Bijlage 1.15 Rapport onderzoek externe veiligheid Tielweg 5
Tekst van het document
RAPPORTAGE onderzoek externe veiligheid Tielweg 5 Gouda
Rapport onderzoek externe veiligheid Tielweg 5, Gouda Opdrachtgever
Baakk Bouw & Beheer Weg en Bos 37 2661 DL Bergschenhoek
1
Rapportnummer
25258.001
Versienummer
D4
Status
Definitief
Datum
4 december 2024
Opsteller1
De heer Q. Duong, BEng
Kwaliteitscontrole
De heer ing. M. de Loos
Vrijgave
In onze rapportages wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. Conform protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem wordt het rapport aantoonbaar vrijgegeven.
CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteitsen milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Daarnaast staat veilig werken bij Econsultancy voorop en zijn we gecertificeerd voor VCA*.
Al onze rapportages worden opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet en NEN normen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. In het kader van de AVG dient, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, bijlagen met kadastrale uittreksels en namen van opdrachtgevers, door de publicerende instantie, verwijderd dan wel zwart gelakt te worden. RECHTEN Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................................. 1
2
BELEID EN REGELGEVING .......................................................................................................................... 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
3
INVENTARISATIE OMGEVING PLANGEBIED ............................................................................................... 6 3.1 3.2 3.3
4
Hogedruk aardgastransportleiding ................................................................................................ 6 Transport ........................................................................................................................................ 7 Inrichtingen .................................................................................................................................... 8 Risicobronnen in de omgeving van het plangebied ....................................................................... 8 Risicobron binnen het plangebied ................................................................................................. 8
BEPERKTE VERANTWOORDING GROEPSRISICO’S...................................................................................... 9 4.1 4.2
4.3 5
Wet- en regelgeving ....................................................................................................................... 2 Plaatsgebonden risico .................................................................................................................... 2 Groepsrisico ................................................................................................................................... 2 Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) ............................................................................. 2 Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Regeling Basisnet ........................................ 3 Verantwoordingsplicht ................................................................................................................... 4 Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) ................................................................................. 5 Beleidsvisie externe veiligheid Gouda............................................................................................ 5
Analyse van scenario’s ................................................................................................................... 9 Zelfredzaamheid ............................................................................................................................ 9 Spoorlijn Gouda – Rotterdam en rijksweg A12 .............................................................................. 9 Elektrische bussen ........................................................................................................................ 10 Preventie, beheersing en bestrijding ........................................................................................... 10
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................................................ 11
25258.001
1
INLEIDING
De initiatiefnemer is voornemens een busremise te realiseren aan de Tielweg 5 te Gouda. De locatie biedt ruimte voor het stallen en laden van 34 elektrische bussen en 43 parkeerplaatsen voor personenauto’s. Tevens worden er modulaire units, een wasstraat en een fietsenstalling gerealiseerd. Ten behoeve van het voorgenomen plan heeft Econsultancy een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. In onderhavig onderzoek worden de risico’s rondom het plangebied beschouwd en worden de mogelijke scenario’s inzichtelijk gemaakt. In figuur 1.1 is de situering van het plangebied weergegeven.
Figuur 1.1 Situering plangebied.
25258.001 versie D4
1 / 11
2
BELEID EN REGELGEVING
2.1 Wet- en regelgeving Externe veiligheid heeft betrekking op het transport van gevaarlijke stoffen en bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen. Het transport van gevaarlijke stoffen via wegen en spoorlijnen wordt geregeld in het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Voor transport middels buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing. Voor externe veiligheid staan twee begrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hieronder worden beide begrippen verder uitgelegd.
2.2 Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico geeft de kans om te overlijden op een bepaalde plaats als gevolg van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Voor het plaatsgebonden risico geldt dat er geen nieuwe kwetsbare objecten aanwezig zijn of geprojecteerd worden binnen de 10-6/jaar-contour (wettelijk harde grenswaarde). Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Voor de definitie van de begrippen kwetsbare, en beperkt kwetsbare objecten wordt verwezen naar het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
2.3 Groepsrisico Het groepsrisico geeft de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het groepsrisico is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen.
2.4 Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Het Bevb sluit aan op de risicobegrippen zoals deze in het Bevi worden gehanteerd. Concreet betekent dit dat rondom buisleidingen een 10-6/jaar plaatsgebonden risicocontour zal moeten worden berekend en dat bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van een leiding het groepsrisico dient te worden verantwoord. Het Bevb is van toepassing op: • hogedruk aardgastransporten (> 16 bar); • brandstofleidingen voor de categorieën K1, K2 en K3 (inclusief brandstofleidingen van Defensie); • overige leidingen met gevaarlijke stoffen zoals aangewezen bij ministeriële regeling. Het betreft onder andere CO2, buteen en chloor. Het Bevb sluit aan op de risicobegrippen zoals deze in het Besluit externe veiligheid inrichtingen worden gehanteerd. Voor het plaatsgebonden risico wordt een kans op overlijden van 1 op de 1 miljoen per jaar acceptabel geacht. Het groepsrisico is voorzien van een oriëntatiewaarde, die gesteld is op F∙N2 < 10-2 per jaar, waarin F de
25258.001 versie D4
2 / 11
kans per jaar is met N het aantal slachtoffers. Dit is gelijk aan de stippellijn tussen het gele en rode vlak in figuur 2.1.
Figuur 2.1 Visualisatie oriëntatiewaarde groepsrisico.
2.5 Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Regeling Basisnet Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt plaats over het spoor, over de weg en het water. Om gevaarlijke stoffen te vervoeren moeten vervoerders zich houden aan veiligheidseisen. Aan transportroutes en de omgeving nabij deze transportroutes zijn eisen gesteld. Het Basisnet maakt het mogelijk dat het vervoer van gevaarlijke stoffen blijft plaatsvinden op een verantwoord veilige manier. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen via de hoofdinfrastructuur. De onderliggende infrastructuur valt niet rechtstreeks onder het Basisnet, maar hier kan wel aansluiting bij worden gezocht. Het Bevt bevat de uitwerking van de ruimtelijke component van het Basisnet. Doel van dit besluit is waarborgen van een basisbeschermingsniveau door te voorkomen dat bij ruimtelijke ontwikkelingen mensen worden blootgesteld aan een hoger risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen dan maatschappelijk aanvaardbaar wordt geacht. Verder bevat het besluit onder andere regels die strekken tot het inzichtelijk maken van de kans op een ramp met veel slachtoffers en het op een transparante wijze wegen van het risico ten opzichte van toe te laten ruimtelijke ontwikkelingen. De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico is gelijk aan de oriëntatiewaarde uit het Bevb.
