B- 03. Actieplan Dieren voor doelgebruik.docx
Tekst van het document
Actieplan Dieren voor doelgebruik (landbouwhuisdieren) Dieren voor doelgebruik, ook wel landbouwhuisdieren, kennen een eigen wettelijke positie in ons land en in de wetgeving. Ook zij moeten vrij zijn van lijden, maar hun doelgebruik maakt het wel mogelijk dat de mens ingrijpt in hun leven en hen in gevangenschap houdt. Daarbij is hun welzijn lang niet altijd gegarandeerd. Zo zijn productiedieren in stallen niet beter beschermd dan bijvoorbeeld wc-rollen (die laatste zijn brandbaarder). Dieren worden ook gebruikt in evenementen, waar menselijk plezier het doel is maar veel (verborgen) leed voor dieren bestaat. Hier speelt gebrek aan kennis bij het publiek vaak een rol. Mensen begrijpen niet altijd dat dieren wellicht niet evenveel plezier aan een evenement beleven als zijzelf. Maar vooral, mensen weten niet dat dieren gevangen worden gehouden en van hot naar her gesleept om vervolgens even een kunstje voor mensen te (moeten) doen. Vaak om louter commerciële doeleinden. De publieke opinie over het gebruik van dieren is niet statisch en kan een belangrijke bijdrage leveren aan het verbeteren van hun positie. Gouda neemt daarom duidelijk stelling en stelt concrete daden als het gaat om het inzetten van dieren voor menselijke doeleinden: 1. Het gebruik van dieren bij evenementen is niet(s) voor dieren Dieren worden voor allerlei doeleinden gebruikt.
Bijvoorbeeld voor kunst, reclame, promotieactiviteiten, circussen, volksvermaak en tentoonstellingen. Dit is een onwenselijke situatie voor dieren, zeker als het dieren zijn waarvan bekend is dat ze niet tembaar zijn, zoals roofvogels. Zowel hun leven in gevangenschap als het daarmee gepaarde gaande transport zijn een bron van stress, angst en lijden voor hen. Dit weegt niet op tegen het kortstondige ‘plezier’ dat dit voor mensen zou opleveren, iets wat overigens voor steeds minder mensen geldt. Evenementen met dieren kunnen nog gehouden worden als aan bepaalde eisen wordt voldaan. In de eerste plaats geldt de Wet Dieren. Deze wet regelt en beperkt de mogelijkheden om dieren bij evenementen te gebruiken. Daarnaast is voor het houden van een dergelijk evenement in de openbare ruimte altijd een vergunning vereist op grond van de APV, die wordt afgegeven door de gemeente. Mogelijk veranderen de huisdierenlijsten onder de Wet Dieren en het Besluit Houders van Dieren iets aan deze praktijk. Acties -
De gemeente ontmoedigt het gebruik van dieren in evenementen en verleent indien mogelijk geen vergunning aan evenementen waarbij dieren worden gebruikt. De gemeente meldt evenementen waarbij dieren tóch worden ingezet altijd bij de betreffende handhavingsinstanties. De gemeente zorgt dat boa’s kennis hebben van de voorwaarden van dierenwelzijn bij evenementen, zodat deze de handhavende instanties kunnen informeren over mogelijke misstanden. Ook kunnen zij de gemeente informeren wanneer dieren worden gebruikt, terwijl dit niet in de vergunning was opgenomen.
2. Paardenkoetsen zijn niet alleen goed voor mensen
1
In Gouda worden paarden ingezet voor paardenkoetsen tijdens evenementen. Het is onduidelijk hoe het dierenwelzijn van deze paarden wordt geborgd. Gouda heeft hierover geen regelgeving opgesteld, het is geheel aan de exploitanten om bijvoorbeeld uit te maken hoe frequent en hoe lang de dieren worden ingezet. Wat wel geregeld is bij de paardenkoetsen, is dat de ontlasting van de paarden wordt opgevangen. De gemeente Gouda kan zonder regelgeving geen zorg dragen voor de paarden die de koetsen moeten trekken. Acties -
De gemeente stelt regelgeving op, naar goed voorbeeld van de Belgische stad Brugge, met de volgende aanpassingen en aanvullingen: a. In maneges worden paarden gemiddeld 3 uur per dag ingezet. 4 uur per dag de paardenkoets trekken zou het maximum moeten zijn voor de paarden die in Gouda worden gebruikt om kaas of toeristen te vervoeren. b. Het te trekken gewicht mag niet te hoog zijn. c. Paarden die een zware lading trekken in een stedelijke omgeving zijn zeer gevoelig voor een zonnesteek. Er moet daarom een maximale temperatuur gehandhaafd worden waarin deze dieren mogen werken. d. Het centrum van Gouda is een drukke omgeving waardoor ongelukken met paarden niet uit te sluiten zijn. Het is van belang om op voorhand duidelijke afspraken te maken met dierenartsen en koetsiers over hulp ter plaatse aan een gewond paard. e. Voor het overige kan de Politieverordening van Brugge worden gehanteerd. Wanneer deze regelgeving is ingevoerd, kan het welzijn van de paarden wordt geborgd en met of zonder aanleiding worden gecontroleerd door boa’s.
