CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoorden (aanvullende) technische vragen beleidskader armoede en schulden

Commissie Samenleving 16 april 2025, gemeente GoudaBij agendapunt: Beeldvorming: Beleidskader Armoede en Schulden2.234 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1

Partij Groen Links

vraag 1. Maakt de gemeente Gouda gebruik van incassobureau’s en andere schuldenindustrie om de schulden van Goudse inwoners te innen?

Antwoord Ja, als laatste mogelijkheid wordt een vordering in het kader van het sociaal domein overgedragen aan een incassobureau. Dit gebeurt uitsluitend als de gemeente zelf alle stappen heeft doorlopen om te komen tot betalingsregelingen en het is niet gelukt. Daarbij kan het gaan om mensen die vertrokken zijn met onbekende bestemming. De gemeente heeft niet de mogelijkheden om de incassoprocedure zelf uit te voeren.

2

2. Zo ja, hoeveel geld is de gemeente jaarlijks kwijt aan het inhuren van incassobureau’s?

Afgelopen jaar zijn er geen dossiers in het kader van de Participatiewet overgedragen aan het incassobureau.

Digitale en taalvaardigheden Naar aanleiding van eerder gestelde technische vragen waarin is aangegeven dat mensen digitale hulpmiddelen krijgen om financiële overzicht te behouden: 1. Uit welke digitale hulpmiddelen bestaat dit aanbod precies?

Er wordt hier gedoeld op de digitale applicatie Plinkr en specifiek de app Plinkr Nazorg. Met behulp van een coach en deze applicatie werken inwoners toe naar meer financiële zelfredzaamheid.

4

2. Worden er uitsluitend digitale hulpmiddelen ingezet voor mensen met schulden of worden er ook fysieke hulpmiddelen geboden?

5

3. Op welke manier ondersteunt de gemeente inwoners met beperkte digitale vaardigheden bij het oplossen van schulden en het voorkomen van armoede?

Dit digitale hulpmiddel wordt aangeboden in combinatie met een budgetcoach. Deze coach begeleid deze persoon gedurende het traject voor schuldhulpverlening. Daarnaast wordt voorgesteld dat de gemeente extra gaat inzetten op het versterken van financiële vaardigheden van inwoners (kinderen, jongeren en volwassenen). Bijvoorbeeld door het geven van trainingen. Via het Taalhuis kunnen inwoners met beperkte basisvaardigheden (lezen, schrijven, digitale vaardigheden etc) cursussen en begeleiding krijgen met als doel om de toegankelijkheid voor alle inwoners te verbeteren, inclusief degenen die mogelijk in armoede verkeren. Voor inwoners met beperkte digitale vaardigheden bestaat dus de mogelijkheid om kosteloos deel te nemen aan dergelijke trainingen via het Taalhuis. Daarnaast subsidieert de gemeente diverse organisaties die inwoners met beperkte (digitale) vaardigheden kunnen ondersteunen. Zoals Humanitas, Schuldhulpmaatjes en de Papierwinkel van het Sociaal Team.

3

PvdD

6.

4. Heeft de gemeente inzicht in de mate waarin beperkte digitale vaardigheden een rol spelen bij langdurige schulden in Gouda?

7.

5. Is er een technische reden waarom digitaleen taalvaardigheid niet expliciet worden benoemd in de voorliggende beleidskaders armoede en schulden?

8.

Ontzorgen 6. Op welke manier(en) worden inwoners die een schuldentraject aangaan zo veel mogelijk (administratief) ontzorgd zodat er voor die persoon ruimte onstaat om uit de schulden te komen?

9.

7. Hoe zorgt de gemeente ervoor dat een persoon in armoede en schulden een overzichtelijke hoeveelheid hulpverlening krijgt, en bijvoorbeeld niet met meer dan 3 organisaties hoeft af te stemmen? Is dit terug te zien in de beleidskader?

