CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijdrage Jeugbeschermingsdebat met toevoegingen en aanbevelingen

Commissie Samenleving 25 oktober 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Oordeelsvorming: hervormingsagenda Jeugd3.890 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijdrage 6 september 2023

Goedenavond, ik ben Hans Groenewegen, vanaf 1993 actief als personen en familierecht jurist. Uw kind moet een operatie ondergaan en u weet dat een bepaalde specialist grote fouten maakt en heeft gemaakt. Laat u uw kinderen door deze arts opereren of gaat u op zoek naar een andere arts die wel deskundig is? Klachten over JB West zijn geen incidenten maar structureel en zijn al jaar en dag gaande. Een OTS betekent dat professionele hulpverlening voor het kind nodig is. Maar eerst moet er diagnostiek plaatsvinden: Wat is er aan de hand met het kind en zijn opvoedingssituatie? Deze vraag moet eerst beantwoord worden voordat een OTS wordt ingezet. Onderzoek en diagnostiek mag alleen gebeuren door een diagnostisch bevoegde GZ psycholoog met BIG registratie of een Orthopedagoog generalist. In de praktijk blijkt dat dit nauwelijks gebeurt, we roepen maar wat! Een pedagoog bij de GI is geen gedragswetenschapper die diagnostisch bevoegd is. Geen diagnostiek maar wel aangeven dat er bv sprake is van “ernstige ontwikkelingsbedreigingen of "ouderverstoting", of dat kinderen zijn mishandeld. Dat er andere oorzaken meespelen of medische oorzaken aan ten grondslag liggen daar weigert de GI naar te luisteren. Het luisteren voordat we oordelen zou de vorm moeten zijn.

Bij aanvang van de OTS wordt er geen nulmeting verricht en aan het einde van de vaak veel te lange OTS periode is er geen eindmeting waardoor het rendement nimmer gemeten wordt. Is hier wel controle op? Wat kost de ingezette hulpverlening en wat levert het daadwerkelijk op? Ook komt het plan van aanpak veel te laat terwijl de Jeugdwet hier duidelijk in is en de jaarlijkse evaluatie van de OTS blijft ook vaak achterwege!

Er worden kinderen uit huis geplaatst zonder dat de Jeugdbeschermer of onderzoeker van de Raad het kind ooit heeft gezien, laat staan heeft onderzocht. Dus zonder valide diagnose vindt er dan een heftige inbreuk op het gezinsleven plaats. Dit is in strijd met artikel 8 EVRM. Spoeduithuisplaatsingen waarbij de GI JB West de politie verzoekt om bijstand terwijl er geen enkele dreiging is van de zijde van de ouders werkt framend en traumatiserend. Een heel team met vaak onbekende mensen en daarbij de politie inzet. Ouders kunnen bij zo’n actie door de politie met bruut geweld tegen de grond worden gewerkt en hun kinderen worden letterlijk meegesleurd. Puur machtsmisbruik en hartverscheurend. Voorbeeld: Net voor het weekend worden 2 kinderen in een lopende OTS met spoed uit huis geplaatst. De uithuisplaatsing wordt door de kinderrechter na 4 dagen opgeheven, maar het trauma is reeds gezaaid. De gezinsvoogd heeft zich nadien nooit meer laten zien en na een jaar werd de OTS opgeheven! Ook dit was JBWest. Na een politie-inval met de Jeugdbeschermers is er geen hulp of traumabegeleiding voor het kind en de ouders of grootouders. Een uithuisplaatsing is, wanneer alles al is geprobeerd, een laatste noodmaatregel maar geen hulpverlening . Hulpverlening zet de GI niet in, duidelijkheid naar de kinderen komt er niet. Onderzoek blijft uit.