3. Sierduiven worden niet meer aan hun lot overgelaten Het gebruik van sierduiven voor evenementen kan het welzijn van deze duiven nadelig beïnvloeden. Vaak kunnen ze de weg niet meer terugvinden en blijven zij in de stad, waar ze onderdeel worden van de stadsduivenkolonie. Een sierduif kan echter moeilijk overleven omdat deze tot het moment van loslating steeds is gevoerd en beschermd. Zoals veel stadsduiven verhongeren ze langzaam of ze worden ziek door de restjes die zij bij elkaar scharrelen in de stad. Ook vallen deze duiven mede door hun opvallende witte kleur makkelijk ten prooi aan predatoren. De dierenambulance ontfermt zich bij melding over uitgeputte losgelaten sierduiven. De kosten voor de verzorging komen meestal ten laste aan de dierenambulance, dierenarts of dierenbescherming. Landelijk is er geen verbod op het loslaten van sierduiven. Acties -
De gemeente verbiedt het loslaten van sierduiven en neemt dit op in de APV.
4. Levende kerststallen hebben voor dieren weinig te maken met de kerstgedachte In levende kerststallen worden levende dieren gebruikt. De tijdelijke, vaak provisorische huisvesting voldoet vaak niet aan de natuurlijke behoeften van de dieren. Er is geen ruimte voor natuurlijk gedrag. Uitloopruimte is ook belangrijk voor de dieren, maar deze voorwaarde kan niet altijd worden opgelegd. De externe omstandigheden, zoals de aanwezigheid van veel mensen, drukte en lawaai, kunnen daarbij voor stress zorgen. Ook vanuit het oogpunt van zoönosen is dat een onwenselijke situatie. Acties 2
-
De gemeente ontmoedigt levende kerststallen en verleent indien mogelijk geen vergunning. De gemeente meldt evenementen waarbij tóch dieren worden ingezet altijd bij de betreffende handhavingsinstanties. De gemeente zorgt dat boa’s kennis hebben van de voorwaarden van dierenwelzijn bij evenementen, zodat deze de handhavende instanties kunnen informeren over mogelijke misstanden.
5. Vee- en paardenmarkten worden tot het verleden verklaard Handel op vee- en/of paardenmarkten en het daarmee gepaarde gaande transport van dieren zijn een bron van stress, angst en lijden voor dieren. Voorafgaand aan de markt hebben de paarden er vaak al een transport op zitten. Tijdens de tentoonstelling op de markt staan ze vaak op een harde ondergrond, zonder beschutting. En als de markt ten einde is, volgt opnieuw een transport. Markten met gestreste dieren vormen bovendien een risico voor de verspreiding van besmettelijke dierziekten of zelfs zoönosen. Het samenbrengen van dieren is dus ook vanuit volksgezondheid een slecht idee. En hoewel bezoekers het graag anders zien: omgang van de kooplui en bezoekers met de dieren leiden tot enorme welzijnsnadelen. Het welzijn van dieren is echt het meest gebaat bij een verbod op dit soort markten. [quote tussen tekst] Markten met gestreste dieren vormen een risico voor de verspreiding van besmettelijke dierziekten of zelfs zoönosen. Acties -
-
De gemeente ontmoedigt het organiseren van deze markten en verleent geen vergunning in verband met het algemeen belang (impressie op toeschouwers), openbare veiligheid en volksgezondheid. Ook evenementen zoals ‘wedstrijden voor keurmeesters’ worden ontmoedigd.