25258.001 versie D4
3 / 11
2.6 Verantwoordingsplicht In het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te verantwoorden en te onderbouwen. Daarbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient rekening te houden met de hoogte van het groepsrisico. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag het plan voor te leggen bij de veiligheidsregio. Volgens het Bevt kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico indien: • het groepsrisico niet hoger is dan 0,1 x de oriëntatiewaarde waarde, of • het groepsrisico niet meer dan 10% toeneemt en de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. In de toelichting bij een bestemmingsplan wordt, voor zover het gebied waarop dat plan betrekking heeft binnen het invloedsgebied ligt van een weg, spoorweg of binnenwater waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, in elk geval ingegaan op: a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater, en b.
voor zover dat plan betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet. Indien een bestemmingsplan betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 meter van een transportroute, wordt in de toelichting bij dat plan tevens ingegaan: • de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld, rekening houdend met de in dat gebied reeds aanwezige personen en de personen die in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan of de geldende bestemmingsplannen redelijkerwijs te verwachten zijn, en • de als gevolg van het bestemmingsplan redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan betrekking heeft; • het groepsrisico op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat plan of besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de oriëntatiewaarde; • de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die bij de voorbereiding van het plan zijn overwogen en de in dat plan of die vergunning opgenomen maatregelen, waaronder de stedenbouwkundige opzet en voorzieningen met betrekking tot de
inrichting van de openbare ruimte, en • de mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan. Dit geldt tevens in het kader van het Bevb voor ruimtelijke plannen die ontwikkelingen mogelijk maken binnen het invloedsgebied van buisleidingen. In het Bevb is voor de verantwoordingsplicht een onderscheid gemaakt tussen het 100%-letaliteitsgebied en het 1%-letaliteitsgebied. Binnen eerstgenoemd gebied geldt een
25258.001 versie D4
4 / 11
uitgebreide verantwoordingsplicht, in laatstgenoemd gebied dient alleen bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid beschouwd te worden.
2.7 Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor inrichtingen gelden het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). De grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico zijn in het Bevi opgenomen. De grenswaarde voor kwetsbare objecten is de plaatsgebonden risicocontour 10 -6/jaar. Dit betekent dat kwetsbare objecten niet binnen deze contour aanwezig mogen zijn of mogen komen. Beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan als daarvoor voldoende motivatie is gegeven. Binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting kan de verantwoordingsplicht van het groepsrisico van toepassing zijn (artikel 12 en 13). Het gaat dan om de oprichting of wijziging van een Bevi-inrichting en het oprichten van (beperkt) kwetsbare objecten binnen het invloedsgebied van zo’n inrichting.
2.8 Beleidsvisie externe veiligheid Gouda Met de Beleidsvisie Externe Veiligheid worden concrete kaders vastgesteld waardoor bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op een verantwoorde manier wordt omgegaan met externe veiligheid. Voor de verantwoording van het groepsrisico voor ruimtelijke plannen binnen het transportasgebied is een matrix opgesteld. In tabel 2.1 is deze matrix weergegeven. Tabel 2.1 Matrix met zone-indeling hoofdtransportaders. zone
grootte
omschrijving
I
0 - 30 meter
II
30 - 200 meter
III
> 200 meter
Zone waarbinnen diverse beperkingen gelden vanuit het Basisnet. Zone waarbinnen geen bijzonder kwetsbare objecten gerealiseerd mogen worden (minderzelfredzame personen), tenzij aan bepaalde voorwaarden voldaan wordt. Deze zone hangt samen met het gebied waar brandbare gassen (BLEVE) het meest letaal zijn. Afhankelijk van het hoogte van het groepsrisico zijn maatregelen benoemd binnen deze zone. Zone waarbinnen geen beperkingen gelden voor het ruimtegebruik.
Voor hogedruk aardgastransportleidingen wordt een andere aanpak gebruikt aangezien het maatgevend scenario een fakkelbrand is en het bijbehorend invloedsgebied verschilt van getransporteerde stoffen over de weg. Dit heeft tot gevolg dat de zone-indeling hier niet van toepassing is. Voor het planologisch kader voor ruimtelijke ontwikkelingen geldt tabel 6 van het beleid.
25258.001 versie D4
5 / 11
3
INVENTARISATIE OMGEVING PLANGEBIED
Met behulp van de Signaleringskaart EV kan een eerste indruk van de risicobronnen in de omgeving van een plangebied worden gemaakt. In figuur 3.1 is een uitsnede weergegeven van de kaart met de risicobronnen in de omgeving van het plangebied. Het plangebied is centraal in de figuur weergegeven. In de onderstaande paragrafen worden de genummerde risicobronnen nader toegelicht.
Figuur 3.1 Uitsnede risicokaart. Bron: Signaleringskaart EV.
3.1 Hogedruk aardgastransportleiding Op circa 70 meter ten zuiden van de grens van het plangebied ligt hogedruk aardgastransportleiding W-501-03 (bronnr. 1) en op circa 320 meter ten noorden van de grens van het plangebied ligt hogedruk aardgastransportleiding W-501-01 (bronnr. 2). In tabel 3.1 is een overzicht gegeven van de kenmerken van deze leidingen. Tabel 3.1 Leidingen. bronnr.
naam
beheerder
1
W-501-03
2
W-501-01
25258.001 versie D4
diameter [inch]
werkdruk [bar]
inventarisatieafstand [m]
Gasunie Grid Services
8,62
40
95
Gasunie Grid Services
12,44
40
140
6 / 11
Het plangebied ligt deels in het invloedsgebied van leiding W-501-03. Een kwantitatieve risicoanalyse is niet noodzakelijk, omdat de beperkt kwetsbare objecten binnen het plangebied buiten het invloedsgebied liggen van de betreffende leiding. Overige leidingen liggen op grote afstanden en zijn verder niet relevant.
