Bijlage 1 - Aanbieding voorlopige Jaarstukken VRHM 2024 - raden
Tekst van het document
Aan de gemeenteraden van gemeenten die deelnemen in de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden T.a.v. de griffiers
Bezoekadres Rooseveltstraat 4a 2302 BC Leiden Postadres
Cc. Colleges
Postbus 1123 2302 BC Leiden
Datum: Ons kenmerk:
18 april 2025 D2025-00016106
Uw kenmerk:
Telefoon: E-mail: Onderwerp:
Uw brief van: Contactpersoon:
Ernst Breider, Concerncontroller
06 46 34 44 64 ernst.breider@vrhm.nl
Bijlage:
1
Voorlopige Jaarstukken Veiligheidsregio Hollands Midden 2024 Graag bij correspondentie kenmerk en onderwerp vermelden.
Geachte leden van de raad, Aanbieding van de voorlopige Jaarstukken 2024 Het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) biedt u hierbij de voorlopige Jaarstukken 2024 van de Veiligheidsregio Hollands Midden ter informatie aan. Jaarrekeningresultaat 2024 Het voorlopig rekeningresultaat 2024 (voor bestemming) bedraagt € 3.152.807 positief. Dit positieve resultaat heeft een sterk incidenteel karakter. In 2024 is sprake van een onderschrijding van de salariskosten als gevolg van openstaande vacatures en van een onderuitputting van de kapitaallasten door uitgestelde investeringen. Daartegenover staan echter extra inhuurkosten en benodigde dotaties aan de voorzieningen Verlofsparen en Regeling vervroegd uittreden (RVU). Enerzijds zag VRHM zich gesteld voor structurele lastenverhogingen, zoals een stijging van de loonkosten met 6,4% (ten opzichte van de in de begroting opgenomen 3,9%) en hogere rentekosten door het aantrekken van langlopende leningen. Anderzijds zorgden onverwachts hoge incidentele baten voor een positief jaarrekeningresultaat. Deze baten bestaan onder andere uit een niet-begrote vergoeding voor coördinatiekosten COA, de verkoop van vervangen brandweermaterieel, een hogere beschikking en loon- en prijsbijstelling van de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR), en onderuitputting van extra BDuR-gelden.
Toelichting resultaat voorlopige jaarrekening VRHM 2024 Toelichting baten 2024 De baten in 2024 bedroegen € 81,8 mln. ten opzichte van € 78,3 begroot, totaal € 3,5 mln. meer.
Toelichting gemeentelijke bijdragen De gemeentelijke bijdragen, begroot op € 60,0 mln., zijn € 0,3 mln. lager. Oorzaak is dat de in de gemeentelijke bijdrage van Gouda de vordering op Gouda ingevolgde FLO via de balans wordt verwerkt en niet meer via de Verlies & Winstrekening. Deze bijdrage was in de begroting 2024 nog niet via de balans verwerkt. Rijksbijdrage BDuR (Brede Doeluitkering Rampenbestrijding) De beschikking bedraagt uiteindelijk € 600.000 meer dan de verwachte bijdrage voor 2024 in de beschikking voor 2023 (december 2022) was aangegeven. De (niet begrote) toekenning van de loon- en prijsbijstelling over de BDuR 2024 bedraagt € 400.000. Deze bedragen zijn structureel en werken door in de komende jaren, waarbij op het moment van schrijven in de ontwerpProgrammabegroting 2026 rekening moet worden gehouden van een taakstelling door het Ministerie van Justitie en Veiligheid van € 722.000. Overige baten De overige baten bedragen € 2,4 mln. meer dan begroot, met name veroorzaakt door boekwinst op verkoop van activa (vervangen brandweermaterieel) ad € 1.200.000, rente uit deposito ad € 800.000 en hogere uitkering werknemersverzekeringen ad € 300.000. Deze zijn incidenteel. Overige baten - Vergoeding coördinatiekosten COA VRHM heeft ook in 2024 asielzoekers opgevangen in het kader van de crisisnoodopvang (CNO).
