden worden dat er bij de berekeningen vanuit gegaan wordt dat inwoners zeer goed met geld om kunnen gaan, alle inkomensondersteuning aanvragen waar zij voor in aanmerking komen en geen grote persoonlijke onvermijdbare uitgaven hebben zoals de afbetaling van schulden, zorgkosten of een hoge huur. Omdat niet ieder huishouden gebruik maakt van alle beschikbare inkomensondersteuning en het voor deze huishoudtypen lastig is iedere maand weer verstandig met het beschikbare budget om te gaan, is de kans aanwezig dat het budget per huishoudtype er in de praktijk minder positief uitziet. Verder vormen energiekosten op dit moment een grote kostenpost. In de berekening is er vanuit gegaan dat de huurwoning van de verschillende huishoudtypen het energielabel C heeft. Inwoners met een woning met een lager energielabel hebben hogere maandelijkse energiekosten en zullen daarom een lager saldo overhouden dan nu in de MER naar voren komt. Omdat de MER inzage geeft in de financiële situatie van de verschillende huishoudtypen van het lopende jaar is ook de energietoeslag meegenomen in het overzicht van tabel 1.

Aangezien het hier gaat om een tijdelijke landelijke maatregel is in tabel 2 weergegeven wat de situatie zou zijn als de verschillende huishoudtypen geen energietoeslag zouden ontvangen. Hieruit blijkt dat zonder energietoeslag 4 van de 10 huishoudtypen deels te weinig budget zouden hebben voor het basispakket, gecombineerd met ‘participatie’. Uit het bovenstaande blijkt dat ondanks de positieve resultaten het hier nog steeds kwetsbare huishoudens betreft. Voor deze huishoudtypen is de huidige periode waarin prijzen enorm fluctueren spannend en zijn de maatregelen die zowel op landelijk als lokaal niveau ingezet worden van grote invloed op het maandelijkse budget.

Maatregelen die aansluiten bij de bevindingen van de MER 2022 In de MER 2022 komt duidelijk naar voren dat het huishoudtype ‘Paar met 2 oudere kinderen (14 en 16 jaar) na het voldoen van het basispakket en ‘participatie’ veruit het laagste saldo overhoudt en daarmee het meest kwetsbaar is. Binnen dit huishoudtype hebben huishoudens met een inkomen op 100%, 130% en 140% van de bijstandsnorm een negatief restsaldo. Voorgenomen landelijke wijzigingen zoals de stijging van de heffingskortingen, de toeslagen en de (minimum) lonen zullen de financiële positie van kwetsbare huishoudens verbeteren. Op lokaal niveau worden, zoals is opgenomen in het bestuursakkoord, de armoederegelingen ook beschikbaar voor huishoudens met een inkomen op 130% van de bijstandsnorm. In 2022 wordt bovendien incidenteel

pagina 2

vanuit het Winterplan het Jeugdtegoed op de Rotterdampas opgehoogd van €150,- naar € 250,- voor kinderen van 4 tot 12 jaar en € 500,- voor kinderen van 12 tot 18 jaar. Beide maatregelen zullen de positie van deze huishoudens met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm een stuk verbeteren. Vooralsnog is de verhoging van het jeugdtegoed eenmalig in het kader van het Winterplan. De resultaten van de MER lijken aanleiding te geven om deze verhoging voort te zetten, maar dit is vooralsnog geen vast beleid en vergt nadere besluitvorming. Bij 5 van de 10 huishoudtypen is er sprake van een achteruitgang in inkomen bij 130% van de bijstandsnorm. Bij paren met 2 oudere kinderen en de alleenstaande oudere met een zorgvraag is deze achteruitgang zo groot dat er minder restsaldo overblijft dan bij 100% van de bijstandsnorm. De ophoging van de inkomensgrens naar 130% van de bijstandsnorm van het Kindpakket, de collectieve zorgverzekering en de bijzondere bijstand zullen een positief effect hebben op deze huishoudens. Kleine kanttekening is dat met het verleggen van de inkomensgrenzen elders weer een vergelijkbare armoedeval kan optreden. De oplossing hiervoor dient echter te komen van landelijk inkomensbeleid. Naast de focus op de huishoudens met kinderen heeft het college ook het voornemen om een volwassenentegoed van € 50,- in te voeren.

Hiermee kunnen, net zoals met het Jeugdtegoed, onder andere sportspullen en kleding worden gekocht bij geselecteerde winkels. Aangezien dit tegoed bestemd is voor alle volwassenen ongeacht leeftijd zal dit een, weliswaar klein, positief effect hebben op alle huishoudtypen. Dit geldt vooral voor de ‘paren’ omdat in deze huishoudens deze bijdrage tweemaal binnen zal komen.

Conclusie Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de gestelde doelstellingen in het beleidskader ‘armoede en schulden, Samen mee(r) doen’ zijn bereikt. In de MER 2022 komt naar voren dat als de energietoeslag wordt meegerekend het enige huishoudtype dat niet binnen alle categorieën kan voorzien in het basispakket en ‘participatie’ de huishoudens met oudere kinderen zijn. Door een combinatie van zowel landelijke als lokale voorgenomen maatregelen zal de financiële positie van deze huishoudens de komende periode waarschijnlijk verbeteren. Dit geldt ook voor de ‘paren zonder kinderen’ en de ‘alleenstaanden zonder kinderen (met een zorgvraag)’.

pagina 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=a463b193-c206-4d69-aa69-2be492898800