3.2 Transport Op circa 370 meter ten zuiden van de grens van het plangebied ligt spoorlijn Rotterdam Blijdorp – Gouda (bronnr. 3) en op circa 790 meter ten noordwesten van de grens van het plangebied ligt rijksweg A12 (bronnr. 4). Volgens de beleidsvisie van de gemeente ligt het plangebied in zone III van de spoorlijn en rijksweg. Binnen zone III zijn er geen beperkingen voor het ruimtegebruik. Omdat het plangebied niet binnen 200 meter ligt van een basisnetroute, is een kwantitatieve risicoanalyse niet noodzakelijk. Het plangebied ligt wel binnen meerdere invloedsgebieden (grijs gearceerd in tabel 3.2), waarvoor een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is. In hoofdstuk 4 wordt een beperkte verantwoording van het groepsrisico gegeven. Tabel 3.2 Overzicht invloedsgebied en aantallen transporten. bron
stofcategorie
invloedsgebied
aantal transporten per jaar
bronnr. 3
A
460
1.440
spoorlijn Gouda - Rotterdam
B2
995
910
C3
35
6.020
D3
375
1.110
D4
>4.000
180
bronnr. 4
LF1
45
15.819
rijksweg A12
LF2
45
44.597
LT1
730
660
LT2
880
1.534
LT3
>4.000
121
GF2
280
365
GF3
355
8.486
GT4
>4.000
23
25258.001 versie D4
7 / 11
3.3 Inrichtingen Risicobronnen in de omgeving van het plangebied Op circa 475 meter ten oosten van de grens van het plangebied ligt een gasontvangststation (bronnr. 5). De grens van de veiligheidszone ligt op 25 meter afstand van de bron. Gezien de afstand tot het plangebied gelden er geen belemmeringen. Ten noorden van de grens van het plangebied ligt een LPG-tankstation (bronnr. 6). Voor LPG-tankstations is het invloedsgebied vastgesteld op 150 meter vanaf het vulpunt. Het vulpunt ligt op circa 360 meter van de grens van het plangebied. Gelet op de afstand ligt het plangebied niet binnen het invloedgebied van het LPG-tankstation en is er geen sprake van invloed op het plangebied. Een nadere verantwoording van het groepsrisico is niet nodig. Op circa 765 meter ten zuiden van de grens van het plangebied ligt een windturbine (bronnr. 7). De plaatsgebonden risicocontour ligt op 117 meter vanaf de bron. Gelet op de afstand zijn er naar verwachting geen belemmeringen. In figuur 3.2 zijn de risicovolle inrichtingen (bron 8 en 9) weergegeven. De inrichtingen zijn op de risicokaart vermeld vanwege de opslag van een bovengrondse propaantank. Gezien de afstand van de risicobronnen tot het plangebied worden er geen belemmeringen verwacht.
Figuur 3.2 Risicovolle inrichtingen.
Overige risicovolle inrichtingen in de omgeving van het plangebied zijn niet relevant. Risicobron binnen het plangebied In het plangebied worden elektrische bussen gestald en geladen. Hierbij moet worden vermeld dat het niet gaat om een OV-knooppunt, maar om een niet-overdekte buitenruimte waar elektrische bussen gestald worden op momenten dat ze niet nodig zijn voor het vervoer van reizigers. Het maatgevende scenario is een ‘thermal
25258.001 versie D4
8 / 11
runaway’. In hoofdstuk 4 worden de scenario’s beschreven en wordt een verantwoording van het groepsrisico gegeven.
4
BEPERKTE VERANTWOORDING GROEPSRISICO’S
4.1 Analyse van scenario’s Door een ongeval met een tankwagen op de rijksweg A12 en ketelwagen op spoorlijn Gouda – Rotterdam kunnen giftige stoffen (LT2, LT3, GT4, B2, D3, D4) vrijkomen. Afhankelijk van het type stof, windrichting en plaats van de calamiteit kunnen hoge concentraties optreden. Er komt een wolk met giftige stoffen vrij die zich verspreidt in de omgeving. Aanwezigen in het plangebied die worden blootgesteld aan de toxische wolk kunnen ernstige gezondheidsschade oplopen. Via de spoorlijn vindt ook vervoer van stofcategorie A plaats. Voor stofcategorie A moet rekening gehouden worden met de scenario’s fakkelbrand, explosie (koude en/of warme BLEVE) en wolkbrand / gaswolkexplosie. Bij een ongeval op het spoor scheurt de tank open en verspreidt LPG zich over de grond. Ontsteking van deze plas leidt tot een korte hevige brand. Het effect van een fakkelbrand is warmtestraling met als gevolg slachtoffers, brand en schade in de omgeving. Voor de risicobron binnen de nieuwe ontwikkeling geldt als maatgevend scenario een thermal runaway. Dit is een scenario dat kan ontstaan tijdens het laden van elektrische accu’s of door een defect in een batterij of door een brand nabij de batterij. De verhitte batterijcel kan dan openbreken waarbij brandbare en toxische gassen vrijkomen. Er kan dan een wolkbrand ontstaan met slachtoffers en schade in de omgeving als gevolg.
Door kleine explosies kunnen tevens brokstukken of brandende cellen tot 20 meter ver worden weggeworpen2.
4.2 Zelfredzaamheid Spoorlijn Gouda – Rotterdam en rijksweg A12 Bij een calamiteit met giftige stoffen worden personen in de omgeving gewaarschuwd door middel van waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) en NL-Alert. Het handelingsperspectief is binnen blijven en schuilen. Ventilatievoorzieningen moeten eenvoudig centraal uitgeschakeld en/of dichtgezet kunnen worden. Ramen en deuren moeten worden gesloten en aanwezigen moeten inpandig schuilen tot het gevaar is geweken. Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor de detaillering van gevels, ramen en kozijnen, zodat deze goed luchtdicht zijn uitgevoerd. Het maatgevende ongevalsscenario bij het spoor is een explosie met warmtestraling als gevolg van een koude en/of warme BLEVE. Gezien de afstand van 370 meter tot het spoor kunnen er geen branden ontstaan. Het handelingsperspectief is binnen blijven en schuilen. Dit blijkt ook uit de beleidsvisie waarin wordt gesteld dat mensen binnenshuis in principe veilig zijn. 2
https://scenarioboeken.nipv.nl/brand-in-opslag-van-li-ion-accus/
25258.001 versie D4
9 / 11
Elektrische bussen Bij een thermal runaway kunnen personen bij lage concentraties al klachten krijgen zoals prikkende ogen of luchtwegklachten. In combinatie met een wolkbrand is er sprake van een onveilige situatie. Gezien de functie van de beoogde ontwikkeling (bedrijfsfunctie) is er in hoofdzaak sprake van werkzame en mobiele personen die voldoende zelfredzaam zijn. Afhankelijk van het scenario kan het handelingsperspectief verschillen. Bij een giftige wolk is het handelingsperspectief binnen blijven, ramen en deuren sluiten en/of ventilatie uit te zetten. Voor de personen die tijdens een wolkbrand binnen of buiten aanwezig zijn, is het handelingsperspectief vluchten van de bron af. Afhankelijk van de plaats van de calamiteit kan er in meerdere richtingen worden gevlucht. Ter bevordering van de zelfredzaamheid van aanwezigen moeten vluchtroutes zodanig ingericht worden dat men snel van de bron af kan vluchten. Dit kan door duidelijke vluchtpaden en/of vluchtroutes te realiseren. Verder moet het bedrijf worden voorzien van een ontruimingsplan en brandmeldinstallatie en moet er een BHVorganisatie worden aangesteld die getraind is op ontruiming van het gebied in geval van een calamiteit. Het advies is om een aantal keer per jaar te oefenen met een ontruiming. In bijlage 1 is een veiligheidsplan opgenomen.
