Bijlage 16 2023-02-21 31382 RO Mees ROB
Tekst van het document
Indien het projectgebied in het NNN gelegen is, verlangt de provincie een ‘nee-tenzij-toets’. Afhankelijk van de provincie kan dit ook gelden voor projectgebieden in de nabijheid van het NNN.
Relatie tot ontwikkeling Ten behoeve van de ontwikkeling is door Bureau Natuurzorg een quickscan uitgevoerd naar de effecten op beschermde soorten en gebieden. De rapportage van Bureau Natuurzorg is bijgevoegd als bijlage 2 bij voorliggende onderbouwing. De resultaten worden in deze paragraaf per onderdeel beschreven. Soortenbescherming Uit het onderzoek van Bureau Natuurzorg volgt dat: 1. Binnen het plangebied komen geen verblijfsplaatsen voor van door de Wet natuurbescherming te beschermen soorten vleermuizen. De werkzaamheden tasten ook geen essentiële foerageerroutes aan. Vervolgonderzoek is niet nodig. 2. Binnen het plangebied komen geen door de Wet natuurbescherming te beschermen soorten broedvogels voor. 3. Binnen het plangebied komen geen door de Wet natuurbescherming te beschermde soorten zoals amfibieën, reptielen en vissen en/of hun habitats/biotopen voor. 4. Een ontheffingsaanvraag Wnb is niet nodig.
Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO
Pagina | 47
5. Op alle soorten is het hele jaar de Zorgplicht flora en fauna van toepassing. 6. Er zijn voldoende mogelijkheden om binnen het plangebied tegemoet te komen aan de wens om er de ecologie ter plaatse en lokaal te verbeteren. Naar aanleiding van de uitgevoerde quickscan wordt een dynamisch ecologisch werkprotocol opgesteld. Deze gaat in op mitigerende maatregelen en geeft instructies weer om soorten of soortgroepen te beschermen. Gebiedsbescherming Conform de door Bureau Natuurzorg uitgevoerde quickscan heeft de beoogde ontwikkeling geen negatieve invloed op de meest dichtbijgelegen NNN-zone en haar kenmerken en waarden. Het projectgebied maakt geen deel uit van een weidevogelkerngebied. Het projectgebied maakt tevens geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is Nieuwkoopse Plassen & De Haeck, gelegen op een afstand van circa 15 kilometer. Uit de uitgevoerde stikstofdepositieberekening voor zowel de aanleg- (zie bijlage 4) als de gebruiksfase (zie bijlage 5) volgt dat ter plaatse van de meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden geen sprake is van een toename van stikstofdepositie. Opgemerkt wordt dat het gebied Broekvelden, Vettenbroek en Polder Stein, op circa 6 kilometer afstand gelegen van het projectgebied vooralsnog niet stikstofgevoelig is en daarom niet is meegenomen in de onderzoeken.
Conclusie Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
VERKEER EN PARKEREN Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen dienen verkeer- en parkeeraspecten in kaart te worden gebracht. Daarbij is de parkeerbehoefte, verkeersgeneratie en de ontsluiting van belang. Hierdoor kan de realisatie van voldoende parkeerplaatsen worden gewaarborgd en worden ongewenste of onveilige verkeerssituaties tegengegaan. De genoemde verkeersaspecten worden hierna achtereenvolgens behandeld.
Relatie tot ontwikkeling Auto (parkeren) De voor de ontwikkeling van toepassing zijnde parkeernormen zijn vastgelegd in de “Parapluherziening Parkeren Gouda, welke de gemeente op 21 november 2018 heeft vastgesteld. In de parapluherziening is opgenomen dat ontwikkelingen aan het van toepassing zijnde parkeerbeleid en de daarbij behorende normen moeten voldoen. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de parkeernormen indien op andere wijze in de nodige parkeerruimte wordt voorzien of in situaties waar het algemeen belang is gediend. De gemeente kan in voorkomende gevallen maatwerk bieden. In het parkeerbeleid wordt onderscheid gemaakt tussen drie verschillende zones: Zone A: dit betreft het centrum van Gouda. Deze zone wordt begrensd door de Hollandsche IJssel en de volgende singels: Kattensingel, Blekerssingel, Fluwelensingel en Tufsingel; Zone B: dit betreft een zone rondom het centraal station en wordt begrensd door: Burgemeester Jamessingel, Spoorstraat, Kattensingel, Crabethstraat en Stationsplein; Zone C: dit betreft het overige deel van het gemeentelijk grondgebied. De ontwikkeling is gelegen in zone C. Door Goudappel Coffeng is op basis van de parkeernormen een parkeerbalans opgesteld, zie bijlage 6. Uit het rapport blijkt echter dat de parkeerbehoefte in de praktijk lager zal zijn dan op basis van het gemeentelijke beleid te verwachten is.
De magazijnfuncties, op de locatie Engelvaart, hebben namelijk een lagere parkeerbehoefte dan waar de gemeentelijke normen van uitgaan en in tegenstelling tot de uitgangspunten van de gemeente kent de locatie Engelvaart een goede OV-ontsluiting Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO
Pagina | 48
en een uitstekende ontsluiting per fiets, zeker als de geplande doorfietsroute wordt gerealiseerd. In onderstaande tabel is op basis van ervaringscijfers aangegeven wat de te verwachten gemiddelde en maximale parkeerbehoefte bedraagt. Figuur 21. Parkeervraagberekening conform toegepaste parkeersaldi (bron: Goudappel Coffeng, d.d. 19 juli 2022)3
Op basis van de thans beoogde invulling en een gemiddeld parkeerkencijfer zijn in totaal 96 parkeerplekken benodigd en op basis van een maximum parkeerkencijfer zijn 112 parkeerplekken benodigd. Binnen het projectgebied wordt voorzien in 134 parkeerplaatsen, zodat te allen tijde sprake zal zijn van voldoende parkeergelegenheid. Fiets Naast het voorzien in voldoende parkeerplaatsen voor de auto dient ook te worden voorzien in genoeg stallingsruimte voor de fiets. Voor fietsparkeren is het Parkeerplan Gouda 2020 vastgesteld door de raad van de gemeente Gouda. Om te kunnen bepalen wat de fietsparkeerbehoefte is en hoeveel parkeerplaatsen aangelegd moeten worden, wordt voor niet-woonfuncties verwezen naar de fietsparkeerkencijfers 2019 van het CROW uit bijlage 1 bij het Parkeerplan Gouda 2020. Er word in bijlage 1 geen onderscheid gemaakt in verschillende bedrijvigheid, enkel voor kantoren zijn kencijfers opgenomen. De projectlocatie is niet gelegen in het centrum of in de schil van het centrum, maar is gelegen in rest bebouwde kom (op het bedrijventerrein Goudse Poort). Vooralsnog wordt 1.717 m2 van de ontwikkeling ingericht als kantoorruimte. Dit betekent dat de parkeerbehoefte hiervoor 16 – 43 parkeerplaatsen bedraagt. Gezien het beoogde gebruik ligt het niet in de lijn der verwachting dat behoefte is aan het maximale aantal parkeerplaatsen.
Daarbij wordt ten behoeve van het magazijn geen aanvullende fietsparkeerbehoefte verwacht. Ter plaatse van de projectlocatie wordt vooralsnog voorzien in 40 fietsparkeerplaatsen, zodat wordt voorzien in voldoende fietsparkeerplaatsen. Figuur 22. Fietsparkeerkencijfers niet-woonfuncties, bijlage 1 (bron: Parkeerplan Gouda 2020)
3
Opgemerkt wordt dat de uitgangspunten beperkt afwijken van het beoogde bouwplan; dit heeft geen gevolgen voor de conclusies.
Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO
Pagina | 49
Verkeersgeneratie Door Goudappel Coffeng is de te verwachten verkeersgeneratie inzichtelijk gemaakt en zijn op basis daarvan berekeningen uitgevoerd ten behoeve van de verkeersafwikkeling (zie bijlage 6). De toekomstige verkeersgeneratie valt aanzienlijk lager uit dan verkeersgeneratie behorend bij de voormalige invulling welke volgens het bestemmingsplan nog steeds is toegestaan. Uit de berekeningen volgt dat in de ochtendspits zowel in de autonome situatie (waarin geen rekening is gehouden met de verkeersaantrekkende werking van de planologische mogelijkheden) en de beoogde situatie sprake is van ene redelijk tot goede situatie. In de avondspits is er in de autonome situatie echter al sprake van een overbelasting en met de realisatie van de beoogde ontwikkeling wordt het omliggende wegennet zwaarder belast. Hierover vindt afstemming plaats met de gemeente. Ontsluiting De ontsluiting van de projectlocatie vindt plaats via de Nieuwe Gouwe Oostzijde. Vanaf de Nieuwe Gouwe Oostzijde kan in de richting van de A12 worden gereden via de Henegouwerweg (N207) en de Goudse Poort (N452), zie figuur 23. Figuur 23. Ontsluitingssituatie (bron: Google Maps)
De locatie is bereikbaar met het openbaar vervoer. Voor de projectlocatie, op een afstand van circa 25 meter, is een bushalte gelegen. Vanaf deze bushalte rijden bussen naar (onder andere) station Gouda en Rotterdam Nesselande. Vanaf station Gouda zijn verschillende treinverbindingen beschikbaar in de richting van bijvoorbeeld Den Haag, Rotterdam en Utrecht. De locatie is tevens goed bereikbaar voor fietsers. Er loopt een apart fietspad langs de projectlocatie. Voor voetgangers is de projectlocatie lastiger bereikbaar. Er is geen sprake van een apart voetpad. Voetgangers kunnen over het fietspad lopen om de projectlocatie te bereiken.
Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO
Pagina | 50
WATER Algemeen Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening is het doorlopen van de watertoets verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is, om in overleg tussen de initiatiefnemer en de waterbeheerder aandacht te besteden aan de waterhuishoudkundige aspecten, zodat de waterhuishoudkundige doelstellingen worden gewaarborgd. De uitgangspunten voor het watersysteem dienen op een juiste wijze in het plan te worden verwerkt.
Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie is gelegen binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Waterkwaliteit Bij de totstandkoming van het project worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper en zink, niet toegepast, zodat schoon hemelwater hier niet mee in aanraking kan komen. Zo heeft de ontwikkeling geen negatief effect op de (grond)waterkwaliteit ter plaatse. Het verhard oppervlakte zal van het vuilwaterriool worden afgekoppeld. Waterkwantiteit Ten behoeve van de beoogde inrichting van de projectlocatie zal de aanwezige watergang worden gedempt. Hiervoor is reeds een watervergunning verkregen. Dit geldt ook voor het te compenseren wateroppervlak als gevolg van de beoogde wijziging ten aanzien van het verhard oppervlakte. De reeds verleende watervergunning ging echter uit van een inmiddels verouderde inrichtingstekening. Met het hoogheemraadschap van Rijnland heeft reeds afstemming plaatsgevonden over de thans beoogde inrichting van de projectlocatie en is overeengekomen dat voor de beoogde wijzigingen de reeds verleende watervergunning zal worden aangepast. In figuur 24 is de watercompensatieopgave inzichtelijk gemaakt. Hieruit volgt dat de compensatieopgave 4353,45 m2 bedraagt Ter plaatse van de projectlocatie zal worden voorzien in nieuw oppervlaktewater (2.016 m2). Daarnaast wordt op een andere locatie water gecompenseerd (zie ook figuur 25).
In een reeds verleende watervergunning is toestemming gegeven voor het graven van 4.860,5 m2 oppervlaktewater. Gezien voorgaande zal ruimschoots worden voorzien in de watercompensatieopgave Figuur 24. Watercompensatieopgave (Bron: Heembouw, d.d. 27 juli 2022)
Figuur 25. Watercompensatieopgave: links situatie projectlocatie en rechts locatie compensatie elders (Bron: WB Infra, d.d. 27 juli 2022)
Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO
Pagina | 51
Waterveiligheid De ontwikkeling is gelegen nabij een regionale waterkering. Vanwege de beoogde herinrichting van het terrein zal hiervoor een watervergunning worden aangevraagd. Uit overleg met het hoogheemraadschap blijkt dat dit geen belemmering zal zijn voor de beoogde ontwikkeling. Wel zal vanwege de werkzaamheden in de nabijheid van de waterkering een watervergunning worden aangevraagd. Figuur 26. Uitsnede Legger regionale Keringen (bron: Hoogheemraadschap van Rijnland).
Riolering Voor het beoogde initiatief wordt aangesloten op de bestaande riolering.
Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO
Pagina | 52
(VORMVRIJE) M.E.R-BEOORDELING Algemeen De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt alsnog een m.e.r.-plicht. In bijlage D worden in kolom 2 drempelwaarden gegeven. Indien een ontwikkeling boven de drempelwaarden uitkomt, geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Op het moment dat een ontwikkeling genoemd staat in bijlage D, maar onder de drempelwaarden valt, dient te worden beoordeeld of sprake kan zijn van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze beoordeling vindt plaats middels de zogeheten ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’.
Sinds 16 mei 2017 dient het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen teneinde vast te stellen of voor een ruimtelijke ontwikkeling kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld door de initiatiefnemer. Dit volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU.
Relatie tot ontwikkeling De ontwikkeling omvat de realisatie van een distributiecentrum met bijbehorende kantoorvoorzieningen. Een dergelijke ontwikkeling kan worden getypeerd als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Een stedelijk ontwikkelingsproject staat genoemd in bijlage D, onderdeel D11.2 en is m.e.r.beoordelingsplichtig wanneer het betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Onderhavige ontwikkeling valt daarmee ruim onder de drempelwaarden. Er geldt geen directe m.e.r.beoordelingsplicht, een vormvrije m.e.r.-beoordeling is wel noodzakelijk. Indien hieruit blijkt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten, geldt alsnog een m.e.r.-beoordelingsplicht. Aanmeldnotitie en m.e.r.-beoordelingsbesluit Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een aanmeldnotitie opgesteld. Aan de hand daarvan kan het bevoegd gezag bepalen dat een milieueffectrapportage gelet op de aard en omvang van het project en de daarmee gepaard gaande milieugevolgen niet nodig is en dat kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.beoordeling.
Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO
Pagina | 53
5
BESCHRIJVING UITVOERBAARHEID ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Het project wordt door initiatiefnemer uitgevoerd. De kosten in verband met de realisatie zijn voor rekening van initiatiefnemer. Er is geen aanleiding om aan de economische haalbaarheid van het plan te twijfelen. Ten behoeve van de herontwikkeling wordt een overeenkomst gesloten tussen gemeente en de initiatiefnemer. Hierin wordt overeengekomen dat op het moment er sprake is van planschade, voortvloeiend uit voorliggende planologische mutatie, deze schade in zijn geheel ten laste komt aan initiatiefnemer.
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Participatie Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling heeft overleg plaatsgevonden met omwonenden en overige belanghebbenden, zoals vertegenwoordigers van omliggende bedrijven. Na indiening van de omgevingsvergunning zal wederom een overleg met de betreffende partijen worden georganiseerd.
Planologische procedure Voor deze ontwikkeling wordt de uitgebreide planologische procedure doorlopen. Het is daarom in eerste instantie voor een ieder mogelijk door middel van een inspraakreactie of zienswijze te reageren op het ontwerpbesluit, dat gedurende zes weken ter inzage ligt. Vervolgens staat nog de gang naar de rechtbank en daarna de Raad van State open. Met bovenstaande procedures wordt de maatschappelijke betrokkenheid afdoende gewaarborgd.
Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO
Pagina | 54
6
CONCLUSIE RUIMTELIJKE EN FUNCTIONELE INPASBAARHEID De initiatiefnemer heeft als doel een distributiecentrum met bijbehorende voorzieningen te realiseren ter plaatse van de Nieuwe Gouwe OZ 40. Het distributiecentrum is voorzien ter plaatse van het reeds bestaande bedrijventerrein “Goudse Poort” waar reeds een dergelijk bedrijf planologisch is toegestaan. Omdat de ontwikkeling niet geheel mogelijk is op basis van het vigerende bestemmingsplan, dient een planologische procedure te worden doorlopen. De planologische procedure wordt aan de hand van een omgevingsvergunning doorlopen. Middels voorliggende rapportage is het project gemotiveerd aan relevante beleidskaders en omgevingsaspecten. Tevens is de uitvoerbaarheid van het initiatief getoetst aan de diverse omgevingsaspecten en de bijbehorende regelgeving. Hieruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor voorgenomen ontwikkeling. De ruimtelijke en functionele inpasbaarheid is daarmee gewaarborgd.
Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO
Pagina | 55
BIJLAGE 1. VERKENNEND BODEMONDERZOEK
Mees Ruimte & Milieu | 21382.RO
Pagina | 56
RAPPORT C19-391-O
Actualiserend bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek in bodem ter plaatse van de Nieuwe Gouwe O.Z. 40 en Hanzeweg 5 te Gouda.
Capelle aan den IJssel, 14 januari 2020
Opdrachtnemer:
Arnicon B.V.
