Bijlage 17 2023-02-21 21382 AN MER
Tekst van het document
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Project Status Projectnummer Kenmerk Datum Auteur Controle
Engelvaartlocatie Gouda Definitief 21382 21382.AN/MER 21 februari 2023 mr. A. van Dam M.F. Bleeker MSc
Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628
COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 – 744 08 38 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch op geluidsband of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Mees Ruimte & Milieu.
Mees Ruimte & Milieu | 21382.AN/MER
Pagina | 2
INHOUDSOPGAVE 1
Inleiding Aanleiding Leeswijzer
4 4 4
2
2.2.3.1 2.2.3.2 2.3.1.1 2.3.1.2 2.3.1.3
Vormvrije m.e.r.-beoordeling Algemeen Beoordeling Kenmerken van het project Projectlocatie Beoogde ontwikkeling Geldend bestemmingsplan Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Productie en verwerking van afvalstoffen Cumulatie met andere projecten Plaats van het project Bestaand grondgebruik Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn Toetsing overige gevoelige gebieden Kenmerken van het potentiële effect Verkeersgeneratie en ontsluiting Luchtkwaliteit Geluid Ecologie Gezondheid
5 5 6 6 6 7 8 10 10 10 10 10 10 11 11 11 12 12 12 13
3
Conclusie en verzoek
14
2.2.1.1 2.2.1.2 2.2.1.3 2.2.1.4 2.2.1.5 2.2.1.6 2.2.2.1 2.2.2.2 2.2.2.3
Bijlagen Bijlage 1 – Verkeersonderzoek Goudappel Coffeng Bijlage 2 – Ecologische quickscan Bureau Natuurzorg Bijlage 3 – Stikstofdepositieberekening MEES Ruimte & Milieu Bijlage 4 – Stikstofdepositieberekening MBH Consult
Mees Ruimte & Milieu | 21382.AN/MER
Pagina | 3
1
INLEIDING AANLEIDING White House Development en Green Real Estate zijn voornemens om aan het perceel gelegen aan de Nieuwe Gouwe O.Z. 40 (ook wel bekend als Engelvaartlocatie) een nieuw bedrijfsgebouw in de vorm van een distributiecentrum te realiseren. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het ter plaatse vigerende bestemmingsplan “Goudse Poort”, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Gouda op 19 september 2012. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt derhalve een planologische procedure doorlopen aan de hand van een omgevingsvergunning ‘planologisch strijdig gebruik’. Bij elk besluit of plan dat betrekking heeft op een activiteit die voorkomt op de C- of D-lijst van het Besluit MER dient aandacht besteed te worden aan de m.e.r.-beoordeling. Onderhavig initiatief valt onder de drempelwaarde van een van de activiteiten op de D-lijst, waardoor in beginsel volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het doel van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is het toetsen of een plan of besluit voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu. Het bevoegd gezag dient te beoordelen in hoeverre volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Een dergelijk besluit wordt genomen aan de hand van de aanmeldnotitie en vormt een bijlage bij het ruimtelijk besluit.
In onderhavig geval wordt, om het initiatief mogelijk te maken, een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Deze aanmeldnotitie wordt tegelijkertijd met de omgevingsvergunningaanvraag voorgelegd aan het bevoegd gezag. In deze aanmeldnotitie wordt de vormvrije m.e.r.-beoordeling doorlopen.
LEESWIJZER In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het wettelijk kader en vindt de vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats. De vormvrije m.e.r.-beoordeling in hoofdstuk 2 volgt de indeling van bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens afgesloten met een conclusie en een verzoek.
Mees Ruimte & Milieu | 21382.AN/MER
Pagina | 4
2
VORMVRIJE M.E.R.BEOORDELING ALGEMEEN De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt alsnog een m.e.r.-plicht. In bijlage D worden in kolom 2 drempelwaarden gegeven. Indien een ontwikkeling boven de drempelwaarden uitkomt, geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Op het moment dat een ontwikkeling genoemd staat in bijlage D, maar onder de drempelwaarden valt, dient te worden beoordeeld of sprake kan zijn van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze beoordeling vindt plaats middels de zogeheten ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’.
Indien hieruit blijkt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten, geldt alsnog een m.e.r.-beoordelingsplicht. De vorm van een vormvrije m.e.r. is niet bepaald, maar de inhoud waar een m.e.r.-beoordeling aan dient te voldoen is wel bepaald (Bijlage III van de Europese richtlijn 2011/92/EU). In de vormvrije m.e.r. dient de volgende inhoud te zijn vermeld: 1. Kenmerken van de projecten. 2. Plaats van de projecten. 3. Kenmerken van het potentiële effect. Relatie tot ontwikkeling In de huidige situatie ligt het projectgebied grotendeels braak. De voormalige bebouwing in het plangebied is reeds gesloopt en de aanwezige watergang wordt (conform de daarvoor verleende watervergunning) gedempt. Verder zijn een aantal bomen op de locatie gekapt. De projectlocatie is gelegen in de kadastrale gemeente Gouda en staat verder kadastraal bekend onder sectie M perceelnummers 4491, 4789 en 4790. De projectlocatie wordt begrensd door de N207 aan de westzijde, de Nieuwe Gouwe O.Z. aan de zuidzijde en diverse bedrijven aan de oost- en noordzijde. Opgemerkt wordt dat thans sprake is van een braakliggend perceel, maar dat de locatie voorheen in gebruik was ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten die daar planologisch reeds zijn toegestaan. Het doel is om op de projectlocatie een nieuw bedrijfsgebouw in de vorm van een distributiecentrum te realiseren.
De footprint van het distributiecentrum is echter groter dan het geldende bestemmingsplan toestaat en daarbij wordt een deel van de ontwikkeling eveneens binnen de nu geldende bestemmingen ‘Kantoor’ en ‘Water’ voorzien. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen wijziging, kan de ontwikkeling getypeerd worden als een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals vermeld in bijlage D, onderdeel 11.2 van het Besluit m.e.r. (zie ook tabel 1). De ontwikkeling valt echter ruim onder de drempelwaarden,
Mees Ruimte & Milieu | 21382.AN/MER
Pagina | 5
waardoor geen directe m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, maar volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.beoordeling.’ Tabel 1. Relevant onderdeel D. Activiteiten, plannen en besluiten, ten aanzien waarvan de procedure als bedoeld in de artikelen 7.16 tot en met 7.20 van de wet van toepassing is
D 11.2
Kolom 1
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
Activiteiten
Gevallen
Plannen
Besluiten
De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. Een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. Een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
In de volgende paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect van het project.
BEOORDELING Kenmerken van het project 2.2.1.1 Projectlocatie De projectlocatie is gelegen aan de Nieuwe Gouwe O.Z. 40 te Gouda, is gelegen in de kadastrale gemeente Gouda en staat verder kadastraal bekend onder sectie M perceelnummers 4491, 4789 en 4790. De projectlocatie wordt begrensd door de N207 aan de westzijde, de Nieuwe Gouwe O.Z. aan de zuidzijde en diverse bedrijven aan de oost- en noordzijde. Een luchtfoto van de projectlocatie is weergegeven op figuur 1. Figuur 1. Ligging projectgebied, projectgebied bij benadering ter plaatse van de rode stip (bron: QGIS, eigen bewerking)
Mees Ruimte & Milieu | 21382.AN/MER
Pagina | 6
2.2.1.2 Beoogde ontwikkeling White House Development en Green Real Estate zijn voornemens om op de projectlocatie een nieuw bedrijfsgebouw in de vorm van een distributiecentrum te realiseren. Het gaat om een modern en duurzaam logistiek distributiecentrum, dat de toegang van de Goudse Poort op een bijzondere wijze zal markeren. Vanwege een toekomstbestendige bedrijfsvoering van een distributiecentrum én te kunnen voorzien in een kwalitatief hoogwaardig bedrijf is een footprint van circa 24.258 m2 nodig en is het benodigd te voorzien in 20 laaddocks. Daarnaast is het ten behoeve van de alternatieve aanwendbaarheid benodigd om circa 1.717 m2 aan kantoorruimte te realiseren, zodat ter plaatse ook kan worden gewerkt. Voorgaande resulteert in een gebouw met een oppervlakte van 27.776 m2. Bij de totstandkoming van de ontwikkeling is ingezet op een alzijdige uitstraling, transparantie, daglicht en flexibiliteit. De toegangen van het terrein sluiten goed aan op de reeds aanwezige wegenstructuur. De materialisering van het gebouw kenmerkt zich door duurzame toekomstbestendige producten die een moderne, industriële uitstraling hebben. Het doel is qua maatvoering van het beoogde bedrijfsgebouw aan te sluiten bij de bouwmogelijkheden die het geldende bestemmingsplan biedt. De hoogte van het bedrijfsgebouw zal derhalve maximaal 15 meter bedragen.
