CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Regiovisie Jeugd en Wmo Midden Holland-consultatieversie (1).pdf

Commissie Samenleving 19 mei 2021, gemeente GoudaBij agendapunt: 22.00 uur - Oordeelsvorming: Voorbespreking regionale visie Jeugd en WMO H612.710 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De verschuiving van de middelen naar de gemeenten wordt gekoppeld aan de nieuwe instroom. Gouda blijft voorlopig verantwoordelijk en budget ontvangen voor de bestaande cliënten. Om onze regionale ambitie waar te kunnen maken en gespecialiseerde zorg te kunnen blijven bieden blijft samenwerking hard nodig. Mogelijk worden vanaf 2026 ook de middelen voor de maatschappelijke opvang via een objectief verdeelmodel toebedeeld aan alle gemeenten. Voor de periode tot 2025 maken de gemeenten onderstaande keuzes: Poort naar de maatschappelijke zorg: transparant en toegankelijk Voor de maatschappelijke zorg is de toegang op dit moment centraal belegd bij de gemeente Gouda vanuit haar centrumgemeenterol. Voor de regionale voorzieningen (maatschappelijke opvang, beschermd wonen) blijft Gouda de toegangsfunctie ook na de doordecentralisatie vervullen. Hiermee 22 versie voor consultatie (concept), februari 2021

bundelen we expertise van de doelgroep. Vanuit de regionale toegang worden indicatiestelling en plaatsing in een regionale woonvorm verzorgd. Onder de regiefunctie valt ook het bijhouden van een regionale wachtlijst. Voor beschermd wonen geldt een landelijke toegankelijkheid, dit vraagt om veel afstemming met andere regio’s. Ook deze taak neemt het regionale toegangsteam op zich. Mogelijk wordt voor beschermd wonen ook een woonplaatsbeginsel ingevoerd, de afstemming die dit vraagt met andere regio’s zal vanuit de regionale toegang gecoördineerd worden. Lokale teams hebben een rol in de toeleiding van inwoners naar de regionale toegangspoort, het bijdragen aan een warme overdracht van inwoners en het ondersteunen en faciliteren van cliënten die uit kunnen stromen uit woonvoorzieningen. De gemeente van herkomst blijft verantwoordelijk voor haar inwoners als uitstroom aan de orde is. Financiën maatschappelijke zorg Voor de gezamenlijke regionale voorzieningen voor de maatschappelijke zorg ontvangt de regie houdende gemeente Gouda op basis van een verdeelsleutel vanaf 2023 vanuit de lokale middelen een financiële bijdrage. Na publicatie van het nieuwe verdeelmodel en bekendmaking van het ingroeipad, wordt de verdeelsleutel vastgesteld. Een van de uitdagingen waar we de komende jaren voor komen te staan is de financiering van de maatschappelijke opvang.

Op dit moment is het budget dat Gouda hiervoor ontvangt ontoereikend, maar kan dat gecompenseerd worden met het budget beschermd wonen. De doordecentralisatie van de middelen zal de komende jaren van de gemeenten vragen om hier in gezamenlijkheid een oplossing voor te vinden, zodat we ervoor kunnen zorgen dat ook in de toekomst invulling gegeven kan worden aan de wettelijke taak om niemand op straat te laten slapen.

5.2

Jeugdigen beter beschermen

Voor die gezinnen waarbij de veiligheid van jeugdigen en volwassenen in het geding is hebben gemeenten een regisserende en ondersteunende taak. Vanuit de Jeugdwet zijn gemeenten verplicht om de toeleiding naar de Raad voor de Kinderbescherming te organiseren. In onze regio gebeurt dat via een regionale Jeugdbeschermingstafel. De ambitie van de gemeenten en de jeugdhulp partners in Midden-Holland is om kinderen in de regio blijvend veilig en kansrijk te laten opgroeien, waarbij patronen van onveiligheid duurzaam worden doorbroken. Echter, ondanks de gezamenlijke inspanningen van alle betrokkenen blijkt het moeilijk om dit te realiseren. De complexiteit van casuïstiek neemt toe en het aantal meldingen bij Veilig Thuis en de instroom in het gedwongen kader in Midden-Holland laat al jaren een stijgende lijn zien. Ambitie jeugdigen beter beschermen  Door eerdere en efficiëntere samenwerking worden situaties van onveiligheid vroegtijdig gesignaleerd en aangepakt, zo worden jeugdbeschermingsmaatregelen voorkomen.  Verkorten van de jeugdbeschermingsketen door goede aansluiting van het vrijwillig op het gedwongen kader.  Voorkomen van uithuisplaatsingen en verkorten van de maatregel. Om deze ambities te realiseren werken we aan het versterken van de kwaliteit in de jeugdbeschermingsketen.

