CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.6 Flora en Fauna Rapportage Tielweg 5

Raadsvergadering 9 april 2025, gemeente GoudaBij agendapunt: Busremise Tielweg 5, verklaring van geen bedenkingen7.340 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda

projectnummer

231676

Pagina 2 van 30

TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Auteur Controle en vrijgave Versie rapport

Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda 231676 M.A.W.M. Lautenschutz R.J.W. Huls Versienummer: Datum: Reden vervallen: 1.0 30 november Vigerende versie 2023

Paraaf vrijgave

OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres

Scherrenberg B.V. dhr. N. Veenendaal Overijsselhaven 5, 3433 PH NIEUWEGEIN

UITGEVOERD DOOR info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Almere Landdrostdreef 124 1314 SK Almere

Kantoor Hoogeveen Elbe 2 7908 HB Hoogeveen

Kantoor Groningen Friesestraatweg 213 A-D 9743 AD Groningen

036 82 00 397

0528 373 982

0596 633 355

Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties en sloopbegeleiding. Eco Reest BV is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van ecologisch onderzoek. Dit onderzoek en advies is tot stand gekomen onafhankelijk van de belangen van de opdrachtgever en derden. Eco Reest BV is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en is gemachtigd gebruik te maken van de ontheffingen en correspondentie met bevoegde gezagen van het Netwerk Groene Bureaus met betrekking tot Wet natuurbescherming. DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een quickscan Wet natuurbescherming dat is uitgevoerd ter plaatse van Tielweg 5 te Gouda, in opdracht van Scherrenberg B.V.. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen.

Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2023 Eco Reest BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Wijze van citeren: Eco Reest 2023 Gouda_231676_Tielweg 5_QS We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

Pagina 3 van 30

INHOUD 1.

INLEIDING ...................................................................................................................... 4

1.1 1.2 1.3

Aanleiding en doel ...................................................................................................................... 4 Wettelijk kader ........................................................................................................................... 4 Plangebied en voorgenomen ontwikkelingen .............................................................................. 5

2.

INVENTARISATIE EN EFFECTBEOORDELING ................................................................... 11

2.1 2.2 2.3

Bronnenonderzoek ................................................................................................................... 11 Veldinspectie ............................................................................................................................ 11 Toetsing .................................................................................................................................... 11

3.

EFFECTBEOORDELING GEBIEDSBESCHERMING .............................................................. 12

3.1 3.2 3.3

Natura 2000 .............................................................................................................................. 12 Natuurnetwerk Nederland ........................................................................................................ 14 Natuur buiten het NNN ............................................................................................................. 15

4.

EFFECTBEOORDELING SOORTENBESCHERMING ............................................................ 16

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

Flora ......................................................................................................................................... 16 Broedvogels .............................................................................................................................. 16 Vleermuizen ............................................................................................................................. 17 Grondgebonden zoogdieren ...................................................................................................... 18 Amfibieën ................................................................................................................................. 19 Reptielen .................................................................................................................................. 20 Vissen ....................................................................................................................................... 20 Ongewervelden ........................................................................................................................ 20 Rode Lijst soorten ..................................................................................................................... 20

5.

CONCLUSIE EN ADVIES.................................................................................................. 22

5.1 5.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4 5.3.5 5.4

Gebiedsbescherming ................................................................................................................. 22 Soortenbescherming ................................................................................................................. 22 Advies en vervolgstappen ......................................................................................................... 23 Stikstofdepositie ............................................................................................................................. 23 Vleermuizen.................................................................................................................................... 23 Broedvogels .................................................................................................................................... 23 Natuurinclusief bouwen ................................................................................................................. 23 Zorgplicht ........................................................................................................................................ 24 Verantwoording ........................................................................................................................ 24

GERAADPLEEGDE BRONNEN.......................................................................................................... 25 BIJLAGEN 1 Overzicht vrijgestelde soorten provincie Zuid-Holland 2 Lijst vogels met jaarrond beschermde nesten 3 Uittreksel NDFF 4 Uittreksel NDFF Rode Lijst

Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

Pagina 4 van 30

1. INLEIDING In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en het doel van het onderzoek en het wettelijk kader. Daarnaast wordt ingegaan op de huidige situatie van het plangebied en de beoogde ontwikkeling.

1.1

Aanleiding en doel

Aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen herontwikkelingswerkzaamheden ter plaatse van Tielweg 5 te Gouda. Omdat de ontwikkeling negatieve gevolgen kan hebben op beschermde natuurwaarden, is het voornemen getoetst aan de natuurwet- en regelgeving. Het doel van de quickscan Wet natuurbescherming is inzicht verkrijgen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden als gevolg van het plan. Indien negatieve effecten niet zijn te voorkomen, wordt geadviseerd omtrent de vervolgstappen.

1.2

Wettelijk kader

Voor de bescherming van natuurwaarden is de Wet natuurbescherming (Wnb) van toepassing. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, beschermde soorten en houtopstanden. De volledige wetstekst is hier te vinden: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-07-01. Daarnaast is, in het kader van gebiedsbescherming, ook het Natuurnetwerk Nederland (NNN) relevant. Aangezien voor voorliggend plan geen bomen worden gekapt, is het aspect beschermde houtopstanden niet relevant. De quickscan gaat uitsluitend in op de onderdelen gebiedsbescherming (Natura 2000 en NNN) en soortenbescherming. Natura 2000 Hoofdstuk 2 van de Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bestaande uit Vogelen/of Habitatrichtlijngebieden. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor bescherming van habitattypen, habitats van soorten en leefgebieden van soorten en vogels. Vooraf is verplicht te beoordelen of plannen/projecten in of in de nabijheid van Natura 2000gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben. Als uit de beoordeling (voortoets) blijkt dat geen effecten optreden dan kan een plan worden vastgesteld of is een vergunning voor een project of handeling niet nodig. Zijn (significante) effecten niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling en/of een vergunning nodig.