Naast de te realiseren bebouwing zal op eigen terrein voorzien worden in voldoende parkeerplaatsen. Daarnaast is aandacht voor een groene invulling van de projectlocatie. Figuur 2 en figuur 3 tonen een impressie van de beoogde ontwikkeling. Figuur 2. Impressie toekomstige situatie (bron: Heembouw, d.d. 21 juli 2022)
Figuur 3. Impressie toekomstige situatie (bron: Heembouw, d.d. 21 juli 2022)
Mees Ruimte & Milieu | 21382.AN/MER
Pagina | 7
Het projectgebied wordt verder zoveel mogelijk voorzien van een groene inrichting. Daarnaast wordt het bestaande oppervlaktewater gedempt en wordt voorzien in nieuw oppervlaktewater (e.e.a. conform een daarvoor reeds verleende watervergunning). Tot slot wordt de bestaande in- en uitrit verplaatst. 2.2.1.3 Geldend bestemmingsplan Het geldende bestemmingsplan ter plaatse van de projectlocatie is het bestemmingsplan “Goudse Poort”, dat op 19 september 2012 is vastgesteld door de gemeenteraad van Gouda en per 31 januari 2014 onherroepelijk is. Naast het bestemmingsplan “Goudse Poort” zijn ook het bestemmingsplan “Parapluherziening Parkeren” en het “Parapluplan Wonen” van kracht. Het bestemmingsplan “Parapluherziening Parkeren” borgt dat een bij een nieuwe ontwikkeling wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen (en laad- en losruimte) conform het dan geldende parkeerbeleid. Het bestemmingsplan “Parapluplan Wonen” is niet relevant aangezien de voorgenomen ontwikkeling geen woningbouwontwikkeling betreft. Volgens het bestemmingsplan “Goudse Poort” kent de projectlocatie de volgende bestemmingen en aanduidingen: -
de enkelbestemming ‘Bedrijf’, waarbinnen gebouwd mag worden tot een maximale bouwhoogte van 15 meter en waar het bouwperceel tot ten hoogste 75% mag worden bebouwd (middels een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid ten hoogste 80% worden bebouwd); de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ (ter plaatse van de bestemming ‘Bedrijf’); de enkelbestemming ‘Water’; de enkelbestemming ‘Kantoor’, waar binnen het aangegeven bouwvlak gebouwd mag worden tot een maximum bouwhoogte van respectievelijk 3, 9 en 12 meter; de gebiedsaanduiding ‘wetgevingzone – afwijkingsgebied 1’ (ter plaatse van de bestemming ‘Kantoor’); de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’; de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. Opgemerkt wordt dat aangrenzend aan de projectlocatie sprake is van een enkelbestemming ‘Verkeer’ en een dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’.
Figuur 4. Geldende bestemmingen, plangebied bij benadering met rode stippellijn weergegeven (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Mees Ruimte & Milieu | 21382.AN/MER
Pagina | 8
Toets ontwikkeling aan het bestemmingsplan De beoogde functie als zijnde distributiecentrum met bijbehorende parkeergelegenheid en laad- en losruimte is in overeenstemming met de bestemming ‘Bedrijf’, maar in strijd met de bestemmingen ‘Water’ en ‘Kantoor’. Opgemerkt wordt dat ter plaatse van de bestemming ‘Bedrijf’ bedrijven zijn toegestaan tot ten hoogste milieucategorie 3.2, zoals vermeld in de bijlage van de regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten. Een distributiecentrum komt voor op de Staat van Bedrijfsactiviteiten en valt onder milieucategorie 3.1. Het bebouwde oppervlakte ter plaatse van de bestemming ‘Bedrijf’ bedraagt in de beoogde situatie 79,5%, zie ook onderstaande figuur. Hiermee wordt voldaan aan het bebouwingspercentage dat kan worden toegestaan middels de in het bestemmingsplan opgenomen binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. Ook wordt voldaan aan de ter plaatse van de bestemming ‘Bedrijf’ toegestane maximale bouwhoogte van 15 meter. Figuur 5. Toelichting bebouwingspercentage (bron: Heembouw, d.d. 13 juli 2022)
De footprint van het distributiecentrum is echter groter dan het geldende bestemmingsplan toestaat en daarbij wordt een deel van de ontwikkeling eveneens binnen de nu geldende bestemmingen ‘Kantoor’ en ‘Water’ voorzien. De bestemmingen ‘Water’ en ‘Kantoor’ staan de beoogde functie echter niet toe. Hoewel de voorgenomen ontwikkeling binnen deze bestemmingen slechts voornamelijk bij het bedrijfsgebouw behorende voorzieningen voorziet, zoals bijvoorbeeld parkeerplaatsen, zijn ook deze voorzieningen in strijd met de aldaar geldende bestemmingen. De bestemmingen ‘Water’ en ‘Kantoor staan immers slechts bij de desbetreffende bestemming behorende functies toe. Om de genoemde strijdigheden weg te nemen en het project planologisch mogelijk te maken, wordt een procedure doorlopen aan de hand van een omgevingsvergunning ‘planologisch strijdig gebruik’. In deze procedure is ook aandacht voor de aspecten archeologie, water(kering) en de nabijgelegen gasleiding.
Mees Ruimte & Milieu | 21382.AN/MER
Pagina | 9
2.2.1.4 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Voor de realisatie van het project worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal, zoals beton, hout, staal en grond. Een andere locatie zal niet leiden tot minder gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Bij de beoogde ontwikkeling is geen sprake van productieprocessen. 2.2.1.5 Productie en verwerking van afvalstoffen In het projectgebied is een distributiecentrum voorzien, waarbij sprake kan zijn van het produceren van bedrijfsafval. Het bedrijfsafval (of de bedrijfsafvalstoffen) zullen worden gescheiden en ook gescheiden worden afgevoerd. Daarnaast wordt binnen het plangebied een gescheiden rioolstelsel aangelegd, waarbij het regenwater en het vuile afvalwater gescheiden afgevoerd worden. 2.2.1.6 Cumulatie met andere projecten Vooralsnog zijn er geen andere projecten in de omgeving bekend, die dermate concreet zijn dat cumulatie van effecten te verwachten is.
Plaats van het project In deze paragraaf wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het projectgebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden. 2.2.2.1 Bestaand grondgebruik Het bestaand grondgebruik is reeds beschreven in paragraaf 2.2.1.1 van deze aanmeldnotitie. 2.2.2.2 Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn In onderstaande tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Type gebied Wetlands
Juridisch kader Conventie van Ramsar
Kustgebieden Berggebieden en bosgebieden
(o.a.) Wet natuurbescherming
Reservaten en natuurparken: Nationale Landschappen Nationale parken
Nationale Landschappen zijn benoemd in de Nota Ruimte. De Nationale Parken zijn onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland (NNN) Wet natuurbescherming
Speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn)
Gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake
Mees Ruimte & Milieu | 21382.AN/MER
Europese milieurichtlijnen (o.a. kaderrichtlijn Luchtkwaliteit en kaderrichtlijn Water)
Relevantie voor voorgenomen ontwikkeling In of in de directe nabijheid van de projectlocatie zijn geen aangewezen Wetlands aanwezig. De projectlocatie is niet gelegen in een kustgebied. De projectlocatie is niet gelegen in een berg- of bosgebied. De projectlocatie is niet in een Nationaal Landschap of Nationaal Park gelegen.
Op circa 6,0 kilometer van de projectlocatie is het Natura 2000-gebied ‘Broekvelden, Vettenbroek en Polder Stein’. Dit betreft geen stikstofgevoelig natuurgebied. Gelet op de afstand en de aard van de werkzaamheden, wordt een negatief effect op dit Natura 2000gebied dan ook niet verwacht. Volledigheidshalve is echter wel een stikstofdepositieberekening uitgevoerd om het effect van de voorgenomen ontwikkeling op verder gelegen Natura 2000-gebieden te beoordelen. In paragraaf 2.2.3.4 van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is hier nader op ingegaan. De projectlocatie is niet gelegen in een gebied waar o.b.v. communautaire wetgeving reeds normen worden overschreden.