In deze keten werken de lokale teams, Veilig Thuis, de jeugdbeschermingstafel, de Raad voor de kinderbescherming, de gecertificeerde instellingen en de 23 versie voor consultatie (concept), februari 2021

vrouwenopvang samen. Dit is complex omdat intensieve samenwerking vereist is tussen de verschillende ketenpartners van de jeugdzorg en jeugdbeschermingsketen met verschillende doelstellingen, taakopvattingen, mandaten en onafhankelijke posities, ook buiten de gemeentelijke verantwoordelijkheid. Ook is goede samenwerking tussen deze ketenpartners, de lokale toegang en de lokale ondersteuningsstructuur cruciaal. We willen bereiken dat daar waar de veiligheid in het geding is, jeugdigen en hun ouders sneller, integraal en op maat geholpen worden, waardoor escalatie van problemen voorkomen wordt. Het belang van het kind staat centraal. Dit betekent niet dat de hulpverlening zich alleen op het kind richt; een effectieve en duurzame aanpak is systeemgericht en domein overstijgend. Er is daarom ook aandacht voor de problematiek die bij overige gezinsleden speelt, zoals psychische problemen, verslavingsproblematiek, armoede of schulden. Organisaties kijken daarbij gezamenlijk wat er nodig is in het gezin. Inzet is effectieve samenwerking in de hele keten door eerder en intensiever samen te werken, meer gebruik te maken van elkaars deskundigheid en samenwerking over domeinen en schotten van organisaties heen. Er is een regionaal ketenoverleg tussen de lokale teams, Veilig Thuis, GI, Jeugdbeschermingstafel en de Raad voor de kinderbescherming.

In dit ketenoverleg worden inhoudelijke onderwerpen besproken die ten doel hebben de samenwerking te verstevigen en de aansluiting van het vrijwillig naar het gedongen kader te vereenvoudigen. In de regio wordt de ‘werkwijze teammodel’ geïmplementeerd. Hierbij werken medewerkers van de lokale teams, Veilig Thuis, de GI, Jeugdbeschermingstafel en de Raad voor de Kinderbescherming samen in een team met gezinnen waar sprake is van complexe problematiek. Zo kan gezamenlijk complexe casuïstiek beoordeeld worden en kunnen professionals samen naar de gezinnen om met hen te bespreken wat nodig is om de veiligheid te waarborgen. Er wordt gewerkt met 1 plan waardoor informatie en deskundigheid op effectieve wijze bij elkaar gebracht wordt. Tijdens bijeenkomsten samen met het gezin, de betrokken professionals en met de mogelijk toekomstig betrokken professionals wordt oplossingsgericht, verbindend en overstijgend gekeken. Deze gesprekken worden voorgezeten door een voorzitter van de gemeente/ Jeugdbeschermingstafel Midden-Holland. Hiermee geeft de gemeente uitvoering aan de wettelijke regiefunctie.

5.3

Gewoon thuis jeugd

Elk kind heeft stabiliteit nodig. We zorgen dat de jeugdhulp zich naar het kind beweegt in plaats van andersom. Niet het aanbod van de instelling staat daarbij centraal, maar de (hulp)vraag van jeugdige en ouders. Soms is het nodig om kinderen uit huis te plaatsen. Dat is echter een zeer ingrijpende maatregel in het leven van het gezin als geheel en het kind in het bijzonder. Ambitie gewoon thuis jeugd    

Zoveel mogelijk intensiveren van integrale ambulante hulp om uithuisplaatsingen te voorkomen of te verkorten en veiligheid te borgen. Zoveel mogelijk passende jeugdhulp bieden binnen de verblijfplaats van het kind en daarmee overplaatsingen voorkomen. Bij een uithuisplaatsing zoveel mogelijk inzetten op plaatsingen in kleinschalig, gezinsgericht en perspectief biedende voorzieningen, waar mogelijk in het eigen netwerk. Actief sturen op het terugdringen van het aantal en de duur van (gesloten) residentiële plaatsingen.

