Beantwoording in totaaloverzicht technische vragen Museum Gouda
Tekst van het document
Vragen + beantwoording technische vragen raadscommissie 14 januari 2025, agendapunt Scenario Museum Gouda Fractie nummer Vraag PvdA 1 Het Museum Gouda presteert in vergelijking met 9 andere stadsmusea boven gemiddeld, terwijl de subsidie en de stadsomvang onder gemiddeld zijn. Kan geschat of geduid worden hoeveel van deze bezoekersaantallen en hoeveel van de inkomsten afhankelijk zijn van geleende collecties die niet meer mogelijk zijn wanneer de staat van het gebouw niet wordt verbeterd?
Antwoord A-tentoonstellingen bestaan voor 90% uit bruikleenkunst, zonder geleende collecties zijn deze niet meer mogelijk. In 2025 kwam driekwart van de bezoekers naar eigen zeggen voor een A-tentoonstelling naar het museum. Een kwart was anders ook gekomen (hieronder zitten bijvoorbeeld schoolgroepen en buitenlandse toeristen), dat waren in 2025 20.000 bezoekers. 2025 was een recordjaar, met ruim 82.000 bezoekers. De groep toeristen en schoolgroepen is relatief constant van omvang. In een meer regulier jaar met 40.000 bezoekers mist het museum zonder A-tentoonstelling zeker de helft van de bezoekers en daarmee de helft van de bezoekersinkomsten. Waarschijnlijk echter nog meer, omdat het imago van het museum achteruit gaat.
PvdA
2 Kan geschat of geduid worden hoeveel van deze bezoekersaantallen en hoeveel van de inkomsten afhankelijk zijn van de huisvesting van het museum in het monumentale pand in de binnenstad?
PvdA
3 Geschreven wordt dat verval van de museumfunctie leidt tot minder aantrekkingskracht van nationaal bezoek. Kan In 2025 combineerde 85% van de bezoekers die speciaal voor het museum van buiten komen hun bezoek geschat worden hoeveel inkomsten er jaarlijks verloren gaan voor Gouda wanneer de museumfunctie in de binnenstad met andere activiteiten, naar eigen zeggen geven ze daaraan in totaal bijna €3 miljoen uit. Het jaar 2025 vervalt, denk daarbij ook aan horeca, overnachting, parkeerkosten en bezoek aan andere activiteiten. was een recordjaar, structureel gaat het om gemiddeld € 1 miljoen aan bestedingen in de stad, bij uitvoering scenario 2 of 3 structureel minstens € 1,5 miljoen.
PvdA
4 Alleen bij scenario 3 wordt beschreven dat de brandveiligheid wordt verbeterd. Wordt in scenario 1 en/of 2 de brandveiligheid ook verbeterd?
In scenario 2 wordt de brandveiligheid verbeterd in het centrale gebouwdeel, bij de ruimten die aangepakt worden. Bij scenario 3 wordt ondermeer ook de gehele Brandmeldinstallatie vervangen. Dit is in scenario 2 niet mogelijk, omdat de aanpak hier is gericht op een deel van de gebouwen.
PvdA
5 Indien binnen het voorkeursscenario 2 de brandveiligheid nog niet wordt verbeterd, hoe kan die alsnog gerealiseerd worden?
Het vervangen van de gehele brandinstallatie en alle brandscheidingen in het gebouwencomplex, als aanvulling op scenario 2, hangt samen met andere bouwkundige en installatie-technische ingrepen. Dan is qua planomvang sprake van een integrale aanpak van het hele gebouw, dus van scenario 3.
PvdA
6 Het college geeft aan dat scenario 2, alles overwegende, de beste en meest haalbare optie is. Kan het college nader toelichten welke inhoudelijke en financiële criteria doorslaggevend zijn geweest bij deze keuze, en hoe deze criteria zijn gewogen ten opzichte van scenario 1 en 3?
Vanuit de bedrijfsvoering, beheer en behoud van de collectie en beheer en behoud van de monumenten is scenario 3 te prefereren. Het criterium 'investeringsruimte' en de financiele kengetallen laten zien dat de investeringsomvang die nodig is voor scenario 3 de komende jaren niet haalbaar is voor de gemeente Gouda. De aanpak nog een aantal jaren uitstellen (om scenario 3 later uit te voeren) is niet mogelijk: er zijn investeringen op korte termijn nodig om verder verval van collectie, gebouwen en museumfunctie te voorkomen. Deze urgentie in tijd en de financiele kengetallen maken samen dat het College adviseert scenario 2 uit te werken en te realiseren.
Hier kan geen harde berekening op worden toegepast. De aantrekkelijkheid van het museum zit in verschillende factoren, van tentoonstelling en collectie tot het monumentale pand, de aantrekkelijkheid van de omgeving, de bereikbaarheid en het gemak waarmee, naast sec het museumbezoek, ook andere activiteiten kunnen worden ondernomen, zoals een wandeling door de stad en horecabezoek. Bij vestiging in een nieuw pand, buiten de binnenstad, wordt een aantal van deze factoren minder aantrekkelijk. Wanneer het museum niet in de binnenstad zou zitten vallen de (buitenlandse) toeristen die Gouda bezoeken en daarbij ook het museum meepikken af. Van de mensen die gericht op A- tentoonstellingen afkomen (de 'nationale cultuurtoeristen') weten we dat het overgrote deel hun bezoek aan het museum met andere activiteiten in de binnenstad combineert. Ook komt ongeveer de helft van deze groep met de trein. Voor hen zou Museum Gouda dus echt minder aantrekkelijk worden als het buiten de binnenstad gevestigd zou worden. Bovendien verdwijnt hiermee economische impact in de stad. Overigens is het realiseren van een nieuw pand financieel niet goedkoper (minimaal € 35 à € 40mln aan bouwkosten) en houdt de gemeente tegelijk de verantwoordelijkheid voor het rijksmonument.