Pagina | 10
milieukwaliteit reeds worden overschreden Gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid Landschappen van: Historisch belang Cultureel belang o Beschermd stads- en dorpsgezicht Archeologisch belang
Verdrag van Valletta Erfgoedwet
De gemeente Gouda is niet aangemerkt als een gemeente met een hoge bevolkingsdichtheid (conform cijfers CBS). Het plangebied is niet gelegen in een gebied met een historisch-, cultureel- of archeologisch belang.
2.2.2.3 Toetsing overige gevoelige gebieden Naast de gebieden die specifiek zijn genoemd in Bijlage III van de EU-Richtlijn, wordt eveneens getoetst of de projectlocatie gelegen is in gevoelige gebieden op grond van overige nationale of provinciale wet- en regelgeving. Type gebied Natuurnetwerk Nederland
Juridisch kader Provinciale verordening
Weidevogelleefgebied
Provinciale verordening
Stiltegebied Bodembeschermingsgebied
Provinciale verordening Wet milieubeheer Provinciale verordening
Grondwaterbeschermingsgebied
Provinciale verordening
Beschermingszone waterkering
Legger en Keur hoogheemraadschap van Delfland
Gebied geschikt voor beschermde soorten
Wet natuurbescherming
Relevantie voor voorgenomen ontwikkeling De projectlocatie maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De projectlocatie is niet gelegen in een weidevogelleefgebied. De projectlocatie is niet gelegen in een stiltegebied. De projectlocatie is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied. De projectlocatie is niet gelegen in het grondwaterbeschermingsgebied. De projectlocatie is gedeeltelijk gelegen in de beschermingszone van een regionale waterkering. In dit gedeelte van het projectgebied zal een herinrichting van het terrein plaatsvinden. Door het aanvragen van een watervergunning, zullen de waterhuishoudkundige belangen worden beschermd c.q. gewaarborgd. De projectlocatie is mogelijk geschikt voor beschermde soorten. Om die reden wordt in paragraaf 2.2.3.4 nader op het aspect ecologie (soortenbescherming) ingegaan.
Kenmerken van het potentiële effect In deze paragraaf wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de voorgenomen activiteit, waarbij het gaat om de interactie tussen beide voorgaande hoofdstukken (kenmerken van het project en plaats van het project). Hetgeen beschreven is over de kenmerken van het project en de plaats van het project zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gesteld. Van de overige (milieu)aspecten wordt op basis van de beoordeling die heeft plaatsgevonden in de voorgaande hoofdstukken op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten. 2.2.3.1 Verkeersgeneratie en ontsluiting Door Goudappel Coffeng is een onderzoek uitgevoerd naar de verkeersgeneratie- en afwikkeling als gevolg van de realisatie van het distributiecentrum. Het volledige onderzoek van Goudappel Coffeng is opgenomen in bijlage 1. De resultaten van het onderzoek worden hieronder weergegeven.
Mees Ruimte & Milieu | 21382.AN/MER
Pagina | 11
De verkeersaantrekkende werking van de beoogde ontwikkeling is lager dan de verkeersaantrekkende werking behorend bij de eerdere invulling van het plangebied, welke conform het bestemmingsplan nog steeds mogelijk is. Uit de berekeningen volgt dat in de ochtendspits zowel in de autonome situatie (waarin geen rekening is gehouden met de verkeersaantrekkende werking van de planologische mogelijkheden) en de beoogde situatie sprake is van ene redelijk tot goede situatie. In de avondspits is er in de autonome situatie echter al sprake van een overbelasting en met de realisatie van de beoogde ontwikkeling wordt het omliggende wegennet zwaarder belast. Hierover vindt afstemming plaats met de gemeente. Ten opzichte van de eerdere invulling van de projectlocatie, welke planologisch nog steeds mogelijk is, leidt de ontwikkeling niet tot een toename van de verkeersaantrekkende werking. Als gevolg is geen sprake van een belangrijk nadelig milieugevolg die een MER rechtvaardigt. 2.2.3.2 Luchtkwaliteit De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de herontwikkeling van de gronden behorende bij de projectlocatie. In onderhavig geval is sprake van de realisatie van een nieuw distributiecentrum. De ontwikkeling is niet één op één te vergelijken met de projecten die op grond van de ministeriële regeling ‘niet in betekenende mate’ als ‘NIBM’ worden beschouwd.
Zoals in paragraaf 2.2.3.1 is omschreven is de toekomstige verkeersgeneratie lager dan verkeersgeneratie behorend bij de voormalige invulling welke volgens het bestemmingsplan nog steeds is toegestaan. De beoogde ontwikkeling zorgt derhalve niet voor een verslechtering van de luchtkwaliteit. Hier komt bij dat de bestaande achtergrondconcentraties erg laag zijn en de grenswaarden voor deze achtergrondconcentraties niet worden overschreden (zie ook tabel 2). Jaar
Totale concentratie rekenpunt 15475486 NO2 (µg/m3) PM10 (µg/m3)
PM2,5 (µg/m3)
2020
22,5
16,6
8,9
2030
16,8
14,8
7,6
Grenswaarden
40
40
25
Hierdoor kan er zonder meer worden aangenomen dat ook na realisatie van het plan de achtergrondconcentraties nog steeds laag zijn en in ieder geval nog steeds ver onder de wettelijke grenswaarden liggen. Wat betreft het aspect ‘luchtkwaliteit’ is dus geen sprake van negatieve milieueffecten. 2.3.1.1 Geluid De Wet geluidhinder (Wgh) beoogt de burger te beschermen tegen hoge geluidsbelastingen. In deze wet zijn onder meer normen voor geluid van wegverkeer- en spoorweglawaai vastgelegd. De voorgenomen ontwikkeling voorziet echter niet in de realisatie van een geluidgevoelig object. Wel zullen in het projectgebied waar nodig maatregelen worden genomen, zodat ter plaatse goed en rustig kan worden gewerkt. Dit is met name relevant voor de te realiseren kantoorruimtes. Verder is geen sprake van een (forse) toename van verkeersgeneratie, waardoor het geluid als gevolg van het verkeer van en naar de inrichting zal toenemen. Gelet op voorgaande is geen sprake van een belangrijk nadelig milieugevolg dat een MER rechtvaardigt. 2.3.1.2
Ecologie
Gebiedsbescherming Zoals in paragraaf 2.2.2.2 en 2.2.2.3 van deze aanmeldnotitie reeds is beschreven, is het plangebied niet gelegen binnen de grenzen of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied “Broekvelden, Vettenbroek en Polder Stein” bevindt zich op circa 6,0 kilometer afstand van het projectgebied. Gelet op de aard van de werkzaamheden en de afstand, wordt een negatief effect op dit Natura 2000-gebied niet verwacht. Daar komt bij dat dit Natura 2000-gebied niet stikstofgevoelig is.
Mees Ruimte & Milieu | 21382.AN/MER
Pagina | 12
Om aan te tonen in hoeverre het beoogd initiatief significante effecten op overige beschermde natuurgebieden heeft, is zowel voor de aanleg- als de gebruiksfase een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. De berekeningen zijn opgenomen als bijlage 3 en 4 bij deze aanmeldnotitie. Uit de berekeningen voor de gebruiksfase volgt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar zijn. Significant negatieve effecten als gevolg van het beoogd initiatief kunnen daardoor worden uitgesloten. Het aspect gebiedsbescherming (stikstofdepositie) vormt geen belemmering en er is geen vergunning voor stikstofdepositie ingevolge de Wet natuurbescherming benodigd. Dit onderdeel rechtvaardigt derhalve geen MER. Soortbescherming In het kader van de beoogde ontwikkeling is een quickscan flora en fauna uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. Deze is opgenomen als bijlage 2 bij deze aanmeldnotitie. Uit de quickscan volgt dat binnen het plangebied geen verblijfplaatsen van beschermde soorten aanwezig zijn. Ook tasten de werkzaamheden geen essentiële foerageerroutes van vleermuizen aan. Van een belangrijk nadelig milieugevolg als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling is derhalve geen sprake. Dit onderdeel rechtvaardigt derhalve geen MER. Wel is op alle aanwezige en voorkomende soorten jaarrond de zorgplicht van toepassing. 2.3.1.3 Gezondheid Gezondheid wordt bepaald door verschillende factoren.
