CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 110856-19-004.710-notd-Geotechnisch advies - VO.pdf

Commissie Bestuur 26 april 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Ecopark (beeldvorming)7.968 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTITIE

Onderwerp Project Opdrachtgever Projectcode Status Datum Referentie Auteur(s)

Gecontroleerd door Goedgekeurd door

Geotechnisch advies - VO Ecopark Gouda Gemeente Gouda 110856 Definitief 21 maart 2019 110856/19-004.710 ing. B.A.S. Seesing T. Naves R. van Meerkerk

Paraaf

Bijlage(n)

I Overzicht grondonderzoek en dikte toplaag II Belastingen III Berekeningsresultaten funderingen

Aan

Gemeente Gouda -

Kopie

1

mevrouw ir. N. van Eck

INLEIDING

De gemeente Gouda is voornemens om op de beschikbare locatie aan de Goudkade te Gouda een duurzaam, modern en innovatief Ecopark te ontwikkelen. Hiervoor wordt het terrein heringericht met onder andere een bordes, beheerunit, vloeistofdichte vloeren en nieuwe wegen. Deze notitie beschrijft op VO-niveau het geotechnisch ontwerp voor het Ecopark en gaat in op: - de fundering van het bordes en de beheerunit. Voor deze fase is het doel om te bepalen of het bordes en de beheerunit op staal gefundeerd kan worden of een paalfundering nodig is; - op enkele locaties op het terrein wordt opgehoogd. De te verwachten zettingen en restzettingen worden bepaald en eventuele maatregelen om de zettingen te versnellen dan wel te reduceren.

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 | Postbus 233 | 7400 AE Deventer | +31 (0)570 69 79 11 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751

2

UITGANGSPUNTEN

2.1

Referenties

In deze notitie zijn de volgende referenties gebruikt: 1 Witteveen+Bos, Boorkaart + boorprofielen, tekening nummer. 12, projectnummer 110856, versie definitief, datum 25 januari 2019. 2 Witteveen+Bos, Tekening Voorlopig ontwerp Nieuwe inrichting, Hoogtematen, tekening nummer. 110856.1001. 3 Witteveen+Bos, Tekening Voorontwerp inrichting, Dwarsdoorsnedes, tekening nr. 110856.1002. 4 Fugro, Grondonderzoek Afvalbrengstation Goudkade 23 te Gouda, document nr. 1318-0303-000, versie 1,0, datum 20 februari 2019. 5 Witteveen+Bos, Boorkaart, definitief, 25 januari 2019. 6 NEN 9997-1+C2, Geotechnisch ontwerp van constructies, Deel 1 algemene regels, november 2017.

2.2

Huidige situatie

Het huidige terrein wordt momenteel onder andere gebruikt voor opslag van puin. Aan de westzijde ligt asfalt en tussen het puin en asfalt is gedeeltelijk een watergang aanwezig, zie afbeelding 2.1.

Afbeelding 2.1 Overzicht huidige situatie

2.3

Nieuwe situatie

In de nieuwe situatie wordt een groot deel van het terrein voorzien van elementenverharding. De watergang wordt gedempt. Aan de noordzijde komt een bordes waar auto’s op kunnen rijden en waar vanaf afval in de containers op de begane grond gestort kan worden. De containers rondom het bordes en op enkele plaatsen waar containers worden gezet zijn vloeistofdichte betonverhardingen in het ontwerp opgenomen. Zie [ref. 2] voor de tekening van de nieuwe situatie.

2.4

Bodemopbouw en geotechnische parameters

Door Fugro zijn tien sonderingen uitgevoerd op het terrein [ref. 4], waarvan zes op diepte en bruikbaar zijn. Op basis van beschikbare rapporten uit 2008 was in eerste instantie het vermoeden dat het puin van de opslag in de loop der jaren minstens 8m gezakt zou zijn. De meeste sonderingen zijn daarom 10 m voorgeboord (zonder boorbeschrijving). Tijdens het sonderen is geconstateerd dat de puinlaag minder dik is,

2 | 11

Witteveen+Bos | 110856/19-004.710 | Definitief

4 m tot 5 m. Dit is bevestigd bij sondering DKM8B, waarbij 4,5 m voorgeboord is en vervolgens nog 0,5 m zand is aangetroffen en daaronder het slappe cohesieve pakket. De onderzijde van dit cohesieve pakket van klei en veen ligt op circa NAP -13 m. Hieronder ligt de draagkrachtige zandlaag. Op de locaties buiten de puinopslag begint het slappe pakket direct onder de toplaag van asfalt en de fundering (sondering DKM5). De bodemopbouw van sondering DKM5 is weergegeven in tabel 2.1. In deze tabel zijn ook de geotechnische parameters opgenomen, ontleend aan tabel 2b van NE N9997-1 [ref. 6].

Tabel 2.1 Grondopbouw op basis van sondering DKM5 [ref. 4] en geotechnische parameters Beschrijving grondlaag

b.k. laag [m+ NAP]

γ / γsat [kN/m3]

c’ [kN/m² ]

φ’ [⁰]

CR [-]

RR [-]

Cα [-]

toplaag, zand

-1,3

18 / 20

0,0

32,5

0,0038

0,0013

-

cv [m2/s ] E-

klei, schoon, slap

-3,3

15 / 15

1,0

15,0

0,23

0,0767

0,0115

5 8

veen, matig voorbelast

-6,6

12 / 12

2,5

15

0,3067

0,1022

0,0153

1E-7

klei, schoon, slap

-9,0

15 / 15

1,0

15,0

0,23

0,0767

0,0115

5E-8

veen, matig voorbelast

-11,2

12 / 12

2,5

15

0,3067

0,1022

0,0153

1E-7

klei, schoon, slap

-12,5

15 / 15

1,0

15,0

0,23

0,0767

0,0115

5E-8

zand, matig

-13,5

18 / 20

0,0

32,5

0,0038

0,0013

-

-

Toelichting c’: φ’: CC: CR: Cα: Cv:

effectieve cohesie. effectieve wrijvingshoek. samendrukkingsconstante (maagdelijke tak). samendrukkingsconstante (voorbelaste tak). kruipparameter. consolidatiecoëfficiënt.

De POP-waarde is ingeschat op 20 kN/m2 voor de klei- en veenlagen in het terrein. Ter plaatse van de te dempen watergang is de POP-waarde van veen en klei op 10 kN/m2 aangehouden. De huidige toplaag bestaat conform de boorbeschrijvingen [ref. 5] voornamelijk uit zand, met resten van puin , in de berekeningen zijn hiervoor de eigenschappen van zand (matig verdicht) aangehouden, zie tabel 2.1. Op de locaties waar opgehoogd wordt, wordt aangehouden dat opgehoogd wordt met zand. Hiervoor worden de eigenschappen van de toplaag (zand) gebruikt. Voor de zettingsberekeningen wordt voor de elementenverharding een dikte van 0,1 m aangehouden en voor de vloeistofdichte vloer 0,25 m, beide met een volumiek gewicht 24 kN/m3. Het gewicht van de funderingslaag, dikte 0,3 m, onder de vloeistofdichte vloer komt overeen met zand en is derhalve als zand gemodelleerd. De dikte van de toplaag is variabel. In bijlage I is een overzicht gegeven van de minimale diktes in de boringen en sonderingen voor zover beschikbaar. Op basis hiervan is de gehanteerde dikte voor de zettingsberekeningen per locatie: - doorsnede A-A bij de oprit: 1,5 m. Minimale dikte op basis van boring A4; - doorsnede C-C bij het talud: 1,2 m. Minimale dikte op basis van boring A3; - doorsnede D-D: 2 m naast de watergang. Minimale dikte op basis van boring 22.