In het ‘Veiligheidsplan brandveiligheid’ is de mate van brandbeveiliging gekoppeld aan maatgevende risicofactoren en scenario’s. Het geeft gemeente en hulpdiensten duidelijkheid over de te nemen maatregelen om risico’s te beperken. Hierbij worden enkel kaders gegevens en geen details over de uitvoering.
4.3 Preventie, beheersing en bestrijding Bij calamiteit zal de brandweer zich inzetten op het beperken of het voorkomen van de effecten. Deze inzet vindt voornamelijk bij de bron. Bij een herontsteking in het batterijpakket van bussen is er behoefte aan veel bluswater. Het langdurig koelen met veel water is de enige tactiek3.Voor een goede bestrijdbaarheid is het van belang dat het voor de brandweer mogelijk is om: • op tijd ter plaatse te zijn; • voldoende opstelplaatsen te hebben; • voldoende blusmiddelen te hebben. De Veiligheidsregio heeft aangegeven dat er geen bijzonderheden zijn ten aanzien van de bereikbaarheid voor hulpdiensten. Het plangebied is via meerdere rijroutes bereikbaar en voldoet aan de gestelde bereikbaarheidseisen. Verder wordt aan de eisen ten aanzien van de toetreding van de busremise vanaf een opstelplaats voldaan. Hiermee wordt een snelle inzet mogelijk gemaakt. De prognose van de opkomsttijd voor het plangebied bedraagt 6 minuten. Hiermee scoort het initiatief “Goed”. Als gevolg van brand in een (lithium-ion) batterijpakket van een bus moet voldoende bluswater aanwezig zijn. In de bestaande situatie is nabij het plangebied een brandkraan aanwezig die dienst doet als
3
https://nipv.nl/wp-content/uploads/2022/03/20201207-BA-Aandachtskaart-Bestrijding-incident-e-voertuig.pdf
25258.001 versie D4
10 / 11
bluswatervoorziening voor de brandweer. Tevens ligt er binnen 400 meter van het plangebied een waterwinplaats voor het watertransportsysteem. Naar verwachting voldoet de betreffende locatie aan de minimaal benodigde waterlevering.
5
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
De initiatiefnemer is voornemens een busremise te realiseren aan de Tielweg 5 te Gouda. De locatie biedt ruimte voor het stallen en laden van 34 elektrische bussen en 43 parkeerplaatsen voor personenauto’s. Tevens worden er modulaire units, een wasstraat en een fietsenstalling gerealiseerd. Ten behoeve van het voorgenomen plan heeft Econsultancy een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. In onderhavig onderzoek zijn de risico’s rondom het plangebied beschouwd en zijn de mogelijke scenario’s inzichtelijk gemaakt. Relevant voor het plangebied is de spoorlijn Rotterdam Blijdorp – Gouda en rijksweg A12. Met betrekking tot een calamiteit op de spoorlijn Rotterdam Blijdorp – Gouda en rijksweg A12 is het handelingsperspectief binnen blijven en schuilen. Ramen en deuren moeten worden gesloten en aanwezigen moeten inpandig schuilen tot het gevaar is geweken. Het stallen en laden van elektrische bussen binnen het plangebied brengt risico’s met zich mee. In hoofdstuk 4 is een voorzet gegeven over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van een ramp of zwaar ongeval. Om te komen tot een passende bescherming te komen voor aanwezigen heeft de Veiligheidsregio Hollands Midden advies uitgebracht.
Het advies van de Veiligheidsregio Hollands Midden geeft tezamen met dit rapport en het Veiligheidsplan de benodigde input om invulling te kunnen geven aan de groepsrisicoverantwoordingsplicht bij de besluitvorming.
25258.001 versie D4
11 / 11
Bijlage 1. Veiligheidsplan brandveiligheid
Veiligheidsplan brandveiligheid GOUDA – nieuwbouw Qbuzz remise Tielweg
Opdrachtgever
Qbuzz Piet Mondriaanplein 31 3812 GZ AMERSFOORT
Versie / datum
Versie 3.0 / 07-11-2024
Status Auteur Goedgekeurd door Onze referentie
Definitief R. Vink N. van der Waal 2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid
Bureau Bouwkunde B.V. Groenendaal 25B 3011 SK Rotterdam
Telefoon +31 (0)10 417 77 14 info@bureaubouwkunde.nl E-mail Website www.bureaubouwkunde.nl
KVK IBAN BTW
56449429 NL10 INGB 000 668 80 87 NL852130569B01
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid
Versiebeheer Versie 1.0 2.0 3.0
Status Concept Definitief Definitief
Wijziging / opmerking
Aanvulling overkapping
Datum 08-08-2024 23-08-2024 07-11-2024
Tenzij er andere afspraken zijn gemaakt met de Opdrachtgever, is het niet toegestaan om enige inhoud uit dit document te kopiëren, te delen in het openbaar, of te gebruiken voor andere doeleinden dan waarvoor het document is opgesteld. Bureau Bouwkunde B.V. aanvaard geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, behalve ten opzichte van de Opdrachtgever.
