Antwoorden Technische vragen Zienswijzen begrotingen Gemeenschappelijke regelingen 2026
Tekst van het document
GRen technische vragen ALGEMEEN PARTIJ
GL
VRAGEN aangaande de Begroting - Algemeen
ANTWOORDEN
Algemeen: In de verschillende gemeenschappelijke regelingen wordt per regeling uitgebreid stilgestaan bij de Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (FKGR). Deze FKGR adviseert een bezuinigingspercentage van 6% te hanteren.
In de kadernota 2026 is er meerjarig rekening gehouden met € 500.000 als voorschot invulling van de bezuinigingstaakstelling van de GR-en. Dit bedrag is voorzichtigheidshalve berekend, waarbij uitgegaan is dat er over de gehele begroting van alle GR-en omgerekend ongeveer 1/4e deel van de 6% daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Het uiteindelijk besparingsbedrag wordt definitief verwerkt in de begroting 2026 nadat alle begrotingen van de GR-en zijn vastgesteld.
1. Vrijwel geen enkele GR komt aan de 6% bezuiniging (alleen de GroenAlliantie 15%). Welke gevolgen heeft dat voor de gemeentelijke begroting in de komende jaren?
BSGR PARTIJ
GL
GL
VRAGEN aangaande de BSGR
ANTWOORDEN
Hoe zit het met het aantal WOZ-bezwaren? In de rapportage wordt gesproken over 12.000 WOZ-bezwaren (op jaarbasis?). Zit hier een stijging of daling in, als dit over de jaren heen wordt bekeken?
Het aantal WOZ-bezwaren per 31 december voor belastingjaar 2024 bedroeg 12.397. Dat is het totaal aantal WOZ-bezwaren dat de BSGR op 31 december heeft ontvangen voor belastingjaar 2024. Ten opzichte van de extreme toename van WOZ-bezwaren in belastingjaar 2023 (22.364 WOZ-bezwaren) zijn de aantallen voor 2024 weer genormaliseerd richting de aantallen van belastingjaar 2021. Het aantal gegronde bezwaren ligt voor 2024 op 32%. Op 18 december 2024 zijn in totaal 3.409 verdagingsbrieven verstuurd. Die bezwaren worden in de eerste zes weken van 2025 afgehandeld.
1. Hoeveel bezwaren zijn toegekend, afgewezen, of lopen nog?
2. Is er iets te zeggen over de geografische spreiding van WOZ-bezwaren? (bijv.: zien we dit vooral in specifieke gemeenten, specifieke wijken/straten?) 1.In het raadsvoorstel staat op pagina 3: ‘Daarnaast kan door in de uitvoering van de belastingheffing meer te kiezen voor standaardisatie in plaats van maatwerk de bijdrage aan de uitvoeringskosten van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland worden verlaagd.’ Wat wordt hiermee bedoeld en waarom wordt hier niet voor gekozen?
Antwoord volgt later in overleg met BSGR.
2.Is er vooraf overleg geweest door de GR met het Hoogheemraadschap Rijnland over de noodzaak en uitvoering van bezuinigingen?
Het Hoogheemraadschap van Rijnland is één van de deelnemers van de BSGR. In die hoedanigheid is het Hoogheemraadschap Rijnland onderdeel geweest van de gesprekken over de bezuinigingen Door BSGR worden alleen dan aanvullende stukken opgevraagd als deze informatie noodzakelijk is om een correcte afweging van het kwijtscheldingsverzoek te kunnen maken. Burgers kunnen de opgevraagde gegevens op meerdere wijzen aanleveren, zowel via het contactformulier op de website uploaden, via MijnBSGR uploaden, via de post toesturen of aan de balie afgeven.
CU
CU
CU
3.Veel aanvragen voor kwijtschelding blijken onvolledig. In de stukken staat dat het voor burgers lastig is om alle gevraagde informatie aan te leveren. Is het mogelijk om ofwel het aanleveren te vereenvoudigen of te onderzoeken of alle gevraagde informatie wel nodig is? 4.De externe inhuur was in 2024 28%. Wat was de oorzaak en inzet hiervan?
