CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Akte van statutenwijziging Stichting Klasse - 2014

Raadsvergadering 21 mei 2025, gemeente GoudaBij agendapunt: Herbenoeming lid Raad van Toezicht Stichting Klasse 2025 (Hamerstuk)8.036 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VaoDoorne @ Advocaten • Notarissen • Fiscalisten

AFSCHRIFT van de akte van statutenwijziging Stichting KLASSE de dato 27 februari 2014

verleden voor een waarnemer van mr. Saskia Laseur-Eelman, notaris te Amsterdam

SUMN/h/h/60012804 VAN DOORNE N.V.

AKTE VAN STATUTENWIJZIGING STICHTING KLASSE

Heden, zevenentwintig februari tweeduizend veertien verschijnt voor mij, mr. Frederike van Harskamp, kandidaat-notaris, hierna te noemen: "notaris", als waarnemer van mr. Saskia Laseur-Eelman, notaris te Amsterdam: de heer mr. Martijn Folkert Nolen, geboren te Den Haag op twaalf januari negentienhonderd zevenenzeventig, met kantooradres 1081 KM Amsterdam, Jachthavenweg 121. De verschenen persoon verklaart dat: het bestuur van de stichting: Stichting KLASSE, statutair gevestigd te Gemeente Bodegraven-Reeuwijk,

met adres: 2806

BJ Gouda,

Kamemelksloot 110,

ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder dossiernummer: 24378407, hierna te noemen: de "stichting", op achttien november tweeduizend dertien met inachtneming van statutaire voorschriften heeft besloten de statuten van de stichting algeheel te wijzigen, van welk besluit blijkt uit de notulen van de betreffende vergadering, waarvan een exemplaar aan deze akte zal worden gehecht (Bijlage): het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan van de stichting op negentien december tweeduizend dertien het voormelde besluit tot statutenwijziging heeft goedgekeurd, van welke goedkeuring blijkt uit de notulen van de betreffende vergadering, waarvan een uittreksel aan deze akte zal worden gehecht (Bijlage): de voorzitter van het bestuur een machtiging aan de verschenen persoon heeft verleend om deze akte te doen passeren, van welke machtiging blijkt uit een door de voorzitter ondertekende verklaring, waarvan een exemplaar aan deze akte zal worden gehecht (Bijlage): de statuten van de stichting laatstelijk zijn vastgesteld bij akte van statutenwijziging op dertien december tweeduizend twaalf, verleden voor mr. Saskia LaseurEelman, notaris te Amsterdam. De verschenen persoon, handelend als vermeld, verklaart de statuten bij deze algeheel te wijzigen als volgt: STATUTEN Artikel Begripsbepalingen 1. In deze statuten wordt verstaan onder: a.

bewoegd gezag: de hierna te noemen stichting;

AFSCHRIFT_60012804_1151153v1_Akte van statutenwijziging Stichting Klasse

c.

e.

9-

2.

3.

4.

5.

colSege van isestyur: het bestuur in de zin van de wet, tevens het orgaan dat het bevoegd gezag als bedoeld in de WPO en de WEC vertegenwoordigt en daarmee de functie bestuur als bedoeld in artikel 17a WPO en artikel 28g WEC vervullen; deelnemende gemeenten: de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen en Woerden, welke met betrekking tot het openbaar primair en speciaal onderwijs allen deelnemen aan de ter zake tussen hen geldende gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen voor het toezicht op het openbaar primair en speciaal onderwijs te Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen en Woerden; gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan: het door de raden van de deelnemende gemeenten krachtens voormelde gemeenschappelijke regeling ingesteld orgaan dat namens deze raden is belast met de in die gemeenschappelijke regeling benoemde uitoefening van de aan die raden krachtens de WPO en de WEC toekomende taken en bevoegdheden; gemeenschappelijke medezeggenschapsraad: de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad als bedoeld in de Wet medezeggenschap scholen; raad van toezicht: het orgaan dat belast is met het intern toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting in de zin van artikel 17c WPO en artikel 28i WEC; scholen: de door de stichting in stand gehouden scholen voor openbaar primair en

speciaal (voortgezet) onderwijs; stichting: Stichting Klasse; de WPO: de Wet op het primair onderwijs; de WEC: de Wet op de expertisecentra.

JDe gemeenteraden hebben de op grond van de WPO en de WEC aan hen toekomende taken en bevoegdheden ten aanzien van de stichting vastgelegd en toebedeeld aan het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan. Indien de daartoe vastgestelde of opvolgende gemeenschappelijke regeling voor het toezicht op het openbaar primair en speciaal onderwijs wordt opgeheven dan wel (een deel van) de in voorgaande zin bedoelde bevoegdheden niet langer is toebedeeld dient men overal waar in deze statuten wordt gesproken van "gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan" te lezen "gemeenteraad/gemeenteraden" voor zover de stichting in de desbetreffende gemeente(n) een school voor openbaar onderwijs in stand houdt. Schriftelijk (bericht): elk via gangbare communicatiekanalen overgebracht formeel bericht, daaronder begrepen een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht, gericht aan of afkomstig van het adres dat voor dit doel bekend is gemaakt. Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar een begrip of woord in het enkelvoud een verwijzing naar de meervoudsvorm van dit begrip of woord in en omgekeerd. Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar het

AFSCHRIFT. 60012804J151153v1_Akte van statutenwijziging Stichting Klasse

mannelijke geslacht een verwijzing naar het vrouwelijke geslacht in en omgekeerd. Naam en zetel Artikel 2 1. De stichting draagt de naam: Stichting Klasse. 2. De stichting heeft haar zetel in de gemeente Gouda.