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid-v3-241107.docx \ Versie 3.0 \ 07-11-2024
Definitief
2/33
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid
Inhoudsopgave Versiebeheer ......................................................................................................................................................... 2 Inhoudsopgave .................................................................................................................................................... 3 1
Inleiding ........................................................................................................................................................... 5
2
1.1
Vraagstelling en onderzoek ................................................................................................................................................................ 5
1.2
Veiligheidsplan brandveiligheid ....................................................................................................................................................... 5
1.3
Uitgangspunten van dit Veiligheidsplan brandveiligheid .............................................................................................. 5
1.4
Scope van het Veiligheidsplan ...........................................................................................................................................................6
1.5
Uitgangspunten en documenten voor het onderzoek ....................................................................................................6
1.6
Samenvatting ................................................................................................................................................................................................6
Huidige situatie en gebruik .................................................................................................................... 7 2.1
Huidige situatie ............................................................................................................................................................................................. 7
2.2 Huidig gebruik .............................................................................................................................................................................................. 7 2.3 Belendingen.................................................................................................................................................................................................... 7
3
Nieuwe situatie en gebruik..................................................................................................................... 9 3.1
Nieuwe situatie .............................................................................................................................................................................................9
3.2 Nieuw gebruik...............................................................................................................................................................................................9 3.3 Belendingen................................................................................................................................................................................................. 10
4
Brandrisico’s .................................................................................................................................................. 11 4.1
Algemeen ....................................................................................................................................................................................................... 11
4.2 Vandalisme .................................................................................................................................................................................................... 11 4.3 Roken en open vuur op de werkplek ......................................................................................................................................... 11 4.4 Aanrijding op het terrein ...................................................................................................................................................................... 11 4.5 Statische elektriciteit ...............................................................................................................................................................................12 4.6 Kortsluiting bij elektrisch opladen..................................................................................................................................................12 4.7 Thermal runaway van de accu’s ......................................................................................................................................................13 4.8 CLT overkapping ...................................................................................................................................................................................... 14
5
Brandoverslag ..............................................................................................................................................17 5.1
Algemeen ....................................................................................................................................................................................................... 17
5.2 Kantoorgebouw Tielweg 3 ................................................................................................................................................................ 18 5.3 Kantoorgebouw Tielweg 30 .............................................................................................................................................................20 5.4 Kantoorgebouw Tielweg 26-28...................................................................................................................................................... 22 5.5 Kantoorgebouw Tielweg 24 ............................................................................................................................................................. 23
6
Branddetectie .............................................................................................................................................24 6.1
Algemeen ......................................................................................................................................................................................................24
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid-v3-241107.docx \ Versie 3.0 \ 07-11-2024
Definitief
3/33
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid
6.2 Branddetectie terrein.............................................................................................................................................................................24 6.3 Branddetectie gebouw ‘Opkomstlocatie / kantoor’ ........................................................................................................24
7
Blusmiddelen............................................................................................................................................... 25 7.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 25
7.2 Blusmiddelen terrein .............................................................................................................................................................................. 25 7.3 Blusmiddelen gebouw ‘Opkomstlocatie / kantoor’ .......................................................................................................... 25
8
Vluchtwegen ............................................................................................................................................... 27 8.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 27
8.2 Vluchtwegen terrein .............................................................................................................................................................................. 27 8.3 Vluchtwegen gebouw ‘Opkomstlocatie / kantoor’ .......................................................................................................... 27 8.4 Ontruimingsplan ....................................................................................................................................................................................... 29
9
Beschikbaarheid bluswater ................................................................................................................. 30 9.1
Bluswatervoorziening........................................................................................................................................................................... 30
9.2 Capaciteit bluswatervoorziening ....................................................................................................................................................31 9.3 Bereikbaarheid bluswatervoorziening ........................................................................................................................................31 9.4 Maatregelen bluswatervoorziening .............................................................................................................................................31 9.5 Aanduiding bluswatervoorziening ................................................................................................................................................31
10 Bijlage 1: nieuwe situatie remise Tielweg te Gouda .................................................................. 33
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid-v3-241107.docx \ Versie 3.0 \ 07-11-2024
Definitief
4/33
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid
1 1.1
Inleiding Vraagstelling en onderzoek In opdracht van Qbuzz is een analyse uitgevoerd naar de mogelijke risico’s op het ontstaan en ontwikkelen van brand, de vluchtwegen, de directe omgeving en de inzet van de brandweer bij brand of een calamiteit op het stallingterrein/remise voor elektrische OV-bussen Tielweg te Gouda en deze in een Veiligheidsplan brandveiligheid te verwerken.
1.2
Veiligheidsplan brandveiligheid Dit is het Veiligheidsplan brandveiligheid van remise Tielweg. Dit plan heeft als doel om op tactisch niveau afspraken te maken over de samenwerking tussen organisatie en de hulpdiensten. Het geeft hulpdiensten en gemeente duidelijkheid over de risico’s van het evenement en de maatregelen die wij nemen om veiligheidsrisico’s te beperken. Er staat tevens in hoe we optreden bij beheersbare incidenten, en hoe we multidisciplinair samenwerken bij calamiteiten. De volgende opmerkingen zijn van toepassing: - Dit is géén operationeel plan. Het geeft kaders; géén details over uitvoering. - Bij wijzigingen krijgt dit document een update. Zie hiervoor pagina 2 - ‘Versiebeheer’. - Er wordt niet beschreven wat de gemeente of hulpdiensten doen. Dit wordt overgelaten aan de desbetreffende organisaties.
1.3
Uitgangspunten van dit Veiligheidsplan brandveiligheid In dit Veiligheidsplan is de mate van brandbeveiliging niet zozeer gekoppeld aan specifieke gebouwen en gebruiksfuncties, maar aan maatgevende risicofactoren en scenario’s. De maatgevende risicofactoren zijn geclusterd in risicofactoren die voortkomen uit de kenmerken van de mensen die in het bouwwerk of op het terrein aanwezig zijn, de bouwtechnische kenmerken en gebruikskenmerken van de fysieke omgeving waarin de mensen aanwezig zijn en de fysische kenmerken van brand- en rookontwikkeling. Daarbij speelt de interventie bij brand door de respons van de BHV-organisatie en de brandweer een rol (interventiekenmerken), alsmede de geografische ligging van het gebouw of het terrein in relatie tot de brandveiligheid in het gebouw / op het terrein en de omgeving (omgevingskenmerken). Het samenstel van kenmerken vormt een integraal stelsel dat bepalend is voor de mate van brandveiligheid. De maat voor brandveiligheid wordt bepaald door één of meerdere brandscenario’s. Beïnvloeding van scenario’s is mogelijk door de inzet van brandbeveiligingsvoorzieningen en/of maatregelen. Zo zullen de brandkenmerken in een bouwwerk met een sprinklersysteem anders zijn dan in een bouwwerk zonder sprinklersysteem. Ook de fysieke omgeving heeft invloed op het vluchtgedrag van mensen die lichamelijk in staat zijn om zelfstandig te vluchten.
Zo zal het denkbare vluchtscenario in een openbare ruimte anders zijn dan in een gesloten omgeving, zoals een cellencomplex. Daarnaast speelt het repressieve scenario een belangrijke rol. Zo zullen de blus- en redmogelijkheden bij een snel brandverloop anders zijn dan bij een relatief langzaam brandverloop. De repressieve inzetbehoefte is anders wanneer het bouwwerk snel is ontruimd dan wanneer er nog veel mensen in het brandende bouwwerk aanwezig zijn. Om het brandveiligheidsniveau te verbeteren, kunnen op basis van een risicoanalyse en een scenarioanalyse specifieke brandbeveiligingsvoorzieningen en maatregelen getroffen worden. Dit document biedt daarvoor de geëigende methodieken en uitgangspunten.
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid-v3-241107.docx \ Versie 3.0 \ 07-11-2024
Definitief
5/33
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid
1.4
Scope van het Veiligheidsplan De scope van dit onderzoek betreft het analyseren van de risico’s op het ontstaan en ontwikkelen van brand, de vluchtwegen en de omgeving Locatie Tielweg 5 (huisnummer afhankelijk van Omgevingsvergunning / Huisnummerbesluit)
2803 PK Gouda Nederland
1.5
Uitgangspunten en documenten voor het onderzoek De berekening en het rapport is gebaseerd op de volgende ontvangen documenten en informatie: - situatietekening ‘173-2401BL-Gouda Tielweg 26-6-2024-Kader 001.pdf’. - situatietekening ‘173-2401BL-Gouda Tielweg 11-10-2024-Kader 002.pdf’ - document ‘241011 Goudse Poort VO .pdf’.
