CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording politieke en technische vragen Sportnota

Commissie Samenleving 21 oktober 2024, gemeente GoudaBij agendapunt: Vervolg oordeelsvorming: visie Sport en Bewegen in Gouda 2024-20325.180 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Politieke (en technische) vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord

Michiel Bunnik 9 oktober 2024 Politieke (en technische) vragen sportnota Lars vd Linden 15 oktober 2024

SGP Welke keuzes maakt de wethouder in deze visie? (Is beantwoord) 1. Wat we meer doen en wat niet? (Wat niet, is niet beantwoord) Antwoord Wat we echt meer of anders gaan doen dan in de voorgaande periode (en wat we inmiddels ook al flink in gang hebben gezet), is dat we het sport- en beweegnetwerk enorm verbreden. Willen we op de lange termijn een gedragsverandering creëren bij de Gouwenaars die onvoldoende bewegen, dan moeten we ervoor zorgen dat ze op zoveel mogelijk plekken in de stad zien hoe leuk sporten en bewegen kan zijn, en hoe belangrijk het is. Daarom zetten we in op contacten en samenwerkingsverbanden met ondernemers, zorgverleners, welzijn, onderwijs en natuurlijk met verenigingen. Nog meer dan voorheen willen we die sociale partners en het sociale maatschappelijk veld betrekken. We zetten de tentakels van het sport- en beweegbeleid uit in de lokale samenleving en mikken op een sneeuwbaleffect. Dat hoeft allemaal niet in eens, dat vergt ook van ons als gemeente een lange adem en fasering. Vandaar ook dat we in deze nota flink wat jaren vooruit kijken, namelijk tot 2032. Een voorbeeld van wat we niet doen is inzetten op topsportbeleid. Bovendien nemen we afscheid van kortetermijnacties die leiden tot snelle, maar niet duurzame bewegingen.

Een Sportimpulsregeling uit de voorgaande periode heeft bijvoorbeeld zeker een paar mooie structurele initiatieven opgeleverd, maar over het algemeen toch weinig activiteiten die zonder structurele subsidies kunnen voortbestaan. We zetten in op de lange termijn, op structuren, want die zijn nodig om Gouwenaars blijvend aan het bewegen te krijgen. 2. Level playing field creëren (poging gedaan, maar niet beantwoord) Toelichting Martin: Gaat er juist om dat je de financiering die historisch scheefgegroeid is, meer recht zet. Want Voetbal IS niet goedkoper dan veel andere sporten (misschien wel goedkoper dan manege, maar een veld is hartstikke duur) maar is goedkoper door de steun vanuit gemeente en sport.gouda. Ik zie in deze visie geen enkele poging hier iets aan te doen. En dat hoeft geen extra geld te kosten. Antwoord Een Level Playing Field komt in deze visie inderdaad niet uitvoerig aan bod, behalve in hoofdstuk 1, op pagina 9. De motie uit 2021 ziet een Level Playing Field vooral als een accommodatiekwestie, en daar ligt niet de focus van deze sportnota. Uiteraard hebben wij echter wel aandacht voor het onderwerp. Inderdaad, voetbal is niet goedkoop als verenigingen zelf volledig aan de lat zouden staan om de kosten van een veld te betalen. Dat is precies de reden waarom in heel Nederland al van oudsher voetbalvelden worden verhuurd tegen nietkostendekkende tarieven.

We hebben momenteel niet de indruk, enkele uitzonderingen daargelaten misschien, dat sommige sporten minder populair zijn dan andere sporten vanwege de betaalbaarheid van de accommodaties. Er liggen meestal andere redenen aan ten grondslag, zoals imago van de sport, trends en kosten van kleding en accessoires. Toch zijn we zoals gezegd bezig met het onderwerp. De Goudse Sportraad heeft er eerder een advies over geschreven en we voeren gesprekken met verenigingen die in een andere positie zitten dan de meeste en die daar last van hebben. We richten ons daarom in eerste instantie op oplossingen op maat voor die verenigingen. We voorzien echter wel degelijk dat die oplossingen extra geld kunnen kosten en waar die kosten vallen, hebben we nog geen beeld bij. En: bij grootschalige aanpassingen en bij gelijkblijvende budgetten is het onvermijdelijk dat er behalve winnaars ook