Als inwoners zich bevinden in een traject voor schuldhulpverlening dan ontvangen zij ondersteuning van de schuldhulpverlener eventueel aangevuld met ondersteuning van andere partijen zoals bovengenoemd. Er zijn hierover geen cijfers bekend specifiek voor Gouda. Wel blijkt uit landelijk onderzoek dat laaggeletterden (het onvoldoende beschikken over basisvaardigheden op het gebied van taal, rekenen en/of digitale vaardigheden) 2x zo vaak onder de armoedegrens leven en 2 of 3 keer vaker langdurig arm zijn. Onder mensen met financiële problemen blijkt dat de helft laaggeletterd is. In hoofdstuk 4 van het beleidskader wordt dit beschreven. Deze thema's vallen onder laaggeletterdheid, wat een op zichzelf staand beleidsterrein is. Binnen het beleidsterrein laaggeletterdheid wordt rekening gehouden met inwoners die te maken hebben met armoede en schulden. Om herhaling te voorkomen worden in dit beleidskader onderwerpen die in andere aanverwante beleidsterreinen zijn geborgd, niet ook in dit beleidskader uitgewerkt. Met inwoners die ondersteuning ontvangen van schuldhulpverlening wordt besproken welke behoeften er zijn en welke aanvullende hulp daarvoor, indien nodig, beschikbaar is. Inwoners kunnen bijvoorbeeld laagdrempelig hulp krijgen van vrijwilligers van Schuldhulpmaatje of Humanitas Thuisadministratie.

Inwoners kunnen daarnaast ook terecht bij de Papierwinkel en het Sociaal Team voor financiële hulpvragen. Hierbij behoort warme doorverwijzing tot de mogelijkheden. Indien nodig kan ook budgetbeheer worden aangeboden, maar dit is afhankelijk van de zelfredzaamheid van een client en zal niet voor iedereen nodig zijn. De gemeente kan niet altijd voorkomen dat er meer dan 3 organisaties betrokken zijn, ook omdat er sprake kan zijn van ondersteuning op andere terreinen zoals Wmo of jeugdhulp en soms spelen er ook veiligheidsvraagstukken. Bij multiproblematiek voert de gemeente procesregie volgens de methodiek 1gezin1plan1regisseur. Met behulp van het plan van aanpak bewaart de procesregisseur het overzicht over betrokken partijen en ingezette hulp en wordt het aantal aanspreekpunten voor de inwoner zoveel mogelijk beperkt. Als er ook sprake is van schuldenproblematiek, dan is de schuldhulpverlener casusregisseur.

pagina 2

10.

Beleidskaders aanpak armoede en schulden 8. Op pagina 10 wordt gesproken over het toewerken naar zelfredzaamheid van inwoners. Vormt dit het overkoepelende doel van het armoede- en schuldenbeleid?

11.

9. Welke definitie van ‘zelfredzaamheid’ hanteert de gemeente?

12.

10. Wat is de aanpak wanneer mensen niet zelfredzaam kunnen worden?

13.

11. Wordt in de aanpak van (langdurige) schulden ook aandacht besteed aan het (weder)opbouwen van zelfvertrouwen bij inwoners?

Op pagina 10 wordt genoemd dat in de toekomstvisie Gouda 2030 is opgenomen dat er wordt ingezet op het versterken van de maatregelen die de zelfredzaamheid van inwoners vergroten. In het beleidskader ligt de focus niet op zelfredzaamheid maar op het doorbreken van de cirkel van armoede en schulden, bijvoorbeeld door eraan bij te dragen dat inwoners zoveel mogelijk mee kunnen doen, kinderen zich kunnen ontwikkelen ongeacht het inkomen van hun ouders en het doorbreken van de afhankelijkheid door de eigen regie te versterken. Hiermee wordt ingezet op het voorkomen dat armoede en schulden generatie op generatie worden doorgegeven. Zelfredzaamheid is daarbij geen vastomlijnd doel. Gezinnen kunnen juist meer zelfredzaam worden als zij hulp krijgen bij het beheren van hun budget. Bijvoorbeeld doordat hierdoor de inzet wat betreft het opvoeden van de kinderen of het zoeken naar werk toeneemt. Er zijn diverse definities van zelfredzaamheid. Die kunnen via de zelfredzaamheidsmatrix in beeld worden gebracht. Voor dit beleidskader wordt met zelfredzaamheid bedoeld dat inwoners zoveel mogelijk hun eigen financiën beheren door bijvoorbeeld gebruik te maken van budgetbeheer in plaats van beschermingsbewind. Ook kan door het gebruik van minimaregelingen een gezin wel rondkomen waardoor rust en stabiliteit komt in het huishouden.