1.6
Samenvatting Uit de analyse en beoordeling van het terrein / de remise Tielweg, het gebruik en de nieuwe voertuigen in combinatie met de brandscenario’s en de directe omgeving is de conclusie: -
Door het inzetten/opvolgen van de in dit rapport beschreven maatregelen wordt de kans op ontstaan van brand tot een minimum beperkt. indien er op het terrein / de remise toch brand ontstaat is de kans op brandoverslag naar de belendingen zeer gering. brandschade op het terrein en de belendende percelen is gedekt door de verzekering van Qbuzz.
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid-v3-241107.docx \ Versie 3.0 \ 07-11-2024
Definitief
6/33
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid
2 2.1
Huidige situatie en gebruik Huidige situatie Het stallingterrein / de remise Tielweg is nu in niet in gebruik en is braakliggend.
2.2
Huidig gebruik Het terrein wordt nu niet gebruikt en is braakliggend. Het terrein is dmv een hek en een sloot afgescheiden van de openbare weg.
2.3
Belendingen
2.3.1 Direct aan de linkerzijde (oostzijde) van het terrein is een kantoorgebouw met eigen parkeergarage gelegen. Adres: Tielweg 3. Het terrein wordt door middel van een lage haag afgescheiden. 2.3.2 Direct aan de zuidzijde van het terrein is een kantoorgebouw met eigen parkeerplaats gelegen. Adres: Tielweg 30
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid-v3-241107.docx \ Versie 3.0 \ 07-11-2024
Definitief
7/33
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid
Het terrein is d.m.v. hekken en poorten afgescheiden. 2.3.3 Aan de overzijde van de openbare weg Tielweg (zuidzijde) zijn kantoorgebouwen met eigen parkeerplaats gelegen. Adres: Tielweg 26-28 Het terrein is deels afgescheiden d.m.v. een laag hek en poorten. 2.3.3 Aan de overzijde van de openbare weg Tielweg (zuidzijde) zijn kantoorgebouwen met eigen parkeerplaats gelegen. Adres: Tielweg 26-28 Het terrein is deels afgescheiden d.m.v. een laag hek en poorten. 2.3.4 Aan de overzijde van de openbare weg Tielweg (zuidzijde) zijn kantoorgebouwen met eigen parkeerplaats gelegen. Adres: Tielweg 24 Het terrein is niet afgescheiden.
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid-v3-241107.docx \ Versie 3.0 \ 07-11-2024
Definitief
8/33
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid
3 3.1
Nieuwe situatie en gebruik Nieuwe situatie Het stallingterrein / de remise Tielweg wordt vanaf 15-12-2024 in gebruik genomen door OVvervoersorganisatie Qbuzz.
3.2
Nieuw gebruik Op het stallingterrein / de remise worden de OV-bussen gestald welke (tijdelijk) geen dienst doen en voor de nacht. Er wordt géén onderhoud of reparaties verricht. Er zijn géén tankinstallaties en/of opslag van fossiele brandstoffen (diesel) e.d. aanwezig. Qbuzz exploiteerd voor de OV-diensten bussen, welke geheel elektrisch zijn Hiertoe wordt op het terrein een nieuw trafo (inkoopstation) en laadzuilen geplaatst voor het opladen van de accu’s van de bussen. Het terrein wordt deels overdekt met een semi-open overkapping van CLT, met groendak. Voor de nieuwe indeling: zie Bijlage 1. Het terrein wordt geheel afgescheiden d.m.v. (draadmat)hekwerken en poorten.
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid-v3-241107.docx \ Versie 3.0 \ 07-11-2024
Definitief
9/33
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid
3.3
Belendingen
3.3.1 Direct aan de linkerzijde (oostzijde) van het terrein is een kantoorgebouw met eigen parkeergarage gelegen. Adres: Tielweg 3. Het terrein wordt door middel van een lage haag afgescheiden. Het terrein wordt tpv het terrein van Qbuzz geheel afgescheiden d.m.v. draadmat hekwerk. De situatie is onveranderd. 3.3.2 Direct aan de zuidzijde van het terrein is een kantoorgebouw met eigen parkeerplaats gelegen. Adres: Tielweg 30 Het terrein is d.m.v. hekken en poorten afgescheiden. De situatie is onveranderd. 3.3.3 Aan de overzijde van de openbare weg Tielweg (zuidzijde) zijn kantoorgebouwen met eigen parkeerplaats gelegen. Adres: Tielweg 24-28 Het terrein is deels afgescheiden d.m.v. een laag hek en poorten. De situatie is onveranderd. 3.3.4 Aan de overzijde van de openbare weg Tielweg (zuidzijde) zijn kantoorgebouwen met eigen parkeerplaats gelegen. Adres: Tielweg 24 Het terrein is niet afgescheiden. De situatie is onveranderd.
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid-v3-241107.docx \ Versie 3.0 \ 07-11-2024
Definitief
10/33
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid
4 4.1
Brandrisico’s Algemeen Voor het uitwerken van de verschillende brandrisico’s en de daaruit volgende maatregelen zal eerst een analyse van de mogelijk voorkomende brandrisico’s gedaan moeten worden. Op basis van een eerste analyse zijn de mogelijke brandrisico’s (niet uitputtend): - vandalisme; - roken en open vuur op de werkplek; - aanrijding op het terrein; - statische elektriciteit; - kortsluiting bij elektrisch opladen; - thermal runaway van de accu’s.
4.2
Vandalisme Het terrein / de remise Tielweg wordt geheel afgezet met hekken en poorten. Onbevoegden kunnen niet onbelemmderd op het terrein komen om vernielingen aan te richten of brand te stichten. Risico: - vandalisme. - brandstichting. Maatregelen: - plaatsen van lichtmasten op het terrein / de remise. - cameratoezicht door particulier beveiligingsbedrijf.
4.3
Roken en open vuur op de werkplek Roken en open vuur zijn altijd een bron voor het ontstaan van brand. Hier gelden de drie O’s van brandveiligheid: Onwetendheid, Onachtzaamheid en Onverschilligheid. Risico: - open vuur waar dit niet mag / is toegestaan. - ‘stiekem’ roken. Maatregelen: - instellen van een rookverbod op de werkplek en derhalve op het terrein / de remise Tielweg. - op het terrein / de remise worden één of meerdere plekken voorzien van een ‘rookhok’ waar roken is toegestaan. Dit voorkomt ‘stiekem’ roken met alle ongewenste gevolgen van dien. - instellen van een ‘Werkvergunning’of een ‘Heetwerk vergunning’ op het terrein / de remise voor diverse werkzaamheden met vonkvorming en/of open vuur. - instructie personeel en bezoekers.