Opdrachtgever:
Green Development B.V. Postbus 371 2400 AJ Alphen aan den Rijn De heer M. Kortleven
Contactpersoon: Boormeesters:
O.G.J. de Vries, R.F. Engelse, A.J. van der Mark, A.J. Smits, R. Tempelaar
Protocollen: Rapportage: Controle:
BRL SIKB 2000-2001/2002/2018 E. Schoen W.A.M. Goossens
CAPELLE A/D IJSSEL Molenbaan 7 2908 LL Capelle a/d IJssel T. 010 2582 300
APPINGEDAM Kanaalweg 1 9902 AX Appingedam T. 059 6693 600
www.arnicon.nl
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK................................................................ 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Doel van het onderzoek Kwaliteitswaarborg en onafhankelijkheid Rapportage
1 1 1 1
2. RESULTATEN VOORONDERZOEK ................................................................................ 2 2.1 2.2 2.3 2.4
Inleiding Resultaten Hypothese Onderzoeksstrategie
2 2 8 8
3. RESULTATEN BODEMONDERZOEK .............................................................................. 9 3.1 Veldwerk 3.2 Chemisch-analytisch onderzoek 3.3 Analyseresultaten
9 14 18
4. SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...............................................27 4.1 Samenvatting 4.2 Conclusies 4.3 Aanbevelingen
BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Regionale overzichtskaart Detailtekening Boorstaten Analysecertificaten grond Analysecertificaten grondwater Toetsing conform BoToVa en Toetsingswaarden Foto’s asbestinspectiegaten Gegevens uit voorgaande onderzoeken Arnicon groep, kwaliteitswaarborg en onafhankelijkheid
Rapport C19-391-O / 14-01-20 / Nieuwe Gouwe O.Z. 40 en Hanzeweg 5 te Gouda
27 29 30
1. INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK 1.1
Inleiding
Door Green Development B.V. te Alphen aan den Rijn is aan Arnicon B.V. de opdracht verstrekt tot uitvoering van een actualiserend bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek in bodem ter plaatse van de Nieuwe Gouwe O.Z. 40 en Hanzeweg 5 te Gouda. Voor de situering van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de bijlagen 1 en 2. De locatie, met een totale oppervlakte van ca. 4,1 ha (ca. 40.621 m²), bestaat momenteel uit braakliggend bedrijfsterrein. Uit voorgaande onderzoeken is gebleken dat op de locatie enkele sterke verontreinigingen met onder meer minerale olie aanwezig zijn. In 2002 heeft de provincie Zuid Holland hierover een beschikking afgegeven (ernstig, niet urgent). De aanleiding tot het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling van het terrein. 1.2
Doel van het onderzoek
Het doel van het actualiserend bodemonderzoek is inzicht te verkrijgen in de actuele bodemkwaliteit. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is na te gaan of en in hoeverre op de locatie sprake is van bodemverontreiniging met asbest. 1.3
Kwaliteitswaarborg en onafhankelijkheid
Kwaliteitswaarborg De Arnicon Groep en haar medewerkers zijn sinds 2007 door Rijkswaterstaat Leefomgeving/ Bodem+ (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) erkend voor het verrichten van diensten vallend onder diverse BRL SIKB protocollen waarmee wordt voldaan aan de wet en regelgeving KWALIBO. De Arnicon Groep is eveneens gecertificeerd voor de kwaliteits- en veiligheidsnormen zoals gesteld in de NEN-EN-ISO 9001:2015 en VCA**. Onafhankelijkheid De Arnicon Groep en haar medewerkers zijn op geen enkele wijze gelieerd aan de opdrachtgever en/of eigenaar van de onderzoekslocatie. De Arnicon Groep heeft geen enkel (financieel) belang bij het weergeven van de resultaten van het onderzoek. Voor meer informatie over de kwaliteitswaarborg en onafhankelijkheid wordt verwezen naar bijlage 9. 1.4
Rapportage
In dit rapport worden achtereenvolgens de resultaten van het vooronderzoek en onderzoeksopzet (hoofdstuk 2) en de resultaten van het bodemonderzoek (hoofdstuk 3) beschreven. Het rapport wordt afgesloten met de conclusies van het onderzoek en de (eventuele) aanbevelingen, die daaruit voortvloeien (hoofdstuk 4).
Rapport C19-391-O / 14-01-20 / Nieuwe Gouwe O.Z. 40 en Hanzeweg 5 te Gouda
1
2. ACTUALISATIE VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
In het kader van eerder uitgevoerde bodemonderzoeken is al enkele malen vooronderzoek verricht. Informatie over het voormalige gebruik zijn daaruit afkomstig. De informatie is aangevuld met behulp van www.topotijdreis.nl, satellietfoto’s van Google Earth, informatie van de website van de Omgevingsdienst Midden Holland (OMDH) en locatiebezoek. 2.2
Resultaten
Locatiebeschrijving De locatie wordt kadastraal aangeduid als gemeente Gouda, sectie M, nrs. 4491, 4789 en 4790. De locatie is gelegen aan de Nieuwe Gouwe O.Z. 40 en Hanzeweg 5 te Gouda op de meest westelijke punt van bedrijventerrein Goudse Poort aan de noordwestzijde van Gouda. De locatie heeft een totale oppervlakte van ca. 4,1 ha. Momenteel bestaat de locatie uit braakliggend bedrijfsterrein. Op de grens van de percelen 4491 en 4789/4790 ligt een brede watergang. Onderstaande foto’s geven een indruk van de locatie ten tijde van het actualiserend onderzoek:
Foto 1: overzichtsfoto vanaf het fietspad ten noordwesten vd locatie
Foto 2: perceel 4491, westelijk deel
Foto 3: perceel 4491, noordelijke strook
Rapport C19-391-O / 14-01-20 / Nieuwe Gouwe O.Z. 40 en Hanzeweg 5 te Gouda
2
Foto 4: watergang tussen perceel 4491 en 4789, kijkend richting zuiden
Foto 5: : perceel 4789, noordelijk deel (rechts op de achtergrond de bomen langs de Nieuwe Gouwe OZ)
De onderzoekslocatie wordt in zuidwestelijke richting begrensd door de openbare weg Nieuwe Gouwe O.Z., gelegen langs het kanaal Nieuwe Gouwe. In zuidoostelijke richting wordt de locatie door een watergang afgescheiden van de bedrijfsterreinen gelegen aan de Hanzeweg 1-3. Ten noordoosten van de onderzoekslocatie bevinden zich bedrijfspanden gelegen aan de Kampenringweg en onder andere de Sligro. Ten westen van de locatie liggen wegen en openbaar groen. Ongeveer 300 meter ten noordwesten van de locatie bevindt zich het Gouwe Aquaduct en gaat de Nieuwe Gouwe Oostzijde over in de provinciale weg N207. Historische ontwikkeling / voormalig gebruik De locatie had tot omstreeks 1940 een agrarische bestemming. Nieuwe Gouwe OZ 40 (perceel 4491) Dit perceel is eind jaren ’30 in gebruik genomen als bedrijfsterrein en bebouwd met de fabriekshal van carrosseriebedrijf Verheul. Door het uitbreken van WOII zijn de feitelijke bedrijfsactiviteiten van Verheul, productie van autobussen, ter plaatse van de locatie pas na 1945 gestart. Verheul, sinds halverwege jaren ’60 onder de naam Leyland, is tot begin jaren ’70 op de onderzoekslocatie gevestigd geweest. Op www.topotijdreis.nl is te zien dat omstreeks 1968 op het noordoostelijke en zuidwestelijke deel van de locatie enkele kleine opstallen zijn gesloopt (zie afbeelding 1).
Afbeelding 1: gesloopte opstallen jaren ’60, ’70, ’80
Foto 6: opslag ± 2013-2016
Rapport C19-391-O / 14-01-20 / Nieuwe Gouwe O.Z. 40 en Hanzeweg 5 te Gouda
3
In december 1970 is de fabriekshal afgebrand, deze is begin jaren ’70 herbouwd. Ter plaatse van de locatie is de productie van autobussen niet meer hervat, de locatie is in gebruik genomen als hoofdkantoor van British Leyland. Vanaf 1984 heeft Engelvaart zich op de locatie gevestigd als producent van onderkleding. Nadat Engelvaart de activiteiten op de locatie had beëindigd is een deel van de bebouwing enige tijd verhuurd aan Multi Office, een groothandel in kantoorartikelen. De bebouwing is in 2011 gesloopt. Op satellietfoto’s van 2013 t/m 2016 is te zien dat langs de randen van het terrein (bouw?)materiaal wordt opgeslagen (zie foto 6). Uit informatie van de website van de Omgevingsdienst Midden Holland (OMDH) blijkt dat het terrein recentelijk is gebruikt voor de tijdelijke opslag van grond. Hanzeweg 5 Het perceel aan de Hanzeweg 5 is in de jaren ’80 eveneens in gebruik geweest bij Engelvaart. Uit www.topotijdreis.nl blijkt dat hier begin jaren ’80 hier enkele kleine loodsen hebben gestaan (zie afbeelding 2, volgende pagina). Vanaf 1995 is op de topografische kaarten het kantoorpand te zien waarin de Belastingdienst gevestigd is geweest. De watergang tussen de percelen 4491 en 4789 is daarbij verlengd tot langs de voorzijde van het nieuwe kantoor (zie afbeelding 3). Het kantoorpand is in 2019 gesloopt.
Afbeelding 2: tijdelijke bebouwing waar later het (inmiddels gesloopte) belastingkantoor is gebouwd
Afbeelding 3: verlengde watergang
Brandstoftanks Op het terrein hebben twee ondergrondse tanks benzinetanks (6.000 en 12.000 liter) en een ondergrondse dieseltank (6.000 liter) gelegen. De tanks en afleverpomp bevonden zich nabij de portiersloge en zijn verwijderd in 1989 in opdracht van Shell. Van de verwijdering van de dieseltank is een KIWA certificaat bekend (nr. G290425804602). Aan de zuidkant van het voormalige pand van Engelvaart (perceel 4491) heeft in het verleden in de kelder een hbo tank gestaan. Daarnaast was er in het pand ook sprake van opslag van olieproducten en 1,1,1-trichloorethaan (chlorothene). Kabels en leidingen Volgens de KLIC-melding met nr. 19G551692 zijn er op de onderzoekslocatie geen kabels en leidingen aanwezig.
