Bijlage 2.b) Reactie op advies GASD regiovisie jeugd en wmo 2021-2024.docx
Tekst van het document
Aan Goudse Adviesraad Sociaaldomein
afdeling
telefoon
gouda
Maatschappelijk beleid
14 01 82
25 juni 2021
contactpersoon
uw kenmerk
zaaknummer
M. Frank
-
onderwerp
verzonden
Reactie op uw advies t.a.v .consultatieversie regiovisie jeugd en wmo
Geachte heer de Korte, geachte leden van de GASD, Op 29 april 2021 heeft het college middels een brief uw adviezen ontvangen over de consultatieversie regiovisie Jeugd en Wmo 2021-2024, waarvoor dank. Op dinsdag 11 mei 2021 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de GASD en de gemeente Gouda, waarin uw adviezen zijn besproken. Wij hebben u op 17 mei 2021 een brief gestuurd waarin wij aangaven een reactie op uw adviezen te kunnen geven ná de besluitvorming in de colleges over de aangepaste versie van de regiovisie. In deze brief ontvangt u de reactie van het college op uw adviezen. Advies (1) Zorg voor een probleemanalyse vanuit cliënt- en hulpverlener-perspectief voorafgaand aan het nieuwe inkooptraject. Organiseer inspraak. Hanteer een andere aanpak om te komen tot een uitvoeringsprogramma en een inkoop-visie, namelijk ‘onderzoekend ontwerpen’, samen met hulpverleners, cliënten en organisaties. In de regiovisie is onder het kopje ‘Gezamenlijke oriëntatie met de gemeenteraden voor inkoop vanaf 2025’ toegevoegd: “Onderdeel van de voorbereiding is een analyse van de huidige situatie als basis voor het bepalen van de doelstellingen in de nieuwe inkoopronde”. Er zijn verschillende manieren waarop ervaringen t.a.v. de huidige situatie opgehaald kunnen worden en het perspectief van cliënten en hulpverleners is natuurlijk van belang.
Voor Gouda zijn kanalen hiervoor onder andere de GASD en de GCR, uitkomsten uit de klantervaringsonderzoeken, informatie van medewerkers die werkzaam zijn in de toegang en cliënt raden van instellingen. Advies (2): Geef meer dan alleen richting: concretiseer, laat deze visie zo spoedig mogelijk vergezeld gaan van een uitvoeringsplan. In de praktijk en in de beschrijving van het uitvoeringsplan moet blijken of de cliënt hier beter van wordt. De ambities bieden nog weinig concrete aanknopingspunten voor de uitvoering. Laat hulpverleners en cliënten meedenken zodat knelpunten zichtbaar worden en praktijkoplossingen worden bedacht. Betrek jongeren, ouders, ervaringsdeskundigen en clientraden bij het opstellen van het uitvoeringsplan. Deze visie beschrijft de ambities die we in de regio gezamenlijk met elkaar hebben. Een aantal ambities is niet nieuw, hieraan wordt reeds gewerkt, zoals in de diverse regionale programma’s. De concrete uitwerking vindt plaats binnen die programma’s zelf. Het cliëntperspectief maakt deel uit van de programma’s. Zo wordt ‘ExpEx’ (ervaringsdeskundige jongeren) onder andere ingezet bij het bezoekadres: Huis van de Stad, Burgemeester Jamesplein 1, Gouda
bijlagen: -
correspondentieadres: postbus 1086, 2800 BB Gouda e-mail gemeente@gouda.nl telefoon: 14 01 82
vraagstuk 18-/18+. Een aantal ambities in deze regiovisie is nieuw en zal nader moeten worden uitgewerkt. De wijze waarop dit gedaan zal worden is nog onderwerp van gesprek in de regio. Adviezen 3.1 t/m 3.8 ten aanzien van aandachtspunten in de concretiseringsslag U geeft aan dat uit uw consultatieronde blijkt dat het aanbeveling verdient om in de concretiseringsslag aandacht te besteden aan een aantal onderwerpen (adviezen 3.1 t/m 3.8). Deze adviezen nemen we mee op het moment dat deze concretiseringsslag plaatsvindt. Voor een aantal onderwerpen geldt dat we de tekst in de regiovisie hebben aangescherpt. Waar dat van toepassing is geven we dat hieronder aan. Advies (3.1): Samenwerking in de keten: Hoe zorg je voor een tijdige warme overdracht, zonder lange wachttijden? Hoe flexibel kunnen we omgaan met hulpvragen? Wat is het plan om doorstroom en uitstroom te bevorderen? Er wordt al jaren gepraat over 1 gezin 1 plan 1 regisseur, in hoeverre werkt dat en komt daar in de praktijk iets van terecht? Analyseer blokkerende factoren en institutionele begrenzingen die belemmerend werken. Maak daar werk van, allereerst voor het welzijn van die gezinnen. Maar ook gezien de financiële consequenties die het heeft als problematiek verergert.