verliezers zullen zijn. De huidige situatie is misschien niet voor elke vereniging ideaal, maar in ieder geval wel stabiel. 3. Taken sport.Gouda, beter om die te ontvlechten en cultuur en zorg/sociaal domein taken eruit te halen zodat de opdracht aan sport.Gouda eenduidiger is. Antwoord Het college is daar geen voorstander van. In grote steden als Rotterdam kunnen wij ons voorstellen dat taken als exploitatie en sportstimulering bij verschillende partijen worden belegd, maar in een stad met de omvang als de onze zien we juist veel voordelen van de huidige constructie. Mijn ervaring is dat SPORT•GOUDA vanwege de huidige constructie en vanwege haar professionaliteit juist snel kan schakelen en zaken met elkaar in verband kan brengen. Het beidt efficiencyvoordeel als het gaat om overhead en organisatie, en we kunnen onze accommodaties op deze manier ook nadrukkelijker inzetten om sport en bewegen mogelijk te maken. De contacten tussen SPORT•GOUDA, gemeente (sport én sociaal domein) en lokale partijen op het gebied van zorg en welzijn, zijn uitstekend en leiden over het algemeen tot prima afstemming en mooie samenwerkingen. Dat er soms verenigingen zijn die het af en toe als lastig ervaren dat ze op verschillende manieren met SPORT•GOUDA te maken hebben, weegt wat mij betreft niet op tegen de vele voordelen van de huidige systematiek.

Regelmatig krijg ik van andere gemeenten te horen dat ze jaloers zijn op de manier waarop wij het in Gouda hebben georganiseerd. We willen dat niet zomaar overboord zetten. Desalniettemin zeggen we in de sportnota (op pagina 9) toe dat we bij de evaluatie van de huidige dienstverleningsovereenkomst goed kijken naar of de huidige verschillende rollen goed met elkaar gecombineerd kunnen blijven worden. 4. Openbaar groen - ontwikkelaars vragen om buitensport te ontwikkelen in de 15% die ze toch moeten vullen, of wellicht dat ze 10% mogen als ze iets moois neerzetten?(dan zit er ook financiële prikkel in) Antwoord Dat vindt het college een goed idee. PvdA 1. Ambitie 8:, pagina 25. wordt het volgende benoemd: Uitgangspunt is dat het verkrijgen van voldoende zwemvaardigheid primair een verantwoordelijkheid van ouders is. Hoe verhoudt de zin over verantwoordelijkheid voor ouders zicht tot zwemveiligheid voor ieder kind wat duidelijk iets is wat we als raad belangrijk vinden? Antwoord Het college vindt net als de raad dat zwemveiligheid van groot belang is. De primaire verantwoordelijkheid om kinderen zwemvaardig en dus zwemveilig te laten zijn, vindt het college de verantwoordelijkheid van ouders. Het college zet zich in dat kader wel in om de drempels voor ouders om hun kinderen zwemles te laten nemen, zo laag mogelijk te laten zijn.

Daarom wordt ingezet op betaalbaarheid (bijvoorbeeld via het Kindpakket) en beschikbaarheid (er zijn 4 aanbieders van zwemles). Schoolzwemmen zou een optie kunnen zijn, maar er zijn weinig scholen die daar interesse voor tonen, het is maar de vraag of dat gefaciliteerd zou kunnen worden met voldoende lesgevers (de markt voor zwemlespersoneel is krap) én het college wil in dat verband ook kijken wat de landelijke ontwikkelingen zijn, nu het kabinet zich over dit onderwerp buigt. 2. Hoe zorgt het college ervoor dat de verkenning naar zwemdiploma’s verder gaat dan proberen in beeld te krijgen hoe het met zwemvaardigheid gesteld staat, maar ook oorzaken van waarom het behalen van het aantal zwemdiploma’s zo tegenvalt? Antwoord Het college informeert de raad nog dit kwartaal over de uitkomsten van een inventarisatie die ze doet naar waarom veel ouders hun kind na het behalen van het A-diploma niet verder laten gaan met leszwemmen. Bij de uitwerking betrekken we ook de regio. 3. Heeft het college zicht op de evaluatie van de buurtsportcoaches? Wat waren de opbrengsten? pagina 2

Antwoord Ja, daar heeft het college zicht op. SPORT•GOUDA houdt de gemeente op de hoogte van de inzet en vorderingen van buurtsportcoaches. Dat gebeurt via kwartaalrapportages en subsidieverantwoordingen en uiteraard via het jaarverslag van SPORT•GOUDA waarin op de pagina’s 26 tot en met 29 aandacht wordt besteed aan de inzet van buurtsportcoaches in het bedrijfsonderdeel Bewegen & Leefstijl. Buurtsportcoaches en beweegmakelaars zijn de ogen en oren in de wijken. Daarnaast is hun inzet doorvlochten in diverse andere thema’s zoals aangepast sporten, verenigingsondersteuning, bewegen op en rondom de scholen, organiseren van vakantieactiviteiten en uiteraard van buurtsportactiviteiten zelf. Daarover is in eerdere beantwoording al aangeven dat de grootste uitdaging ligt in het blijven aansluiten bij de belevingswereld van jongeren (buurtsport 12+). Er is daarom een intensieve samenwerking met partijen als Gro up en er wordt meer dan voorheen ingezet op incidentele activiteiten. Leefbaar Gouda 1. In de Raadsmemo financiële situatie Sport. Gouda wordt aangegeven dat volgens jaar sprake is van een structureel tekort van 250.000 euro.