Opgemerkt wordt zettingsberekeningen een relatief grote onnauwkeurigheidsmarge hebben, met name doordat er geen laboratorium onderzoek beschikbaar is en de exacte dikte van de toplaag onzeker is. In de

3 | 11

Witteveen+Bos | 110856/19-004.710 | Definitief

uitgevoerde berekeningen moet daarom rekening gehouden met een onnauwkeurigheidsmarge van + en 50 %. Bij het bordes is de dikte van de toplaag bepaald op basis van beschikbare sonderingen [ref. 4] en boringen [ref. 5]. Bij boring B06 is de dikte vastgesteld op 2 m en bij sondering DKM8B op 5 m. De overige boringen zijn niet doorgezet tot onderkant van de toplaag, maar bij deze boringen is over de gehele lengte de zanden puinlaag aangetroffen (boorlengtes van 0,5 m tot 4 m). Alle sonderingen en boringen op de locatie van het bordes in beschouwing genomen, mag verondersteld worden dat de toplaag minimaal 2 m dik is. Dit wordt als uitgangspunt aangehouden in de berekeningen van de draagkracht van de fundering van het bordes.

2.5

Waterstand

De grondwaterstand is bepaald in de boringen [ref. 3] en ligt overwegend tussen 1 m en 1,5 m onder het maaiveld, NAP -2 m à NAP -2,5 m. Dit komt overeen met de waterstand in de watergang is NAP -2,41 m (winterpeil) [ref. 3]. Daarom wordt in de berekeningen de waterstand van de watergang aangehouden.

2.6

Belastingen

De funderingsbelastingen van de kolommen van het bordes zijn bepaald door de constructeur, zie bijlage II: - bordes: Frep = 350 kN/kolom en Fd = 500 kN/kolom (30 % permanent en 70 % veranderlijke belasting); - gebouw gevel: qrep = 12,5 kN/m en qd = 17,5 kN/m; - gebouw binnenwand: qrep = 25 kN/m en qd = 35 kN/m. Bovengenoemde belastingen zijn exclusief het gewicht van de fundering en de grond op de fundering. Bij de bepaling hiervan is uitgegaan van: - gewicht beton: 24 kN/m3; - gewicht grond: 19 kN/m3. Op drie locaties wordt het terrein opgehoogd, zie tabel 2.2. Voor deze locaties worden de zettingen berekend.

Tabel 2.2 Overzicht op te hogen locaties [ref. 3] Dwarsprofiel

huidige mv hoogte [m NAP]

toekomstige hoogte [m NAP]

ophoging [m]

A - hellingbaan bordes

-2,21

-1,69

0,52

C - helling

-2,21

-0,80 (max.)

0,1 tot 1,1

D - huidige watergang

-2,71

-1,57

1,14

2.7

Monitoringsdata zakbakens

Op het terrein staan zes zakbakens die vanaf 4 december 2018 gemonitord worden. Z1, Z2, Z3 en Z4 staan op de puinlocatie en Z5 en Z6 op de parkeerplaats aan de oostzijde. De maximale gemeten zakking op de puinlocatie is 4mm en op de parkeerplaats 20mm. Opgemerkt wordt dat zakbaken Z6 significant afwijkt van de overige zakbaken, wat mogelijk kan duiden op een verstoring van de zakbaken (bijvoorbeeld een aanrijding).

4 | 11

Witteveen+Bos | 110856/19-004.710 | Definitief

Afbeelding 2.2 Monitoringsdata zakbakens

Doel van de monitoring is om te bepalen of het terrein onderhevig is aan zakking, autonoom of door de maaiveldbelastingen (puin). Gezien de korte periode en het geringe aantal metingen van de monitoring kan daar nu nog geen conclusie uit getrokken worden, wel is enige zakking waarneembaar, 1 à 2 mm per maand.

2.8

Berekeningsmethodiek

De fundering op staal is getoetst conform NEN 9997-1 [ref. 6] met een gevalideerde spreadsheet. De zettingen zijn berekend met het zettingsmodel van NEN-Bjerrum en het consolidatiemodel van Darcy. Voor de berekeningen is de geotechnische software D-Settlement (versie 18.1) van Deltares gebruikt. Voor de berekening van de totaalzetting wordt uitgegaan van een periode van 30 jaar. De restzetting wordt bepaald vanaf 90 dagen na aanbrengen van de ophoging. Er zijn geen restzettingseisen opgelegd. Voor het bepalen van de restzetting wordt kruip buiten beschouwing gelaten, omdat dit onafhankelijk is de van de belasting (conform NEN-Bjerrum model) en dus optreedt op de gehele projectlocatie (autonome zakking).

3

BEREKENINGSRESULTATEN

3.1

Fundering bordes

Als eerste is de haalbaarheid van een fundering op staal onderzocht. De locatie aan de westzijde is maatgevend voor een fundering op staal. In de berekening is uitgegaan van: - toekomstig maaiveldniveau NAP -1,69 m; - eigengewicht van de poer en grond op de poer is 116 kN.

5 | 11

Witteveen+Bos | 110856/19-004.710 | Definitief

Afbeelding 3.1 Geometrie ten behoeve van funderingsberekening, uit doorsnede A-A [ref. 3]

De benodigde afmetingen voor een poer per kolom zijn 2,5 m x 2,5 m en funderingsdiepte op 0,8 m-mv (NAP -2,49 m). Zie bijlage III voor de berekening en tabel 3.1 voor de berekeningsresultaten.

Tabel 3.1 Berekeningsresultaten fundering bordes Locatie

LxB [m]

UC draagkracht gedr.

UC pons gedr.

UC draagkracht ongedr.

bordes

2,5 x 2,5

0,69

0,98

0,65

De afmeting van de fundering voldoet indien de unity check UC kleiner is dan 1,0. Geconcludeerd wordt dat de toegepaste afmetingen voldoen. Er dient minimaal 1m zand of bestaande toplaag onder de fundering aanwezig te zijn, het faalmechanisme pons is maatgevend. Indien de toplaag lokaal te dun is, moet rekening worden gehouden met grondverbetering onder de fundering. Aan de andere kant geldt dat als de toplaag dikker is bij de kolommen de fundering geoptimaliseerd worden. De afmetingen van de poeren zijn relatief groot. Om te beoordelen hoe de kosten van een fundering op staal zich verhouden tot een paalfundering, zijn de afmetingen voor een paalfundering bepaald op basis van een indicatieve berekening, zie bijlage III: - prefab-betonpalen, vk. 350, PPN -17 m, paallengte 16,5 m; - in de (harde) toplaag moet rekening gehouden worden met voorboren.

