Bijlage 1. Raadsbesluit Apv 2025 geamendeerd
Tekst van het document
:
* Gemeente
se
; Gouda
Geamendeerd
besluit van de gemeenteraad Dossiernummer
1308749
Onderwerp
Algemeneplaatselijke verordening Gouda 2025
De raad van de gemeente Gouda; gelezen het voorstel van 18 februari 2025;
gelet op de artikelen 149, 149a, 151a, 151b,151c, 151d, 154 en 154a van de Gemeentewet, de artikelen
3 en 4 van de Wet openbare manifestaties, de artikelen 4, 25d en 25e van de Alcoholwet, artikel 3 van de
Winkeltijdenwet, artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 3.5 Wet dieren en de artikelen 82 en 82a van de Wet personenvervoer 2000;
besluit: De Algemene plaatselijke verordening Gouda 2025 vast te stellen.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder:
beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de
Omgevingswet;
bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e‚ van de Wegenverkeerswet 1994; college: het college van burgemeester en wethouders;
gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;
kampeermiddel: een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel
gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
Gouda.nl
2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
3. Voor zoverin deze verordening een afwijkende indieningstermijn is bepaald, geldt voor de toepassing van het tweede lid de afwijkende indieningstermijn. Artikel 1:8 Positieve fictieve beschikking 1. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niettijdig
beslissen) is van toepassing op een aanvraag om vergunning of vrijstelling als bedoeld in de volgende
artikelen in deze verordening:
- Artikel 2:2 kennisgeving betoging; - Artikel 2:36 vrijstelling van verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister;
- Artikel 5:7 vergunning inzameling van geld of goederen. 2. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op een aanvraag om een vergunning, ontheffing als bedoeld in de
volgende artikelen in deze verordening: - Artikel 2:5 vergunning organisatie evenement; - Artikel 2:9, eerste lid, exploitatievergunning;
- Artikel 2:9, negendelid, terrasvergunning; - Artikel 2:10, vierde lid, ontheffing sluitingstijd; - Artikel 2:49, derde lid, exploitatievergunning;
- Artikel 3:3, eerste lid, vergunning seksbedirijf; - Artikel 3:10, eerste lid, verlenging vergunning seksbedrijf; - Artikel 5:8a, tweede lid, ontheffing ventverbod; - Artikel 5:10, derde lid, ontheffing verbod verbranden afvalstoffen.
Hoofdstuk 2 Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu Afdeling 1 Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden
1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen
of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Het is verboden op een openbare plaats een zaak bij zich te hebben waarvan aannemelijk is dat deze
is meegebracht of aanwezig is om de orde te verstoren dan wel schade aan zaken of letsel aan personen toe te brengen. 3. Degene die op een openbare plaats
a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
4. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde
bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van wanordelijkheden zijn afgezet.
5. Het is verboden, bij openbare samenkomsten en vermakelijkheden op door de burgemeester in verband daarmee aangewezen tijden en plaatsen, voorwerpen of voertuigen op of aan de weg te
plaatsen of te hebben. 6. Het is verboden om zich in een groepsverband of verzameling van drie of meer personen zonder
redelijk doel op of aan een openbare plaats op te houden, als die plaats deel uitmaakt van een door de
burgemeester, in het belang van de bescherming van de openbare orde, aangewezen gebied. 7. De burgemeester kan het verbod in het zesde lid beperken tot bepaalde dagen en uren. 8. Hij die zich bevindt in of aanwezig is bij een groepsverband of verzameling van drie of meer personen als vermeld in het zesde lid, aanhef en ondera, is verplicht zich op het eerste bevel van een ambtenaar van politie in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 9. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
Gouda.nl
pagina 3
g. de organisator stelt de burgemeester tenminste twee weken voorafgaand aan het evenement in kennis
met een door de burgemeester vastgesteld meldingsformulier. 3. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, waarin wordt voorzien door
artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:6 Indiening aanvraag e.a. De burgemeester kan nadere regels vaststellen over de categorieën evenementen, de indieningstermijnen en de indieningsvereisten voor aanvragen om evenementenvergunningen en de beslistermijnen op aanvragen om evenementenvergunningen. Artikel 2:7 Verbod ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
2. Het is verboden enig gereedschap, voorwerp of middel te vervoeren of bij zich te hebben met de
kennelijke bedoeling daarmee bij een evenement de orde te verstoren.