24 versie voor consultatie (concept), februari 2021

Gemeenten, zorgpartners en verwijzers in de regio zijn het eens dat het voor een kind belangrijk is om - zo lang als het veilig is – in het eigen gezin op te groeien en dat nu niet altijd alle mogelijkheden daarvoor worden benut. En als een uithuisplaatsing toch nodig is voor de veiligheid van het kind dat dan stabiliteit en kleinschaligheid/ gezinsgericht plaatsen belangrijk zijn om zwaar mee te wegen. Indien sprake is van het inzetten van een verblijfsplek dient dit altijd gekoppeld te worden aan ondersteuning (ambulante zorg). Het uitgangspunt is hierbij de behandeling en niet de opname. Om te zorgen dat de opname niet ontwrichtend gaat werken dient er zoveel mogelijk geïnvesteerd te worden in behoud van huidige omstandigheden zoals school, sportclubs etc. Om dit te coördineren is een intensief contact met de lokale toegang dan ook van groot belang. Zeker als het gaat om zo snel mogelijk afschalen van de zorg. De lokale situatie dient voorbereid te zijn op deze afschaling. Hierbij wordt ingezet op het voorkomen van uithuisplaatsingen en het zo snel mogelijk terugplaatsen van de jeugdige in het eigen gezin. Hiermee sluiten we aan bij de landelijke beweging naar nul uithuisplaatsingen.

Om dit te realiseren zetten we in op: (1) integrale omvorming om verblijfsdiensten te realiseren dichtbij huis, zodat plaatsing in 3-milieusvoorzieningen12, in JeugdzorgPlus en plaatsing buiten de regio niet nodig is; (2) het realiseren van een harmonicavoorziening (ambulante hulp in combinatie met mogelijkheid van logeren) binnen de regio als aansluiting op de integrale ambulante zorg en de integrale verblijfsvoorzieningen en (3) het terugdringen van breakdowns binnen pleegzorgplaatsingen. Zoals in hoofdstuk 3 beschreven zetten we bovenregionaal in op het realiseren van alternatieve zorgvormen voor Jeugdzorgplus.

5.4

Aansluiting jeugdhulp en passend onderwijs

Jeugdhulp en passend onderwijs liggen in elkaars verlengde en lopen soms in elkaar over. Zowel vanuit kwaliteitsoogpunt als vanuit kostenoogpunt is het van belang deze aansluiting goed te organiseren. Ambitie aansluiting jeugdhulp en passend onderwijs  Efficiënter samenwerken bij het inrichten van de ondersteuning op school.  Scherpere afbakening jeugdhulp en passend onderwijs. Sinds de invoering van het passend onderwijs in 2014 is het de bedoeling dat zoveel mogelijk kinderen, ook met een zorgbehoefte, zo nabij mogelijk onderwijs kunnen volgen, bij voorkeur op de reguliere school in de buurt. Scholen krijgen van de samenwerkingsverbanden passend onderwijs middelen om onderwijsondersteuning te bieden. Indien nodig vindt overleg plaats met de gemeente voor kinderen en jongeren die meer hulp nodig hebben. Onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte maakt duidelijk of extra (niet onderwijs gerelateerde) ondersteuning voor het volgen van onderwijs nodig is. Voor leerlingen die (véél) meer zorg nodig hebben zetten we jeugdhulp via de gemeente in. Waar mogelijk en efficiënt maken we daarbij heldere afspraken over samenwerking, in onderwijszorgarrangementen en in bredere groepen waar veel zorg en/of ondersteuning nodig is. 12

Behandelgroep met orthopedagogisch klimaat. In de behandelgroep verblijven jeugdigen met (ernstige) emotionele of gedragsproblemen, dan wel jeugdigen waarbij de veiligheid in het geding is. Jeugdigen wonen in de behandelgroep, ontvangen verzorging en opvoeding en krijgen intensieve behandeling.