Al gevolg van het feit dat het met name op het vlak van de WOZ-werkzaamheden en ICT problematisch was om vaste krachten aan te trekken moest, om voortgang in de werkzaamheden te houden, externe capaciteit worden ingehuurd.
5.Waarom staat er 18 miljoen bij de rijksschatkist en wordt dit niet aan de deelnemers uitbetaald?
Conform Schatkistbankieren moeten zij hun overtollige middelen storten bij de Schatkist. Schatkistbankieren houdt in dat decentrale overheden hun overtollige liquide middelen aanhouden bij het Rijk in plaats van bij commerciële banken. Een groot deel van de €18 miljoen staat inderdaad bij de Schatkist, maar dit bedrag is bestemd voor lopende verplichtingen en betalingen. Zie hiervoor ook de vlottende passiva van circa €18 miljoen. Het bedrag kan dus niet worden uitgekeerd aan de deelnemers. Het eigen vermogen bedraagt €1,4 miljoen. Pas nadat alle verplichtingen zijn voldaan, kan worden vastgesteld of er sprake is van een positief saldo dat onder de deelnemers verdeeld kan worden. Wat overblijft, is het verschil tussen de vlottende activa en de vlottende passiva – dat bepaalt het eigen vermogen dat eventueel beschikbaar is voor verdeling.
6.Ik heb in iBabs gezocht naar het moment waarop de definitieve jaarrekening 2022 en de jaarrekening 2023 aan de raad zijn voorgelegd. Kunt u aangeven of en wanneer dat is gedaan?
Behandeling Jaarrekening 2022; Ibabs dossiernummer 7141. Behandeling jaarrekening 2023; Ibabs dossiernummer 8150. Abusievelijk zit bijlage 5 Jaarstukken 2023 niet bij het dossier. Indien gewenst kan die nog worden toegezonden.
CU
CU
CU
De belastingverordeningen zoals die zijn vastgesteld door de gemeenteraad zijn de basis voor de belastingaanslagen die de BSGR oplegt. Hoe eenvoudiger de regels in een belastingverordening, hoe eenvoudiger de uitvoering voor de BSGR en hoe lager de uitvoeringskosten. Bijvoorbeeld afvalstoffenheffing. In Gouda betaal je een vastrecht per perceel en daarnaast een gedifferentieerd tarief (DIFTAR) waarbij je per lediging betaalt. Voor het DIFTAR systeem moeten containers en afvalpassen worden geregistreerd door Cyclus, deze gegevens moeten verwerkt worden door de BSGR en voor bezwaren moeten gegevens worden opgevraagd bij Cyclus. Dit zijn extra handelingen waardoor de uitvoeringskosten hoger worden. Als bij afvalstoffenheffing enkel wordt gekozen voor een vastrecht (standaardisatie) is dat in de uitvoering goedkoper. Als alle deelnemende gemeenten de verordeningen op elkaar afstemmen en kiezen voor standaardisatie heeft dat een positief effect op de uitvoeringskosten. De keuzes die worden gemaakt bij het vaststellen van een belastingverordening is de beleidsvrijheid die elke gemeente heeft. De afweging om te standaardiseren zal afhangen van de mate waarin een gemeente haar beleidsvrijheid wil inperken of bereid is te betalen om beleidsvrijheid te behouden.
BSGR CU
PvdA
VVD
VVD
7.Ik zou graag een overzicht over de laatste vijf jaren zien van de wettelijke beleidsindicatoren om de ontwikkeling daarvan te kunnen volgen.
Zie tabblad BSGR bijlage
BSGR begrotingswijziging april 2025 - Blz.11:
Antwoord volgt later in overleg met BSGR.
1. Welke drie specifieke financiële aanpassingen in het programma Overhead / Bedrijfsvoering leiden tot de netto wijziging van €18.000 in de automatiseringskosten, en hoe verhouden deze zich tot elkaar? "Binnen de BSGR is een trend zichtbaar dat deelnemers steeds meer kiezen voor een niet standaard wijze van heffing die inrichting- en uitvoeringsvraagstukken met zich meebrengt. Vaak gaat deze wijziging in de heffing ook gepaard met een afhankelijkheid van externen die gegevens moeten aanleveren." 1.Op welke manier is deze niet standaard wijze van heffing in de Goudse situatie aanwezig? Wat zijn daar de consequentie van voor de bedrijfsvoering en financiën van BSGR?