De door de VRHM gemaakte kosten zijn in rekening gebracht bij het Centraal Opvang Asielzoekers (COA). In de overige baten is de vergoeding verwerkt van de kosten voor COA en Oekraïne. Conform afspraak met veiligheidsregio’s en COA brengt ook de VRHM coördinatiekosten bij het COA in rekening op basis van het overheadpercentage (voor de VRHM 20,2%) als opgenomen in de Programmabegroting 2024. De incidentele vergoeding voor deze coördinatiekosten door het COA bedraagt in 2024 € 600.000. Toelichting lasten 2024 De lasten in 2024 bedroegen € 78,8 mln. ten opzichte van € 78,5 begroot, totaal € 0,3 mln. meer. In de lasten is € 8,4 mln. verwerkt voor de kosten die de VRHM heeft gemaakt voor de crisisnoodopvanglocatie(s) COA (€ 3,2 mln.) en 1e opvang ontheemden Oekraïne (€ 5,2 mln.). Deze zijn ook als vergoeding bij de baten ook opgenomen. Deze overschrijding (0,4% t.o.v. de begrote lasten) zit als saldo op verschillende kostencategorieën, waarbij de volgende worden genoemd: - Loonkosten, saldo CAO en vacatureruimte € 500.000 (structureel) - Inhuurkosten € 600.000 (incidentele overschrijding) - Rentekosten € 910.000 (structureel) - Projectkosten transitie GHOR € 141.000 (incidenteel) - Dotatie aan voorziening Verlofsparen € 528.000 (structureel, dotatie variabel) - Dotatie aan voorziening RVU € 100.000 (incidenteel) -
Onderuitputting extra BDuR-gelden Vrijval voorziening FLO Onderuitputting kapitaallasten Diverse budgetonderschrijdingen
-/- € 733.000 (incidenteel) -/- € 241.000 (structureel, vrijval variabel) -/- € 1.200.000 (incidenteel) -/- € 300.000 (deels structureel en incidenteel)
Bestemming Jaarrekeningresultaat 2024 Aan het algemeen bestuur wordt gevraagd in te stemmen met een verhoging van de algemene reserve (€ 650.000), het vormen van een bestemmingsreserve voor het thema Weerbaarheid (€ 733.000) en restitutie van het resterend deel (€ 1.769.807) aan de deelnemende gemeenten conform hun (relatieve) aandeel in de gemeentelijke bijdragen aan de VRHM.
2
Verhoging Algemene Reserve met € 650.000 1. Verhoging Algemene Reserve met € 250.000 voor het risico van onvoorziene juridische claims (PTTS als beroepsziekte en aansprakelijkheidstelling) In de Algemene Reserve van de VRHM is een bedrag t.b.v. het weerstandsvermogen opgenomen van € 250.000 voor onvoorziene juridische claims. Momenteel is er landelijk een behoorlijke impuls op het dossier PTSS; zowel op preventie en nazorg, als rechtspositionele kwesties en aansprakelijkheid. Op 5 december 2024 is het algemeen bestuur VRHM geïnformeerd over de laatste (landelijke) ontwikkelingen rondom PTSS. Als arbeidsongeschiktheid wordt gekwalificeerd als in en door de dienst, dan volgen de aanspraken uit de rechtspositie. De afgelopen maanden is een uitvoerig traject doorlopen om te komen tot een “(concept) Regeling erkenning en aanspraken bij PTSS als beroepsziekte”. De regeling voorziet in de erkenning van PTSS als beroepsziekte en in het toekennen van aanspraken. Als uitgangspunten in de nieuwe regeling gelden: - De aanspraken bij PTSS voor beroepsmedewerkers en vrijwilligers zijn gelijk. - In de regeling komt te staan dat PTSS onder voorwaarden als beroepsziekte wordt aangemerkt. Daarmee wordt PTSS landelijk als beroepsziekte erkend. - De regeling bepaalt alleen de rechtspositionele aanspraken en regelt niet de aansprakelijkheid.
