Bijlage 1 bij Raadsvoorstel - Was-wordt-overzicht.docx
Tekst van het document
Bijlage 1 Was-wordt-overzicht Herstelbesluit voor bestemmingsplan Ridder van Catsweg 683, Gouda
Artikel 1.127
2.1
8.2
1.27 Mobility as a Service Mobiliteitsdienst waarmee gebruikers via een gezamenlijk digitaal platform de multimodale (vraag gestuurde en realtime) mobiliteitsdiensten, zoals openbaar vervoer, een deelauto, deelbakfiets en eventueel daaraan toe te voegen andere vervoersmodaliteiten, kunnen plannen, boeken, betalen en afnemen. 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk Voor dakopbouwen t.b.v. noodtrappen, luchtbehandelings-, liften zonnepaneelinstallaties vanaf de bovenkant van het dakvlak van een gebouw tot aan het hoogste punt van de dakopbouw Voor overige bouwwerken vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van dakopbouwen t.b.v. noodtrappen, luchtbehandelings-, lift- en zonnepaneelinstallaties en overige ondergeschikte bouwonderdelen zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 8.2 Dakopbouwen algemeen Dakopbouwen zijn niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - dakopbouwen'.
Artikel 1.27
2.1
8.2
1.27 Mobility as a Service Mobiliteitsdienst waarmee gebruikers via een gezamenlijk digitaal platform de multimodale (vraag gestuurde en realtime) mobiliteitsdiensten, zoals openbaar vervoer, een deelauto, deelbakfiets en eventueel daaraan toe te voegen andere vervoersmodaliteiten, kunnen plannen, boeken, betalen en afnemen. 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk Voor dakopbouwen vanaf de bovenkant van het dakvlak van een gebouw tot aan het hoogste punt van de dakopbouw. Voor overige bouwwerken vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van dakopbouwen en overige ondergeschikte bouwonderdelen zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 8.2 Dakopbouwen Voor dakopbouwen gelden de volgende regels: a. dakopbouwen zijn niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten dakopbouwen; b. dakopbouwen ten behoeve van noodtrappen, luchtbehandelings- en liftinstallaties mogen gezamenlijk geen grotere oppervlakte hebben dan 40% van het dakoppervlak van het gebouw waarop zij worden geplaatst; c. de maximale bouwhoogte van dakopbouwen bedraagt; 1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - dakopbouwen 0,65 m' 0,65 m; 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - dakopbouwen 0,85 m' 0,85 m; 3.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - dakopbouwen 1,2 m' 1,2 m; 4. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - dakopbouwen 2,5 m' 2,5 m;
Toelichting Tekst blijft hetzelfde, maar stond verkeerd in het wijzigingsbesluit, zodat deze weer in het nieuwe herstelbesluit moet worden opgenomen. Verwijzing naar dakopbouwen is vereenvoudigd, zodat alle dakopbouwen hieronder vallen.
Artikeltekst vervangen vanwege meer gespecificeerde weergave van aanduidingen voor dakopbouwen.
d.
8.3
8.4
8.5 8.6
8.7 8.8
10
8.3 Dakopbouwen t.b.v. noodtrappen, luchtbehandelings- en liftinstallaties Voor dakopbouwen ten behoeve van noodtrappen, luchtbehandelings- en liftinstallaties gelden de volgende regels: a. dakopbouwen ten behoeve van noodtrappen, luchtbehandelings- en liftinstallaties mogen gezamenlijk geen grotere oppervlakte hebben dan 40% van het dakoppervlak van het gebouw waarop zij worden geplaatst; b. dakopbouwen ten behoeve van noodtrappen, luchtbehandelings- en liftinstallaties mogen niet hoger zijn dan 1,2 m gemeten vanaf het dakvlak als bedoeld in 2.1. 8.4 Dakopbouwen t.b.v. zonnepaneelinstallaties a. dakopbouwen ten behoeve van zonnepaneelinstallaties mogen niet hoger zijn dan 1,2 m gemeten vanaf het dakvlak als bedoeld in 2.1. e. voorzieningen voor het opwekken en leveren van duurzame energie voor zover deze binnen een bouwvlak en op het dak worden opgericht en de voor dat gebouw toegestane maximale hoogte met niet meer dan 3,5 m wordt overschreden; 8.8 Lichthinder Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het 'bouwen' staat vast dat maatregelen worden getroffen en in stand gehouden om directe lichtuitstraling op de gevels van de nabij het plangebied aanwezige bestaande woningen, ten gevolge van koplampen van verkeer binnen het plangebied, tot een aanvaardbaar niveau te beperken.
Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan indien de parkeervoorzieningen waar nodig worden voorzien van een afscheiding met een minimale hoogte van 1,20 meter of een maatregel met een vergelijkbaar effect wordt getroffen. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in deze regels ten behoeve van: a. een afwijking ten aanzien van de voorgeschreven hoogte van gebouwen, hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, grondoppervlakte van bebouwing, onderlinge afstand tussen gebouwen, afstand tot perceelsgrenzen en overige aanduidingen, eventueel met een overschrijding van de bouwgrenzen, mits deze afwijkingen niet meer bedragen
onder dakopbouwen als bedoeld in dit plan worden in ieder geval verstaan dakopbouwen ten behoeve van 1. noodtrappen; 2. luchtbehandelings- en liftinstallaties; 3. voorzieningen voor het opwekken en leveren van duurzame energie; 4. overige technische installaties. Vervallen, vervangen door tekst 8.2
Vervallen, vervangen door tekst 8.2
8.3 8.4
-
Vernummerd tot 8.3 Sub e komt te vervallen gelet op de regeling in artikel 8.2. Resterend deel 8.6 vernummerd tot 8.4.
8.5
-
Vernummerd tot 8.5 Vervallen, wordt vervangen door voorwaardelijke verplichting in artikel 11.7.
10
Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in deze regels ten behoeve van het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals vlaggenmasten, artistieke kunstwerken, antennes e.d. tot een hoogte van 15 meter gemeten vanaf peil, mits belangen van derden niet in onevenredige mate worden aangetast.
Sub a. komt te vervallen, sub b blijft over en krijgt de toevoeging ‘gemeten vanaf peil’.
pagina 2
b.
dan 10% van de in het plan voorgeschreven maten, afstanden, oppervlakten en percentages; voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals vlaggenmasten, artistieke kunstwerken, antennes e.d. tot een hoogte van 15 m mits belangen van derden niet in onevenredige mate worden aangetast. Aan het bepaalde in 11.1 sub a waaraan wordt geacht te zijn voldaan indien:
11.1
b.
b.
11.4
11.4 Voorwaardelijke verplichting openbaar groen Een omgevingsvergunning voor de activiteit “bouwen” wordt niet eerder verleend dan nadat in de omgevingsvergunningaanvraag is aangetoond dat: a. de beleidsregels, zoals bepaald in de Structuurvisie Groen, welke als Bijlage 3 bij de regels is toegevoegd, in acht zijn genomen, waaraan wordt geacht te zijn voldaan indien ter plaatse van minimaal 15% van de oppervlakte van het plan openbaar groen wordt aangelegd en in stand gehouden; b. indien de beleidsregels zoals opgenomen in sub a worden gewijzigd, wordt met die wijziging rekening gehouden.
11.4
11.5
11.5 Voorwaardelijke verplichting overkapping parkeerdek Een omgevingsvergunning voor de activiteit “bouwen” voor een parkeerdek als bedoeld in lid 5.1 sub d wordt niet eerder verleend dan nadat in de omgevingsvergunningaanvraag is aangetoond dat parkeerplaatsen op een parkeerdek als bedoeld in lid 5.1 sub d, voor zover gelegen buiten gebouwen, voor minimaal 70% zijn voorzien van een overkapping met een groen dak.