2.Op welke wijze wordt ervoor gezorgd dat additionele kosten voor deze niet standaard wijze van heffing ook terecht komen bij die partij die de kosten heeft veroorzaakt?
Waar de gemeente Gouda afwijkt van de standaard is met name de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Zo wordt bij de afvalstoffenheffing de hoogte van de aanslag, naast het vastrecht, ook bepaald door het aantal keren dat huishoudelijk afval wordt aangeboden, het zogenaamde DIFTAR-systeem. Voor het gebruikersdeel van de rioolheffing wordt gebruik gemaakt van het waterverbruik. De informatie voor de afvalstoffen- en rioolheffing is afkomstig van externe partijen en moet worden verwerkt door de BSGR. Bij eventuele bezwaren moet informatie worden opgevraagd bij de externe partijen. Dit leidt tot meer handelingen en hogere uitvoeringskosten. Voor het doorrekenen van de kosten aan de deelnemers hanteert de BSGR een kostprijscalculatie model gebaseerd op activity based costing. Op basis daarvan worden de kosten van de verschillende soorten heffing ed. aan de individuele deelnemers doorberekend.
BSGR bijlage Jaarrekening 2024
Jaarrekening 2023
BSGR bijlage Jaarrekening 2022
Jaarrekening 2021
Jaarrekening 2020
RMH PARTIJ VRAGEN aangaande RMH
D66
CU
ANTWOORDEN
1. De overschotten op de jaarrekening worden in de reserve De regionale samenwerking is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van onze vijf gemeenten en vraagt om een gezamenlijke inzet. Hoewel de overschotten van de huidige gestort. Deze overschotten lijken structureel, toch is het samenwerking structureel lijken, is het een bewuste keuze om de ingezette versterking van onze samenwerking en strategische lobbykracht voort te zetten en geen bezuiniging niet mogelijk om een bezuiniging van 6% in 2026 te door te voeren, mede omdat in de afgelopen jaren cumulatief circa 9% aan indexeringen niet is doorgevoerd. Zoals recent aan uw raad is gemeld, bevinden we ons samen in een realiseren. Wat is de reden hiervoor? fase waarin we de regionale samenwerking bestuurlijk, organisatorisch en inhoudelijk stevig neerzetten. Minder inzet of een lager programmabudget leidt tot lagere lasten, maar 1.Ja, er is in 2024 gekozen voor investeren. Maar als in vermindert ook sterk de inhoudelijke slagkracht, waardoor onze gezamenlijke ambities minder effectief kunnen worden gerealiseerd. Bovendien zou een bezuiniging het proces 2025 de opdracht is om 6% te bezuinigen, waarom wordt van de oprichting van het regiobureau vertragen. De Regio Midden-Holland moet echter scherp blijven op efficiëntiewinst en kostenbeheersing, zoals ook uw raad aangeeft.
daar dan zelfs geen poging toe gedaan? Door nu gezamenlijk koersvast te blijven, kunnen we een regiobureau realiseren waarvan alle gemeenten en inwoners gaan profiteren.
Grondbank PARTIJ
VRAGEN aangaande de Grondbank
ANTWOORDEN
D66
1. In de zienswijze-brief staat de volgende kennelijke verschrijving: De raad heeft daarbij vastgesteld dat van de gemeente Gouda geen bijdrage wordt verlangd van haar deelnemers. Kan dit gecorrigeerd worden?
Met van haar deelnemers wordt bedoeld de deelnemers van de Grondbank. Dit zal ook zo in de tekst worden aangepast.
2. Er lijkt een zekere onrust te heersen onder deelnemende gemeenten aan de Grondbank, met name in Rotterdam, waarom is ervoor gekozen om dit niet te benoemen?
Het is bekend dat er zorgen zijn over de ontwikkeling van Cortelande. Dat wordt onder anderen veroorzaakt door de verlieslatende grondexploitatie van Cortelande. Niettemin gaat de Grondbank er vooralsnog van uit dat de gronden van de Grondbank tegen de boekwaarde worden overgedragen aan Zuidplas. De inzet van alle betrokken partijen is er op gericht om de procedures eind dit jaar te hebben afgerond.