Vragen + beantwoording technische vragen raadscommissie 14 januari 2025, agendapunt Scenario Museum Gouda Fractie nummer Vraag PvdA 7 Gezien het hoge risicoprofiel van scenario 2 vraagt het college om een verhoogd risicobudget van 10%. Kan het college specificeren welke risico’s binnen scenario 2 hiermee worden afgedekt en op welke momenten deze risico’s opnieuw worden herijkt en aan de raad worden gerapporteerd?
Antwoord De gebouwen van museum Gouda zijn naar aard en detaillering, en met de monumentale status en de (uiteenlopende) leeftijden van de verschillende delen complex. Elke verbouwing in die panden kent daarmee een hoger risico ten opzichte van andere (niet-monumentale) 'reguliere' gebouwen. De extra 10% is bedoeld om tegenvallers in de technische aanpak te dekken, bijvoorbeeld aanvullende werkzaamheden die waarvan de noodzaak pas zichtbaar wordt na het slopen van voorzetwanden of plafonds. Vanaf de start van het ontwerptraject zal per projectfase een risico-inventarisatie gehouden en aan de raad gerapporteerd worden conform de met uw raad besproken aanpak voor risicovolle projecten.
PvdA
8 Het college ziet bij scenario 2 nadrukkelijk kansen voor subsidies en fondsenwerving. Welke concrete subsidietrajecten Er is een eerste opzet gemaakt voor DuMaVa-subsidie (rijksoverheid/RVO) en voor aanvragen op landelijk zijn inmiddels opgestart ten behoeve van scenario 2, en welke beheersmaatregelen worden getroffen indien deze en provinciaal niveau (behoud monumenten) zoals SIM-subsidie. Concrete aanvragen zijn pas mogelijk middelen lager uitvallen dan geraamd? o.b.v. een uitgewerkt project. Tot die tijd wordt bij elke ontwerpfase gekeken naar de subsidiabele componenten van het ontwerp. En fondsen worden zo tijdig als mogelijk aangeschreven, conform de ervaringen bij het Stadhuis. Bij afronding van elke fase zal als onderdeel van de herijking van de risico's ook dit subsidie-aspect worden geanalyseerd.
PvdA
9 Het verwerven van subsidies en fondsen is nog onzeker, maar wordt wel kansrijk geacht. De kans op het verwerven van Op het bouwkundige vlak (verduurzaming, behoud monumenten) zal naar inschatting voor scenario 3 subsidies wordt kansrijker geacht in scenario 2 dan in scenario 1 omdat de positieve gevolgen van de investeringen sprake zijn van een even grote kans op subsidies (de omvang zal procentueel vergelijikbaar zijn). Ook op het aantrekkelijker zijn voor fondsen en subsidieverstrekkers. Is het derde scenario nog kansrijker voor meer subsidies of terrein van cultuursubsidies voor de presentaties (buiten dit voorstel) zal in scenario 3 de kans vergelijkbaar valt dat niet te zeggen? zijn aan scenario 2.
PvdA
10 In scenario 2 wordt € 6,1 miljoen ingezet vanuit de Routekaart Verduurzaming. Kan het college toelichten hoe deze inzet past binnen de bredere verduurzamingsambities van de gemeente, en welke prioriteiten elders mogelijk verschuiven door deze keuze voor scenario 2?
PvdA
11 In de bijlagen staat dat en keuze voor scenario 1 (kosten 2,3 milljoen) inhoudt dat er over ongeveer 5 jaar aanvullend In de onderzoeken is geanalyseerd welke 'restant' maatregelen van scenario 3 nodig zijn na realisatie van geïnvesteerd moet worden. Over scenario 2 staat geschreven dat er over ongeveer 10 jaar aanvullend geïnvesteerd moet worden. Bij beide opmerkingen staan geen bedragen genoemd. Kan een schatting gemaakt worden hoeveel er in scenario 1 respectievelijk scenario 2. Na uitvoering van scenario 1 is na ongeveer 5 jaar een vervolg nodig met nadere verbeteringen van "scenario 3 minus reeds uitgevoerd in scenario 1" van zo'n € 27 mio. Voor de drie scenario’s aanvullend geïnvesteerd zou moeten worden, bezien over een langere termijn van 10 jaar? scenario 2 geldt dat na realisatie ongeveer 10 jaar later een vervolg van "scenario 3 minus reeds uitgevoerd in scenario 2" van zo'n € 22 mio nodig is. Daarna is in beide gevallen sprake van een solide basissituatie en is in de 30 eropvolgende jaren sprake van jaarlijks en meerjarig onderhoud. Voor de volledigheid zijn enkele sheets van de presentatie aan de raadscommissie (oktober 2025), toegevoegd als separaat document "aanvullende informatie bij PvdA vr11 en GBG vr 2".
PvdA
12 Scenario 2 wordt gepresenteerd als een gefaseerde opstap richting een eventuele latere vervolgaanpak. Kan het college toelichten hoe bij de uitvoering van scenario 2 concreet wordt voorkomen dat toekomstige ingrepen alsnog leiden tot substantiële desinvesteringen?
De gebouwen van museum Gouda zijn als kerngebouwen van de gemeente in de Routekaart opgenomen met een eigen budget. De verduurzaming is dus altijd al onderdeel geweest van de Routekaart. Er is geen impact op de prioritering van andere gebouwen.
In scenario 2 wordt het centrale gebouwdeel voldoende integraal aangepakt, zodat later in dat bouwdeel niet opnieuw installaties of bouwkundige elementen vervangen moeten worden (dit is in scenario 1 wel het geval, omdat dit scenario minder omvangrijk en minder integraal is). Na gereedkoming van scenario 2 is de vervolgaanpak gericht op andere bouwdelen. In de aangrenzende gebieden is dus sprake van aansluiten op reeds verbeterde ruimten, met enige dubbeling in kosten. Dit vraagt in het nog uit te werken ontwerp van scenario 2 een goede modulaire aanpak van de nieuwe installatiedelen ten opzichte van de later te vervangen delen.