4.4
Aanrijding op het terrein De kans op ontstaan van brand na aanrijding tussen voertuigen is aanwezig. Bij de nieuwe indeling van het terrein / de remise Tielweg is rekening gehouden met de diverse bochtstralen van de OV-bussen.
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid-v3-241107.docx \ Versie 3.0 \ 07-11-2024
Definitief
11/33
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid
Risico: - aanrijden elektrische laadpaal en voedingskabel naar elektrisch voertuig. - aanrijden terreinverlichting. - aanrijden ander voertuig op het terrein. - schade aan accu’s in motorvoertuigen (thermal runaway). Maatregelen: - het verlagen van de toegestane snelheid voor motorvoertuigen op het terrein naar 15 km/uur. - de laadzuilen voor de elektrische bussen voorzien van aanrijdbeveiliging. - duidelijke verkeersbebording (ge- en verbodsborden conform richtlijnen RVV (regelement verkeersregels en verkeerstekens), eventueel met onderbord), borden reflecterend uitgevoerd. - duidelijke voorrangsregels. - duidelijke wegmarkeringen. - richtlijnen leverancier elektrische OV-bussen bij ongevallen en schade. - instructie personeel en bezoekers over rijgedrag en maximum snelheid op het terrein. - instructie personeel over melden schade aan voertuigen, laadzuilen en accu’s.
4.5
Statische elektriciteit Door statische elektriciteit kunnen vonken en/of kortsluitingen ontstaan waardoor ongevallen en brand kunnen ontstaan. Risico: - overbelasting laadpalen - overbelasting accu’s. Maatregelen: - alle elektrische installaties als kabel uitvoeren en niet als losse VD-draden in buis. - alle elektrische installaties geaard. - extra zekeringen en aardlekschakelaars e.d. toepassen. - instructie personeel en bezoekers. - instructie personeel over melden schade aan laadzuilen, lichtmasten e.d. - instructie personeel over melden schade aan voertuigen en accu’s.
4.6
Kortsluiting bij elektrisch opladen Door kortsluiting kunnen vonken of ongewenste pieken in de laadinstallatie ontstaan welke voor oververhitting kunnen zorgen in de installatie en de accu’s. Risico: - beschadigen voedingskabel tussen laadpaal en voertuig. - piekspanning vanaf laadpaal naar elektrisch voertuig. - oververhitting installatie (laadpaal / voedingskabel / accu elektrisch voertuig). - vlamboog door kortsluiting. - schade aan accu’s in motorvoertuigen (thermal runaway). - brand.
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid-v3-241107.docx \ Versie 3.0 \ 07-11-2024
Definitief
12/33
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid
Maatregelen: - laadpalen met (mechanische) voorzieningen ter voorkoming kortsluiting. - laadpalen met softwarematige beveiligingssystemen (afschakelen). - op een centraal punt plaatsen van een ‘masterswitch’om alle laadpalen spanningvrij te maken. - richtlijnen leverancier elektrische laadpalen bij ongevallen en schade. - instructie aan personeel over hanteren laadinstallatie en elektrisch laden. instructie personeel over controle en inspectie losse laadkabels - instructie personeel over melden schade aan laadzuilen, lichtmasten e.d. - instructie personeel over melden schade aan voertuigen en accu’s. - duidelijke bebording laadzuilen.
-
4.7
duidelijke bebording ‘masterswitch’ tbv afschakelen laadinstallatie.
Thermal runaway van de accu’s Bij het laden van accu’s, en met name de li-ion accu’s, bestaat de kans op een thermal runaway. Dit kan zich voordoen bij overbelasting van de accu of bij beschadigde accu’s. Accu’s met schade zijn zeer gevoelig voor een thermal runaway. Risico: - oververhitting en brand. - uitbreiding van brand. Maatregelen: - accu’s voorzien van softwarematige detectie oververhitting (afschakelen). - richtlijnen leverancier elektrische OV-bussen bij ongevallen en schade. - richtlijnen leverancier elektrische OV-bussen bij thermal runaway. - instructie personeel over het elektrisch laden. - instructie personeel over melden schade aan voertuigen en accu’s. - instructie personeel over het omgaan met beschadigde accu’s - duidelijke bebording ‘opladen accu’.
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid-v3-241107.docx \ Versie 3.0 \ 07-11-2024
Definitief
13/33
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid
4.8
CLT overkapping Het terrein wordt deels overkapt met een semi-open overkapping van CLT, met groendak.
Bron: document ‘241011 Goudse Poort VO .pdf’. 4.8.1 CLT draagconstructie Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) stelt eisen aan het bezwijken van de hoofddraagconstructie bij brand en de brandvoortplanting/brandgedrag van materialen. Een houten constructie kan bij een goede uitvoering en detaillering goed brandwerend zijn m.b.t. bezwijken en doorbranden. De houten CLT-constructie is echter ook brandbaar (Fire Resilience). Door de vorming van een houtskool laag bij brand wordt de inbranding vertraagd. Dit is afhankelijk van de toegepaste houtsoort. Bij CLT wordt op de buitenste laag houten lamellen een houtskool laaggevormd die langzaam in/wegbrand tot de lijmlaag en de daaronder liggende 2e laag houten lamellen wordt blootgesteld aan het vuur. Door de warmte-inwerking zal het inbranden van de 2e laag sneller verlopen. Dit is het delamineren van de CLT-constructie. Dit moet voorkomen of vertraagd worden. Met name inwendige hoeken binnen een CLT brandcompartiment hebben extra aandacht nodig. Door de hoek is het aanstralen van de wanden onderling intensiever en zal daar de verbranding sneller verlopen waardoor de constructie zal blijven branden en alsnog bezwijken. Het bezwijken van een CLT constructie kan worden berekend en middels overdimensionering, het dikker uitvoeren van de houten lamellen aan de buitenzijde (40mm) en het toepassen van melamine lijm ipv PU-lijm.
Dit is aan de individuele CLT-fabriek. Hoewel een CLT constructie uitstekend brandwerend is, is deze ook brandbaar. (Fire Resilience). Gebleken is dat, als de Variabele vuurlast (interieur) volledig is opgebrand, de wanden van de CLT constructie nog een dermate hoog vermogen leveren dat de tegenover elkaar liggende wanden weer tot ontbranding komen. Het (gedeeltelijk) bekleden van de CLT wanden met een gipsplaat wordt aanbevolen.