25 versie voor consultatie (concept), februari 2021

De scholen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het passend onderwijs via de samenwerkingsverbanden passend onderwijs, waarbij een dekkend netwerk aan onderwijsmogelijkheden hoort plus de verdeling van de toegewezen zorgmiddelen. De gemeente is verantwoordelijk voor de jeugdhulp. Inmiddels is duidelijk dat er geen zwart-wit lijn is tussen wat jeugdhulp is en wat bij de verantwoordelijkheid van het onderwijs hoort in de basisondersteuning. De rijksoverheid erkent dat er een grijs gebied is en moedigt onderwijs en gemeenten aan met elkaar in gesprek te blijven over die aansluiting en een gelijkwaardige verdeling van de financiële lasten. De gemeenten spannen zich, met de scholen en de samenwerkingsverbanden passend onderwijs, reeds in voor een goede aansluiting van de jeugdhulp op de basisondersteuning van het onderwijs. Daarnaast is de regio actief in overleg met het onderwijs over hun verantwoordelijkheid om aan alle kinderen in de regio ‘zo nabij mogelijk’ onderwijs te leveren. We staan daarbij als gemeenten in de regio open voor innovatieve onderwijszorgarrangementen, die worden aangedragen door onderwijs en zorgaanbieders. Deze onderwijszorgarrangementen hebben het doel om kwetsbare kinderen en jongeren naar hun eigen kunnen zoveel mogelijk te laten deelnemen aan onderwijs.

De regio ondersteunt aldus het onderwijs en de samenwerkingsverbanden in hun verantwoordelijkheid om invulling te geven aan de ambitie zo dichtbij mogelijk onderwijs te leveren aan alle kinderen en jongeren zonder die verantwoordelijkheid over te nemen. Daarnaast is de signalerende rol van de scholen een blijvend aandachtspunt van gesprek met het onderwijs. Uitdaging is het zoeken naar een balans tussen enerzijds de noodzaak om tijdig problemen te signaleren en anderzijds de wens tot gepaste zorg (normaliseren), waarbij we willen voorkomen dat ‘gewone’ uitdagingen in het leven geproblematiseerd en gemedicaliseerd worden.

5.5

Samenhang met WLZ en Zvw

Met de verschuiving van taken naar gemeenten zijn nieuwe raakvlakken ontstaan tussen het gemeentelijk sociaal domein en de uitvoering van de Wet Langdurige Zorg (Wlz) uitgevoerd door zorgkantoren. Bijvoorbeeld rond de ouderenzorg en beschermd wonen. Hetzelfde geldt voor de Zorgverzekeringswet (Zvw), bijvoorbeeld rond de GGZ. Zo leiden veranderingen of bezuinigingen op Wlz-gefinancierde voorzieningen bijvoorbeeld tot extra druk op Wmo-voorzieningen. De Wlz en Zvw kennen andere regimes, sturingsmechanismen en andere regionale indelingen dan de Wmo en Jeugdwet. Daarnaast zien we de trend in de samenleving dat zaken als eenzaamheid snel gemedicaliseerd worden. Ambitie samenhang WLZ en Zvw We zetten in op het realiseren van afspraken met partijen uit de Wlz en Zvw over hoe maatschappelijke opgaven in gezamenlijkheid opgepakt kunnen worden om de zorg en ondersteuning voor ouderen en psychisch kwetsbaren duurzaam te verbeteren. We staan hierbij open voor gezamenlijke financiering onder voorwaarde dat de kosten voor de gemeenten in MiddenHolland per saldo niet hoger worden. Toelichting In de gezondheidszorg is onder de noemer ‘positieve gezondheid’ de beweging naar meer aandacht voor preventie en welzijn zichtbaar. Daardoor komen de medische zorg en het gemeentelijke sociaal domein dichter bij elkaar te liggen en wordt de wisselwerking groter.