Rapport C19-391-O / 14-01-20 / Nieuwe Gouwe O.Z. 40 en Hanzeweg 5 te Gouda
4
Ophogingen/slootdempingen Uit bestudering van historische en recente topografische kaarten blijkt niet dat op de locatie een sloot heeft gelegen (www.topotijdreis.nl). Het terrein is in het verleden diverse malen opgehoogd met zand en puin. Deels is de locatie opgehoogd met gebroken puin en asfalt van de voormalig aanwezige verhardingslagen (sintels e.d.). Maaiveldverhardingen Ter plaatse van de voormalige bedrijfspanden van Engelvaart (perceel 4491) zijn de vloeren nog aanwezig. Het buitenterrein rondom is grotendeels verhard met betonplaten en klinkers. Bij de sloop van het belastingkantoor (perceel 4789) zijn de vloeren verwijderd. De klinkerbestrating naast het voormalige pand is nog aanwezig. Terreininspectie Bij visuele inspectie van de locatie d.d. 16 oktober 2019 stonden grote delen van perceel 4789 (Hanzeweg 5) en het westelijk deel van het perceel 4491 (Nieuwe Gouwe OZ 40) onder water. Afgezien van enkele op de betonvloer achtergelaten lege pallets waren de terreinen leeg. Voor het overige zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen. Asbest Tijdens een bodemonderzoek van Arnicon B.V. in 2010 is een indicatief asbest in bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel nr. 4791. De asbestmonsters zijn niet genomen conform NEN 5707. Tijdens het veldwerk zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Tijdens het laboratoriumonderzoek is geen asbest aangetoond.
In verband met de brand in 1970 dient de locatie tevens als asbestverdacht te worden aangemerkt. Logischerwijs wordt er vanuit gegaan dat de vloer (grotendeels) intact is gebleven en dat eventueel vrijgekomen asbest tijdens brand en sloop hoofdzakelijk buiten de voormalige fabriekshal in de onverharde bodem kan zijn geraakt. Op basis van het indicatieve asbestonderzoek van 2010 is de locatie niet asbestverdacht. Op basis van de bebouwingsgeschiedenis (www.topotijdreis.nl) zouden het noordoostelijke en zuidelijke deel van perceel nr. 4491 (vml. Engelvaart) als potentieel asbestverdacht kunnen worden aangemerkt (zie afbeelding 1). Dit geldt eveneens voor het gedeelte van perceel 4789 (Hanzeweg 5) waar drie kleine loodsen hebben gestaan (zie afbeelding 2). Actief bodembeheer De omgevingsdienst Midden-Holland heeft een interactieve bodemkwaliteitskaart opgesteld. De ontgravingskaarten voor de bovengrond geven voor het gebied waarbinnen de locatie ligt de kwaliteit ‘wonen’ aan. Binnen deze kwaliteit worden licht verhoogde gehalten verwacht aan zware metalen en PAK. De ontgravingskaarten voor de ondergrond geven voor de locatie de kwaliteit ‘landbouw/ natuur’ aan. Binnen deze kwaliteit worden geen verhoogde gehalten verwacht aan zware metalen en PAK. PFAS De grond op de locatie is, voor zover bekend, nog niet onderzocht op PFAS.
In het kader van de voorgenomen afvoer van minerale olie verontreinigde grond is het noodzakelijk de af te voeren grond te onderzoeken op PFAS. Bodemonderzoek Uit de website van de Omgevingsdienst Midden-Holland is gebleken dat op de locatie de volgende bodemonderzoeken zijn verricht: 1) Indicatief milieu-onderzoek bedrijfsterrein van de Firma Engelvaart, Lexmond, rapport nr. onbekend, 1998; 2) Verkennend en aanvullend bodemonderzoek aan de Nieuwe Gouwe O.Z. 40 te Gouda, IGN b.v., rapport nr. MH 97.0199, 21 juli 1997;
Rapport C19-391-O / 14-01-20 / Nieuwe Gouwe O.Z. 40 en Hanzeweg 5 te Gouda
5
3) Nader bodemonderzoek ter plaatse van een locatie aan de Nieuwe Gouwe O.Z. 40 te Gouda, Arnicon B.V., rapport nr. C01-390-N, oktober 2001; 4) Actualiserend en nader bodemonderzoek ten behoeve van vastleggen van de eindsituatie ter plaatse van de Nieuwe Gouwe O.Z. 40 te Gouda, Arnicon B.V., rapport nr. C10-257-O, 28 december 2010. Het onderzoek (1) is uitgevoerd op het terrein aan de Hanzeweg 5 en 13. Op het huidige perceel 4789 zijn indertijd 3 boringen gezet. Het maaiveld was verhard met slakken. In de bovengrond zijn zwakke bijmengingen met slakken en koolas aangetroffen. De grond was licht verontreinigd met zware metalen. Het onderzoek (2) is uitgevoerd op perceel 4491 in het kader van deelname van Engelvaart aan de BSB. Tijdens dit onderzoek zijn in totaal 12 verdachte deellocaties onderscheiden en is tevens het gehele voormalige bedrijfspand als verdacht locatiedeel aangemerkt. De 12 deellocaties en het voormalige bedrijfspand zijn onderzocht op de verdachte stoffen zware metalen, PAK, minerale olie, BTEXN en VOX. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat ter plaatse van 5 deellocaties sprake is van een sterke verontreiniging met minerale olie in grond en/of grondwater. Ter plaatse van een viertal deellocaties is sprake van matige tot sterke verontreiniging met PAK en/of enkele metalen in grond dan wel grondwater.
Er wordt geconcludeerd dat ter plaatse van in totaal 7 deellocaties nader onderzoek dient plaats te vinden naar de omvang van de verontreinigingen met minerale olie (5 deellocaties), metalen en PAK (elk 1 deellocatie). Met name bij de voormalige hbo-tank is een zeer hoge concentratie aan minerale olie in het grondwater gemeten (11.500 µg/l: 19 x interventiewaarde). Het onderzoek (3) is uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek in 1997 (2). Aanvullend op de 7 deellocaties genoemd in het onderzoek van 1997 is een deellocatie nader onderzocht naar aanleiding van een matige verontreiniging met nikkel in het grondwater. Tijdens dit onderzoek is een groot aantal boringen gestuit op 0,5 à 1,0 m-mv. De verontreinigingen zijn als gevolg hiervan niet volledig afgeperkt. De omvang van de verontreinigingen is geschat op basis van de resultaten van het onderzoek uit 1997 in combinatie met de veld- en analysegegevens van het onderzoek uit 2001. De totale hoeveelheid sterk met minerale olie, PAK, koper en/of zink verontreinigde grond op de onderzochte deellocaties werd op basis van de onderzoeksresultaten geschat op globaal 2.050 m³. De totale hoeveelheid sterk met minerale olie verontreinigd grondwater werd geschat op globaal 1.620 m³. Er is sprake van een heterogeen verontreinigingsbeeld.
Het onderzoek is ingediend bij bevoegd gezag, in deze Gedeputeerde Staten van provincie ZuidHolland, ten behoeve van het verkrijgen van een beschikking ernst en urgentie. Deze is afgegeven d.d. 29 november 2002 met kenmerk DGWM/2002/12400 (ernstig, niet urgent). Het onderzoek (4) is uitgevoerd op het westelijk deel van de onderzoekslocatie naar aanleiding van de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten van Engelvaart. Er is gebruik gemaakt van een geoprobe voor het doorboren van (sterk) puin(houdende) lagen. Tijdens het onderzoek zijn zintuiglijk bijmengingen aan puin, kolen(gruis) en/of slakken waargenomen. Plaatselijk bestaat de ondergrond volledig uit puin dan wel slakken. Bij zintuiglijk onderzoek is met name ter plaatse van de deellocaties wasplaats (nr. 1) en werkplaats (nr. 7) minerale olie in de bodem waargenomen. De totale hoeveelheid sterk met minerale olie verontreinigde grond ter plaatse van de onderzoekslocatie is op basis van de onderzoeksresultaten geschat op ca. 500 m³, de hoeveelheid sterk met minerale olie verontreinigd grondwater wordt geschat op ca. 410 m³ bodemvolume.