Doelen middelen Artikels 1. De stichting heeft tot doel het geven van openbaar primair en speciaal (voortgezet) onderwijs overeenkomstig artikel 46 WPO en artikel 49 WEC. 2. Zij tracht dit doel te bereiken door middel van het in stand houden en stichten van openbare scholen voor primair en speciaal onderwijs, het bieden van kwalitatief hoogwaardig onderwijs, rekening houdend met de belangen van de verschillende betrokkenen, daarbij communicerend met de samenleving en actief inspelend op ontwikkelingen die voor de maatschappij en (de inrichting van het onderwijs op) de scholen van groot belang zijn. 3. De stichting hanteert alle wettige middelen die kunnen bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstelling, de verwerving van de daartoe benodigde middelen bij overheden, bedrijven, fondsen, financiële instellingen en particulieren inbegrepen. Eventuele erfstellingen worden slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard. 4. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 148 lid 1 WPO en artikel 143 lid 1 WEC besteedt de stichting de aan haar door het Rijk krachtens de onderwijswetgeving verstrekte bekostiging en door het Rijk betaalde bedragen aan het geven van onderwijs. De bekostiging en de bedragen bedoeld in artikel 148 WPO en artikel 143 WEC worden niet aangewend voor contractactiviteiten of andere activiteiten die niet passen bij het geven van onderwijs.

Voor zover sprake is van een verkrijging van andere middelen dan hiervoor in dit lid bedoeld, worden die middelen aangewend overeenkomstig het doel waarvoor ze zijn verkregen en met inachtneming van de doelstelling van de stichting. 5. De stichting draagt overeenkomstig de onderwijswetgeving zorg voor een rechtmatige verwerving en een doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen, alsmede een rechtmatig financieel beheer. De stichting neemt daarbij de voor de sector geldende en al dan niet in wet- en regelgeving uitgewerkte normen voor financieel beheer en verslaglegging in acht en onthoudt zich in dat kader van: a. het beleggen in financiële producten met een hoog risicoprofiel (waaronder begrepen derivaten); en, b. het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen voor zover dat niet past binnen de voor het onderwijs geldende regels voor de voorziening in de huisvesting van het onderwijs. 6. De stichting beoogt niet het maken van winst. Organisatiestructuur AFSCHRIFT. 60012804J151153v1_Akte van statutenwijziging Stichting Klasse

Artikel 4 ■ De stichting kent als civielrechtelijke organen: 1. a. het college van bestuur dat belast is met het bestuur van de stichting; en, — b. de raad van toezicht die belast is met de functie intern toezicht als bedoeld in artikel 17c WPO en artikel 28i WEC en als intern toezichthouder toezicht houdt op het functioneren van het bestuur en op de algemene gang van zaken binnen de stichting. 2. De stichting kent tevens een directeurenberaad, bestaande uit één of meerdere schooldirecteuren. Aan ieder van de schooldirecteuren kunnen voorbereidende en uitvoerende taken en bevoegdheden van het bestuur worden opgedragen. 3. Bij de invulling van de scheiding van de in lid 1 beschreven functies, richt het college van bestuur zich bij de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden op draagvlak binnen het directeurenberaad en neemt de raad van toezicht de taken en bevoegdheden en de daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheden van het college van bestuur in acht. College van bestuur; samenstelling en benoeming Artikel S 1. Het bestuur van de stichting is opgedragen aan het college van bestuur. Het college van bestuur bestaat uit ten minste twee natuurlijke personen. Het aantal leden van het college van bestuur wordt door de raad van toezicht vastgesteld. — 2. De leden van het college van bestuur worden benoemd door de raad van toezicht.

De raad van toezicht benoemt één van de leden van het college van bestuur tot voorzitter. 3. Benoeming vindt plaats aan de hand van een door de raad van toezicht, na verkregen advies van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad, vast te stellen (openbare) profielschets en werving- en selectieprocedure. De profielschets beschrijft de gewenste kwaliteiten en competenties waaraan een lid van het college van bestuur dient te voldoen. De profielschets en de werving- en selectieprocedure worden aan het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan ter kennisgeving gezonden. 4. Leden van het college van bestuur worden benoemd voor een periode van vier jaar en kunnen daarna voor telkens een periode van vier jaar worden herbenoemd. — 5. De vaststelling van het (eventuele) salaris en de regeling van de overige arbeidsvoorwaarden van de leden van het college van bestuur geschiedt door de raad van toezicht. Bij de vaststelling van de bezoldiging en de arbeidsvoorwaarden wordt aangesloten bij de voor bestuurders in de onderwijssector geldende (centrale) arbeidsvoorwaarden en wordt de wet- en regelgeving omtrent de beloning van topfunctionarissen in de (semi-) publieke sector in acht genomen. — 6. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. In geval van vacatures behoudt het college van bestuur zijn bevoegdheden. 7.

Leden van het college van bestuur zijn gehouden om op onafhankelijke wijze het belang van de stichting te dienen. Alle leden van het college van bestuur vervullen hun taak zonder last en ruggespraak. AFSCHRIFT_60012804_1151153v1_Akte van statutenwijziging Stichting Klasse

8.

De leden van het college van bestuur worden periodiek beoordeeld door de raad van toezicht. De wijze waarop deze beoordeling plaatsvindt, wordt nader uitgewerkt in het bestuursreglement. 9. Leden van het college van bestuur vervullen geen nevenfuncties die conflicterend zijn met het doel van de stichting. In het jaarverslag worden alle werkgebonden nevenfuncties van de leden van het college van bestuur vermeld. College van bestuur; schorsing en ontslag; defungeren, belet en ontstentenis Artikel 6 1. De leden van het college van bestuur kunnen door de raad van toezicht worden geschorsten ontslagen. 2. Indien een lid van het college van bestuur is geschorst, dient de raad van toezicht binnen drie maanden na ingang van de schorsing te besluiten tot ontslag dan wel tot opheffing of verlenging van de schorsing. Bij gebreke van een besluit als bedoeld in de vorige zin, vervalt de schorsing. Een besluit tot verlenging van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden verlengd voor drie maanden, ingaande op de dag waarop de raad van toezicht het besluit tot verlenging heeft genomen. 3. Het lid van het college van bestuur dat is geschorst, wordt in de gelegenheid gesteld zich in de vergadering van de raad van toezicht te verantwoorden en zich daarbij door een raadsman te laten bijstaan.

