CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Technische vragen - CU - IHP2

Commissie Samenleving 17 januari 2024, gemeente GoudaBij agendapunt: Beeldvorming Uitvoeringsplan onderwijshuisvesting IHP 2de tranche1.187 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord

: Ineke Schaddelee, ChristenUnie : 15-01-2024 : IHP : Van der Linden :

Bouwheerschap De wetgever heeft bepaald dat het schoolbestuur beslist of het schoolbestuur of de gemeente bouwheer wordt. Het uitgangspunt op grond van de onderwijswetgeving is dat in de basis het schoolbestuur de bouwheer is, tenzij een schoolbestuur een verzoek indient bij de gemeente om het bouwheerschap over te nemen. 1) Wat is de toegevoegde waarde van het uitgangspunt ‘vanuit de gemeente nadrukkelijker open staan om het bouwheerschap van projecten op verzoek van schoolbesturen over te nemen’? In hoeverre mag de gemeente een verzoek tot bouwheerschap weigeren? 2) Hoe draagt de gemeente zorg voor voldoende kennis en expertise om invulling te geven aan deze taak van bouwheerschap? Organisatie inrichting Uit de evaluatie IHP 1e tranche blijkt dat er een duidelijker afbakening kan plaatsvinden in de taken en verantwoordelijkheden tussen programmamanager (van het Uitvoeringsplan), de gemeentelijk projectleider van de individuele projecten (op moment dat gemeente bouwheer is) en het gemeentelijk aanspreekpunt van de projecten (op moment dat schoolbestuur bouwheer is).

3) Is de organisatie momenteel zo ingericht dat voor de 2e tranche kan worden voorzien in een duidelijke afbakening van genoemde de taken en verantwooodelijheden? 4) Is de capaciteit, zowel kwantitatief als kwalitatief, voor de uitvoering van de 2e tranche, op orde? Gedurende het proces is ondervonden dat het scheiden van programma (Uitvoeringsplan) en projectmanagement, opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap, belangrijk is om in control te zijn en blijven. Dat geldt ook voor de instrumenten om dat te doen. Deze kunnen nog verder worden geprofessionaliseerd. 5) Welke stappen zijn gezet om verder te professionaliseren? Kinderopvang Een organisatie voor kinderopvang is zelf verantwoordelijk voor de huisvesting. Kinderopvang is een commerciële functie, waarbij de gemeente geen wettelijke taak heeft om de huisvesting te financieren. Bij bouw van een IKC komt het voor dat de ruimte voor opvang voorgefinancierd wordt. De voorfinanciering wordt mogelijk goedgemaakt in de vorm van kostendekkende huur. In het rapport is te lezen dat het onduidelijk is wat de impact de ontwikkelingen in de kinderopvang (bijna gratis) gaat zijn op de financiële situatie van kinderopvangorganisaties en hun mogelijkheden tot investeren in gebouwen. Uit de evaluatie blijkt dat ‘beleidsaanscherping nodig is ten aanzien van de voorfinanciering van de kinderopvang’.

6) Hoe wordt opvolging gegeven aan deze conclusie? 7) Hoe wordt geanticipeerd op de ontwikkelingen in de kinderopvang?

Tijdelijke huisvesting In het uitgangspunt 2 efficiënt ruimtegebruik staat dat nog moeilijk in te schatten is of de benodigde tijdelijk huisvesting voor de 2e tranche toereikend is. 8) Wat maakt dat deze inschatting moeilijk is? Tijdelijke huisvesting is cruciaal voor de voortgang en gebrek aan schuifruimte kan een vertragende factor in de uitvoering zijn. ‘Er ontstaat een domino-effect waarbij de start van het ene project afhankelijk is van de voortgang van het andere project. Deze onderlinge afhankelijkheid brengt het risico met zich mee op vertraging bij meerdere projecten.’ De tijdelijke huisvesting is ook als knelpunt uit de tussentijdse evaluatie IHP 1e tranche naar voren gekomen, omdat het een vertragende factor in de uitvoering kan zijn. 9) Hoe wordt het benoemde risico gemitigeerd? Welke maatregelen worden er genomen om te voorkomen dat dit risico zich voordoet? Gymzalen ‘De voordelen van het meenemen van een gymvoorziening bij clustering zijn evident: geen tijdverlies bij het verplaatsen tussen school en gymvoorziening, alle noodzakelijke voorzieningen zijn onder één dak en er zijn minder buitenmuren nodig, wat besparend werkt op zowel de bouw als de exploitatie.’ In Gouda zijn veel losstaande gymzalen zijn, deze vallen niet in het IHP, hiervoor wordt een apart plan gemaakt. Het onderwijs is de grootste gebruiker van de gymzalen.