6. Media en kunst is voor mensen en niet(s) voor dieren Dieren worden ook gebruikt in media en kunst. Er worden bijvoorbeeld dieren ingezet voor reclamedoeleinden en promotieactiviteiten. Dat is niet alleen onwenselijk voor dierenwelzijn, het geeft ook een verkeerd beeld van de positie van dieren. Dieren zijn geen acteurs, kunstobjecten of gebruiksvoorwerpen, maar levende wezens met een eigen wereld, individualiteit en gevoel. Juist media en kunst moeten zich daarvan bewust zijn. De gemeente kan inpandige activiteiten met dieren alleen verbieden als er een overtreding plaatsvindt van een landelijke wet. Acties -
Indien mogelijk wordt geen vergunning afgegeven voor activiteiten in de openbare ruimte waarbij dieren voor kunst en media worden gebruikt. Er wordt een Goudse gedragscode opgesteld voor het gebruik van dieren in media en kunst.
7. Goudse kinderboerderijen, dierenweides en stadsboerderijen hebben dierenwelzijn als uitgangspunt
3
Onder stadsboerderij verstaan we een boerenbedrijf dat tevens is ingesteld op het ontvangen van mensen, kinderen of schoolklassen met het doel om op educatieve wijze te laten zien hoe het er op een boerderij aan toe gaat. In Gouda komen boerderijen aan de Bloemendaalseweg in de buurt van deze definitie. Kinderboerderijen kunnen een educatieve functie hebben als kinderen er leren hoe ze met dieren moeten omgaan. Kinderboerderijen, waaronder in Gouda ook de Dierenweide in Goverwelle, kennen specifieke dierenwelzijnsproblemen. Zo is de huisvesting vaak te klein zodat de dieren zich niet kunnen terugtrekken als dat voor hen nodig is. Om dierenwelzijn te kunnen garanderen, is het oprichten of beheren van een kinder- of stadsboerderij slechts onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Acties -
Het beleid van kinderboerderijen, stadsboerderijen en dierenweides dient zich in eerste instantie te richten op het welzijn van de dieren. De gemeente maakt daar afspraken over binnen de subsidie- of financieringsafspraken met deze instanties. Een voorbeeld hierbij is https://www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl/
8. Geen hertenkampen en volières binnen onze gemeentegrenzen. Hertenkampen zijn voorzieningen waar damherten in zeer tegennatuurlijke omstandigheden leven. Deze dieren hebben ruimte, bomen en hoog gras nodig om te kunnen schuilen en te leven, iets wat ontbreekt in ‘hertenkampen’. De populatie in het hertenkamp wordt kleingehouden door dieren naar de slacht te brengen. Heel soms worden ze verkocht of geschonken aan andere hertenkampen om te fokken bijvoorbeeld. Maar ook dan worden dieren na verloop van tijd ‘afgevoerd’ om de genetische diversiteit te garanderen. Een volière is een grote vogelkooi en zeker geen 'vogelparadijs' en daarom ook niet geschikt als educatief project voor kinderen. [quote tussen tekst] Een volière is geen 'vogelparadijs' en niet geschikt als educatief project voor kinderen.
Acties -
De gemeente wil geen hertenkampen en volières binnen de gemeentegrenzen, bestaande hertenkampen en volières worden in overleg met bewoners uitgefaseerd. Alleen gecertificeerde opvanglocaties voor vogels die als zwerfdier zijn gevonden, mogen blijven bestaan. Dierenwelzijn staat bij het voortbestaan daarvan voorop. De faciliteit(en) worden ook financieel meegenomen in de afspraken rondom opvang van zwerfdieren.