3.2

Fundering beheerunit

De belastingen van de gevel en binnenmuren zijn relatief laag waardoor een strokenfundering zou voldoen. Echter staat de beheerunit deels op de huidige te dempen watergang en deels naast de watergang waar het maaiveld verlaagd wordt, zie afbeelding 3.2. Door dit verschil in de ondergrond zijn verschilzettingen te verwachten bij een fundering op staal. Derhalve wordt geadviseerd om de beheerunit op palen te funderen.

6 | 11

Witteveen+Bos | 110856/19-004.710 | Definitief

Afbeelding 3.2 Beheerunit

De afmetingen van de paalfundering zijn bepaald op basis van een indicatieve berekening, zie bijlage III: - prefab-betonpalen, vk. 250, PPN -15,5 m, paallengte 15 m; - palen hart op hart 4 m à 5 m, totaal achttien palen; - in de (harde) toplaag moet rekening gehouden worden met voorboren.

3.3

Zettingen

Autonome zakking Autonome zakkig, kruip, treedt op over het gehele terrein en heeft daarom geen invloed op verschilzettingen en worden derhalve niet meegenomen in de berekening van de restzeting. De autonome zakking is berekend met DS-ettlement en bedraagt 11 cm voor de periode van 30 jaar. Op basis van de zakbakens is de autonome zakking hoger, 1 mm/maand is 36 cm, echter is de periode van monitoring te kort voor extrapolatie van de autonome zakking naar 30 jaar en de gemeten zakking kan ook nog primaire zakking bevatten van de belastingverhoging in het verleden. Locatie dwarsdoorsnede A-A De ophoging in dwarsdoorsnede A betreft de ophoging bij de oprit naar het bordes. De ophoging is 0,52 m en ligt ter plaatse van de asfaltverharding aan de oostzijde van het terrein. In de nieuwe situatie ligt er een elementenverharding, zie afbeelding 3.3.

Afbeelding 3.3 Ophoging bij doorsnede A-A [ref. 3]

De berekeningsresultaten zijn weergegeven in tabel 3.2 en afbeelding 3.4. De berekende restzetting is 19 cm.

Tabel 3.2 Berekeningsresultaten dwarsdoorsnede A-A Doorsnede A-A oprit

7 | 11

totale zetting [cm]

totale restzetting [cm]

kruip [cm]

restzetting - kruip [cm]

33

30

11

19

Witteveen+Bos | 110856/19-004.710 | Definitief

De c-waarde van de cohesieve lagen is een onzekere factor. Als gevoeligheidsanalyse is het zettingsverloop ook bepaald met een c-waarde die een factor 10 groter is, zie afbeelding 3.4. Conclusie dat de totale zetting gering toeneemt, maar restzetting iets afneemt (29 - 11 = 18 cm).

Afbeelding 3.4 Berekeningsresultaten zettingsberekeningen doorsnede A-A

Locatie dwarsdoorsnede C-C De ophoging in dwarsdoorsnede C betreft een talud aan de oostzijde van het terrein. De ophoging is varieert van 0,1 m tot 1,1 m. In de nieuwe situatie ligt er een elementenverharding, zie afbeelding 3.5.

Afbeelding 3.5 Ophoging bij doorsnede C-C [ref. 3]

Afbeelding 3.6 berekeningsresultaten zijn weergegeven in tabel 3.3 en afbeelding 3.6. De berekende restzetting is 31 cm. Met lichte ophoogmaterialen kan de restzetting gereduceerd worden, echter is de laagdikte en absolute zetting te gering voor een significant effect. Bovendien zijn dit de resultaten van de locatie met de grootste ophoging, gezien de driehoekvorm nemen de (rest)zettingen snel af naar de rand van de ophoging. Tabel 3.3 Berekeningsresultaten dwarsdoorsnede C-C Doorsnede C-C talud

totale zetting [cm]

totale restzetting [cm]

kruip [cm]

restzetting - kruip [cm]

46

42

11

31

Als gevoeligheidsanalyse is het zettingsverloop ook bepaald met een cv waarde die een factor 10 groter is, zie afbeelding 3.6. Conclusie dat de totale zetting gering toeneemt, maar restzetting gelijk is .

8 | 11

Witteveen+Bos | 110856/19-004.710 | Definitief

Afbeelding 3.6 Berekeningsresultaten zettingsberekeningen doorsnede C-C

Locatie dwarsdoorsnede D-D De ophoging in dwarsdoorsnede D betreft de demping van de huidige watergang. Zoals te zien is in afbeelding 3.7 kruist de huidige te dempen watergang een gebouw (beheerunit) en ten oosten van het gebouw een elementen verharding en een vloeistofdichte vloer van beton. In verband met deze vloer is het van belang dat (verschil)zettingen zoveel mogelijk gereduceerd worden. De ophoging is 1,14 m. Naast de huidige watergang wordt het maaiveld circa 1 m verlaagd. Toekomstige zettingen naast de watergang zullen derhalve zeer gering zijn, de grond wordt immers ontlast. Daarom is het van belang de zettingen ter plaatse van de watergang zoveel mogelijk te reduceren. Daarom wordt ervan uitgegaan dat de sliblaag verwijderd wordt en wordt het effect van licht ophoogmateriaal onderzocht (volumiek gewicht 11,5 kN/m3). Tijdelijke voorbelasting is buiten beschouwing gelaten gezien de beperkte beschikbare tijd voor de voorbelasting.

Afbeelding 3.7 Huidige en nieuwe situatie ter plaatse van de huidige watergang

De berekeningsresultaten zijn weergegeven in tabel 3.4 en afbeelding 3.8.

Tabel 3.4 Berekeningsresultaten dwarsdoorsnede D-D Doorsnede

totale zetting [cm]

totale restzetting [cm]

kruip [cm]

restzetting - kruip [cm]

D-D zonder slib

80

67

11

56

D-D L.O.M. zonder slib

58

48

11

37

9 | 11

Witteveen+Bos | 110856/19-004.710 | Definitief

Afbeelding 3.8 Berekeningsresultaten zettingsberekeningen doorsnede D-D

Geconcludeerd wordt dat ook met aanvullende maatregelen de restzetting significant is. De vloeistofdichte vloer ligt deels op de huidige watergang en deels naast huidige watergang waar het maaiveld verlaagd wordt. Hierdoor is het zettingsgedrag onder de vloer voor beide locaties zeer verschillend, zowel een ontlasting van circa 1 m als een belasting van circa 1 m, waardoor de verschilzetting groter kan zijn dan berekend. Bovendien is de belasting op de vloer niet meegenomen, dit kan zowel een permanente als veranderlijke belasting zijn, waardoor de zettingen nog toe kunnen nemen. Om het verschil in zettingsgedrag in de ondergrond op te vangen dient in het constructief ontwerp van de vloer hiermee rekening gehouden te worden. Indien de (rest)zettingen te groot zijn voor de vloeistofdichte vloer, kan overwogen worden de vloer te funderen op palen, hierbij moet gedacht worden aan: - prefab-betonpalen, vk. 250, PPN -15,5 m, paallengte 14 m; - drie palenrijen in dwarsrichting en 7 in lengterichting, totaal 21 palen; - in de (harde) toplaag moet rekening gehouden worden met voorboren.