Een besluit tot ontslag wordt niet genomen dan nadat het lid van het college van bestuur over wiens ontslag wordt besloten vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord. 4. Een lid van het college van bestuur defungeert voorts: a. door het verlies van het vrije beheer of de vrije beschikking over zijn gehele vermogen; b. door zijn vrijwillig aftreden; — c. bij einde van zijn dienstverband met de stichting of door het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming, d. door zijn ontslag door de rechtbank; e. door zijn overlijden. 5. Ingeval van ontstentenis of belet van één of meer leden van het college van bestuwr, berust het bestuur tijdelijk bij de overblijvende leden of het overblijvende lid van het college van bestuur. Ingeval van ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur berust het bestuur tijdelijk bij één of meer door de raad van toezicht - al dan niet uit zijn midden - aan te wijzen personen, onverminderd de verplichting voor de raad van toezicht zo spoedig mogelijk in het bestuur te voorzien. 6. Het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan is in geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur of functioneren van het college van bestuur in strijd met de wet, bevoegd zelf te voorzien in het bestuur 5 AFSCHRIFT. 60012804_1151153v1_Akte van statutenwijziging Stichting Klasse

overeenkomstig artikel 48 lid 11 WPO en artikel 51 lid 11 WEC met dien verstande dat - behoudens de situatie dat uitstel niet in het belang van de stichting is - het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan eerst overleg pleegt met het college van bestuur en de raad van toezicht. College van bestuur; taken en bevoegdheden Artikel? 1. Het college van bestuur is belast met het besturen van de stichting, onder toezicht van de raad van toezicht. Aan het college van bestuur komen in de stichting alle taken en bevoegdheden toe, die aan de stichting als bevoegd gezag toekomen en die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen. 2. Bij de vervulling van zijn taken en bevoegdheden richt het college van bestuur zich naar het doei en het belang van de stichting en de door de stichting in stand gehouden scholen, alsmede het belang van de samenleving. 3. Het college van bestuur is slechts na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.

Op het ontbreken van de goedkeuring van de raad van toezicht kan jegens derden een beroep worden gedaan. Bij de besluitvorming casu quo de goedkeuring als bedoeld in de eerste zin van dit lid nemen het college van bestuur respectievelijk de raad van toezicht de in de WPO en de WEC ter zake opgenomen bepalingen in acht, waaronder in het bijzonder de artikelen 106 en 110 WPO en de artikelen 105 en 108 WEC. 4. Voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht is verder vereist voor bestuursbesluiten tot: a. het vaststellen van het strategisch (meerjaren)beleidsplan en de bijbehorende (meerjaren)begroting; b. het aangaan van verplichtingen (waaronder subsidieof investeringsverplichtingen) en het doen van bestedingen en investeringen die niet zijn voorzien in de begroting en een bij bestuursreglement te bepalen bedrag te boven gaan; c. de vaststelling van de jaarrekening en het jaarverslag, met dien verstande dat deze goedkeuring niet wordt verleend voordat de raad van toezicht kennis heeft genomen van de bevindingen van de accountant; d. het aangaan, wijzigen en verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon of organisatie indien die samenwerking van ingrijpende betekenis is voor de stichting; e.

het verkrijgen, wijzigen of beëindigen van een deelneming of zeggenschap in een andere rechtspersoon en het oprichten van een andere rechtspersoon alsmede het aangaan van een vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap; f. het aanvragen van faillissement en surseance van betaling; 6 AFSCHRIFT_60012804_1151153v1_Akte van statutenwijziging Stichting Klasse

g.

het vaststellen en wijzigen van reglementen als bedoeld in deze statuten, daaronder in elk geval begrepen het managementstatuut in de zin van artikel 31c WPO en artikel 31 WEC en het bestuursreglement;

h.

(het aanvaarden van) een bestuursoverdracht, samenvoeging of splitsing van een school, met inachtneming van het bepaalde in artikel 19 van deze statuten;

i.

tot oprichting, opheffing en wijziging van de grondslag van de school;

j.

het aangaan van rechtshandelingen waarbij een of meer leden van het college van bestuur een belang hebben dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting of de door de stichting in stand gehouden scholen;

k.

het wijzigen van de statuten en het ontbinden van de stichting, waaronder

I.

tot juridische fusie of juridische splitsing.

begrepen de bestemming van het batig saldo; 5.

Het college van bestuur legt aan de raad van toezicht verantwoording af over het gevoerde beleid. In dat kader verstrekt het college van bestuur de raad van toezicht gevraagd en ongevraagd alle informatie omtrent alle onderwerpen de stichting betreffende die voor een goed functioneren van de raad van toezicht naar het oordeel van de raad van toezicht nodig of dienstig zijn.

College van bestuur; vergadering en besluitvorming

Artikel 8 1.

leder lid van het college van bestuur heeft het recht op het uitbrengen van één stem. Het college van bestuur streeft in zijn besluitvorming naar consensus. Indien geen consensus wordt bereikt, kan de voorzitter van het college van bestuur, indien dit in het belang van de stichting wenselijk is, een doorslaggevende stem uitoefenen. In een reglement wordt nader uitgewerkt hoe met deze situatie wordt omgegaan.

2.

Geldige besluiten kunnen alsdan slechts genomen worden indien ten minste de helft van het aantal leden van het college van bestuur ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. Een lid van het college van bestuur kan zich ter vergadering door een schriftelijk gevolmachtigd ander lid van het college van bestuur doen vertegenwoordigen.

3.

Besluiten van het college van bestuur kunnen ook buiten vergadering tot stand komen, mits dit schriftelijk geschiedt en alle leden zich voor het desbetreffende voorstel uitspreken. Zodanige besluiten, alsmede bescheiden waaruit het nemen van een zodanig besluit blijkt, worden aan de notulen toegevoegd.