Als regio kunnen we daar onze 26 versie voor consultatie (concept), februari 2021

rol pakken om bij te dragen aan het welzijn van de inwoner. Voor onze inwoners is de optelsom van belang: krijg ik de juiste zorg en ondersteuning, ongeacht op grond van welke wet. In de praktijk blijkt voor inwoners de afstemming tussen wetten soms knelpunten op te leveren. Om als gemeente niet alleen de rekening van de beheersbaarheid van het stelsel van zorg en ondersteuning te dragen, is aandacht nodig voor de afbakening van de gemeentelijke taak en afstemming of zelfs verdergaande samenwerking met de verzekeraars. Dit is een mooi streven, maar blijkt in de praktijk lastig. Met de zorgverzekeraar wordt gewerkt aan een samenwerkingsagenda om hierin stappen te kunnen zetten. In Midden-Holland komen de bestuurders van gemeenten, zorgaanbieders, zorgkantoor en cliëntenorganisaties periodiek bij elkaar om vorm te geven aan de regionale transformatie opgaven. Hierbij gaat het specifiek over de thema’s die zich begeven op het scharnierpunt van de verschillende wetten (Jeugdwet, Wlz, Zvw en Wmo). Door de deelnemende partijen is afgesproken om te werken vanuit een gezamenlijke visie (zie bijlage 4) en het verbinden van kennis en gegevens.

27 versie voor consultatie (concept), februari 2021

6. Organisatie van de regionale samenwerking Volgt in definitieve versie met uitwerking op governance en financiën.

28 versie voor consultatie (concept), februari 2021

Bijlage 1

Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO)

In juni 2020 hebben gemeenten de Resolutie norm voor opdrachtgeverschap (NvO) aangenomen. Het betreft twee normen: een voor jeugd en een voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Gemeenten hebben zich hiermee gecommitteerd aan de afspraken van de NvO’s. Met deze regiovisie wordt hieraan voldaan voor de regio Midden-Holland <in de conceptversie nog niet aan punt 4>. De afspraken in beide NvO’s komen grotendeels overeen en bevatten de volgende punten: 1. Stel een regiovisie op Deze regiovisie geldt voor jeugd en beschermd wonen en maatschappelijke opvang. 2. In de regiovisie is helderheid over beschikbaarheid en transformatie specialistische functies Dit is beschreven in hoofdstuk 3 en 5. 3. Verbinding van de lokale toegang aan de gecontracteerde ondersteuning In de regio Midden-Holland is gekozen voor een systeem waarbij regionaal alleen raamcontracten afgesloten worden, zodat de toewijzing lokaal gedaan kan worden. Het contractmanagement is wel centraal geregeld. Via de zorgkeuzemodule is het aanbod voor alle verwijzers inzichtelijk. Voor complexe vragen en inzet van ‘schaarse’ voorzieningen zijn een aantal functies ingericht, zodat afstemming mogelijk is (paragraaf 3.1 en 3.2). 4.

Niet-vrijblijvende governance met één aanspreekpunt In dit kader is het van belang dat a) De gemeenten meerjarige afspraken maken over de organisatie van de regiofuncties; b) De samenwerkingsvorm is geformaliseerd; c) De taakverdeling tussen de gemeenten en de regio is uitgewerkt en bestuurlijk besloten en d) Er 1 bestuurlijk aanspreekpunt is dat intern en extern op kan treden namens de regio. Op dit moment voldoet de huidige governance nog niet volledig aan de vereisten uit de Nvo. In de definitieve versie van de regiovisie, die ter besluitvorming aan de vijf gemeenteraden aangeboden wordt, wordt een voorstel opgenomen. 5. Hoe en voor welke functies bovenregionale samenwerking Dit is beschreven in paragraaf 3.3 en in paragraaf 5.1 specifiek voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. 6. Beperking administratieve lasten (door toepassen 3 uitvoeringsvarianten) Met de inkoop van 2018 is een regionaal administratieprotocol ontwikkeld, wat het landelijke protocol volgt en waarmee de administratieve lasten voor aanbieders en gemeenten beperkt worden (paragraaf 4.2). 7. Zorgvuldigheideisen inkoop De zorgvuldigheidseisen voor inkoop betreffen een tijdige start en afronding van de contractering, meerjarige contracten en continuïteit bij aflopende contracten. Op dit moment wordt aan deze voorwaarden voldaan.