Daarnaast werd kenbaar gemaakt dat de SPUK-bijdragen zullen afnemen, de inflatie nog zal toenemen (mogelijk met circa 2% in 2025), nog grote onduidelijkheid bestaat over de btw-verrekeningen en de onduidelijkheid over de financiële afwikkeling van de problemen rond de constructie. Dit alles betekent dat ook volgend jaar het risico aanwezig is dat bij ongewijzigd beleid er opnieuw een structureel tekort gaat ontstaan voor Sport. Gouda. Vraag; Als fractie missen wij in uw visie/sportnota reeds nu maatregelen om te voorkomen dat wij volgend jaar opnieuw worden geconfronteerd met een structureel tekort. Wat gaat u de komende tijd beleidsmatig doen om dit te voorkomen? Antwoord Het college deelt uw zorg over de beschikbare middelen voor de komende jaren. We zijn in gesprek met directie en RvC van SPORT•GOUDA over de uitvoering. Daarbij kijken we ook of we verduurzaming toch versneld kunnen doorvoeren, ondanks dat er sprake is van netcongestie Maar bij gelijkblijvend budget gaan we ervan uit dat we keuzes moeten maken in het uitvoeringsniveau. Gouda Vitaal 1. Net kwam aan bod: Bewegen is goed voor alle doelgroepen : In juli 2023 hebben we gesproken over de Specifieke Uitkering (SPUK) Sportakkoord 2. Daarin werd de ketenaanpak Valpreventie voor ouderen benoemd en de Positieve Gezondheid benoemd.

De Positieve Gezondheid is meegenomen in deze sportnota, wat is de reden dat valpreventie voor inwoners met laag en matig valrisico niet terugkomt in deze nota? De wethouder gaf net al aan dat het voor iedereen belangrijk is dat er botversterkende oefeningen gedaan worden. Antwoord Valpreventie komt aan bod op pagina 18 (‘We zetten in op valpreventietrainingen voor ouderen’). Het is een belangrijk onderwerp binnen het sociaal domein, en specifiek binnen het beleidsveld sport en bewegen, zeker ook omdat er veel rijksgelden mee gepaard gaan. SPORT•GOUDA is inmiddels opdracht verstrekt (met uiteraard een passende vergoeding) de coördinatie van de lokale ketenaanpak op het gebied van valpreventie te voeren. 2. Op 10 april 2024 hebben wij als raad de Motie Zwemveiligheid in Gouda. In Q4 aan de raad rapporteren welke maatregelen er op kort termijn getroffen worden voor de zwemveiligheid. Inmiddels is het Q4 en we behandelen de sportvisie. Kan de wethouder aangeven, wanneer wij als raad deze rapportage kunnen verwachten. Antwoord Het college informeert u als beloofd nog dit kwartaal over de uitkomsten van een inventarisatie naar waarom ouders hun kinderen na het behalen van een A-diploma niet door laten zwemmen voor een B- en C-diploma. Het is waarschijnlijk te vroeg om dan ook al meteen suggesties te pagina 3

doen voor de zwemveiligheid vergroot kan worden. Het is lastig, zo niet onmogelijk, om te achterhalen hoeveel mensen in Gouda hoeveel zwemdiploma’s te hebben. Landelijk is er geen registratie van. We moeten ons voor cijfers baseren op landelijke onderzoeken die een algemeen beeld geven. Daaruit mogen we afleiden dat ook in Gouda het aantal kinderen dat voldoende zwemvaardig is, terugloopt. Dat zal te maken hebben met financiële redenen en met het belang dat ouders uit bepaalde doelgroepen hechten aan zwemles in het algemeen. Eventuele andere redenen hopen we dus te horen uit de nu lopende inventarisatie bij de goudse zwemlesaanbeiders. 3. Via het Gemeentefonds vanuit het rijk is er landelijk 300miljoen compensatie voor de energiekosten van zwembaden. Heeft Gouda dit aangevraagd bij het rijk en waar kan ik dit terugzien in de financiële situatie? Antwoord De gemeente heeft dit niet specifiek aangevraagd bij het Rijk. Het was immers een uitkering die we automatisch hebben ontvangen in het Gemeentefonds. De oorspronkelijk (in de Najaarsnota 2022 van het Rijk) aangekondigde extra bijdrage van € 300 miljoen, bedoeld als extra vergoeding voor maatschappelijke organisaties voor gestegen prijzen, bleek later (in de Voorjaarsnota 2023 van het Rijk) slechts € 127 miljoen te bedragen.