Te denken valt aan geluid, luchtkwaliteit, groen, bewegen en sociale aspecten. Zoals hiervoor reeds is beschreven, zijn negatieve effecten als gevolg van geluid en luchtkwaliteit niet te verwachten. In het kader van het aspect gezondheid is het belangrijk om te vermelden dat een distributiecentrum wordt opgericht, waarbij ruim aandacht is voor een groene invulling van het omliggende terrein. Daarnaast wordt een hoogwaardig en duurzaam gebouw ontwikkeld. In de beoogde situatie wordt voorzien in 5.775 m2 groen. Daarnaast wordt het terrein ingericht met halfverharding, wordt het distributiecentrum voorzien van een groen sedumdak en een groene gevel. De beoogde invulling zal een kwalitatieve verbetering zijn ten opzichte van het groen dat in huidige situatie aanwezig is. Daarbij wordt het aanzicht vanaf het nabijgelegen fietspad verbeterd door de groene omzoming van het projectgebied en kunnen werknemers gebruik maken van het aanwezige groen, zodat ze hier tijdens werktijd kunnen verblijven. Het gebouw wordt verder voorzien van PV panelen, een waterbestendige constructie en wordt BREEAM-gecertificeerd ontworpen. Door te voldoen aan credit LE04 voor BREEAM wordt daarnaast de ecologische waarde verhoogd. Meer groen draagt door zijn bufferend en zuiverend vermogen bij aan de kwantitatieve en kwalitatieve verbetering van het watersysteem alsmede aan een gezonde leefomgeving.
Daarnaast draagt een aantrekkelijke groene buitenruimte bij aan het sociale aspect, daar dit uitnodigt tot sociale interactie. Voor de werknemers zal het terrein derhalve een prettige ruimte zijn om te verblijven. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot een negatief (milieu)effect ten aanzien van het aspect gezondheid.
Mees Ruimte & Milieu | 21382.AN/MER
Pagina | 13
3
CONCLUSIE EN VERZOEK Uit hoofdstuk 2 volgt dat er geen nadelige milieu effecten naar aanleiding van de ontwikkeling verwacht hoeven te worden. Door het uitblijven van belangrijke nadelige gevolgen kan worden geconcludeerd dat er geen volledige milieueffectrapportage hoeft te worden doorlopen en dat er geen milieueffectrapport (MER) nodig is. Middels voorliggende aanmeldnotitie wordt het bevoegd gezag verzocht het besluit te nemen dat, gezien de kenmerken van het potentiële effect, geen nadere m.e.r.-beoordeling nodig is. Dit besluit dient genomen te worden, voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage ligt. Het besluit wordt opgenomen in het ontwerp bestemmingsplan.
Mees Ruimte & Milieu | 21382.AN/MER
Pagina | 14
BIJLAGE 1 – VERKEERSONDERZOEK GOUDAPPEL COFFENG
Mees Ruimte & Milieu | 21382.AN/MER
Pagina | 15
Engelvaart – Gouda Verkeer en parkeren
Parkeren en Verkeer en Parkeren
Opdrachtgever
White House Development en Green Real Estate BV
Titel rapport
Engelvaart – Gouda Verkeer en parkeren
Kenmerk
008158.20220719.R2.06
Datum publicatie
19 juli 2022
Status
Concept © Copyright Goudappel BV 19-7-22
Inhoudsopgave 1. Inleiding
1
1.1
Ligging van de locatie Engelvaart
1
1.2
Plan distributiecentrum Engelvaart
4
1.3
Aanpak van de studie
5
2. Parkeren en verkeersgeneratie
6
2.1
Parkeerbeleid gemeente Gouda
6
2.2
Specifieke situatie Engelvaart
7
2.3
Verkeersgeneratie
9
3. Verkeersberekening
11
3.1
12
Verkeersverdeling op het omliggende wegennet
4. Verkeersafwikkeling
15
4.1
Uitgangspunten
15
4.2
Resultaten autonome situatie
17
4.3
Resultaten plansituatie
19
4.4
Oplossingsmogelijkheden
22
5. Conclusies
24
Bijlage 1 Intensiteiten
27
1. Inleiding White House Development en Green Real Estate BV willen de locatie Engelvaart ontwikkelen ten behoeve van een distributiecentrum. Dit onderzoek is bedoeld om het parkeren en de verkeerseffecten in beeld te brengen en oplossingen voor knelpunten aan te dragen.
1.1
Ligging van de locatie Engelvaart
De locatie Engelvaart ligt aan de aan de Nieuwe Gouwe oostzijde (OZ) bij de oostelijke toegangsboog van de Coenecoopbrug.
Figuur 1.1: Ligging van de locatie Engelvaart
Momenteel wordt de locatie aan de westzijde ontsloten door een inrit op de Nieuwe Gouwe OZ bij de turborotonde en aan de oostzijde door een brug naar de Hanzeweg, zie figuur 1.2. Op de locatie was recentelijk een tijdelijk testcentrum ten behoeve van COVID-19 gevestigd. Hierbij is het onmogelijk gemaakt om vanuit het noorden de locatie op te draaien, zie figuur 1.3. Voor de handhaving daarvan en het veilig kruisen met de fietsstromen zijn verkeersregelaars ingezet.
Engelvaart – Gouda Verkeer en parkeren - 19 juli 2022
1
Figuur 1.2: De huidige ontsluiting van de locatie Engelvaart
Figuur 1.3: Toegang COVID-testlocatie Engelvaart vanaf de Nieuwe Gouwe OZ was alleen mogelijk vanaf de zuidzijde (situatie mei 2021)
In het vigerende bestemmingsplan Goudse Poort staat meerdere functies toe, waarvan een aantal een grote verkeersaantrekkende werking heeft. In dit rapport wordt het plan vergeleken met de voormalige functies die op de locatie waren gevestigd: het bedrijf Engelvaart-tricot, inclusief een bedrijfswoning en op het oostelijke deel van de locatie stond een belastingkantoor met de volgende oppervlakte:
Engelvaart – Gouda Verkeer en parkeren - 19 juli 2022
2
functie
omvang (m2 bvo)
magazijn
12.697
kantoor + verdieping woning 173 m
2
belastingkantoor totaal
1.855 1 5.855 20.408
Tabel 1.1: Oude functies op de locatie
Het grootste deel van de locatie was in gebruik voor de productie van Engelvaart tricot. Fietsroute Tussen het plangebied en de Nieuwe Gouwe OZ loopt een fietspad. In de nabije toekomst wordt dit pad onderdeel van de te realiseren doorfietsroute tussen Gouda en Alphen aan den Rijn. Het gevolg hiervan is dat het fietspad ter plekke wordt verbreed. De (door)fietsroute langs het plangebied is hierna weergegeven.
Figuur 1.4: (door)Fietsroute over de Nieuwe Gouwe OZ
Openbaar vervoer Op de Nieuwe Gouwe OZ voor de ingang van de geplande ontsluiting ligt een bushalte voor bus 175. Deze bus van vervoerder Arriva rijdt tussen station Gouda en station Rotterdam Alexander met een frequentie van ongeveer 1 keer per uur in beide richtingen. De wijze waarop de busverbinding langs het plangebied loopt is hierna weergegeven.
Engelvaart – Gouda Verkeer en parkeren - 19 juli 2022
3
Figuur 1.5: Buslijn 175 over Nieuwe Gouwe oz
1.2
Plan distributiecentrum Engelvaart
Het plan is om op de locatie Engelvaart een distributiecentrum te vestigen met de volgende kenmerken: •
Bedrijfshal: 25.946 m2 bvo.
•
Kantoor: 1.713 m2 bvo.
•
Technische ruimten: 111 m2 bvo.
•
Aantal laaddoks: 20.
•
Aantal parkeerplaatsen 134.
Het distributiecentrum is gericht op de opslag van goederen. De ontsluiting van de locatie is als volgt voorzien, zie figuur 1.6: •
Vrachtauto’s komen via Nieuwe Gouwe OZ. Hiertoe wordt de bestaande inrit naar het zuiden verlegd. Vanwege de dodehoek-problematiek wordt niet toegestaan de locatie aan de zuidzijde te bereiken. Voor het vrachtverkeer vanaf het noorden wordt een opstelstrook gemaakt. Vrachtverkeer vanaf het zuiden moet keren op de turborotonde. Dit betekent dat hier sprake is van links in en rechts uit.
•
Personenauto’s en fietsers rijden via de Hanzeweg van/naar de locatie.
De beschreven ontwikkeling past niet geheel binnen de mogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken dient een planologische procedure te worden doorlopen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is onder andere aandacht nodig voor de verkeerskundige inpassing. Voorliggend onderzoek geeft inzicht in de verkeerskundige impact van het plan.