9. Goudse paardenopvang en maneges hebben dierenwelzijn centraal staan. Hoewel paarden kuddedieren zijn die veel bewegingsvrijheid nodig hebben, staan veel paarden en pony’s het grootste deel van de tijd alleen in een box of stand. In een stand staan paarden aangebonden aan een touw van 1 tot 1,5 meter tussen twee schotten in. Vaak worden ze te zwaar belast en verkeerd bereden. [quote tussen tekst]
4
Uit onderzoek van de Wageningen Universiteit uit 2014 onder 150 maneges bleek dat bijna 20% van de paarden te dik was en 6,4% te mager. 14,5% had problemen met bewegen. Bijna 5% was echt mank. Volgens de dierenbescherming gaat het met het welzijn van paarden en pony’s nog steeds niet goed in Nederland. Strafrechtelijk kan alleen worden opgetreden als het welzijn van de dieren aantoonbaar wordt geschaad. Veel meldingen over paarden- en ponyleed gaan juist over situaties die strafrechtelijk niet aan te pakken zijn, zoals solitaire huisvesting of weidegang. Wettelijk is solitaire huisvesting toegestaan, terwijl paarden kuddedieren zijn, die natuurlijkerwijs het gezelschap van soortgenoten nodig hebben. Acties -
Minimaal 1x per jaar bezoekt de gemeente de Goudse maneges en vraagt bij de handhavende instanties naar de bevindingen bij de Goudse maneges. Om het bezoek van de gemeente zinvol te maken, heeft de gemeente kennis van het paardenbesluit (Bijlage 3)
10. Schuilstallen zijn nodig voor dierenwelzijn Voor de meeste landbouwhuisdieren is het van groot belang om voldoende beweging te krijgen en met soortgenoten samen te leven. Veel paarden, maar ook ezels, koeien, schapen en geiten, staan in weilanden die niet direct bij het huis van de eigenaar zijn gelegen. Hoewel deze dieren het hele jaar door buiten gehouden kunnen worden, is het wel nodig dat zij beschutting kunnen zoeken tegen regen of felle zon. Dierenbescherming, Landelijk Kennisnetwerk Levende Have en de Nederlandse Belangenvereniging van Hobbydierhouders hebben daarom aandacht gevraagd voor het belang van schuilstallen voor deze dieren onder zowel de houders van dieren als gemeenten. Een schuilstal beschermt dieren niet alleen tegen zon, wind en regen. Het is ook een plek om de dieren op verantwoorde wijze te verzorgen en te voeren en ze in geval van een dierziekte onderdak te verschaffen. Het heeft voor de gemeente voordelen om schuilstallen mogelijk te maken, omdat op die manier ook eisen gesteld kunnen worden aan de bouwwerken. Wanneer schuilstallen niet worden toegestaan, bedenken eigenaren vaak (provisorische, soms onaantrekkelijk uitziende en mogelijk gevaarlijke) oplossingen die juist bijdragen aan verrommeling. De provinciale Structuurvisie en de bijbehorende ruimtelijke verordening maakt de bouw van schuilstallen op geen enkele wijze onmogelijk.
De gemeente heeft dus het bevoegd gezag. Acties -
-
De gemeente neemt maatregelen om schuilstallen mogelijk te maken via: • het verlenen van een ontheffing; • een wijziging van het bestemmingsplan. De gemeente heeft kennis van kwalitatieve eisen van schuilstallen (zie bijlage 3)
11. Megastallen zijn niet goed voor boer, mens en dier (en biodiversiteit)
5
Nederland telt miljoenen landbouwhuisdieren, er worden er jaarlijks zo’n 400 miljoen gehouden. In 2018 werden in Nederland ruim 620 miljoen dieren geslacht (bron: CBS). De meeste dieren leven in de intensieve veehouderij, dat is niet-grondgebonden veehouderij. De gemeente Gouda heeft geen ruimte binnen de gemeentegrenzen voor megastallen of extensieve veehouderij. Toch ondervindt ook onze stad de effecten van de aanwezigheid van megastallen, bijvoorbeeld via stank, dierenziekten, (de berichten over) stalbranden, fijnstof, stikstofuitstoot. En als het gaat om dierenwelzijn: het gebruik van dieren louter om economische redenen leidt mede door kostenreducties vaak tot ernstige aantasting van hun welzijn en de mogelijkheid om naar hun individualiteit te leven. Zo is het pas in 2021 verplicht gesteld dat kippen te allen tijde vrij toegang moeten hebben tot schoon drinkwater. Acties -
De gemeente stimuleert voorlichtingsprogramma’s over de oorsprong van voedsel en het productieproces onder diverse doelgroepen onder de jeugd, volwassenen en ouderen. Ook hanteert de gemeente actief het uitgangspunt in de regio dat zij de voorkeur geeft aan biologische, plantaardige agrarische bedrijvigheid in de regio.