4

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

In deze notitie is het ontwerp van de fundering van het bordes en de beheerunit bepaald op VO-niveau en zijn de zetting berekend voor de locaties waar opgehoogd wordt. Voor het bordes is een fundering op staal mogelijk met poeren van 2,5 m x 2,5 m. Er dient minimaal 1 m zand of bestaande toplaag onder de fundering aanwezig te zijn, het faalmechanisme pons is maatgevend. Indien de toplaag lokaal te dun is, moet rekening worden gehouden met grondverbetering onder de fundering. Aan de andere kant geldt dat als de toplaag dikker is bij de kolommen de fundering geoptimaliseerd worden. De afmetingen van de poeren zijn relatief groot. Om te beoordelen hoe de kosten van een fundering op staal zich verhouden tot een paalfundering, zijn de afmetingen voor een paalfundering voor het bordes bepaald op basis van een indicatieve berekening: - prefab-betonpalen, vk. 350, PPN -17 m, paallengte 16,5 m; - in de (harde) toplaag moet rekening gehouden worden met voorboren. De beheerunit staat deels op de huidige te dempen watergang en deels naast de watergang waar het maaiveld verlaagd wordt. Door dit verschil in de ondergrond zijn verschilzettingen te verwachten bij een fundering op staal. Derhalve wordt geadviseerd om de beheerunit op palen te funderen. De afmetingen van de paalfundering zijn ingeschat op basis van een indicatieve berekening: - prefab-betonpalen, vk.

250, PPN -15,5 m, paallengte 15 m; - palen hart op hart 4 m à 5 m, totaal achttien palen; - in de (harde) toplaag moet rekening gehouden worden met voorboren.

10 | 11

Witteveen+Bos | 110856/19-004.710 | Definitief

Voor drie locaties waar opgehoogd wordt zijn de te verwachten (rest)zettingen berekend. Voor de locaties in dwarsprofielen A-A en C-C [ref. 3] bedraagt de restzetting respectievelijk 19 cm en 31 cm. Voor de locatie in dwarsprofiel D-D ter plaatse van de te dempen watergang is de restzetting significant. Voor het dempen is het van belang dat de huidige sliblaag verwijderd wordt en door het toepassen van lichte ophoogmaterialen worden restzettingen gereduceerd. Echter met toepassing van beide maatregelen is de verwachte restzetting nog steeds 37cm. Dit is van invloed op de vloeistofdichte vloer welke deels op de huidige te dempen watergang ligt en deels naast de watergang waar het maaiveld verlaagd wordt. Indien de (rest)zettingen te groot zijn voor de vloeistofdichte vloer, kan overwogen worden de vloer te funderen op palen, hierbij moet gedacht worden aan: - prefab-betonpalen, vk. 250, PPN -15,5 m, paallengte 14 m; - drie palenrijen in dwarsrichting en 7 in lengterichting, totaal 21 palen; - in de (harde) toplaag moet rekening gehouden worden met voorboren. Opgemerkt wordt zettingsberekeningen een relatief grote onnauwkeurigheidsmarge hebben, met name doordat er geen laboratorium onderzoek beschikbaar is en de exacte dikte van de toplaag onzeker is. In de uitgevoerde berekeningen moet daarom rekening gehouden met een onnauwkeurigheidsmarge van + en 50 %.

De gevoeligheid van de cv-waarde is onderzocht door de cv-waarde met een factor 10 te verhogen. Geconcludeerd is dat de totale zettingen gering toenemen, maar de verschilzetting afneemt. Op het terrein is de dikte van de toplaag en de hoogte van de opslag van materiaal (voorbelasting) variabel. Daarom zijn verschilzettingen te verwachten voor de toekomstige situatie en moet rekening gehouden worden met het ophogen en/of herstellen van de verharding gedurende de gebruiksperiode van het terrein. Voor de vervolgfase wordt geadviseerd om aanvullend grondonderzoek uit te voeren. Met name de bepaling van de dikte van de toplaag is van belang voor de funderingsberekeningen bij toepassing van fundering op staal.

11 | 11

Witteveen+Bos | 110856/19-004.710 | Definitief

I BIJLAGE: OVERZICHT GRONDONDERZOEK EN DIKTE TOPLAAG

Witteveen+Bos | 110856 | Bijlage | 110856/19-004.710 | Bijlage I | Definitief

B

C E

C_OWT OWT

Waterpeil

2m zand, daaronder klei R15

1,9m zand daaronder klei

.00

A02

01

min. 0,8m zand 7.00

A01

5 5.2 R1

C_TRAP

DKM5

03

0

3 R1

1.30

C_BIJ_PAND .50

0.30

6.14

06

min. 2,7m zand

1.55

9.5 0

0

C

5.3 10

0

16.0 0

15.0 0

09

R1.0

7.0

min. 2,5m zand DKM2

0

R15.00

R2.0

0

04

0

5.0

0

50

7.0 0

min. 2. 2,0m zand

0

1.50

.00

08

R8.0

5.0

07

2m zand

05

.00

3.4 0

R1 0

A03

R20

9.0 0

R4.00

min. 0,8m zand

min. 2m zand

A

min. 1.7m zand

3.70

9.00

-0,65.

.00

E

R20. 00

5.00

R7.12 .00 R8

R5

C_GAS

.0 R8

.00 R10

70 C_PAND

min. 4,0m zand

02

Goudkade

10.4

R3.00

0

DKM1

C_RIOOL

1.30

1.50

0 5.5 0

0

min. 1,5m zand 13

3.5

min. 4,0m zand

10.0 0

12

6.14

C_RIOOL

R5.00

0

R8.00

C_TRAP

min. 0,5m zand 5.0

3.5

min. 2,0m zand

Opmerking: Indien een minimale diepte is aangegeven, is over de gehele lengte van de boring zand te zien.

5.0

0

11 14

21.0 0

R0.50

0

DKM8A

5m zand

9.

0 8.4

R3.00

A04

DKM8B 16

10.50

.. 18.

min. 4,0m zand

DKM6

DKM8

min. 2,0m zand

PKSTEL C_TRAFO

23

min. 1,5m zand

17

0 R2.0

9.0 8

0.5

C_TRAP

0

14.50

R8.00 R10.00

DKM3 0.30 3.70

R12.00

9.0

C_PAND

min. 2,0m zand

30

.00

18

min. 2,0m zand

3.50

15

1.30

40.00

A

9.00

0.70

B min. 3,0m zand .00 R5

4

1.1

min. 3,0m zand

20 4.00

6.1

6

1.3 0

21

2.00

min. 2,0m zand

0

1.2 0

R0

2.00

.00 R2 22

23

.50

C_PAND

LEGENDA

0

3.00 .00 R10

0

wb10 wb09

19 10.00

7.0

min. 2,0m zand

min. 2,0m zand

C_OWT

24

R0.50

7.0

R1.0

Q26

D

12.00

0 8.0

C_SCHUUR

wb08

Elementenverharding (bss)

wb07

Elementenverharding (tegel) 6.50

R

4.05 1.10 2.50

min. 4,0m zand

wb06 DKM4

Vloeistofdichte verharding (beton) 32.00

wb05

Markering, langsstrepen, patroon 1-1

10.00

wb04

Markering, langsstrepen, doorgetrokken

Z45

wb03 5.50

Driehoeksmarkering

wb02

OVKI

Kantopsluiting (trottoirband)

wb01

Materiaalscheiding .00

Kruin waterkering Talud waterkering 1:3, afstand 3 meter t.o.v. kruin

C_SCHUUR

OVKC Goot, volgens principedetail: molgoot in beton

1.50

R5. 00

Hart waterkering

A05

4.90

23.00

R1

6.00

1.10

.00

.00 R10

R1

Staalconstructie bordes

6.0 0

min. 2,0m zand

0.70

C_BIJPAND

Keerwand veegvuilbordes Terreinafscheiding

DKM7

Schuifpoort (h.o.h. afmeting palen: 9.084 meter) 3.1 0

Dubbele draaipoort, doorgang type I ca. 4 meter, doorgang type II ca. 8 meter

6.0

0

A08

3.4 0

13.06...