Afdeling 4 Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 2:8 Definities
In deze afdeling wordt verstaan onder:
afhaalcentrum of bezorgcentrum: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waar anders dan om niet uitsluitend voor gebruik elders dan ter plaatse in hoofdzaak ter plekke bereide en voor directe
consumptie geschikte eetwaren en dranken plegen te worden verstrekt.
exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon, voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt geëxploiteerd.
leidinggevende: de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft in een openbare inrichting. openbare inrichting: alle al dan niet openbaar toegankelijke lokaliteiten, open plaatsen, tuinen of
gedeelten daarvan, zomede de daaraan grenzende en de daarmee in verbinding staande vertrekken, die niet uitsluitend als woning of winkel worden gebruikt, voor zover daar tegen vergoeding enigerlei eet en/ of drinkwaren of rookwaren voor directe consumptie worden bereid of verstrekt, dan wel regelmatig en/of op gezette tijden amusement of ontspanning wordt geboden. Hieronderzijn in elk geval begrepen cafés,
cafetaria's, hotels, buurthuizen, restaurants, koffie- en theehuizen, waterpijpcafés (shishalounges),
discotheken, bowling- c.q. kegelcentra, afhaalcentra en bezorgcentra, bioscopen, theaters, sportkantines, sociëteiten, clublokalen en verenigingsgebouwen. Onderinrichting wordt tevens verstaan een bij de inrichting behorend terras en andere aanhorigheden. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting niet verstaan: een seksbedrijf als bedoeld in hoofdstuk 3. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken en/of spijzen voor
directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid en/of verstrekt.
Artikel 2:9 Exploitatievergunning 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
2. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:
a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare
inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of
d. bedrijfskantine of -restaurant. 3. De burgemeester weigert de vergunning als
a. de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan; b. de exploitant of de leidinggevenden de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;
c. de exploitant en de leidinggevenden geen verklaring omtrent gedrag overleggen die uiterlijk drie
maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven, tenzij de exploitant
tegelijk met of binnen twee weken voorafgaand of na indiening van de aanvraag om een
Gouda.nl
pagina's
2. Het is verboden een openbare inrichting voor het publiek geopend te houden indien in de inrichting niet
aanwezig is: a. een leidinggevende die vermeld staat op (het in artikel 2:9, zesde lid bedoelde aanhangsel bij) de exploitatievergunning met betrekking tot die inrichting, of b. een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 2:9, zevende lid, is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid gelden voor eeninrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet, waarin de inrichting een nevenactiviteit van de winkelactiviteit is, en een daarbij behorend terras dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 4. De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift of een ontheffing andere sluitingstijden als bedoeld in het eerste lid voor een afzonderlijke inrichting of een daartoe behorend terras vaststellen. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester de ontheffing of het vergunningsvoorschrift, als bedoeld in het vierde lid, geheel of gedeeltelijk weigeren, als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting en/of de
openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 6. Bij de toepassing van de weigeringsgrond als bedoeld in het vijfde lid, houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie. 7. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de
Omgevingswet is voorzien.
Artikel 2:11 Afwijking sluitingstijden en tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meerinrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:10 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Opiumwet.
Artikel 2:12 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd van de openbare inrichting, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de openbare inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:11, eerste lid; c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van hetterras;
d. voor leden van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde, om in een openbare inrichting een bijeenkomst te houden;
Artikel 2:13 Handel binnen openbare inrichtingen De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene
maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor
hem handelend persoonin die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze
overdraagt.