U geeft een aantal suggesties om mee te nemen in een analyse, deze punten nemen wij mee in de analyse ter voorbereiding op de nieuwe visie en inkoop vanaf 2024 (zie reactie op advies 1). Advies (3.2): Blijf aandacht besteden aan een soepele overgang van 18- naar 18+. 18-/18+ Het college is het ermee eens dat het onderwerp 18-/18+ blijvend aandacht nodig heeft. In hoofdstuk 4.2 staat dit ook beschreven onder het kopje ‘soepele overgang tussen de Jeugdwet en de Wmo’. Advies (3.3): Zijn alle verwijzers en aanbieders op de hoogte van de mogelijkheden, weten zij elkaar te vinden? Samenwerking verbeteren: Door wie? Wanneer? Hoe? Wie voert de regie (contractmanager?) en wie houdt toezicht? In de regiovisie is een bijlage toegevoegd (bijlage 5) waarin de werkwijze van het regionale contractmanagement nader is uitgewerkt. In hoofdstuk 4.2 is de tekst onder het kopje ‘samenwerking bij toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid van de geleverde ondersteuning’ nader uitgewerkt. Advies (3.4): Zet ervaringsdeskundigheid in bij inkoop. Borg het ouder- en jongerenperspectief, de clientenparticipatie. In welke rollen en aan welke tafels doen zij daadwerkelijk mee in deze regio? Clienten- en adviesraden halen informatie op bij hun achterbannen, daarnaast zijn er de reguliere klantervaringsonderzoeken.
Advies (3.5): Formuleer doelen voor wat betreft het in de gaten houden en bevorderen van het welbevinden van gezinnen in armoede. Armoede is zeer stress-verhogend en een van de belangrijkste factoren van onvoldoende ouderschap. In ons gesprek heeft u aangegeven dat aan de aanbiederskant de integrale blik sterker ontwikkeld kan worden. Dit betreft de inhoud van de hulp- en dienstverlening van maatwerkvoorzieningen en gaat dus over de kwaliteit en effectiviteit hiervan. Enerzijds is dit een punt om mee te nemen in de evaluatie/analyse ter voorbereiding op de nieuwe inkoop, anderzijds heeft dit punt te maken met de uitvoering van het contractmanagement. De werkwijze van het contractmanagement is verduidelijkt in de regiovisie, zowel in de tekst als door een extra bijlage hierover op te nemen (bijlage 5). Advies (3.7): Organiseer toegang op basis van diagnostiek door hoog specialistische verwijzers die goed zicht hebben op het zorglandschap, zodat hulp/zorgvragers direct op de juiste plek terechtkomen en niet verzeild raken in een willekeurig ander traject. Dit betreft de toegang tot zorg en ondersteuning en is een lokale verantwoordelijkheid. In Gouda loopt de huisartsenpilot: doordat een consulent meer tijd heeft voor een intake en specifieke kennis en expertise heeft op jeugd, investeren we in het direct verwijzen naar passende zorg.