Beloftes komt men niet na, wat ook voor pleeggezinnen of gezinshuizen de situaties onduidelijk maakt en bemoeilijkt. Afgelopen vrijdag is er nog een meisje uit haar pleeggezin gehaald en naar een nieuwe situatie gebracht, mede omdat er met jbw niet samen te werken viel en afspraken niet werden nagekomen. Zijn we nog wel bezig met het belang van het kind hierbij? Ook komt er geen hulpverlening voor de ouders op gang om de gronden waarop de uithuisplaatsing nodig was om te bouwen. Sterker nog, het continu nieuwe zorgdoelen neerleggen is aan de orde van de dag. Zo lukt het nooit om terug te bouwen. Ik werk en geef advies aan vele gedupeerde ouders van JBW en het gene waar ik tegenaan loop is dat de GI het fasciliteert om de natuurlijke band tussen ouders en kind kapot te maken, kinderen te onthechten van hun ouders. Doelbewuste omgang belemmeren van 1 uur in de maand tot aan nooit meer toe, en dan niet meer weten waar hun kinderen eigenlijk verblijven.

Er wordt niet of nauwelijks gewerkt aan een terugplaatsingstraject. Ouders moeten het doen met de lovende verhalen die de GI van de pleegouders krijgen over de kinderen maar wel de trauma’s die de pleegouders zien door de ouders van de kinderen, maar er is geen enkele toetsing of deze informatie klopt. Pleeggezinnen, die door JB West worden ingezet, zijn vaak “wens pleeggezinnen” Mensen die zelf geen kinderen kunnen krijgen en die de uithuisgeplaatste kinderen die in hun gezin komen zien als een geschenk en deze kostte wat kost willen blijven opvoeden, dit ten koste van de biologische ouders. Zeer grote kans dat deze kinderen wanneer ze meer dan 1 jaar uithuisgeplaatst zijn niet meer terug mogen naar hun ouders omdat ze gehecht zouden zijn aan het pleeggezin en een zogenaamde perspectief plaatsing een feit is geworden. Dat betekent dus: Kinderen kwijt en het ouderlijk gezag wordt je afgenomen. Dit is ook het welbekende verhaal in de scheidingsproblematiek waar jbw zich mee bemoeit en je van een normaal gezin wat uit elkaar gaat, te maken krijgt met de bemoeienis van vaak jonge jeugdbeschermers met geen enkele ervaring of kennis op dit gebied die verwoestende beslissingen neemt. In al die jaren heb ik nimmer een positief verhaal gehoord over de hulpverlening van de GI.

Nu terug naar de aanvang van mijn betoog: Leest u alle onderzoeksrapporten er nog eens op na en dan wetende dat de GI de dokter is die deze vele fouten maakt, maar uw kinderen hier uit de regio worden willens en wetens ondergebracht bij deze falende organisatie, waarbij de rechtsbescherming voor ouders en kinderen maar ook de kwaliteit van deze lokale GI onder zeer grote druk staat. Wat doet dit met u?

Geachte Leden van de Commissie Samenleving, Naar aanleiding van de sessie van 6 september 2023 heb ik enkele opmerkingen aan het papier toevertrouwd maar ook suggesties hoe uw Gemeente controle kan uitvoeren op de geleverde Jeugdbescherming. Opmerkingen naar aanleiding van het debat van 6 september 2023. De directie van de GI heeft op geen enkele wijze gereflecteerd op de inhoudelijk heftige voordrachten van de gedupeerden/slachtoffers. De directie ziet ze gewoon niet staan. De werkwijze van het systeem: Door het ons kent ons systeem zijn jeugdbeschermers en overige werkers in het veld weinig objectief t.o.v. de cliënt en de ouders maar ook t.o.v. elkaar. Geen kritische houding t.o.v. de rapportage van voorliggende organisaties zoals Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming. “Ons dekt ons” systeem. Door het systeem “ons kent ons”, is het mogelijk dat een onafhankelijk onderzoek verricht op verzoek door de rechter uitgevoerd door het NIFP achter de schermen door de GI/Jeugdbeschermer wordt beïnvloed door bij aanvang van het onderzoek afspraken te maken over de uitkomst van het zogenaamde onafhankelijke onderzoek (diagnose op bestelling). Geen enkele dossier controle qua opbouw en registratie van informatie. De dossierhouder is de Jeugdbeschermer en niet de organisatie (uitspraak RB Leeuwarden).