Rapport C19-391-O / 14-01-20 / Nieuwe Gouwe O.Z. 40 en Hanzeweg 5 te Gouda
6
Vlak bij de locatiegrens met Kampenringweg 9 is nog een olie “spot” aangetroffen waarvan de bron niet bekend is. Ter plaatse van eerder in kaart gebrachte sterke verontreinigingen op de deellocaties genummerd “X2” (groenstrook bij magazijn/kantoor) en “5” (voormalige hbotank in kelder) zijn geen interventiewaardeoverschrijdingen voor minerale olie meer aangetoond. Tabel 1 geeft een overzicht van de aangetroffen verontreinigingen, met de geschatte hoeveelheden van 2001 en van 2010. TABEL 1: OVERZICHT STERKE VERONTREINIGINGEN inschatting 2 0 0 1
inschatting 2 0 1 0
Deellocatie
Verontreiniging
vml. hbo-tank in kelder (5)
minerale olie
Grond >I (m3) 600
vml. spuiterij / werkplaats (6,7)
minerale olie PAK koper minerale olie PAK minerale olie koper, zink PAK
400 200 200 50 50 200 200
1.000
minerale olie
150
150
-
-
minerale olie
-
-
<10
-
2050 (olie: 1200)
1620
1100 (olie: 500)
410
vml. olieafscheiders / wasplaats (10) vml. opslag diesel en transmissieolie (11,12) onbekende bron breierij (X1) onbekende bron groenstrook bij kantoor (X2) onbekende bron bij locatiegrens met Kampenringweg 9 TOTAAL
Grondwater >I (m3) 350
Grond >I m3) -
Grondwater >I (m3) -
300 200* 200* 200 50* -
250
50 70 -
160 -
200*
* niet geactualiseerd
Voor de tekeningen, boorstaten en overschrijdingstabellen uit de hiervoor beschreven onderzoeken wordt verwezen naar bijlage 8. Op www.bodemloket.nl wordt vermeld dat voor de locatie Nieuwe Gouwe O.Z. 40 een saneringsplan opgesteld dient te worden. In de nabije omgeving van de locatie zijn diverse bodemonderzoeken en enkele saneringen uitgevoerd. Ter plaatse van het fietspad ten noordwesten van de locatie (“F278”) is een niet ernstige puingerelateerde verontreiniging gesaneerd. Op belendende percelen aan de Kampenringweg 15, 17a en 19 zijn bodemonderzoeken verricht waarbij geen verontreiniging van betekenis is aangetoond. Op het perceel Hanzeweg 1-3 is een lokale minerale olieverontreiniging gesaneerd, veroorzaakt door een voormalige autoherstelinrichting. Bodemopbouw De holocene deklaag heeft een dikte van 10 m en is opgebouwd uit slecht doorlatende kleien veenlagen. De freatische grondwaterspiegel kan worden aangetroffen vanaf een diepte van circa 0,5 m-mv. Het freatische grondwater is zoetwater. De stromingsrichting van het freatische grondwater wordt beïnvloed door lokale factoren, zoals oppervlaktewateren, de ligging van rioleringen, de aanwezigheid van zandlichamen (bijvoorbeeld kabel- en leidingtracées, funderingen) en drainage. Bovenstaande informatie is afkomstig uit TNO-grondwaterkaarten en www.dinoloket.nl.
Rapport C19-391-O / 14-01-20 / Nieuwe Gouwe O.Z. 40 en Hanzeweg 5 te Gouda
7
Herinrichtingsplan Na bodemsanering zal de locatie worden herontwikkeld als bedrijventerrein. Details over de nieuwe inrichting zijn niet bekend. 2.3
Hypothese
Op basis van de beschikbare informatie wordt de locatie vanuit het oogpunt van bodemverontreiniging beschouwd als verdacht voor het voorkomen van verontreiniging met minerale olie, zware metalen en PAK. In 2010 zijn de contouren van twee ernstige minerale olie verontreinigingen en een kleinschalige (niet ernstige) minerale olieverontreiniging in kaart gebracht. Deze zullen in het kader van de geplande herinrichting gesaneerd dienen te worden. Hiertoe is het nodig de actuele verontreinigingsituatie te verifiëren. Een aantal sterke verontreinigingen die in 2001 in kaart zijn gebracht zijn in 2010 niet meer aangetoond. In verband met het indertijd relatief grote aantal op puin gestaakte boringen verdient het aanbeveling dit te verifiëren. In verband met brand, bouwactiviteiten en sloop op de locatie in de jaren ’60 t/m ’80 worden delen van de locatie als verdacht beschouwd op bodemverontreiniging met asbest. 2.4
Onderzoeksstrategie
Het verkennend onderzoek wordt uitgevoerd conform de strategie “verdacht heterogeen niet lijnvormig” (VED-HE-NL), zoals omschreven in de NEN 5740:2009 en NEN 5740/A1:2016, gecombineerd met een asbestonderzoek conform NEN 5707 “Bodem – Landbodem Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”. De onderzoeksprotocollen van NEN 5740 en NEN 5707 zijn op elkaar afgestemd, zodat de monstername tegelijkertijd en op dezelfde monsternamepunten kan plaatsvinden. Inspectiegaten worden gecombineerd met boringen uitgevoerd. Op dezelfde plaatsen worden eerst monsters genomen ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek en vervolgens inspectiegaten gegraven en monsters genomen voor het verkennend asbest in bodemonderzoek. Graven van inspectiegaten geschiedt tot een diepte van 0,5 m-mv. Voor monstername van dieper gelegen bodemlagen wordt conform de NEN 5707 gebruik gemaakt van een Edelmanboor Ø 12 cm. Ter verificatie van de actuele verontreinigingsituatie worden boringen verricht in en aan de rand van eerder in kaart gebrachte verontreinigingscontouren en worden bestaande peilbuizen herbemonsterd. Ook ter plaatse van de sterke verontreinigingen die in 1997/2001 zijn aangetoond maar niet meer in 2010, worden ter verificatie enkele boringen gezet en/of peilbuizen geplaatst.
Rapport C19-391-O / 14-01-20 / Nieuwe Gouwe O.Z. 40 en Hanzeweg 5 te Gouda
8
3. RESULTATEN BODEMONDERZOEK 3.1
Veldwerk
Het veldwerk is in de periode van 4 tot 19 november en op 11 december 2019 uitgevoerd door erkende veldwerkers SIKB 2000 – 2001) van Arnicon B.V.: O.G.J. de Vries (protocol 2001, 2002 en 2018), R.F. Engelse (protocol 2001), A.J. van der Mark (protocol 2018) en A.J. Smits (protocol 2001). In totaal op de locatie 67 boringen verricht:
Verkennend onderzoek asbest NEN 5707: inspectiegaten 01 t/m 24
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740: boringen 01 t/m 44 (combi met NEN5707)
Actualisatie minerale olieverontreinigingen: boringen 101 t/m 120
Uitkarteren van een aangetroffen verontreiniging met PCB: boringen 201 t/m 203.
De handboringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor. Delen van de terreinen stonden tijdens de werkzaamheden onder water. Om daar te kunnen boren is gebruik gemaakt van een casing welke eerst is leeggepomt. Voor het doorboren van puinlagen is gebruik gemaakt van een geoprobe. De boringen nrs. 1 t/m 24 zijn uitgegraven tot inspectiegat, deels handmatig met een schep en deels (i.v.m. sterke puinbijmengingen) met behulp van een graafmachine. Betonverhardingen zijn deels voorgeboord m.b.v een diamantboor. Delen van betonvloeren zijn ten behoeve van het onderzoek gebroken m.b.v. een graafmachine. De betonverharding op het buitenterrein richting oosthoek (inspectiegat 20) blijkt een onderheide vloer met wapening te zijn. De boorgaten van boring 58 en 106 zijn benut voor de plaatsing van peilbuizen (peilbuis nr = boring nr). De situering van de boringen en inspectiegaten is weergegeven op bijlage 2. De boringen 110, 112 en 118 zijn direct naast de boringen/inspectiegaten 15, 16 en 21 verricht. Bodemopbouw Tijdens het veldwerk is gebleken dat bodem op de locatie sterk geroerd is. Op de percelen aan de Hanzeweg 5 is hoofdzakelijk ophoogzand en polystyreen (piepschuim tegen verzakking) aangetroffen en lokaal venige klei op een zandige ondergrond. De bovengrond bevat hier plaatselijk grind en brokken puin.
Op het voormalige Engelvaartterrein (perceel 4491) komen zeer veel bodemvreemde bijmengingen voor, met name op de noordoostelijke helft. In de bosschages aan de randen van het perceel komt nog het oorspronkelijke bodemprofiel voor, bestaande uit klei op veen (boringen 05, 28 en 33), waarbij ter plaatse van boring 05 veel puin is aangetroffen in de klei van 0,5-1,0 m-mv. Ongeroerd veen is op dit perceel aangetroffen vanaf een diepte variërend van 1,2 tot 2,7 m-mv. Plaatselijk is tot de geboorde diepte van 3,0 m-mv zandig materiaal aangetroffen (boring 118), wat sterk puinhoudend is tot 2,5 m-mv. De grondwaterstand is tijdens de uitvoering van de boringen waargenomen op een diepte van 0,0 à 0,3 m-mv. Voor een meer nauwkeurige weergave van het bodemprofiel wordt verwezen naar bijlage 3. Zintuiglijke waarnemingen grond De tijdens het veldwerk waargenomen afwijkingen en bijzonderheden zijn weergegeven in tabel 2. Waargenomen oliegeuren en olie/waterreacties zijn vet gedrukt.