De pilot zal geëvalueerd worden en afhankelijk van de uitkomsten daarvan wordt bekeken op welke wijze dit
pagina 2
vervolg dan wel uitbreiding kan krijgen. Daarnaast hebben we georganiseerd dat de sociale teams basis-ggz aanbieden voor cliënten die deze vorm van hulp nodig hebben. Advies (3.8): Het zou goed zijn dit (‘kwetsbare inwoners’) nader te preciseren. Wij bevelen aan om te spreken over ‘mensen in een kwetsbare positie’ omdat ‘kwetsbare mensen’ als stigmatiserend wordt ervaren. Deze suggestie is overgenomen in de tekst van de regiovisie. Advies (4): Wij adviseren om in het hoofdstuk Governance een helder toezichtarrangement op te nemen. In het gesprek met de gemeente Gouda gaf u aan dat u met een toezichtarrangement bedoelt dat er op dit moment weinig zicht is op wat er met cliënten gebeurt nadat zij ingestroomd in zorg. Hoe is de kwaliteit van de geleverde diensten? Hoe, door wie wordt daar op gestuurd? Wie heeft de regie hierop? Het hoofdstuk Governance betreft de organisatie van de samenwerking tussen de vijf gemeenten. In de regiovisie is de tekst over toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid aangescherpt (Hoofdstuk 4 onder het kopje ‘Samenwerking bij toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid van de geleverde ondersteuning’. Advies (5): Analyseer de financiële prikkels voorafgaand aan het inkoopbeleid.
Zitten er in het systeem perverse fianciele prikkels op de duur van de behandeling, overschakelen op een ander beahndeltraject bij dezelfde aanbieder of op volume (‘clientaantallen’)? Dit advies zal betrokken worden bij de voorbereidingen op de nieuwe inkoop vanaf 2024. In dat kader is het inderdaad wenselijk om scherp te hebben wat de kanttekeningen zijn van het huidige model. Tegelijkertijd acteren we ook nu al op financiële prikkels. In het hoofdstuk H4.3 onder het kopje ‘optimalisatie binnen de huidige inkoop’ is de tekst over de budgetplafonds aangescherpt. Advies (6): Graag zien wij in het nog blanco hoofdstuk 6 deze punten en vragen nader uitgewerkt. De door u geschetste vraagstukken zijn niet uitgewerkt in de regiovisie, omdat deze besparingen een samenspel vormen met het lokale beleid. De financiële effecten van het beleid komen op lokaal niveau samen in de programmabegroting. Lokaal worden keuzes gemaakt over de ‘weging en toegang’ en de maatregelen die moeten leiden tot het beheersbaar houden van de kosten. In hoofdstuk 4.3 over het betaalbaar houden van de maatwerkvoorzieningen is een tekst toegevoegd “Belangrijk is om ook aandacht te houden voor de wisselwerking met het lokale beleid en uitvoering voor het realiseren van kostenbesparingen, de lokale en regionale inzet dienen complementair te zijn”.
Advies (7): Wij pleiten voor het betrekken van clienten (en hun raden), ouders en de samenleving bij het opstellen van het regionaal kader Gebruikelijke Hulp. In de regiovisie is de volgende tekst opgenomen (H4.2 onder het kopje ‘Afbakening is nodig om de zorg en ondersteuning beschikbaar te houden voor wie dat nodig heeft’): “”De zoektocht naar de juiste kaders zal in samenspraak met aanbieders, en verwijzers, cliënten(organisaties), ketenpartners en gemeenteraden gedaan worden en in nauwe samenhang met de opgave rond de afbakening van passend onderwijs en jeugdhulp”. Advies (8): Wat betreft het pleidooi om zorg af te schalen met het oog op beheersbaarheid van de kosten: zorg dat er afgeschaald en geambulantiseerd wordt met behoud van kwaliteit; goedkoop is immers duurkoop. Hebben organisaties voldoende financiele draagkracht en voldoende gekwalificeerd personeel om waar te kunnen maken wat zij beloven te bieden? Hoe wordt dit gemonitord? Betrek de analyse van Rekenkamer Groene Hart bij de inkoop. De keuzevrijheid van clienten moet tot op zekere hoogte blijven bestaan. Wij onderschrijven de visie dat het aantal aanbieders beperkt moet worden in het open-house systeem: toetreden mits een aanbieder iets toevoegt aan het palet en als behouden blijft wat kwalitatief aan de ondersteuningsvraag beantwoordt.