Vragen + beantwoording technische vragen raadscommissie 14 januari 2025, agendapunt Scenario Museum Gouda Fractie nummer Vraag Leefbaar Gouda 1 Kan worden aangegeven waarom in Scenario 1 niet gelijktijdig kan worden meegenomen de in Scenario 2 genoemde verbeterde toegankelijkheid (lift plaatsen)?
Antwoord Dit is niet mogelijk. Scenario 1 is opgesteld als noodsenario om het museum enkele jaren in staat te stellen de bedrijfsvoering enigszins te kunnen continueren. Daarbij is in scenario 1 gekozen de maatregelen te beperken tot verbeteren van het binnenklimaat van een aantal tentoonstellingsruimten. Uitbreiding van de maatregelen en het aantal ruimten is uiteraard mogelijk. Dan dient gezocht te worden naar een nieuwe afbakening in ruimten en ingrepen. En die is niet per maatregel of ruimte te maken, doordat de ingrepen vaak samenhangen in ruimtelijke zin (enkele ruimten die gezamenlijk aangepakt moeten worden) of in technische zin (als de ventilatie verbeterd moet worden, zijn ook ingrepen in vloeren/wanden/plafonds/daken noodzakelijk). De eerstvolgende samenhangende aanpak, die praktisch uitvoerbaar is in samenhang leidt in die zin tot de aanpak in scenario 2.
Leefbaar Gouda
2 Ook brandveiligheid is belangrijk bij de verbetering van het beheer van de collectie. Waarom wordt dit ook niet betrokken in Scenario 1?
Scenario 1 is opgesteld als noodscenario om het museum enkele jaren in staat te stellen de bedrijfsvoering enigszins te kunnen continueren. Het toevoegen van brandveiligheidsverbeteringen is mogelijk, maar deze kunnen alleen als dan ook meer wijzigingen in het gebouw (installaties, bouwkundige ingrepen) genomen worden. Dan is dus sprake van een uitbreiding van scenario 1 naar scenario 2. In scenario 2 is daarom de brandveiligheid wel een onderdeel van de aanpak.
Leefbaar Gouda
3 Waarom is een combi van Scenario 1 en 2 niet verder uitgewerkt?
Scenario 1 en 2 richten zich beide op het centrale bouwdeel met de belangrijkste tentoonstellingsruimten. Het verschil tussen de scenario's is de omvang van het gebied en de omvang van de ingrepen. Als scenario 2 wordt uitgevoerd is alles van scenario 1 meegenomen, aangevuld met meer ingrepen t.b.v. een meer structureel resultaat. In die zin is in scenario 2 dus het gehele scenario 1 meegenomen.
Leefbaar Gouda
4 Recent zijn de cijfers gepresenteerd over het aantal bezoekers en het zgn. economische verdieneffect van ongeveer 3 miljoen voor de stad. Is het zgn. verdieneffect voor de stad wel juist aangezien in het aantal bezoeker ongeveer 10 scholieren zitten waarvan onduidelijk is wat het economische verdieneffect is?
De berekening van de economische impact van € 3 miljoen in 2025 is tot stand gekomen door de schoolbezoeken en buitenlandse bezoekers van het totaal af te trekken, en vervolgens alleen de bezoekers te tellen die speciaal voor de tentoonstellingen naar Gouda kwamen. Deze 58.995 extra bezoekers gaven naar eigen zeggen € 2.974.521 uit in de stad.
Leefbaar Gouda
5 Hoe reëel is Scenario 3 wanneer wordt uitgegaan van een investering van 28.5 miljoen in perspectief van de gemeentelijke financiën op de lange termijn?
Scenario 3 is de komende jaren financieel niet haalbaar. Daarom wordt Scenario 2 voorgesteld. Welke financiële ruimte er na de komende jaren is, is afhankelijk van keuzes en afwegingen op andere dossiers.
Leefbaar Gouda
6 Is in het kader van het niet kunnen realiseren van Scenario 3 toch niet verstandig om de komende jaren naarstig op zoek te gaan naar een ander onderkomen van het Museum?
Met de keuze voor scenario 2 is er in tijd ruimte om de financiën voor de vervolgstappen nader uit te werken. De huidige locatie van Museum Gouda in de binnenstad wordt als zeer waardevol gezien en als economische en culturele meerwaarde voor de binnenstad. Een passend ander onderkomen voor Museum Gouda is waarschijnlijk ook niet goedkoper dan Scenario 3.
PvdD
1 Wat betekent scenario 2 voor het energieverbruik van het pand?
In de huidige situatie is slechts 1 installatie aanwezig die maximaal op 25% van de capaciteit ingezet kan worden. Dat is mede de oorzaak van de beperkte klimatisering binnen en heeft bijgedragen aan de huidige problematiek in het gebouw (schimmelvorming, aantasting van balklagen, druk op het halen van randvoorwaarden voor tentoonstellingen, etc.). En hoewel ingezet wordt op isolerende en energiebeperkende maatregelen en het gasloos maken van dit gebouwdeel (plus voorbereiding van gasloos maken andere gebouwdelen) is het de verwachting dat het energieverbruik toch toeneemt. Met de investeringen in de nieuwe installaties wordt wel verdere vervolgschade aan het gebouw en de collectie (aantasting balklagen, schimmelvorming, etc.) in het betrokken gebouwdeel met de meest waardevolle objecten voorkomen waardoor onderhoudskosten én grote ingrepen in dat gebouwdeel in de komende jaren worden voorkomen.