Rapport C19-391-O / 14-01-20 / Nieuwe Gouwe O.Z. 40 en Hanzeweg 5 te Gouda
9
Bij de oosthoek van de voormalige fabriekshal (perceel 4491) is in de bovengrond een repaclaag aangetroffen van ± 0,2-0,4 m-mv. Deze is niet bemonsterd. De puinhoudende grond boven en onder de repaclaag is bemonster ten behoeve van het asbestonderzoek. Het percentage puin in de opgegraven grond bedraagt minder dan 50%, zodat deze conform NEN 5707 kan worden onderzocht. In geen van de inspectiegaten of boringen is asbestverdacht materiaal aangetroffen. Voor foto’s van het opgegraven materiaal wordt verwezen naar bijlage 7. TABEL 2: ZINTUIGLIJK WAARGENOMEN BIJZONDERHEDEN Boring
Diepte boring Traject (m -mv) (m -mv) INSPECTIEGATEN NEN 5707 / combi NEN 5740 01 0,50 0,00 - 0,50 02 0,50 0,00 - 0,50 03 0,50 0,00 - 0,50 04 0,50 0,00 - 0,50 05 2,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 06 2,00 0,10 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,70 07 0,50 0,00 - 0,50 08 0,50 0,00 - 0,50 09 0,50 0,00 - 0,50
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Zand Zand Zand Klei Klei Klei Veen Zand Zand Zand Zand Zand Zand
10
2,00
11 12 13 14 15
0,50 0,60 0,60 0,60 0,50
Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand
16
0,50
0,00 - 0,30 0,30 - 0,60 0,60 - 1,00 1,00 - 1,30 0,00 - 0,50 0,10 - 0,60 0,10 - 0,60 0,10 - 0,60 0,08 - 0,45 0,45 - 0,50 0,08 - 0,20
0,47
0,20 - 0,40 0,40 - 0,50 0,08 - 0,45
sterk baksteenhoudend, sterk puinhoudend brokken puin zwak baksteenhoudend uiterst puinhoudend brokken puin uiterst repachoudend sterk repachoudend, sterk asfalthoudend, uiterst sintelhoudend uiterst repachoudend brokken puin brokken puin, matig baksteenhoudend sterk puinhoudend, sterk repachoudend uiterst repachoudend zwak baksteenhoudend, puin 2% volledig repac, baksteen/beton zwak baksteenhoudend, sporen beton, puin 2% volledig repac, puin 100% puin 0% zwak baksteenhoudend, sporen beton, puin 2% volledig repac, puin 100% ; kon niet dieper met hakhamer ivm water/kortsluitingsrisico zwak baksteenhoudend, sporen beton, puin 2% volledig repac, puin 100% zwak baksteenhoudend, sporen beton, puin 2% volledig repac, puin 100% ; kon niet dieper met hakhamer zwak baksteenhoudend, sporen beton, puin 2% volledig repac, puin 100% volledig beton zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, sporen grind, puin 5% brokken baksteen, zwak grindhoudend brokken puin, brokken baksteen brokken klei, brokken baksteen, brokken puin
17
Zand
Zand Zand
0,45 - 0,47 18
19
0,50
0,08 - 0,20
Zand
0,40
0,20 - 0,40 0,40 - 0,50 0,08 - 0,25
Zand Zand
0,25 - 0,40 20
21
22 23 24
0,50
0,60
0,50 0,50 2,00
0,08 - 0,20 0,20 - 0,40 0,40 - 0,50 0,00 - 0,15 0,15 - 0,60 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
Zand
Zand Zand Zand/klei Zand Zand
Rapport C19-391-O / 14-01-20 / Nieuwe Gouwe O.Z. 40 en Hanzeweg 5 te Gouda
10
Boring
Diepte boring (m -mv)
Traject (m -mv)
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
0,10 - 0,25 0,30 - 0,60 1,00 - 1,50 0,50 - 1,50 1,50 - 2,00 0,12 - 0,40 0,00 - 0,30 0,30 - 0,60 0,00 - 0,50 0,50 - 1,50 1,50 - 2,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 0,51 1,50 - 2,00 0,50 - 0,60 0,30 - 0,50 0,10 - 0,30 0,00 - 0,10 0,50 - 0,60 0,40 - 0,60 0,00 - 0,50 0,00 - 1,00 1,00 - 1,70 0,00 - 0,40 0,40 - 0,90
Klei Zand Klei Zand Zand Zand Zand
gestaakt op puin volledig puin, beton zwak puinhoudend matig baksteen, zwak puinhoudend zwak baksteenhoudend boring gestaakt op puin 40 cm-mv sterk repachoudend volledig puin zwak puinhoudend zwak baksteenhoudend zwak puinhoudend zwak grind- en aardewerk-houdend Gestuit sintels Volledig piepschuim Fundatielaag sterk grindhoudend volledig repac Volledig piepschuim Volledig piepschuim brokken baksteen, brokken puin Gestuit Water op maaiveld -
VERKENNEND ONDERZOEK 25 26
0,25 2,00
27
2,00
29 30
0,40 2,00
31
2,00
32 33 34
0,50 2,00 0,51
35 36 37 38 39
2,00 0,60 0,50 1,80 0,60
40 41 42
0,60 0,50 1,70
43
0,90
Zand Klei/zand Klei/veen Zand Klei Zand Zand/klei
Zand Zand/klei Klei/veen Zand Klei/veen
ACTUALISATIE MINERALE OLIEVERONTREINIGINGEN 101
2,00
102
2,00
103
104
3,00
2,00
105
2,00
106
2,00
107
2,00
0,12 - 0,42 0,42 - 0,62 0,62 - 1,00 1,00 - 1,20
Zand -
1,20 - 2,00 0,12 - 0,42 0,42 - 1,20 1,20 - 1,80 1,80 - 2,00 0,25 - 0,70 0,70 - 0,90
Veen Zand
0,90 - 1,70 0,00 - 0,30 0,30 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,38 1,38 - 1,60 1,60 - 1,70 1,70 - 2,00 0,12 - 0,42 0,42 - 1,10 1,10 - 1,70 1,70 - 2,00 0,00 - 0,40 0,40 - 0,80 0,80 - 1,20
Veen Zand
1,20 - 2,00 0,12 - 0,52 0,52 - 1,00 1,00 - 2,00
Zand Zand
Veen Klei Zand
Zand Veen Veen Zand Zand Zand/veen Klei Veen Klei/veen
Zand
volledig sintels volledig slakken sterk slakhoudend, sterk grindhoudend, matig puinhoudend, geen oliegeur, zwakke olie-water reactie geen oliegeur, zwakke olie-water reactie zwak grindhoudend volledig slakken sterk puinhoudend, > 50% bodemvreemd Loze ruimte zwak grindhoudend, zwakke oliegeur, zwakke olie-water reactie sterk grindhoudend, sterk sintelhoudend volledig slakken, > 50% bodemvreemd volledig slakken geen oliegeur, zwakke olie-water reactie volledig slakken, sterk puinhoudend, > 50% bodemvreemd zwak grindhoudend volledig slakken zwak grindhoudend, matig baksteenhoudend, sporen puin, zwakke oliegeur, zwakke olie-water reactie zwak grindhoudend zwak grindhoudend volledig slakken zwak grindhoudend, zwakke oliegeur, zwakke olie-water reactie
Rapport C19-391-O / 14-01-20 / Nieuwe Gouwe O.Z. 40 en Hanzeweg 5 te Gouda
11
Boring
Traject (m -mv) 0,12 - 0,20 0,20 - 0,60 0,60 - 1,00 1,00 - 1,60 1,60 - 2,00
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
108
Diepte boring (m -mv) 2,00
Zand Zand Zand Zand
109
3,00
1,00 - 1,40
Zand
1,40 - 3,00
Veen
zwak grindhoudend matig grindhoudend volledig slakken zwak grindhoudend sterk grindhoudend, sterk puinhoudend, >50% bodemvreemd matig grindhoudend, zwakke oliegeur, zwakke olie-water reactie -
0,10 - 0,50 0,50 - 0,80
Klei Zand
0,80 - 1,00
-
1,00 - 1,60
Zand
1,60 - 2,00 0,12 - 0,42 0,42 - 0,50 0,50 - 0,60 0,60 - 0,80 0,80 - 1,20
Zand Zand Zand
0,12 - 0,37 0,57 - 1,20 1,20 - 1,60
Veen
110
111
112
2,00
1,20
2,00
Zand
1,60 - 2,00 113
3,00
114
2,00
115
2,60
116
1,80
117
2,60
118
3,00
119
2,30
120
2,00
1,10 - 1,40 1,40 - 1,60 1,60 - 3,00 0,12 - 0,35 0,35 - 1,20
Zand Veen Veen Zand -
1,20 - 1,40 1,40 - 2,00
-
0,28 - 0,70 0,70 - 1,00 1,00 - 2,25
Zand Zand
2,25 - 2,60 0,28 - 0,70 0,70 - 1,10 1,10 - 1,30
Veen Zand Klei
1,30 - 1,80 0,28 - 0,70 0,70 - 1,00 1,00 - 2,20
Klei/sp.veen