Engelvaart – Gouda Verkeer en parkeren - 19 juli 2022
4
Figuur 1.6: Plan Engelvaart met de route voor vrachtauto’s (rood) en personenauto’s (blauw)
1.3
Aanpak van de studie
In deze studie is de aanpak als volgt: •
H2: Bepalen van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie van de ontwikkeling.
•
H3: Toedelen van de verkeersgeneratie over het wegennet via het verkeersmodel Midden-Holland.
•
H4: Toetsen van de verkeersafwikkeling door middel van het dynamische simulatieprogramma VISSIM.
•
H5: Conclusies.
In de volgende hoofdstukken worden de verschillende stappen doorlopen.
Engelvaart – Gouda Verkeer en parkeren - 19 juli 2022
5
2. Parkeren en verkeersgeneratie 2.1
Parkeerbeleid gemeente Gouda
De gemeente Gouda heeft het Parkeerplan Gouda 2020 vastgesteld waarin het parkeerbeleid is neergelegd. De gemeente heeft haar parkeernormen gebaseerd op landelijke kencijfers van het CROW. Het CROW hanteert een bandbreedte waarbinnen, afhankelijk van de lokale situatie, een passende norm bepaald kan worden. Bij de vaststelling van het Parkeerplan is het gebied waar Engelvaart in ligt gedefinieerd als zone C: gebieden met een redelijk hoge autoafhankelijkheid. Voor dit gebied is volgens de gemeente sprake van een gering aanbod van het openbaar vervoer in de directe nabijheid en een goede fietsinfrastructuur, maximaal 10 min tot HOV-knoop. Volgens het beleid dient het plan in voldoende parkeerplaatsen op het eigen terrein te voorzien. De parkeernormen van de gemeente voor de beoogde functie zijn opgenomen in de Parapluherziening Parkeren Gouda 2018. Ontheffing is mogelijk als kan worden aangetoond dat afwijking van de normen en kentallen redelijk is. De relevante parkeernormen van de gemeente Gouda zijn: •
Specifiek voor het distributiecentrum (magazijn) heeft de gemeente geen normen geformuleerd. Categorieën, die het meest in de buurt komen zijn loods/opslag/groothandel/transportbedrijf: 0,7/100 m2 bvo, waarbij het aandeel bezoekers 5% is. Hierbij gaat de gemeente uit van 1 arbeidsplaats per 30-50 m2 bvo.
•
Voor kantoren zonder baliefunctie: 1,2/100 m2 bvo, waarbij het aandeel bezoekers 5% is. Hierbij wordt uitgegaan van 1 arbeidsplaats per 25-35 m2 bvo .
Toepassing van deze parkeernormen levert de volgende parkeerbehoefte op: oppervlakte m2 bvo
P-norm per 100 m2
P-behoefte
magazijn
25.946
0,7
181,6
kantoor zonder balie
1.713
1,2
20,6
Technische ruimten
111
totaal
27.770
202,2
Tabel 2.1: Berekening parkeerbehoefte op basis van het beleid van de gemeente Gouda
Toepassen van de parkeernormen van de gemeente resulteert in de behoefte van 203 parkeerplaatsen.
Engelvaart – Gouda Verkeer en parkeren - 19 juli 2022
6
2.2
Specifieke situatie Engelvaart
Het gemeentelijk beleid biedt in het parkeerbeleid ruimte om af te wijken van de parkeernorm, mits dit voldoende onderbouwd kan worden. Onderstaande punten geven een aanleiding/motivatie om van de parkeernorm af te wijken: 1.
De gemeentelijke parkeernormen zijn algemeen geformuleerd. Dit blijkt bijvoorbeeld bij deze functie, waar een ‘loods, opslag, transportbedrijf’ onder dezelfde parkeernorm worden genoemd, terwijl de kenmerken daadwerkelijk anders zijn. Een transportbedrijf heeft namelijk eigen chauffeurs en kent daarmee een hogere parkeerbehoefte dan een opslagbedrijf waar geen chauffeurs werken.
2.
Automatisering binnen de logistiek: binnen de logistieke wereld is een trend te herkennen waarin, door voortgaande automatisering, steeds minder personeel per vierkante meter nodig is om de processen goed te laten verlopen. Met name in grote opslaghallen wordt door automatisering veel efficiency behaald.
3.
Het Goudse parkeerbeleid gaat uit van nauwelijks aanbod van het openbaar vervoer in de directe nabijheid en op grote fietsafstand naar het centrum en station. Echter: -
Voor de deur van de locatie ligt een bushalte, waarbij de bus een directe verbinding naar onder andere Station Gouda biedt.
-
Google Maps geeft aan dat de fietsafstand tot het station 2,7 km is en de fietstijd 8 min. Voor het centrum is dat 3,2 km en 10 min. Dit zijn afstanden die zeer goed te fietsen zijn, kortom de fietsbereikbaarheid van de locatie is goed.
Op basis van bovenstaande gegevens mag verwacht worden dat het aandeel van medewerkers dat met het OV of op de fiets komt bovengemiddeld zal zijn, zeker als dit door het bedrijf ook nog eens wordt gestimuleerd. Parkeersituatie op DC’s elders Door de bovengenoemde redenen zal de parkeerbehoefte in de praktijk lager zijn dan de parkeernorm uit het gemeentelijk beleid. Om dit aan te tonen heeft Goudappel de verhouding omvang/parkeercapaciteit van vergelijkbare grote logistieke bedrijven (opslaghallen en distributiecentra) op verschillende locaties in Nederland geanalyseerd. Bij alle referentielocaties is in de praktijk voldoende parkeergelegenheid en zijn net als bij deze locatie ook kantoorvoorzieningen aanwezig. De referenties zijn opgenomen in tabel 2.2, waarbij de verhouding tussen omvang en parkeerplaatsen is omgerekend naar een aantal parkeerplaatsen per 100 m² bvo.
gebruikspatroon opslag, overslag, transport
omvang
parkeercapaciteit
Tiel 1
organisatie Kuehne Nagel
aantal pp / 100 m² bvo
76.200 m² bvo
220
0,29
Tiel 2
Kuehne Nagel
opslag, overslag, transport
46.700 m² bvo
170
0,34
Kuehne Nagel
opslag, overslag, transport
35.700 m² bvo
100
0,28
Blokker
opslag, overslag, transport
85.800 m² bvo
310
0,35
locatie
Raamsdonksveer Geldermalsen Wijchen
AG Logistics
opslag
38.400 m² bvo
100
0,26
Veghel
Sligro
opslag, overslag, transport
39.300 m² bvo
90
0,23
gemiddeld aantal parkeerplaatsen per 100 m² bvo
0,29
maximum aantal parkeerplaatsen per 100 m² bvo
0,35
Engelvaart – Gouda Verkeer en parkeren - 19 juli 2022
7
Tabel 2.2: Gegevens diverse grootschalige distributiecentra, exclusief kantoor (bron: Goudappel)
Uit de tabel wordt zichtbaar dat in de praktijk wordt volstaan met een lager aantal parkeerplaatsen per 100 m² bvo dan de norm voorschrijft: 0,29 (gemiddelde) tot 0,35 (maximum) parkeerplaats per 100 m² bvo. Zowel het gemiddelde als het maximum aantal parkeerplaatsen per 100 m² bvo is daarmee aanmerkelijk lager dan de parkeernormen/parkeerkencijfers uit het beleid van de gemeente van 0,7 pp per 100 m2 bvo. De parkeernorm van de gemeente Gouda valt hoog uit omdat uitgegaan wordt van veel werknemers voor een dergelijk magazijn (1 arbeidsplaats per 30-50 m2 bvo), terwijl dit in de praktijk voor distributiecentra veel lager zal uitvallen. Toepassen parkeeraantallen andere locaties Indien de gemiddelde en de maximum parkeersaldi worden toegepast op het geplande magazijn van Engelvaart levert dit het volgende resultaat op: functie
parkeersaldo
omvang
parkeervraag
gemiddeld magazijn
0,29 per 100 m² bvo
26.050
75,5
maximum magazijn
0,35 per 100 m² bvo
26.050
91,2
kantoor
1,2 per 100 m² bvo
1.700
20,4
totaal gemiddelde
95,9
totaal maximum
111,6
Tabel 2.3: Parkeervraagberekening conform toegepaste parkeersaldi andere locaties
Op basis van een gemiddeld parkeersaldo zijn er in Engelvaart in totaal 96 parkeerplaatsen nodig en op basis van een maximum parkeersaldo is dat 112 parkeerplaatsen. Deze aantallen liggen ruim onder de berekening van de parkeerbehoefte op basis van de normen van de gemeente, namelijk 203, en ook onder het aantal parkeerplaatsen dat in de plannen is opgenomen (134). Dit betekent dat het aantal opgenomen parkeerplaatsen ruim voldoet in vergelijking met het aantal parkeerplaatsen van ander locaties en op 66% ligt van het gemeentelijk beleid. De parkeernorm voor het magazijn ligt bij dit aantal op 0,43 pp/100 m2 bvo. Argumentatie, waarom een lagere parkeeromgang dan de gemeentelijke normen hier acceptabel is, is: •
De magazijnfuncties, op de locatie Engelvaart, hebben een lagere parkeerbehoefte dan de kentallen waar de gemeente van uitgaat.
