Advies Woon(zorg)visie 2021 9-08-2021.pdf
Tekst van het document
Aan:
Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Gouda Postbus 1086 2800 BB Gouda
Betr: Woon(zorg)visie
Gouda, 9 augustus 2021
Geacht College,
Op 29 juni 2021 heeft u de GASD gevraagd om advies uit te brengen over de concept Woon(zorg)visie. Deze visie zal de grondslag vormen voor het tot 2030 te voeren volkshuisvestingsbeleid, inclusief de zorgaspecten daarvan. De GASD voldoet graag aan dit verzoek. Wij beperken ons daarbij nadrukkelijk tot de vanuit het zorgperspectief relevante aspecten van het volkshuisvestingsbeleid en zoals gebruikelijk hebben wij hierover een aantal instellingen op dit terrein geraadpleegd. In het algemeen hebben wij veel waardering voor de compleetheid van de verzamelde gegevens, de analyse en de ontwikkelde visie. Alle vanuit zorgperspectief relevante categorieën komen aan de orde. Het valt ons op dat de Uitvoeringsagenda allesbehalve scherp is geformuleerd en ook weinig focus heeft. Alles moet - en ook nog tegelijkertijd - maar een zekere prioriteitsvolgorde binnen de 26 punten van de Uitvoeringsagenda lijkt ons gewenst. Dat geldt ook voor precisie van de Uitvoeringsagenda. De formuleringen zijn nu wel erg algemeen: de richting is duidelijk maar wanneer welk resultaat wordt bereikt blijft in het midden. Natuurlijk zijn er veel onzekere factoren maar met name het planningsproces kan veel preciezer en meer taakstellend en in termen van concrete resultaten worden geformuleerd.
In combinatie met een systematische monitoring van de uitvoering – inclusief de toepassing van de Huisvestingsverordening – moet dat leiden tot periodieke evaluatiemomenten, op grond waarvan besloten kan worden al dan niet tot bijstelling van het Uitvoeringsprogramma over te gaan. Kortom: van weinig kwantitatieve desiderata naar een programma waar grip op is. Advies 1: Formuleer de Uitvoeringsagenda scherper en in termen van concrete resultaten, waarna met door monitoring verkregen data periodiek geëvalueerd kan worden, wellicht gevolgd door bijstelling van beleid. De GASD heeft kennis genomen van het zeer recent uitgebrachte rapport van een brede coalitie van ministeries, gemeenten en de woningcorporatiekoepel onder voorzitterschap van Bernard ter Haar over de huisvesting van aandachtsgroepen. De conclusies van dit rapport zijn alarmerend. Er moet dringend een oplossing komen voor de huisvesting van kwetsbare ouderen, statushouders, GGZ-patiënten, dak- en thuislozen, vrouwen in de vrouwenopvang en kwetsbare jongeren. Steeds vaker komen zij in sociale nood door een gebrek aan een thuis. De coalitie pleit voor een spoedpakket met een brede set urgente maatregelen. Maar ook de noodzaak van een langdurige samenwerking wordt onderstreept. Een steviger onderbouwing van de urgentie van een op actie gerichte woonzorgvisie is niet denkbaar.
In Gouda is het aantal verhuisbewegingen in de sociale sector met een derde afgenomen van 650 naar 430 per jaar. Ook de doorstroom van huur naar koop stagneert. Er vindt steeds meer instroom plaats vanuit de maatschappelijke zorg. Hierdoor dreigt het woningtoewijzing systeem volledig vast te lopen. Een neveneffect daarvan is dat het draagvlak voor inclusief beleid afneemt. Immers, als je zelf vele jaren niet aan bod komt, ga je vanzelf alle prioritaire groepen met afgunst bekijken. In de woon(zorg)visie wordt de nadruk gelegd op het langer thuis wonen van senioren. De GASD benadrukt dat dat in gelijke mate van toepassing is op andere categorieën bewoners met een zorgbehoefte. Wel zal in de toekomst in de gaten moeten worden gehouden of de WMO, zowel in financiële als in inhoudelijk zin, in voldoende mate is toegesneden op langjarige ondersteuning in de eigen woning. Daarnaast wordt de toegankelijkheid van de directe woonomgeving steeds belangrijker. Immers, wat heb je aan een toegankelijke woning met zorg als de omgeving en gebouwen niet toegankelijk, bruikbaar en bereikbaar zijn? Tegelijkertijd worden ook de risico’s van het (langer) zelfstandig wonen steeds zichtbaarder.
Kan er voldoende aandacht zijn voor de veiligheid (brand, insluipen, babbeltrucs aan voordeur enz.) van bewoner en/of buren? Ook een onbedoelde, maar door toepassing van de Huisvestingsverordening niet te vermijden clustering van personen uit de maatschappelijke zorg kan veel problemen veroorzaken. In een aantal situaties is het heel belangrijk om een zekere sturing bij de toewijzing van een woning te kunnen hanteren en/of een oogje in het zeil te kunnen houden bij sommige bewoners.