In de meicirculaire 2023 is niet te herleiden met welke verhoging Gouda rekening kon houden, en is ook geen verwijzing te vinden naar een vergoeding voor maatschappelijke organisaties. Een extra bedrag is dus beschikbaar gekomen voor de algemene middelen. Het college heeft zoals u weet wel het Winterplan geïmplementeerd en in 2023 een extra indexering gerekend van 7,3% voor de vergoedingen aan maatschappelijke organisaties, beide gedekt uit de algemene middelen. Eerder was er ook een landelijke SPUK voor de energiekosten van zwembaden. Daar kon Gouda helaas geen gebruik van maken, omdat SPORT•GOUDA een energiecontract had dat tot einde 2023 liep. Het sportbedrijf ervaart dus ook pas sinds 2024 de gevolgen van de energiecrisis. 4. Ambitie 6 Sport is betaalbaar voor iedereen Wat wordt er gedaan voor gezinnen die een inkomen hebben van net boven de minima en niet in aanmerking komen voor Rotterdampas en andere compensaties, maar de contributies voor sportende gezinsleden niet kunnen betalen? Antwoord Daar plegen we nu geen inzet op, behalve dat we de sport in z’n algemeenheid zo betaalbaar mogelijk willen houden, onder andere door het rekenen van niet-kostendekkende huurtarieven. D66 Visie versus uitvoeringsplan: 1. Er wordt duidelijk aangegeven dat de nota een visie is, en geen uitvoeringsplan.

Toch is de nota zeer gedetailleerd en beschrijft deze activiteiten die in de komende periode ontplooid zullen worden. a) Als deze nota geen uitvoeringsplan is, welke waarde kunnen we dan hechten aan de activiteiten die nu zijn opgetekend in de nota? b) Waarom is voor deze gedetailleerde vorm gekozen? Antwoord De nota is in die zin uitvoerig, dat we ervoor gekozen hebben om in circa 10 pagina’s meer duiding te geven aan de 3 speerpunten en 9 ambities. We hebben geluisterd naar eerdere opmerkingen en suggesties om de ambities meetbaar en concreet te maken en hebben daarom benoemd wat we concreet willen bereiken en wat we daarvoor gaan doen. De ruimte zit ‘m in wat we wanneer en op welk niveau gaan doen. Als voorbeeld noem ik de eerste ambitie: sterke sportaanbieders. Daarvoor willen we inzetten op uitbouwen van het sport- en beweegloket, tweejaarlijks de Vitaliteitsscan uitvoeren, een grotere slagkracht van verenigingen (meer vrijwilligers), een Goudse Aanpak Veilig & Plezierig Sporten en juridische vastgoedzaken op orde brengen. Dit zijn projecten of zaken die prima naast elkaar kunnen bestaan. De planning van de uitvoering ervan werken we uit in een uitvoeringsagenda, hoewel op advies van de adviesraden wel een voorzet hebben gedaan op pagina’s 32 en 33. Maar u kunt het college uiteindelijk

pagina 4

afrekenen op de genoemde indicatoren die iets moeten zeggen over in hoeverre de ambities gerealiseerd zijn. c) In dit visiedocument lezen we dat ‘we ons willen focussen en niet met hagel willen schieten’. Vervolgens worden er wel 9 stevige ambities genoemd. Kan de portefeuillehouder aangeven op welke wijze er focus kan worden behouden als er aan deze 9 stevige ambities tegelijk wordt gewerkt? d) Dit visiedocument gaat over een lange periode. Deelt de portefeuillehouder de mening van D66 dat het niveau van detail op uitvoeringsniveau eventueel benodigde wendbaarheid in de weg staat mochten zich in de komende jaren onvoorziene omstandigheden voordoen die niet zozeer de visie beïnvloeden, maar wel de wijze waarop we daar invulling aan geven? Antwoord Ruimte voor aanpassing is er altijd. Als daar zwaarwegende redenen voor zijn, komt het college daarvoor bij de raad terug. Met de huidige opzet denkt het college echter voldoende bewegingsvrijheid te hebben om aan de slag te gaan. e) Is het in dat geval niet verstandiger deze visie ook te beperken tot de daadwerkelijke visie, het vergezicht? Antwoord Zie het antwoord op vraag 1. Het college ziet de uitwerking van de ambities in ‘Wat gaan we daarvoor doen’ als belangrijke duiding van de ambities.