2,20 - 2,60 0,15 - 0,30 0,30 - 2,50 2,50 - 3,00 0,28 - 0,70 0,70 - 1,00 1,00 - 1,30 0,12 - 0,42 0,42 - 1,30
Veen
1,30 - 1,40 1,40 - 1,60 1,60 - 2,00
Klei/sp.veen Zand -
Zand Zand
Zand Zand Zand Klei Zand Zand
sterk puinhoudend zwak grindhoudend, geen oliegeur, zwakke olie-water reactie volledig sintels, sterke oliegeur, sterke olie-water reactie matig grindhoudend, matige oliegeur, matige olie-water reactie volledig puin volledig beton matig beton- en baksteen / sterk sintelhoudend, brokken asfalt, >50% puin volledig repac brokken asfalt sterk grindhoudend, sterke oliegeur, sterke olie-water reactie volledig beton, sterke oliegeur, sterke olie-water reactie matig grindhoudend sterk baksteen- en sintelhoudend, brokken asfalt, matig grindhoudend volledig slakken sterk baksteenhoudend, matig slak- en sintelhoudend Loze ruimte sterk sintelhoudend, sterk puinhoudend, geen oliegeur, zwakke olie-water reactie, > 50% bodemvreemd Loze ruimte sterk puin/baksteenhoudend, geen oliegeur, zwakke olie-water reactie sterk puin- en grindhoudend Loze ruimte sterk puin- en sintelhoudend, brokken asfalt, geen olie geur, zwakke olie-water reactie, > 50% bodemvreemd Loze ruimte sterk puinhoudend Loze ruimte sporen veen sterk grindhoudend, 70% grind matig baksteenhoudend, sterk grindhoudend sterk grindhoudend, 60% grind zwak grindhoudend volledig slakken, brokken asfalt, brokken beton
Rapport C19-391-O / 14-01-20 / Nieuwe Gouwe O.Z. 40 en Hanzeweg 5 te Gouda
12
Boring
Diepte boring (m -mv)
Traject (m -mv)
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
0,19 - 0,50
-
Holle ruimte
0,50 - 1,00
Veen/klei/zand
-
1,00 - 1,25
Veen/sp.klei
-
0,00 - 0,19 0,19 - 0,35
-
volledig beton Holle ruimte
0,35 - 0,85
Zand
matig puinhoudend
0,85 - 1,00
Zand
sterk puinhoudend, matig slakhoudend
1,00 - 1,35
Veen/klei
zwak puinhoudend
1,35 - 1,70
Veen
-
0,19 - 0,35
-
Holle ruimte
0,35 - 0,80
Klei
zwak puinhoudend
0,80 - 1,30
Klei/veen
-
1,30 - 1,65
Veen
-
UITKARTERING PCB VERONTREINIGING 201
202
203
1,25
1,70
1,65
Grondwater De bemonstering van het grondwater is uitgevoerd op 25 november 2019 door R. Tempelaar van Arnicon B.V. (erkend veldwerker SIKB 2000 - 2002). In tabel 3 zijn de resultaten van de bij de monstername verrichte metingen weergegeven. TABEL 3: METINGEN GRONDWATER Peilbuis 10 38 106 207 302 1011 1015 1026 1027 1028 1029 1035 1036
Filterdiepte (m -mv) 0,5 - 2,0 0,80 - 1,80 1,00 - 2,00 1,5 - 2,5 0,0 - 2,0 0,3 - 1,3 0,2 - 1,2 1,0 - 2,0 0,2 - 1,2 0,1 - 1,1 0,1 - 1,0 1,3 - 2,3 1,3 - 2,3
Grondwaterstand (m -mv) 0,68 0,42 0,20 0,59 0,66 0,29 0,68 0,10 0,18 0,21 0,29 0,65 0,65
pH (-) 7,0 7,8 7,1 7,0 7,5 7,1 7,2 7,8 7,3 7,1 7,3 6,8 7,2
EC (µS/cm) 1320 553 1020 1130 870 1360 1280 551 1650 970 1180 1170 1440
Troebelheid (NTU) 33 12,2 17 27 17 33 35 12,3 38 33 33 28 37
Afwijkingen van de protocollen Het veldwerk is uitgevoerd onder procescertificaat van de BRL SIKB 2000. De gemeten waarde voor de troebelheid (NTU) in alle peilbuizen is groter dan 10 en is daarmee een afwijking van de geldende norm. De afwijking valt te relateren aan de grondslag ter plaatse van de onderzochte locatie (klei/veen). Ingeschat wordt dat deze afwijking niet significant van invloed is op de onderzoeksresultaten. De maaiveldinspectie ten behoeve van het asbestonderzoek was nagenoeg onmogelijk als gevolg van de aanwezige verhardingen, begroeiing en water op het maaiveld en is daarom niet uitgevoerd. Voor het overige zijn er geen afwijkingen.
Rapport C19-391-O / 14-01-20 / Nieuwe Gouwe O.Z. 40 en Hanzeweg 5 te Gouda
13
3.2
Chemisch-analytisch onderzoek
Meng- en analyseprogramma Het meng- en analyseprogramma voor de onderzochte grond- en grondwatermonsters is weergegeven in tabel 4A en 4B. TABEL 4A: MONSTERSELECTIE GROND Analysemonster
Deelmonsters
Grondsoort
Visuele waarneming
Analysepakket
01 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 07 (0,10 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 26 (0,10 - 0,30) 27 (0,00 - 0,50) 28 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,30) 10 (0,30 - 0,60) 30 (0,00 - 0,30) 31 (0,00 - 0,50) 32 (0,00 - 0,50) 34 (0,00 - 0,50)
Zand
matig wortelhoudend, brokken klei
STAP-1
Klei
matig wortelhoudend
STAP-1
Zand
sterk repachoudend, uiterst repachoudend, STAP-1 brokken puin, zwak puinhoudend
Zand
STAP-1
111 (0,12 - 0,42) 114 (0,12 - 0,35) 12 (0,10 - 0,60) 13 (0,10 - 0,60) 14 (0,10 - 0,60) 107 (0,12 - 0,52) 108 (0,20 - 0,60) 110 (0,10 - 0,50) 17 (0,08 - 0,45) 19 (0,08 - 0,40) 21 (0,15 - 0,60) 05 (0,50 - 1,00)
Zand
zwak wortelhoudend, zwak grindhoudend, zwak aardewerkhoudend -
Zand
matig grindhoudend, zwak grindhoudend
STAP-1
Klei Zand
STAP-1 STAP-1
06 (0,50 - 1,00) 10 (0,60 - 1,00) 27 (0,50 - 1,00) 115 (1,00 - 1,50) 117 (1,00 - 1,50)
Zand
sterk puinhoudend zwak schelphoudend, zwak baksteen/betonhoudend, sporen grind sterk baksteenhoudend, sterk puinhoudend zwak tot uiterst puinhoudend, matig baksteenhoudend sterk sintelhoudend, sterk puinhoudend, brokken asfalt, zwakke olie-water reactie
VERKENNEND ONDERZOEK – PERCEEL 4491 MM01 MM02
MM03
34-1 MM04
MM05 110-1 MM06 05-2 MM07 MM08
Klei
Zand
STAP-1
STAP-1 STAP-1 STAP-1
UITSPLITSING MM06 EN NADER ONDERZOEK PCB/ZWARE METALEN 17-1 19-1 20-1 21-1
17 (0,08 - 0,45) 19 (0,08 - 0,25) 20 (0,40 - 0,50) 21 (0,15 - 0,60)
Zand Zand Zand Zand
zwak baksteenhoudend, sporen beton zwak baksteenhoudend, sporen beton zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, sporen grind sterk puinhoudend, brokken klei, laagjes zand matig puinhoudend zwak puinhoudend
STAP-1 STAP-1 STAP-1 STAP-1
115-1 118-1 201-1 202-1 203-1
115 (0,70 - 1,00) 118 (0,30 - 0,50) 201 (0,50 - 1,00) 202 (0,35 - 0,85) 203 (0,35 - 0,80)
Zand Zand Veen Zand Klei
STAP-1
Zand
brokken puin, brokken baksteen, brokken klei, zwak grindhoudend -
Klei/veen Zand
-
STAP-1 STAP-1
STAP-1 STAP-1 STAP-1 STAP-1 STAP-1
VERKENNEND ONDERZOEK – PERCELEN 4789 en 4790 MM09 MM10
MM11 MM12
22 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50) 41 (0,00 - 0,50) 35 (0,00 - 0,50) 36 (0,10 - 0,50) 39 (0,10 - 0,50) 40 (0,00 - 0,40) 44 (0,00 - 0,50) 42 (0,00 - 0,50) 43 (0,40 - 0,90) 35 (0,50 - 1,00) 35 (1,00 - 1,50) 38 (0,80 - 1,30) 42 (1,00 - 1,50)
Zand
Rapport C19-391-O / 14-01-20 / Nieuwe Gouwe O.Z. 40 en Hanzeweg 5 te Gouda
STAP-1
14
Analysemonster
Deelmonsters
Grondsoort
Visuele waarneming
Analysepakket
inspectiegaten 01 t/m 07 (0,0-0,5)
zand/klei
Asbest-G
inspectiegaten 08 t/m 14 (0,0-0,5)
zand
niet-, zwak of sterk baksteenhoudend, brokken puin repac, asfalt, sintels, puin, baksteen