D66
CU CU CU CU
1.Er wordt uitgegaan van (gedeeltelijke) verkoop van de gronden in 2026. Wanneer zijn de procedures afgerond die nu nog lopen tegen de plannen? 2.Wordt de raad betrokken bij het wijzigen van de koopovereenkomst tussen de grondbank en de gemeente Zuidplas? 3.Is de constatering juist dat, gelet op de looptijden, bij het aangaan van de nieuwe financiering al is uitgegaan van een gewijzigde koopovereenkomst?
Ja, aanpassingen aan de koopovereenkomst behoeven instemming van de deelnemers.
4.Zijn er maatregelen genomen om het genoemde renterisico bij eventuele verkoop en de daarbij behorende (vroegtijdige) aflossing van de lening volgens de huidige of nieuwe koopovereenkomst te beperken?
In de begroting is een risicoparagraaf opgenomen ter mitigering van het renterisico.
Ingeval de gronden niet worden verkocht zal de grondwaarde van de voorraadgronden moeten worden bijgesteld. Met andere woorden: de gronden zullen alsdan een lagere waarde 1. Wat is het gevolg voor de jaarrekening van de Grondbank als de grondexploitatie in de Zuidplaspolder niet vertegenwoordigen. Dat risico wordt meegenomen bij de eerstvolgende jaarrekening wordt vastgesteld en de gronden niet kunnen worden verkocht? Programmabegroting 2026 en meerjarenraming begroting 2027-2029 Grondbank RZG Zuidplas - Blz.12
PvdA
Ja, dat klopt.
VRHM PARTIJ
VRAGEN aangaande VRHM
ANTWOORDEN
Kadernota 2026 Veiligheidsregio Hollands Midden - Blz.4
De VRHM vraagt jaarlijks aan het onderzoeksbureau Cebeon om een berekening te maken van de beschikbare middelen die gemeenten gehonoreerd krijgen in het gemeentefonds voor het subcluster Brandweer en Rampenbestrijding op basis van de Septembercirculaire. Het gemeentefonds omvat uitkeringsformules per ‘cluster’. Binnen het taakgebied Orde en Veiligheid (O&V) wordt onderscheid gemaakt tussen Brandweer en Rampenbestrijding (B&R) en Overige Orde en Veiligheid (OOV). Sinds de start van de huidige financieringssystematiek voor VRHM in Hollands Midden wordt een korting van 5,6% toegepast op de beschikbare middelen in het gemeentefonds voor Brandweer en Rampenbestrijding. Deze korting is destijds gebaseerd op een regionale inventarisatie van de kosten van gemeentelijke crisisorganisaties en geldt voor alle gemeenten in Hollands Midden. De som van de middelen die gemeenten ontvangen uit het gemeentefonds voor het clusteronderdeel Brandweer en Crisisbeheersing, gecorrigeerd met deze 5,6% ten behoeve van de gemeentelijke crisisorganisaties, wordt gebruikt als een referentie om het gebudgetteerd kostenniveau van VRHM mee te vergelijken. Het doel is dus om een vergelijk te maken tussen de gemeentelijke bijdragen aan de VRHM en de uitkering die gemeenten ontvangen uit het gemeentefonds voor het subcuster Brandweer en Rampenbestrijding.
1. Hoe wordt de correctie van 5,6% op de gemeentefondsmiddelen voor Brandweer en Crisisbeheersing toegepast als referentie voor het kostenniveau, en wat is het doel van deze correctie?
PvdA O.b.v. Septembercirculaire 2024 (voor 2026) Totale omvang subcluster Brandweer en Rampenbestrijding gemeenten VRHM:
73,8 mln.
Begroting VRHM (gemeentelijke bijdragen):
69,1 mln.
Verschil 4,8 mln. N.B. Overige Orden en veiligheid (OOV) Het betreft hierbij taken in de sfeer van handhaving, toezicht en preventie (stads- en dorpswachten, criminaliteitspreventie, cameratoezicht, APV-handhaving, bijzondere wetten), beleids- en planvorming integrale veiligheid (beleidsformulering, regie veiligheidsprojecten), HALT-bureaus, veiligheidshuizen, dierenbescherming, opsporing en ruiming explosieven en overige beschermende maatregelen (zoals reddingswezen, strandbewaking, lijkschouwing).