Level Playing Field Uit de beantwoording van de technische vragen komt naar voren dat de huur die aan Sport.Gouda wordt betaald voor de accomodaties lang niet kostendekkend is. De dekkingsgraad ligt op dit moment tussen de 20% en 30%. De dekkingsgraad van verenigingen die hun accommodatie niet huren via Sport.Gouda, kan oplopen tot wel 100%. Zij hebben uiteraard wel mogelijkheden om op projectbasis subsidies aan te vragen, maar dat geldt voor alle verenigingen, ook zij die wél huren via Sport.Gouda. Dat leidt volgende de fractie van D66 tot een significant financieel voordeel voor de verenigingen die hun accommodatie huren via Sport.Gouda. a. Is de portefeuillehouder van mening dat alle sportverenigingen in Gouda bijdragen aan de doelstelling om Gouwenaars in beweging te krijgen en te laten sporten? Antwoord Ja. b. Is de portefeuillehouder van mening dat er op dit moment sprake is van gelijke kansen in gelijkwaardige situaties voor sportverenigingen die geen accommodatie huren via Sport.Gouda? Antwoord Grotendeels wel. c.

Hoe beoordeelt de portefeuillehouder de inzet die daar sinds het aannemen van de motie Level Playing Field op is gedaan? Kan dit worden toegelicht? d. Welke effecten hebben die interventies tot nu toe gehad? Antwoord Zie hiervoor het antwoord op vraag 2 van de SGP. e. Welke waarborgen zitten er in deze visie dat de gelijkheid niet verder afneemt, maar juist toeneemt? Antwoord Waarborgen zitten er in deze visie niet. Zoals gezegd is het vraagstuk Level Playing Field een ingewikkeld vraagstuk, dat zich bovendien vooral afspeelt op accommodatiegebied. Zoals gezegd kijk ik eerst naar of de situaties die op dit moment niet standaard zijn, meer conform afspraken met andere verenigingen kunnen worden. Vacatures bij sportverenigingen pagina 5

Op pagina 13 van de nota is te lezen dat het aantal vacatures wat sportverenigingen kunnen vervullen stijgt van 15 naar 35% in de komende 7 jaar. Dat is een flinke ambitie. a) Kan de portefeuillehouder aangeven op basis van welke interventies deze stijging haalbaar is? Antwoord Een percentage van 15% vinden we erg laag. Maar een percentage van 35% in 2032 is nog steeds geen hoge score. Desondanks willen we de lat hoog leggen. Verenigingen ziet het college als zeer belangrijke organisaties in de samenleving. Gezamenlijke vrijwillige inzet is juist een kernwaarde en het college wil daar dan ook op inzetten. Met ondersteuning op maat, de komst van het sport- en beweegloket (efficiëntere en effectievere ondersteuning van verenigingen) en de doorstart van het VIP denkt het college goede instrumenten in handen te hebben om verenigingen met het vrijwilligersvraagstuk te helpen. b) Zou de terugkeer van de sportopleiding bij MBO Rijnland daar een rol in kunnen spelen? Antwoord Dat zou zeker kunnen. Het feit dat de sportopleiding van MBO Rijnland momenteel niet meer in Gouda is, heeft zeker geen positief effect op het aantal studenten dat een rol kan spelen in taken en klussen bij sportverenigingen. Regenboogbeleid Bij ambitie 9 op pagina 25 wordt gesproken over het feit dat het Regenboogbeleid en het diversiteitsbeleid deel uitmaakt van de LIDA.

In de visie komt met name het Regenboogbeleid op geen enkele manier naar voren. a) Op welke manier de portefeuillehouder voornemens is hier aandacht aan te besteden. b) Kan de portefeuillehouder aangeven waarom het Regenboogbeleid geen plek heeft gekregen? Antwoord In de visie stippen we veel vraagstukken aan, zonder daar inhoudelijk uitgebreid op in te gaan. Dat geldt ook voor het regenboogbeleid, dat in de uitvoering wel degelijk aandacht krijgt. De regenboogalliantie is nauw betrokken bij de Goudse sport en er is een werkgroep Sport & Inclusie met daarin vertegenwoordigers van sportverenigingen. GroenLinks 1. Hoe kijkt de wethouder naar de specifieke rol van het college in het stimuleren van sportparticipatie en bewegen in relatie tot andere partijen die bijdragen aan het Sportakkoord. En hoe wordt die rol de komende jaren geëvalueerd en bijgesteld. Antwoord Het Sportakkoord is inmiddels overgegaan in het Leefstijlakkoord. Het Leefstijlakkoord is een onlosmakelijk onderdeel van de brede plannen van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Met het Leefstijlakkoord willen we partijen in de stad ruimte bieden om initiatieven een boost te geven. Middels een eenvoudige regeling kan er geld aangevraagd worden. Net als met het Sportakkoord geldt voor het Leefstijlakkoord dat het een document van en voor de stad is.