Vragen + beantwoording technische vragen raadscommissie 14 januari 2025, agendapunt Scenario Museum Gouda Fractie nummer Vraag PvdD 2 Is bekend of, en zo ja, welke soorten er in en rondom het gebouw van Museum Gouda wonen? Word er bij de verbouwing rekening gehouden met deze soorten?
Antwoord Bij toekenning van een budget zal in de eerste maanden van de ontwerpperiode een inventarisatie flora en fauna worden uitgevoerd. Dit zal worden gevolgd door nader ondezoek naar specifieke planten of dieren die in de inventarisatiefase aangetroffen worden. Alle vanuit de regelgeving verplichte onderzoeken en bijhorende maatregelen ter bescherming van de soorten worden zo in beeld gebracht en in het ontwerp of het uitvoeringsplan opgenomen.
PvdD
3 Waar gaat de depot collectie naartoe en blijft deze in beheer van het Museum?
Op dit moment gaan we ervan uit dat voor een deel van de collectie een depotruimte wordt gehuurd. Hiervoor zijn in de regio meerdere locaties die voldoen aan de eisen voor het beheer van museale collecties. Het museum blijft verantwoordelijk voor het beheer van de collectie.
PvdD
4 Waarom geniet scenario 2 meer kansen voor subsidie en fondsenwerving dan bijv scenario 3?
Scenario 2 geniet evenveel kansen op subsidies en fondsen als scenario 3. In absolute zin betreft het voor scenario 2 een lager bedrag, in verhouding tot het totale projectbudget van de scenario's gaat het om vergelijkbare bedragen.
SGP
1 Waarom is uitgegaan van een risico budget van 10%? Is bij dergelijke renovatieprojecten het risico niet
Naast het reguliere risicobudget is ove rhet geheel een extra risicobudget opgenomen van 10%, analoog aan de aanpak bij het Stadhuis, gezien het hoge risico-profiel.
meestal hoger (zie bijvoorbeeld de voortdurende tegenvallers bij de Tweede Kamer)?
SGP
2 Hoe reëel wordt de kans ingeschat dat er evenveel aan subsidies binnenkomt als bij het Stadhuis?
De verwachting is dat er in verhouding een vergelijkbare hoeveelheid aan subsidies zal worden verkregen als bij het Stadhuis. Dit bedrag is ook in de dekkingsvoorstellen overgenomen. Dat dient in de projectaanpak gemonitord te worden door per fase te analyseren of de juiste subsidiabele componenten (ingrepen die voor subsidie in aanmerking komen) zijn opgenomen in het ontwerp.
SGP
3 Wie betaalt de structurele kosten voor de externe huur van de extra depotruimte?
Er zullen zowel qua inkomsten als kosten verschuivingen gaan plaatsvinden in de exploitatie. De externe depotruimte is daarin een onderdeel. We zijn in gesprek met diverse partijen over de wijze waarop we de nieuwe depotruimte kunnen organiseren, onder andere met het Gouwedepot. Dit wordt in de ontwerpfase nader uitgewerkt, daarbij worden ook de kosten en de mogelijke dekking daarvan meegenomen.
SGP
4 Komt dit voorliggende besluit te vallen onder de categorie “Risicovolle projecten”?
Ja.
VVD
1 Wat zijn voor scenario 1 én 2 de extra kosten als alle ruimte, die nu als depot gebruikt wordt, geschikt wordt gemaakt om te dienen als expositieruimte?
Het is niet mogelijk alle depotruimten geschikt te maken als expositieruimte. Er worden op dit moment namelijk ook veel zolders gebruikt als depots. Deze zijn zelfs met ingrijpende maatregelen nooit geschikt te maken als ruimte voor bezoekers gezien de hoogte (onder de schuine kap) en slechte toegankelijkheid. Alleen de ruimte van het 'open depot' is geschikt te maken als expositieruimte. Dit is reeds meegenomen in de scenario's.
Vragen + beantwoording technische vragen raadscommissie 14 januari 2025, agendapunt Scenario Museum Gouda Fractie nummer Vraag VVD 2 Als deze depotruimte wordt vrijgemaakt én geschikt wordt gemaakt voor exploitatie, wat is dan de potentiële extra opbrengst die deze ruimte kan opleveren in scenario’s 1 en 2?
Antwoord De inzet van het huidige open depot voor een nieuwe presentatie van de eigen collectie levert naar verwachting 10.000 extra bezoekers op. Dat zou extra omzet van circa 90 K genereren. Daar staan ook extra kosten tegenover. Denk bijvoorbeeld aan kosten voor de presentatie zelf, marketing en educatie. Per saldo levert dat het museum geen geld op, wel betekenis en ook economische impact in de stad. Dit is meegenomen in alle scenario's.
VVD
3 Hoe verhouden deze opbrengsten zich tot de kosten van externe depotruimte?
Er zullen zowel qua inkomsten als kosten verschuivingen gaan plaatsvinden in de exploitatie. De externe depotruimte is daarin een onderdeel. We zijn in gesprek met diverse partijen over de wijze waarop we de nieuwe depotruimte kunnen organiseren, onder andere met het Gouwedepot. Dit wordt in de ontwerpfase nader uitgewerkt, daarbij worden ook de kosten en de mogelijke dekking daarvan meegenomen.
VVD
4 Wat zou ten opzichte van scenario 2 de jaarlijks te besparen CO2-uitstoot zijn als wordt gekozen voor scenario 3?
Voor scenario 3 is de CO2 reductie berekend op 21%. Omdat een kleiner deel van het gebouw wordt aangepakt in scenario 2 zal de reductie beperkter zijn dan bij scenario 3.
VVD
5 Wat zijn voor de komende tien jaar de jaarlijkse kosten voor deze besparing op CO2-uitstoot?
VVD
6 Wat is het effect op de totale kosten van scenario 1, 2 en 3 als niet wordt voorzien in het gasloos maken van het museum?