Zijn er mogelijkheden, bijvoorbeeld in de WMO, om “achter de voordeur te kijken” in een soort waakvlamconstructie? Advies 2: Geef – voordat de wal het schip keert - aandacht aan de risico’s van het (langer) zelfstandig thuis wonen. Onderzoek of het beschikbare instrumentarium daarvoor voldoende mogelijkheden biedt.
De gemeente is maar in beperkte mate in staat iets aan het nijpende woningtekort te doen maar moet, gegeven de ernst van de situatie en de funeste doorwerking daarvan op het welzijn van bewoners, alles op alles zetten om te bevorderen dat extra woonruimte wordt gecreëerd. Er zijn al vele innovatieve en creatieve voorbeelden voorhanden maar die stranden te vaak op de rigide toepassing van – vaak ook rigide - regelgeving. Of het nu gaat om toepassing van de kostendelersnorm, het verkrijgen van een briefadres, meerdere woonvergunningen per adres, collectief opdrachtgeverschap, tijdelijke verhuur (zie ook Wet Doorstroming Huurmarkt 2016), anti-kraak bewoning, ombouwen van kantoorpanden, initiatieven voor groepswonen enz.: pas de regels soepel toe teneinde meer mensen aan onderdak te helpen! Dat betekent zeker niet dat iedereen steeds een eigen woning moet krijgen. Groepswonen of een kamer krijgen kunnen ook oplossingen zijn. Advies 3: Zet alles op alles om onconventionele oplossingen voor het woningtekort mogelijk te maken, onder meer door de vigerende regelgeving soepel toe te passen. Naast het creëren van nieuwe woonruimte zal ook een betere doorstroming extra woonruimte kunnen opleveren. Dat geldt zowel voor de sociale als voor de particuliere sector.
De GASD meent dat er twee vliegen in één klap kunnen worden geslagen als ruim wonende ouderen ertoe kunnen worden overgehaald om te verhuizen naar een passender woning waardoor woonruimte voor woningzoekenden vrijkomt. Daarvoor is een bewustwordingscampagne nodig en moeten ouderen die een dergelijke beslissing nemen, ontzorgd worden. Het verzorgen of vergoeden van de verhuizing, een speciale seniorenmakelaar en/of het aanpassen van de nieuwe huur zijn enkele mogelijkheden daarvoor. In het eerder door de GASD bepleite Aanvalsplan Vergrijzing zou dit uitstekend passen. Advies 4: Zet veel meer in op doorstroming van senioren, zowel in de sociale als in de particuliere sector, door te stimuleren, te faciliteren en te ontzorgen.
De GASD heeft zich afgevraagd of het “gelijke kansen regime” dat in de Huisvestingsverordening wordt vormgegeven zo voortgezet moet worden, of dat er aanleiding is om nadere prioriteiten te stellen. De GASD is tot de conclusie gekomen dat zorgjongeren met extra voorrang aan onderdak geholpen moeten worden. Deze jongeren kampen vaak met meerdere problemen, zoals psychische klachten, hechtingsproblemen, autisme, en lopen na een jeugdzorgtraject of verblijf in de jeugdzorg daardoor een groter risico op dak- of thuisloosheid. Daarbij blijkt de overgang van de Jeugdwet naar de WMO
lang niet altijd soepel te verlopen. Uit de woonzorganalyse blijkt dat het hier om een relatief kleine groep jongeren gaat (nu ca. 30, op de lange termijn nog eenzelfde aantal). Deze jongeren een thuis verschaffen is een investering die een leven lang rendement heeft, zowel in de vorm van een individueel welzijn als in de vorm van een toekomstige besparing op zorggelden. De gemeente Waddinxveen geeft hiervoor een interessante voorzet. Advies 5: Pas de Huisvestingsverordening zodanig aan dat de kleine groep kwetsbare jongeren met voorrang woonruimte toegewezen kan krijgen.
De eerder vermelde brede coalitie beklemtoont dat een hechte samenwerking tussen overheden, woningcorporaties, zorg- en welzijnsorganisaties en ook marktpartijen de enige manier is om groter onheil af te wenden. Dat geldt niet alleen op nationaal niveau maar wellicht in nog grotere mate op plaatselijk niveau. Als men elkaar vanuit de verschillende invalshoeken makkelijk weet te vinden en bereid is soepel met regels om te gaan, dan is de kans om op een creatieve manier mensen een dak boven hun hoofd te bezorgen groter. Betrek ook bewonersorganisaties en vrijwilligersorganisaties hierbij. Zij zijn de typische ervaringsdeskundigen die praktische ideeën en tips kunnen aandragen. Advies 6: Neem als gemeente de regie om de verschillende betrokken partijen tot een hechte samenwerking te brengen. Tot slot: mocht de besluitvorming over deze Woon(zorg)visie en de bijbehorende Uitvoeringsagenda tot een aanpassing van de Huisvestingsverordening leiden, dan zal de GASD daarover graag advies uitbrengen. Wij zijn benieuwd naar de reactie van uw College op dit advies.
Met een vriendelijke groet,
Ton de Korte Voorzitter Goudse Adviesraad Sociaal Domein.