4.

Het college van bestuur zal met inachtneming van deze statuten, een bestuursreglement opstellen waarin de overige vergader- en werkwijze en de wijze waarop de door het college van bestuur te nemen besluiten tot stand komen, alsmede de eventuele onderlinge verdeling van taken, nader worden geregeld. —

5.

Besluiten van het college van bestuur zijn openbaar, tenzij de besluiten zijn terug te herleiden op individuele personen, of het belang van de stichting door openbaarmaking onevenredig zou worden geschaad.

College van tsestyyr; vertegenwoordiging AFSCHRIFT.60012804_1151153v1_Akte van statutenwijziging Stichting Klasse

Artikel 9 1. De stichting wordt vertegenwoordigd door het college van bestuur. Daarnaast wordt de stichting vertegenwoordigd door ieder van de leden van het college van bestuur afzonderlijk. 2. In alle gevallen waarin een of meer leden van het college van bestuur een tegenstrijdig belang met de stichting heeft of hebben, dan wel er sprake is van een verstrengeling van belangen, wordt de stichting niettemin vertegenwoordigd op de wijze als bepaald in lid 1, doch met inachtneming van het bepaalde in artikel 7 lid 4 su b j. 3. Krachtens besluit van het college van bestuur kan aan een of meer schooldirecteuren of andere personen een volmacht worden verleend om de stichting te vertegenwoordigen. De gevolmachtigde vertegenwoordigt de stichting met inachtneming van de grenzen van zijn volmacht. Raad van toeziclit; samenstelling en benoeming Artikel 10 1. De raad van toezicht bestaat uit een door de raad van toezicht te bepalen aantal leden van ten minste vijf natuurlijke personen. 2. De leden van de raad van toezicht worden benoemd (en herbenoemd) door het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan, met inachtneming van de voordrachtsrechten als hierna bepaald. 3.

De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor één zetel in de raad van toezicht, waarbij geldt dat bij het opmaken van deze voordracht ten minste de meerderheid van de oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad met die voordracht dient in te stemmen. 4. Tevens wordt de oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad afzonderlijk in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor één zetel in de raad van toezicht. Indien de raad van toezicht uit zes of zeven personen bestaat, wordt de oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad in de gelegenheid gesteld een extra bindende voordracht te doen voor een tweede zetel in de raad van toezicht. 5. Voor de zetels in de raad van toezicht ten aanzien waarvan de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en de oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad een hen toekomend voordrachtsrecht niet hebben uitgeoefend binnen drie maanden na daartoe door de raad van toezicht te zijn uitgenodigd, heeft de raad van toezicht een voord rachtsrecht, doch slechts voor één zittingsperiode.

Voor de zetels in de raad van toezicht waarvoor de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en de oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad geen voordrachtsrecht hebben, heeft de raad van toezicht eveneens een voordrachtsrecht. 6. De voordrachten als hiervoor in dit artikel bepaald en de benoemingen geschieden allen met inachtneming van een door de raad van toezicht opgestelde werving- en AFSCHRIFT_60012804_1151153v1_Akte van statutenwijziging Stichting Klasse

7.

8.

9.

10.

selectieprocedure, tevens omvattende een profielschets waarin de competenties van de raad van toezicht en de afzonderlijke leden van de raad van toezicht worden beschreven. De profielschets is openbaar. De werving- en selectieprocedure gaat in elk geval specifiek in op de functie van de voorzitter van de raad van toezicht. De werving- en selectieprocedure kan inhouden dat een werving en selectiecommissie wordt ingesteld en dat deze commissie bestaat uit leden van de raad van toezicht, leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en/of derden. De werving- en selectieprocedure wordt vastgesteld door de raad van toezicht gehoord het bestuur, na advies van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en na het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan te hebben geïnformeerd. De samenstelling van de raad van toezicht is dusdanig dat de leden ten opzichte van elkaar, de bestuurder en welk deelbelang ook onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. De leden van de raad van toezicht vervullen hun taak zonder mandaat en onafhankelijk van bij de stichting en de scholen betrokken deelbelangen. Tot leden van de raad van toezicht kunnen niet worden benoemd personen die de functie van bestuurder of schoolleider vervullen bij een andere school voor primair of speciaal onderwijs in de regio waar de stichting actief is.

De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar met inachtneming van het hierna in dit lid bepaalde. Aftreden geschiedt na het eindigen van de periode waarvoor men benoemd is, op de datum van de eerstvolgende vergadering van het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan na afloop van de benoemingstermijn en met in achtneming van een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een in een tussentijdse vacature benoemd lid van de raad van toezicht neemt op het rooster de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk (daaronder begrepen op de datum van de eerstvolgende vergadering van het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan na afloop van de benoemingstermijn) herbenoembaar voor een periode van maximaal vier jaar, rekening houdende met de omstandigheid dat niemand langer dan acht jaar aaneengesloten lid van de raad van toezicht kan zijn. De eventuele vergoedingen aan de leden van de raad van toezicht worden door de raad van toezicht vastgesteld en zijn gebaseerd op een door de raad van toezicht ter zake vast te stellen regeling.