Het college heeft SPORT•GOUDA opdracht gegeven de uitvoering van het akkoord te coördineren. SPORT•GOUDA heeft daartoe een kernteam in het leven geroepen dat bestaat uit vertegenwoordigers van lokale organisaties zoals GGD, Brede School en gro up. De gemeente schuift regelmatig aan bij de kernteamoverleggen. Middels de kwartaalrapportages houden we vinger aan de pols als het gaat om de resultaten en de bijdrage die het Leefstijlakkoord biedt aan de GALA-doelstellingen. 2. Kan er met verenigingen ingezet worden op het maken van een handhavingsaanpak als het gaat om rookvrije accommodaties? Antwoord Dat doen we al met de Gouda Goed Bezig aanpak. We helpen verenigingen met verschillende tools van de Rookvrije Generatie (https://www.rookvrijegeneratie.nl/aan-de-slag/) en bieden

pagina 6

pakketten voor naleving en advisering aan. Formele handhaving kan echter niet omdat een rookvrije vereniging niet wettelijk verplicht is. 3. Volwassenfonds: indexatie en inflatie. Welke mogelijkheden ziet het college om het Volwassenenfonds mee te laten stijgen met het CPI? Antwoord Het bedrag dat de gemeente beschikbaar heeft voor het Volwassenenfonds (structureel € 50.000) gaat mee met de jaarlijkse indexering waarmee voor de gemeentelijke begroting wordt gerekend. De verhoging is daarmee echter maar minimaal en dus onvoldoende om de overvraag aan te kunnen. 4. Welke mogelijkheden of plannen om nieuwe grootschalige beweeg- en sportvoorzieningen die de profilering van Gouda als beweegvriendelijke stad nog kunnen versterken. Antwoord Er staat in ieder geval nog een aantal concrete projecten op stapel, zoals het Skatepark Sluiseiland en de Skills Garden in Westergouwe. Beiden worden in 2025 gerealiseerd. Daarnaast is er ambtelijk een overlegstructuur ontstaan waarbij enerzijds voortdurend gekeken wordt of bestaande speelplekken een sportieve upgrade kunnen krijgen en anderzijds verbinding is gemaakt tussen het sociaal en ruimtelijk domein als het gaat om een gezonde leefomgeving. 5. Hoe kunnen we verenigingen nu meer ondersteunen als nu al blijkt dat ze geen capaciteit hebben? Antwoord We moeten dat dus juist wel doen.

Vrijwilligers aantrekken en behouden, die behoefte is heel groot. Daar heb je een goede organisatiestructuur voor nodig. We willen datgene creëren wat verenigingen ook willen. Ze hebben echt hulp nodig is uit participatie, gesprekken en de Vitaliteitsscan naar voren gekomen. Ouders regelen, scheidsrechters regelen, dat zijn ingewikkelde en veeleisende taken. Kennisoverdracht is nodig en vooral ook vragen: wat heb je nodig om dit goed te kunnen doen? Met het Sport- en Beweegloket is er een betere afstemming gekomen tussen alle ondersteuningsmogelijkheden voor sportverenigingen en kunnen verenigingen dus ook sneller en efficiënter geholpen worden. Belangrijk is dat we verenigingen helpen met het beter op orde krijgen van de basis. Daarmee ontstaat er ook meer ruimte binnen verenigingen om in te zetten op structurele projecten, zoals een clubkadercoachtraject. GBG 1. Hoe wordt er geprioriteerd in uitgaven aan sportaccommodaties, gelet op de concurrentie van andere politieke voorzieningen? En: op welke wijze worden inspanningen op het gebied van sport en bewegen afgewogen tegen andere beleidsdoelen, zoals zorg en onderwijs, in de context van beperkte gemeentelijke middelen. Antwoord Voor beide vraagstukken geldt dat het college altijd zorgvuldige afwegingen maakt, op basis van zoveel mogelijk relevante en beschikbare informatie.