Voor een volgende inkoop is vooral een tijdige start van het inkoopproces van belang, waar door de verlenging van de huidige overeenkomsten tot en met 2024 ook vorm aan gegeven kan worden. 8. Reëel tarief Op dit moment worden reële tarieven gehanteerd (paragraaf 4.2).

29 versie voor consultatie (concept), februari 2021

Bijlage 2

Expertise netwerk

Het bovenregionale expertise netwerk heeft drie functies: 1. Het bieden van consultatie en advies aan behandelaren wanneer jeugdhulp stagneert of niet het gewenste effect heeft. 2. Het organiseren van hulp door middel van het inzetten van aanvullende expertise op de plek waar de jongere al hulp krijgt. 3. Het bundelen van kennis en expertise van professionals met verschillende specialismen en zorg dragen dat geleerd wordt van complexe casussen ten behoeve van de doorontwikkeling van jeugdhulp. Voor de uitoefening van deze functies werkt het expertise netwerk ‘Zuidwest’ werkt vanuit de volgende kernwaarden:  Voor ieder kind en gezin passende hulp;  We werken lokaal en regionaal, bovenregionaal waar het nodig is;  In het expertisenetwerk maken we gebruik van de nieuwste wetenschappelijke inzichten;  We durven met elkaar buiten de kaders te denken en maken gebruik van dwarsdenkers om ons scherp te houden;  Een bovenregionaal expertisenetwerk is bedoeld om structurele en duurzame transformatie in de jeugdhulp teweeg te brengen;  We sluiten aan bij wat er al is;  Een hiaat in het zorgaanbod is iets anders dan een hiaat in de zorginkoop;  Iedere inzet van een bovenregionaal expertisenetwerk maakt deel uit van een bovenregionaal leerproces;  Ouders en ervaringsdeskundigen krijgen een stem in het expertisenetwerk.

30 versie voor consultatie (concept), februari 2021

Bijlage 3

Bovenregionale ambitie JeugdhulpPlus

In Zuidwest zijn wij (5 jeugdhulpregio’s, 2 zorgaanbieders JeugdhulpPlus, 2 GI’s) ons ervan bewust dat de zorg voor de meest kwetsbare jeugd nog beter kan en beter kan aansluiten op wat de jeugdige daadwerkelijk nodig heeft. Om die reden slaan wij in landsdeel Zuidwest de handen ineen om meer maatwerk en verscheidenheid te bewerkstelligen en alleen geslotenheid in te zetten wanneer dat noodzakelijk is. Een belangrijke, complexe en spannende opgave dat van iedere betrokken partij een stapje extra vraagt. Voor wie De kwetsbare jeugdigen hebben allen ernstige, complexe problemen van zeer verschillende aard, waarbij niet zelden ook sprake is van een complexe, niet veilige thuissituatie. Vaak is sprake van intergenerationele problematiek. Zij hebben allen intensieve vormen van behandeling en begeleiding nodig. Jeugdhulp plus is de plek waar deze vorm geboden wordt. Naar schatting 50-70% van deze jeugdigen heeft wel de expertise van jeugdhulp plus nodig, maar niet de geslotenheid en kan dus geholpen worden zonder het volledige pakket aan middelen en maatregelen. Ambities De groep kwetsbare jeugdigen die de expertise van JeugdhulpPlus in intensieve vormen van behandeling en begeleiding nodig hebben willen we op andere manieren gaan helpen, zoveel als mogelijk buiten de muren van gesloten instellingen. Onze ambitie is toewerken naar ‘0’.