Bij de vaststelling van de (onkosten)vergoedingen wordt aangesloten bij de voor toezichthouders in de onderwijssector geldende normen en de wet- en regelgeving omtrent de beloning van topfunctionarissen in de (semi-)publieke sector. Jaarlijks wordt door de raad van toezicht in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van het bepaalde in de vorige volzinnen zijn toegekend aan de leden van de raad van toezicht. De leden van de raad van toezicht worden periodiek beoordeeld door de raad van toezicht. Eenmaal per jaar evalueert de raad van toezicht voorts zijn functioneren

AFSCHRIFT_60012804_1151153v1_Akte van statutenwijziging Stichting Klasse

als zodanig. De wijze waarop de beoordelingen plaatsvindt wordt nader uitgewerkt in het reglement raad van toezicht. 11. Ten minste één keer per jaar vergadert de raad van toezicht in afwezigheid van het college van bestuur. In deze vergadering komen aan de orde: a. het onderlinge functioneren van de raad van toezicht; en b. het functioneren van het college van bestuur. De voorzitter van de raad van toezicht doet tezamen met een ander lid van de raad van toezicht verslag van de uitkomst aan het college van bestuur. 12. Leden van de raad van toezicht vervullen geen nevenfuncties die conflicterend zijn met het doel van de stichting. In het jaarverslag worden alle nevenfuncties van de leden van de raad van toezicht vermeld. Raad van toezicht; schorsing, ontsiag, defungeren en ontstentenis Artikel 11 1. Een lid van de raad van toezicht kan te allen tijde - en al dan niet op voordracht van de raad van toezicht - worden ontslagen door het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan. Het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan hoort de raad van toezicht alvorens tot ontslag van één of meer leden van de raad van toezicht te besluiten. Het betreffende lid van de raad van toezicht wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman.

De raad van toezicht brengt aan het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan verslag uit van bedoelde verantwoording van het betreffende lid. 2. Een lid van de raad van toezicht kan te allen tijde worden geschorst door de raad van toezicht en/of het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan, ook wanneer hij voor bepaalde tijd is benoemd. Het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan hoort de raad van toezicht alvorens tot schorsing van een of meer leden van de raad van toezicht te besluiten. Hij wordt voorafgaand aan het schorsingsbesluit in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. De raad van toezicht brengt aan het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan verslag uit van bedoelde verantwoording van het betreffende lid. 3. Indien een lid van de raad van toezicht is geschorst, dient het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan - al dan niet op voordracht van de raad van toezicht binnen drie maanden na ingang van de schorsing te besluiten tot ontslag van het lid dan wel tot opheffing of verlenging van de schorsing. Bij gebreke van een besluit als bedoeld in de vorige zin, vervalt de schorsing.

Een besluit tot verlenging van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden verlengd voor drie maanden, ingaande op de dag waarop de raad van toezicht het besluit tot verlenging heeft genomen. 4. Een lid van de raad van toezicht defungeert voorts: a. door het verlies van het vrije beheer of de vrije beschikking over zijn AFSCHRIFT_60012804_1151153v1_Akte van statutenwijziging Stichting Klasse

10

vermogen; b. door zijn vrijwillig aftreden; c. door het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming; d. door zijn ontslag; e. door zijn overlijden. 5. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. In geval van vacatures behoudt de raad van toezicht zijn bevoegdheden. 6. In geval van ontstentenis of belet van één of meer leden van de raad van toezicht nemen de overblijvende leden, of neemt het overblijvende lid, de voltallige taken van de raad van toezicht waar. Een niet voltallige raad van toezicht blijft volledig bevoegd. 7. In geval van ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht en het niet binnen zes maanden door het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan benoemen van nieuwe leden van de raad van toezicht of de aanwijzing door het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan van een persoon die de taken van de raad van toezicht waarneemt, geschiedt onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 299 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek de benoeming door de rechtbank van het arrondissement waar de stichting statutair is gevestigd op verzoek van de meest gerede belanghebbende. Raad wan toezicht; taken en bevoegdheden Artikel 12 1.

De raad van toezicht heeft tot taak (intern) toezicht te houden op de verwezenlijking van grondslag en doelstelling van de stichting, het beleid van het college van bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting en de door haar in stand gehouden scholen. De raad van toezicht staat het college van bestuur met raad terzijde, fungeert als klankbord en kan het college van bestuur gevraagd en ongevraagd adviseren. 2. Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting en de door de stichting in stand gehouden scholen, alsmede het belang van de samenleving. 3. De raad van toezicht kan met inachtneming van deze statuten een reglement opstellen, waarin de verdeling van zijn taak over de verschillende leden wordt geregeld. Ook overigens kan de raad van toezicht zijn werkzaamheden en al wat zijn functioneren betreft nader bij dit reglement regelen. 4. De taken en bevoegdheden van de raad van toezicht zijn zodanig dat de raad van toezicht een deugdelijk en onafhankelijk toezicht kan uitoefenen. De raad van toezicht is ten minste belast met: a. het goedkeuren van de (meerjaren)begroting, het jaarverslag en het strategisch (meerjaren)beleidsplan van de stichting, alsmede het adviseren inzake besluiten van het college van bestuur als genoemd in artikel 7; b.

het toezien op de verwezenlijking van de grondslag en de doelstelling van de stichting, het bereiken van de doelen en gewenste resultaten (onder AFSCHRIFT_60012804_1151153v1_Akte van statutenwijziging Stichting Klasse

11

meer op het gebied van onderwijskwaliteit) en het belang van de samenleving; c. het houden van toezicht op het functioneren van het college van bestuur en het toezien op de naleving door het college van bestuur van de wettelijke verplichtingen, de code voor goed bestuur als bedoeld in artikel 171 lid 1 onder a WPO en artikel 157 lid 1 onder a WEC en de redenen voor eventuele afwijkingen van die code; d. het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de financiële middelen; e. het aanwijzen van de accountant. 5. De raad van toezicht kan besluiten dat indien het belang van een rechtshandeling als bedoeld in dit artikel beneden een door de raad van toezicht vast te stellen grens blijft, goedkeuring door de raad van toezicht niet is vereist. 6. De raad van toezicht legt jaarlijks verantwoording af over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden als hiervoor genoemd, in het jaarverslag van de stichting. 7. De leden van de raad van toezicht kunnen ter uitoefening van de toezichthoudende taak het college van bestuur aanwijzingen geven omtrent de soort te verschaffen informatie, alsmede omtrent de wijze en frequentie van de informatieverstrekking door het college van bestuur.