De aanpak van armoede en schulden is belangrijk om te voorkomen dat problemen groter worden en zwaardere zorg nodig is. Tijdens het participatietraject dat voorafging aan het beleidskader bleek dat inwoners behoefte hebben aan eigen regie, oftewel het zoveel mogelijk zelf kunnen regelen van de financiën. Dit komt overeen met de definitie die in dit beleidskader gehanteerd wordt voor zelfredzaamheid. Zie ons antwoord bij vraag 9. Dit is afhankelijk van op welk levensgebied mensen niet zelfredzaam zijn. Als het gaat om het omgaan met geld dan zijn er mogelijkheden voor beschermingsbewind of budgetbeheer, die langdurige ondersteuning kunnen bieden. Ja, dit is onderdeel van de voorgestelde extra inzet op extra coaching tijdens het traject voor schuldhulpverlening en nazorg. Gedurende het traject voor schuldhulpverlening zal er naast het regelen van de schulden extra aandacht zijn voor de kennis vaardigheden van de inwoner. Door tijdens het traject te werken aan het

pagina 3

14.

GBG

1.

Op welke wijze wordt het inkomen van inwoners, die in aanmerking willen komen voor financiële ondersteuning, eerlijk en helder vastgesteld?

15.

2.

Wordt spaargeld meegewogen bij het toekennen van financiële ondersteuning, en zo ja hoe wordt dit momenteel in het beleid toegepast?

16.

3.

Wordt bij het verstrekken van financiële ondersteuning ook gekeken naar het bezit van een eigen woning en de daar op rustende hypotheek?

verbeteren hiervan wordt er naartoe gewerkt dat de klant de financiële administratie uiteindelijk zo zelfstandig mogelijk kan beheren. Voor de minimaregelingen gelden heldere voorwaarden hoe hoog het inkomen mag zijn en hoeveel spaargeld iemand mag hebben om in aanmerking te kunnen komen. Dit staat vermeld op de website van de gemeente. In incidentele gevallen, kan de gemeente ten gunste van de inwoner afwijken omdat er bijzondere en persoonlijke omstandigheden zijn waardoor iemand ondanks de inkomensgrenzen toch ondersteuning krijgt. Dit is in het kader van een zogenaamde hardheidsclausule of maatwerk. In principe geldt voor de minimaregelingen een inkomensgrens van 130% van de bijstandsnorm en voor de individuele inkomenstoeslag de grens van 101%. Inwoners leveren bij hun aanvraag stukken aan, waaronder bankafschriften. Hieruit blijkt bijvoorbeeld welke inkomsten de inwoner heeft. Stichting Inlichtingenbureau informeert de gemeente als er sprake is van een samenloop (meerdere inkomstenbronnen tegelijk) van inkomsten. Het Inlichtingenbureau ondersteunt gemeenten namelijk bij de bepaling of inwoners op basis van hun inkomen of vermogen in aanmerking komen voor een uitkering of een aanvullende voorziening.1 Mocht er bij een lopende uitkering sprake zijn van inkomstenbronnen waar de gemeente niet van op de hoogte is dan gaat de gemeente in gesprek met de desbetreffende inwoner.

Ja, er wordt rekening gehouden met vermogen. Hier worden grenzen aan gesteld, waarvan de hoogte verschilt per huishoudtype. Ook dit staat vermeld op de website en is voor inwoners na te kijken. Zie hiervoor: https://www.gouda.nl/directregelen/geld-en-werk/geldzorgen-enuitkering/bijzondere-bijstand/ Ja, hier wordt rekening mee gehouden. Voor een uitkering Participatiewet wordt gekeken naar de eventuele overwaarde en of het een optie is om een krediethypotheek te vestigen op de woning. Daarbij wordt de bijstandsuitkering als lening verstrekt, met de overwaarde van de woning als onderpand voor de gemeente.

1

https://www.inlichtingenbureau.nl/#:~:text=Het%20inlichtingenbureau%20verleent%20diensten%20op,bel eidsterreinen%20en%20de%20bijbehorende%20diensten.

pagina 4

17.

4.

Is er binnen de gemeente Gouda ooit onderzoek gedaan naar de omvang van nietgemelde neveninkomsten, en zo ja, welke lessen zijn daaruit getrokken?

18.

5.

In hoeverre stimuleert de gemeente inwoners in een kwetsbare inkomenspositie om scholing of omscholing te volgen als middel om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten?

19.

6.

Wat is de meerwaarde van de Stadspas voor inwoners met een laag inkomen, en op welke manier wordt het gebruik ervan gemonitord en geëvalueerd?