Natuurnetwerk Nederland De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en uitgewerkt in provinciale verordeningen. Provincies wijzen gebieden aan die het NNN vormen. Via de provinciale verordeningen worden, in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden-, regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het NNN, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan, geldt een ‘nee, tenzij’-afweging. Dit houdt kortweg in dat significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet is toegestaan. Regels voor beoordeling van effecten op het NNN zijn vastgelegd in provinciale verordeningen. Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

Pagina 5 van 30

Soortenbescherming In hoofdstuk 3 van de Wnb is het onderdeel soortenbescherming is opgenomen. De beschermingsregimes ten aanzien van beschermde soorten zijn te onderscheiden in Vogelrichtlijnsoorten (art. 3.1 – 3.4), Habitatrichtlijnsoorten (art 3.5 – 3.9) en nationaal beschermde soorten (art 3.10 – 3.11). Daarnaast is in de Wnb een zorgplichtartikel (1.11) opgenomen ter bescherming van alle in het wild levende flora en fauna. De Wnb gaat uit van het ‘nee, tenzij’-principe. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van dit verbod kan onder voorwaarden worden afgeweken met een ontheffing of een vrijstelling. De provincie Zuid-Holland is bevoegd gezag voor het uitvoeren van de Wet natuurbescherming en heeft voor de implementatie een verordening opgesteld met daarin onder andere een lijst met de vrijgestelde soorten (zie bijlage 1). Rode lijst soorten Met de ingang van de Omgevingswet (januari 2024) dient aandacht besteed te worden aan activiteiten met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten. Deze regels gaan gelden in artikel 11.27 (specifieke zorgplicht soorten).

Hierbij dient voorafgaand van de activiteit nagegaan te worden of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid van rode lijst soorten, genoemd in bijlage IX of in rode lijsten, bedoeld in artikel 2.19 vierde lid, onder a, onder 4 van de Omgevingswet.

1.3

Plangebied en voorgenomen ontwikkelingen

Huidige situatie plangebied gebied Het plangebied is gelegen aan de Tielweg 5 te Gouda (figuur 1.1 en 1.2). Het betreft een braakliggend terrein waar voorheen een kantoorpand was gesitueerd. Deze is in juli 2021 gesloopt. Het plangebied is deels verhard met ruigtes langs de noord- en oostrand van het terrein. Tevens is kort voor het veldbezoek een klein gebouw gesloopt (figuur 1.8), waarna een zandhoop is achter gebleven (figuur 1.6). Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 15.000 m2. Het is gelegen op een bedrijventerrein in het noordwesten van Gouda. Circa 85 meter ten zuidwesten ligt het Gouwekanaal. Daarnaast ligt er een sloot aan de oostzijde van het terrein. Ook staan er bomenrijen aan de noord- en oostzijde. Figuur 1.3 tot en met 1.7 geven een impressie van het plangebied.

Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

Pagina 6 van 30

Figuur 1.1 Plangebied (rood omlijnd) (bron achtergrondkaart: ArcGIS).

Figuur 1.2 Plangebied (rood omlijnd) (bron achtergrondkaart: ArcGIS). Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

Pagina 7 van 30

Figuur 1.3 Plangebied gezien vanaf het noorden.

Figuur 1.4 Plangebied gezien vanaf het noorden. Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

Pagina 8 van 30

Figuur 1.5 Parkeerplaats op plangebied gezien vanaf het noorden.

Figuur 1.6 Plangebied gezien vanaf het zuiden. Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

Pagina 9 van 30

Figuur 1.7 Sloot ten oosten van het plangebied.

Figuur 1.8 Gebouw dat kort voor het veldbezoek is gesloopt (bron: Scherrenberg).

Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

Pagina 10 van 30

Voorgenomen ontwikkelingen De opdrachtgever is voornemens om een busterrein te ontwikkelen ter plaatse van het plangebied. Hiervoor is een wijziging van het bestemmingsplan nodig. Er worden parkeerplaatsen, fiets- & motorstalling en wasplaats gerealiseerd. Tevens is de opdrachtgever van plan een in- en uitrit aan de oostzijde van het plangebied te realiseren, deze zal over de sloot komen. De werkzaamheden worden gestart wanneer een voorlopige gunning wordt gegeven, bij voorkeur 2024. In figuur 1.9 zijn de voorgenomen ontwikkelingen weergegeven.

Figuur 1.9 Voorgenomen ontwikkelingen (bron: Scherrenberg).

Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

Pagina 11 van 30

2. INVENTARISATIE EN EFFECTBEOORDELING Het onderzoek heeft bestaan uit het raadplegen van beschikbare bestaande bronnen aangevuld met een veldinspectie van het plangebied.

2.1

Bronnenonderzoek

Voorafgaand aan het veldbezoek is gestart met een bureaustudie naar het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het plangebied en de nabije omgeving. Dit bronnenonderzoek heeft bestaan uit het op 6 november 2023 opvragen van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, 2023) van de afgelopen vijf jaar. Hierin is een overzicht opgevraagd van de ontheffingsplichtige soorten in de Wet natuurbescherming binnen een straal van 1 kilometer rond het plangebied. Zie voor het volledige overzicht bijlage 3: Uittreksel NDFF. Bij het gebruik is rekening gehouden met de juridische houdbaarheid van de gegevens (3-5 jaar). Oudere waarnemingen kunnen worden gebruikt om de ecologische potenties in te schatten. Verder is gebruik gemaakt van bestaande literatuurgegevens en verspreidingsatlassen (zie literatuurlijst). Uit het bronnenonderzoek komen de volgende relevante zoogdiersoorten naar voren: gewone dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, bever en waterspitsmuis. Daarnaast zijn waarnemingen van diverse vogelsoorten met een jaarrond beschermde nest/rustplaats bekend, waaronder de gebouwgebonden huismus en gierzwaluw (zie bijlage 3). Ten aanzien van gebiedsbescherming is aan de hand van (provinciale) kaartenviewers nagegaan of het plangebied in/nabij beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en/of het NNN) ligt.