Als het gaat om accommodaties staat voorop dat veiligheid de hoogste prioriteit heeft. In het sport- en beweeggebied streven we meer en meer naar integrale dekking. Daarmee bedoel ik dat beleidsvelden die profiteren van de inspanningen op het gebied van sport en bewegen financieel bijdragen aan de uitvoering van het beleid. Met beleidsvelden binnen het sociaal domein (zoals gezondheid) gebeurt dat al steeds meer. 2. Is er een prioriteitenlijstje als het gaat om het schrappen van activiteiten en/of taken als er geen budget bij komt? Antwoord Een prioriteitenlijstje is er niet. Wat prioriteit heeft is dat we met een uitvoeringsplan aansluiten bij deze visie. We hebben een periode van 8 jaar om te werken aan die visie. Met gelijkblijvend budget zullen we zaken moeten faseren en in de tijd wegzetten. Of in het slechtste geval toch niet uitvoeren. pagina 7

ChristenUnie 1. Wat is nu eigenlijk de primaire taak van Sport.Gouda? Voldoet de DVO nog aan de huidige wensen en eisen van deze tijd? En kunnen we in de toekomst nog wel zulke afspraken met een andere partij nu de situatie zo uniek en complex is geworden. Antwoord Er is niet één primaire taak voor SPORT•GOUDA. We hebben in het verleden afgesproken, en vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst, dat SPORT•GOUDA de opdracht heeft tot de uitvoering van het exploiteren van de sportaccommodaties en het uitvoeren van het gemeentelijk sport(stimulerings)beleid. De DVO is nog actueel, met de aanpassingen die in 2022 zijn gedaan om de verlenging per 2023 te realiseren. Overgaan tot een samenwerking met een andere partij blijft in principe altijd mogelijk, maar we zijn in de huidige situatie ,waarin we een model hebben gerealiseerd waarin de gemeente enig aandeelhouder is, niet verplicht om te gaan aanbesteden. Ik ben daar blij om, want ik zie in andere gemeenten, waar wel een aanbesteding is geweest, dat soms prijsvechters de slag winnen. Maatschappelijk vind ik dat zeer onwenselijk. 2. Wat ziet de wethouder als een gewenste oplossingsrichting voor het budgettekort voor het Volwassenenfonds? Antwoord Om alle aanvragen te kunnen blijven honoreren moet het budget hoe dan ook vergroot worden.

Als er geen budget bijkomt, zouden we keuzes moeten maken in het toekennen van gelden aan Gouwenaars. We moeten dan bijvoorbeeld kiezen voor ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’, voor het flink verlagen van de toekenningen, of voor het uitsluiten van aanbieders die nu wel meedoen. Met al deze oplossingen is de doelgroep niet geholpen. Wellicht liggen er mogelijkheden bij maatschappelijke partners of het bedrijfsleven om in aanvullende financiering te voorzien. VVD 1. Uit de beantwoording van mijn vraag over Veilig en Plezierig Sporten ontstaat wellicht onbedoeld de indruk dat "lichtgeraaktheid" tijdens het sporten voornamelijk bij het voetbal speelt en de bal werd naar de verenigingen en de sportbond gekaatst. Hoe moeten verenigingen, waaraan al jarenlang steeds hogere eisen worden gesteld en die ook al jaren een tekort hebben aan vrijwilligers ook deze maatschappelijke taak gaan uitvoeren? Antwoord Dat is inderdaad een zorg. Precies daarom willen we graag komen tot een Protocol Veilig Sportklimaat en een Goudse Aanpak Veilig & Plezierig Sporten. Samen met good practices uit het land, GGD en bonden als de KNVB kunnen we verenigingen helpen met handvaten. 2. De visie gaat vooral om het creëren van aanbod van sport en beweging en om het wegnemen van drempels. De nota voorziet daarin en tegelijkertijd wordt gesteld dat het geen garantie voor succes.

Wat ik mis is een visie op het creëren van vraag op een manier die verder gaat dan het creëren van aanbod. S.G legt desgevraagd de bal neer bij de aanbieders, de Sportraad wijst op tijd, ruimte en randzaken waar niet commerciële aanbieders mee kampen. Welke overwegingen heeft u gemaakt om vooral aan de aanbodkant te werken en is het niet een overweging waard om S.G juist meer in te zetten bij het opleiden en ondersteunen van verenigingen en verenigingskader? Antwoord Dat doen we al voor een belangrijk deel. We komen er de laatste jaren achter dat het besturen van een sportvereniging misschien wel ingewikkelder is dan het leiden van een bedrijf. Die besturen hebben het zwaar. Daar moeten we als samenleving veel meer waarde aan toekennen, meer promoten, meer eren. Opleiden en ondersteunen van verenigingskader is daar een erg belangrijk element in. Dat doen we met bijvoorbeeld clubkadercoachtrajecten en het onlangs georganiseerde Gouds Trainerscongres. Ook voor het creëren van vraag hebben we nadrukkelijk aandacht. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de beweegmakelaars die bewoners spreken, en aan het beweegvriendelijker maken van de openbare ruimte. pagina 8