Artikel 2:13a Drinkgerei van glas, glazen flessen en blik 1. De exploitantis verplicht zodanige maatregelen te nemen dat de bezoekers van de inrichting geen drinkgerei van glas of flessen van glas buiten de inrichting brengen. 2. Het is verboden in een door de burgemeester aangewezen gebied en binnen een door de burgemeester aangewezen periode, drinkgerei van glas ofblik en/of geopende dan wel ongeopende verpakkingen van glas of blik, die kennelijk bestemd zijn voor het bewaren van drank, bij zich te hebben of met zich mee te voeren. 3. Het bepaalde in het tweede lid geldt eveneens voor een terras dat behoort bij een inrichting, alsmede glaswerk en/of blik bij een buitenbar. 4. Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor de plaats, niet zijnde een inrichting, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet. 5. Het is verboden in een door de burgemeester aangewezen gebied en binnen een door de burgemeester aangewezen periode in een horeca inrichting drank in glas of blik te verstrekken.
Gouda.nl
pagina 7
rechtspersoon, voor zover deze periode tussen 12.00 uur en 00.00 uur is gelegen, of als er in een vergunningvoorschrift een afwijkende sluitingstijd voor de inrichting is vastgesteld als bedoeld in artikel 2:11 eerste lid, tot de daarin vermelde sluitingstijd. 2. Een paracommercieel rechtspersoon vraagt de burgemeester om goedkeuring van zijn bestuursreglement als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Alcoholwet. 3. De burgemeester verleent maximaal twaalf maal per jaar, met een maximum van twee maal per maand, een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Alcoholwet aan een paracommercieel rechtspersoon voor een schenktijd tot uiterlijk 01.30 uur.
Artikel 2:20 Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen 1. Een paracommercieel rechtspersoon kan alcoholhoudende drank verstrekken tijdens per jaar ten hoogste twaalf bijeenkomsten van persoonlijke aard dan wel bijeenkomsten, die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokkenzijn. 2. Een paracommercieel rechtspersoon doet uiterlijk drie weken voor een bijeenkomst als bedoeld in het eerste lid, hiervan melding aan de burgemeester.
3. Een paracommercieel rechtspersoon maakt geen reclame voor de bijeenkomsten als bedoeld in het eerste lid. Artikel 2:20a vrijstelling proeverijen in slijtlokaliteiten
Voor het in artikel 3, eerste lid, van de Alcoholwet ten aanzien van het horecabedrijf vervatte verbod en
voor het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod geldt een vrijstelling ten behoeve van proeverijen in slijtlokaliteiten, die worden gehouden buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteiten regulier zijn opengesteld.
Afdeling 6 Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade Artikel 2:21 Betreden gesloten woning of lokaal
1. Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een krachtens artikel 174a van de
Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat
lokaal behorend erf te betreden.
2. Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend
erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. 3. Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.
Artikel 2:22 Plakken en kladden 1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaaris te bekrassen of te bekladden.
2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat
gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:
a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op
andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; b. met kalk, teer of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen. 3. Het verbod als bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing als gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. 4. Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en
bekendmakingen.
5. Het is verboden de aanplakborden als bedoeld in het vierde lid, te gebruiken voor het aanbrengen van
handelsreclame.
6. Meningsuitingen op aanplakborden als bedoeld in het vierde lid, mogen uitsluitend worden aangebracht door middel van aanplakking.
7. De houder van de schriftelijke toestemming, als bedoeld in het tweede lid, is verplicht die aan een
opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.
Artikel 2:23 Vervoer inbrekerswerktuigen
Gouda.nl
pacing?
Artikel 2:28a vervallen
Artikel 2:29 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven ofte laten lopen op een openbare plaats zonder dat die hond is aangelijnd.
2. Het college kan gebieden aanwijzen waar het verbod als bedoeld in het eerste lid niet geldt, als de
hond onder behoorlijk toezicht staat. 3. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats.