OMDH PARTIJ
VRAGEN aangaande OMDH
ANTWOORDEN
In de begroting van ODMH In de begroting wordt gesteld dat er een bezuiniging van 4% is voor de komende jaren De taakstelling is 2-ledig. Deze bestaat voor 2,5% uit het terugbrengen van de flexibele schil en 1,5% lukt voor 2026 op de begroting en dat dit vooral wordt gerealiseerd door een lager uurtarief te hanteren en door het op te door dekking uit het positief jaarrekeningresultaat uit 2024. Vast personeel is goedkoper dat inhuur; waardoor dit in vangen met resultaten van eerdere jaren. principe niet ten koste gaat van de taken. GL
GL
1. Betekent deze bezuiniging ook iets voor de uitvoering van de taken van de ODMH? Zo ja, zijn daar concrete voorbeelden van te geven?
2. Is de begroting van de ODMH voldoende toegesneden op nieuwe taken, zoals het meten van bodemkwaliteit In zijn algemeenheid: als er nieuwe taken bij komen dan moet hier nieuwe financiering voor worden gevonden. Met de bezuiniging zullen scherpere keuzes gemaakt moeten worden indien nieuwe taken zich voordoen. (dat sinds 2025 onder verantwoordelijkheid valt van de gemeente)? 1. Wat is het huidige percentage externe inhuur en naar welk percentage streeft de ODMH in 2026?
het streven van de ODMH is om zo min mogelijk inhuur te hebben. Uitgangspunt is: structureel werk, structurele bezetting. Op dit moment is het percentage inhuur in de organisatie 9,6%. Deze flexibele schil is mede opgebouwd om nieuwe wetgeving te implementeren en om uitvoering aan te kunnen geven zoals nodig bij bijvoorbeeld de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor bouwen.
ODMH Programmabegroting 2026-2029 - Blz.8
NARIS Next geeft een meer nauwkeurige inschatting van de financiële risico’s en zorgt daarmee ook voor een meer nauwkeurige inschatting van het weerstandsvermogen.
CU
PvdA
PvdA
PvdA
Door inzet van het jaarresultaat wordt voor tijd gekozen om voor de jaren na 2026/2027, in onderling overleg met de aangesloten gemeenten en de ODMH, toe te werken naar een verantwoorde aanpassing van de uitvoering van de taken. Daarbij kijkt ODMH zelf naar innovaties en efficiency, ook via samenwerking met de andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland. Maar mogelijk betekent dit ook dat de ODMH minder taken gaat uitvoeren of gaat inboeten op het niveau van de dienstverlening.
1. Wat zijn de verwachte voordelen van de overstap naar NARIS Next voor de risico-inventarisatie, en hoe kan deze verbeterde software bijdragen aan een effectiever risicobeheer binnen ODMH?
2. Hoe kunnen pilots met Artificial Intelligence (AI) en Robotic Process Automation (RPA) binnen de ODMH bijdragen aan risicogestuurd toezicht en efficiëntere bedrijfsvoering, en welke risico’s zijn verbonden aan deze digitale transformatie?
AI en RPA kunnen worden ingezet in processen met een repetitief karakter en met massa. We beogen hiermee efficiëntie te bereiken. Hierbij blijft altijd ook de inzet van mensen nodig. We houden rekening met risico’s zoals de menselijke maat en dataveiligheid. Daarom zijn we onder andere bezig met het opstellen van AI-beleid.
3. In hoeverre kunnen informatieveiligheid en privacy uitdagingen ontstaan door toename van datagedreven werken, en welke concrete maatregelen moeten worden getroffen om deze risico’s te beheersen binnen de kaders van de AVG en BIO?
Risico’s nemen toe doordat we meer data opslaan en meer data trachten te ontsluiten, in- en extern. Deze risico’s beheersen we door in Zuid-Holland, samen met de andere vier omgevingsdiensten, een robuust dataveiligheidsteam op te zetten. Hierin werken we volgens de principes van de BIO.