Het college van bestuur voorziet de raad van toezicht ten minste van relevante extern ontwikkelde informatie over het functioneren van de scholen, zoals benchmarkgegevens, rapporten van de Inspectie van het Onderwijs en externe audits, alsmede in ieder geval van de resultaten van tevredenheidsonderzoeken, de dialoog daarover en de verbetermaatregelen die eruit voortvloeien. Raad van toezicht; vergadering en werkwijze Artikel 13 1. De raad van toezicht vergadert ten minste vier keer per jaar en voorts zo dikwijls de voorzitter of twee of meer leden van de raad van toezicht dit wenselijk acht(en). 2. De oproeping tot de vergadering van de raad van toezicht geschiedt schriftelijk aan ieder lid van de raad van toezicht, in opdracht van degene(n) die het houden van de vergadering heeft of hebben verlangd. De bijeenroeping vermeldt de plaats en het tijdstip van de vergadering en de in de vergadering te behandelen onderwerpen. 3. De termijn van oproeping bedraagt ten minste zeven dagen, de dag van oproeping t'

4.

5.

en die van vergadering niet meegerekend. De voorzitter van de raad van toezicht kan de termijn van oproeping verkorten. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter of bij diens ontstentenis of afwezigheid door zijn plaatsvervanger, die dan ad hoc door de vergadering en alleen voor die vergadering wordt benoemd. De voorzitter wijst een notulist aan. — De leden van het college van bestuur wonen de vergadering van de raad van toezicht bij en hebben een adviserende stem, tenzij de raad van toezicht uitdrukkelijk anders bepaalt.

AFSCHRIFT, 60012804_1151153v1_Akte van statutenwijziging Stichting Klasse

12

Een lid van de raad van toezicht kan zich ter vergadering door een schriftelijk gevolmachtigd ander lid van de raad van toezicht doen vertegenwoordigen. 7.

In de vergadering van de raad van toezicht heeft ieder lid recht op het uitbrengen van één stem. Voor zover de statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle besluiten van de raad van toezicht genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.

8.

Geldige besluiten kunnen slechts worden genomen, indien alle leden van de raad van toezicht met inachtneming van het hiervoor bepaalde zijn opgeroepen en meer dan de helft van alle leden van de raad van toezicht ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. Indien de voorschriften omtrent de oproeping niet in acht zijn genomen, kunnen niettemin geldige besluiten worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn.

9.

Besluiten van de raad van toezicht kunnen ook buiten vergadering tot stand komen, mits dit schriftelijk geschiedt en alle leden van de raad van toezicht zich voor

het desbetreffende

voorstel uitspreken. Zodanige besluiten

alsmede

bescheiden waaruit het nemen van een zodanig besluit blijkt, worden aan de notu len toegevoegd.

10.

De vergaderingen van de raad van toezicht zijn openbaar. De raad van toezicht kan besluiten te vergaderen achter gesloten deuren als er sprake is van een zwaarwegender belang dan het belang van openbaarheid

11.

De overige regeling van de werkwijze en besluitvorming van de raad van toezicht kan in een reglement geschieden.

Directeurenberaad Artikel 14 1.

Het college van bestuur is bevoegd schooldirecteuren te benoemen (aan te stellen), te schorsen en te ontslaan. De schooldirecteuren

vormen

het

directeurenberaad. Het directeurenberaad wordt voorgezeten door de voorzitter van het college van bestuur en heeft een adviserende functie naar het college van bestuur. 2.

De taken en bevoegdheden van de individuele schooldirecteuren, de omvang van het bijbehorend mandaat en eventuele volmacht tot vertegenwoordiging, alsmede de werkwijze worden door

het college van

bestuur vastgelegd

in het

managementstatuut. 3.

De schooldirecteuren leggen gezamenlijk en individueel verantwoording af aan het college van bestuur.

Boekjaar en Jaarstukken

Artikel 15 1.

Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.

2.

Het college van bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting zodanige aantekeningen te houden, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.

3.

Het college van bestuur stelt jaarlijks, vóór een door de raad van toezicht te 13

AFSCHRIFT, 60012804_1151153v1_Akte van statutenwijziging Stichting Klasse

bepalen tijdstip, echter uiterlijk twee maanden voor het einde van het lopende boekjaar, een begroting op voor het komende boekjaar en legt deze ter goedkeuring voor aan de raad van toezicht. 4.

Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken van de stichting afgesloten. Daaruit wordt door het college van bestuur een balans en een staat van baten en lasten over het afgelopen boekjaar opgemaakt welke jaarstukken vergezeld worden van een rapport van een accountant binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar.

5.

De accountant wordt door de raad van toezicht aangewezen en brengt gelijkelijk aan het college van bestuur en de raad van toezicht verslag uit over zijn bevindingen.

6.

De jaarrekening geeft blijk van de rechtmatige en doelmatige aanwending van de door de scholen verkregen rijksbijdrage. Onderdeel van het jaarverslag is een door het college van bestuur vast te stellen verslag inzake de kwaliteit van het onderwijs. Ook bevat het jaarverslag de verantwoording over de omgang met de voor de scholen aangewezen code voor goed bestuur als bedoeld in artikel 171 lid 1 onder a WPO en artikel 157 lid 1 onder a WEC.

7.

De jaarstukken worden binnen zes maanden na afloop van het boekjaar door het college van bestuur vastgesteld na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en ten blijke daarvan door alle leden van het college van bestuur en alle leden van de raad van toezicht ondertekend. Ontbreekt de handtekening van één van hun, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gedaan.

8.

Vaststelling en goedkeuring van de jaarstukken strekt niet tot decharge van de leden van het college van bestuur. De raad van toezicht kan bij afzonderlijk besluit decharge verlenen aan de leden van het college van bestuur.

9.

Het college van bestuur is verplicht de in de vorige leden van dit artikel bedoelde bescheiden ten minste zeven jaren lang te bewaren.

Commissies/reglementen Artikel 18 1.