Tegelijkertijd weten we dat hiervoor een lange adem nodig is. Voor de periode tot en met 2024 is onze ambitie om een afbouw van het huidige aantal gesloten plekken van 235 in 2020 naar maximaal 100 eind 2024 te realiseren. Ook zetten we in op een hoge kwaliteit van de overblijvende bedden. Tegelijkertijd bouwen we aan alternatieven voor de doelgroep die deze intensieve zorg nodig heeft. Het sluiten van een locatie van Horizon (Midgaard) met 36 bedden in 2021 geeft een versnelling aan deze impuls. De regio’s kopen hiervoor geen gesloten plekken meer in, maar zetten dit budget in op alternatieven. Uitgangspunt is dat voldoende plekken beschikbaar blijven voor deze kwetsbare doelgroep. Ook deze plekken ontwikkelen we door. Hiertoe stellen we gezamenlijk een normenkader op. Hierbij is ook een belangrijke rol weggelegd voor de verwijzers zoals de GI’s. Omdat de effectiviteit van een intensief behandeltraject na 6 maanden afneemt, is onze ambitie dat jeugdigen maximaal 6 maanden gesloten zitten en dat er vervolgens passend aanbod beschikbaar is. Vanuit de ambitie om zo thuisnabij mogelijk zorg te leveren worden de 100 overblijvende bedden binnen de provincie Zuid-Holland aangeboden, waar een impuls wordt gegeven aan gepersonaliseerde trajecten gecombineerd met onderwijs.

Het investeren in sterke (gezins-)relaties rondom de jeugdige is de grootste beschermende factor voor toekomstige ontwikkelingsverstoring of -vertraging. Dat is de reden dat we een beweging in gang zetten waarbij hulp in de context van het gezin plaatsvindt op de woonplek waar de jeugdige vast verblijft. Wanneer geslotenheid tijdelijk nodig is, blijft ook de focus op herstel in het ‘gewone’ leven. De beweging in Zuidwest is in 2019 in gang gezet via vier inhoudelijke ambities waarbij in de uitwerking verbinding wordt gelegd met de landelijke beweging StroomOp en het VNG-statement best passende zorg. 1. Wij verbeteren de zorg voor jeugdigen die tijdelijk dwang nodig hebben. 31 versie voor consultatie (concept), februari 2021

Wij werken aan een voortdurende verbetering van het open leef- en ontwikkelklimaat gericht op het ‘gewone’ gezinsleven. Wij zorgen voor passende zorg voor jeugdige en gezin door middel van zorgvuldige toeleiding, waarmee het aantal crisisplaatsingen daalt. Daarnaast bevorderen wij een tijdige uitstroom en werken wij samen in de keten rondom de jeugdige. 2. Breed palet aan jeugdhulp plus Wij ontwikkelen en investeren in nieuwe vormen en methodieken jeugdhulp plus waarbij de stabiele woonplek voor jeugdigen leidend is. Dit palet richt zich op gezinsopnames, onderwijs-jeugdhulp, kleinschalige voorzieningen, ambulante jeugdhulp plus. Daarnaast blijft de huidige jeugdhulp plus beschikbaar. Voor 2024 is het streven dat de alternatieven voor 135 plaatsen beschikbaar zijn en dat 100 (gesloten) plaatsen jeugdhulp beschikbaar zijn. 3. Het ontwikkelperspectief van de jeugdige is leidend. Jeugdhulp+ is altijd een tijdelijke interventie in het leven van een jeugdige. Om die reden maken wij het ontwikkel (- en onderwijs) perspectief leidend. Dit vraagt om een integraal denken van jeugdhulp, onderwijs en welzijn (vrijetijdsbesteding) en een goede beschikbare onderwijsplek inclusief bijpassende bekostiging. 4. Veiligheid nauw aangesloten. ‘It takes a village to raise a child’ is de belangrijkste opgave op het terrein van veiligheid.

Om de alternatieven en het open leefklimaat mogelijk te maken wordt gewerkt aan een basisdocument waar het proces, rollen, taken en verantwoordlijkheden staan beschreven. Ook wordt aansluiting gezocht bij Veiligheidshuizen. Naast de maatschappelijke veiligheid wordt gewerkt aan veiligheid voor de jeugdige en zijn gezin en de veiligheid van medewerkers. Aanpak De gemeenten realiseren zich dat de ombuiging van reguliere JeugdhulpPlus plaatsen naar ambulante en kleinschalige vormen van Jeugdhulp Plus het nodige vraagt van de ketenpartners. Zowel op organisatorisch, administratief, personeel en financieel gebied. De gemeenten zullen bijdragen in de transformatie door zowel levering van capaciteit in de werkgroepen en ook bijdragen in de kosten voor de transformatie naar alternatieven. Via een programmatische aanpak op bovenregionaal- en op regionaal/lokaal niveau werken wij gezamenlijk aan bovenstaande ambities. De opgaven zijn beschreven in de werkagenda doorontwikkeling JeugdhulpPlus. Convenanten Aanvullend op de inhoudelijke ambitie leggen wij de volgende punten vast in aparte convenanten voor Horizon en Schakenbosch. De convenanten zijn een uitwerking van dit ambitiedocument, alsmede de genoemde werkagenda. Ook de GI’s worden hierbij betrokken.