4. Het verbod is niet van toepassing op situaties, dat de eigenaar of houder van een hond zich vanwege
zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden. Artikel 2:30 Verontreiniging door honden
1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden toe te laten dat de hond zich op een openbare plaats van vaste uitwerpselen ontdoet tenzij hij er zorg voor draagt dat de uitwerpselen van de hond
onmiddellijk worden verwijderd.
2. De houder van een hond op een openbare plaats is verplicht opruimmiddelen voor vaste uitwerpselen
bij zich te dragen, waaronder begrepen plastic of papieren zakjes, een schepje dan wel andere daartoe geëigende opruimmiddelen. Deze persoon is verplicht deze opruimmiddelen op eerste vordering te laten zien aan de toezichthoudende ambtenaar. Artikel 2:31 Gevaarlijke honden 1. Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander. 2. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
3. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die: a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;
b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. Artikel 2:32 Gevaarlijke honden op eigen terrein 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:31, eerste lid, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en
verdedigingswerk. 2. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als:
a. op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;
b. het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder hetterrein te betreden; en c. het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.
Artikel 2:33 Bedelarij
Het is verboden op of aan een openbare plaats of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen
om geld of andere zaken, ter voorkoming of opheffing van overlast. Artikel 2:34 Voederverbod vogels
1. Het is verboden (stads)duiven of andere overlast veroorzakende vogels te voeren.
2. Het verbod is niet van toepassing op de eigenaar of de houder van duiven, die deze hobbymatig of beroepsmatig houden.
Gouda.nl
Pagina 11
1. Het is verboden op een openbare plaats carbid of soortgelijke stoffen of voorwerpen als bedoeld in
artikel 2:39a te vervoeren ofbij zich te hebben, waarvan gelet op hun aard of de omstandigheden waaronder deze worden aangetroffen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze zullen worden gebruikt in strijd met artikel 2:39a. 2. Het verbod is niet van toepassing op degenen aan wie carbid is afgeleverd gedurende de tijd die nodig is om thuis te komen, noch op degene die aannemelijk maakt dat hij het carbid nodig heeft in de
uitoefening van beroep of bedrijf.
3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, de Wet wapens en munitie, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht.
Afdeling 9 Drugsoverlast Artikel 2:40 Drugshandel op straat
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwetis het verboden zich op een openbare plaats op te houden alsmede zich op of aan de weg in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te
rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. Artikel 2:41 Verzamelingen van personen in verband met drugs
1. Het is verboden op of aan de weg aan een verzameling van meer dan twee personen deel te nemen als deze verzameling van personen verband houdt met het openlijk gebruik van of de handel in middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet.
2. Een ieder die zich bevindt in een verzameling van personen als bedoeld in het eerste lid, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door deze aangewezen richting te verwijderen. Artikel 2:42 Openlijk drugsgebruik en weggooien van spuiten, lachgasampullen en lachgaspatronen e.d
1. Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk
gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te
gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik
voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op het roken van hennep en hasjiesj, zoals bedoeld in lijst Il van de Opiumwet.
3. Het is verboden om injectiespuiten of onderdelen daarvan zoals naalden, reservoirs, zuigers e.d, of
om lachgasampullen en lachgaspatronen e.d, of om op de in dit lid genoemde voorwerpen gelijkende voorwerpen op of aan de openbare weg dan wel in afvalbakken achter te laten met het kennelijke doel om afstand van het voorwerp te doen.
Afdeling 10 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester Artikel 2:43 Bestuurlijke ophouding De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot hettijdelijk doen
ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:7, 2:12, 2:25, 2:26, 2:33, 2:39, 2:40, 2:41, 2:42, 2;46, of
2:47 van deze verordening groepsgewijs niet naleven.
Artikel 2:44 Veiligheidsrisicogebied
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewetbij verstoring van de openbare
orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij
behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.