A06

Weegbrug (optioneel) Projectgrens 7.00

D

OWG

5.00

C_WATER

-2.00

Nieuwe hoogtemaat

-1.74

Bestaande hoogtemaat

C_ERF C_BIJ_PAND

C_WATER

A07

C_ERF

OWG

1 21-02-2019 MATEN IN METERS TENZIJ ANDERS VERMELD HOOGTEMATEN IN METERS TEN OPZICHTE VAN N.A.P. MATERIALEN IN MILLIMETERS TENZIJ ANDERS VERMELD

0

4

6

F E D C B A Wijzigingen Getekend

M.M. Cordromp

Gecontroleerd

R.M. van Meerkerk

Goedgekeurd

R.M. van Meerkerk

Datum

Schaal

1:200

110856.1001 Formaat

A0

T:\NL\PRJ\1108\110856\Models\9000\110856.9003.dwg

G

Voorlopig ontwerp Nieuwe inrichting Sondeerlocaties Postbus 3465 4800DL Breda Telefoon 076 523 33 33 Telefax 0570 69 73 44

8m

SCHAAL 1:200

GEMEENTE GOUDA ECOPARK GOUDA OWT

2

CAD TEK.:

OWG

II BIJLAGE: BELASTINGEN

Witteveen+Bos | 110856 | Bijlage | 110856/19-004.710 | Bijlage II | Definitief

III BIJLAGE: BEREKENINGSRESULTATEN FUNDERINGEN

Witteveen+Bos | 110856 | Bijlage | 110856/19-004.710 | Bijlage III | Definitief

SPREADSHEET FUNDERING OP STAAL versie 1.60 Project Projectcode Onderwerp Adviseur Datum

Ecopark Gouda 110856 Fundering bordes B. Seesing 21-3-2019

TITEL Berekening van een fundering op staal (strookfundering / plaatfundering) conform Eurocode 7 (EN 1997) met Nederlandse Nationale Bijlage (NEN-EN 1997-7/NB) en Nederlandse Aanvullende Bepalingen voor toepassing van Eurocode 7 (NEN 9097-1). UITGANGSPUNTEN geometrie type fundering prefab / in-situ breedte lengte --

B L

= = =

2.50 m 2.50 m --

Hd eH MH;d

0.0 kN 0.00 m 0.0 kNm 0° 0.0 kNm 0.0 kNm

belastingen horizontaal rekenwaarde horizontale belasting excentriciteit H moment door H hoek H met lengterichting moment door H, dwarsrichting moment door H, lengterichting

κ MH;d;B MH;d;L

= = = = = =

totaal moment totaal moment, dwarsrichting totaal moment, lengterichting

Md;B Md;L

= =

0.0 kNm 0.0 kNm

zsurface

= = = =

-1.69 m+NAP 0.00 ° -2.49 m+NAP -2.41 m+NAP

grondopbouw maaiveld maaiveldhelling (§6.5.2.2(p)) funderingsniveau freatisch niveau

β zfoundation zphreatic

grondlagen tussen maaiveld en invloedsniveau laag grondb.k. laag o.k. laag dikte nr. soort [m+NAP] [m+NAP] [m] 1 zand -1.69 -2.41 0.72 2 zand -2.41 -2.49 0.08 3 zand -2.49 -3.49 1.00 4 klei -3.49 -6.60 3.11 5 veen -6.60 -9.00 2.40 6 klei -9.00 -11.20 2.20 7 veen -11.20 -12.50 1.30 8 klei -12.50 -13.50 1.00 9 zand -13.50 -16.00 2.50 10 partiële veiligheidsfactoren (materiaal)

ϕ'k [°] 32.5 32.5 32.5 15.0 15.0 15.0 15.0 15.0 32.5

c'k [kPa] 0.0 0.0 0.0 1.0 2.5 1.0 2.5 1.0 0.0

cu;k [kPa] 0.0 0.0 0.0 25.0 20.0 25.0 20.0 25.0 0.0

1.15

1.60

1.35

ϕ'k ae ze de

= = = =

24.2 ° 7.82 m 3.29 m -5.78 m+NAP

gedraineerde toestand effectieve verticale spanning funderingsniveau effectieve gewogen cohesie effectieve gewogen hoek v. inw. wrijving effectieve gewogen volumiek gewicht draagkrachtfactor - cohesie draagkrachtfactor - bovenbelasting draagkrachtfactor - effectief volumiek gewicht vormfactor - cohesie vormfactor - bovenbelasting vormfactor - effectief volumiek gewicht reductiefactor helling belasting - cohesie reductiefactor helling belasting - bovenbelasting reductiefactor helling belasting - eff. vol. gewicht correctiefactor maaiveldhelling - cohesie correctiefactor maaiveldhelling - bovenbelasting correctiefactor maaiveldhelling - eff. vol. gewicht maximale funderingsdruk

σ'v;z;d c'equ;d ϕ'equ;d γ'equ;d Nc Nq Nγ' sc sq sγ' ic iq iγ' λc λq λγ' σ'max;d

= = = = = = = = = = = = = = = = =

12.44 kPa 0.30 kPa 21.3 ° 5.98 kN/m³ 16.13 7.29 4.91 1.42 1.36 0.70 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 156.2 kPa

γw;d

belastingen verticaal rekenw. verticale belasting (ongunstig) Vd;max rekenw. verticale belasting (gunstig) Vd;min excentriciteit V (breedte) eV;B excentriciteit V (lengte) eV;L moment door V, dwarsrichting MV;d;B moment door V, langsrichting MV;d;L chosen design vertical load maatgevende verticale belasting (ongunstig/gunstig) laat tussenliggende berekeningen zien voor

= = = =

NL NAP RC2

= = = = = = =

616 kN 616 kN 0.00 m 0.00 m 0.0 kNm 0.0 kNm 616.16 kN

10 kN/m3

ongunstig

ongunstige en gunstige verticale belasting gelijk (geen verschil in resultaat)

effectief funderingsoppervlak effectieve breedte op funderingsniveau effectieve lengte op funderingsniveau effectief funderingsoppervlak

γk [kN/m³] 18.0 18.0 18.0 15.0 12.0 15.0 12.0 15.0 18.0

BEREKENINGEN afmetingen bezwijkvlak hoek v. inw. wrijving onder funderingsniveau invloedsbreedte bezwijkvlak invloedsdiepte bezwijkvlak invloedsniveau