•
In tegenstelling tot de uitgangpunten van de gemeente kent de locatie Engelvaart een goede OV-ontsluiting en een uitstekende ontsluiting per fiets, zeker als de geplande doorfietsroute wordt gerealiseerd.
Engelvaart – Gouda Verkeer en parkeren - 19 juli 2022
8
2.3
Verkeersgeneratie
Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’, gecombineerd met informatie van de beoogde gebruiker van de locatie. Aangezien de plannen in detail bekend zijn is de verkeersgeneratie bepaald op basis van paragraaf 4.3 van CROW 381. Gouda is gezien de adresdichtheid door het CBS gekwalificeerd als een ‘zeer sterk stedelijke gemeente’. De locatie Engelvaart is gekwalificeerd als ‘rest bebouwde kom’. Dit geeft de volgende berekening van de minimale en maximale verkeersgeneratie: omvang (m2 bvo)
Vg-min /100 m2
Vg-max /100 m2
V-generatie minimaal
V-generatie maximaal
magazijn (arbeidsextensiefbezoekers extensief)1
25.946
3,2
4,9
830
1.271
kantoor zonder balie
1.713
3,2
4,9
55
84
885
1.355
Technische ruimten totaal
111 27.770
Tabel 2.4: Berekening van de minimale en maximale verkeersgeneratie (inclusief vrachtverkeer) per weekdagetmaal
Gemiddeld zijn dit 1.120 autoritten per weekdagetmaal. Het CROW geeft aan dat de verkeersgeneratie per werkdagetmaal op dergelijke locaties 30% hoger ligt en deze komt daarbij op 1.456 ritten. Nu worden op de locatie 66% van het aantal parkeerplaatsen gerealiseerd. Rekening houdend met deze lagere parkeernorm zal de verkeersgeneratie ook lager zijn. Wanneer hier rekening mee wordt gehouden bedraagt de verkeersgeneratie van het plan 961 autoritten per werkdagetmaal De beoogde gebruiker verwacht per laaddok 5 zware vrachtauto’s per werkdagetmaal (= 10 autoritten/dok). Daarmee genereren de 20 doks 200 vrachtautoritten en resteren er 787 personenautoritten per etmaal. Het aandeel zwaar vrachtverkeer is daarmee 20%. De eerdere invulling van het plangebied, zoals nog steeds volgens het geldende bestemmingsplan, is toegestaan, genereert ook verkeersstromen:
1
De best passende categorie uit CROW 381, namelijk arbeidsextensief en bezoekersextensief, lijkt voor een distributiecentrum aan de ruime kant.
Engelvaart – Gouda Verkeer en parkeren - 19 juli 2022
9
omvang
Vg-min/
Vg-max/
functie
(m2 bvo)
100 m2
100 m2
Vg-min
Vg-max
magazijn
12.697
3,2
4,9
406
622
kantoor + verdieping
1.855
3,2
4,9
59
91
1
7,3
8,1
7
0
5.855
3,2
4,9
woning 173 m2 belastingkantoor totaal
20.408
187
287
660
1.000
Tabel 2.5: Berekening verkeersgeneratie per weekdagetmaal conform de eerdere invulling van het plangebied o.b.v. CROW 381 •
De gemiddelde verkeersgeneratie is daarmee 830 ritten/weekdagetmaal.
•
Per werkdagetmaal is dit 1.104 autoritten.
Daarmee komt de verkeersgeneratie van het nieuwe plan op een lager niveau dan het ‘oude Engelvaart’, zoals dat is opgenomen in het bestemmingsplan.
Figuur 2.1: Plan Engelvaart met de aansluiting voor het vrachtverkeer op de Nieuwe Gouwe OZ
Engelvaart – Gouda Verkeer en parkeren - 19 juli 2022
10
3. Verkeersberekening Met het verkeersmodel RVMH 3.2, scenario VCP zijn de verkeerseffecten van het plan Engelvaart doorgerekend. Daarbij is uitgegaan van de maximale verkeersgeneratie van het plan, namelijk 1.456 autoritten per werkdagetmaal, zie paragraaf 2.3. Dat betekent dat hier geen rekening is gehouden met de specifieke situatie en de ligging van het plan, waardoor de verkeersgeneratie naar schatting een derde lager uitkomt. Kortom er is gerekend met een ‘worst case’-situatie. Bij de verkeersberekening worden twee scenario’s vergeleken: •
Autonome situatie 2030 Hoog, waarbij wordt uitgegaan van de uitvoering van het vastgesteld VCP van de gemeente Gouda, zonder Engelvaart2 en
•
Plansituatie 2030 Hoog, waarbij additioneel de verkeersgeneratie van plan Engelvaart is toegevoegd.
Door de plan- en autonome situatie te vergelijken wordt het planeffect zichtbaar. Bij de ontsluiting van de locatie worden een aantal uitgangspunten gehanteerd: •
De oversteek van het fietspad voor rechtsafslaand vrachtverkeer op de Nieuwe Gouwe OZ geeft risico’s in verband met ‘dodehoek problematiek’. Daarom mag vrachtverkeer vanaf de Nieuwe Gouwe OZ alleen linksaf het terrein opdraaien.
•
Voor personenauto’s is de ontsluitingsroute voorzien via de Hanzeweg (langs de Sligro).
1.256 pa/etm
200 va/etm (links in – rechts uit)
Figuur 3.1: Verdeling van de verkeersgeneratie
2
In de autonome situatie is ook niet uitgegaan van de verkeersgeneratie van de voormalige functies van de locatie zoals deze in het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt.
Engelvaart – Gouda Verkeer en parkeren - 19 juli 2022
11
3.1
Verkeersverdeling op het omliggende wegennet
In de volgende figuren is weergegeven hoe het personen- en vrachtverkeer van/naar Engelvaart zich op basis van de modelberekening verdeelt over het omliggende wegennet.
Figuur 3.2: Verdeling motorvoertuigen van/naar Engelvaart per werkdagetmaal
In de figuren 3.2 en 3.3 valt de eenrichtingsaansluiting op de Goudse Poort (bij het Shellbenzinestation) op: dit zorgt voor een scheve verdeling van de verkeersstromen. Het zware vrachtverkeer komt/gaat via de noordtak van de Nieuwe Gouwe OZ. De verdeling van het verkeer op de verschillende richtingen is als volgt:
richting/weg
aantal mvt
verdeling
aantal vrachtauto’s
verdeling
440
30%
140
70%
300 + 150
30%
60
30%
1.
Noord: N207 noord
2.
West: Coenecoopbrug + Amaliabrug
3.
Goudse Poort noord
400
27%
80
40%
4.
Hanzeweg
510
35%
10
5%
5.
Zuid: Nieuwe Gouwe OZ zuid
240
16%
0
0%
1.456
100%
200
100%
totaal* (*hierbij is sprake van dubbeltellingen)
Tabel 3.1: Verdeling van het verkeer over omliggende wegen in mvt per werkdagetmaal conform RVMH 3.2
Engelvaart – Gouda Verkeer en parkeren - 19 juli 2022
12
Figuur 3.3: Verdeling zware vrachtauto’s van/naar Engelvaart per werkdagetmaal
Uit de tabel en de figuren blijkt dat het totale verkeer zich redelijk gelijkwaardig over de verschillende richtingen verdeeld. In tabel 3.2 is de toename van het verkeer als gevolg van de realisatie van het distributiecentrum vergeleken met de intensiteiten in de autonome situatie, zodat inzicht wordt verkregen in het planeffect. De locaties zijn weergegeven in figuur 3.4.
richting/weg
intensiteiten autonoom
intensiteiten plansituatie
planeffect absoluut
planeffect relatief
1.