Artikel 2:45 Cameratoezicht op openbare plaatsen 1. De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten om voor een bepaalde duur camera's in te zetten ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.
2. De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien van de volgende andere plaatsen:
Gouda.nl
pagina 18
aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van
de burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder
druk staat. Het aanwijsbesluit wordt niet genomen dan nadat het college is gehoord en de raad een ontwerpaanwijsbesluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennisname van de burgemeesterte brengen. 3. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen:
a. in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied voor door de
burgemeester aangewezen bedrijfsmatige activiteiten; of b. indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; b. indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
d. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. indien niet voldaan is aan de bij of krachtens lid vijf en zes gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag; f. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;
g. indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met het omgevingsplan of de Omgevingswet. 5. De vergunning wordt verleend voor de duur van het aanwijzingsbesluit. 6. De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de NAW-gegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en de beheerder; b. het adres en telefoonnummer van het gebouw of gebied waar de bedrijfsmatige activiteiten worden
uitgeoefend; c. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; d. indien van toepassing de verblijftitel van de exploitant en beheerder; e. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder gerechtigd is om in Nederland arbeid te
verrichten;
f. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd; g. een op grond van de Wet bevordering Integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur vastgesteld en ingevuld vragenformulier met de daarbij behorende bijlagen en bescheiden. 7. De burgemeester kan bepalen, dat aanvullende gegevens worden overgelegd.
8. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het
derde lid intrekken of wijzigen indien: a. door of vanuit het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; of
b. door of vanuit het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt
beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; of c. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of d. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verwetenbij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten
worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; of
e. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of f. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met hetbij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; of
g. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd danwel sprake is van een gewijzigde
exploitatie; of
h. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; of ide vestiging of de exploitatie in strijd is met het omgevingsplan of de Omgevingswet.
Gouda.nl
pagina 15
sekswerker: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een andertegen betaling worden verricht.
Afdeling 2 Vergunning seksbedrijf Artikel 3:3 Vergunning seksbedrijf 1. Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan.
2. Het bevoegde bestuursorgaan draagt zorg voor een onpartijdige en transparante verlening van beschikbare vergunningen. 3. Op een aanvraag om een vergunning wordt binnen twaalf weken beslist. Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken worden verdaagd. 4. Een vergunning wordt voor één seksinrichting verleend. 5. De vergunning wordt verleend aan de exploitant en wordt op diens naam gesteld. 6. Uiterlijk acht weken na het in werking treden van deze verordening dienen de exploitanten van seksinrichtingen en escortbedrijven, die op het moment van intrekking van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009 over een geldige exploitatievergunning voor de seksinrichting of het escortbedrijf op grond van die verordening beschikten, een aanvraag om een vergunning voor het
seksbedrijf bij het bevoegde orgaan in. 7. De exploitatie van het seksbedrijf als bedoeld in het zesde lid mag worden voortgezet, totdat op de
aanvraag om een vergunning voor een seksbedrijf als bedoeld in het zesde lid is beslist.
Artikel 3:4 Aanvraag
1. Een aanvraag om vergunning wordt ingediend middels een door het bevoegde bestuursorgaan
vastgesteld formulier. 2. Bij de aanvraag wordt vermeld voor welke activiteit vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:
a. de persoonsgegevens van de exploitant;
b. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; c. of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de exploitant een vergunning voor een seksbedrijf is
geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken; d. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; e. het adres van een onder het seksbedrijf vallende seksinrichting; f. het telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden vermeld;
g. een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van de exploitant; h. voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant;
i. een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen, verstrekt door de Belastingdienst;
j. bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van de seksinrichting; k. voor zover van toepassing, de plaatselijke ligging van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een situatieschets met een noordpijl en schaalaanduiding; |. voor zover van toepassing, een plattegrond van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt
aangevraagd, door middel van een tekening met een schaalaanduiding; m. een afschrift van het bedrijfsplan als bedoeldin artikel 3:14. 3. Als er een beheerder is aangesteld is het tweede lid, onder a tot en met c, g enh, van
overeenkomstige toepassing op de beheerder.