Gezien de eventuele financiële impact van de regeling en aansprakelijkheid stelt de VRHM voor het bedrag ten bate van het weerstandsvermogen voor onvoorziene juridische claims te verhogen met € 250.000 tot € 500.000. 2. Verhoging Algemene Reserve met € 400.000 voor het risico van frictiekosten als gevolg van bezuinigings-taakstelling op formatiekrimp Nu de VRHM een bezuinigingstaakstelling vanaf 2026 heeft gekregen en het personeelsbestand moet inkrimpen, kan ze te maken krijgen met verschillende frictiekosten. Bijvoorbeeld vrijwillige vertrekregelingen of kosten voor herplaatsing. De werkgroep Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden heeft in haar brief (31 oktober 2024, kenmerk Z/24/3752082) voor begrotingen 2026 geschreven: “Ombuigingen kunnen gepaard gaan met frictiekosten. Veel gemeenschappelijke regelingen kennen een beperkte reservepositie. Wij adviseren om eventuele frictiekosten incidenteel bij gemeenten in rekening te brengen”. De VRHM stelt voor, ter grootte van de bezuinigingstaakstelling op de krimp ad € 400.000, de Algemene Reserve te verhogen zodat voor eventuele frictiekosten geen incidentele dekking aan gemeenten gevraagd hoeft te worden.
Vormen van een bestemmingsreserve voor het thema Weerbaarheid Voorgesteld wordt een bestemmingsreserve weerbaarheid te vormen met een initiële vulling uit de niet-bestede middelen van de extra BDuR-uitkering 2024 (€ 733.000). In het licht van de toenemende klimatologische, maatschappelijke en geopolitieke risico’s, de veranderende rol van veiligheidsregio’s en de bredere verantwoordelijkheden ten aanzien van maatschappelijke weerbaarheid, adviseert de VRHM om een bestemmingsreserve in te stellen voor het thema Weerbaarheid.
3
Recente rapporten en beleidskaders, zoals de landelijke agenda crisisbeheersing, het programma verhogen maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht van het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) en de publiekscampagne weerbaarheid van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) onderstrepen de noodzaak van een integrale en proactieve aanpak van maatschappelijke weerbaarheid. Dreigingen vanuit onder andere geopolitieke conflicten maar ook kwetsbaarheden op het gebied van vitale infrastructuur vragen om extra investeringen in voorbereidende maatregelen van de Veiligheidsregio en de samenleving. Het betrekken van de inwoners middels effectieve particuliere initiatieven is daarbij een belangrijk onderdeel. De structurele financiering van weerbaarheidsmaatregelen is momenteel echter onzeker. Deze reserve fungeert als startkapitaal om, in afwachting van structurele financiering, incidentele initiatieven te starten die bijdragen aan het vergroten van de weerbaarheid en veerkracht. Controleverklaring en Rapport van bevindingen van de accountant Het betreft de voorlopige Jaarstukken en het voorlopig rekeningresultaat 2024. Het 2e deel van de jaarrekeningcontrole is gepland medio mei 2025. De eindcontrole van de accountant is dus nog niet afgerond.
De controleverklaring en het Rapport van bevindingen van de eindcontrole van de accountant (Publieke Sector Accountants) zullen worden opgenomen in de definitieve Jaarstukken 2024 en worden nagezonden. Door de voorgestelde wijziging van de Gemeentewet geeft de accountant in de controleverklaring vanaf 2023 nog uitsluitend een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening. In plaats van het oordeel van de accountant over de rechtmatigheid legt het bestuur daarover zelf verantwoording af in de jaarrekening. De rechtmatigheidsverantwoording van het bestuur maakt onderdeel uit van de jaarrekening. Hierdoor ziet het getrouwheidsoordeel van de accountant ook op de rechtmatigheidsverantwoording die afgelegd wordt door het bestuur. Zienswijzeprocedure niet van toepassing De zienswijzeprocedure die geldt voor de programmabegroting is niet van toepassing op de jaarstukken. Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling dient de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, toe te zenden aan gedeputeerde staten. Vaststelling De vaststelling van de (definitieve) Jaarstukken 2024 is geagendeerd voor de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de VRHM op 3 juli 2025.
Hoogachtend, Namens het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Hollands Midden
J.J. Zuidijk Secretaris
4
Bijlage: 1. Voorlopige Jaarstukken VRHM 2024
5