CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 Nota Grondbeleid

Raadsvergadering 13 december 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Nota Grondbeleid 202310.136 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Naast dit kostenverhaal op basis van profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit kan de gemeente ook werken met fondsen, bijvoorbeeld een woonfonds, groenfonds of parkeerfonds/mobiliteitsfonds. Als initiatiefnemers binnen de grenzen van het project niet kunnen voldoen aan het gemeentelijk beleid, dan is het mogelijk om af te wijken van dit beleid mits er een financiële afdracht aan het betreffende fonds plaatsvindt. De gemeente kan dan met de beschikbare middelen in het fonds projecten realiseren zodat weer wordt voldaan aan het gemeentelijk beleid, mits de gemeente hier de regie heeft.

4.4 Planschade De mogelijkheid om planschade te verhalen is eveneens geregeld in de Wro door een planschadeverhaalovereenkomst ex art. 6.4a Wro af te sluiten. In de praktijk wordt bij anterieure overeenkomsten planschade afgewenteld op de initiatiefnemer. Daarnaast kunnen afspraken met betrekking tot planschade ook deel uitmaken van een (anterieure) overeenkomst ex art. 6.24 lid 1 sub b. of worden opgenomen in een exploitatieplan.

pagina 19

Bij het verhalen van planschade, veroorzaakt door derden, kan de gemeente kiezen voor twee vormen. Zij kan planschade per eigendom bepalen, waarbij iedere particuliere eigenaar de planschadekosten draagt die hij zelf met zijn bouwproject veroorzaakt, ‘de initiatiefnemer betaalt’. De gemeente kan echter ook de planschade voor het totale gebied bepalen, waarbij de totale planschadekosten worden omgeslagen over alle eigendommen met grondopbrengsten, ‘het gebied betaalt’. Dit kan tot verschillende uitkomsten leiden. Afhankelijk van de situatie die zich voordoet past de gemeente een van beide vormen toe. Indien sprake is van locatieontwikkeling dan zal de gemeente voor de eerste vorm gaan maar indien sprake is van een gebiedsontwikkeling dan kiest ze de tweede vorm. Bij anterieure overeenkomsten of planschadeovereenkomsten wordt uitgegaan van het principe ‘de initiatiefnemer betaalt’, tenzij dit leidt tot ongewenste effecten. Indien wordt gewerkt met een exploitatieplan wordt uitgegaan van het principe ‘de locatie betaalt’.

pagina 20

5 Tot slot De druk op de ruimte is groot. In de Omgevingsvisie Gouda (2022) heeft de gemeente haar visie beschreven op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Het gemeentelijk grondbeleid ondersteunt bij het realiseren van onze maatschappelijke doelen. Deze Nota Grondbeleid beschrijft hoe de gemeente Gouda de grondbeleidsinstrumenten willen inzetten om te komen tot goede ruimtelijke ordening in de gemeente en het realiseren van deze maatschappelijke doelen. De nota beschrijft de uitgangspunten die hierbij worden gehanteerd en bevat een afwegingskader dat bij elke gebiedsontwikkeling kan worden gebruikt om voor die situatie de beste vorm van grondbeleid te kiezen: van toetsend/faciliterend tot meer actief. Om de nieuwe opgaven goed te kunnen aanpakken, verkleurt het grondbeleid van de gemeente van een voornamelijk faciliterende rol naar een actievere rol. Per opgave beslist de gemeente welke vorm het meest passend is. In het nieuwe grondbeleid zijn drie speerpunten opgenomen:  wonen voor iedereen;  het stadsbreed realiseren van groen-, klimaat-, water-, mobiliteit-, en duurzaamheidambities;  strategische grondaankopen. In de nota is tevens uiteengezet welke grondbeleidsinstrumenten de gemeente bij welke situatie kunnen inzetten. Hiermee geeft de gemeente duidelijkheid richting potentiële initiatiefnemers of andere belanghebbenden over het handelen.

Om een actievere rol waar te kunnen maken, is deze nota alleen niet voldoende. Deze nota beschrijft op welke manier de gemeente haar grondbeleidsinstrumenten wenst in te zetten. Op zichzelf is dat onvoldoende om een actievere rol in te nemen, dat vraagt flankerend beleid. Dat flankerende beleid is vastgelegd in drie aanvullende beleidsnota’s:  Het Handboek Grondzaken Het Handboek Grondzaken is van toepassing op de eigen gemeentelijke gronduitgiftes, maar vormt ook het uitgangspunt voor bepaling van de grondprijzen bij het afsluiten van samenwerkingsovereenkomsten en bij het opstellen van exploitatieplannen. Het Handboek Grondzaken wordt gebruikt als uitgangspunt bij het overleg met marktpartijen. Daarnaast heeft deze ook een interne werking en kan worden gebruikt als spoorboekje voor medewerkers werkzaam binnen projecten en bij zelfstandige grondverkopen. In alle gevallen wordt op eenduidige wijze de waarde vastgesteld. Dit document functioneert tevens als controle instrument;  De Grondprijzenbrief In het Handboek Grondzaken (onderdeel van de Nota Grondbeleid) is per uitgiftecategorie de methode vastgelegd die geldt voor het berekenen van de grondprijs. In de jaarlijkse grondprijzenbrief worden voor de uitgiftecategorieën met “vaste grondprijzen” de waardes herijkt en waar nodig gecorrigeerd.