De kinderrechters en de raadsheren bij het Gerechtshof beschikken slechts over een GI rapportage maar niet over het complete opgebouwde dossier zoals bij Strafzaken wel het geval is. Dus de rechterlijke macht moet het uitsluitend doen met de door de GI opgestelde verslagen zonder dat deze op waarheid zijn getoetst. De GI weigert vaak om de door ouders opgevraagde dossiers te verstrekken zodat zij zich niet kunnen verweren bij een casus bij de kinderrechter. Er worden door de GI verslagen overlegt opgemaakt door de “gedragswetenschapper” die niet diagnostisch bevoegd is en de ouders en kinderen nooit heeft onderzocht. Een verslag louter en alleen op basis van de gekleurde informatie van de Jeugdbeschermer.

De GI treedt niet op wanneer een uithuisgeplaatste pupil seksueel misbruikt of verkracht is. In veel gevallen krijgt het kind niet de gelegenheid om aangifte te doen. Zie bijgevoegd artikel uit het AD. Er worden verregaande besluiten genomen door teamleiders zonder dat deze beschikt over een SKJ registratie zodat de weg naar het klachtrecht ook is afgesneden. De GI dient regisseur te zijn in het kader van de Jeugdwet en moet de geschikte hulpverlening aanvragen en inzetten. Dit gebeurt zelden en het kind in een uithuisplaatsing blijft verstoken van deskundige hulp. Gezinsvoogden/jeugdbeschermers die soms enkele dagen op een casus zitten en dan eraf gehaald worden door de teamleider. Vaak volgt er na 2 jaar uithuisplaatsing een perspectief plaatsing waarbij de ouders bij deze verderstrekkende maatregel het ouderlijk gezag kwijtraken. Als de voogdij naar de GI gaat krijgen de ouders geen informatie meer over het kind en hoeft de GI de ouders niet te informeren over hulpverlening ect. Gesloten plaatsing van de minderjarige. Hier dient een onafhankelijke gedragswetenschapper een verklaring van geen bezwaar af te geven wat door de GI overlegt dient te worden aan de Rechtbank. Echter de GI laat deze wettelijke toets vaak niet verrichten.

Plan van aanpak: Wat kan er beter: De Gemeente Gouda betaald de kosten van de Jeugdbescherming. De Gemeente Gouda is als financierder van de GI ook mede verantwoordelijk voor een goede Jeugdbescherming. De kans is aanwezig dat gedupeerden van Jeugdbescherming West de gemeente in de toekomst aansprakelijk stellen voor de slechte uitvoering van de OTS. Het is mij bekend dat dergelijke juridische stappen al in voorbereiding zijn. De Gemeente heeft als opdrachtgever/contractspartij geen inzicht in de kwaliteit en effectiviteit van de verleende hulp. In het bedrijfsleven zal er keer op keer getoetst worden over de ingediende rekeningen in verhouding staan met de geleverde prestatie. Bij de financiering van de Jeugdbescherming is deze controle er niet. Maar de Gemeente is opdrachtgever en mag dus ook een kritische en controlerende rol spelen of de kwaliteit van de hulpverlening op orde is. Ik wijs op de Jeugdwet:

Jeugdwet, Artikel 2.2 Artikel

 