inspectiegaten 15 t/m 21 (0,0-0,5)
zand
baksteen, puin, repac, beton
Asbest-G
inspectiegaten 22 t/m 24 (0,0-0,5)
zand/klei
brokken baksteen, puin
Asbest-G
Zand/klei/veen brokken baksteen, brokken puin, zwak schelphoudend, zwak grindhoudend,
PFAS (30)
Zand
PFAS (30)
VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST AMM1-1 4491 zuidwest AMM2-1 4491 noordwest AMM3-1 4789 zuidwest AMM4-1 4491 noordoost
Asbest-G
INDICATIEF ONDERZOEK PFAS MM13
MM14
22 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50) 35 (0,00 - 0,50) 36 (0,10 - 0,50) 39 (0,10 - 0,50) 40 (0,00 - 0,40) 41 (0,00 - 0,50) 42 (0,00 - 0,50) 43 (0,40 - 0,90) 44 (0,00 - 0,50) 110 (1,00 - 1,50) 115 (0,70 - 1,00) 115 (1,00 - 1,50) 116 (0,70 - 1,10) 116 (1,10 - 1,30) 117 (0,70 - 1,00) 117 (1,00 - 1,50)
matig grindhoudend, sterk baksteen/puin/ sintelhoudend, brokken asfalt, matige olie-water reactie
VERIFICATIE MINERALE OLIE groenstrook bij kantoor (“deellocatie X2”) 101-4
101 (1,00 - 1,20)
-
MO
-
sterk slak- en grindhoudend, matig puinhoudend, zwakke olie-water reactie zwakke olie-water reactie zwak grindhoudend, zwakke olie-water reactie volledig slakken
101-5 103-1
101 (1,20 - 1,70) 103 (0,70 - 0,90)
Veen Zand
104-5
104 (1,38 - 1,60)
105-4
105 (1,10 - 1,60)
Zand
sterk puinhoudend
MO,H
MO,H MO,H MO
VERIFICATIE MINERALE OLIE vml. hbo tank in kelder “deellocatie 5” 106-3
106 (0,80 - 1,20)
Klei/veen
107-3
107 (1,00 - 1,50)
Zand
108-4
108 (1,00 - 1,50)
Zand
zwak grind-, matig baksteenhoudend, sporen puin, zwakke olie-water reactie zwak grindhoudend, zwakke olie-water reactie zwak grindhoudend
MO,H MO,H MO,H
VERIFICATIE MINERALE OLIE vml opslag diesel en transmissieolie “deellocatie 11” 109-1
109 (1,00 - 1,40)
Zand
matig grindhoudend, zwakke olie-water reactie
MO,H
ACTUALISEREND ONDERZOEK MINERALE OLIE vml spuitplaats/werkplaats “deellocaties 6/7” 110-4
110 (1,00 - 1,50)
Zand
110-6 111-5
110 (1,60 - 2,00) 111 (0,80 - 1,20)
Zand Zand
112-2
112 (1,20 - 1,60)
Veen
113-1 114-3
113 (1,10 - 1,40) 114 (0,85 - 1,20)
Zand
matig grindhoudend, matige olie-water reactie geen olie-water reactie matig betonhoudend, brokken asfalt, matig baksteenhoudend, sterk sintelhoudend sterk grindhoudend, sterke olie-water reactie matig grindhoudend sterk sintelhoudend, brokken asfalt, sterk baksteenhoudend, matig grindhoudend
MO,H MO,H MO,H MO,H MO,H MO
ACTUALISEREND ONDERZOEK MINERALE OLIE vml. olieafscheiders wasplaats “deellocatie 10” 115-2
115 (1,00 - 1,50)
Zand
115-5 116-2
115 (2,25 - 2,60) 116 (1,10 - 1,30)
Veen Klei
116-3
116 (1,30 - 1,80)
Klei,sp.veen
sterk sintelhoudend, sterk puinhoudend, zwakke olie-water reactie sterk baksteenhoudend, sterk puinhoudend, zwakke olie-water reactie sterk puinhoudend, sterk grindhoudend
Rapport C19-391-O / 14-01-20 / Nieuwe Gouwe O.Z. 40 en Hanzeweg 5 te Gouda
MO,H MO,H MO,H MO,H
15
Analysemonster
Deelmonsters
Grondsoort
Visuele waarneming
Analysepakket
117-2
117 (1,00 - 1,50)
Zand
MO,H
118-3 119-1a 119-1
118 (1,00 - 1,50) 119 (0,70 - 1,00) 109 (1,00 - 1,40)
Zand Zand Zand
sterk sintel- en puinhoudend, brokken asfalt, zwakke olie-water reactie sterk puinhoudend matig grindhoudend, zwakke olie-water reactie
matig baksteen-, sterk grindhoudend
MO,H
MO,H MO,H MO,H
VERIFICATIE MINERALE OLIESPOT terreingrens noordoost 120-3
120 (0,92 - 1,30)
Zand
TABEL 4B: ANALYSES GRONDWATER Peilbuis
Filterdiepte (m -mv)
Analysepakket
10
0,5 - 2,0
MO
38
0,80 - 1,80
STAP-W
106
1,00 - 2,00
STAP-W
207
1,5 - 2,5
MO
302
0,0 - 2,0
MO
1011
0,3 - 1,3
MO
1024
1,4 - 2,4
STAP-W
1026
1,0 - 2,0
STAP-W
1027
0,2 - 1,2
MO
1028
0,1 - 1,1
MO
1029
0,1 - 1,0
MO
1035
1,3 - 2,3
MO
1036
1,3 - 2,3
MO
STAP-1=
standaardpakket grond inclusief organische stof en lutum: 9 zware metalen, PAK (10 VROM), PCB (som 7) en minerale olie (C10-C40) MO= minerale olie (C10-C40) H= organische stofgehalte PFAS (30)= 30 PFAS verbindingen conform advieslijst van 12 juli 2019 Asbest-G= asbest in grond (kwantitatief, monstergrootte ca. 11 kg) STAP-W= standaardpakket grondwater: 9 zware metalen, vluchtige aromaten (BTEXN+styreen), vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl; 16 st. inclusief vinylchloride), chloorbenzenen, bromoform en minerale olie
Het chemisch-analytisch onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam en de analysecertificaten zijn bijgevoegd als bijlage 4 (grond) en 5 (grondwater). SYNLAB is geaccrediteerd volgens de door de Raad van Accreditatie gestelde criteria voor testlaboratoria conform ISO/IEC 17025:2005 en erkend door Rijkswaterstaat Leefomgeving/ Bodem+ (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) voor 'Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek' (AS3000). Toetsingskader De analyseresultaten zijn conform BoToVa voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675) en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit bodemkwaliteit (Staatscourant 20 december 2007, nr. 247). In bijlage 6 zijn de toetsingswaarden weergegeven voor standaardbodem (10% organische stof, 25% lutum).
Rapport C19-391-O / 14-01-20 / Nieuwe Gouwe O.Z. 40 en Hanzeweg 5 te Gouda
16
Om de mate van verontreiniging aan te geven, wordt de volgende terminologie gehanteerd: niet verhoogd: gehalte lager dan of gelijk aan de Achtergrondwaarde (AW) of de Streefwaarde (S) licht verhoogd: gehalte hoger dan de Achtergrondwaarde of de Streefwaarde, maar lager dan de tussenwaarde (½{AW+I} of ½{S+I}) matig verhoogd: gehalte hoger dan of gelijk aan de tussenwaarde, maar lager dan de Interventiewaarde (I) sterk verhoogd: gehalte hoger dan of gelijk aan de Interventiewaarde Saneren Bodemverontreiniging veroorzaakt na 1987 dient volgens het zorgplichtartikel van de Wet bodembescherming zo spoedig mogelijk en zo volledig mogelijk ongedaan te worden gemaakt. De mate van verontreiniging is in deze gevallen niet zo zeer van belang. Het tijdstip van veroorzaken is bepalend voor de verplichting tot saneren. Bodemverontreiniging die geheel of grotendeels is veroorzaakt voor 1987 wordt in het kader van de Wet bodembescherming beschouwd als “historisch”. Voor een historisch geval wordt de saneringsnoodzaak beoordeeld aan de hand van het volumecriterium. Wanneer in een bodemvolume van meer dan 25 m3 of 100 m3 grondwater de interventiewaarde wordt overschreden voor één of meer stoffen is volgens de Wet bodembescherming sprake van een geval van ernstige verontreiniging. Indien er sprake is van onaanvaardbare risico’s dient de verontreiniging met spoed te worden gesaneerd.