Shallow foundations (NEN 9997-1) v1.6_bordes_20190320

algemeen taal referentieniveau veiligheidsklasse volumiek gewicht water

rectangular foundation prefab

γsat;k [kN/m³] 20.0 20.0 20.0 15.0 12.0 15.0 12.0 15.0 20.0

1.10

γ'd [kN/m³] 16.4 8.2 8.2 3.6 0.9 3.6 0.9 3.6 8.2

σ'v;z;d [kPa] 11.8 12.4 20.6 31.9 34.1 42.1 43.3 46.9 67.4

Beff Leff Aeff

= = =

2.50 m 2.50 m 6.25 m²

X

H·X

H·X·c'd

H·X·ϕ'd

H·X·γ'd

0.00 0.00 2.79 1.14 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00

0.00 0.00 2.79 2.61 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00

0.00 0.00 0.00 1.63 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00

0.00 0.00 80.75 34.26 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00

0.00 0.00 22.79 9.50 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00

Σ

5.40

1.63

115.01

32.29

berekeningsgevallen gedraineerde/ongedraineerde toestand gedraineerde toestand conform §6.5.2.2(h) gedraineerde toestand → controle doorponsen? ongedraineerde toestand conform §6.5.2.2(f) ongedraineerde toestand → controle sqeezing?

verificatie verticaal draagvermogen verticale belasting (ongunstig) verticaal draagvermogen gedraineerd unity check (Vd/VR;dr;d) ≤ 1,0

geval c ja geval c nee

Vd VR;dr;d

= = =

616.2 kN 976.5 kN 0.63 -

Hd Rint δ / ϕ' wrijvingshoek contactvlak (met φ'k = 32.5°) δd wrijvingscoëfficiënt cf schuifweerstand gedraineerd HR;dr;d unity check (Hd/HR;dr;d) ≤ 1,0

= = = = = =

0.0 kN 0.67 19.3 ° 0.35 216.1 kN 0.00 -

verificatie horizontale schuifweerstand horizontale belasting

1|2

SPREADSHEET FUNDERING OP STAAL versie 1.60 Project Projectcode Onderwerp Adviseur Datum

Ecopark Gouda 110856 Fundering bordes B. Seesing 21-3-2019

gedraineerde toestand (pons) minder draagkrachtige laag bovenkant minder draagkrachtige laag fictieve breedte op -3.49 m+NAP fictieve lengte op -3.49 m+NAP fictief oppervlak op -3.49 m+NAP extra verticale (grond) belasting hoek v. inw. wrijving onder fict. funderingsniveau invloedsdiepte bezwijkvlak (φ' = 15.0°) invloedsniveau (φ' = 15.0°) effectieve verticale spanning fict. funderingsniveau effectieve gewogen cohesie effectieve gewogen hoek v. inw. wrijving effectieve gewogen volumiek gewicht draagkrachtfactor - cohesie draagkrachtfactor - bovenbelasting draagkrachtfactor - effectief volumiek gewicht vormfactor - cohesie vormfactor - bovenbelasting vormfactor - effectief volumiek gewicht reductiefactor helling belasting - cohesie reductiefactor helling belasting - bovenbelasting reductiefactor helling belasting - eff. vol. gewicht correctiefactor maaiveldhelling - cohesie correctiefactor maaiveldhelling - bovenbelasting correctiefactor maaiveldhelling - eff. vol. gewicht maximale funderingsdruk

nr. ztop;punch Bfict;punch Lfict;punch Afict;punch Vadd;d ϕ'k ze;punch de;punch σ'v;z;d c'equ;d ϕ'equ;d γ'equ;d Nc Nq Nγ' sc sq sγ' ic iq iγ' λc λq λγ' σ'max;d

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

4 -3.49 m+NAP 2.78 m 2.78 m 7.73 m² 83.7 kN 15.0 ° 2.79 m -6.28 m+NAP 20.62 kPa 0.63 kPa 13.1 ° 3.64 kN/m³ 9.87 3.30 1.07 1.33 1.23 0.70 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 95.4 kPa

verificatie verticaal draagvermogen verticale belasting (ongunstig) vert. draagvermogen gedraineerd (pons) unity check ((Vd+Vadd;d)/VR;dr;punch;d) ≤ 1,0

ongedraineerde toestand ongedraineerde laag bovenkant ongedraineerde laag fictieve breedte op -3.49 m+NAP fictieve lengte op -3.49 m+NAP fictief oppervlak op -3.49 m+NAP extra verticale (grond) belasting invloedsdiepte bezwijkvlak (φ' = 0°) invloedsniveau (φ' = 0°) ongedraineerde schuifsterkte (§6.5.2.2(m)) vormfactor - cohesie reductiefactor helling belasting - cohesie correctiefactor maaiveldhelling - cohesie correctiefactor maaiveldhelling - bovenbelasting effectieve verticale spanning fict. funderingsniveau maximale funderingsdruk

nr. ztop;undr Bfict;undr Lfict;undr Afict;undr Vadd;d ze;undr de;undr cu;d sc ic λc λq σ'v;z;d σ'max;d

= = = = = = = = = = = = = = =

4 -3.49 m+NAP 2.78 m 2.78 m 7.73 m² 83.7 kN 1.95 m -5.44 m+NAP 18.52 kPa 1.20 1.00 1.00 1.00 20.6 kPa 134.9 kPa

eB ⅓∙B

= = =

0.00 m 0.83 m 0.00 -

lengterichting excentriciteit lengterichting ⅓ lengte fundering unity check (e_L / (⅓ ∙ L)) ≤ 1,0

verticale belasting ongunstig gunstig ongunstig gunstig ongunstig gunstig ongunstig gunstig ongunstig gunstig ongunstig gunstig ongunstig gunstig ongunstig gunstig ongunstig gunstig

belasting 616.2 616.2 699.9 679.0 699.9 679.0 n.v.t. n.v.t. 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.00 0.00 0.00 0.00

kantelstabiliteit dwarsrichting excentriciteit dwarsrichting ⅓ breedte fundering unity check (e_B / (⅓ ∙ B)) ≤ 1,0 SAMENVATTING verificatie verificatie verticaal draagvermogen

situatie gedraineerd gedraineerd (pons) ongedraineerd ongedraineerd (squeezen)

verificatie horizontale schuifweerstand

gedraineerd gedraineerd (pons) ongedraineerd

verificatie kantelstabiliteit

dwarsrichting lengterichting

Shallow foundations (NEN 9997-1) v1.6_bordes_20190320

Vd+Vadd;d = VR;dr;punch;d = =

699.9 kN 738.2 kN 0.95 -

verificatie horizontale schuifweerstand horizontale belasting Hd = wrijvingshoek contactvlak (met φ'k = 15.0°) dd = wrijvingscoëfficiënt cf = schuifweerstand gedraineerd (pons) HR;dr;punch;d = unity check (Hd/HR;dr;punch;d) ≤ 1,0 =

0 kN 13.1 ° 0.23 163.1 kN 0.00 -

verificatie verticaal draagvermogen verticale belasting (ongunstig) verticaal draagvermogen ongedraineerd unity check ((Vd+Vadd;d)/VR;undr;d) ≤ 1,0