De kosten van scenario 2 (verduurzaming) worden ingezet voor het gasloos maken van het centrale gebouwdeel en voorbereiding van het gasloos maken van de overige gebouwdelen. De CO2-reductie van alleen scenario 2 is vermoedelijk zeer laag; de ingrepen sorteren voor op het bereiken van de CO2 reductie van scenario 3 later in de tijd. Om het museum gasloos te maken is daar waar mogelijk voorzien in energiebesparende maatregelen zoals isolatie van wanden en daken, achterzetbeglazing en hoogwaardige luchtbehandelingssystemen. Deze maatregelen zijn achteraf niet uit te voeren zonder grote desinvesteringen. Aangenomen wordt dat met deze vraag bedoeld wordt dat specifieke installatietechnische maatregelen zoals warmtepompen en bronsystemen achterwege kunnen blijven bij keuze voor meer traditionele gasgestookte warmtebronnen. In scenario 1 is nagenoeg geen budget opgenomen voor het gasloos maken het museum. In scenario 2 is voor specifieke installaties € 120.000,- opgenomen voor het gasloos maken van het museum. En in scenario 3 is hiervoor € 420.000,- opgenomen. Voor scenario 2&3 is tevens € 500.000,- opgenomen voor de realisatie van een transformatorruimte en bijhorende installatie-aanpassingen, als onderdeel van de aanpak 'gasloos' gebouw.
ALs dit vervalt in de planvorming dienen hiervoor in de plaats voorzien te worden in (A) een opstellinging met cv-ketels én een koelmachine, een investering voor alle scenario's van € 310.000. Een koelmachine is een apparaat wat relatief veel geluid maakt, en geniet daarom niet de voorkeur. En (B) een verzwaring van de huidige elektra-aanslutiing van het gebouw (anders dan met de genoemde trafo). Daarmee lijkt het afstappen van investeringen naar gasloos niet direct tot betere oplossingen of lagere investeringen.
VVD
7 Scenario 1 voldoet niet aan het VN verdrag voor toegankelijkheid voor mensen met een fysieke beperking, scenario 2 voldoet daar ten dele aan. Hoe is geborgd dat scenario 2 binnen redelijke termijn wordt uitgebreid met extra maatregelen om alsnog aan het VN verdrag te voldoen? Is de periode van tien jaar waarvoor scenario 2 zou voldoen in juridisch perspectief een redelijke termijn?
Het doel voor de verbetering van de toegankelijkheid is één van de aanleidingen van de onderzoeken geweest. Het is de beperking in middelen waardoor nu voorgesteld wordt ook dit doel in stappen te realiseren. Scenario 1 wordt ook op dit aspect van toegankelijk als niet toereikend gezien. Scenario 2 met in latere stappen de maatregelen van scenario 3 wordt gezien als passend bij de ambitie en bij de beschikbare middelen. In juridische zin is het van belang dit zo spoedig mogelijk te realiseren, en is het van belang dat ook eventuele vervolgstappen in beeld zijn. Die zijn voor dit project in beeld gebracht (scenario 3) en moeten nog in de tijd gezet worden.
Vragen + beantwoording technische vragen raadscommissie 14 januari 2025, agendapunt Scenario Museum Gouda Fractie nummer Vraag VVD 8 Wat zijn de extra kosten van de benodigde toegankelijkheidsmaatregelen voor scenario 2 als ze nu of binnen een juridisch redelijke termijn worden of moeten worden uitgevoerd?
Antwoord Als de raad akkoord kan gaan met scenario 2 vinden de bijhorende toegankelijkheidsverbeteringen plaats in 2028/2029 en wordt het museum in 2029 weer heropend. Het versneld uitvoeren van toegankelijkheidsmaatregelen is in die zin juridisch niet per sé noodzakelijk maar kan wel als wenselijk gezien worden. Eerder uitvoeren is echter niet mogelijk zonder verstoring van de bedrijfsvoering en zonder aanzienlijke kosten voor partiële asbestsanering (vooruitlopend op algehele asbestsanering). De werkzaamheden zoudenzorgen voor blokkering van de delen van het gebouw en maken tijdelijke sluiting van het museum noodzakelijk. Ook plaatsing van de lift kan vanwege de bijhorende asbestsanering en verleggen van installatie-kanalen niet eerder dan tijdens de sluiting van het museum voor de verbouwing van het museum conform scenario 2.
VVD
9 Monument herstel is nauwelijks merkbaar opgenomen in scenario 1, maakt een klein deel uit van scenario 2 en pas in scenario 3 wordt het volledig uitgevoerd. Wat zijn de geraamde kosten van monument herstel als het nu wordt meegenomen? Wat zijn de verwachte kosten van monument herstel als hier over tien jaar over wordt besloten? Wat zijn de extra risico’s van verval?
VVD
10 De gebouwen waarin Museum Gouda gevestigd is kennen onder meer problemen met vocht en schimmel. In hoeverre In scenario 1 en scenario 2 wordt het deel van het gebouw aangepakt waar nu de knelpunten het grootst zal er sprake zijn van verval als oplossing van deze problemen wordt uitgesteld zoals in scenario 1 en 2 het geval is? zijn. De hele opzet is om met uitvoering van scenario 2 en later scenario 3 stapsgewijs deze knelpunten aan te pakken en integraal op te lossen. Daarom sorteert scenario 2 nu ook voor op scenario 3 zodat de installaties in alle gebouwdelen kunnen zorgen voor een beter binnenklimaat. Verder verval is aan de ode in de ruimten als de huidige klimaatbeheersing niet wordt verbeterd. De aanpak met direct scenario 3 is in die zin technisch noodzakelijk en wenselijk. De aanpak via scenario 2 is financieel haalbaar en voorkomt uitstel van de aanpak in het gebouw. Op dit moment is in scenario 3 niet gerekend met een bedrag voor verder verval in de komende jaren. Dit is ook niet financieel te ramen. Gezien de langzame voortschrijding en verval is dit niet zo ingrijpend dat het grote impact heeft op de functie van het museum.