2.2

Veldinspectie

Het bezoek is erop gericht om te beoordelen of in het plangebied en de directe omgeving potentiële leef- en groeiplaatsen van beschermde dier- en plantensoorten aanwezig zijn. De waargenomen beschermde soorten zijn vastgelegd. Het plangebied en de directe omgeving zijn onderzocht door een ecoloog van Eco Reest. Het veldbezoek vond overdag plaats op 8 november 2023. Tijdens de inventarisatie waren de omstandigheden als volgt: (droog, half bewolkt, windkracht 4 Bft, temperatuur 12°C).

2.3

Toetsing

Voor het onderdeel gebiedsbescherming (H3) is ten aanzien van Natura 2000 een voortoets uitgevoerd, waarin is beoordeeld of (significant) negatieve effecten op de beschermde waarden (instandhoudingsdoelen) van Natura 2000-gebieden zijn te verwachten, en of er een diepgaandere beoordeling noodzakelijk is. Voor de regels ten aanzien van het NNN is bepaald of mogelijk sprake is van negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN en of vervolgonderzoek nodig is. Voor het onderdeel soortenbescherming (H4) is op basis van het bronnenonderzoek en het veldbezoek beoordeeld welke beschermde soorten (mogelijk) aanwezig zijn. Vervolgens is op basis van het voornemen bepaald of en zo ja, welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten. Indien sprake is van negatieve effecten is advies gegeven over de te nemen vervolgstappen.

Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

Pagina 12 van 30

3. EFFECTBEOORDELING GEBIEDSBESCHERMING 3.1

Natura 2000

Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden betreffen ‘Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein’, ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’, ‘De Wilck’ en ‘Boezems Kinderdijk’, op respectievelijk ruim 4, 10, 13 en 14 kilometer afstand (zie figuur 3.1).

10,2 km 13,1 km 4,5 km

14,8 km

Figuur 3.1 Globale ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden (Bron: RIVM, 2023 - AERIUS Calculator).

Mogelijke effecten Op basis van de effectenindicator (Broekmeyer et al. 2014, 2006) kan de categorie ‘bedrijventerrein’ in relatie tot de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden mogelijk leiden tot: oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring (licht, geluid, optisch), trillingen en mechanische effecten (Synbiosys Alterra, 2023). Als aanvulling hierop kan ook sprake zijn van verzuring/vermesting als gevolg van stikstofdepositie. Effectbeoordeling Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied ligt, is er geen sprake van direct negatieve effecten zoals oppervlakteverlies, versnippering en mechanische effecten. De mogelijke effecten beperken zich zodoende tot externe werking.

Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

Pagina 13 van 30

Op basis van bekende verstoringsafstanden tot maximaal 1.500 meter (Vegte et al., 2014; Broekmeyer et al. 2014 en Krijgsveld et al., 2008) en de afstanden tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (circa vier kilometer), is geen sprake van (tijdelijke) verstoring op Natura 2000gebieden. Eventuele trillingen hebben gezien het geringe trillingseffect van circa 50 meter (Gemeente Utrecht, 2003) geen effect op de verder gelegen Natura 2000-gebieden. De realisatiefase en het toekomstig gebruik kunnen zorgen voor extra stikstofdepositie. De overige effecten verontreiniging en verdroging zijn gezien de uitvoeringswijze niet aan de orde. Ook ontbreken ecologische relaties tussen het plangebied en Natura 2000-gebieden. De aangewezen doelsoorten van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn gebonden aan specifieke biotopen (Min LNV, 2023). De doelsoorten van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein) zijn voornamelijk gebonden aan open water en akkers- en natte graslanden. Dergelijke biotopen zijn niet binnen en in de directe omgeving van het plangebied aanwezig. Gezien de habitateisen van de doelsoorten en de terreinkenmerken van het plangebied (binnen bebouwd gebied en nabij verstoringsbronnen zoals wegen) worden de doelsoorten niet binnen en in de directe omgeving van het plangebied verwacht.

Er is zodoende geen sprake van (tijdelijke) verstoring op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van gebouwbewonende meervleermuis (doelsoort Oostelijke Vechtplassen) kunnen verblijfplaatsen binnen het plangebied tevens worden uitgesloten, aangezien er geen (geschikte) bebouwing aanwezig is binnen plangebied (zie figuur 4.1). Vervolgstappen ten aanzien van meervleermuis zijn zodoende niet aan de orde. Effecten stikstofdepositie Door de voorgenomen ontwikkeling kan in de realisatie- en/of de gebruiksfase stikstofdepositie ontstaan. Emissie van stikstofoxiden ontstaat onder andere door verbranding van fossiele brandstoffen, in het verkeer of door inzet van mobiele machines. Stikstofdepositie kan tot vele kilometers ver reiken en negatieve (verzurende/vermestende) effecten hebben op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied (Oostelijke Vechtplassen) ligt op circa 11,3 kilometer afstand (figuur 3.2). Gezien de afstand tot stikstofgevoelige habitattypes kunnen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden door stikstofdepositie niet op voorhand worden uitgesloten. Geadviseerd wordt om een AERIUS-berekening te maken om te bepalen of er sprake is van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypes als gevolg van de uitvoering van dit plan.

Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

Pagina 14 van 30

11,3 km

Figuur 3.2 Globale ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied (paars) (Bron: RIVM, 2023 - AERIUS Calculator)

3.2

Natuurnetwerk Nederland

Ligging plangebied t.o.v. het NNN Op de kaart in figuur 3.3 is te zien dat het plangebied niet binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 1 kilometer afstand. Effectbeoordeling Gezien de ruime afstand (>1 kilometer), de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling en het tussenliggende bebouwde gebied dat een afschermde werking heeft, is geen sprake van aantasting van wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde.

Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

Pagina 15 van 30

1,1 km

Figuur 3.3 Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van het NNN (groen) (Bron: Provincie Zuid-Holland, 2023).

3.3

Natuur buiten het NNN

In het ruimtelijk beleid van provincie Zuid-Holland is naast bescherming van natuur binnen het NNN ook aandacht voor bescherming van natuur buiten het NNN, namelijk belangrijke weidevogelgebieden (Provincie Zuid-Holland, 2023). Het dichtstbijzijnde belangrijke weidevogelgebied ligt op 1 kilometer afstand (figuur 3.4). Negatieve effecten ten opzichte van natuur buiten het NNN kunnen dan ook worden uitgesloten

1 km

Figuur 3.4 Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van belangrijke weidevogelgebieden (groen) (Bron: Provincie Zuid-Holland, 2023).

Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

Pagina 16 van 30

4. EFFECTBEOORDELING SOORTENBESCHERMING 4.1

Flora

De veldinspectie is uitgevoerd buiten het bloeiseizoen van vele soorten planten. Desondanks is er op basis van de terreinkenmerken en aangetroffen soorten een goed beeld verkregen van de potentie voor beschermde soorten. Gedurende de veldinspectie zijn geen beschermde soorten waargenomen. Het plangebied is deels verhard, afgezien van de ruigte aan de noord- en oostzijde en wat losse stukjes begroeiing (figuur 4.1). Deze ruigte bestaat uit soorten zoals braam, kamille, schietwilg, hedera, zwarte nachtschade, kleefkruid, teunisbloem en fijnstraal. Ten noorden en oosten staan tevens bomenrijen, met aan de oostzijde voornamelijk jonge bomen. Beschermde flora wordt op basis van de terreinkenmerken (verharding) en de bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van flora zijn niet aan de orde.

Figuur 4.1 Ruigte aan de noordzijde plangebied.

4.2

Broedvogels

De veldinspectie is uitgevoerd buiten het broedseizoen van vogels. Broedende vogels zijn daardoor niet waar te nemen. Desondanks kan er op basis van de veldinspectie een goed beeld verkregen worden van geschiktheid voor vogelsoorten. Soorten met een jaarrond beschermd nest (categorie 1-4) Binnen het plangebied is geen bebouwing aanwezig. Het plangebied is daarmee ongeschikt als potentiële nestlocatie voor vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn, zoals Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

Pagina 17 van 30

gierzwaluw en huismus. Ook in de gebouwen rondom het plangebied ontbreken geschikte openingen voor deze soorten. Slechtvalk zou tot broeden kunnen komen op hogere gebouwen rondom het plangebied. Deze worden met de voorgenomen plannen niet aangetast. Vogel zoals roek zouden mogelijk in de bomen rondom het plangebied kunnen broeden. Deze bomen hadden op het moment van de veldinspectie geen nesten, daarnaast worden deze (in ieder geval grote) bomen niet aangetast. Het plangebied en directe omgeving is daarmee ongeschikt voor de in de nabijheid bekende categorie 1-4 soorten (NDFF, 2023). Vervolgstappen ten aanzien van soorten met jaarrond beschermde nesten zijn niet aan de orde. Overige soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 5) Soorten van categorie 5 zijn honkvaste broeders, maar doorgaans voldoende flexibel om elders een nest te bouwen. Indien sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen zijn nesten van categorie 5 ook jaarrond beschermd. Binnen het plangebied is geen geschikt habitat om te broeden voor deze categorie soorten. Ekster zou eventueel tot broeden kunnen komen in de bomen aan de noord- en oost van het plangebied. Deze worden met de voorgenomen werkzaamheden niet aangetast. Tijdens de veldinspectie zijn tevens geen nesten aangetroffen.

Voor de in de nabijheid bekende categorie 5 soorten (NDFF, 2023) zijn in de omgeving van het plangebied daarnaast voldoende alternatieven aanwezig, zoals de het Groenhovenpark ten noordoosten van het plangebied. Vervolgstappen ten aanzien van soorten met jaarrond beschermde nesten zijn niet aan de orde. Soorten zonder jaarrond beschermd nest De bomenrijen ten noorden en oosten van het plangebied biedt geschikte broedgelegenheid voor broedvogels zonder jaarrond beschermd nest, zoals merel en duif. Deze worden niet aangetast met de voorgenomen werkzaamheden. Grond broedende vogels zouden tot broeden kunnen komen in de ruigtes langs de noord- en oostzijde van het plangebied. Door deze begroeiing kort te houden kan dit worden voorkomen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Ieder nest is beschermd vanaf het moment van aanbouw tot het laatste kuiken is uitgevlogen.

4.3

Vleermuizen

Gebouwbewonende vleermuizen kunnen via nauwe openingen van circa 1,5 centimeter (dwergvleermuizen) tot 2,5 cm hun verblijfplaats kruipend bereiken. De verblijfplaatsen kunnen zich bevinden in spouwmuren, achter gevelbetimmering, daklijsten en vensterluiken, onder dakpannen, spleten en nissen in muren, et cetera (Dietz et al., 2011). Boombewonende vleermuizen hebben hun verblijfplaats in holtes, spleten of loszittende schorsdelen. Verblijfplaatsen Vanwege de afwezigheid van bebouwing en holtes, spleten of loszittende schorsdelen in de bomen rondom het plangebied, wordt aanwezigheid van potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van verblijfplaatsen van vleermuizen zijn niet aan de orde. De gebouwen rondom het plangebied zijn wel potentieel geschikt voor vleermuisverblijfplaatsen. Er zijn open stootvoegen aanwezig die toegang bieden tot een mogelijke verblijfplaats in de spouw (figuur 4.2). De gebouwen worden met de voorgenomen ontwikkelingen niet aangetast. Er moet echter wel rekening gehouden worden met het niet verstoren van eventuele aanwezige vleermuizen. Dit betekent dat er bijvoorbeeld geen kunstlicht gebruikt mag worden dat schijnt op deze potentiële verblijfplaatsen.

Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

Pagina 18 van 30

Figuur 4.2 Gebouw met open stootvoegen ten westen van plangebied.