Deze convenanten omvatten ten minste de volgende onderwerpen:  Beschikbaarheid en dienstverlening: overzicht met alternatieve producten met tijdspad.  Wijze van uitkering transformatiebudget en verantwoording.  Momenten waarop er inzicht is voor de gemeenten in de realisatie van de transformatiedoelstellingen en de kostprijs van de nieuwe producten. Deze informatie hebben de gemeenten nodig om tot inkoop voor 2023 en verder van deze producten te kunnen komen.  Monitoring.  Verschuiving naar alternatieven en inzicht in optimalisatie in tarieven.  Capaciteit JeugdhulpPlus bedden in 2021, 2022 en 2023.  Maximale behandelduur in gesloten setting. 32 versie voor consultatie (concept), februari 2021

  

Looptijd van het convenant en optie tot verlenging. Wijze van samenwerking JeugdhulpPlus aanbieders en (ambulante) jeugdhulpaanbieders. Doelstellingen en resultaten, (prestatie-) afspraken hieromtrent.

Huisvestingsplan Voor de aanpak van de vastgoedtransitie JeugdhulpPlus heeft het Rijk eenmalig geld beschikbaar gesteld. De middelen zijn bedoeld voor het stimuleren en financieren van de vastgoedtransitie door afstoten, verbouwen en oprichten van nieuwe locaties (alternatieve vormen). Voorwaarde is een gezamenlijk transformatieplan voor het vastgoed JeugdhulpPlus van gemeenten en aanbieders bestaande uit 2 delen: 1). Bovenregionaal strategisch Huisvestingsplan voor 1 april 2021 door jeugdhulpregio’s en aanbieder(s) en 2). Strategisch huisvestingsplan per aanbieder.

33 versie voor consultatie (concept), februari 2021

Bijlage 4

Samenwerkingsvisie zorg en sociaal domein Midden-Holland

In Midden-Holland werken zorgaanbieders en de gemeenten samen in het kader van het programma ‘Gedeelde zorg’. Eind 2018 is een samenwerkingsvisie ondertekend om ‘voor inwoners een duurzame inrichting van zorg en welzijn te bereiken, waarbij de inwoner en de eigen regie centraal staan’. Er is overeenstemming dat het nodig is om focus te leggen op preventie: voorkomen dat mensen ziek worden en vervolgens een behandeling of ondersteuning nodig hebben. De gezamenlijke uitgangspunten om dit te bereiken zijn:  Het systeem is gericht op gezondheid en herstel dichtbij de inwoner en op participatie (iedereen kan meedoen).  Realiseren van innovatieve zorg- en welzijnspaden met als doel mensen zo veel mogelijk zelfstandig te laten wonen, eigen kracht te stimuleren en te demedicaliseren.  Investeren in preventie van zware zorg en gezondheidsrisico’s.  Bieden van integrale zorg en ondersteuning zo dicht mogelijk bij de leefsituatie van de inwoners, waarbij de persoonlijke mogelijkheden, behoeften én wensen van cliënten leidend zijn en gewerkt wordt vanuit de gedachte van 1 cliënt/gezin, 1 aanpak, 1 contactpersoon.  Sturen op maximale doelmatigheid en goede kwaliteit van zorg en ondersteuning om de groeiende vraag te accommoderen en de kosten te beheersen.

De zorgaanbieders die de zorgvisie hebben ondertekend, zijn het Groene Hart Ziekenhuis, Medisch Specialistisch Bedrijf Gouda, Regionale Organisatie Huisartsen Midden-Holland, Zorgpartners Midden-Holland, GGZ Rivierduinen, Fundis, Buurtzorg, Kwaadraad, Kwintes, Gemiva SVG en Enver.

34 versie voor consultatie (concept), februari 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=6f88d59b-36b9-47c1-afbf-a66a0e840983