12. Krabben en kreeften hebben ook gevoel Voor de verkoop van dieren op markten bestaan regels. Die zijn er (nog) niet voor levende vissen zoals palingen en schaal- en schelpdieren zoals kreeften en krabben. Deze categorie valt in de regelgeving niet onder de definitie van dieren. Ook hier moet echter zorgvuldig worden gehandeld. Gemeenten kunnen invloed uitoefenen op het welzijn van deze dieren wanneer er sprake is van misstanden, bijvoorbeeld blootstelling aan de brandende zon. Actie -
In de APV wordt opgenomen dat handel in levende dieren op markten niet is toegestaan. Vissen, schaal- en schelpdieren worden hier ook nadrukkelijk onder verstaan.
-
De gemeente maakt afspraken binnen de horeca om, vooruitlopend op het landelijk verbod, te stoppen met het levend koken van krabben en kreeften.
-
De gemeente maakt daarbij afspraken met de horeca om levende krabben en kreeften niet meer in glazen bakken te houden of in ieder geval met volledige voorwaarden voor dierenwelzijn.
13. Politiepaarden en -honden verdienen een beter leven en pensioen Het gebruik van de politiepaarden bij rellen is zorgelijk. Paarden krijgen hierbij te maken met beangstigende scènes en zijn vaak doelwit van het publiek. Het komt zelfs voor dat ze gewond raken of worden aangevallen. Paarden zijn vluchtdieren en dat maakt hen snel angstig. De plastic oog-, neus- en beenschermers die ze nu zouden moeten beschermen, blijken in veel gevallen onvoldoende. Demonstranten kunnen bovendien ernstig gewond raken door de paarden. Naast het adequaat optreden bij calamiteiten is de zorg voor de honden en paarden die de politiedienst als handhavingsmiddelen inzet een onderdeel van politiebeleid. De politie dient het welzijn van die dieren te optimaliseren gelet op de hoge eisen die aan deze dieren worden gesteld. 6
Dat betekent dat de huisvesting en verzorging aan hoge eisen moeten voldoen. Bovendien zouden de dieren na hun ‘werkzame leven’ een goed onderkomen moeten krijgen en niet worden afgedankt naar de slacht. Acties -
De gemeente kan op deze zaken geen directe invloed uitoefenen, maar wendt wel haar invloed hiertoe aan bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken.
14. Proefdieren zijn niet meer van deze tijd Zowel landelijk als in Europa is het beleid dat dierproeven uitgefaseerd moeten worden. Dit is ook noodzakelijk vanuit volksgezondheidsperspectief, omdat dierproeven een zeer lage voorspellende waarde hebben voor effecten in mensen. Er zijn volop betere alternatieven, bestaand of in ontwikkeling. Die vinden hun weg echter nog niet snel genoeg naar de bedrijven en instellingen. Een duidelijke prikkel vanuit de maatschappij kan dit bevorderen. De gemeente zal daarom een proefdiervrij beleid hanteren. Acties -
De gemeente koopt waar mogelijk proefdiervrije en ecologische producten in. In het geval van subsidieverlening aan instellingen die proefdieren gebruiken, zal de gemeente alternatieven voor dierproeven bespreekbaar maken.
15. Bont is voor dieren Het gebruik van bont neemt toe, de consument weet echter vaak niets over de herkomst ervan. In veel winkels worden producten verkocht waarin bont is verwerkt. Denk aan jassen met bontkragen. De prijzen van bont liggen tegenwoordig een stuk lager dan vroeger. Consumenten gaan er vaak van uit dat het imitatiebont is. Acties -
De gemeente hanteert hierin een voorbeeld- en voorlichtingsfunctie. Zo hanteert de gemeente een bontvrij inkoopbeleid en subsidieert geen bont.
16. Welke dieren horen er nog meer bij? Het gebruik van dieren voor menselijke doeleinden kent geen begin- en eindpunt. Zo zijn wilde katachtigen inmiddels verboden in circussen, maar het gebruik van vogels of reptielen vreemd genoeg nog niet. Daarom zal Gouda permanent de actualiteit volgen als het gaat om gehouden dieren en nieuwe categorieën dieren toevoegen als dat nodig is. Acties -
Gouda herziet de groep ‘dieren voor doelgebruik’ driejaarlijks. Indien de wet of actualiteit daar aanleiding toe geeft, wordt er uiteraard eerder actie ondernomen.
7