N207 noord
18.000
18.050
50
0,3%
2.
Amaliabrug
11.800
11.950
150
1,3%
3.
Coenecoopbrug
19.400
19.640
240
1,2%
4.
Nieuwe Gouwe (Engelvaart)
18.400
19.120
720
3,9%
5.
Nieuwe Gouwe zuid
12.300
12.570
270
2,2%
6.
Hanzeweg
7.000
7.490
490
7,0%
7.
Goudse Poort noord
48.300
48.570
270
0,6%
8.
Burg. Van Reenensingel
26.300
26.430
130
0,5%
9.
Burg. Jamessingel
26.500
26.830
330
1,2%
Tabel 3.2: Etmaalintensiteiten (werkdag) in de autonome en plansituatie (getallen kunnen wat afwijken door afronding)
Engelvaart – Gouda Verkeer en parkeren - 19 juli 2022
13
Figuur 3.4: Verkeersintensiteiten (mvt per werkdagetmaal) in de autonome situatie 2030 (A) en de plansituatie 2030 (P)
Absoluut doet de grootste groei zich voor op de Nieuwe Gouwe OZ, tussen Engelvaart en de rotonde Coenecoopbrug: +720 mvt/etm; procentueel betekent dit een groei met 3,9%. Op de Hanzeweg is de toename 490 mvt/etmaal en omdat er in de autonome situatie minder verkeer rijdt, is de procentuele groei groter: 7%. Op overige wegen in de omgeving is de impact beperkt, tussen de 0,3 en 2,2%. Op de Coenecoopbrug is sprake van een bescheiden toename van 1,2%.
Engelvaart – Gouda Verkeer en parkeren - 19 juli 2022
14
4. Verkeersafwikkeling Voor de studie naar de ontsluiting van Engelvaart in Gouda is een dynamisch microsimulatiemodel gemaakt om de verkeersafwikkeling goed in beeld te krijgen. Dit model is gemaakt met VISSIM. VISSIM is een softwarepakket voor dynamische microsimulaties van complexere verkeerssituaties. Door het hoge detailniveau en de kwaliteit van de onderliggende voertuigmodellen wordt de verkeersafwikkeling op een realistische wijze gesimuleerd. De uitkomsten vertalen we naar eenduidige grootheden, zoals wachtrijlengtes en verliestijden. Hiermee kan de verkeersafwikkeling goed in beeld worden gebracht, en worden de verschillen in de varianten direct duidelijk.
4.1
Uitgangspunten
Studiegebied Het studiegebied van het dynamische model beslaat de nieuwe ontsluiting op de Nieuwe Gouwe OZ, inclusief de twee omliggende kruispunten (zie figuur 4.1): •
VRI Nieuwe Gouwe OZ – Hanzeweg.
•
Rotonde Nieuwe Gouwe OZ – N207.
Figuur 4.1: Het studiegebied
Figuur 4.2 laat het netwerk in het model zien. De ontsluiting van Engelvaart is opgenomen als een voorrangskruispunt, met aparte opstelvakken voor het verkeer naar de ontwikkeling.
Engelvaart – Gouda Verkeer en parkeren - 19 juli 2022
15
Verkeer vanaf de ontwikkeling wat richting de rotonde wil, heeft een invoegstrook op de Nieuwe Gouwe OZ.
Figuur 4.2: Het netwerk in het dynamische simulatiemodel
Intensiteiten De gehanteerde verkeersintensiteiten komen uit het statische verkeersmodel RVMH 3.2, met als planjaar 2030 Hoog. In dit model is de verkeersgeneratie van de ontwikkeling al meegenomen. De resulterende herkomst-bestemmingsmatrices staan in bijlage 1. Bij de berekeningen is geen rekening gehouden met brugopeningen. Bedacht moet worden dat brugopeningen de verkeersafwikkeling aanzienlijk kunnen beïnvloeden. Beoordelingskader In principe wordt de verkeersafwikkeling beoordeeld op 2 factoren: gemiddelde verliestijden en maximale wachtrijlengtes. Tabel 4.1 geeft de grenswaardes voor de gemiddelde verliestijden, per kruispunt en richting aan. verkeersafwikkeling
hoofdrichting
zijrichting
goed
< 25 sec
< 40 sec
redelijk
25-45 sec
40-60 sec
slecht
> 45 sec
> 60 sec
Tabel 4.1: Grenswaardes gemiddelde verliestijden
Voor de wachtrijlengtes zijn geen grenswaardes. Hierbij wordt het uitgangspunt gehanteerd dat de wachtrijen niet mogen terugslaan op voorliggende kruispunten. Zolang dit niet gebeurt, is de verkeersafwikkeling goed. Specifiek in dit geval mogen wachtrijen ook niet terugslaan tot op de brug.
Engelvaart – Gouda Verkeer en parkeren - 19 juli 2022
16
4.2
Resultaten autonome situatie
Ochtendspits In tabel 4.2 staan de gemiddelde verliestijden op de twee kruispunten in de ochtendspits van de autonome situatie, dus zonder ontwikkeling van Engelvaart. Eigenlijk geldt dat de verkeersafwikkeling op beide kruispunten goed is. Een kleine uitzondering is de oosttak van de rotonde (Coenecoopbrug), waar de verliestijd gemiddeld 25 seconden is. Dit ligt net op de grens tussen een goede en redelijke verkeersafwikkeling. VRI Nieuwe Gouwe OZ – Hanzeweg
Rotonde Nieuwe Gouwe OZ – N207
zuid
17 sec
21 sec
noord
10 sec
11 sec
oost
17 sec
25 sec
Tabel 4.2: Gemiddelde verliestijd op de twee kruispunten in de autonome situatie (ochtendspits)
Figuur 4.3 laat de gemiddelde en maximale wachtrijen in het netwerk zien. Deze wachtrijen zijn vrij kort en slaan niet terug op voorliggende kruispunten.
Figuur 4.3: De gemiddelde (rood) en maximale (paars) wachtrijen in de autonome situatie (ochtendspits)
Conclusie: de verkeersafwikkeling in de ochtendspits van de autonome situatie is goed. Op de oosttak van de rotonde kan de gemiddelde verliestijd misschien iets te hoog worden dan in het beste geval, maar dit resulteert niet in een slechte verkeersafwikkeling. Voor een bestaande vormgeving is deze verliestijd acceptabel. Ook de wachtrijen die ontstaan zijn acceptabel.
Engelvaart – Gouda Verkeer en parkeren - 19 juli 2022
17
Avondspits In de avondspits van de autonome situatie is de verkeersafwikkeling slechter. Voor de VRI en de oost- en west-richting op de rotonde zijn de verliestijden, ten opzichte van de ochtendspits, iets toegenomen maar de verkeersafwikkeling blijft goed (zie tabel 4.3). Op de oosttak van de rotonde (CC-brug) is de toename in verliestijd echter groot: meer dan 2,5 minuten is de gemiddeld verliestijd op deze richting op in de avondspits. VRI Nieuwe Gouwe OZ - Hanzeweg
rotonde Nieuwe Gouwe OZ – N207
zuid
21 sec
23 sec
noord
11 sec
23 sec
oost
25 sec
168 sec
Tabel 4.3: Gemiddelde verliestijd op de twee kruispunten in de autonome situatie (avondspits)
De wachtrij op deze tak is ook fors, zie figuur 4.4. Op de overige richtingen blijven de wachtrijen beperkt, hoewel de wachtrij op de oosttak van de VRI (Hanzeweg) terug kan slaan tot voorbij de ontsluiting van onder andere de Sligro en deze soms ook het kruispunt met de Hanzeweg zal blokkeren.
Figuur 4.4: De gemiddelde (rood) en maximale (paars) wachtrijen in de autonome situatie (avondspits)
Figuur 4.5 laat de opbouw van de wachtrij op de tak Coenecoopbrug van de rotonde zien, gedurende de avondspits. De roze lijn geeft het gemiddelde aan, terwijl de paarse lijnen de bandbreedte aangeven waartussen de wachtrij zich kan bevinden. Hieruit volgt dat de wachtrij gemiddeld 1.000 meter lang kan worden, in de piek van de spits. Hiermee slaat de wachtrij terug tot voorbij de brug (350 m) en het voorliggende kruispunt (N207 – Kanaaldijk, afstand 900 m).