Voor de overige minimaregelingen kijkt de gemeente naar de woonlasten en het inkomen waarover de inwoner feitelijk de beschikking heeft. Hier is geen algemeen onderzoek naar gedaan. Voor het aanvragen van minimaregelingen moeten er bankafschriften worden overlegd en daarmee is op dossierniveau eventueel een en ander zichtbaar. Voor het overige geldt bij niet melden van inkomsten of als een inwoner zich niet houdt aan de verplichtingen die gelden rond de Participatiewet dat het beleid op handhaving van toepassing is en dit is in 2024 opnieuw door de raad vastgesteld waarbij steeds met menselijke maat gekeken wordt naar de meest passende oplossing. Sommige neveninkomsten zijn bekend en worden vrijgelaten, zoals bijvoorbeeld vrijwilligersvergoedingen. Het is de primaire taak van de consulent werk om samen met de klant te komen tot het zo goed mogelijk benutten van de kansen op de arbeidsmarkt. Hierbij kan (om)scholing een rol spelen.

De Stadspas bevordert kansengelijkheid voor inwoners met een laag inkomen. Met deze pas kunnen er gratis of met korting activiteiten worden gedaan die anders niet binnen het budget passen. Dit deel van de pas wordt goed gebruikt door pashouders. Daarnaast biedt de Rotterdampas voor inwoners met een laag inkomen extra mogelijkheden die met veel keuzevrijheid zelf gebruikt kunnen worden. Voor volwassenen met een laag inkomen staat er verder op de pas en tegoed van €50,-. Voor kinderen is dat bedrag €150,en te besteden aan zaken als (kinder)kleding, schoenen, sport- en schoolspullen, waardoor meedoen makkelijker wordt. Daarnaast ontvangen kinderen ook 2 tegoedbonnen voor gratis deelname aan een sport- of culturele activiteit en staan er tegoedbonnen op de pas voor gratis deelname aan huiswerkbegeleiding. Het gebruik wordt gemonitord aan de hand van aantallen en bestedingen. Hierover wordt jaarlijks bij de jaarrekening gerapporteerd.

pagina 5

20.

7.

Wat houdt ‘bemoeizorg’ precies in, en op welke manier wordt deze vorm van zorg in de praktijk gebracht in Gouda?

21.

8.

Via welke kanalen ontvangt de gemeente signalen over beginnende schuldenproblematiek (‘vroegsignalering’), en hoe wordt hierbij omgegaan met de eisen vanuit de privacywetgeving?

Deze taak is belegd bij Meldpunt zorg en overlast. Hier wordt een situatie besproken en indien er nog geen hulpverlening actief is in dit huishouden, maken speciaal getrainde medewerkers van de GGD outreachend contact met het huishouden om deze te bewegen hulp te accepteren. Bemoeizorg probeert “achter de voordeur” te komen. De GGD probeert als eerste contact te maken maar kan ook het sociaal team, het veldwerk van het Leger des Heils of Humanitas DMH inzetten. Dit wordt afgestemd via het Meldpunt. Gouda maakt gebruik van het uitvoeringssysteem RIS voor de vroegsignalering van schulden. Met de wetswijziging Wet gemeentelijk schuldhulpverlening (Wgs) heeft de gemeente sinds 2021 de wettelijke taak tot het signaleren van betalingsachterstanden in de huur/ water/ energie en zorgverzekering. De woningcorporaties, energieleveranciers, zorgverzekeringen en waterleidingmaatschappijen leveren via RIS maandelijks gegevens aan van Goudse huishoudens met betalingsachterstanden. Die gegevens worden gematched met elkaar waardoor de gemeente een passend hulpaanbod kan doen. Door vroegtijdig een hulpaanbod te doen wordt voorkomen dat betalingsachterstanden leiden tot problematische schulden. De wijze waarop het RIS is ingericht is in lijn met de wettelijke taak. De gemeente mag signalen van betalingsachterstanden ontvangen maar alleen terugmelden bij hulp acceptatie van de inwoner.

Bovendien is een verwerkersovereenkomst gesloten en is de werkwijze getoetst via een zogenaamde DPIA (Data protection impact assessment) waarbij de privacy-officer toetst of de verwerking voldoende is beveiligd en in overeenstemming is met de wettelijke taak.

pagina 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=764e012c-dcb6-4ae3-909f-cfa72d184c6d