Bijlage 2. antwoorden ketenpartners
Tekst van het document
Bijlage 2: Antwoorden vragen door ketenpartners Jeugdbescherming West “Wij zijn met regelmaat betrokken als GI met een JR kader bij deze doelgroep. Vanuit ons kader verantwoordelijk om te zorgen dat de jongeren goed uitstroomt. Invoegt in de maatschappij en daarbij gebruik kan maken van de juiste hulpverlening. Nazorg overleggen zijn ingericht en dat proces loopt landelijk gezien, belangrijk dat de verbinding er is tussen partijen om juist via het nazorgoverleg dit te organiseren zodat er juiste stappen worden gezet voor deze jongere.” Zorg- en Veiligheidshuis “Voor ons zijn er eigenlijk 2 grote uitdagingen in de uitstroom van jongeren uit detentie. 1.
Passende huisvesting, met name bij de complexe doelgroep.
2. Jongeren die zonder kader naar buiten komen en niet openstaan voor het aanbod wat gedaan wordt. Pas bij het ontstaan van noodzaak ontstaat regelmatig de hulpvraag waardoor je in een te laat stadium nog actief moet worden. De ketensamenwerking en het gemeenschappelijk belang om patronen te doorbreken en de kennis actueel houden is een doorlopende uitdaging waar we ons op richten. Vastigheid in deelname en kennis bij partner is een aandachtspunt waar we vanuit het Veiligheidshuis veel aandacht op leggen bijvoorbeeld door het geven van voorlichtingen aan gemeenten. We staan met de procesregisseurs en informatiecoördinatoren in nauwe verbinding met onze voornaamste partners (DJI, Reclassering, gemeente, Exodus, LDH). De kansen liggen vaak in het mandaat om besluiten te nemen voor bijvoorbeeld financiering voor passende zorg.” Reclassering Nederland “De grootste kans die ik zie is dat er vanuit gemeente (via ZVH in HM) vroegtijdig en structureel contact wordt gelegd met de casemanagers in de verschillende PI’s. De casemanager is in de lead in dit proces en via deze lijn kan er vroegtijdig een plan van aanpak worden opgesteld en worden samengewerkt (en taken verdeeld) om de nazorg zo goed mogelijk voor te bereiden en (na detentie) vorm te geven. Ik heb van het ZVH begrepen dat dit in praktijk ook gebeurt.
Vanuit het perspectief van de reclassering zijn wij betrokken bij de nazorg van (volwassen) exgedetineerden met een justitiële titel en waar zij dus een opdracht voor hebben gekregen. Dat kan in het kader zijn van een voorwaardelijke veroordeling na detentie of in het kader van detentiefasering (bijvoorbeeld een VI-periode waar bijzondere voorwaarden aan verbonden zijn). Zonder dit justitiele kader heeft de reclassering geen bemoeienis bij de nazorg en valt dit onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Daarom is de vroegtijdige samenwerking met de casemanager hierin van groot belang. Wij benadrukken hierbij dat het beeld ook wel eens leeft dat wanneer er wel een justitiele titel is, dat de reclassering dan ook van ‘alles’ is. Het klopt dat wij dan regie voeren over dit nazorgtraject, wij ook forensische zorg regelmatig in kunnen schakelen, maar wij de gemeente ook nodig hebben voor bijvoorbeeld zaken als uitkering en huisvesting of soms andersoortige zorgtrajecten (schuldbemiddeling bijv.)”
Raad voor de kinderbescherming (RvdK) “De RvdK heeft een wettelijke taak rondom nazorg voor minderjarigen (en ASR-jongeren) die in een JJI zijn ingestroomd. Dit houdt concreet in dat de RvdK voor alle jeugd die instroomt een nazorgtafel organiseert waarbij de diverse betrokken ketenpartners worden uitgenodigd. Dit geldt nadrukkelijk ook voor de gemeente van herkomst. Hiervoor zijn in 2025 de samenwerkingsafspraken nazorg opgesteld en verzonden naar alle ketenpartners. Deze zijn inmiddels door bijna alle partners ondertekend (waaronder de gemeente Gouda). Deze nazorg overleggen zijn anders van opzet dan tot op heden de gangbare praktijk was. De RvdK wil deze nieuwe vorm begin 2026 verder gaan uitrollen. Bij jongeren van 18 jaar en ouder die volgens het volwassenstrafrecht zijn berecht heeft de RvdK in principe geen bemoeienis. De RvdK ziet als grootste uitdaging om de benodigde hulp voor jongeren die uitstromen, tijdig beschikbaar te hebben. Idealiter sluit dit aan op de uitstroomdatum van de jeugdigen. Een jongere die uit detentie komt heeft dan direct passende hulp, waardoor de kans op terugval of recidive zo klein mogelijk wordt gemaakt. Daarnaast is het hebben van een passende dagbesteding (scholing of werk) een belangrijke voorwaarde om jongeren te helpen niet te recidiveren. Hiervoor ziet de RvdK ook een belangrijke rol voor de betrokken gemeenten.
De RvdK verwacht door de nieuwe opzet van de nazorgtafels, waarbij de direct betrokkenen aan tafel zitten, dat de lijnen tussen de diverse partijen korter worden, waardoor de jongere sneller en beter geholpen kan worden.”
pagina 2