PvdD 1. Is het college bereid om zoiets te organiseren als een week van de sport? Om daarbij aandacht te besteden aan het belang van sport, van het werven van leden, in samenwerking met scholen en het maatschappelijke middenveld? Antwoord Hoewel er in Gouda al jaarlijks activiteiten plaatsvinden in het kader van de Nationale Sportweek, is dit zeker een middel waar het college over wil nadenken. In de sportnota is dit bij ambitie 7 ‘Inspireren en etaleren’ ook benoemd.

pagina 9

Aanvullende antwoorden op gestelde technische vragen PvdA: 1. Wat is de stand van zaken ten aanzien van het oprichten van een Sportspullenbank? Antwoord Er is gesproken met Bizon dat een voorstel heeft uitgewerkt hoe een Sportspullenbank in Gouda kan werken. Dat voorstel biedt een prima basis. Momenteel wordt uitgewerkt hoe concrete zaken als logistiek, vergoedingen, type materialen en locaties in de stad vorm kunnen krijgen. Leefbaar Gouda 1. In de financiële raadsmemo staat: “een verhoging van de prijs van zwembadkaartjes leidt naar verwachting tot minder verkoop, maar tot meer omzet”. Met welke prijsstijging heeft de wethouder hier rekening gehouden? Antwoord We hebben nog met geen enkele prijsstijging rekening gehouden. De zin is wellicht wat onduidelijk geformuleerd. We bedoelen ermee te zeggen dat een prijsstijging leidt tot meer omzet, maar dat er ook een punt zal zijn, waarop de hoogte van de prijs reden is voor mensen om het zwembad niet meer te bezoeken. 2. Temperaturen omlaag Antwoord Voor zwembaden wordt geadviseerd om de temperatuur 24/7 gelijk te houden. Dit om 2 redenen: 1. Het verlagen en verhogen van de temperatuur in een zwembad is veel duurder dan continue dezelfde temperatuur aanhouden. 2. Wanneer er veel verschillen in temperatuur in een zwembad zijn, heeft dit gevolgen voor het onderhoud en staat van het zwembad; zoals loslatende tegels, etc.

Dit kost op den duur dus ook meer geld dan de verlaging in temperatuur oplevert. In de sporthallen en zalen wordt de temperatuur al automatisch ingeregeld (bij niet gebruik naar 15 graden). De standaard temperatuur bij gebruik in de hallen en zalen is nu 18 graden. Veel lager kunnen we niet gaan in temperatuur als we het sporten in de accommodaties ook aangenaam willen houden. Van enkele andere gemeenten is bekend dat een temperatuurverlaging van 1 graad een kostenbesparing van ongeveer €7000 oplevert. Dit is een relatief laag bedrag voor de vele klachten die hiervan komen en waar veel tijd in gaat zitten om deze klachten goed af te handelen. In de baden waar dit technisch zou kunnen, zitten ook juist de doelgroepen die warmere temperaturen nodig hebben, zoals de doelgroepen warmwaterzwemmen, reumazwemmen en leszwemmen. D66 1. Wat is de verhouding tussen erkende interventies en niet-erkende interventies? Antwoord Het aantal officieel erkende interventies dat we nu inzetten is nog erg laag ten opzichte van de niet-erkende. Zoals eerder in de beantwoording aangegeven zijn Bewegen Werkt en de GLI’s erkende interventies. We hebben juist de insteek om steeds meer met erkende interventies te gaan werken, ook omdat daar landelijk steeds meer op aangedrongen wordt en er financieringsmogelijkheden voor zijn.

Tegelijkertijd werken we veel met aanpakken waar werkzame elementen van erkende interventies in besloten liggen. Valpreventie en veel activiteiten die SPORT•GOUDA doet, zoals de inzet van buurtsportcoaches en beweegmakelaars, zijn daar voorbeelden van. Daarbij zetten we vooral in op die groepen waar de grootste gezondheidswinst en grootste sociale waarde te halen valt. Bovendien dragen we ermee bij aan kennisontwikkeling en pilots, zoals bij Living Lab Korte Akkeren en de Gezonde buurtaanpak, nu (nog) niet evidence based maar wel met alle werkzame elementen van erkende interventies.

pagina 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=32272dfb-47ac-4ec5-b9a4-a71647cf32b0