Vliegroute De gebouwen rondom het plangebied en de bomenrijen ten noorden en oosten van het plangebied vormen lijnvormige elementen die als vliegroute kunnen worden gebruikt door vleermuizen. Bij de werkzaamheden worden deze mogelijke vliegroutes niet aangetast. Het plangebied zelf vormt geen lijnvormig element. Zolang de werkzaamheden overdag plaatsvinden, is er geen sprake van lichtverstoring. Vervolgstappen ten aanzien van vliegroutes van vleermuizen zijn zodoende niet aan de orde. Foerageergebied De omgeving van het plangebied kan onderdeel uitmaken van het van het foerageergebied van in de omgeving voorkomende soorten vleermuizen, zoals de bomenrijen ten noorden en oosten van het terrein (NDFF, 2023). Zolang de werkzaamheden overdag plaatsvinden (geen sprake van lichtverstoring) en de omgeving na ontwikkeling voldoende geschikt blijven als foerageergebied is verder onderzoek naar het voorkomen van foerageergebieden van vleermuizen niet noodzakelijk.

4.4

Grondgebonden zoogdieren

Bever Bever is in de omgeving van het plangebied bekend (NDFF, 2023). De bever komt voor in overgangsgebieden tussen land en water zoals in moerassen, langs beken, rivieren en meren. De bever heeft een voorkeur voor rustige rivieren en meren omzoomd door broekbossen. De aanwezigheid van bossen op de oevers is een vereiste (open of rotsige oevers worden gemeden). Er is geen voorkeur voor stromend of stilstaand water, maar een waterdiepte van minimaal 50 cm is een vereiste. Afhankelijk van de hoogte van de oever en het voorkomen van stilstaand of stromend water bouwt de bever zijn burcht in of op de oever of in het water en bouwt hij al dan niet dammen (Zoogdiervereniging1, 2023). De bever wordt niet verwacht in de sloot ten oosten van het plangebied Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

Pagina 19 van 30

(figuur 1.7). De oever heeft te weinig beschutting en maar een aantal bomen. Tevens is het direct gelegen aan een weg, waardoor er veel verstoring aanwezig is. Het nemen van vervolgstappen is zodoende niet aan de orde. Waterspitsmuis Waterspitsmuis is in de omgeving van het plangebied bekend (NDFF, 2023). De waterspitsmuis komt voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij snel stromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers (Zoogdiervereniging2, 2023). Hij komt voor bij beken, rivieren, sloten, plassen en daar waar grondwater opwelt. De waterspitsmuis komt alleen daar voor waar bodembedekkende vegetatie aanwezig en waar binnen een straal van 500 meter water is te vinden. Bovendien moet er in de oevers voldoende schuilmogelijkheid zijn waar de waterspitsmuis zich kan terugtrekken om zijn prooien op te eten. Waterspitsmuis is daarnaast een schuwe soort. Waterspitsmuis wordt niet verwacht in de sloot ten oostelijk van het plangebied (figuur 1.7). De sloot is direct gelegen aan een weg. Daarbij is de begroeiing aan deze kant van de Waterspitsmuissloot minimaal, waardoor hier veel verstoring optreedt. Het nemen van vervolgstappen is zodoende niet aan de orde. Marterachtige Marterachtige zoals steenmarter en bunzing worden niet veracht binnen het plangebied.

Hoewel er ruigtes aanwezig zijn, zijn deze beperkt en omgeven door verharding. Tevens is er veel verstoring aanwezig aan de noordzijde door de weg. Het nemen van vervolgstappen is zodoende niet aan de orde. Overige grondgebonden zoogdieren met een provinciale vrijstelling In het plangebied zouden exemplaren van algemene grondgebonden zoogdiersoorten zoals egel en huisspitsmuis aangetroffen kunnen worden. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Zuid-Holland vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming (zie bijlage 1), waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is. Wel geldt ten alle tijden de zorgplicht.

4.5

Amfibieën

De rugstreeppad is een typische pionierssoort (Ravon2, 2023). De soort houdt van terrein met een hoge natuurlijke of door mensen ingebrachte dynamiek. Braakliggende bouwterreinen, groeven en zand- en kleiafgravingen, (rivier)duinen en uiterwaarden vormen een ideaal leefgebied voor de rugstreeppad. Door gebrek aan dynamiek in natuurgebieden is het voorkomen van de soort in Nederland sterk afhankelijk van menselijk ingrepen. Regenplassen en sporen van zware voertuigen waar regenwater in is blijven staan, vormen ideaal voorplantingswater. Tijdens de veldinspectie waren er op het terrein plassen water aanwezig. Het had de hele week geregend, waardoor de plassen tijdelijk van aard zijn. Tevens is er een hoop zand aanwezig. Deze hoop zand is kort voor het veldbezoek gerealiseerd, waardoor rugstreeppad dit niet als winterrusthabitat gebruikt. Vervolgstappen ten aanzien van rugstreeppad zijn niet aan de orde. Overige amfibieën zoogdieren met een provinciale vrijstelling Binnen het plangebied kunnen algemene soorten, zoals gewone pad voorkomen. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele exemplaren van deze amfibiesoorten geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Zuid-Holland vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming (zie bijlage 1), waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze amfibieën niet aan de orde is.

Wel geldt te allen tijde de zorgplicht (zie 5.3.5). Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

Pagina 20 van 30

4.6

Reptielen

De ringslang is gebonden aan waterrijke habitats, veelal gelegen op zandgronden en overgangen van zandgrond naar veen- en kleigronden. De meest geschikte leefgebieden bestaan uit een combinatie van loofbos, tuin, grasland, water, hagen, bosschages en stenen muurtjes. De winterperiode brengt de ringslang in rust door in een winterverblijfplaats. Deze winterverblijfplaatsen bevinden zich onder andere in holtes tussen boomwortels en onder boomstammen, houtstappels, composthopen, bladhopen, hooibergen en hooiopslag in schuren. De broedplaatsen van de ringslang bevinden zich voornamelijk in bladhopen, composthopen, paardenmesthopen en hooimijten (Ravon1, 2023). Deze type habitats zijn niet aanwezig binnen het plangebied. Ook andere reptielen niet verwacht vanwege hun habitat eisen (heide, duinen en natte graslanden)). Vervolgstappen ten aanzien van ringslang en andere reptielen zijn niet aan de orde.