Engelvaart – Gouda Verkeer en parkeren - 19 juli 2022
18
Kruispunt Kanaaldijk
Coenecoopbrug
Figuur 4.5: De opbouw van de wachtrij op de oosttak van de rotonde (Coenecoopbrug) in de avondspits
Concluderend kan gesteld worden dat de verkeersafwikkeling op de Coenecoopbrug in de avondspits in de autonome situatie slecht is, vanwege het capaciteitstekort op de rotonde. De gemiddelde verliestijd is extreem slecht (> 60 sec) en de wachtrij slaat terug op de brug en het voorliggende kruispunt. De verkeersafwikkeling bij de verkeerslichten met de Hanzeweg is wel goed.
4.3
Resultaten plansituatie
Ochtendspits In tabel 4.4 staan de gemiddelde verliestijden op de twee kruispunten in de ochtendspits van de plansituatie, inclusief de ontwikkeling van Engelvaart. Daaruit valt op te maken dat de verkeersafwikkeling op beide kruispunten goed is. Alle waarden liggen onder de vastgestelde grenswaarden en zijn zelfs iets beter dan de verliestijden in de autonome situatie. Een verklaring hiervoor kan zijn dat de intensiteiten uit een andere richtingen gunstiger vallen. VRI Nieuwe Gouwe OZ -
rotonde Nieuwe Gouwe OZ
ontsluiting
Hanzeweg
– N207
Engelvaart
zuid
17 sec
13 sec
1 sec
noord
13 sec
15 sec
2 sec
oost
18 sec
20 sec
2 sec
Tabel 4.4: Gemiddelde verliestijd op de twee kruispunten in de plansituatie (ochtendspits)
Engelvaart – Gouda Verkeer en parkeren - 19 juli 2022
19
Figuur 4.6 laat de gemiddelde en maximale wachtrijen in het netwerk zien. Deze wachtrijen zijn vrij kort en slaan niet terug op voorliggende kruispunten.
Figuur 4.6: De gemiddelde (rood) en maximale (paars) wachtrijen in de plansituatie (ochtendspits)
De verkeersafwikkeling in de ochtendspits van de plansituatie is goed. Op de oosttak van de rotonde kan de gemiddelde wachtrij misschien iets te lang worden dan in het beste geval, maar dit resulteert niet in een slechte verkeersafwikkeling. Avondspits In de avondspits van de plansituatie is de verkeersafwikkeling slecht. Voor zowel de VRI als de rotonde zijn de verliestijden opgelopen, waardoor de afwikkeling matig verloopt. Op de oosttak van de rotonde (Coenecoopbrug) is de toename in verliestijd echter extreem: meer dan 5 minuten verliestijd loopt een gemiddeld voertuig op deze richting op. VRI Nieuwe Gouwe OZ -
rotonde Nieuwe Gouwe
ontsluiting
Hanzeweg
OZ – N207
Engelvaart
zuid
42 sec
42 sec
10 sec
noord
17 sec
27 sec
6 sec
oost
26 sec
306 sec
5 sec
Tabel 4.5: Gemiddelde verliestijd op de twee kruispunten in de plansituatie (avondspits)
De wachtrij op de oosttak neemt toe ten opzichte van de autonome situatie, zie figuur 4.7. Ook slaat de wachtrij op de zuidtak (soms) terug tot de aansluiting Engelvaart en de VRI, waardoor blokkades kunnen ontstaan. Op de oosttak van de VRI kan de wachtrij terugslaan tot over de Hanzeweg.
Engelvaart – Gouda Verkeer en parkeren - 19 juli 2022
20
Figuur 4.7: De gemiddelde (rood) en maximale (paars) wachtrijen in de plansituatie (avondspits)
Figuur 4.8 laat de opbouw van de wachtrij op de tak Coenecoopbrug van de rotonde zien, gedurende de avondspits. De roze lijn geeft het gemiddelde aan, terwijl de paarse lijnen de bandbreedte aangeven waartussen de wachtrij zich kan bevinden. Hieruit volgt dat de wachtrij gemiddeld 1.900 meter lang kan worden, in de piek van de spits. Hiermee slaat de wachtrij terug tot voorbij de brug (330 m) en het voorliggende kruispunt (N207 – Kanaaldijk, afstand 900 m), deze zijn aangegeven met de blauwe lijnen. De wachtrij op de zuidtak van de VRI kan maximaal oplopen tot 400 meter. Dit zal echter alleen in zeldzame gevallen voorkomen. De gemiddelde wachtrij is maximaal 200 meter. Hierdoor wordt het volgende kruispunt (Goudse Poort – Burg. Jamessingel, 660 m) niet geblokkeerd.
Engelvaart – Gouda Verkeer en parkeren - 19 juli 2022
21
Figuur 4.8: De opbouw van de wachtrij op de oosttak van de rotonde (Coenecoopbrug) en de zuidtak van de VRI
De conclusie is dat de rotonde ten noorden van Engelvaart de grote bottleneck is in de verkeersafwikkeling. In de autonome situatie is de verkeersafwikkeling op de Coenecoopbrug al slecht, vanwege het capaciteitstekort op de rotonde, waardoor de brug en incidenteel het kruispunt aan de westzijde wordt geblokkeerd. Door het extra verkeer van en naar de ontwikkeling Engelvaart verslechtert de verkeersafwikkeling. Behalve dat de wachtrijen op de Coenecoopbrug toenemen, zullen de wachtrijen op de oosttak terugslaan tot voorbij de VRI met de Hanzeweg, en dus ook tot voorbij de ontsluiting van de ontwikkeling Engelvaart en de VRI Hanzeweg. Hierdoor verslechtert ook de verkeersafwikkeling op deze twee kruispunten. Overigens blijft het extra verkeer van Engelvaart binnen de ontwikkelingsruimte die in het bestemmingsplan mogelijk is.
4.4
Oplossingsmogelijkheden
Met de optredende intensiteiten is nagegaan of het mogelijk is de rotonde op te waarderen zodat er sprake is van een goede verkeersafwikkeling. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meerstrooksrotondeverkenner van de provincie Zuid-Holland. Hier komt uit dat alleen de zogenaamde sterrotonde voldoende capaciteit biedt. De sterrotonde biedt voor alle takken twee doorgaande stroken over de rotonde:
Engelvaart – Gouda Verkeer en parkeren - 19 juli 2022
22
Figuur 4.9: Spiraalrotonde met rechts een toepassing in Nijmegen
Een dergelijke spiraalrotonde geeft op de locatie een forse uitbreiding. Daarnaast is een fietsoversteek op een van de takken onveilig en dat zou betekenen dat voor de fietsoversteek over de tak naar de Coenecoopbrug een andere oplossing zou moeten worden gevonden. Een tweede mogelijkheid is om hier een verkeersregelinstallatie neer te leggen. Een VRI kan goed reageren op brugopeningen en ook de blokkade na een brugsluiting beperken. Tenslotte is er de optie om een structuuringreep te plegen en de onderbenutte Amaliabrug te gebruiken om meer verkeer van de Coenecoopbrug over te nemen. Dit vergt echter ingrepen elders. In overleg met bevoegd gezag wordt afgestemd waar en wanneer welke maatregelen genomen worden.
Engelvaart – Gouda Verkeer en parkeren - 19 juli 2022
23
5. Conclusies White House Development en Green Real Estate BV hebben het voornemen op de locatie Engelvaart bij de Coenecoopbrug een distributiecentrum met kantoor te vestigen. Het distributiecentrum is gericht op de opslag van goederen. In dit rapport is nader ingegaan op de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie van deze ontwikkeling. Vervolgens is het verkeer toegedeeld aan het wegennet en is bepaald wat de effecten zijn. De eerdere invulling van het plangebied met fabriekshallen, kantoren en een bedrijfswoning is nog steeds toegestaan volgens het vigerende bestemmingsplan is. Deze functies kennen ook een verkeersaantrekkende werking. Parkeren In het beleid van de gemeente Gouda zijn parkeernormen opgenomen voor meer intensievere vormen van bedrijvigheid en op basis van deze normen zouden op de locatie 203 parkeerplaatsen opgenomen moeten worden. Echter, de voorziene ontwikkeling kent, mede door de toenemende automatisering in de logistiek en de goede bereikbaarheid van de locatie voor OV en fiets een te rechtvaardigende nadere analyse van de parkeernorm. Bij de magazijnen van distributiecentra elders wordt gemiddeld 0,29 parkeerplaats/100 m 2 bvo aangehouden en het maximum van de onderzochte locaties heet 0,35. De gemeente Gouda hanteert 0,7 parkeerplaats/100 m2 bvo en zit daarmee aanzienlijk hoger.