11.5
pagina 3
Aan het bepaalde in 11.1 sub a wordt geacht te zijn voldaan indien:
11.4 Voorwaardelijke verplichting openbaar groen a. Een omgevingsvergunning voor de activiteit “bouwen” wordt niet eerder verleend dan nadat in de omgevingsvergunningaanvraag is aangetoond dat de beleidsregels, zoals bepaald in de Structuurvisie Groen , welke als Bijlage 3 bij de regels is toegevoegd, in acht zijn genomen, waaraan wordt geacht te zijn voldaan indien ter plaatse van minimaal 15% van de oppervlakte van het plan openbaar groen word aangelegd en in stand gehouden; b. Het gebruik van gronden en bouwwerken voor wonen als bedoeld in lid 6.1 sub a is niet toegestaan, als het in lid 11.4 sub a genoemde minimale oppervlakte van het plan niet als openbaar groen wordt aangelegd en in stand gehouden. 11.5 Voorwaardelijke verplichting overkapping parkeerdek/parkeervoorziening a. Een omgevingsvergunning voor de activiteit “bouwen” voor een parkeerdek als bedoeld in lid 5.1 sub d en lid 6.1 sub e wordt niet eerder verleend dan nadat in de omgevingsvergunningaanvraag is aangetoond dat parkeerplaatsen op een parkeerdek als bedoeld in lid 5.1 sub d en lid 6.1 sub e, voor zover gelegen buiten gebouwen, voor minimaal 70% zijn voorzien van een overkapping met een groen dak; b.
Indien geen parkeerdek wordt gerealiseerd als bedoeld in lid 5.1 sub d en lid 6.1 sub e dan dient de parkeervoorziening ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeerverblijf - parkeerdek' voor minimaal 70% te worden voorzien van een groen dak; c. c. Het gebruik van gronden en bouwwerken voor wonen als bedoeld in lid 6.1 sub a is niet toegestaan, als de in lid 11.5 sub a bedoelde overkapping met een groen dak of de in lid 11.5 sub b bedoelde parkeervoorziening met een groen dak niet wordt gerealiseerd en in stand gehouden.
Stond verkeerd in het vorige wijzigingsbesluit, zodat deze weer in het nieuwe herstelbesluit moet worden opgenomen. Hierbij is voor de leesbaarheid het woord ‘waaraan’ verwijderd. De aanhef en sub a van het artikel zijn samengevoegd en hieraan is in sub b de voorwaardelijke verplichting toegevoegd. De dynamische beleidsverwijzing in sub b is overeenkomstig de uitspraak komen te vervallen.
De aan de tekst van het artikel zijn twee subs toegevoegd, met daarin de voorwaardelijke verplichting overeenkomstig de uitspraak.
11.6
11.7
pagina 4
11.6 Voorwaardelijke verplichting maatregel lichthinder a. Het gebruik van gronden en bouwwerken voor wonen als bedoeld in lid 6.1 sub a is niet toegestaan, als een maatregel ter voorkoming van onaanvaardbare lichthinder op de gevels van de nabij het plangebied aanwezige bestaande woningen door koplampen van verkeer binnen het plangebied niet wordt gerealiseerd en in stand gehouden; b. Aan het bepaalde in 11.6 sub a wordt geacht te zijn voldaan indien ter voorkoming van onaanvaardbare lichthinder als bedoeld onder a een afscheiding met een minimale hoogte van 1,2 meter wordt gerealiseerd en in stand gehouden: 1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer – maatregel lichthinder' op maaiveldniveau en indien van toepassing op de begane grond van het parkeerdek als bedoeld in lid 5.1 sub d en lid 6.1 sub e; 2. indien van toepassing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer – maatregel lichthinder' op het parkeerdek als bedoeld in lid 5.1 sub d en lid 6.1 sub e; met dien verstande dat geen maatregelen noodzakelijk zijn ter plaatse van toegangsopeningen en ventilatieopeningen behorende bij de parkeervoorzieningen.
11.7 Voorwaardelijke verplichting gesloten parkeervoorziening Het gebruik van gronden en bouwwerken voor wonen als bedoeld in lid 6.1 sub a is niet toegestaan, als de parkeervoorziening ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - verblijf parkeerdek' op de begane grond niet met dichte wanden omsloten wordt gerealiseerd en in stand gehouden, met uitzondering van toegangsopeningen en ventilatieopeningen benodigd bij de parkeervoorziening.
Betreft een nieuw artikel ter vervanging van artikel 8.8. Hierin is de voorwaardelijke verplichting opgenomen overeenkomstig de uitspraak.
Betreft een nieuw artikel waarin overeenkomstig de uitspraak een voorwaardelijke verplichting voor het gesloten realiseren van de parkeervoorziening is vastgelegd.