Gerelateerde onderwerpen Jeugd Jeugdhulp

1. De gemeenteraad stelt telkens periodiek een plan vast dat richting geeft aan de door de gemeenteraad en het college te nemen beslissingen betreffende preventie en jeugdhulp, de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. 2. Het plan bevat de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren beleid betreffende preventie, jeugdhulp, de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en geeft daarbij in ieder geval aan: a. wat de gemeentelijke visie en doelstellingen zijn van dit beleid; b. hoe dit beleid zal worden uitgevoerd in samenhang met de verantwoordelijkheid van het college inzake het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling en welke acties in de door het plan bestreken periode zullen worden ondernomen; c. welke resultaten de gemeente in de door het plan bestreken periode wenst te behalen, hoe gemeten zal worden of deze resultaten zijn behaald en welke outcomecriteria gehanteerd worden ten aanzien van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen; d. hoe het college uitvoering zal geven aan artikel 2.7, tweede lid, en hoe wordt gewaarborgd dat de jeugdhulpaanbieder voldoet aan de eisen inzake de verantwoordelijkheidstoedeling, gesteld bij of krachtens artikel 4.1.1, tweede lid, juncto 4.1.5, eerste lid, en e.

op welke wijze de gemeenteraad en het college zich hebben vergewist van de behoeften van kleine doelgroepen. 3. Het plan wordt, voor zover het de afstemming van en effectieve samenwerking met het onderwijs betreft, niet vastgesteld dan nadat over een concept van het plan op overeenstemming gericht overleg heeft plaatsgevonden met het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs en het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 17a van de Wet op het voortgezet onderwijs. Het overleg met deze samenwerkingsverbanden vindt plaats overeenkomstig een procedure, vastgesteld door het samenwerkingsverband en het college van de gemeente of gemeenten. De procedure bevat een voorziening voor het beslechten van geschillen. 

Hoe kan de Gemeente hier actief in acteren: Door één of twee gemeentelijke Jeugdbeschermingsinspecteurs aan te stellen die de bevoegdheid krijgen om dossiers te toetsen en de kwaliteit te beoordelen. Deze rol moet de gemeente op zich nemen omdat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd dit nalaat.

Per OTS dossier kan de Gemeente een aantal waarborgen inbouwen:

De Jeugdwet schrift voor dat er eerst een Familie groepsplan moet worden aangeboden. Wanneer ouders kenbaar hebben gemaakt daar geen gebruik van te maken moet de GI binnen 6 weken een plan van aanpak opmaken. Dus voor de Gemeente: Toetsen of het wettelijk verplichte gezinsplan er is of plan van aanpak binnen 6 weken na het uitspreken van de maatregel door de kinderrechter is opgemaakt en besproken is met ouders en het kind. Maar ook toetsen of het gestelde in het Gezinsplan of Plan van Aanpak ook in gang is gezet. Toetsen of de ontwikkelingsbedreiging gebaseerd is op een door een BIG geregistreerde Gezondheids psycholoog of BIG geregistreerde Orthopedagoog Generalist en wanneer deze diagnostiek heeft plaatsgevonden echter niet later dan 1 maand na het uitspreken van de OTS. Toetsen of de GI bij de uitvoering van de maatregel, zoals de Jeugdwet voorschrijft, passende hulpverlening in het ambulant kader heeft ingezet dan wel passende hulpverlening in een residentiële setting heeft ingezet. Dat de GI iedere 3 maanden van de ingezette hulpverlening een door hulpverlener een voortgangsrapportage overlegt ondertekend door de hulpverlener, de ouder(s), de minderjarige en de jeugdbeschermer.

Dat de gemeente erop toeziet dat de Raad voor de Kinderbescherming bij iedere verlenging van de OTS maatregel een evaluatie rapport opmaakt waarin ook de ingezette hulpverleners rapporteren en dat deze rapportage met de ouders en de minderjarige is besproken. De GI binnen 48 uur in kennis zal stellen wanneer een minderjarige uit huis is geplaatst met daarbij een rapportage waarin is opgenomen de noodzaak tot deze maatregel, de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige vastgesteld door een BIG registreerde gedragsdeskundige en de locatie waar de minderjarige verblijft. Hierbij is van belang dat de schade wordt vastgesteld van de bedreiging. Zie artikel 1:255 Boek 1 BW en het commentaar drs Berndsen. Dat de GI verplicht zal worden van iedere mutatie van de verblijfplaats van de uithuisgeplaatste minderjarige de reden te rapporteren alsmede de visie van de behandelaars en de leiding/pleegouders en een verplicht hechtingsonderzoek. Dat de GI binnen 48 uur nadat een minderjarige melding heeft gedaan bij de GI dat er sprake is van mishandeling, misbruik of verkrachting deze informatie verstrekt aan de opdrachtgever in casu de gemeente waarna de gemeentelijke jeugdbeschermingsinspecteur nader onderzoek doet.

