B- 03a. Bijlage 3 - Regels schuilstallen en Paardenbesluit 2011 - def.docx
Tekst van het document
Bijlage 3 – Regels schuilstallen en paardenbesluit 2011. Schuilstallen Schuilstallen zijn toegestaan als wordt voldaan aan de onderstaande voorwaarden: • Het gaat om huisvesting van hobbydieren van een particulier. Dat wil zeggen het dusdanig houden van dieren dat er geen sprake is van bedrijfsmatige activiteiten, in een niet bedrijfsmatige context. Met uitzondering van organisaties die landbouwhuisdieren opvangen. • Er moet sprake zijn van aantoonbare noodzakelijkheid en doelmatigheid van een schuilstal in het kader van dierenwelzijn. • Schuilstallen mogen enkel worden opgericht op percelen met de bestemming agrarisch gebied, niet zijnde open gebied, waar sprake moet zijn van een goede landschappelijke inpassing. Schuilstallen moeten aan de randen van het perceel worden geplaatst of in de hoek van een perceel, bij voorkeur aansluitend bij bestaande opstanden (ja mits-principe). • Vestiging van schuilstallen in het open gebied is toch toegestaan als hierdoor de karakteristieke openheid niet in het geding komt. Denk hierbij aan afstand tot bestaande agrarische bedrijven, landschappelijke inpassing, reeds vergunde schuilstallen in de nabijheid (nee tenzij-prinicpe) • Het moet gaan om een afgelegen weilanden. Als een weiland aansluit op de woning van de aanvrager, moet de schuilgelegenheid binnen het bouwperceel en binnen de geldende bebouwingsvoorschriften worden gerealiseerd.
• Een schuilstal moet een open karakter hebben, dat wil zeggen: dieren moeten er makkelijk in en uit kunnen. Het kan noodzakelijk zijn om de schuilstal tijdelijk at te sluiten: in geval van ziekte van een individueel dier, in geval van een besmettelijke dierziekte of in geval van een bevalling. Om aan deze vereisten te kunnen voldoen mag de stal aan de open zijde worden voorzien van een hekwerk of deuren. • Een schuilstal mag enkel gebruikt worden voor de huisvestiging, voeding en verzorging van dieren. Er mag wel ruimte zijn voor de opslag van een beperkte hoeveelheid hooi en stro en voor hekjes om dieren eventueel van elkaar te kunnen scheiden. De schuilstal mag echter geen ruimte bieden voor opslag van mest, gereedschap en andere materialen; Het opslaan van landbouwgereedschap, (bouw)materiaal, auto’s e.d. of gebruik als (huishoudelijke) berging of hobbyruimte is expliciet niet toegestaan. • De oppervlakte van een schuilstal mag maximaal 30 m² bedragen, de goothoogte maximaal 2,5 meter en de nokhoogte maximaal 4 meter. • De vloer is bij voorkeur verhard (van belang voor goede reiniging, ontsmetting en voor een natuurlijk slijtage van klauwen en hoeven). • Rondom de schuilstal mag, om modderpoelen te voorkomen, bestrating worden aangelegd, met een breedte van maximaal 1,5 meter rondom de schuilstal. • Een schuilstal moet een landelijke uitstraling hebben.
Wanden en dak zijn gemaakt van natuurlijke materialen die zo min mogelijk opvallen; bijvoorbeeld gepotdekselde houten gevelbekleding in een bedekte kleur, schuine afdekking met een dakbedekking van bitumen singels, leitjes of donkere dakpannen. Niet toegestaan zijn stalen (damwand) profielen, gemetselde of anderszins stenen muren of golfplaten.
1
Paardenbesluit Het Paardenbesluit Januari 2011 Artikel 1 a. Definities 1. Paard: dieren behorend tot de soort Equus Caballus. 2. Veulen: jong paard tot 3 jaar. 3. Ruwvoer: gras, hooi, voordrooggras, kuilgras, stro, kaf en fabrieksmatig geproduceerde hooivervangers. 4. Paardenmarkt: evenement waarbij tijdelijk de mogelijkheid bestaat om paarden te verhandelen. 5. Spenen: het blijvend onttrekken van veulens aan een zogende merrie. 6. Stereotype gedrag: zich herhalend gedrag zonder duidelijke functie. 7. Stokmaat: de schofthoogte van een paard. 8. Box: een ruimte met vier wanden en een deur waarin veelal 1 paard wordt gehouden. 9. Hulpmiddelen: alle instrumenten die gebruikt worden bij het gebruik van paarden. b. Toepassing Dit besluit is van toepassing op alle paarden die gehouden worden, met uitzondering van proefdieren. c. Dit besluit is van toepassing tenzij het welzijn of de gezondheid van het paard in het gedrang komt. Dit is ter beoordeling van een erkende paardendierenarts, en moet worden vastgelegd. Artikel 2 Het houden van paarden is verboden tenzij wordt voldaan aan dit besluit. Artikel 3 Huisvesting 1. Bij de inrichting van de verblijven voor paarden wordt rekening gehouden met het soorteigen gedrag van het paard. 2. Paarden worden niet aangebonden gehouden. 3.
Als paarden worden gehouden in een box heeft die box een oppervlakte van minimaal tweemaal de stokmaat van het paard in het kwadraat. 4. Als paarden in groepen worden gehouden, is de minimale oppervlakte voor elk paard dezelfde als in lid 2 wordt genoemd. Indien de groep groter is dan 4 paarden kan voor de meerdere paarden volstaan worden met minimaal 1,7 maal de stokmaat in het kwadraat. 5. Als een merrie die een veulen krijgt gehouden wordt in een box, is die minimaal 2,5 maal de stokmaat in het kwadraat. 6. De lichtintensiteit in een stal bestemd voor paarden bedraagt, verticaal op dierhoogte gemeten, tenminste 80 lux gedurende ten minste 8 uur per dag. 7. De plaats inclusief bodem waar paarden worden gehouden is op zodanige wijze ontworpen, gebouwd en onderhouden dat bij paarden geen pijn of letsel wordt veroorzaakt. 8. Zieke of gewonde paarden kunnen worden afgezonderd van andere paarden indien noodzakelijk 9. Het belemmeren van stereotype gedrag is verboden.
2
10. Paarden die buiten worden gehouden beschikken over permanent toegankelijke schuilgelegenheid. Artikel 4 Verzorging 1. De verzorging van paarden is afgestemd op het individuele dier. 2. Paarden beschikken permanent over voldoende vers water. Lijst met afkortingen IDG LICG LID
Inspectiedienst Gezelschapsdieren Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming
3