4.7

Vissen

Aan de oostzijde van het plangebied ligt een stilstaande sloot (figuur 1.7). De opdrachtgever is voornemens hier een in- en uitrit overheen te realiseren, hierdoor zal de sloot onderbroken worden. De beschermde vissoorten beekdonderdpad, beekrpik, elrits en gestippelde alver leven in wateren met matig tot snelstromende wateren. De grote modderkruiper heeft een voorkeur voor verlandende wateren in laag dynamische overstromingsvlakten en moerasgebieden. De kwabaal is afhankelijk van wateren met plaatsen waar koel en zuurstofrijk water aanwezig is (Ravon3, 2023). Al deze type wateren zijn niet aanwezig binnen het plangebied. Daarnaast zijn er geen beschermde vissoorten bekend in de omgeving (NDFF, 2023). Voor het realiseren van de in- en uitrit moet er voor gezorgd worden dat de sloot in verbinding blijft staan met beide delen. Hierdoor zal een duiker moeten worden aangebracht. Verdere vervolgstappen ten aanzien van vissen zijn niet aan de orde.

4.8

Ongewervelden

Alle libellen zonder provinciale vrijstelling komen voor rond stomend en/of helderwater met ontwikkelde water-/oevervegetatie, dit is niet aanwezig binnen het plangebied. Op het terrein staat de teunisbloem. Dit is een waardplant van de teunisbloempijlstaart. Deze vlindersoort komt voor op open plekken in vochtige bossen, bosranden (Vlinderstichting, 2023). Dit habitat is niet aanwezig binnen het plangebied en deze soort wordt zodoende niet verwacht. De andere ongewervelde soorten zonder provinciale vrijstelling komen voor in helder water met een goed ontwikkelde watervegetatie (platte schijfhoorn), wateren in kalkrijke duinen (nauwe korfslak), helderen wateren met moeraszegge (zegge-korfslak) of oude eikenbossen (vliegend hert). Gezien deze type habitats niet aanwezig zijn binnen het plangebied kunnen ook deze soorten worden uitgesloten.

4.9

Rode Lijst soorten

Bij ingang van de omgevingswet in januari 2024, geldt ook voor Rode Lijst soorten een specifieke zorgplicht (artikel 11.27 Bal). Het plangebied bestaat uit een verhard terrein gelegen aan een weg. Vlinders worden gezien de afwezigheid van waardplanten en de terreinkenmerken niet verwacht. Het terrein is vrijwel volledig verhard afgezien van een kleine stukjes begroeiing. Rode lijst soorten flora en schimmels worden Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

Pagina 21 van 30

zodoende niet verwacht. Tevens is er niet veel begroeiing aanwezig. Hierdoor worden haas, hermelijn en konijn tevens niet verwacht. Vervolgstappen ten aanzien van Rode lijst soorten zijn niet aan de orde.

Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

Pagina 22 van 30

5. CONCLUSIE EN ADVIES 5.1

Gebiedsbescherming

Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van gebiedsbescherming wordt het volgende geconcludeerd: Natura 2000 Het plangebied ligt buiten Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde gebied ligt op ruim 4 kilometer afstand. Vanwege deze afstand, de potentiële effecten, bekende dosis-effectrelaties en de aard/omvang van de voorgenomen ontwikkeling, zijn negatieve effecten, met uitzondering van stikstofdepositie, op voorhand uitgesloten. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ligt op ruim 11 kilometer afstand. Geadviseerd wordt een AERIUS-berekening voor realisatie- en gebruiksfase te maken om inzichtelijk te maken of sprake is van (toename van) stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (en natuur buiten het NNN). Het voorgenomen plan heeft gezien de afstand tot deze gebieden (>1 kilometer), de tussenliggende bebouwing die een afschermde biedt en de aard en omvang van de plannen geen effect op deze gebieden. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde.

5.2

Soortenbescherming

Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van soortenbescherming wordt het volgende geconcludeerd:     

Jaarrond beschermde nesten, zoals van huismus en gierzwaluw, worden uitgesloten binnen het plangebied vanwege de afwezigheid van bebouwing. In de directe omgeving kunnen wel algemene vogelsoorten tot broeden komen, deze nesten zijn in het broedseizoen beschermd tot het laatste kuiken is uitgevlogen. Grondbroedende vogels zouden in de ruigtes binnen het plangebied tot broeden kunnen komen. Dit dient voorkomen te worden door deze begroeiing kort te houden. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn uitgesloten binnen het plangebied, vanwege het ontbreken van bebouwing en holten, spleten en loszittend schors in de aanwezige bomen. Verblijfplaatsen van vleermuizen zouden wel aanwezig kunnen zijn in de gebouwen rondom het plangebied. Er moet rekening worden gehouden dat deze eventuele verblijfplaatsen niet worden verstoord en de functionaliteit niet hiervan niet wordt aangetast. Hier moet met de inrichting van het te ontwikkelen terrein rekening mee worden gehouden. Mogelijk vormt de omgeving van het plangebied onderdeel van een vliegroute en foerageergebied. Dit wordt niet aangetast met de voorgenomen ontwikkelingen. Zolang er uitsluitend overdag wordt gewerkt (geen lichtverstoring) zijn vervolgstappen niet aan de orde.

Groei- en verblijfplaatsen van beschermde flora, grondgebonden zoogdieren, vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden zijn gezien de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. In het plangebied zijn enkele algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren te verwachten. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van de verbodsartikelen.

Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

Pagina 23 van 30

5.3

Advies en vervolgstappen

5.3.1 Stikstofdepositie Geadviseerd wordt een AERIUS-berekening voor de realisatie- en gebruiksfase te maken om inzichtelijk te maken of sprake is van (toename van) stikstofdepositie op Natura 2000-gebied(en). Afhankelijk van de uitkomsten van de berekening zijn vervolgstappen aan de orde. Voor ontwikkelingen waarbij is aangetoond dat er géén sprake is van (toename van) stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (<0,00 mol/ha/jr), is geen vergunning nodig. In dat geval kan het plan worden uitgevoerd zonder verdere vervolgstappen met betrekking tot de Wet natuurbescherming, onderdeel Natura 2000. Voor ontwikkelingen waarbij de depositie >0,00 mol/ha/jaar is, zijn significant negatieve effecten niet op voorhand uitgesloten en zijn vervolgstappen zoals een nadere ecologische beoordeling (voortoets stikstof), saldering en/of een vergunning aan de orde.