4. Het bevoegde bestuursorgaan kan aanvullende gegevensof bescheiden verlangen. Artikel 3:5 Weigeringsgronden 1. Een vergunning wordt geweigerdals:
a. de exploitant of een beheerder onder curatele staat;
b. de exploitant of een beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; c. de exploitant of een beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt;
Gouda.nl
pagina 17
f. voor zover van toepassing, het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de
vergunning mede is verleend;
g. de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden; h. voor zover van toepassing, de geldigheidsduur van de vergunning; i. het nummer van de vergunning.
2. De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend, en tevens dat aan de buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij over een vergunning voor die seksinrichting beschikt.
Artikel 3:7 Intrekkings- en schorsingsgronden 1. De vergunning wordt ingetrokken als: a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; b. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven;
c. is gehandeld in strijd met de artikelen 3:9, 3:12, aanhef en onder a, 3:13, 3:14 en 3:15, eerste lid, en
tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°; d. is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen; e. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid; f. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:5, eerste lid, onder a tot en met h;
g. de vergunninghouder dat verzoekt; h. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan 2. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als: a. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; b. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; c. een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden;
d. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onderc; e. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van krachtblijven
van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van sekswerkers of klanten; f. de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van hetin dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;
g. er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een geweldsof zedendelict of voor mensenhandel;
h. gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.
Artikel 3:8 Sluiting van een seksinrichting
1. Het bevoegd bestuursorgaan kan een seksinrichting tijdelijk of voor onbepaalde tijd gesloten verklaren als het seksbedrijf wordt geëxploiteerd zonder of in afwijking van de vergunning als bedoeld in artikel 3:3. 2. Het bevoegd bestuursorgaan maakt de sluiting bekend door het aanbrengen van een afschrift van het
bevel op of nabij de toegang of toegangen van de seksinrichting. De sluiting treedt in werking op het
moment dat bedoeld afschrift is aangebracht.
3. Een ieder is verplicht toe te laten dat het in het tweede lid bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebrachtblijft, zolang de sluiting van krachtis. 4. Het is de exploitant, beheerder of sekswerker van een seksbedrijf verboden in de seksinrichting te
verblijven of bezoekers of klanten daarin toe te laten zolang de sluiting van krachtis. 5. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het eerste lid gesloten seksinrichting te bezoeken of als bezoeker daarin te verblijven. 6. Een sluiting kan opgeheven worden door het bevoegde bestuursorgaan wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de situatie die tot de sluiting heeft geleid zal plaatsvinden.
Artikel 3:9 Melding gewijzigde omstandigheden
De vergunninghouder meldt elke verandering waardoorzijn seksbedrijf niet langer in overeenstemming is met de op grond van artikel 3:6, eerste lid, in de vergunning opgenomen gegevens, binnen drie
Gouda.nl
pagina 19
b. inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimtentreft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor sekswerkers; c. in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn; d. in de werkruimten voor de sekswerkers een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is; e. de sekswerker zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en
door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek; f. de sekswerker niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken;
g. de sekswerker vrij is in de keuze van de arts(en) die zij wil bezoeken;
h. de sekswerker klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor haar andere werkzaamheden
gevolgen heeft; i. de sekswerker kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dat voor haar werkzaamheden
gevolgen heeft; j. aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van
agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin; k. de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de sekswerker voordat
deze voor of bij hem gaat werken, teneinde vast te stellen of zij voldoet aan de eisen die hij hiervoor in zijn bedrijfsplan heeft opgenomen; |, de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame sekswerker kan aantonen onder welke verhuur- of
arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt;
m. de exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de sekswerker niet door derden gedwongen wordt tot sekswerk en dat hij in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt;
n. de exploitant aan de voor of bij hem werkzame sekswerkers informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een sekswerker wil stoppen met haar werk in de sekswerk;
o. de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt wordt. 3. Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning. 4. De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid
aan een bedrijfsplan worden gesteld. 5. De rechten voor sekswerkers, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift
gesteld en in een voor haar begrijpelijke taal uitgereikt aan elke sekswerker die werkzaam is voor of bij de exploitant.