De politie terstond op de hoogte gebracht zal worden en de minderjarige in overleg met ouders naar een veilige locatie zal worden gebracht.

Sanctie: Dat bij het niet nakomen van bovengenoemde punten er sprake is van “wanprestatie” en de Gemeente de betaling aan de GI per direct opschort waarbij de Gemeente eveneens een officiële melding doet bij de Inspectie IGJ. De Gemeente zal actief moeten acteren ten einde te bereiken dat er Recht gedaan gaat worden aan ouders en kinderen en dat er een kwalitatief hoogwaardige Jeugdbescherming plaats gaat maken in plaats van het huidige systeem en organisatie. De Gemeente dient zich, mede op basis van de Jeugdwet te realiseren dat bij het niet handelen er grote risico’s kunnen ontstaan op het gebied van aansprakelijkheid. Ondergetekende kan op verzoek van uw Commissie nadere toelichting geven evenals collega H. Berndsen Met vriendelijke groet Hans Groenewegen Personen en familierechtjurist Schelpenhof 28 2492 SR Den Haag Tel 06 53 348897 E mail vvnor.groenewegen@planet.nl

Bijlage:

Bewijs verdween op de avond dat de uithuisgeplaatste Madelief werd misbruikt en zo gaat het vaker Een afzonderingsruimte in de jeugdzorg. © Arjan Gotink JEUGDZORGUithuisgeplaatste jongeren kunnen lang niet altijd aangifte of melding doen van seksueel misbruik. En ook jeugdzorgmedewerkers werken niet mee, zo ontdekte ook Madelief (21). Ze werd misbruikt maar nog diezelfde dag werd het bewijs - als dat er was - weggespoeld. Deze site reconstrueert haar zaak en spreekt advocaten. ,,De schuld aan het slachtoffer geven is een fenomeen uit de jaren 50, maar het is hardnekkig.” Carla van der Wal 24-08-23, 03:00 Laatste update: 07:24 ‘Ga maar douchen, je stinkt’. Eigenlijk had Madelief (nu 21) gewild dat er onderzoek was gedaan, toen ze door de politie werd teruggebracht naar de jeugdzorginstelling waaruit ze was weggelopen. Ze stonk inderdaad. Ze was ook misbruikt. Maar nog diezelfde dag werd het bewijs - als dat er was - weggespoeld. En dus zal het verhaal over haar verkrachting voor altijd een verhaal blijven, dat ze nu nog altijd niet onder haar eigen naam durft te vertellen. 

Werknemers jeugdgevangenis doen boekje open: ‘Dagelijks spugen, slaan en schelden’

Zo vergaat het meer kwetsbare kinderen, die vanwege problemen van henzelf of binnen hun gezin niet langer thuis kunnen blijven wonen. Deze redactie hoorde het afgelopen jaar meermaals over recente gevallen van misbruik van jongeren onder de hoede van jeugdzorg. In geen van de