VVD
11 Wat zijn op dit moment de subsidiemogelijkheden voor monumentenherstel?
D66
1 Kan worden aangegeven welke onderdelen van scenario 3 na uitvoering van scenario 2 nog resteren, zowel inhoudelijk De integrale aanpak van scenario 3 moet in zijn geheel nog worden uitgevoerd, minus het centrale als financieel? gebouwdeel en de traforuimte met bijhorende installatie-vernieuwingen. De aanpak richt zich dan op de bouwdelen Regentengebouw, Kapel en overige gebouwdelen. Dit vraagt een nadere investering van € 22 mio.
D66
2 Kan inzichtelijk worden gemaakt wat de verwachte CO2 reductie van scenario 2 is? Hoe verhoudt deze reductie zich tot De aanpak van scenario 2 richt zich op één bouwdeel, waarbij geinvesteerd wordt in gasloos maken van dat de Routekaart Verduurzaming Gemeentelijk Vastgoed bouwdeel en voorbereiding voor de overige bouwdelen, en duurzaamheid middels isolatie van wanden en dakvlakken, plaatsen van voorzetbeglazing, hoogwaardige installaties voor een aantal tentoonstellingsruimten. Dit biedt naar verwachting minimale CO2 reductie: het totale energieverbruik van het hele pand zal toenemen, waarbij voor één bouwdeel sprake zal zijn van nieuwe, efficiente, gasloze installaties. De meerwaarde van ong 21% CO2 reductie wordt naar verwachting pas gehaald na afronding van scenario 3. Dit percentage is lager dan waar de Routekaart vanuit ging. Dit was 67% CO2 reductie.
In scenario 2 zijn alle door de monumentenwacht benoemde werkzaamheden voor het centrale gebouwdeel meegenomen. Daarnaast is er sprake van werk aan vele monumentale gebouwonderdelen en details, zoals enkele dakkapellen, buiten- en binnenkozijnen, doorgangen, en dakafwerkingen. Deze zijn niet los geraamd omdat ze vanuit technisch, duuzaamheids- en monumentaal oogpunt aangepakt moeten worden. In scenario 3 is ook sprake van monumentenherstel buitenzijde conform de rapporten van de monumentenwacht, aangevuld met vele werkzaamheden die samenhangen met technische aanpassingen, verduurzaming en monumentenbehoud. Uitvoering van scenario 3 over 10 jaar is dus noodzakelijk om de verdere kwaliteitsafname van bepaalde (monumentale) gebouwelementen te beperken. Er zijn in scenario 3 geen aanvullende kosten geraamd voor het verval in de komende jaren, omdat dit niet op voorhand te ramen is.
Er wordt gekeken naar diverse programma's voor behoud van Rijksmonumenten (Europees, landerlijk, Provincie Zuid-Holland), en naar subsidie voor monumenten-onderhoud zoals het SIM.
Vragen + beantwoording technische vragen raadscommissie 14 januari 2025, agendapunt Scenario Museum Gouda Fractie nummer Vraag D66 3 Op welke wijze worden ervaringsdeskundigen en/of belangenorganisaties bij de verdere uitwerking van de toegankelijkheidsmaatregelen betrokken?
Antwoord Wij zullen tijdens de ontwerpfasen de Goudse Adviesraad voor mensen met een Beperking (GAB) betrekken, zoals ook bij andere panden (bv. chocoladefabriek en Garenspinnerij) is gebeurd. Naar verwachting zullen zij ook in dit ontwerp een aantal noodzakelijke verbeteringen goed kunnen benoemen.
D66
4 Als de werving van subsidies tegenvalt is er onvoldoende dekking. Hoe wordt dit opgevangen?
Er is een eerste opzet gemaakt voor DuMaVa-subsidie (rijksoverheid/RVO) en voor aanvragen op landelijk en provinciaal niveau (behoud monumenten) zoals SIM-subsidie. Concrete aanvragen zijn pas mogelijk o.b.v. een uitgewerkt plan. Bij elke ontwerpfase wordt gekeken naar de subsidiabele componenten van het ontwerp en worden bezien of en hoeverre subdiemogelijkheden bestaan en tijdig aangevraagd. Bij afronding van elke fase zal als onderdeel van de herijking van de risico's ook dit onderdeel worden geanalyseerd. Dit is vergelijkbaar met de succesvolle aanpak voor het Stadhuis. Een deel van het tekort ziet op de extra risico-opslag.
D66
5 Welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat sluiting en verminderde zichtbaarheid leiden tot structureel verlies van bezoekers, vrijwilligers en maatschappelijke binding?
Het museum kan tijdens de werkzaamheden van scenario 1 en 2 deels geopend blijven en ook bijvoorbeeld schoolprogramma's kunnen doorgaan, deels in het museum en deels op locatie. Voor de herinrichting en ook de uithuizing van de collectie leert de ervaring dat het 'alle hens aan dek' is van medewerkers, en ook vrijwilligers zullen we zoveel mogelijk blijven inzetten, op een wat lagere frequentie maar genoeg om binding te houden.
GBG
1 Op welke onderdelen zijn de scenario’s inhoudelijk vergelijkbaar, en op welke onderdelen zijn zij principieel verschillend (bijvoorbeeld reikwijdte, integraliteit, toegankelijkheid)?
Scenario 1 is niet vergelijkbaar met de andere scenario's. Er wordt bij enkele tentoonstellingsruimten geïnvesteerd in het binnenklimaat om de bedrijfsvoering van het museum voor een korte periode enigszins te continueren. Scenario 2 en 3 zijn vergelijkbaar op het valk van de integrale aanpak. Scenario 2 heeft echter betrekking op alleen het centrale gebouwdeel, en scenario 3 op het hele gebouwencomplex.