5.3.2 Vleermuizen Het gebouwen rondom het plangebied zijn potentieel geschikt voor vleermuisverblijfplaatsen. Zowel tijdens de werkzaamheden als bij het te realiseren plan moet rekening worden gehouden dat de verblijfplaatsen niet worden verstoord en dat hun functionaliteit niet verloren gaat. Dit kan worden voorkomen door geen kunstlicht te schijnen op de potentiële in- en uitvliegopeningen en door geen objecten (steigers, nieuwe bouwwerken) hiervoor te plaatsen.

5.3.3 Broedvogels In de directe omgeving van het plangebied kunnen diverse (niet jaarrond beschermde) vogels tot broeden komen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen maart en september worden aangehouden als broedseizoen. Dit is echter afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden. Indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden, wordt geadviseerd voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcheck uit te laten voeren om vast stellen of binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden broedvogels aanwezig zijn. Indien deze afwezig zijn, kunnen werkzaamheden doorgang vinden.

Indien bij de controle in gebruik zijnde nesten van vogels, of in aanbouw zijnde nesten worden aangetroffen, dient een zorgvuldige werkwijze worden bepaald of dienen de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest niet meer in gebruik is. Tevens dient de begroeiing op het terrein kort gehouden te worden, zodat eventuele grondbroedende vogels zich niet gaan vestigen.

5.3.4 Natuurinclusief bouwen Het te herontwikkeling plangebied met de in te richten buitenruimte biedt mogelijkheden voor het realiseren van extra foerageergebied voor vleermuizen, door bijvoorbeeld het aanbrengen van groenstructuren. Tevens kunnen er lijnvormige elementen aangebracht worden, zodat vliegroutes voor vleermuizen versterkt worden. Ook kan biodiversiteit verhoogd worden door het aanbrengen van groene daken, bijvoorbeeld op de fietsenstalling. Er zijn vele mogelijkheden. Geadviseerd wordt in een vroeg stadium van de planvorming een ecoloog te betrekken om mee te denken bij een

Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

Pagina 24 van 30

natuurinclusieve invulling met faunavoorzieningen in de realiseren bebouwing en een ecologische meerwaarde in de buitenruimte.

5.3.5 Zorgplicht Wij merken op dat te allen tijde de zorgplicht blijft gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend. Opgemerkt wordt dat binnen en rond het projectgebied enkele algemene zoogdieren en amfibieën zouden kunnen voorkomen. Er wordt geadviseerd om tijdens de werkzaamheden met zorg voor deze grondgebonden soorten te werk te gaan. Dit kan door bijvoorbeeld één richting op te werken om de dieren niet in te sluiten, standaard rijroutes te gebruiken om zo min mogelijk vegetatie te beschadigen, stapvoets te rijden om verkeersslachtoffers te voorkomen en uitsluitend overdag te werken.

5.4

Verantwoording

De conclusies en adviezen zijn van toepassing op de door de opdrachtgever aangegeven en in hoofdstuk 1.3 beschreven werkzaamheden en onder de voorwaarden en uitgangspunten genoemd in het document (en overige communicatie met de opdrachtgever). Indien deze wijzigen of er ook andere werkzaamheden worden uitgevoerd, dient er een herbeoordeling plaats te vinden. De initiatiefnemer of opdrachtgever is verantwoordelijk voor het gebruik van de rapportage. Eco Reest BV aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid voor de inhoud, interpretaties of conclusies indien gebruik wordt gemaakt van deelaspecten van deze rapportage, zonder verwijzing naar de volledige rapportage. Bovendien aanvaardt Eco Reest BV geen aansprakelijkheid voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en fauna.

Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

Pagina 25 van 30

GERAADPLEEGDE BRONNEN Literatuur / documenten Broekmeyer, M.E.A. et al. (2014). Update effectenindicator Natura 2000. Wageningen, Alterra, voorjaar 2014. Broekmeyer, M.E.A. (redactie) (2006). Effectenindicator Natura 2000-gebieden; achtergronden en verantwoording ecologische randvoorwaarden en storende factoren. Wageningen, Alterra, Alterrapport 1375, oktober 2006. Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill (2011): Vleermuizen; Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika, De Fontein / Tirion Uitgevers B.V., Utrecht. Gemeente Utrecht (2003). Handhaafinstructie - Trillingen bij heien . Afdeling bouwbeheer, januari 2003 Krijgsveld, K.L., R.R. Smits en J. van der Winden (2008). Verstoringsgevoeligheid van vogels - Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie. 23 december 2008. Krijgsveld, K.L., R.R. Smits en J. van der Winden (2022). Verstoringsgevoeligheid van vogels - Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie. Netwerk Groene Bureaus, werkgroep 'Standaarden en protocollen' (2017). Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, versie juli 2017. Vegte, F, van der, J. Bosman & D. Logemann (2014). Effectafstanden Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. Arcadis, 18 februari 2014. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2021). Vleermuisprotocol 2021, januari 2021.

Internet Ministerie van LNV (2023). Natura 2000-gebieden. Geraadpleegd op 7 november 2023, van https://www.natura2000.nl/ Nationale Databank Flora en Fauna. Geraadpleegd (2023). Geraadpleegd op 7 november 2023, van www.NDFF.nl1 Overheid (2021). Wetstekst Wet natuurbescherming. Geraadpleegd op 7 november 2023, van https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2020-01-01. Ravon1 (2023). Ringslang. Geraadpleegd op 7 november 2023, van https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/ringslang Ravon2 (2023). Rugstreeppad. Geraadpleegd op 7 november 2023, van https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/rugstreeppad

1

In dit rapport worden gegevens gebruikt welke (deels) afkomstig zijn uit de NDFF. Deze mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

