Bijlage 2 Advies van de GASD inzake de Verordening Leerlingenvervoer Gouda 2024
Tekst van het document
Gouda, 27 september 2024
Aan: het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Gouda. Betreft: Adviezen Verordening Leerlingenvervoer Gouda 2024 Geacht college, De gemeente Gouda heeft de GASD om advies gevraagd over de Verordening Leerlingenvervoer Gouda 2024. De GASD heeft naast de GCR ook belanghebbende organisaties uit het netwerk van de GASD uitgenodigd om tot een weloverwogen advies te komen. Algemeen De GASD is blij met de adviesaanvraag met betrekking tot de Verordening Leerlingenvervoer 2024. De verordening is opgesteld om ervoor te zorgen dat alle kinderen in Gouda toegang hebben tot passend onderwijs, zelfs als ze niet zelfstandig naar school kunnen vanwege de afstand of een handicap. Ouders kunnen in zulke gevallen leerlingenvervoer aanvragen bij de gemeente. Ook meerderjarige leerlingen kunnen dit aanvragen als zij handelingsbekwaam zijn. De verordening beschrijft de criteria waarmee het college van burgemeester en wethouders kan beoordelen of ouders of leerlingen in aanmerking komen voor leerlingenvervoer. Het vervoer kan verschillende vormen aannemen, zoals een vergoeding voor fiets of openbaar vervoer, of aangepast vervoer zoals een taxi of schoolbus. Het doel is om leerlingen zo zelfstandig mogelijk te laten reizen en hun zelfredzaamheid te bevorderen.
Maatwerk leerlingenvervoer In de toelichtingsgesprekken met de gemeenteambtenaar is ook gesproken over de periodieke gesprekken met personen die gebruik mogen maken van leerlingenvervoer. Vraag van de GASD hierbij is of het doel is om te kijken hoe leerlingenvervoer voor individuen versoberd kan worden. De gemeente heeft aangegeven dat het doel van de gesprekken is om juist te kijken waar maatwerk kan worden aangeboden in vervoersmiddel en bestemming zodat het beter past op de dagelijkse praktijk van de gerechtigde en om zelfredzaamheid te stimuleren.
Begrijpelijkheid en toegankelijkheid van de verordening en toelichting op de verordening Een ander algemeen punt van de GASD is of de verordening niet simpeler en duidelijker kan worden geschreven, het liefst op niveau B1. Er is veel op B2 / C1 niveau geschreven. De gemeente geeft aan dat het lastig is om alles voor B1 te schrijven. De suggestie van de GASD is om hier nog extra naar te kijken, bijvoorbeeld door te kijken of de zinnen korter en simpeler kunnen worden geformuleerd. Adviezen Duidelijkheid en transparantie met betrekking tot Aanvraag en Criteria Ouders of meerderjarige leerlingen kunnen een aanvraag indienen voor leerlingenvervoer. Het college van burgemeester en wethouders beoordeelt de aanvragen op basis van criteria zoals de afstand tot de school en de aard van de handicap. Advies 1: Zorg ervoor dat de criteria voor het aanvragen van leerlingenvervoer duidelijk en transparant zijn. Dit kan door gedetailleerde richtlijnen en voorbeelden te geven van situaties waarin leerlingenvervoer wordt toegekend. Vooral Artikel 22. “ Drempelbedrag” en Artikel 23. “Een eigen bedrage op basis van draagkracht” mag duidelijker en overzichtelijker. In de toelichting door de ambtenaar is dit constructief opgepakt en wordt dit meegenomen.
Flexibiliteit ten aanzien van Vormen van Vervoer Het vervoer kan bestaan uit openbaar vervoer, aangepast vervoer (zoals een taxi of schoolbus), of een vergoeding voor eigen vervoer met bijvoorbeeld een fiets of auto. Advies 2: Overweeg om meer flexibiliteit te bieden in de vervoersopties en vervoersbewegingen, zoals het combineren van verschillende vormen van vervoer (bijvoorbeeld een deel van de reis met de fiets en een deel met de bus) om beter aan de behoeften van de leerlingen te voldoen. Of als een leerling geen volledig onderwijsprogramma op school kan volgen en deels aangewezen is op een onderwijszorgarrangement of dagbesteding/dagbehandeling, waarvoor ook vervoer nodig is. Flexibiliteit in de verordening kan dan ruimte bieden voor maatwerk in dergelijke situaties. Feedback ten aanzien van Zelfstandigheid en Begeleiding Het doel is om leerlingen zo zelfstandig mogelijk te laten reizen. Als begeleiding nodig is, kan een ouder of een andere begeleider worden ingezet.
Advies 3: Introduceer een feedbackmechanisme waarbij ouders en leerlingen hun ervaringen en suggesties kunnen delen. Dit kan helpen om knelpunten in de uitvoering van de verordening tussentijds te identificeren en aan te pakken. Samenwerking met Scholen ten aanzien van Beleid en Uitvoering Het college kan aanvullende regels stellen voor de uitvoering van de verordening en bepaalt de vorm, duur en voorwaarden van het toegekende vervoer. Advies 4: Er is in dit kader uiteraard al samenwerking met de scholen. Advies is dan ook om nauwer samen te werken met scholen om de leerling nog beter te ondersteunen in zijn of haar vervoersbeleving. De GASD doelt hiermee op onder andere het aantal stops van A naar B en de totale reisduur. In het licht van artikel 4 (advies van deskundigen) kan overwogen worden om een gezamenlijk advies van het samenwerkingsverband te vragen voor het benodigde leerlingenvervoer. Tot slot een specifiek advies ten aanzien van Artikel 13. Een vervoersvoorziening van en naar een stageadres. Artikel 13, lid 3c: Een vervoersvoorziening van/naar een stageadres wordt alleen toegekend als "de stage plaatsvindt op één stageadres". Advies 5: Sommige leerlingen lopen op meerdere plekken tegelijk stage, bijv. 1 dag per week bij een zorgboerderij èn 1 dag per week bij arbeidsmatige dagbesteding.
Dit kan te maken hebben met de belastbaarheid van een leerling waardoor 2 dagen arbeidsmatige dagbesteding niet passend is, maar wel de combi met 1 dag zorgboerderij of activiteitgerichte dagbesteding. Ook zitten stageadressen soms vol op bepaalde dagen waardoor een leerling die meerdere dagen stage loopt voor de andere stagedag(en) naar een ander stageadres uit moet wijken. De GASD adviseert dan ook om hiermee rekening te houden en dit op deze manier toegankelijk te houden| te maken. Artikel 13, lid 5: Toekenning wordt alleen toegekend van en naar het dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke stageadres. Advies 6: Vanwege de identiteit kiezen ouders regelmatig voor een stageadres dat verder weg is maar dat wèl aansluit bij de identiteit van het gezin. Dit kan strijden met de voorwaarde ‘dichtstbijzijnde stageadres’. De GASD adviseert om te onderzoeken of identiteit van het gezin in deze situatie voorrang kan hebben. De GASD ziet de reactie van het college met interesse tegemoet. Ton de Korte, voorzitter GASD