GBG
2 Kan het college per scenario inzichtelijk maken welk deel van de investering bij een vervolgaanpak opnieuw moet In scenario 1 is naar schatting sprake van 60% / € 2,3 mio desinvestering. In dit scenario worden de ventilatie van enkele tentoonstellingsruimten aangepakt, zonder verdere investeringen in andere installaties worden gedaan (desinvestering), uitgesplitst in bedragen en percentages? en zonder integrale bouwkundige verbeteringen. Dit betekent dat bij een vervolg delen van plafonds en voorzetwanden opnieuw 'opengemaakt' moeten worden en van installatie-kanalen ook delen die in scenario 1 zijn vernieuwd opnieuw verlegd moeten worden naar de definitieve locaties. In scenario 2 is naar schatting sprake van 20% / € 1,75 mio desinvesting. In dit scenario wordt één gebouwdeel integraal aangepakt. Dit betekent dat de desinvesteringen met name plaatsvinden in de overgangen met de andere gebouwdelen (nieuwe aansluiting waardoor klein deel van gerealiseerd werk opnieuw moet). Zie het separate document "aanvullende informatie bij PvdA vr11 en GBG vr 2".
GBG
3 Klopt het dat bij scenario 1 sprake is van circa 60% desinvestering en bij scenario 2 circa 20%? Zo ja, waar wordt dit verschil concreet door veroorzaakt?
De percentages zijn juist, zie GBG vraag 2. In scenario 1 worden de ventilatie van enkele tentoonstellingsruimten aangepakt, zonder verdere investeringen in andere installaties en zonder integrale bouwkundige verbeteringen. Dit betekent dat bij een vervolg delen van plafonds en voorzetwanden opnieuw 'opengemaakt' moeten worden en van installatie-kanalen ook delen die in scenario 1 zijn vernieuwd opnieuw verlegd moeten worden naar de definitieve locaties. In scenario 2 wordt één gebouwdeel integraal aangepakt. Dit betekent dat de desinvesteringen met name plaatsvinden in de overgangen met de andere gebouwdelen (nieuwe aansluiting waardoor klein deel van gerealiseerd werk opnieuw moet).
Vragen + beantwoording technische vragen raadscommissie 14 januari 2025, agendapunt Scenario Museum Gouda Fractie nummer Vraag GBG 4 In hoeverre zijn de ingrepen in scenario 2 technisch voorbereid op een latere doorgroei naar scenario 3, zonder kapitaalvernietiging?
Antwoord Scenario 2 is zo ontwikkeld dat kapitaalvernietiging zo veel als mogelijk wordt voorkomen. Enkele voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld de realisatie van een nieuwe transformatorruimte én een nieuwe hoofdverdeelinrichting uitgaande van de te bereiken resultaten in scenario 3. Op deze wijze kunnen in de toekomst alle luchtbehandelingskasten en overige technische voorzieningen aangesloten worden. Ook wordt in scenario 2 reeds rekening gehouden met de aanleg van de benodigde infrastructuur [circa € 100.000,-] richting de gebouwdelen die pas is scenario 3 worden aangepakt. Hiermee wordt voorkomen dat plafonds en wanden - van de ruimten die vallen onder scenario 2 - weer gesloopt en herplaatst moeten worden.
GBG
5 Welke onderdelen van scenario 3 zijn in scenario 2 al volledig of gedeeltelijk gerealiseerd (bijvoorbeeld installaties, toegankelijkheid, monumentenherstel)?
GBG
6 Kan het college toelichten welke keuzes bewust niet zijn meegenomen in scenario 2 en waarom deze pas in een latere fase logisch of noodzakelijk zijn?
GBG
7 In hoeverre biedt scenario 2 flexibiliteit om de vervolgaanpak gefaseerd uit te voeren zonder volledige sluiting van Deze flexibiliteit is er, doordat het centrale gebouwdeel integraal wordt aangepakt. Na afronding van scenario 2 kan daarna in fasen telkens een deel van de overige gebieden aangepakt worden, bijvoorbeeld het museum? een planfase Kapel. 8 Hoe robuust is de raming van scenario 2 bij: a.tegenvallende subsidies; b. aanvullende asbestsanering en Er is zo nauwkeurig mogelijk geraamd, waarbij gebruik is gemaakt van cijfers van andere monumentale gebouwen. Specifiek voor de asbest is een separate raming vervaardigd door een specialistisch bureau. Voor c.beperkingen rondom bodemwarmte? de bodemwarmte is in de raming ook ruimte voor een andere installatieopzet als de bodemwarmte niet in de volle breedte toepasbaar is. Voor de subsidies is is gekeken naar de concrete resultaten en ervaringen met het Stadhuis. 9 Op welk moment wordt de raad opnieuw expliciet betrokken indien zich substantiële financiële afwijkingen De raad wordt periodiek geinformeerd over de voortgang van het project via de P&C-cyclus en via raadsmemo's, conform de afspraken met uw raad over de risicovolle projecten. Indien daartoe aanleiding voordoen? bestaat wordt de raad ook tussentijds op de hoogte gebracht en zonodig om besluitvorming worden gevraagd.
10 Hoe verhouden de tijdelijke exploitatie-effecten zich tot de structurele opbrengsten na realisatie van elk De extra bezoekers en omzet zoals geschetst in de verschillende scenario's zijn verwachte structurele opbrengsten. Zowel voor scenario 2 als 3 geldt dat er een structurele groei van 40.000 naar 60.000 scenario? bezoekers gerealiseerd kan worden.