HECHT PARTIJ
D66
D66
VRAGEN aangaande HECHT
1. Kunnen per risicoscenario (bijv. best- en worstcase uit de risicomatrix) de bijbehorende Welk risico zich op een bepaald moment voordoet en wat de gevolgen voor de solvabiliteitsratio’s voor 2025–2028 gegeven worden, inclusief de concrete mitigerende maatregelen die liquiditeit zijn, is niet eenvoudig inzichtelijk te maken. in elke situatie de buffer versterken? In de jaarrekening (zie bijlage 4 bij de stukken) heeft Hecht een risicoanalyse opgenomen, die is gebaseerd op de risico inschatting van begin 2025. Dit is ook een inschatting van toekomstige risico’s. Mitigerende maatregelen zijn hierbij opgenomen. De bedragen zijn opgenomen op basis van risico inschatting. De financiële effecten bij het daadwerkelijk voordoen van het betreffende risico zijn hoger dan de inschatting op basis van het risico percentage. 2. Kan in één overzicht het budget gesplitst worden in 1) bewezen effectieve programma’s (JGZ, Deze splitsing is niet te maken. De voortgang van de budgetreductie op de gezinsverpleegkundigen, ZVH) en 2) pilots (Studio Hecht, laag-risico huisbezoeken, campagnes), mét per verschillende taken zal in 2026 in de bestuursrapportage en de jaarverantwoording onderdeel de streef-KPI’s, nulmeting en rapportage-data voor tussentijdse- en eindevaluatie? zichtbaar gemaakt worden. Begroting Hecht 2026 - Blz.13
PvdA
VVD
ANTWOORDEN
1. De koppeling van het gemeentefonds aan het bbp vanaf 2026 wordt gezien als oorzaak van structurele onder-indexering. Welke financiële en beleidsmatige aanpassingen zouden gemeenschappelijke regelingen kunnen overwegen om deze structurele druk op te vangen in een meerjarenperspectief? 1. Voor 2026 is een bezuiniging ingeboekt voor 4.6% en voor 2027 additioneel 1.4%. Welke concrete bezuinigingsmaatregelen zijn genomen en wat is het effect op de dienstverlening of toegang tot dienstverlening voor onze inwoners?
In het verleden is gebleken dat de bbp-indexering onvoldoende is om de stijging van de exploitatiekosten en de salariskosten te kunnen compenseren. Er is dan geen sprake meer van een waardevaste begroting, waardoor er een structureel toenemend tekort kan ontstaan. Als hierdoor een tekort ontstaat, moet hierover in het bestuur gesproken worden. Het Algemeen Bestuur heeft op 2 april de besparingsnotitie behandeld. Hierin zijn de maatregelen en de impact hiervan opgenomen. De notitie is als bijlage toegevoegd bij deze beantwoording.
Promen PARTIJ
PvdA
VRAGEN aangaande Promen
ANTWOORDEN
Promen Begroting 2026 - Blz.5
Het is lastig dit financiële effect te voorspellen. Op dit moment vindt er nog een lobby plaats vanuit Cedris om voor de sociaal ontwikkelbedrijven een uitzondering te maken. Als dit niet lukt, dan kan er mogelijk nog gebruik worden gemaakt van een constructie waarbij deze mensen niet worden uitgeschreven bij het bedrijf waar ze werkzaam zijn, waardoor de transitievergoeding niet betaald hoeft te worden. Indien de compensatie echt wordt stop gezet, rekent Promen op ca. €400.000 jaarlijks.
1. Is er meer duiding te geven wat betreft het potentiële financiële effect van het stopzetten van de compensatie voor transitievergoedingen na twee jaar ziekte op de kosten van de Wsw?
SAMH PARTIJ
VRAGEN aangaande SAMH
ANTWOORDEN
CU
1.Is er inzicht waar (in welk land) de gedigitaliseerde archieven en mogelijke andere data op dit moment worden bewaard?
Data in het e-depot van Preservica is opgeslagen binnen de Europese Economische Ruimte, en is daarmee onderworpen aan Europese wet- en regelgeving. Speciaal voor klanten uit de EU heeft Preservica servers beschikbaar in datacentra in Ierland en Duitsland. De gegevens van het SAMH en de gemeentes staan in Ierland.