De raad van toezicht kan een commissie onderwijskwaliteit, een auditcommissie en/of een remuneratiecommissie instellen, alsook andere commissies ter ondersteuning van de werkzaamheden van de raad van toezicht. De raad van toezicht legt in reglementen van de door haar ingestelde commissies de

taken

en

bevoegdheden,

alsmede

de

samenstelling,

werkwijze

en

besluitvorming van die commissies nader vast. 3.

De raad van toezicht kan, na overleg met het college van bestuur, een reglement van de raad van toezicht vaststellen. Het college van bestuur is, na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht bevoegd een reglement voor het college van bestuur en andere reglementen vast te stellen.

5.

Een reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.

6.

Voorts is het college van bestuur, na voorafgaand advies van de raad van toezicht bevoegd één of meer andere commissies in te stellen. De samenstelling van een

AFSCHRIFT_60012804_1151153v1_Akte van statutenwijziging Stichting Klasse

14

commissie(s), alsmede haar taken en bevoegdheden, worden alsdan bij reglement geregeld. Vrijtekening en vrijwaring Artikel 17 1. De stichting zal een lid van het college van bestuur van de stichting niet aansprakelijk stellen ter zake van schade die de stichting lijdt als gevolg van enig handelen of nalaten van het lid van het college van bestuur. 2. De stichting zal een lid van het college van bestuur schadeloos stellen ter zake van de schade die derden lijden als gevolg van enig handelen en/of nalaten van een lid van het college van bestuur en tot vergoeding waarvan een lid van het college van bestuur gehouden is op grond van een in kracht van gewijsde gegaan rechtelijk of arbitraal vonnis of van een met die derde(n) overeengekomen vaststellingsovereenkomst, mits is voldaan aan de in lid 3 van dit artikel genoemde voorwaarden. 3. De verdediging in de procedure bedoeld in lid 2 wordt met instemming van de stichting gevoerd. De vaststellingsovereenkomst bedoeld in lid 2 kan uitsluitend worden gesloten met de uitdrukkelijke schriftelijke goedkeuring van de stichting. Het betreffende lid van het college van bestuur dient volledige medewerking aan de stichting te geven bij het voeren van de verdediging respectievelijk bij de desbetreffende schikkingsonderhandelingen. 4.

Een lid van het college van bestuur kan zich niet beroepen op de in lid omschreven vrijtekening en de in lid 2 omschreven vrijwaring indien: de schade het gevolg is van opzettelijk of bewust roekeloos gedrag van het betreffende lid van het college van bestuur; het betreffende lid van het college van bestuur in redelijkheid niet kon menen in het belang van de stichting te handelen, waaronder mede begrepen de situatie dat het verweten handelen of nalaten als feitelijk of beoogd gevolg heeft dat het betreffende lid van het college van bestuur of anderen in welk opzicht dan ook onrechtmatig worden bevoordeeld. 5. Aan de in lid 1 omschreven vrijtekening en de in lid 2 omschreven vrijwaring kan een lid van het college van bestuur geen rechten ontlenen voor zover de schade als bedoeld in dit artikel is verzekerd en wordt vergoed door een verzekeraar. 6.

Onder schade in de zin van dit artikel wordt mede verstaan de over enig te vergoeden bedrag verschuldigde wettelijke rente, de proceskosten welke een lid van het college van bestuur is gehouden te voldoen en/of de ten behoeve van de verdediging van een lid van het college van bestuur gemaakte rechtsbijstandkosten, inclusief de kosten van rechtsbijstand bij een onderzoek waaraan het lid van het college van bestuur zijn medewerking moet verlenen, mits deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt en in redelijke verhouding staan tot de omvang van de schade. 7.

Onder schade in de zin van dit artikel worden eveneens aan het betreffende lid van het college van bestuur ter zake van enig handelen en/of nalaten door autoriteiten opgelegde boetes begrepen, voor zover vergoeding daarvan rechtens is

AFSCHRIFT_ 60012804J151153v1_Akte van statutenwijziging Stichting Klasse

15

toegestaan. Kosten door een lid van het college van bestuur gemaakt voor het voeren van verweer zullen door de stichting worden voorgeschoten tijdens een actie of procedure, mits het betreffende lid van het college van bestuur zich schriftelijk en onherroepelijk jegens de stichting heeft verbonden tot terugbetaling daarvan indien uit een in kracht van gewijsde gegaan vonnis volgt dat hij geen aanspraak kan maken op vrijwaring door de stichting. De stichting kan nadere voorwaarden aan de uitbetaling verbinden, zoals het stellen van zekerheid. De vrijtekening en vrijwaring voorzien in dit artikel blijven gelden voor een persoon die geen lid van het college van bestuur meer is en komen ook ten goede aan de erfgenamen of legatarissen van de leden van het college van bestuur. 10.

Ook de leden van de raad van toezicht van de stichting kunnen aanspraak maken op de vrijtekening en vrijwaring als voorzien in dit artikel onder overeenkomstige toepassing van de hierin genoemde reikwijdte en voorwaarden.

11.

Dit artikel kan zonder toestemming van de personen die aanspraak op vrijtekening en vrijwaring maken gewijzigd worden. Deze personen kunnen echter aanspraak blijven maken op de bescherming als geboden door dit artikel voor schade als gevolg van handelen of nalaten tijdens de periode dat dit artikel van kracht is.

Statutenwijziging Artikel 18 1.

Het college van bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen, na voorafgaande goedkeuring

van

de

raad

van

toezicht

en

met

instemming

van

het

gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan. 2.

Voor het besluit van de raad van toezicht tot het verlenen van een voorafgaande goedkeuring is een twee derde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen vereist in een vergadering waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien in deze vergadering niet alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zal binnen tien dagen na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeengeroepen waarin alsdan, mits meer dan de helft van het aantal leden van de raad van toezicht aanwezig is, met een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen besluiten omtrent een zodanig voorstel kunnen worden genomen.

3.

Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot goedkeuring van de statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken.

4.

Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Elk lid van het college van bestuur is bevoegd deze akte te doen verlijden.

5.