GBG
GBG
GBG
Zie ook het antwoord op vraag 4 van GBG. In scenario 2 zijn de tentoonstellingsruimten in het centrale deel van het gebouwencomplex volledig gerealiseerd op het gebied van installaties toegankelijkhied en monumentenherstel. Daarnaast is voorzien in een nieuwe transformator inclusief energieverdeling. Ook is voorzien in centrale opwekking van verwarming en koeling. Zoals ook bescchreven in het antwoord op vraag 4 van GBG zal daar waar nodig voorzien worden in infrastructuur voor scenario 3 om desinvesteringen te voorkomen. In scenario 2 ligt de nadruk op de centrale expositieruimten die gebruikt worden voor A-tentoonstellingen. Zonder voorgestelde ingrepen wordt het verkrijgen van bruikleenkunst [90% van de tentoonstellingen] problematisch en komt de gehele museumfunctie in gevaar. Dit is samen met enkele andere hoofdingrepen de focus geweest in scenario 2 omdat deze kritisch zijn voor de bedrijfsvoering. Vervolgens zijn voor de ruimten die aangepakt worden de verbetering van de toegankelijkheid ook opgenomen in het scenario. Alle overige ruimten en onderdelen zijn buiten beschouwing gelaten.
GBG
11 In hoeverre is bij scenario 2 rekening gehouden met de organisatorische belasting van het museum, gelet op eerdere ervaringen bij langdurige sluitingen?
Er is voor scenario 2 een een projectleider begroot voor de museale kant. Deze persoon ondersteunt de organisatie van het museum. Daarnaast zal er voor een aantal medewerkers een verschuiving van werkzaamheden plaatsvinden, omdat een deel van de reguliere activiteiten tijdens sluiting niet doorgaat. Dat levert capaciteit op om zich op verbouwing en heropening te richten. Scenario 2 biedt overigens de kans om gehele sluiting van het museum te voorkomen.
GBG
12 Kan het college per scenario aangeven welk percentage van de bezoekersruimten toegankelijk is na realisatie?
GBG
13 Welke verbeteringen op het gebied van toegankelijkheid zijn in scenario 2 structureel, en welke zijn tijdelijk of beperkt van aard?
Deze percentages zijn ook in de bijlagen opgenomen: van de publieksruimten is op dit moment 41% toegankelijk voor mensen met een beperking. Na uitvoering van scenario 1 is dit nog steeds 41%. Na realisatie van scenario 2 is 64% van de publieksruimten toegankelijk en na realisatie van scenario 3 is dat 88%. Alle maatregelen op het gebied van verbetering van de toegangelijkheid zijn structureel. Er zijn geen nieuwe voorzieningen die later weer verwijderd of gewijzigd moeten worden.
Vragen + beantwoording technische vragen raadscommissie 14 januari 2025, agendapunt Scenario Museum Gouda Fractie nummer Vraag GBG 14 Welke concrete keuzemomenten verwacht het college richting de raad bij de voorbereiding van een vervolgaanpak na scenario 2?
GBG
Antwoord Voor een tijdig vervolg zou gestreefd moeten worden om uiterlijk in 2036 in het meerjaren perspectief een investeringsbedrag op te nemen. Dit zou dan in 2037 in de begroting vastgelegd kunnen worden en de planvorming zou daarna concreet kunnen starten. Het plan voor fase 3 zal in die aanpak tijdig, naar verwachting in 2033, ter besluitvorming worden voorgelegd, inclusief een verzoek om krediet beschikbaar te stellen. 15 Kan het college bevestigen dat met scenario 2 geen onomkeerbare keuzes worden gemaakt die een toekomstige Ja, dat kan worden bevestigd. integrale aanpak (scenario 3) belemmeren?
CDA
1 Voor de mogelijk te ontvangen subsidies is uitgegaan van de toegekende subsidies voor het stadhuis. In hoeverre Een aantal aspecten zoals de status van rijksmonument, en verduurzaming volgens vergelijkbare uitgangspunten is vergelijkbaar tussen beide projecten. Op basis van deze vergelijking tussen beide zijn deze projecten hiervoor vergelijkbaar? Is het realistisch om de mogelijke subsidieverlening voor Museum projecten lijkt voor de gebouwen een aanvraag bij dezelfde of vergelijkbare fondsen en programma's reëel. Gouda te baseren op de toegekende subsidies voor het stadhuis?
CDA
2 In hoeverre is het mogelijk om onderdelen vanuit scenario 3 al te betrekken bij scenario 2, zoals bijvoorbeeld een Er is onderzocht of ook in andere gebouwdelen de asbestsanering direct meegenomen kan worden. volledige asbestsanering en de installatie van een tweede lift om de toegankelijkheid van een groter deel van het Daarvoor dient tenminte een deel van de ventilatiekanalen integraal verwijderd te worden, waardoor het volledige gebouw geen werkende klimaatinstallatie meer heeft. Een volledige asbestsanering is om die museum al in scenario 2 te verbeteren? reden alleen in scenario 3 opgenomen. Voor de tweede lift geldt eveneens dat voor de plaatsing installatiekanalen en asbestsanering nodig is. Deze lift wordt in een knooppunt van gebouwdelen geplaatst, waardoor ook voor deze ingreep geen sprake meer kan zijn van een partiele aanpak. Ook deze verbeteringen zijn dus alleen in scenario 3 mogelijk, omdat dan het hele gebouw aangepakt wrodt en volledig gesloten wordt. 3 In hoeverre is de investering in het verbeteren van de brandveiligheid in scenario 2 voldoende? Voor de brandveiligheid is ook na uitvoering van scenario 2 sprake van een veilige situatie voor personeel en bezoekers. Met scenario 2 wordt het risico op snelle brandvoortschrijding tussen een aantal gebouwdelen verkleind. En een deel van de signalering wordt vernieuwd.
In die zin is sprake van verbeteringen ten opzichte van de huidige situatie en van een eindsituatie die voldoende veilig is.
CDA