1. Met de inwerkingtreding van de nieuwe Archiefwet moet informatie die blijvend bewaard moet blijven niet na 20 jaar, maar na 10 jaar naar het depot worden overgebracht. Hoe wordt hierop geanticipeerd en wat zijn de te verwachten extra kosten?
In 2025 werkt het streekarchief met de deelnemende gemeenten nog aan een aantal pilots om de procedures en technische vereisten voor de overbrenging van digitale archiefbescheiden te verbeteren. Tegelijkertijd wordt met de deelnemende gemeenten afgestemd welke digitale archieven nu al voor (evt. vervroegde) overbrenging in aanmerking komen. Op die manier wordt de grotere werklast die het gevolg is van de inwerkingtreding van de nieuwe Archiefwet gespreid. Indien hiervoor extra middelen nodig zijn, zal dit tijdig onder de aandacht van het bestuur en de deelnemende gemeenten gebracht worden.
D66
GR Jeugd en Wmo Midden-Holland PARTIJ
VRAGEN aangaande Jeugd&WMO
ANTWOORDEN
Meerjarendoorrekening IZA-scenario’s D66 hecht er waarde aan om inzicht te krijgen in wat de jaarlijkse budgetdruk gaat worden voor de GR Jeugd en WMO.
In beginsel gelden de verdeelsleutels zoals staan op pagina 41 van de begroting (ca. 30% voor gemeente Gouda). Als zich de situatie voordoet dat voor 2026 onvoldoende middelen beschikbaar zijn, vindt besluitvorming plaats over het te hanteren scenario en de bijbehorende uitwerking en bedragen. Wanneer dit leidt tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage, legt de GR JW dit voor aan de gemeenteraden via een zienswijzeprocedure. NB: de SPUK IZA regeling loopt tot en met 2026.
D66 1. Kan per scenario (±€ 0,5 M, € 1 M, € 1,9 M) de precieze gemeentelijke bijdrage voor 2026, 2027, 2028 en 2029 aangeven worden, inclusief eventuele verschuivingen in dekking (bijv. eigen bijdragen versus rijksmiddelen)? Specificatie structurele besparingen 2027+ D66
2. Welke concrete maatregelen liggen op tafel om de 6 %–taakstelling structureel in te vullen vanaf 2027 (bijv. reductie formatie, portfoliosanering, procesoptimalisatie), en wat is per maatregel het geraamde effect op de begroting? Welke van deze maatregelen zijn bewezen effectief, en welke zijn dat niet? Begroting GR JW 2026 - Blz.6
PvdA
1. In het Programma Regionaal Zorgaanbod wordt gekozen voor opname van kosten ‘zonder einddatum’ in de meerjarenbegroting. Welke risico’s en voordelen zijn verbonden aan deze benadering, met name in relatie tot pilots of veranderend beleid?
Omdat de GR JW bespaart op de incidentele budgetten (t.b.v. de oprichting/inrichting van de GR JW) zijn er geen maatregelen uitgewerkt. Door de bezuiniging is wel minder budget beschikbaar voor de opstartfase. Hierdoor is prioritering nog meer van belang en pakt de GR JW zaken meer stapsgewijs op. Voor 2026 zijn afspraken gemaakt over het uitvoeren van een formatieen huisvestingsonderzoek. De uitkomsten van de onderzoeken verwerkt de GR JW in de begroting 2027. Dat betekent dat er nog geen concrete maatregelen op tafel liggen. Dit volgt uit de genoemde onderzoeken. Het opnemen van kosten zonder einddatum biedt als voordeel dat structureel ruimte in de begroting is gereserveerd voor lopende en verwachte zorgkosten. Bij veranderend beleid, is er altijd mogelijkheid om de begroting bij te stellen. Ten aanzien van pilots geldt dat deze juist wél met einddatum zijn meegenomen in de begroting. Het risico bestaat dat, als een pilot niet wordt voortgezet, de zorg in de praktijk vaak op een andere wijze moet worden voortgezet, wat leidt tot een verschuiving in plaats van een besparing.