De leden van het college van bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te

AFSCHRIFT_60012804_1151153v1_Akte van statutenwijziging Stichting Klasse

16

leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 6. Mutatis mutandis geldt het bepaalde in dit artikel voor het besluit tot juridische fusie en/of splitsing. Ontbinding en vereffening Artskei 19 1. Het college van bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Met betrekking tot een besluit tot ontbinding van de stichting is het bepaalde in het direct voorafgaande artikel van deze statuten van overeenkomstige toepassing. 2. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan, voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. 3. De vereffening geschiedt door het college van bestuur, dan wel door een door het college van bestuur aan te wijzen andere (rechts)persoon. 4. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. 5. Een eventueel batig saldo wordt, conform het doel van de stichting, uitgekeerd aan een door het college van bestuur, na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en na instemming van het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan, aan te wijzen fiscaal erkende algemeen nut beogende instelling met een gelijksoortige doelstelling, of aan een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en die een gelijksoortige doelstelling heeft. 6.

Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende zeven jaar berusten onder een door de vereffenaars aan te wijzen natuurlijk persoon of rechtspersoon. Extern toezicht openbaar karakter onderwijs Artikel 20 1. In aanvulling op de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht en de taken en bevoegdheden van de Inspectie van het Onderwijs zoals volgt uit de Wet op het onderwijstoezicht, geldt gelet op het openbaar karakter van het onderwijs voorts het navolgende: a. het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan kan zich vanuit de aan hem opgedragen wettelijke taak en verantwoordelijkheden voor het openbaar onderwijs wenden tot het college van bestuur van de stichting; b. het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan is bevoegd in geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur of het functioneren van het college van bestuur in strijd met de WPO en de WEC, de maatregelen te nemen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen en heeft het recht om - indien en voor zover dat noodzakelijk is - zelf te voorzien in het bestuur van de scholen en zo nodig de stichting te ontbinden. c. het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan wordt door het college van bestuur dan wel de raad van toezicht van Stichting Klasse geconsulteerd in AFSCHRIFT.

60012804_1151153v1_Akte van statutenwijziging Stichting Klasse

17

geval van wijziging van de grondslag van de stichting dan wel opheffing van de stichting. 2.

Alvorens het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan overgaat tot het nemen van

een

maatregel

gemeenschappelijk

als

hiervoor

bedoeld

in lid

toezichthoudend

orgaan

de

1 onder

b, stelt

raad van toezicht

het

in de

gelegenheid in overleg te treden met het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan om de mogelijkheden te verkennen, te bespreken en eventueel te (doen) uitvoeren die noodzakelijk zijn om de gerezen bezwaren tegen het door het college van bestuur gevoerde beleid of het functioneren van het college van bestuur op andere wijze weg te nemen. Hierbij hanteert het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan als uitgangspunt dat het toezien op het functioneren van en handelen door het bestuur (het 'intern toezicht') primair de taak is van de raad van toezicht. 3.

Het gemeenschappelijk toezichthoudend orgaan behoudt zich het recht voor gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen aan het college van bestuur dan wel de raad van toezicht en zal dit vormgeven als zienswijze op voorgenomen besluiten van de stichting waar het begroting en jaarstukken betreft.

Onvoorziene gevallen Artikel 21 In alle gevallen waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het college van bestuur, na overleg met de raad van toezicht. Slotverklaring De verschenen persoon, handelend als vermeld, verklaart dat: 1.

per datum van het van kracht worden van deze akte bestaat het college van bestu u r u it: (i)

de heer Gerardus Louis Schenk, geboren te Dordrecht op één september negentienhonderd vijftig, als voorzitter; en

(ii)

de heer Frank Tigges, geboren te Schiedam op negenentwintig juli negentienhonderd achtenzestig,

2.

per datum van het van kracht worden van deze akte bestaat de raad van toezicht uit; (i)

mevrouw Maria Elisabeth Christina Leyte-Smeets, geboren te Rotterdam op achttien januari negentienhonderd vijfenzestig, als voorzitter; en

(ii)

de heer Marcel Blote, geboren te Schiedam op éénendertig maart

(iii)

de heer Peter Gerardus Reinier Lagendaal, geboren te Haarlem op elf maart

negentienhonderd zevenenzestig; negentienhonderd zevenenveertig; (iv)

de heer Henk Maarten Gaasbeek Janzen, geboren te Soest op zeven juli negentienhonderd zesenvijftig;

(v)

de heer Jacobus Cornelius Adrianus van den Bergh, geboren te Breda op één september negentienhonderd vijfenzestig; en

(vi)

de heer Jan Terpstra, geboren te Steenwijk op drieëntwintig maart negentienhonderd achtenveertig.

AFSCHRIFT. 60012804J151153v1_Akte van statutenwijziging Stichting Klasse

18

Slotakte De verschenen persoon is mij, notaris, bekend. Deze akte wordt verleden te Amsterdam op de datum vermeld in de aanhef van deze akte. De zakelijke inhoud van deze akte wordt door mij, notaris, aan de verschenen persoon meegedeeld en toegelicht, waarbij ik, notaris, de verschenen persoon wijs op de gevolgen die uit de inhoud van de akte voortvloeien. De verschenen persoon verklaart ten slotte tijdig van de inhoud van deze akte kennis te hebben genomen en met die inhoud en de beperkte voorlezing van de akte in te stemmen. Onmiddellijk na voorlezing van ten minste die gedeelten waarvan de wet voorlezing voorschrijft, wordt de akte door de verschenen persoon en mij, notaris, ondertekend. — (w.g. de verschenen persoon en de notaris) UITGEGEVEN VOOR AFSCHRIFT door mij, mr. Frederike van Harskamp, als waarnemer van mr. Saskia Laseur-Eelman, notaris te Amsterdam. Amsterdam, 27 februari 2014.

AFSCHRIFT_ 60012804J151153v1_Akte van statutenwijziging Stichting Klasse

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=f8c782bc-5d2c-4483-b14a-195996fc1c1c