gevallen werd aangeklopt bij de politie, of onderzoek gedaan om bewijs veilig te stellen bij een Centrum Seksueel Geweld. Te vaak Dat gebeurt ‘te vaak’, zegt advocaat Chris Sent, die zowel jeugdzorg- als zedenzaken onder haar hoede heeft. De afgelopen jaren zag ze meerdere voorbeelden waarbij misbruik zou hebben plaatsgehad, maar het nu onmogelijk is te achterhalen of dat echt het geval is. Het gaat om vrij recente gevallen. ,,Er zijn heel veel belangen die meewegen bij het maken van een afweging om aangifte of melding te doen. Als het misbruik plaatsvond buiten de instelling, is het toezicht dan wel goed op orde? Die vraag kan ook gesteld worden als het binnen de muren van een instelling gebeurt. Maar aan de belemmeringen die zulke belangen kunnen opwerpen, wordt geen aandacht besteed. Ondertussen doen jeugdzorginstellingen vaak zelf onderzoek. En voor je het weet is het bewijs verdwenen en krijg je nooit meer dat keiharde verhaal naar boven.” Wil je elke week de Het beste van het AD (Premium) nieuwsbrief van AD ontvangen via e-mail? Verstuur

Het is een ‘schokkend probleem’, zegt advocaat Richard Korver, die ook jeugdzorgzaken doet en voorzitter is van Langzs, het Landelijk Advocaten Netwerk voor Gewelds- en Zedenslachtoffers. ,,Ook ik ken zulke gevallen. Ernstige strafbare feiten, zoals verkrachting, moet je melden. En melden voorkom je door die strafbare feiten onderuit te halen, te vergoeilijken. Misbruik wordt bijvoorbeeld weggezet als een uit de hand gelopen flirt. Dan gaat het over seksueel wervend gedrag van meisjes, in plaats van het misbruik dat heeft plaatsgevonden. Dat dit gebeurt zegt veel over de cultuur binnen jeugdzorg. De schuld aan het slachtoffer geven is een fenomeen uit de jaren 50, maar het is hardnekkig.”

Advocaat Chris Sent. © LinkedIn Chris Sent Dat weet ook Madelief. Zij kreeg niet alleen te horen dat ze moest douchen, haar werd ook gezegd dat ze niet weg had moeten lopen. Toen haar vader desondanks aandrong de politie in te schakelen gebeurde dat niet. ,,Papa heeft niet doorgezet. En dus is er uiteindelijk niks gebeurd.” Het zorgt dat het voor haar nog altijd moeilijk is voor zichzelf op te komen. Het idee dat zij haar recht kan halen, heeft Madelief niet. De gang van zaken rondom Madelief klinkt misschien onvoorstelbaar, een jeugdzorgmedewerker met jarenlange ervaring kent soortgelijke voorbeelden. De schuld bij een kind leggen gebeurt binnen jeugdzorg wel vaker. ,,Dan wordt bijvoorbeeld gezegd dat een jongere liegt, want ‘dat hoort bij het ziektebeeld’. En als je een jongere vraagt naar zijn eigen aandeel als er vermoedens zijn van seksueel misbruik, weet je zeker dat die er niet meer over zal praten.” Kwade opzet Bij beschuldigingen aan het adres van een medewerker is de doofpot zo wel heel dichtbij, maar ook als medebewoners aangewezen worden als dader zijn er dilemma’s. De medewerker: ,,Als iemand aangifte wil doen tegen een medebewoner, zijn dat jongeren die ook onder jouw verantwoordelijkheid vallen. Ik heb wel gezien hoe de bal dan bij ouders wordt gelegd: zij moeten maar naar de politie.

Maar zij hebben niet alle informatie.” Toch is er niet altijd kwade opzet, zegt Joliska Hellinga van Jeugdstem, stichting voor vertrouwenspersonen in de jeugdzorg. ,,Zowel jongeren als medewerkers denken niet altijd aan de mogelijkheid aangifte te doen. Daarom vertelt de vertrouwenspersoon jongeren expliciet dat dit kan. En

als het lijkt of dit wordt tegengehouden, of geweldssituaties niet gemeld worden, heeft de vertrouwenspersoon zelf een signalerende functie. Een vertrouwenspersoon maakt zelf ook altijd melding van een geweldsincident, soms tot aan de inspectie toe.” Maar ook dat systeem kent beperkingen. Zo is er geen compleet beeld van alle gezinshuizen die onderdak bieden aan jongeren in jeugdzorg. En dat betekent dat niet alle jeugdigen (laagdrempelig) toegang hebben tot een vertrouwenspersoon die ze kan helpen.