Het college is het met u eens dat de kwaliteit van zorg centraal moet blijven staan. De financiële resultaten van aanbieders zijn onderwerp van gesprek in de contractmanagementgesprekken. Aanbieders met grote winsten krijgen daarbij extra aandacht. Gezien de opbouw van de tarieven is het
pagina 3
niet aannemelijk dat een aanbieder forse winsten kan realiseren zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van zorg. In de regiovisie is de werkwijze van het contractmanagement toegevoegd als bijlage. Tevens is het belang van goede kwaliteit van zorg op verschillende plekken in de regiovisie expliciet beschreven. Advies (9): Niet bezuinigen op de uitgaven (wat kost met minst) maar de vraag met welke regeling de inwoner het best is geholpen moet centraal staan. Het college is het hiermee eens. De regiovisie beoogt een samenwerking tussen de domeinen waarbij passende zorg voor de cliënt voorop staat. Advies (10): Let er op dat de kwaliteit van de zorg niet achteruit gaat bij het uitbreiden van ambulante zorg om kosten te besparen, zet de ambulante zorg goed op de rails. Vaar dus ook in dit opzicht scherper aan de wind! Het college is het hiermee eens. Advies (11): Denk samen met de huisartsen na over het zorglandschap, doorverwijzen, passende zorg, ambulantisering, op- en afschalen en wenselijkheid van GGZ-verpleegkundigen of maatschappelijk werkers in de praktijk. De samenwerking met de huisartsen is een lokale verantwoordelijkheid. In Gouda hebben we de huisartsenpilot waar we investeren in de toegang tot jeugdhulp via de huisarts. Regionaal is het van belang dat we opgebouwde kennis en ervaring met elkaar delen om elkaar op die manier ook te kunnen versterken.
De regiovisie is op dit punt aangescherpt (H3.1). Advies (12): Er is meer regie en afstemming nodig tussen formele en informele zorg. Het initiatief voor afstemming moet wat ons betreft komen vanuit de formele zorg, wij adviseren om daarover afspraken te maken en hier in het uitvoeringsprogramma aandacht aan te besteden. Het college zal dit onderwerp met aanbieders bespreken op de fysieke overlegtafels. Advies (13): Bekijk het concept ‘positieve gezondheid’ en de rol daarin van overheid en inwoner integraal, vanuit verschillende disciplines, samen met inwoners en maatschappelijke partners (lokaal, regionaal, nationaal) die al bezig zijn met preventie en met het stimuleren van positieve gezondheid. Maak het concreet, het lokale preventieakkoord is een goed begin. In hoofdstuk 4.3 onder het kopje ‘Afbakening is nodig om de zorg en ondersteuning beschikbaar te houden voor wie dat nodig heeft’ is het concept van positieve gezondheid toegevoegd: “In de uitwerking van de opgave ‘afbakening’ wordt gebruik gemaakt van het concept van positieve gezondheid.
Positieve gezondheid gaat bijvoorbeeld ook over acceptatie van je situatie en wat is nodig om daarbinnen zo optimaal mogelijk te functioneren, met andere woorden het stellen van reële doelen” In het programma Gedeelde Zorg van zorgaanbieders in Midden-Holland staat de verbinding tussen zorg en sociaal domein en tussen 1e en 2e lijn centraal. In de samenwerkingsvisie zorg en sociaal domein Midden-Holland die in het kader van Gedeelde Zorg is ontwikkeld, staat het concept van positieve gezondheid centraal.
pagina 4
Advies (14): Zorg voor raakvlakken met de Participatiewet en met schulddienstverlening zodat basale zaken als werk en inkomen op orde zijn. Dit betreft een lokale verantwoordelijkheid en is derhalve niet opgenomen in de regiovisie. In hoofdstuk 1 is de samenhang tussen de regiovisie en lokaal beleid verduidelijkt. .
Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Gouda, de secretaris a.i., de burgemeester,
B. van Spréw
mr. drs. P. Verhoeve
pagina 5