6. In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een sekswerker klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken. Artikel 3:15 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder sekswerkbedrijf 1. De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de uren dat het sekswerkbedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend. 2. De exploitant van een sekswerkbedrijf draagt er zorg voor dat: a. de voor of bij het sekswerkbedrijf werkzame sekswerkers redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen;
b. er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevenszijn opgenomen
van in ieder geval;
1°. de voor of bij het sekswerkbedrijf werkzame sekswerkers; 2°. de verhuuradministratie;
3°. met betrekking tot alle voor of bij het sekswerkbedrijf werkzame sekswerkers, de documentatie die ten
grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeldin artikel 3:14, tweedelid, onderk; 4°. de werkroosters van de beheerders; c. de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaarden teallen tijde beschikbaaris voor toezichthouders; d. medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeesterof het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voornemens zijn
voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden;
e. onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting;
Gouda.nl
pagina 21
Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente Afdeling 1 Parkeerexcessen Artikel 5:1 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke 1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. 2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de persoon als bedoeld in het derde lid.
3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te
herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: a. drie of meer voertuigen die hem toebehoren ofzijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een van deze voertuigen; b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.
Artikel 5:2 Voertuigwrakken en excessief parkeren 1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. 2. Het is verboden een voertuig op de weg geplaatst te hebben als het voertuig langer dan twaalf
achtereenvolgende weken niet meer voor verkeersdoeleinden is gebezigd. 3. Het verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving. Artikel 5:3 Kampeermiddelen en andere voertuigen
1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden
wordt gebruikt: a. langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.
Artikel 5:4 Reclamevoertuigen
Het is verboden een voertuig, dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.
Artikel 5:5 Grote voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,8 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit
naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
2. Het verbod is niet van toepassing op campers, kampeerauto's, caravans en kampeerwagens, voor
zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.
Artikel 5:6 Fietsen, bromfietsen of vergelijkbare voertuigen
1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter
voorkoming of beëindiging van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen, bromfietsen of vergelijkbare voertuigen te plaatsen of te laten staan. 2. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen, bromfietsen of vergelijkbare
voertuigen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.
3. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen, bromfietsen of vergelijkbare
voertuigen buiten door het college vastgestelde tijden te plaatsen of te laten staan.
Gouda.nl
pagina 23
2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. Artikel 6:3 Binnentreden woningen
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of
krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Artikel 6:4 Intrekking oude verordening
De Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020 wordt ingetrokken.
Artikel 6:5 Overgangsbepaling 1. Besluiten die zijn genomen op grond van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020 worden aangemerkt als besluiten genomen krachtens de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2025, tenzij in deze verordening anders is bepaald. 2. De Regeling aanvraag evenementenvergunningen berust op artikel 2:5 van deze verordening.
3. De Regeling taxivervoer Gouda berust op artikel 5:11, eerste lid, van deze verordening en op artikel 87, eerste lid, onderdeel c‚, van de Wet personenvervoer 2000. 4. Aanvragen waarop nog niet is beschikt bij de inwerkingtreding van deze verordening worden
afgehandeld krachtens deze verordening. 5. Op bezwaar- en beroepschriften tegen besluiten genomen krachtens de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020 wordt beslist met inachtneming van deze verordening. Artikel 6:6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na die van haar bekendmaking.
Artikel 6:7 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Gouda 2025.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 9 april 2025. De raad van de gemeente voornoemd,
griffie
voorzitter
. Verhoeve
Gouda.nl
pagina 26