Pagina 26 van 30

Ravon3 (2023). Vissen. Geraadpleegd op 7 november 2023, van https://www.ravon.nl/vissen Ruimtelijkeplannen (2023). Het landelijke portaal voor ruimtelijke plannen. Geraadpleegd op 7 november 2023, van https://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/index RIVM (2023). AERIUS Calculator, versie 2021. Geraadpleegd op 7 november 2023, van https://calculator.aerius.nl/calculator/ RVO (2021). Indicatieve lijst jaarronde beschermde vogelnesten van, https://www.rvo.nl/sites/default/files/2021/04/Lijst-jaarrond-beschermde-vogelnesten.pdf Synbiosys Alterra (2023). Effectenindicator. Geraadpleegd op 7 november 2023, van https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&tab=1 Vlinderstichting (2023). Theunisbloempijlstaart. Geraadpleegd op 13 november 2023, van https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/teunisbloempijlstaart Zoogdiervereniging (2023). Bever. Geraadpleegd op 7 november 2023, van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/bever Zoogdiervereniging (2023). Waterspitsmuis. Geraadpleegd op 7 november 2023, van https://www.zoogdiervereniging.nl/~zoogdier/zoogdiersoorten/waterspitsmuis

Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

BIJLAGE 1 OVERZICHT VRIJGESTELDE SOORTEN PROVINCIE ZUID-HOLLAND Vrijgestelde soorten (artikel 3.10 eerste lid, onderdeel c) Provincie Zuid-Holland o.b.v. bijlage IIIF van Omgevingsverordening Zuid-Holland. Zoogdieren

Aardmuis (Microtus agrestis) Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Bunzing (Mustela putorius) Dwergmuis (Micromys minutus) Dwergspitsmuis (Sorex minutus) Egel (Erinaceus europaeus) Gewone bosspitsmuis (Sorex araneus) Haas (Lepus europeus) Hermelijn (Mustela erminea) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Konijn (Oryctolagus cuniculus) Ondergrondse woelmuis (Clethrionomys glareolus) Ree (Capreolus capreolus) Rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus) Tweekleurige bosspitsmuis (Sorex coronatus) Veldmuis (Microtus arvalis) Vos (Vulpes vulpes) Wezel (Mustela nivalis) Woelrat (Arvicola terrestris) Amfibieën Bruine kikker (Rana temporaria) Gewone pad (Bufo bufo) Kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris) Meerkikker (Pelophylax ridibundus) Middelste groene kikker/bastaard kikker (Pelophylax kl. Esculentus) Bron: Provincie Zuid-Holland (2019). Omgevingsverordening Zuid-Holland – Bijlage III-F Andere beschermde soorten als bedoeld in artikel 3.63, tweede lid.

Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

BIJLAGE 2 LIJST VOGELS MET JAARROND BESCHERMDE NESTEN PROVINCIE ZUID-HOLLAND Nederlandse naam

Categorie*

Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Oehoe Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw

4 4 2 3 4 2 3 3 3 4 2 3 4 1 4 4

Nederlandse naam

Categorie*

Blauwe reiger 5 Boerenzwaluw 5 Bonte vliegenvanger 5 Boomklever 5 Boomkruiper 5 Bosuil 5 Brilduiker 5 Draaihals 5 Eidereend 5 Ekster 5 Gekraagde roodstaart 5 Glanskop 5 Grauwe vliegenvanger 5 Groene specht 5 Grote bonte specht 5 Hop 5 Huiszwaluw 5 IJsvogel 5 Kleine Bonte specht 5 Kleine vliegenvanger 5 Koolmees 5 Kortsnavelboomkruiper 5 Oeverzwaluw 5 Pimpelmees 5 Raaf 5 Ruigpootuil 5 Spreeuw 5 Tapuit 5 Torenvalk 5 Zeearend 5 Zwarte kraai 5 Zwarte mees 5 Zwarte roodstaart 5 *Toelichting categorieën: Zwarte specht 5 Categorie 1: Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil). Categorie 2: Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus). Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk bebouwing. Categorie 3: Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk).

Categorie 4: Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Categorie 5: Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze soorten vragen extra onderzoek, ook al zijn hun nesten niet jaarrond beschermd. Bron: RVO, 2021

Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

BIJLAGE 3 UITTREKSEL NDFF Beschermde soorten* binnen één kilometer van het plangebied.

Soort Vogels Blauwe reiger Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomkruiper Boomvalk Bosuil Buizerd Ekster Gekraagde roodstaart Gierzwaluw Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Koolmees Oeverzwaluw Ooievaar Pimpelmees Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Spreeuw Tapuit Torenvalk Wespendief Zeearend Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte wouw Vleermuizen Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Rosse vleermuis

Zoogdieren Bever Waterspitsmuis Overig Ringslang Rugstreeppad

*Habitatrichtlijnsoorten, soorten met jaarrond beschermde nesten en provinciaal beschermde soorten. (Bron: NDFF, 2023)

Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

BIJLAGE 4 UITTREKSEL NDFF RODE LIJST SOORTEN Rode lijst soorten* binnen één kilometer van het plangebied.

Soort Vogels Blauwe kiekendief Gele kwikstaart Graspieper Grote lijster Grote mantelmeeuw Grutto Keep Kemphaan Kleine zilverreiger Kneu Koekoek Kraanvogel Kramsvogel Kwak Middelste zaagbek Nachtegaal Oeverloper Paapje Patrijs Pijlstraat Porseleinhoen Roerdomp Slobeend Smient Snor Spotvogel Tureluur Veldleeuwerik Visdief Watersnip Wielewaal Wintertaling Woudaap Wulp Zomertaling Zomertortel Zwarte stern

Zoogdieren Haas Hermelijn Konijn Insecten Bruin blauwtje Leptocerus Vaatplanten Beemdkroon Bevertjes Bolderik Gele kornoelje Gewone agrimonie Kleine ratelaar Korenbloem Zomerklokje Overig Groene schorssteel Groene schotelkorst Gebundelde champignonparasol Genavelde tonnetje

*Rode Lijst soorten (Bron: NDFF, 2023)

Quickscan Wet natuurbescherming Tielweg 5 te Gouda (kenmerk: 231676 v1.0)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=4a6854a0-cdae-4732-8a86-bfc14b4bc6e1