Vd+Vadd;d = VR;undr;d = =

699.9 kN 1043.2 kN 0.67 -

Hd HR;undr;d

= = =

0.0 kN 143.2 kN 0.00 -

= = =

----

= = =

0.00 m 0.83 m 0.00 -

verificatie horizontale schuifweerstand horizontale belasting schuifweerstand ongedraineerd unity check (Hd/HR;undr;d) ≤ 1,0

verificatie squeezen n.v.t. → geen niet-coh. laag invloedsdiepte hsq -σ'sq;d -VR;sq;d unity check ((Vd+Vadd;d)/VR;sq;d) ≤ 1,0

eL ⅓∙L

weerstand 976.5 976.5 738.2 738.2 1043.2 1043.2 n.v.t. n.v.t. 216.1 216.1 163.1 158.2 143.2 143.2 0.83 0.83 0.83 0.83

unity check 0.63 0.63 0.95 0.92 0.67 0.65 n.v.t. n.v.t. 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00

check ok ok ok ok ok ok n.v.t. n.v.t. ok ok ok ok ok ok ok ok ok ok

2|2

spreadsheet PILE BEARING CAPACITY project: projectcode: subject: prepared by: version and date:

Ecopark Gouda 110856 Paalfundering bordes B. Seesing 000 (1-4-2015)

TITLE Calculation of pile bearing capacity in accordance with NEN-EN 9997-1-c1 (Eurocode 7)

Groundwater level

RL

=

zsurf

=

NAP no no dkm-5 -0.69 m+NAP

zgw

=

-2.41 m+NAP

Soil profile fs,avg γdry,rep Layer Bottom level qc,avg Soil type # m+NAP MN/m² MN/m² kN/m³ 1 -2.86 1.0 0.01 Sand/Gravel 2 -6.6 0.5 0.03 Clay 3 -9.0 0.5 0.08 Peat 4 -11.2 0.5 0.03 Clay 5 -12.5 0.5 0.08 Peat 6 -13.5 0.5 0.03 Clay 7 -20.0 10.0 0.01 Sand/Gravel

Pile information Pile shape Smallest side pile tip Largest side pile tip Smallest side pile shaft Largest side pile shaft Pile head level Pile tip level Pile type

γsat,rep kN/m³ 18.0 14.0 12.0 14.0 12.0 14.0 18.0

OCR -

20.0 14.0 12.0 14.0 12.0 14.0 20.0

32.5 17.5 15.0 17.5 15.0 17.5 32.5

1.0 1.0 1.0 1.0 1.0 1.0 1.0

CPT

0 0

Square/rectangular 0.350 m a_tip = b_tip = 0.350 m 0.350 m a_shaft = b_shaft = 0.350 m zhead = -0.69 m+NAP ztip = -17.0 m+NAP Concrete pile -

10

20

-5

prefab -

Pile description (optional) Installation method Pile type factor tip

αp

=

Vibrating 0.700 -

Pile type factor shaft in sand

αs

=

0.010 -

= =

11.00 6.00 m

Excavation level

β S zexc

=

-0.69 m+NAP

Top level shaft friction

zsh

=

-13.5 m+NAP

Number of piles in x-direction

nx

=

1.0 -

Number of piles in y-direction Stiffness type Use group effect for stiffness?

ny

=

1.0 head no

Characteristic load (SLS)

Frep

=

350 kN

Design load (STR)

Fd

=

500 kN

Bottom of negative skin friction zone Cast in place concrete pile? (determines δi)

znk

=

-13.5 m+NAP

Representive value of surface loading Smoothness coating used?

psur,rep

=

0.0 kN/m² no

Load-displacementcurve Influence factor pile tip shape Centre-to-centre distance piles

φrep °

-10 Depth, Z [m+RL]

STARTING POINTS General information Reference level Rigid construction Excavation after pile installation CPT name Surface level

-15

Pile loading

Calculate negative skin friction

yes no

Safety factors Safety factor pile tip

γb

=

1.20 -

Safety factor pile shaft

γs

=

1.20 -

Safety factor negative skin friction Correlation factor

γf,nk ξ

= =

1.00 1.28 -

Pile bearing capacity NEN9997-1 v0.3_bordes

-20

Page 1 of 4

-25

Cone resistance, qc [MPa] qc,avg

qc,z,a

pile tip level

positive friction

negative friction

qc;I

qc;II

qc;III

Print date: 21-3-2019 9:48

spreadsheet PILE BEARING CAPACITY project: projectcode: subject: prepared by: version and date:

Ecopark Gouda 110856 Paalfundering bordes B. Seesing 000 (1-4-2015)

CPT cone resistance Minimum lowerbound influence zone

ztip+0,7Deq =

-17.28 m+NAP

Maximum lowerbound influencezone

ztip+4Deq

=

-18.58 m+NAP -13.84 m+NAP

Upperbound influence zone

ztip - 8Deq =

Averaged value cone resistance traject I

qcI;avg

=

10.0 MN/m²

Averaged value cone resistance traject II

qcII;avg

=

8.0 MN/m²

Averaged value cone resistance traject III

qcIII;avg

=

9.0 MN/m²

Average Young's modulus of soil below 4D from pile tipEea,gem

=

60000 kN/m²

CALCULATIONS Pile information Equivalent diameter tip

Deq

=

0.395 m

Equivalent diameter shaft

deq

=

Pile length

L

=

0.395 m 16.31 m

Length of positive shaft friction Geometric ratio pile tip Influence factor pile tip

∆L r s

= = =

3.50 m 1.00 1.00 -

Slenderness

λ Os

= =

41.30 1.40 m

Pile tip surface

Ap

=

Unloading due to excavation Excavation reduction type

∆σ'v,exc

=

dnk

=

Shaft perimeter

Negative skin friction Thickness of negative skin friction zone Pile group calculation? Average circumference pile shaft

0.123 m² 0.00 kN/m² no excavation

12.81 m no 1.40 m

Os,gem

=

Negative skin friction, representative value

Fnk,rep

=

Negative skin friction, design value

Fnk,d

=

Bearing capacity (STR) Bearing capacity pile tip, calculation value

Rb,cal,max

=

Bearing capacity pile shaft, calculation value

Rs,cal,max

=

Total bearing capacity, calculation value

Rc,cal,max

=

Total bearing capacity, characteristic value

Rc,k

=

1262 kN 986 kN

Total bearing capacity, design value

Rc,d

=

821 kN

Vertical displacements (SLS) Displacement due to pile loading

sb

=

2.2 mm

Force in pile tip

Rb,cal

=

Force in pile shaft

Rs,cal

=

242.7 kN 290.9 kN

Average normal force in shaft

Fgem

=

308 kN

Shaft surface area

As

=

Nominal Young's modulus shaft material

Epaal, nom

=

0.12 m² 2.00E+07 kN/m²

Displacement due to elastic deformation of the pile

sel

=

Vertical displacement single pile Shapefactor loaded area Vertical stress at 4D below pile tip

s1 m* σv,4D

= = =

Loaded area at 4D below pile tip

A4D

=

2.0 mm 4.3 mm 0.950 56.81 kN/m² 9.92 m²

Vertical displacement pile group Total vertical displacement

s2 s

= =

0.0 mm 4.3 mm

Axial stiffness (SLS) Relevant displacement

sstiff

=

4.3 mm

Secant stiffness

ksec

=

Low secant stiffness

klow,sec

=

81.6 MN/m 57.7 MN/m

High secant stiffness

khigh,sec

=

Tangent stiffness

ktan

=

Low tangent stiffness

klow,tan

=

91.0 MN/m

High tangent stiffness

khigh,tan

=

181.9 MN/m

Pile bearing capacity NEN9997-1 v0.3_bordes

213.69 kN 213.69 kN

772 kN 490 kN

115.4 MN/m 128.7 MN/m

Page 2 of 4

Print date: 21-3-2019 9:48

spreadsheet PILE BEARING CAPACITY project: projectcode: subject: prepared by: version and date:

Ecopark Gouda 110856 Paalfundering beheerunit B. Seesing 000 (1-4-2015)

TITLE Calculation of pile bearing capacity in accordance with NEN-EN 9997-1-c1 (Eurocode 7)

Groundwater level

RL

=

zsurf

=

NAP no no dkm-5 -0.69 m+NAP

zgw

=

-2.41 m+NAP

Soil profile fs,avg γdry,rep Layer Bottom level qc,avg Soil type # m+NAP MN/m² MN/m² kN/m³ 1 -2.86 1.0 0.01 Sand/Gravel 2 -6.6 0.5 0.03 Clay 3 -9.0 0.5 0.08 Peat 4 -11.2 0.5 0.03 Clay 5 -12.5 0.5 0.08 Peat 6 -13.5 0.5 0.03 Clay 7 -20.0 10.0 0.01 Sand/Gravel

Pile information Pile shape Smallest side pile tip Largest side pile tip Smallest side pile shaft Largest side pile shaft Pile head level Pile tip level Pile type

γsat,rep kN/m³ 18.0 14.0 12.0 14.0 12.0 14.0 18.0

OCR -

20.0 14.0 12.0 14.0 12.0 14.0 20.0

32.5 17.5 15.0 17.5 15.0 17.5 32.5

1.0 1.0 1.0 1.0 1.0 1.0 1.0

CPT

0 0

Square/rectangular 0.250 m a_tip = b_tip = 0.250 m 0.250 m a_shaft = b_shaft = 0.250 m zhead = -0.69 m+NAP ztip = -15.5 m+NAP Concrete pile -

10

20

-5

prefab -

Pile description (optional) Installation method Pile type factor tip

αp

=

Vibrating 0.700 -

Pile type factor shaft in sand

αs

=

0.010 -

= =

11.00 6.00 m

Excavation level

β S zexc

=

-0.69 m+NAP

Top level shaft friction

zsh

=

-13.5 m+NAP

Number of piles in x-direction

nx

=

1.0 -

Number of piles in y-direction Stiffness type Use group effect for stiffness?

ny

=

1.0 head no

Characteristic load (SLS)

Frep

=

175 kN

Design load (STR)

Fd

=

125 kN

Bottom of negative skin friction zone Cast in place concrete pile? (determines δi)

znk

=

-13.5 m+NAP

Representive value of surface loading Smoothness coating used?

psur,rep

=

0.0 kN/m² no

Load-displacementcurve Influence factor pile tip shape Centre-to-centre distance piles

φrep °

-10 Depth, Z [m+RL]

STARTING POINTS General information Reference level Rigid construction Excavation after pile installation CPT name Surface level

-15

Pile loading

Calculate negative skin friction

yes no

Safety factors Safety factor pile tip

γb

=

1.20 -

Safety factor pile shaft

γs

=

1.20 -

Safety factor negative skin friction Correlation factor

γf,nk ξ

= =

1.00 1.28 -

Pile bearing capacity NEN9997-1 v0.3_beheerunit

-20

Page 1 of 4

-25

Cone resistance, qc [MPa] qc,avg

qc,z,a

pile tip level

positive friction

negative friction

qc;I

qc;II

qc;III

Print date: 21-3-2019 9:49

spreadsheet PILE BEARING CAPACITY project: projectcode: subject: prepared by: version and date:

Ecopark Gouda 110856 Paalfundering beheerunit B. Seesing 000 (1-4-2015)

CPT cone resistance Minimum lowerbound influence zone

ztip+0,7Deq =

-15.70 m+NAP

Maximum lowerbound influencezone

ztip+4Deq

=

-16.63 m+NAP -13.24 m+NAP

Upperbound influence zone

ztip - 8Deq =

Averaged value cone resistance traject I

qcI;avg

=

8.0 MN/m²

Averaged value cone resistance traject II

qcII;avg

=

8.0 MN/m²

Averaged value cone resistance traject III

qcIII;avg

=

6.0 MN/m²

Average Young's modulus of soil below 4D from pile tipEea,gem

=

60000 kN/m²

CALCULATIONS Pile information Equivalent diameter tip

Deq

=

0.282 m

Equivalent diameter shaft

deq

=

Pile length

L

=

0.282 m 14.81 m

Length of positive shaft friction Geometric ratio pile tip Influence factor pile tip

∆L r s

= = =

2.00 m 1.00 1.00 -

Slenderness

λ Os

= =

52.50 1.00 m

Pile tip surface

Ap

=

Unloading due to excavation Excavation reduction type

∆σ'v,exc

=

dnk

=

Shaft perimeter

Negative skin friction Thickness of negative skin friction zone Pile group calculation? Average circumference pile shaft

0.063 m² 0.00 kN/m² no excavation

12.81 m no 1.00 m

Os,gem

=

Negative skin friction, representative value

Fnk,rep

=

Negative skin friction, design value

Fnk,d

=

Bearing capacity (STR) Bearing capacity pile tip, calculation value

Rb,cal,max

=

Bearing capacity pile shaft, calculation value

Rs,cal,max

=

Total bearing capacity, calculation value

Rc,cal,max

=

Total bearing capacity, characteristic value

Rc,k

=

506 kN 396 kN

Total bearing capacity, design value

Rc,d

=

330 kN

Vertical displacements (SLS) Displacement due to pile loading

sb

=

4.2 mm

Force in pile tip

Rb,cal

=

Force in pile shaft

Rs,cal

=

162.4 kN 159.0 kN

Average normal force in shaft

Fgem

=

175 kN

Shaft surface area

As

=

Nominal Young's modulus shaft material

Epaal, nom

=

0.06 m² 2.00E+07 kN/m²

Displacement due to elastic deformation of the pile

sel

=

Vertical displacement single pile Shapefactor loaded area Vertical stress at 4D below pile tip

s1 m* σv,4D

= = =

Loaded area at 4D below pile tip

A4D

=

2.1 mm 6.3 mm 0.950 64.72 kN/m² 5.06 m²

Vertical displacement pile group Total vertical displacement

s2 s

= =

0.0 mm 6.3 mm

Axial stiffness (SLS) Relevant displacement

sstiff

=

6.3 mm

Secant stiffness

ksec

=

Low secant stiffness

klow,sec

=

27.8 MN/m 19.7 MN/m

High secant stiffness

khigh,sec

=

Tangent stiffness

ktan

=

Low tangent stiffness

klow,tan

=

High tangent stiffness

khigh,tan

=

Pile bearing capacity NEN9997-1 v0.3_beheerunit

152.63 kN 152.63 kN

306 kN 200 kN

39.3 MN/m 45.9 MN/m 32.5 MN/m 65.0 MN/m

Page 2 of 4

Print date: 21-3-2019 9:49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=a146fa88-df12-4569-b812-1a1a5128cdbe