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid-v3-241107.docx \ Versie 3.0 \ 07-11-2024
Definitief
14/33
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid
De robuuste oplossing om een (CLT) houten constructie brandwerend (‘fire resilient’) te maken is het beschermen van het hout met brandwerende beplating of eengelijkwaardige oplossing. De fabrikanten van de CLT elementen leveren onder de ETA-norm (European Technical Approval). Dit is een prestatie-verklaring voor (hout)bouwproducten die niet of niet volledig onder een Europees geharmonieerde norm vallen. De diverse testen van de CLT, inclusief brandtesten, zijn volgens de ETA-richtlijnen door een ‘certified body’ uitgevoerd. Deze ATE-certificaten zijn Europees geaccepteerd. De prestatie-eisen voor de hoofddraagconstructie blijven onverminderd van kracht. Onderzocht wordt tbv de prestatie-eisen (niet limitatief): overdimensioneren van de CLT-constructie, of het toepassen van een 2e draagweg, of het geheel brandwerend schilderen, of voldoende afvoer van (hete) verbrandingsgassen en rook. e.d. De fabrikant van de CLT-constructie(s) dient, conform de ETA-norm, de gehele CLT-constructie te berekenen en uit te werken. De berekeningen en attesten dienen vooraf ter goedkeuring bij het Bevoegd Gezag te worden aangeboden. 4.8.2 Groendak Het dak / de semi-open overkapping wordt uitgevoerd als groendak met waterbuffering. Het groendak is voorzien van een irrigatie-systeem. Vanuit de NEN 6068 geldt als voorwaarde dat het dak niet brandgevaarlijk mag zijn volgens NEN 6063.
De NEN 6063 stuurt aan: classificatie Broof (t1) (EN 13501-5). Testnormen volgens geharmonieerde Europese EN 13501-5: Test 1 (t1): de methode met brandend hout; Test 2 (t2): de methode met brandend hout en wind; Test 3 (t3): de methode met brandend hout, wind en straling; Test 4 (t4): de methode in twee stappen, met brandend hout, wind en straling. De classificaties t2 t/m t4 voldoen derhalve aan een zwaardere brandtest conform de EN 13501-5 dan de NEN 6063 voorschrijft. Hiermee wordt voldaan aan de ‘extrapolatieregels’ van de NEN 6063. 4.8.3 Overkapping Bij een brand in een bus of ander motorvoertuig onder de overkapping zal de draagstructuur en/of de kapconstructie deels of geheel worden blootgesteld aan open vuur, warmte en rook (toxische gassen). Risico: - uitbreiding van brand naar de overkapping; - instorten van de overkapping; - het ‘bufferen van hete gassen’ waardoor uitbreiding van brand op een andere positie mogelijk is; - het ‘bufferen’ van schadelijke toxische gassen;
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid-v3-241107.docx \ Versie 3.0 \ 07-11-2024
Definitief
15/33
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid
-
extra vuurlast / warmtestraling naar de belendingen.
Maatregelen: - de CLT constructie dermate uitvoeren dat inbranden en daardoor bezwijken van de constructie vertraagt wordt; - de CLT constructie dermate uitvoeren van branduitbreiding (vlamvoortplanting) vertraagd wordt; - de CLT constructie uitvoeren met een ‘2e draagweg’ ter voorkoming van instorten bij wegbranden van één draagconstructie; - de daksparingen (semi-open) zo positioneren dat warmte van een brandende bus afgevoerd wordt en niet onder de kapconstructie kunnen blijven ‘hangen’. (soort van RWA) - de daksparingen (semi-open) zo positioneren dat toxische rook van een brandende bus afgevoerd wordt en niet onder de kapconstructie kunnen blijven ‘hangen’. (soort van RWA); - een irrigatiesysteem voor het groendak toepassen om uitdroging en daarmee branduitbreiding via de begroeiing tot een minimum te beperken.
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid-v3-241107.docx \ Versie 3.0 \ 07-11-2024
Definitief
16/33
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid
5 5.1
Brandoverslag Algemeen Bij een brand in één of meerdere voertuigen op het terrein / de Remise Tielweg is brandoverslag naar naastgelegen bouwwerken op vier (4) posities mogelijk. Deze posities zijn: - kantoorgebouw westzijde, Tielweg 3; - kantoorgebouw zuidzijde, Tielweg 30 - kantoorgebouw overzijde Tielweg, Tielweg 26-28 - kantoorgebouw overzijde Tielweg, Tielweg 24
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid-v3-241107.docx \ Versie 3.0 \ 07-11-2024
Definitief
17/33
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid
5.2
Kantoorgebouw Tielweg 3 Door de nieuwe indeling van het terrein / de Remise Tielweg bedraagt de afstand vanaf de erfgrens/het hekwerk tot aan het kantoorgebouw Tielweg 3: - ca. 2,86 meter. De afstand van een geparkeerd motorvoertuig (personenauto) op het terrein van de Remise Tielweg tot aan de gevel van kantoorgebouw Tielweg 3 bedraagt - ca. 4,7 meter Deze afstand is gelijk aan de afstand van de parkeervakken voor motorvoertuigen op het eigen terrein van Tielweg 3 tot aan de gevels van Tielweg 3. Deze afstand is voldoende om aanstralen van het gebouw bij een brand in een motorvoertuig te voorkomen. De opstelling van motorvoertuigen is variabel en kan per uur of dag verschillen maar zal nooit buiten de aangegeven parkeervakken geschieden.
De afstand van een geparkeerd motorvoertuig (electrische OV-bus) op het terrein van de Remise Tielweg tot aan de gevel van kantoorgebouw Tielweg 3 bedraagt - ca. 29,95 meter tot 33,14 meter Deze afstand is voldoende om aanstralen van het gebouw bij een brand in een motorvoertuig te voorkomen.
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid-v3-241107.docx \ Versie 3.0 \ 07-11-2024
Definitief
18/33
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid-v3-241107.docx \ Versie 3.0 \ 07-11-2024
Definitief
19/33
2607-GOUDA-Veiligheidsplan brandveiligheid
5.3
Kantoorgebouw Tielweg 30 Door de nieuwe indeling van het terrein / de Remise Tielweg bedraagt de afstand vanaf de erfgrens/het hekwerk tot aan het kantoorgebouw Tielweg 30: - ca. 5,66 meter. De afstand van een geparkeerd motorvoertuig (personenauto) op het terrein van de Remise Tielweg tot aan de gevel van kantoorgebouw Tielweg 30 bedraagt - ca. 7,00 meter Deze afstand is groter dan de afstand van de parkeervakken voor motorvoertuigen op het eigen terrein van Tielweg 30 tot aan de gevels van Tielweg 30. Deze afstand is voldoende om aanstralen van het gebouw bij een brand in een motorvoertuig te voorkomen. De opstelling van motorvoertuigen is variabel en kan per uur of dag verschillen maar zal nooit buiten de aangegeven parkeervakken geschieden.