Door niet te kijken hoef je de vraag niet te stellen: ben ik ook verantwoordelijk? Medewerker, Jeugdzorg

Dat niet altijd ‘wordt gedacht aan een aangifte’ is ergens opmerkelijk, zegt advocaat Sent, want wie kennis heeft van een ernstig misdrijf zoals verkrachting, is volgens de wet verplicht aangifte te doen. Daarbij zijn er zat signalen waaruit blijkt dat jeugdzorg te kampen heeft met een probleem: in 2012 concludeerde de commissie-Samson dat kinderen in de jeugdhulpverlening tweeënhalf keer meer risico lopen om slachtoffer te worden van seksueel misbruik dan kinderen die thuis wonen. En in 2019 waarschuwde de commissie-De Winter: (seksueel) geweld in jeugdzorg kwam voor en het gaat nog altijd door. In 2021 stelde het Verwey Jonker instituut vervolgens: jeugdzorg heeft nauwelijks aandacht voor het belang van wederzijdse instemming, ter preventie van grensoverschrijdend gedrag, of voor de hulp van de Centra Seksueel Geweld in Nederland, waar experts klaarstaan na misbruik. Er zijn geen cijfers die uitwijzen hoe vaak aangifte is gedaan wegens misbruik tijdens een verblijf in een instelling. Wel kwam vorig jaar naar buiten dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd sinds 2018 414 meldingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag in jeugdzorg binnenkreeg. Spanningen

Inmiddels loopt er vanuit Jeugdstem een project in twintig jeugdzorginstellingen om het doen van aangifte gemakkelijker te maken, een gevolg van de conclusies van commissie De Winter. Vertrouwenspersonen en instellingen werken samen om het doen van aangifte gemakkelijker te maken. Maar dat brengt ook spanningen met zich mee. ,,Voor jongeren, die vaak terug moeten naar de groep waar geweld heeft plaatsgevonden door een medebewoner of medewerker. Maar ook medewerkers vragen zich af: wat betekent dat voor ons? Helaas zien we ook dat een klacht of melding binnen jeugdzorg nog niet altijd wordt gezien als een leermoment, een mogelijkheid om te kijken of het juiste is gedaan. Het is duidelijk dat er nog een wereld te winnen valt om het doen van aangifte na een geweldsincident te faciliteren en normaliseren.”

Advocaat Richard Korver, voorzitter van Langzs, het Landelijk Advocaten Netwerk voor Gewelds- en Zedenslachtoffers. © ANP/KOEN VAN WEEL Dat zegt ook de jeugdzorgmedewerker, die anoniem wil blijven. ,, Er zijn medewerkers die niet weten wat ze moeten doen bij een vermoeden van seksueel misbruik. Door de personeelstekorten worden onervaren krachten ingezet. Maar medewerkers zijn ook bang voor de vragen die op een melding of aangifte volgen. Door niet te kijken naar de casus, niet te kijken naar de context, hoef je uiteindelijk de vraag niet te stellen: ben ik ook verantwoordelijk?” Uiteindelijk ziet advocaat Korver in alleen naar de politie stappen niet dé oplossing. Het duurt lang voordat zedenzaken voor de rechter worden gebracht, als het al zover komt. ,,Het begint met het bestrijden van het gedachtegoed waarin het verschil tussen een relatie, een uit de hand

gelopen fling en misbruik niet wordt gemaakt. Ondertussen vinden jeugdzorgmedewerkers het al moeilijk om elkaar aan te spreken op grensoverschrijdend gedrag en te vragen: waarom leg jij die hand op die bil? Laat staan dat er op een normale manier over seks wordt gesproken. In de opleiding van jeugdzorgmedewerkers is nauwelijks aandacht voor dit thema. Het antwoord op dit probleem ligt in onderwijs, onderwijs, onderwijs.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=3c342f40-0767-49fa-be29-928e76ea7c67