De bedragen vormen de basisuitgangspunten bij afspraken met ontwikkelende partijen en particuliere kopers;  De Nota Kostenverhaal In deze nota wordt uiteengezet op welke manier particuliere initiatieven moeten bijdragen aan (bovenwijkse) voorzieningen en wat de omvang van een eventuele afkoop is als niet aan de gemeentelijke eisen ten aanzien van bijvoorbeeld sociale woningbouw, groen en parkeren kan worden voldaan bij een ontwikkeling. Deze drie nota’s in samenhang met de Nota Grondbeleid stellen de gemeente in staat actiever te handelen en daarmee een bijdrage te leveren aan het realiseren van de gemeentelijke ambities.

pagina 21

Bijlage 1 Het stappenplan voor de openbare selectieprocedure 1. Collegebesluit/mandaatbesluit (voorgenomen) grondverkoop, waarin tot het houden van een openbare selectieprocedure wordt besloten; 2. Publicatie met daarin de aankondiging van de openbare selectieprocedure. Daarin dient een omschrijving te zijn opgenomen van: a. de te vervreemden onroerende zaken; b. de door de gemeente ten aanzien van de onroerende zaken toegestane activiteiten; c. de minimumeisen waaraan partijen die aan de selectieprocedure deelnemen moeten voldoen, gelet op de activiteiten die ten aanzien van de onroerende zaken zijn toegestaan; d. het verloop van de selectieprocedure en; e. de door de gemeente te hanteren selectiecriteria; 3. De openbare selectieprocedure. Afhankelijk van het type en de omvang van de onroerende zaken die worden vervreemd en van de activiteiten die de gemeente ten aanzien van de onroerende zaken wil toestaan, kan ofwel: a. een eenvoudige selectieprocedure met als enig criterium de hoogste prijs en; b. een getrapte selectieprocedure met als criteria zowel (vrijwel steeds) de aangeboden prijs als de door de gemeente gestelde eisen en doelen; 4. De beoogde verkoop aan de gegadigde met de beste aanbieding wordt medegedeeld aan alle deelnemers aan de selectieprocedure; 5.

Een termijn (van 20 kalenderdagen) gedurende welke de andere deelnemers aan de selectieprocedure dan de gegadigde met de beste aanbieding in de gelegenheid worden gesteld beroep bij de civiele rechter tegen de beoogde grondverkoop in te stellen (en eventueel ook een klacht bij het college in te dienen); 6. Indien na genoemde termijn geen sprake is van ontvangen beroep of klacht: ondertekening van de overeenkomst; 7. Indien binnen genoemde termijn wel sprake is van beroep: het oordeel van de rechter afwachten en daarna handelen naar dat oordeel; 8. Indien binnen genoemde termijn wel sprake is van een klacht, maar niet van beroep: het oordeel van het college afwachten en daarna handelen naar dat oordeel.

pagina 22

Bijlage 2 Stappenplan voor uitzonderingen op een openbare selectieprocedure 1. Collegebesluit/mandaatbesluit (voorgenomen) grondverkoop waarin, onder verwijzing naar het gronduitgiftebeleid, wordt gemotiveerd waarom in het betreffende geval de gemeente beoogt onroerende zaken aan één partij te vervreemden en geen daaraan voorafgaande openbare selectieprocedure te houden; 2. Publicatie van het voornemen tot vervreemding; 3. Een termijn (van 20 kalenderdagen) gedurende welke derden die eveneens voor de verwerving in aanmerking zouden willen komen in de gelegenheid worden gesteld beroep (en eventueel ook een klacht) tegen de beoogde grondverkoop in te stellen; 4. Indien binnen genoemde termijn geen sprake is van een ontvangen beroep of klacht: ondertekening van de overeenkomst na genoemde termijn; 5. Indien binnen genoemde termijn wel sprake is van beroep: het oordeel van de rechter afwachten en daarna handelen naar dat oordeel; 6. Indien binnen genoemde termijn wel sprake is van een klacht, maar niet van beroep: het oordeel van het college afwachten en daarna handelen naar dat oordeel.

pagina 23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=282d87dd-527b-4d21-a74d-b2712d0ffb95