10) Wanneer wordt het gymzalenplan verwacht? 11) Is er een transitie mogelijk van minder losstaande gymzalen naar clustering van een gymvoorzieningen met onderwijshuisvesting? 12) Wat zijn de mogelijkheden om de nieuwbouw/renovatie van gymvoorziening mee te laten lopen met het IHP? Schaalgrootte Toetsingscriterium schoolgrootte; ‘Om voldoende daadkracht te kunnen houden krijgen scholen met meer leerlingen dan 150% van de instandhoudingsnorm een hogere prioritering bij vergelijkbare bouwkundige urgentie.’ Voor de gemeente Gouda ligt de instandhoudingsnorm van het primair onderwijs op 195 leerlingen. 13) Voor welke scholen/projecten heeft dit toetsingscriterium een mogelijk negatief gevolg? Welke scholen zouden hierdoor een lagere prioritering kunnen krijgen?

Antwoorden: 1. De gemeente mag een verzoek tot bouwheerschap weigeren. De toegevoegde waarde van het uitgangspunt is om aan te geven dat we uit de evaluatie van IHP1 hebben geleerd dat het een voordeel kan in sommige situaties (zoals clustering) om het bouwheerschap door de gemeente te laten uitvoeren. O.a. de schoolbestuurders die inspraken tijdens de commissievergadering van 15 mei toonden zich vanuit hun ervaring voorstander van bouwheerschap door de gemeenten. Niet alle schoolbesturen zullen hier voor zijn, en we kunnen scholen conform de wetgeving ook niet dwingen dus. 2. Door goede interne samenwerking en overdracht tussen projectleiders en beleidsadviseurs, door het delen en ontwikkelen van onderliggende documenten en te leren van deze evaluatie en daarop acties af te spreken. Ook voor gemeenten is het bouwheerschap een aparte rol die aparte vaardigheden vergt. 3. We denken dat de organisatie daarvoor is ingericht. 4. Het ‘basisteam’ staat.. Het aantal projectleiders verantwoordelijk voor uitvoering van de projecten zal moeten worden uitgebreid afhankelijk van het aantal projecten wat in bouwheerschap ontwikkeld gaat worden. 5. De verschillende rollen worden meer gescheiden, waarmee er meer checks & balances ontstaan. Bijvoorbeeld tussen beleidsvorming rond IHP en onderwijshuisvesting en de programmaregie versus de projectleiders voor

onderscheidenlijke projecten. Qua instrumentarium wordt oa het financiële dashboard verder ontwikkeld. 6. Inmiddels is een voorlopige visie op IKC-vorming opgesteld. Die is opgenomen bij de stukken. En het raadsvoorstel scherpt het kader hieromtrent aan. Binnen de planvorming van het IHP2 zal hier verder aandacht worden besteed en zo nodig besluitvorming over financiële middelen ter voorfinanciering worden geïnitieerd. 7. Door contact te houden met deze sector en zowel landelijk als in Gouda op de hoogte te zijn van de (lokale) ontwikkelingen. Als de kinderopvang (bijna) gratis wordt, kan het in de toekomst noodzakelijk zijn het beleidskader te herzien. Het is zeer de vraag of dit gebeurt. 8. Het is nog niet duidelijk hoeveel projecten er in het IHP2 terechtkomen, welke omvang (aantal leerlingen) deze projecten gaan hebben en welk soort onderwijs en doelgroep het betreft (PO, VO, SO) die tijdelijk huisvesting nodig heeft. De ontwikkelingen rond o.a. Vindingrijk evenals het vluchtelingenvraagstuk laten bovendien hoge dynamiek zien in het onderwijsdomein en het gebouwbestand. 9. Er wordt continu gekeken naar mogelijkheden voor tijdelijke huisvesting t.b.v. IHP-2 (en 1e tranche) en deze wordt van begin af aan meegenomen in de planvorming.

We zetten ook tijdelijke units neer om in de behoefte te voorzien en bezien mogelijkheden of het bijvoorbeeld efficiënt is deze zelf aan te schaffen. 10. Nog niet duidelijk, de opdracht wordt in Q1 verstrekt. Ambitie is om de gymzaalopgaven zoveel mogelijk aan de IHP projecten te koppelen. 11. Ja, die transitie is mogelijk. 12. Die mogelijkheden zijn er, en worden ook al benut, als ze deel uit maken van een onderwijsvoorziening. Maar we willen ook breder kijken naar de ‘solitaire’ gymzalen. 13. Het gaat om de scholen die minder dan 293 leerlingen hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=e707f1b3-3056-418b-8ecc-493e8a412dad